over

PLATFORM TALENT

Ontdek nieuwe creatieve talenten die actief zijn op het gebied van design, architectuur en digitale cultuur, ondersteund door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Het Platform Talent laat zien wat artistieke en professionele groei betekent en is een bron van informatie voor andere makers en opdrachtgevers.

PROGRAMMA TALENTONTWIKKELING

Talentontwikkeling is een van de speerpunten van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Jaarlijks krijgen opkomende ontwerptalenten dankzij een werkbeurs van het fonds de kans zich optimaal te ontwikkelen op het artistieke en professionele vlak. De ontwerpers zijn maximaal vier jaar geleden afgestudeerd en werkzaam binnen diverse disciplines van de creatieve industrie, van modevormgeving tot grafisch ontwerp, van architectuur tot digitale cultuur. Met het Platform Talent portretteert het Stimuleringsfonds alle individuele praktijken van ontwerpers die sinds 2013 zijn ondersteund.

2018

In 24 filmportretten van 1 minuut maak je op een persoonlijke en intieme wijze kennis met talentvolle ontwerpers, makers, kunstenaars en architecten die in 2017/2018 een werkbeurs ontvingen. Studio Moniker is verantwoordelijk voor het concept en de productie. Tijdens de Dutch Design Week 2018 zijn de filmportretten onderdeel van een installatie in het Veemgebouw.

(8/23)
laad meer videos

ESSAY: Groeibriljanten en Nieuwe Olie

door Rosa te Velde
Rond 1960 komt de eerste talentenjacht op de Nederlandse televisie, overgewaaid uit Amerika. ‘Nieuwe Oogst’ wordt in eerste instantie gemaakt in de zomermaanden, met weinig budget. Een talentenjacht blijkt een goedkope manier om vermakelijke televisie te maken: de deelnemers grijpen hun kans om beroemd te worden met hun kunstjes, grappen, vermaak en spektakel – in ruil voor koffie en reiskosten.1

Talentenshows, talentenjachten bestaan sinds mensenheugenis. Maar het idee van talentontwikkeling – het belang van het financieel ondersteunen van en investeren in talent – bestaat nog niet zo heel lang. Vanaf de jaren zeventig, met de opkomst van de informatiemaatschappij en de kenniseconomie wordt het belang van ‘een leven lang te leren’ steeds belangrijker. Kennis wordt een asset. Bijscholing, het ontwikkelen van je skills en flexibiliteit worden vereisten en passie wordt noodzaak. Jij bent verantwoordelijk voor eigen geluk en succes. Je moet ‘eigenaar’ worden van je persoonlijke groeiproces. In 1998 publiceert McKinsey & Company ‘The War for Talent’. In deze studie wordt onderzocht wat het belang van ‘high performers’ is voor bedrijven, hoe talenten te werven, ontwikkelen, motiveren en hen vast te houden als werknemers. In de afgelopen decennia is talentenmanagement (TM) een belangrijk onderdeel geworden van bedrijven om concurrentievermogen te optimaliseren, nieuw leiderschap te kweken of persoonlijke groei te bewerkstelligen. Talentmanagement richt zich soms op het hele bedrijf maar vaker exclusief op jonge ‘high potentials’, die ofwel reeds een goede performance hebben geleverd, ofwel veelbelovend zijn en potentie hebben.2 Het is sociaal geograaf Richard Florida die talent in verband brengt met creativiteit in zijn boek The Rise of the Creative Class (2002). In dit boek maakt hij de – onomkeerbare – koppeling tussen economische groei, stedelijke ontwikkeling en creativiteit. Een vleugje excentriciteit, een bohemienne levensstijl en coolheid worden de bepalende factoren die onder de noemer ‘creativiteit’ de speelruimte vormen waar waardecreatie plaatsvindt. Zijn theorie resulteert in een stortvloed aan innovatieplatforms, zinderende creatieve kennisregio’s en levendige broedplaatsen. Het talentdiscours raakt onlosmakelijk verbonden met de creatieve industrie. Zo is de door Florida opgerichte Global Creativity Index – Nederland staat in 2015 op nummer 10 – gebaseerd op de drie T’s van technology, talent en tolerance. Het fenomeen ‘talent’ neemt een vlucht binnen de wereld van de tech startups en in Silicon Valey vechten de innovatiemanagers om de beste talenten. ‘Talent is the new oil’.

Het idee dat talent zich kan ontplooien en ontwikkelen onder de juiste condities staat haaks op het oudere, romantische concept van het door god gegeven, mysterieuze ‘genie’. Talent in de moderne opvatting is niet (geheel) aangeboren, en juist daarom heeft het zin om er geld en ruimte voor te geven. Zoals een groeibriljant, die ‘stapsgewijs waardevoller’ kan worden.

Wat is de geschiedenis van cultuurbeleid en talentontwikkeling in Nederland? Waar de overheid tot de Tweede Wereldoorlog cultuur overlaat aan particulieren, wordt na de oorlog een actief, “stimulerend, voorwaardenscheppend beleid” gevoerd.3 De overheid houdt vast aan het Thorbecke-principe en is geen ‘oordelaar’ van kunst. Maar volgens literatuurhistoricus Bram Ieven vindt vanaf de jaren zeventig een kanteling plaats. Kunst moet democratischer worden en om dat te bereiken moet er meer aansluiting op de markt komen: “[…] van een maatschappelijke invulling van het sociale van de kunst (kunst als participatie) naar een marktgerichte invulling van de sociale taak van de kunst (kunst als creatief ondernemerschap).”4 Met de BKR en later de WWIK worden kunstenaars en vormgevers langdurig financieel ondersteund als ze over onvoldoende middelen beschikken op voorwaarde van een diploma aan een erkende academie of als bewezen was dat men een beroepspraktijk had.5

Pas in de cultuurnota ‘Kunst van Leven’ (2006) van Ronald Plasterk wordt het belang van investeren in talent veelvuldig genoemd, want veel talent blijft ‘onbenut’.6 Plasterk roept met name op om ‘excellent toptalent’ meer ruimte te geven, vooral om internationaal mee te kunnen blijven doen. Sindsdien staat ‘talentontwikkeling’ als begrip in steen gebeiteld in cultuurbeleid. In ‘Meer dan kwaliteit’ (2012) onderschrijft ook Halbe Zijlstra het belang van talent, maar hij geeft een andere uitleg: “Net als in de wetenschap is het in de cultuur belangrijk ruimte te geven aan vernieuwing en innovatie die niet door de markt tot stand komt, omdat de ondernomen activiteiten nog niet direct winstgevend zijn.”7 Het ondersteunen van talent kan hiermee zelfs na de economische crisis gemakkelijk gelegitimeerd worden binnen Zijlstra’s beruchte nuttigheid- en rendementsdenken. Ook Jet Bussemaker handhaaft de nadruk op talentontwikkeling en voor de komende jaren blijft talent op de agenda staan.8

Door het Stimuleringsfonds wordt in 2013 voor het eerst een groep van talenten gesubsidieerd. Net als bij het talentontwikkelingsprogramma van het Mondriaanfonds wordt in het beleidsplan van 2013-2016 gekozen voor één gezamenlijke selectieronde per jaar. Hoewel de nadruk ligt op individuele trajecten, wordt genoemd dat een gezamenlijke beoordeling objectiever en deskundiger is en publicitaire ondersteuning daarmee ook gemakkelijker.9 Wie wordt als creatief talent in beschouwing genomen? Om in aanmerking te komen voor de beurs moet je aan een aantal specifieke eisen voldoen: je moet ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel, niet langer dan vier jaar geleden een ontwerpopleiding hebben afgerond en een goede aanvraag kunnen schrijven waarmee de negen commissieleden uit het veld kunnen worden overtuigd van jouw talent. Zij bepalen op basis van een aanvraag de potentie, ofwel de belofte van je ontwikkeling, waarbij de timing van deze subsidie goed moet passen. Hoe genuanceerd de aanvraagprocedure ook verloopt, deze factoren zorgen voor een afgebakend begrip van ‘talent’.

Als je door de strenge selectie heen komt – gemiddeld wordt tien tot vijftien procent van de aanvragen gehonoreerd – is het een enorme luxe om een jaarlang zelf je agenda te mogen bepalen: te kunnen acteren in plaats van te reageren. Een vrijhaven, een korte pauze van bestaansonzekerheid. Of is het juist een bekrachtiging van het systeem; het moment waarop de kansen gepakt moeten worden? Als gevolg waarvan zelfexploitatie, stress en verlamming toeslaan? Het creatieve proces is in werkelijkheid erg grillig. Zullen de talenten hun belofte kunnen inwisselen?

De een heeft een reis naar China gemaakt, een ander heeft een residentie in Oostenrijk kunnen doen, weer iemand anders zei z’n bijbaantje op. Velen doen onderzoek op allerlei niveaus; van veldonderzoek, materiaalexperimenten tot het schrijven van essays. Sommigen bouwen prototypes of kunnen eindelijk Ernst Haeckel’s Kunstformen der Natur kopen. Anderen organiseren bijeenkomsten, fabrieksbezoeken, ontmoetingen, interviews, een ball.

Is er een gemeenschappelijke deler te onderscheiden binnen deze selectie van talenten? De groep is ook dit keer juist geselecteerd op balans en verscheidenheid; van geluidskunstenaar, filmmaker, designthinker, onderzoeker, cartograaf, verhalenverteller, voormalig architect tot genderactivist-cum-modeontwerper – en dus kan gezamenlijkheid in presentatie geforceerd aanvoelen. Maar door samen naar buiten te treden wordt zichtbaarheid van de talenten gecreëerd. Belangrijk, want hoe anders kan deze investering worden gelegitimeerd?
Dit zijn de vragen die al sinds de eerste lichting spelen bij het Stimuleringsfonds; hoe treden we naar buiten met deze groep, zonder een plat, ongenuanceerd spektakel of romantisch idee van talent neer te zetten? Maar hoe maken we tegelijkertijd wel aan de buitenwereld zichtbaar wat er met publiek geld gebeurt? En wat is goed voor de talenten zelf? In de afgelopen jaren zijn er verschillende vormen uitgetest om te reflecteren op het jaartraject. Van verschillende gecureerde exposities met publicaties vergezeld door presentaties, podcasts, teksten, websites, workshops en debatten.
Het Stimuleringsfonds werkt als buffer tussen het neoliberale beleid en de creatieve werkelijkheid. Het fonds schept luwte voor het maken en biedt ruimte aan het nog-niet-weten, het onderzoek, het experiment en het falen, zonder daar al te veel eisen aan te stellen. Een evenwichtsoefening: Hoe demp je de harde beleidstaal, houd je de rendementsdenkers op afstand, terwijl de (absolute) noodzaak voor deze financiering gemeten, gezien en daarmee gewaarborgd blijft?

Dit jaar is op inspraak van de talenten zelf gekozen voor een andere aanpak: geen expositie. De Dutch Design Week lijkt voor de meesten niet de juiste plek te zijn; slechts een enkeling wil überhaupt een ‘afgerond’ ontwerp of project presenteren en niet noodzakelijk tijdens DDW. Bovendien: veel van de talenten hebben de subsidie ingezet om onderzoek te doen en mogelijkheden te scheppen. In plaats van een gezamenlijke expositie is daarom gekozen voor een bijeenkomst en profielteksten en videoportretten die gepubliceerd worden op ‘Platform Talent’, een online database. Hiermee komt de nadruk minder op het afgelopen jaar te liggen en meer op de zichtbaarheid van de maker en zijn/haar proces; een verschuiving van minder concrete of toegepaste resultaten naar meer aandacht voor persoonlijke werkwijzen. Voldoet deze publiekmaking aan de honger en nieuwsgierigheid van het brede publiek en de resultaatgerichtheid van de politiek? Is het misschien belangrijker geworden om aan te kondigen dat er talent is en niet wat het talent is? Of is dit een manier om meetbaarheid te omzeilen en de druk van de ketel af te halen?

Wat de talenten misschien nog het meest verbindt is het feit dat ze, hoewel ze erkend worden als ‘high performers’, allen op zoek zijn naar duurzame vormen van creatief werk binnen een precair en competitief ecosysteem van kansen pakken, optimisme en continu beschikbaar zijn. Falen of kwetsbaarheid, of het bespreken van de grilligheid van creativiteit heeft daar tot op heden nog weinig plek. De zoektocht naar talent blijft een show, een jacht, competitie of oorlog.

1 https://anderetijden.nl/aflevering/171/Talentenjacht
2 Elizabeth G. Chambers et al. ‘The War for Talent’ in: The McKinsey Quarterly 3, 1998 pp. 44–57. In 2001 verscheen dit onderzoek in boekvorm.
3 Roel Pots, ‘De tijdloze Thorbecke: over niet-oordelen en voorwaarden scheppen in het Nederlandse cutluurbeleid’ in: Boekmancahier 13:50, 2001, pp.462-473, p. 466.
4 Bram Ieven, ‘Opbouw als afbraak: over democratisering als vanishing mediator in het huidige kunstenbeleid’ in: Kunstlicht, 2016 37:1, p. 12.
5 De Beeldende Kunst Regeling gold van 1956-1986 en de Wet Werk en Inkomen Kunstenaars van 2005-2012.
6 Ronald Plasterk, Hoofdlijnen Cultuurbeleid Kunst van Leven, 2006 p. 5. Plasterk was minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2007 tot 2010.
7 Halbe Zijlstra, ‘Meer dan Kwaliteit: Een Nieuwe visie op cultuurbeleid’, 2012, p. 9. Zijlstra was staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2010 tot 2012 en verantwoordelijk voor de bezuinigingen op subsidies in de cultuursector.
8 Jet Bussemaker was minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2012 tot 2017.
9 Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie, beleidsplan 2013/2016.

laad meer

2017

De vierde editie van In No Particular Order tijdens de Dutch Design Week 2017 presenteerde een collectief statement over de pluriforme hedendaagse ontwerppraktijk. In negen installaties stonden de thema's Positie, Inspiratie, Werkomgeving, Representatie, Geld, Geluk, Taal, Discours en Markt centraal. De presentatie in het Van Abbemuseum stond onder leiding van curator Jules van den Langenberg, zelf deelnemer aan het Programma Talentontwikkeling in 2017.

PLATFORM TALENT 2017
PLATFORM TALENT 2017
PLATFORM TALENT 2017
PLATFORM TALENT 2017
PLATFORM TALENT 2017
PLATFORM TALENT 2017
PLATFORM TALENT 2017
PLATFORM TALENT 2017
(4/8)
laad meer

2016

In de derde editie van In No Particular Order in 2016 gaf curator Agata Jaworska inzicht in wat het betekent om een ontwerppraktijk te hebben. Hoe creëren ontwerpers de omstandigheden waarin ze werken? Wat kunnen we leren van hun methodiek en werkwijze? In geluidsopnamen en met schetsen reflecteren de ontwerpers op deze vragen. Tezamen geven ze een persoonlijk beeld van de ontwikkeling van hun artistieke praktijken.

In No Particular Order 2016

2015

De tweede editie van de tentoonstelling In No Particular Order vond plaats in het Veemgebouw tijdens de Dutch Design Week 2015. Curator Agata Jaworska stelde de processen, uitgangspunten en visies achter de totstandkoming van werk centraal aan de hand van een databank met beelden uit de persoonlijke archieven van de ontwerpers. Wat drijft de hedendaagse ontwerper? Wat zijn hun inspiratiebronnen, motivaties en ambities?.

In No Particular Order 2015

2014

Wat maakt iemand tot een talent? Hoe wordt talent gevormd? Dat was de centrale vraag van eerste tentoonstelling In No Particular Order in de Schellensfabriek tijdens de Dutch Design Week 2014. Curator Agata Jaworska presenteerde niet alleen werk van de individuele talenten maar legde ook trends en onderlinge overeenkomsten bloot.

In No Particular Order 2014

Alvin Arthur

Alvin Arthur

Ontwerper Alvin Arthur is in 2018 afgestudeerd aan de bacheloropleiding Food-Non-Food van de Design Academy in Eindhoven. Tijdens zijn studie ontdekte hij zijn passie voor beweging, educatie en beeldtaal. Sindsdien zijn dit de pilaren van zijn praktijk die hij 'Choreografie van Interactie' noemt, een versmelting van choreografie en interactieontwerp. Komend jaar richt Arthur zich op drie projecten waarin nieuwe vormen van leren centraal staan. Het gaat om: 1. 'Technology & Eduction – Body.scratch', een toolbox voor kinderen om te leren programmeren door middel van choreografie en beeldtaal, 2. Identity – 'The Choreography Ice Cream', een performatieve installatie, waarin verhalen worden verteld door het bewegen van het lichaam, 3. 'Technology, Education & Identity – Year of research exhibition', een presentatie van de onderzoeksresultaten, waarin tevens ruimte is voor dialoog en experiment. Voor het professionaliseren en het verder ontwikkelen van zijn methodiek betrekt Arthur diverse partners en coaches, zoals danser en coder Christian Mio Loclair (directeur van Waltz Binaire), danser en pedagoog Léna Blou (directeur van Trilogie, Guadeloupe) en choreograaf en kunstenaar Hiroaki Umeda (directeur van S20, Japan).
Anna Fink

Anna Fink

Landschapsarchitect Anna Fink behaalde in 2017 haar Master aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. 'Landschap als een huis' is een vervolg op Fink's afstudeerproject waarin zij verschillende narratieven voor het Europese cultuurlandschap verbindt met erfgoed. Op het familie-erfgoed van Fink in Oostenrijk wil ze de methodiek van het belichaamd onderzoek verder ontwikkelen. Zo verbindt Fink haar onderzoek met de manier waarop het lichaam functioneert. Door middel van 'taskscapes' doet Fink onderzoek naar de handelingen die het landschap vormen. Deze worden vervolgens gebundeld in een boek. Anna Fink stelt dat deze culturele handelingen essentieel zijn in het ontwerpen van landschap om zo de locatie specifieke vitaliteit te behouden. Fink sluit het project af met een eigen Summer School. Hier zal aan de hand van het boek een nieuw landschapsnarratief gepresenteerd worden.
Arvand Pourabbasi

Arvand Pourabbasi

Arvand Pourabbasi heeft in 2017 zijn Master Interieurarchitectuur behaald aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Zijn werk is gericht op leef- en werkomstandigheden, nomadische thematieken en tijdelijke stedelijke installaties. Komend jaar richt hij zich op de begrippen 'comfort' en 'uitputting'. Productief zijn is volgens hem een geromantiseerd beeld, waarin wordt voorbijgegaan aan vermoeidheid, uitstelgedrag of angst. Vrije tijd als een moment van rust en comfort wordt daarbij niet juist benut, maar valt binnen een kapitalistische logica van een oplaadmoment om weer aan het werk te kunnen gaan. Het ontwikkelplan bestaat uit drie fases, waarin comfort en uitputting worden benaderd door middel van ruimtelijke arrangementen, lichamelijke uitvoeringen, rituelen, (performatieve) objecten en technologieën. Gedurende het ontwikkeltraject spreekt Pourabbassi met verschillende professionals, waaronder ontwerper Jurgen Bey, en ontwerpstudio Refunc, fysiotherapeuten en psychologen (prof. Wilmar Schaufeli). Het kunstenaarsduo Bik van de Pol adviseert hem op het gebied van ruimtelijke en interdisciplinaire praktijken. Daarnaast bezoekt hij de Lissabon Architectuur Triënnale (oktober 2019), de Sharjah Architecture Triennial (november 2019) en de ECCE 2019 - European Conference on Cognitive Ergonomics (Belfast, Noord-Ierland). Alle projecten eindigen in ruimtelijke installaties, interventies en sociaal-stedelijke evenementen.
Chiara Dorbolò

Chiara Dorbolò

Architect Chiara Dorbolò is in 2017 afgestudeerd aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam/Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten met een Master Architectuur. Dorbolò bevraagt in haar werk de rol van architectuur in het huidige sociaaleconomische systeem, dat gedreven is door winst. Ze wil hiermee een ander perspectief bieden dat de betekenis van het vakgebied kan herdefiniëren. Haar doel is een aanpak te ontwikkelen die architectuurkritiek combineert met ontwerp en die gericht is op een duurzame toekomst. Komend jaar gaat ze (archief)onderzoek naar bijzondere visionaire en utopische praktijken doen uit de jaren zestig en zeventig die op grens van de architectonische discipline zitten. Verder ontwikkelt ze haar manier van vertellen door vaardigheden op te doen op het gebied van creatief schrijven, visuele technieken en uitvoerende kunst. Uiteindelijk presenteert ze een verzameling conceptuele ontwerpen, getiteld 'Ordinary Utopian Follies', dat dienst doet als manifest van haar nieuwe benadering van architectuur.
Cream on Chrome

Cream on Chrome

Martina Huynh en Jonas Althaus hebben, respectievelijk Man & Communication (BA) en Social Design (MA) afgerond aan de Design Academy Eindhoven. Als designstudio Cream on Chrome onderzoeken ze antwoorden op vragen als: Wat voor waarden zijn ingebed in de instrumenten die ons omringen, zoals slimme technologieën, telefoons of (on)zichtbare stadsinfrastructuren? En: Welke rol speelt de interface bij het vormgeven van deze instrumenten? Met deze vragen als leidraad ontwikkelt de studio alternatieve technologie met idealistische of subversieve waarden. De belangrijkste ambitie voor dit jaar is het versterken van de onderliggende methodologie. Het ontwikkelplan is uitgesplitst in drie fasen. In fase A testen ze hoe de relatie tussen gebruiker en nieuwsmedia wordt beïnvloed. Deze reflecties vloeien over in fase B (' Lab of Divergent Technologies' ), waar ze hun theoretische bevindingen naar de praktijk vertalen. Ten slotte zullen ze zich in Fase C onderdompelen in een cultureel nieuwe omgeving en de verworven inzichten testen op grootschalige, immateriële hulpmiddelen, zoals stedelijke infrastructuur. Komend jaar volgen de ontwerpers diverse technische workshops en schakelen ze expertise in op gebied van filosofie, architectuur en urban design. De 'Divergent Technologies' worden gedeeld in workshops gedurende het hele proces. De resultaten worden gepubliceerd in een tentoonstelling, lezing en op hun nieuwe website, dat eveneens dienst doet als onderzoeksplatform.
Gilles de Brock

Gilles de Brock

Grafisch ontwerper Gilles de Brock behaalde zijn Master aan het Design Department van het Sandberg Instituut. Zijn hybride praktijk richt zich op verschillende onderwerpen en media, variërend van zeefdrukken tot technologisch-georiënteerde projecten, coding, D.I.Y. productie, vakmanschap en textielontwerp. Zijn doel is de grenzen oplossen tijdens productieproces, het gereedschap en de ontwerper zelf. Komend jaar werkt De Brock aan de doorontwikkeling van zijn zelfontwikkelde machine: de ABCNC, wat staat voor AirBrush Computer Numerical Control. Met de machine is het mogelijk om digitaal te glazuren. Naast het uitbouwen van de ABCNC, zodat deze grotere oppervlakten kan printen, wil hij nieuwe machines ontwikkelen en infiltreren in bestaande industriële productielijnen. Hiervoor gaat hij onder andere meelopen in een fabriek van ECCO Leather. Ook heeft hij contact met MOSA in Maastricht. Daarnaast gaat De Brock een werkperiode doen in het EKWC in Oisterwijk om meer te leren over de samenstelling en gedrag van glazuren. Zijn technische vaardigheden ontwikkelt De Brock door samen te werken met verschillende experts en machinebouwers, zoals Kris Temmerman en informaticus Robin Cogan. De uitkomsten van het onderzoek zullen gepresenteerd worden op verschillende plekken, waaronder Fisk Gallery (Portland, VS), PaTI (Paju Typography Institute, Zuid Korea) en Chaumont Biënnale voor Grafisch Ontwerp, waar De Brock een workshop geeft over algoritmes en produceren met zelfbouwmachines.
Giorgio Toppin

Giorgio Toppin

Giorgio Toppin is in 2007 zijn eigen herenkledinglabel XHOSA gestart. Na verschillende niet afgeronde opleidingen besloot hij om in de praktijk aan de slag te gaan. Het belangrijkste idee achter XHOSA is de behoefte om een gevarieerder en breder scala aan items te bieden voor de moderne man. Met zijn collecties probeert Toppin het verhaal te vertellen over wat het betekent om een zwarte man te zijn in de hedendaagse maatschappij. Het komende jaar richt de ontwerper zich op de realisatie van een nieuwe collectie rondom het thema van diaspora. Hiervoor gaat hij terug naar zijn roots in Suriname om onderzoek te doen naar vakmanschap en lokale ambachten. Dit onderzoek vertaalt hij vervolgens naar de context van de XHOSA-wereld: een plek van hedendaagse mode. De collectie wordt aan het einde van het jaar gepresenteerd tijdens de New York Fashion Week.
Goys & Birls

Goys & Birls

Het Amsterdamse ontwerpcollectief Goys & Birls is opgericht in 2016 door Sandberg alumni Florian Mecklenburg en Monika Gruzite. Beiden zijn afgestudeerd aan de Design Master van het Sandberg Instituut. In 2018 heeft Karolien Buurman zich aangesloten. Zij behaalde in 2016 haar Master of Fine Arts aan hetzelfde Instituut. Goys & Birls richt zich op visuele storytelling door middel van grafisch ontwerp en moving image. Middels speculatieve scenario's reageren zij op de complexe hedendaagse maatschappij, waarbij de ontwerpers het van belang vinden de gelaagdheid en pluraliteit van onze realiteit te verbeelden. Komend jaar ontwikkelt Goys & Birls nieuwe strategieën om hun werkprocessen en ontwerpbenadering te verbeteren. Het ontwikkelplan omvat drie lijnen en uittingsvormen, die elk een ander aspect van hun professionalisering adresseren en waarbij verschillende partners worden gezocht. Het gaat om: 1. 'Theory & Analysis: Manifesto & Manual for Visual Speculations for Resistance', waarin de ontwerpers een framework willen ontwikkelen voor hun onderzoeksmethode; 2. 'Experiment & Practice: Design Lab Sessions', een interactieve ruimte voor collectieve creatie en onderzoek; 3. 'Summer School & Exhibition', waarin de ontwikkelde manual wordt ingezet als leermiddel.
Jing He

Jing He

Jing He studeerde in 2016 af aan de masteropleiding Contextual Design van de Design Academy in Eindhoven. In haar ontwerppraktijk kijkt Jung He vanuit een sociaal perspectief naar cultureel geladen objecten. Ze is geïnteresseerd in de wijze waarop deze objecten binnen lokale gemeenschappen nieuwe betekenis kunnen krijgen. In haar ontwikkelplan 'Elysium' richt de ontwerper zich op het gebruik van elementen uit de Europese architectuurtraditie in China. In het kader van haar onderzoek reist Jing He naar zeven locaties in China waarbij ze drie kopieën van de Arc de Triomphe bezoekt, maar ook kijkt naar restanten van de Franse koloniale periode. Tevens probeert ze binnen te komen in de gesloten Huawei campus waar naar verluid twaalf Europese steden zijn geïmiteerd. De reis zal eindigen in Parijs waarbij Jing He zich afvraagt of en op welke manier de reis haar perceptie van de stad heeft beïnvloed. Tijdens de reis worden concepten ontwikkeld die resulteren in vijf of zes verschillende objecten of producten, welke vervolgens weer in Europa tentoongesteld zullen worden.
Juliette Lizotte

Juliette Lizotte

Ontwerper Juliette Lizotte behaalde in 2016 haar Master aan het Design Department van het Sandberg Instituut. Samenwerkingen en ontmoetingen met gelijkgestemden staan centraal in haar interdisciplinaire ontwerppraktijk, waarin ze alternatieven zoekt voor bestaande systemen. Komend jaar richt ze zich op haar lopende onderzoek naar heksen en magie in relatie tot ecofeminisme. Ze wil een kader ontwikkelen voor haar uiteenlopende inspiratiebronnen en activiteiten die variëren van natuur, gemeenschap, activisme, niet-lineaire verhaalstructuren tot science fiction en LARPing (live action role-playing). Door voort te bouwen op de visuele en culturele geschiedenis van 'de heks', als subversief karakter, beoogt zij deze interesses te combineren en richting te geven. Het onderzoek krijgt vorm in diverse uitingen, afhankelijk van doel, context en publiek, zijn dit games, video, muziek, podcasts, publicaties of evenementen. Ze gaat hiervoor samenwerken en advies inwinnen van onder andere Random Studio, Hackers & Designers, STEIM, kunstenaar Melanie Bonajo, ontwerpduo Metahaven, ontwerper Yamuna Forzani, performance kunstenaar Astrit Ismaili en heks Laura Lynx.
Katarzyna Nowak

Katarzyna Nowak

Katarzyna Nowak heeft in 2016 haar Master Architectuur afgerond aan de Academie van Bouwkunst in Rotterdam. Tijdens haar studie raakte ze gefascineerd door de relatie tussen kunst en omgeving. Met haar afstudeerproject 'Art in context' onderzocht ze de optimale ruimtelijke omstandigheden van kunst en hoe deze worden ervaren. Het komende jaar ontwikkelt ze dit concept verder met als einddoel het project 'Art in the City', een architectonisch voorstel voor een experimentele museumtypologie voor Museum Boijmans van Beuningen. Door samen te werken met experts en curatoren verwerft ze aanvullende kennis op het gebied van kunst, tentoonstellingen en museumontwerp. Verder breidt ze haar netwerk uit en legt ze nieuwe verbindingen met professionals, waaronder Saskia van Stein. Samen met een bedrijfsadviseur ontwikkelt ze een (bedrijfs-)strategie en een communicatie- en promotieplan voor de professionalisering van haar praktijk. De resultaten van het onderzoek presenteert ze onder andere op het Museumcongres 2020.
Kuang-Yi Ku

Kuang-Yi Ku

Kuang-Yi Ku behaalde in 2018 zijn masterdiploma Social Design aan de Design Academy Eindhoven. Daarvoor ronde hij al twee masters af in Taiwan, waaronder ook een voor 'Dental Science'. Zijn praktijk is activistisch en interdisciplinair. Het werk heeft kenmerken van (speculatief) product ontwerp, social design, artscience en bioart. Het ontwikkelplan is gericht op verschillende projecten waarin de cross-over wordt gezocht tussen design, de medische sector en sociologie. Kuang-Yi Ku werkt hiervoor samen met verschillende artsen en wetenschappers aan designconcepten, geïnspireerd op opkomende medische technologieën. De projecten gaan dieper in op de ethische vraagstukken die samenhangen met deze ontwikkelingen en krijgen vorm in workshops, performances of lezingen. Daarbij wordt het ontwerpproces continu gemonitord waarna de verzamelde data worden geanalyseerd vanuit een sociologisch perspectief. Deze resultaten worden vervolgens teruggebracht naar wetenschappelijke conferenties.
Lieselot Elzinga

Lieselot Elzinga

Lieselot Elzinga studeerde in 2018 af aan de afdeling Modevormgeving van de Gerrit Rietveld Academie. Haar ontwerpen hebben een autonoom karakter, ze functioneren binnen hun eigen esthetiek en vertellen een verhaal op zichzelf. Elzinga's werkwijze resulteert altijd in een collectie met presentatie en manifestatie waarbij een interdisciplinaire mix ontstaat van looks, theater en performance. In haar ontwikkelplan richt Elzinga zich op de aanstaande samenwerking met het Londense MatchesFashion. Matches heeft als vooruitstrevend moderetailer de collectie ingekocht en is van plan deze vanaf oktober online en via hun drie filialen in Londen exclusief gaan verkopen. Elzinga wordt zodoende als merk in oktober 2019 door hen gelanceerd. Tijdens het ontwerp-, productie- en verkoopproces wordt samengewerkt met verschillende partijen die de maker ondersteunen op het gebied van techniek, materialen, sales, beeldvorming, publicatie, ondernemen, marketing, pers en pr. Met de beurs wil Elzinga haar kennis op deze vlakken versterken en aan haar persoonlijke ontwikkeling blijven werken.
Marco Federico Cagnoni

Marco Federico Cagnoni

Ontwerper en onderzoeker Marco Federico Cagnoni behaalde in 2018 zijn Master Social Design aan de Design Academy in Eindhoven. Met zijn maatschappelijk kritische projecten wil Cagnoni bestaande systemen ondervragen en alternatieven bieden voor bijvoorbeeld massaproductie en –consumptie. Zijn ontwikkelplan richt zich op het onttrekken van PEVA (Poly-Ethylene-Vinyel-Acetate), een niet-giftig en biologisch afbreekbaar alternatief voor plastic, uit planten. Hiervoor gaat Cagnoni samenwerken met het botanische onderzoekscentrum van de Universiteit Utrecht, specifiek met wetenschapper Han Wösten en horticulturist Gerard van Buiten. Het project wordt in verschillende fases gedeeld met het publiek. Zo gaat de ontwerper workshops organiseren, zoals het planten van zaadjes, 3d-printen met het materiaal en een voedselworkshop. Ook wil hij tours geven door de tuin. Tot slot is Cagnoni in contact met de industrie, waaronder DSM en Imat-Uve.
Mark Henning

Mark Henning

Mark Henning studeerde in 2017 af aan de afdeling Social Design van de Design Academy Eindhoven. Daarvoor behaalde hij een Bachelor graad Information design aan de universiteit van Pretoria in Zuid Afrika. In zijn ontwerppraktijk combineert Henning elementen van performance, objecten en communicatiestrategieën en reflecteert hij op sociale en ruimtelijke interactievormen. In zijn ontwikkelplan richt Henning zich op zowel speelse als kritische wijze op het fenomeen inburgering. Hij bouwt daarbij voort op twee projecten waarin hij de norm ter discussie stelt die wordt opgelegd in het inburgeringsexamen. Daarnaast kijkt hij naar de betekenis van handen schudden in relatie tot nationalisatie in zowel Deense als Nederlandse context.
Marwan Magroun

Marwan Magroun

Marwan Magroun is fotograaf en artdirector met een passie voor de stad Rotterdam. Een stad waar volgens Magroun zaken als emancipatie, integratie en de diverse samenstelling van de stad niet of nauwelijks worden gerepresenteerd in de beeldcultuur. Magroun heeft zichzelf ten doel gesteld hier verandering in te brengen. Zijn ontwikkelplan richt zich op het project 'The Life of Fathers', waarin Magroun vaders met een bi-culturele achtergrond belicht, die zich actief inzetten in het ouderschap. Volgens Magroun hebben veel vaders te maken met een stereotype beeld waar ze zich tegen moeten verzetten. Door middel van een fotoserie en een documentaire geeft Magroun een intieme kijk in het leven van deze vaders. Voor de professionalisering en artistieke ontwikkeling van zijn praktijk wil Marwan Magroun in de leer bij fotograaf en beeldmaker Khalik Allah. De resultaten van 'The Life of Fathers' worden op verschillende plekken gepresenteerd, waaronder mogelijk op het IFFR.
Maxime Benvenuto

Maxime Benvenuto

Maxime Benvenuto studeerde in 2016 af aan de afdeling Man & Leisure van de Design Academy Eindhoven. In zijn werk als ontwerper betrekt Benvenuto onderwerpen als (geo-)politiek, neoliberalisme en journalistiek. Domeinen die volgens de aanvrager recentelijk door een crisis zijn gegaan en zich moeten herbezinnen op hun eigen grondbeginselen. Door als ontwerper cross-overs aan te gaan met deze vakgebieden beoogt de aanvrager de geslotenheid van het ontwerpveld te doorbreken en van betekenis te zijn voor een breder publiek. In zijn ontwikkelplan ligt de focus op de positionering van zijn praktijk waarvoor hij drie fases omschrijft. De eerste fase start met een kwalitatief onderzoek naar bovengenoemde thema's. In de tweede fase wordt met behulp van drie mentoren ingezoomd op de eigen praktijk. De derde fase is gericht op het presenteren van het onderzoek in de vorm van een publicatie, een website en presentaties op de Biënnale van Slovenia en de Dutch Design Week.
Millonaliu

Millonaliu

Klodiana Millona en Yuan Chun Liu vormen samen het duo Millonaliu. Beiden behaalden hun Master diploma aan de afdeling INSIDE van de KABK. Hun gezamenlijke praktijk wordt gekenmerkt door een activistische, onderzoekende houding ten aanzien van architectuur en – in hun woorden – de ontkenning daarvan. Sinds twee jaar werken ze daarbij rondom het thema eigenaarschap en collectiviteit. Voor het project 'A Glossary of Social Welfare Domesticities', dat centraal staat in hun plan, ontwikkelen ze alternatieve architectuurvoorstellen gebaseerd op een krimpscenario. Ze doen dit onder andere aan hand van case studies in Tirana en Taipei. In Taipei richten ze zich op een nieuwe laag in de stad die is ontstaan als gevolg van de vele rooftop extensions. In Tirana zullen ze zich bezighouden met de onaffe huizen en hoe die ruimte kunnen bieden aan een gezamenlijke infrastructuur. Het onderzoek komt samen in Rotterdam als onderdeel van 'Stad in de Maak'.
Milou Voorwinden

Milou Voorwinden

Milou Voorwinden is een textielontwerper afgestudeerd van ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten met een Bachelor in Product Design. Ze is gespecialiseerd in het weven en ontwikkelen van driedimensionale structuren en producten op het weefgetouw. Komend jaar richt Voorwinden zich op de ontwikkeling van een drietal projecten: ' Seamless Shape Weaving', 'Leno Weaving' in Architecture' en '3D Velvet Weaving'. In de projecten gaat Voorwinden oude weeftechnieken herontdekken, vernieuwen en toepassen met behulp van hedendaagse digitale middelen. De beurs biedt Voorwinden de mogelijkheid om vrij te werken en fundamenteel onderzoek te doen. Door zich te verdiepen in CAD/CAM software bouwt Voorwinden aan de professionalisering van haar praktijk. De resultaten zullen procesmatig zijn en zich niet uiten in eindproducten. Met behulp van een grafisch vormgever wil Voorwinden werken aan de identiteit en strategie van haar ontwerppraktijk.
Minji Choi

Minji Choi

Ontwerper Minji Choi studeerde in 2018 af aan de masteropleiding Contextual Design van de Design Academy in Eindhoven. De afgelopen jaren heeft Choi zich gericht op het culturele symbolisme van planten in relatie tot het stedelijke landschap. Hierdoor raakte zij gefascineerd door de paradoxale relaties tussen mensen en planten. Haar onderzoeken visualiseert de ontwerper in verschillende media, waaronder fotografie, video, publicaties en materiaalexperimenten. De media komen veelal samen in publieke installaties, waarin ze onze relatie tot natuur ondervraagt. Komend jaar ontwikkelt Choi het project 'The Dignity of Plants', waarin ze relaties tussen natuur, ethiek en visuele cultuur onderzoekt door het perspectief te verleggen van de mens naar dat van de plant. Het project bestaat uit twee casestudies, een op het gebied van endemische (planten die uitsluitend voorkomen op een afgesloten geografisch gebied) en een naar invasieve planten. In de casestudie over endemische planten, onderzoekt Choi de grenzen tussen het artificiële en natuurlijke door te analyseren hoe planten worden gedefinieerd en gecategoriseerd. De studie naar invasieve soorten, richt zich op de economische, ecologische en milieukundige interpretaties van plantinvasies. Het project krijgt uiting in een installatie, materiaalonderzoek en een serie publicaties. Choi laat zich tijdens haar ontwikkeljaar adviseren door ontwerper Simone Farresin (Studio Formafantasma), grafisch ontwerper Karel Martens en Jan den Ouden, ecologieprofessor aan de Universiteit van Wageningen.
Mirte van Laarhoven

Mirte van Laarhoven

Mirte van Laarhoven behaalde in 2017 haar Master aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam in de richting Landschapsarchitectuur. Komend jaar richt Van Laarhoven zich op de volgende stap in haar onderzoek naar 'landschapsvormers'. Dit zijn kleinschalige ingrepen die gezamenlijk een grote bijdrage leveren aan een gezond, klimaatadaptief en beleefbaar landschap. Ze ontwikkelt een ontwerpmethodiek met bijbehorend instrumentarium, dat niet uitgaat van het beheersen van, maar van het meebewegen met de natuur. Op deze manier wil ze een alternatief bieden waarin de dynamiek van de natuur centraal staat, in plaats van de functionele en economische landschapswaarde. Onder de noemer 'De Seizoensmodule' werkt Van Laarhoven samen met verschillende partners haar instrumentarium uit. De module omvat drie onderdelen, waarbij de seizoenen de leidraad vormen: 1. Veldproeven om te onderzoeken hoe er bij grootschalige landschappelijke opgaven beter geprofiteerd kan worden van natuurlijke processen. 2. Coschappen bij collega vormgevers om vaardigheden en perspectieven uit te wisselen. 3. Masterclass experimenten, om vrije ideeën te genereren. De resultaten worden gedurende het proces gecureerd tot een 'landschap aan experimenten'.
Nadine Botha

Nadine Botha

Nadine Botha studeerde in 2017 af aan de Master Design Curating & Writing van de Design Academy Eindhoven. Botha is een onderzoeker en houdt zich bezig met hoe ongeziene sociale, politieke, juridische, economische en culturele systemen onze objecten, lichamen, huizen, steden, technologieën, ervaringen en kennis, vormgeven. Haar praktijk brengt storytelling, curating, schrijven, performance, activisme, media-analyse en participatieve werkwijzen samen in tentoonstellingen, digitale media, performances, publicaties, workshops en journalistiek. Voor haar afstudeerproject, 'The Politics of Shit', traceerde Botha een onzichtbaar draagbaar toilet van Europese kampeerplekken, naar het front van de sanitaire protesten in informele nederzettingen in Kaapstad. Tijdens het ontwikkeljaar geeft ze vervolg aan dit project in de vorm van een audiovisueel platform. Middels interviews met ontwerpers, onderzoekers en wetenschappers en archiefonderzoek naar verhalen als hulpmiddel voor bevrijding en onderdrukking, gaat ze op zoek naar antwoorden. Naast het platform presenteert ze haar project op de DEFSA Conference in Zuid-Afrika.
Nastia Cistakova

Nastia Cistakova

Ontwerper Nastia Citakova heeft in 2016 de bacheloropleiding Illustratie afgrond aan de HKU. In haar praktijk beweegt ze zich tussen toegepast en autonoom ontwerp. Haar illustraties, animaties, videogames en andere uitingsvormen kenmerken zich door een focus op humor en absurdisme. Komend jaar gaat Citakova onder de noemer 'Bittere Ernst' onder andere een absurdistische videogame ontwikkelen over een roze aardappel die verlangt naar een spannender bestaan. Zingeving vormt hierin een belangrijk thema, alsook de interactie met publiek. Voor de ontwikkeling van de game wil Cistakova samenwerken met verschillende professionals, waaronder programmeur Paul Boelens en artistieke coaches, zoals Gioia Smidt en Max Kisman. Op deze manier beoogt de illustrator niet alleen haar stijl en methodiek verder te ontwikkelen, maar ook haar organisatievaardigheden. Verder gaat Citakova experimenteren met audio, publicaties en beeldverhalen en op zoek naar nieuwe manieren om de zichtbaarheid van haar praktijk te vergroten.
Nikola Knezevic

Nikola Knezevic

Multimediakunstenaar en scenograaf Nikola Knezevic is in 2015 afgestudeerd aan The School of Missing Studies, een tijdelijk masterprogramma van het Sandberg Instituut. Zijn werk richt zich op de relatie tussen lichaam, geest en omgeving. In de afgelopen jaren heeft Knezevic een eigen methodiek ontwikkeld waarbij hij technieken uit zijn ontwerp- en architectuurachtergrond gebruikt. Daarnaast maken choreografen een intrinsiek onderdeel uit van het ontwerpproces. Komend jaar wil hij zijn praktijk verder ontwikkelen door meer te leren over ruimte vanuit het perspectief van de danser en andere performatieve prakijken. Hiernaast gaat hij experimenteren met stuntmateriaal binnen de context van het theater en live performance. Centraal staat de vraag op welke manier het lichaam de ruimte transformeert.
Post Neon

Post Neon

Post Neon is een multimedia ontwerpstudio opgericht door Jim Brady en Vito Boeckx. Beiden zijn in 2018 afgestudeerd aan de bacheloropleiding Man and Communication van de Design Academy Eindhoven. De studio richt zich op het ontwikkelen van digitale ervaringen, installaties en video's. In hun praktijk onderzoekt het duo alternatieve realiteiten, fysieke en niet-fysieke ruimtes met als doel de digitale scheiding tussen maker en beschouwer te doorbreken. Komend jaar willen de ontwerpers hun positie als 3D content specialisten versterken en hun onderzoek naar de toepassing van creatieve technologie voortzetten. Ze gaan projecten ontwikkelen op het gebied van 'Virtual Content for News', 'Virtual Textiles', 'Data' en 'Future Interfaces'. Voor het eerste project, dat zich focust op het integreren van Augmented Reality in meer traditionele media, beoogt Post Neon een samenwerking op te zetten met ofwel NRC Handelsblad, Volkskrant of Vice. Daarnaast gaat het duo samen met bestaande partners, als Innovation Space Eindhoven, Impakt Festival en de Effenaar een installatie bouwen. De grondslag voor de installatie is een onderzoek naar hoe technologie ons gedrag en waarnemingen beïnvloeden. Middels fysieke interacties, zoals handgebaren kan het publiek de augmented realtity manipuleren. Tot slot betrekken de ontwerpers verschillende mentoren op het gebied van professionalisering bij hun ontwikkeling, zoals presentatrice Isolde Hallensleben, die Post Neon begeleidt in het versterken van hun communicatievaardigheden.
Rosita Kær

Rosita Kær

Ontwerper, verzamelaar en onderzoeker Rosita Kær is in 2018 afgestudeerd aan het DesignLab van de Rietveld Academie. Haar interdisciplinaire praktijk zoekt de grenzen op van het ontwerpveld, van textiel, keramiek en ruimtelijk ontwerp tot archeologie en museologie. Komend jaar wil Kaer haar ontwerpmethodiek, waarin ze intuïtie verbindt met analyse, verder verdiepen. Als uitgangspunt neemt ze de textielverzameling van haar grootmoeder die in 2018 is verkocht en daardoor uit elkaar is gevallen. Wat betekent het wanneer de verzamelaar of collectie verdwijnt en welke creatieve potentie heeft dit? Kær gaat voor haar onderzoek in gesprek met verschillende professionals uit uiteenlopende disciplines, variërend van conservatoren, archiefbeheerders tot kunstenaars. De uitkomsten presenteert zij in een tweedelige tentoonstelling die gepaard gaat met een publicatie.
Sae Honda

Sae Honda

Ontwerper Sae Honda is in 2016 afgestudeerd aan de sieradenafdeling van de Gerrit Rietveld Academie met een Bachelor in Art & Design. Haar interdisciplinaire praktijk richt zich op sieraden, objecten, installaties en print, waaronder publicaties. Als sierraadontwerper gaat het Honda niet zozeer om het bewerken van zeldzame of kostbare materialen, maar om de intrinsieke waarde die ontstaat wanneer een materiaal met aandacht wordt behandeld. Ze positioneert zich zodoende als een soort hedendaagse archeoloog die middels semi-fictieve verhalen onze huidige waardesystemen ondervraagt. In het ontwikkelplan staat haar onderzoek naar artificiële materialen met een natuurlijk uiterlijk centraal. Dit krijgt vorm in twee projecten 'Parallel Botany' en 'Faux Pearl'. Voor het eerste project gaat Honda onder andere studiebezoeken doen in Chinese fabrieken nabij de Parel Rivier in de provincie Guangdong. Hier bevinden zich veel fabrieken waar artificiële planten worden geproduceerd. Voor het tweede project reist ze af naar Osaka, Japan. Hier gaat ze een fabriek bezoeken waar imitatieparels worden ontwikkeld. Tot slot gaat Honda aandacht besteden aan haar ondernemerschap. Voor het opzetten van een sieradenlabel vraagt Honda expertise bij consultants waaronder Jantje Fleischhut, Sarah Mesritz en Linda Beumer Ze beoogt de resultaten van haar ontwikkeljaar te presenteren in Gallery Doux Poison (Tokyo) en de Dutch Design Week 2020 in Eindhoven.
Said Kinos

Said Kinos

Said Kinos is grafisch vormgever en street-art kunstenaar. Kinos maakt in zijn ontwerppraktijk veel gebruik van collage-, schilder- en assemblagetechnieken. De afgelopen jaren heeft Kinos zich commercieel kunnen ontwikkelen in de street-art scene met opdrachten in Londen, Denver, Los Angeles en Guangzhou. Met behulp van de beurs talentontwikkeling wil Kinos zijn praktijk inhoudelijk verder ontwikkelen. Door middel van een werkbezoek bij Felipe Pantone beoogt Kinos zijn kennis met betrekking tot VR, AR en 3D videomapping te verdiepen. Deze vormen van media gaan Kinos helpen om zijn bestaande praktijk een extra dimensie te geven. Kinos beoogt met deze bijkomende vaardigheden interactieve installaties te gaan maken. Deze installaties zullen worden gepresenteerd tijdens Typograffic Circle 2020 en POWWOW!
Seokyung Kim

Seokyung Kim

Seokyung Kim heeft in 2018 haar bacheloropleiding Man and Communication aan de Design Academy Eindhoven afgerond. Zij is geïnteresseerd in hoe gereedschappen en machines ons denken beperken, maar ook onze creativiteit en verbeeldingskracht kunnen versterken. Hierbinnen richt ze zich op algoritmen die menselijke taal gebruiken, zoals machinevertalingen, stemherkenning en automatische correctie. Komend jaar ontwikkelt Kim het project 'Alternative of Alternative Literature', een vervolg op haar afstudeerproject 'The Trace of Sorrow', een dichtbundel over verdriet gemaakt door een algoritme. 'Alternative of Alternative Literature' is geïnspireerd op literaire werken van de Poolse science fiction schrijver Stanislaw Lem (1921-2006). Het project is een samenwerking tussen 'menselijke' schrijvers en machine-algoritmen (Natural language processing algorithm). Kim ontwerpt een systeem waarin de twee entiteiten met elkaar kunnen communiceren om zo de relatie tussen mens en machine bloot te leggen. De uitkomst van het project beperkt zich niet tot tekst. Dit geeft Kim de mogelijkheid grafisch te experimenteren. De ontwerper laat zich adviseren specialisten in algoritmen en graphic design, waaronder Ryan Pescatore Frisk en tekstschrijver Martin Rombouts. De uitkomsten worden gepubliceerd via editorials en een webplatform. Daarnaast organiseert Kim workshops met het publiek om het proces te delen.
Sissel Marie Tonn

Sissel Marie Tonn

Kunstenaar Sissel Marie Tonn-Petersen behaalde in 2015 haar Master in Artistic Research aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunst Den Haag. Haar interdisciplinaire praktijk beweegt zich tussen artistiek en ontwerpend onderzoek, participatie, events en educatie. Ze is geïnteresseerd in de complexe manieren waarop wij als mensen ons verhouden tot onze omgeving en bestudeerd deze relaties vanuit verschillende perspectieven. Komend jaar richt Tonn-Petersen zich op drie projecten, waarin ze subjectieve ervaringen van door de mens veroorzaakte ecologische verstoringen wil overbrengen op een publiek. Middels de projecten beoogt ze haar methodiek verder te ontwikkelen. Hiernaast is Tonn-Petersen van plan om haar praktijk beter te positioneren binnen de ontwerpsector en deze verder te professionaliseren. Hiervoor gaat zij onder andere een mentorschap aan met Jan Boelen. Daarnaast schakelt zij een producent in die haar begeleidt in het versterken van haar professionele strategie.
Suk Go

Suk Go

Suk Go heeft de Master Information Design in 2018 behaald aan de Design Academy in Eindhoven. Voor haar afstudeerproject heeft zij onderzoek gedaan naar het verbeelden van geluidsinformatie en data met behulp van digitale media, zoals video, infographics, Arduino en algoritmes. Door Koreaanse volksmuziek te visualiseren via deze moderne technieken, maakt zij oude tradities relevant voor huidige generaties, maar ook andere culturen. In haar ontwikkelplan concentreert Go zich op de toepassing van deze methodiek op traditionele Nederlandse volksmuziek. Tegelijkertijd wil zij het onderzoek naar Koreaanse muziek voortzetten. Het plan is verdeeld in drie fasen: 1. De verdieping van de visualisatie van traditionele Koreaanse muziek 2. De toepassing op de Nederlandse cultuur 3. De modernisering van traditie en het delen van cultuur. Hiermee wil ze haar methodologie verder ontwikkelen en op basis van algoritmen onderzoeken of die ook toepasbaar is op andere traditionele muziek. Voor het project gaat Go samenwerken met Nederlandse muzikanten Samuel Vriezen en Cynthia Van Eijden en het Platform Nederlandse Folklore. Uiteindelijk wil ze samen met dit platform de eindresultaten presenteren in Nederland en Zuid-Korea.
Telemagic

Telemagic

Cyanne van den Houten, Roos Groothuizen en Ymer Kneijnsberg vormen samen het 'art-meets-technology' collectief Telemagic. Van den Houten en Groothuizen zijn in 2017 afgestudeerd aan de masteropleiding Design van het Sandberg Instituut in Amsterdam. Kneijnsberg behaalde in 2015 zijn bachelordiploma Grafisch Ontwerp aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Telemagic omschrijft zichzelf als een open media-lab, waarin zij samen met andere makers, manifestaties, kunstinterventies en tools ontwikkelen die de mysteries rondom hedendaagse media en technologie in kaart brengen en ontmantelen. Komend jaar wil het collectief hun werkconcept verder uitwerken en structureren. Ook het lab toegankelijker maken in fysieke en digitale vorm staat op de agenda. Hiervoor zetten ze twee projecten op: '1 Euro Cinema', een cineastisch orakel dat willekeurig een film kiest na het inwerpen van een euro en 'Concert in A.I. / AlgoRhytmics', een concert op basis van een zelflerend algoritme dat in staat is muzikale harmonieën te componeren en dirigeren. Hiernaast doen ze onderzoek naar een A.I. muzieklabel, een autonoom platform waar Telemagic artificiële intelligentie, muzikanten en filmmakers bijeenbrengt onder de noemer: 'Wat is het label van de toekomst?'.
Tereza Rullerová

Tereza Rullerová

Tereza Rullerová behaalde in 2018 haar Master aan de Design Department van het Sandberg Instituut. Met een achtergrond in kunst en grafisch ontwerp, richt ze zich op 'performative design', een praktijk waarin verbeelding, speelsheid, actie, 'eventness' (locatie en tijd specifiek) en ontwerp (object en oppervlak) samenkomt. Komend jaar focust Rullerová zich op de ontwikkeling van conceptuele en praktische vaardigheden die haar individuele projecten overstijgen. Dit doet ze langs vier lijnen: 1. 'Sonificatie', hierin leert de ontwerper hoe ze haar eigen geluiden kan produceren in samenwerking met geluidskunstenaar B. J. Nilsen. Dit traject krijgt onder andere uiting in een installatie voor Tetem. 2. 'Connecting with Commercial Mechanisms', hierin richt ze zich op het beter positioneren van haar praktijk, in het bijzonder in een meer commerciële context. Binnen deze lijn werkt Rullerová samen met Vlisco. Voor hen ontwikkelt ze een workshop voor jonge ontwerpers uit Abidjan (Ivoorkust). Hierin wordt Rullerová begeleid door ontwerper Annelys de Vet. 3. 'Investigating Underrepresented Perspectives', een studiereis naar de oostkust van Amerika, om beter grip te krijgen op Eurocentrische perspectieven en hoe technologische/maatschappelijke kaders gedrag beïnvloeden. Ze gaat hier verschillende theoretici en specialisten op het gebied van social design ontmoeten, zoals kunstenaar Chino Amobi, programmeur Lauren McCarthy en ontwerper Myra Margolin. Een mogelijke presentatieplek van de bevindingen is een panel tijdens Sonic Acts Academy in 2020. 4. 'Experimenting and Prototyping', hierin gaat Rullerová een performatieve design toolkit ontwikkelen en experimenteren met game design, publieksparticipatie en interactie. Resultaten worden getoond in het Nieuwe Instituut en Design Museum London (onder voorbehoud).
Thorwald ter Kulve

Thorwald ter Kulve

Thorwald ter Kulve ronde in 2015 de Master Design Products af aan de Royal College of Art. Daarvoor volgde hij een bacheloropleiding aan Artez, eveneens gericht op product design. Ter Kulve heeft als ontwerper inmiddels een praktijk opgebouwd in Londen. In zijn ontwikkelplan beschrijft hij de wens om met zijn ontwerpen een breder, geëngageerd publiek te bereiken. Ter Kulve kijkt daarbij kritisch naar het gebruik en invulling van de openbare ruimte in stedelijke omgevingen. Daarbij zoekt hij in het ontwikkelplan ruimte voor artistieke ontwikkeling en intellectueel verdieping van zijn praktijk om zodoende tot een meer gebalanceerd portfolio te komen. De aanvrager wil het ontwikkeltraject benutten voor het uitvoeren van een aantal publieke interventies. Als voorbeeld noemt hij de ontwikkeling van 'The Augmented Refraction Device' (ARD); een machine die de energie van de zon oogst en een plas regenwater in een regenboog veranderd. Hij stelt zich daarbij de vraag: 'Kan ik een object ontwerpen waarmee ik mensen met verschillende culturele achtergronden en opvattingen kan verbinden?'
Tijs Gilde

Tijs Gilde

Tijs Gilde ontving in 2015 zijn masterdiploma Man & Activity van de Design Academy in Eindhoven. In de omschrijving van zijn ontwerpmethodiek staat Gilde stil bij het experiment dat hij opzoekt door materialen in een nieuwe, vreemde context te plaatsen. Zo benaderde Gilde aluminium jaloezieën als een vorm van textiel en paste hij siergrindtechnieken uit de vloerindustrie toe op ruimtelijke objecten. In het ontwikkelplan gaat Gilde dieper in op het project 'Cored'. Het project draait om het gebruik van technieken en materialen uit de textielindustrie, die een symbiose aangaan met constructieve materialen. Hierbij wordt de kern van een touw vervangen door een ander materiaal zoals hout of metaal. In het project wordt nauw samengewerkt met de industrie wat zal resulteren in een collectie meubelen die op de Salone del Mobile worden gepresenteerd. Naast het project 'Cored' staat een residency gepland in Taiwan waar Gilde een duurzaam alternatief wil ontwikkelen voor het gebruik van epoxy in zijn werk.
Tomo Kihara

Tomo Kihara

Tomo Kihara behaalde in 2018 zijn Master Design for Interaction aan de TU Delft. Zijn bacheloropleiding volgde hij aan de Keio University in Tokio. Kihara is gestart met een eigen praktijk als ontwerper en is als freelance researcher verbonden aan De Waag in Amsterdam. De ontwerper karakteriseert zijn projecten als 'playful interventions' en begeeft zich met zijn werk op het snijvlak van game- en social design. In zijn projectplan omschrijft Kihara twee onderwerpen waarnaar hij onderzoek wil doen. Het eerste is het stimuleren van het doneren van geld. Hiervoor ontwikkelt de aanvrager verschillende proof of concepts op basis van game principes. Ook werkt Kihara aan een nieuwe versie in de vorm van een toolkit, van zijn project 'Street Debater'. Het tweede onderwerp is het bevragen van algoritmisch bepaalde keuzes door machines. In samenwerking met het AI Culture Lab van De Waag wordt een project opgezet onder de naam 'Discrimination Machines' dat de verborgen biases van AI systemen onthult. Het onderzoek krijgt vorm in een installatie. Voor de presentatie wordt gekeken naar Ars Electronica en de Dutch Design Week.
Ward Goes

Ward Goes

Ward Goes is afgestudeerd aan de Design Academy in Eindhoven in de richting Man and Communication en heeft in 2016 zijn Master Culturele Antropologie behaald aan de Universiteit Utrecht. Komend jaar richt hij zich op het inbedden van zijn praktijk in het vakgebied tussen ontwerp en journalistiek. Dit doet Goes aan de hand van het thema 'objectiviteitsregimes in de journalistiek en het publieke debat'. Het thema raakt aan verschillende kwesties die spelen in de hedendaagse journalistiek, zoals de rol van (sociale) media in beeldvorming, evenwichtige verslaggeving en de veranderende definitie van feitelijkheid. Binnen drie parallelle trajecten gaat hij hiermee aan slag: 1. Veldwerk. Hierin staat de ontwikkeling van methodiek en concept centraal. Zijn adviseur in dit traject is Tamar Shafrir. Ook gaat hij samenwerken met drie ontwerpers, waaronder Irene Stracuzzi. 2. Dialoog. Hierin focust Goes zich op professionalisering en dialoog. Hij gaat twaalf gesprekken voeren met gevestigde ontwerpers, typografen, onderzoekers en curatoren met als doel zijn praktijk sterker te positioneren. Hij wordt hierin geadviseerd door Isolde Hallensleben. 3. Rapportage. Dit traject is gericht op zichtbaarheid. Hierin worden de resultaten van de twee eerdere trajecten ontsloten in een presentatie en publicatie. Adviseur hierbij is onder andere Freek Lomme, directeur van Onomatopee.
Yavez Anthonio

Yavez Anthonio

Yavez Anthonio is fotograaf en regisseur. Met behulp van beeld wil hij verhalen vertellen van minderheden die relevant, origineel en waardevol zijn. Na het behalen van een Bachelor in Advertising aan de Willem de Kooning Academie, is Anthonio zich gaan richten op fotograferen en regisseren voor verschillende merken en magazines. Nu wil hij zijn vrije werk verder ontwikkelen en zijn praktijk professionaliseren. In zijn ontwikkelplan staat het project 'Rivers of January' centraal. Hiervoor gaat Anthonio de jongerencultuur in Rio de Janeiro vastleggen en documenteren. Een stad die volgens hem in het huidige politieke klimaat veel problemen, maar ook veel mooie kanten kent. Hij wil verschillende workshops gaan volgen om zijn technische vaardigheden verder te ontwikkelen. De resultaten van 'Rivers of January' worden gepresenteerd tijdens tentoonstellingen in Rio de Janeiro en São Paulo.
Anouk Beckers

Anouk Beckers

Anouk Beckers behaalde in 2017 haar Bachelor Art & Design, richting Textiel aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. In haar werk bevraagt ze de waarden van het huidige systeem van fast fashion. Anouk neemt een kritische houding aan ten opzichte van het huidige consumptiesysteem, duurzaamheid en samenwerking binnen mode. Garment Collective en zijn twee projecten die Anouk in haar ontwikkelplan beschrijft en gebruikt om haar methodiek en onderzoek aan te scherpen. Binnen Garment Collective nodigt Anouk verschillende makers uit om een samenwerking aan te gaan. Het doel is als collectief een serie kledingstukken te ontwerpen. Ook dient het project als online en offline ontmoetingsplek om derden bij het onderzoek te betrekken. [shopwearables is een te ontwikkelen webshop/galerie. In deze projecten neemt Anouk continu andere rollen (curator, maker, onderzoeker, mediator) aan, om zo verscheidene vaardigheden te ontwikkelen zoals leiding geven, cureren en conceptueel denken.
Arvid & Marie

Arvid & Marie

Marie Caye behaalde haar Bachelor Design in 2017 op de Design Academy en Arvid Jense zijn Master Industrial Design in 2015 aan TU Eindhoven en Twente. Ze studeerden beiden in Eindhoven en samen vormen ze ontwerpstudio Arvid & Marie. Hun praktijk richt zich op ontwerp voor 'non-humans'. De ontwerpers stellen vragen als 'wat definieert een levend ding' en 'leven er al artificiële wezens in onze maatschappij?'. Komend jaar willen ze hun praktijk verder verdiepen, verstevigen en verspreiden via nieuwe projecten, waaronder 'Augmented Organisms', een onderzoek naar het idee van menselijk leven en kunstmatig leven. Binnen dit project worden drie nieuwe werken ontwikkeld vanuit verschillende samenwerkingen met Wageningen University & Research, de Guangzhou triënnale en hightechbedrijven in China. Ze sluiten het jaar af met een tentoonstelling over post-human design.
Atelier Tomas Dirrix

Atelier Tomas Dirrix

Tomas Dirrix studeerde in 2014 af aan de masteropleiding Architectuur van de TU Delft. In zijn afstudeerwerk stond het ontwikkelen van een ontwerpmethode die uitgaat van architectonische condities centraal. De ontwerpmethode neemt de uitersten van de oorsprong van architectuur, zoals binnen/ buiten, natuur/cultuur, orde/chaos, als uitgangspunt voor het maken van ruimtes. Komend jaar wil Dirrix deze methodiek vertalen naar een eigen ontwerptaal. Aan de hand hiervan gaat hij op zoek naar nieuwe organisatievormen, relaties en processen als basis voor een mogelijk nieuwe architectuur. Dirrix is van plan om samen te werken met andere disciplines om zo zich nieuwe vaardigheden en maaktechnieken eigen te maken. Door middel van ontwerpend onderzoek wil hij vervolgens inzicht verkrijgen in de mogelijkheden van verschillende type (bouw)materiaal en verwerking- en bewerkingsmethodes. Dirrix wil zijn proces en werk presenteren via social media en een publicatie.
Bastiaan de Nennie

Bastiaan de Nennie

Bastiaan de Nennie studeerde in 2015 af aan de bachelor Man & Identity van de Design Academy in Eindhoven. De Nennie is bezig met het ontwikkelen van zijn eigen werkmethodiek en werk- en productielocatie dat hij de 'Phygital Plant' noemt. De Nennie wil het ontwerpproces omdraaien door te beginnen bij een product en van daaruit een idee te vormen. Dit doet hij door bestaande objecten met een 3D-scanner te digitaliseren en vervolgens weer door te ontwerpen tot een nieuwe vorm, welke geprint wordt. In het komende jaar wil de ontwerper deze methodiek professionaliseren en door nieuw werk te maken zijn artistieke signatuur verstevigen. Het nieuwe werk wordt gepresenteerd in een overzichtstentoonstelling.
Daria Kiseleva

Daria Kiseleva

Daria Kiseleva behaalde in 2014 een Mastergraad aan de Werkplaats Typografie (ArtEZ Arnhem). Met haar praktijk begeeft Daria Kiseleva zich op het snijvlak van grafisch ontwerp, kunst, technologie en popcultuur. Ze onderzoekt de verborgen mechanismen die via digitale technologieën en machtsstructuren een nieuwe realiteit vormen. Het digitale beeld, de productie en manipulatie, staan hierbij centraal. Het komende jaar is gericht op de ontwikkeling van drie projecten: 'MIND'S EYE, een essay in tekst en beeld over de verschillende betekenissen van 'vision'; 'HIDE-N-SEEK', een experimentele film met origineel en gevonden materiaal over de combinatie van CCTV en achterliggende algoritmes; en 'NO MAN'S LAND, SKY, OCEAN. THIRD NATURE', een onderzoek naar de onzichtbare grenzen tussen de virtuele en de fysieke wereld.
Darien Brito

Darien Brito

Darien Brito studeerde in 2016 af aan de master Sonologie van de KABK in Den Haag na het volgen van een bacheloropleiding muziekcompositie aan dezelfde academie. In zijn werk zoekt hij naar verbindingen tussen geluid op nanoniveau en beeld dat juist een grote ruimte kan vullen. Om een verdiepende laag aan te brengen in zijn werk focust Brito zich in zijn ontwikkelplan op deep learning, waarbij computers regels en gedrag herkennen om hier verder op te variëren. Het doel van de nieuwe werken van Brito zijn composities in beeld en geluid die niet door een mens gemaakt of in ieder geval geïmproviseerd zouden kunnen worden. Om dit te ontwikkelen werkt hij samen met kunstenaars en choreografen aan een stuk dat in première zal gaan op het Holland Festival 2019 en een full-dome presentatie dat tevens in 2019 wordt gepresenteerd.
Elvis Wesley

Elvis Wesley

Wesley de Boer studeerde in 2016 af aan de bachelor Man & Identity van de Design Academy in Eindhoven. Zijn afstudeerproject was de 'geboorte' van Elvis Wesley: een fictioneel karakter gebaseerd op iconen uit strips en de popcultuur, die als personage centraal staat in de artistieke praktijk van De Boer. De ontwerper stelt dat door het werken vanuit een narratief en persona in plaats van een materiaal of techniek het eindproduct vrijer wordt. In zijn ontwikkeljaar wil De Boer werken aan 'Part 2' van het persona: een collectie objecten en installaties waarbij producten, ruimtelijke installaties, animaties en digitale toepassingen samenkomen.
Gino Anthonisse

Gino Anthonisse

Gino Anthonisse studeerde in 2014 af aan de Mode en Textielopleiding van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunst te Den Haag (KABK). Anthonisse richt zich als kledingontwerper op de rol van mode binnen onze huidige maatschappij en zijn positie hierin. Voor Anthonisse is mode meer dan alleen kleding, want volgens hem gaat het om een beleving. Hij ontdoet kleding vaak van zijn functie en zoekt daarbinnen naar nieuwe combinaties van klassieke kledingstukken, etnische elementen en diverse materialen en technieken. Hij heeft zich het afgelopen jaar voornamelijk beziggehouden met het collectief Das Leben am Haverkamp. Het komende jaar wil hij zich vooral richten op zijn persoonlijke professionalisering. Anthonisse gaat experimenteren met “levende collage installaties” waarbij performance, kleding, fotografie en geluid samenkomen tot sculpturale vormen.
Irene Stracuzzi

Irene Stracuzzi

In 2017 behaalde grafisch ontwerper Irene Stracuzzi haar masterdiploma Information Design aan de Design Academie Eindhoven. Stracuzzi richt zich op het ontwikkelen van projecten die complexe wetenschappelijke informatie en data op esthetische wijze begrijpelijk maken voor een breed publiek. Voor haar afstudeerproject 'THE LEGAL STATUS OF ICE', deed Stracuzzi onderzoek naar klimaatverandering en de gevolgen hiervan voor het arctisch gebied. Komend jaar gaat Stracuzzi zich verder verdiepen in wetenschappelijke data omtrent klimaatverandering en manieren onderzoeken om deze op toegankelijke wijze te visualiseren en ontsluiten. De grafisch ontwerper wil zich laten adviseren door diverse professionals, waaronder milieuonderzoeker Frits Steenhuisen en journalist Gert Staal. Ook gaat ze in gesprek met kunstenaars en ontwerpers die zich met vergelijkbare thema's bezighouden, zoals Femke Herregraven, Esther Kokmeijer, Studio Folder en Offshore Studio.
Job van den Berg

Job van den Berg

Job van den Berg heeft in 2015 zijn Bachelor Vormgeving behaald aan de Design Academy Eindhoven. Van den Berg is een meubel-product ontwerper met een bijzondere interesse voor onderzoek naar materialen en industriële-maakprocessen. Hiervan uitgaande wil hij de bestaande grenzen van materialen en hun bewerkingsprocessen opzoeken en verleggen. Hij werkt direct samen met de industrie en ontwikkelt producten van begin tot einde. Dit wil hij vervolgens tastbaar en toegankelijk maken voor een breed publiek via presentaties. De projecten waar hij zich het komende jaar op richt zijn: Metal Skins, Glasslab en O-Series. Daarnaast onderzoekt hij de mogelijkheden van het opzetten van een design label, gaat hij samenwerken met verschillende partijen uit de industrie en wil hij een meditatiecursus volgen.
Johanna

Johanna

Johanna Ehde studeerde in 2016 af aan de bachelor Graphic Design van de Rietveld Academie in Amsterdam. Haar praktijk focust zich op de principes van werk en 'ageism' (leeftijdsdiscriminatie). Eerder ontwikkelde ze het project Lady Taxi, waarin zij de genoemde principes onderzocht middels interacties tijdens taxiritten met (oudere) vrouwen. Het komende jaar wil de ontwerper praktische kennis opdoen over hoe een levenslange grafische ontwerppraktijk kan worden ontwikkeld en onderhouden. Hierbinnen houdt ze rekening met de problematiek van leeftijdsdiscriminatie, seksisme en de gezondheid van vrouwen. Ze verdeelt haar project aan de hand van drie hoofdstukken (beeldcultuur, samenwerking en type ontwerp) van waaruit ze haar strategieën ontwikkelt. De uitkomsten van haar onderzoek publiceert ze online (website) en offline (expositie).
Jung-Lee Type Foundry

Jung-Lee Type Foundry

Jungmyung Lee behaalde in 2015 een Mastergraad aan de Werkplaats Typografie (ArTEZ Arnhem). De typograaf is gefascineerd door 'Object-oriented Ontology' en stelt dat elk lettertype een eigen identiteit en karakter heeft. Haar praktijk richt zich dan ook op het onderzoeken van lettervormen, hun materialiteit en emoties, en hoe deze zich verhouden tot geschreven tekst. Komend jaar wil Lee een aantal projecten ontwikkelen, waaronder: 1. 'Power of Literature that Eyes Can See', een onderzoek naar de relatie tussen de constructie van een prozagedicht en de grafische representatie van de tekst; 2. 'Real Time Realist', (R-T R), een experimenteel magazine, waarin de typografie en methodiek van Jung-Lee Type Foundry centraal staat. Voor de ontwikkeling van het magazine werkt Jung Lee samen met Karel Martens en Lieven Lahaye; 3. Een tentoonstelling, waarin de ervaring van het lezen van een boek, fysiek wordt gemaakt.
Knetterijs

Knetterijs

Studio Knetterijs is een collectief van negen illustratoren (Douwe Dijkstra, Jan Hamstra, Maarten Huizing, Jaime Jacob, Anne Margot Stapert, Tsjisse Talsma, Senne Trip, Megan de Vos, Kalle Wolters) die in 2016 hun bachelor Illustratie & Animatie hebben behaald aan de Academie Minerva in Groningen. Komend jaar wil het collectief haar samenwerking verder ontwikkelen, het traditionele format van de zine ondervragen en de potentie van het beeldverhaal nader onderzoeken. Is het mogelijk om de zine uit de context van een boek te trekken? Het collectief is van plan om elke vier maanden een nieuwe editie te lanceren. Middels de publieke presentaties wil Knetterijs haar netwerk uitbreiden, zichtbaarheid creëren voor het collectief en voor illustratie in het algemeen.
Kostas Lambridis

Kostas Lambridis

Kostas Lambridis behaalde in 2017 zijn master aan de Design Academy Eindhoven in de richting Contextual Design. Voor zijn afstudeerproject maakte Lambridis 'Elemental Cabinet'. Dit werk is gebaseerd op het ontwerp van de 18e-eeuwse 'Badminton Cabinet' en is een non-hiërarchische mix van productietechnieken en materialen, waaronder brons, keramiek, borduurwerk, maar ook een gesmolten oude plastic stoel. Het traject omvat een onderzoeks- en productiefase, die nauw met elkaar zijn verbonden. Komend jaar wil Lambridis het project uitbreiden met vier nieuwe objecten. Het traject behelst een onderzoek, analyse, conceptualisatie en ten slotte productie en vindt plaats in samenwerking met het Rijksmuseum. Ter professionalisering is Lambridis van plan een cursus glasblazen te volgen, mentorlessen te organiseren en gaat hij verschillende Europese musea bezoeken. Het onderzoek en project wordt gepresenteerd op verschillende plekken, waaronder de Salone del Mobile en mogelijk Design Basel in samenwerking met Carpenters Workshop Gallery.
Lena Knappers

Lena Knappers

Lena Knappers behaalde in 2017 haar masters-diploma Urbanism aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Aan deze opleiding behaalde zij ook haar bachelor. In haar werk staan complexe stedelijke vraagstukken die vragen om een integrale en strategische ontwerpbenadering centraal. In het afstudeerwerk 'Rethinking the Absorption Capacity of Urban Space' ontwikkelde Knappers stedenbouwkundige strategieën rond de voormalige Penitentiaire Inrichting Amsterdam Over-Amstel, om migranten op een duurzame wijze in de maatschappij op te nemen. In haar ontwikkelplan omschrijft de architect een onderzoekproject waarin de reeds ontwikkelde methode wordt toegepast op Brussel en Athene. Voor deze steden maakt Knappers een comparatieve analyse en ontwerpt ze een aantal interventies. De uitkomsten worden vergeleken met de eerder behaalde resultaten in Amsterdam.
Manetta Berends

Manetta Berends

Manetta Berends studeerde in 2016 af aan de master Media & Communication Design van het Piet Zwart Instituut in Rotterdam, na het volgen van een bacheloropleiding Graphic Design aan de ArtEZ in Arnhem. In de praktijk van Berends staat het ontwerpen en programmeren met Free Libre Open Source Software, ook wel FLOSS, centraal. Deze software is open source maar mag ook aangepast worden door de gebruiker en vervolgens weer gedistribueerd worden. Berends kijkt als ontwerper en programmeur naar deze software en wil door het bijwonen en organiseren van bijeenkomsten over FLOSS bijdragen aan de gemeenschap. In het ontwikkelplan staan drie thema's centraal: inhoudelijke ontwikkeling van het werk, het versterken van organiserende kwaliteiten en profilering van de ontwerppraktijk.
Mirte van Duppen

Mirte van Duppen

Mirte van Duppen studeerde in 2015 af aan de master Graphic Design van het Sandberg Instituut in Amsterdam, na het volgen van een bacheloropleiding Design aan ArtEZ in Arnhem. In haar ontwikkelplan positioneert ze Nederland als de 'Silicon Valley van de landbouw', waar experiment en innovatie hoog op de agenda staat en de toekomst van de landbouw vorm krijgt. Dit uitgangspunt volgt zij dan ook in een reeks uitingen en artistieke onderzoeken, waaronder een documentaire. Samen met een interdisciplinair team, onder andere bestaande uit schrijvers Lotte Lentes en Grace Kyne-Lilley en sound designer Benedikt Wöppel, maakt ze installaties, prints, films, lezingen en organiseert ze publieke bijeenkomsten over de samenkomst van ontwerp en landbouw.
Munoz Munoz

Munoz Munoz

Lucas Muñoz Muñoz (Munoz Munoz) is in 2014 afgestudeerd aan de master Contextual Design van de Design Academie Eindhoven. In zijn praktijk richt de ontwerper zich op hoe objecten functioneren als dragers van sociale en culturele narratieven. Het afgelopen jaar heeft Munoz Munoz gewerkt aan een archief, waarin hij objecten, films, kaarten, data, foto's, documentatie en interviews heeft verzameld over raketten in de brede zin. Volgens Munoz Munoz heeft de raket grote invloed op gemeenschappen over de hele wereld door zijn semantische relatie met bijvoorbeeld spiritualiteit, ontheemding, hoop, angst, vieringen, economie, klimaat, macht, nieuwsgierigheid of vermaak. Komend jaar is Munoz Munoz van plan om dit archief te vertalen naar audiovisuele media. Het onderzoek krijgt onder andere vorm in acht documentairefilms die variëren in lengte, thema en locatie. Hiernaast gaat Munoz Munoz andere presentatievormen onderzoeken, zoals een publicatie, bijeenkomsten, webdocumentaire of tentoonstelling. De ontwerper is van plan samen te werken met Baltan Laboratories en regisseur Lorenzo Gerbi. Het project moet klaar zijn in 2019, de 50ste verjaardag van de eerste maanlanding.
NINAMOUNAH

NINAMOUNAH

Ninamounah Langestraat heeft in 2017 haar bachelor behaald in de richting Fashion Design aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Ninamounah is een modeontwerper die vanuit de biologie en antropologie mode als onderzoeksmethode gebruikt. Ninamounah wordt gedreven door een interesse in de mensheid en onderzoekt hoe de geklede mens wordt gevierd, maar ook onderdrukt als gevolg van cultuurhistorische structuren. In het komende jaar wil Ninamounah haar ontwerp- en productiepraktijk professionaliseren en hierbinnen op zoek naar milieuvriendelijk productie, zonder af te doen aan haar esthetiek. Ze wil verder haar merk presenteren aan een breder publiek dat onafhankelijk is van markt gestuurde investeerders en publieke financiering. Ze zal haar werk onder andere presenteren op de Paris Fashion Week.
Philip Vermeulen

Philip Vermeulen

Philip Vermeulen rondde in 2017 zijn Bachelor opleiding aan de ArtScience Interfaculty aan de KABK af. Met zijn afstudeerwerk 'Boem BOem' – een ritmisch instrument/installatie waarmee tennisballen met grote kracht worden afgeschoten op houten boxen –exposeerde hij op uiteenlopende festivals en podia in binnen- en buitenland. Het werk van Vermeulen is kinetisch en maakt geluid. Waar 'Boem BOem' een onderzoek betrof naar de lichamelijke ervaring van het sublieme richt Vermeulen zich het komende jaar op de 'extase', de totale overgave. Komend jaar werkt de maker aan de ontwikkeling van circa vijf nieuwe projecten volgens een vaste methodiek, waarbij veel aandacht uitgaat naar het leren kennen en bespelen van de installaties. Daarbij betrekt Vermeulen een groot aantal mentoren en adviseurs uit zijn netwerk.
Pim van Baarsen

Pim van Baarsen

Pim van Baarsen is in 2014 afgestudeerd in de richting Men en Activity aan de Design Academy in Eindhoven. In zijn praktijk focust de ontwerper op internationale ontwerpprojecten met een maatschappelijke impact. 'Holy Crap' is een systeem dat bewoners in India motiveert om afval te scheiden, 'Care Collection' is een lokaal geproduceerde en betaalbare ziekenhuiscollectie en 'Bottle-Up' maakt van lokaal afvalglas weer nieuwe producten voor toeristen. Komende jaar wil Van Baarsen zich richten op de professionalisering van zijn praktijk en organisatie. Hiernaast volgt hij verschillende cursussen om zich verder te ontwikkelen binnen 3d computer tekenen en Human Centered Design.
Studio Bernhard Lenger

Studio Bernhard Lenger

Bernhard Lenger is in 2016 afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven in de richting Man and Leisure. Als ontwerper richt hij zich op het verbinden van het ontwerpwereld met de wereld van internationale wetgeving, politiek en mensenrechten. Dit doet hij vanuit de overtuiging dat ontwerpers een positieve impact kunnen hebben op maatschappelijke opgaven en vanuit hun creatieve proces mogelijk systeemverandering teweeg kunnen brengen. Hij gaat het komende jaar een nieuwe ontwerpmethodologie ontwikkelen en zichzelf verder positioneren als een ontwerper die samenwerkt met overheidsinstellingen en andere organisaties. Hij wil zodoende ontwerp verder op de agenda te zetten. Ook gaat hij zijn studio en stichting We Are verder professionaliseren en vaardigheden opdoen ter voorbereiding op zijn veldonderzoek in Burundi, zoals een cursus European Policies en een training Physical Security.
Studio Koen Steger

Studio Koen Steger

Koen Steger behaalde in 2015 zijn bachelordiploma Scenografie aan de academie voor Theater en Dans van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. In zijn praktijk richt hij zich op het ontwerpen van ruimtes, installaties en objecten die de relatie tussen vorm, licht en de mens onderzoeken. Aankomend jaar is Steger is plan een nieuw prototype te ontwikkelen van zijn lichtinstallatie 'Hypnagogia' uit 2015. Met behulp van wetenschappelijke partners aan de VU Amsterdam (op het gebied van fysiologie) en Fontys Hogeschool (op het gebied van psychologie) gaat hij onderzoeken of 'Hypnagogia 2.0' middels het opwekken van alfagolven kan bijdragen aan het ontladen van stress en een creatievere omgeving. Hiernaast gaat hij samen met een lichttherapeut, componist Felipe Norienga en ontwerper Daniel de Bruin een instrument ontwikkelen, waarin licht als impuls gebruikt wordt om een ander proces in gang te zetten. Tijdens zijn ontwikkeljaar wil Steger Fleur Feij vragen voor zakelijke begeleiding en ontwerper Ruud-Jan Kokke voor advisering op artistiek gebied.
Teis De Greve

Teis De Greve

Teis de Greve studeerde in 2015 af aan de master Audiovisuele Kunsten van de LUCA School of Arts in Genk, Belgie, na het volgen van de bachelor Audiovisuele Kunsten aan de MAD faculteit in Genk. In zijn werk staat het zichtbaar maken onzichtbare technologie en het bevragen van technologie centraal. Deze thema's worden in het ontwikkelplan verder uitgediept. Het komende jaar wil De Greve de 'smart homes' als uitgangspunt nemen voor zowel theoretisch als toegepast onderzoek. Huishoudelijke apparaten en systemen die door middel van technologie het leven makkelijker moeten maken worden door De Greve onderzocht, ontworpen en/of aangepast. Hiervoor werkt hij soms samen met andere ontwerpers zoals Jesse Howard of met kennisinstellingen als Waag Society.
Vera de Pont

Vera de Pont

Vera de Pont studeerde in 2017 af aan de master Applied Arts van het Sandberg Instituut, na het behalen van een bachelor aan de Design Academy in Eindhoven. De Pont ontwerpt en maakt mode waarin herontwerp, customisation en on-demand productie centraal staat om zo een bijdrage te leveren aan een duurzamere mode-industrie. In haar ontwikkelplan legt De Pont zich toe op het ontwikkelen van een digitaal parametrisch designmodel dat 3D-visualisatie en gepersonaliseerde productie mogelijk moet maken. Onder de naam The Assembly Lab ontwikkelt de ontwerper software die toegankelijk is voor de eindgebruiker en die als output een digitaal bestand genereert dat als input kan dienen voor een 3D-printer of digitale borduurmachine. Het resultaat zal een kleine collectie van vijf jassen zijn, welke gemaakt zijn met behulp van de software en digitale productiemethoden.
Waèl el Allouche

Waèl el Allouche

Waèl el Allouche studeerde in 2018 af aan de master Design by Data van de Ecole Nationale des Ponts et Chaussees in Parijs, na het volgen van een bachelor Design aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. In zijn ontwikkelplan staan twee projecten centraal. Het eerste, 'Ways of Knowing', is een ontwerpend onderzoek waarin El Allouche zichtbaar wil maken welke informatie er 'in de cloud' wordt opgeslagen. Deze data wordt vertaald naar verschillende media. Hiervoor werkt hij onder andere samen met instituut V2 in Rotterdam. Daarnaast zoekt hij samenwerkingen op het gebied van architectuur en mode. Het tweede project, 'Orientalising Science', is een ontwerpend onderzoek dat start vanuit een autobiografische interesse en parallellen en verbindingen zoekt tussen Algerije en Nederland. Voor dit onderzoek wordt El Allouche bijgestaan door kunsthistoricus Robbie Schweiger.
Alice Wong
Alice Wong
Alice Wong

Alice Wong

Ben je getrouwd? Deze vraag kreeg Alice Wong dagelijks te horen toen ze in 2016 meerdere onderzoekstrips naar China ondernam voor het Amsterdamse ontwerpbureau Thonik. “Ik raakte geïnteresseerd in de benaming 'leftover women' (overgebleven vrouwen) die werd gebruikt voor ongetrouwde vrouwen in de 20,” legt ze uit. Dit zorgde voor een drijfveer voor haar nieuwe project waarin ze de maatschappelijke druk onderzocht die door de Chinese regering wordt uitgeoefend op ongetrouwde, opgeleide vrouwen.

“Vanwege het één-kind-beleid zijn er juist veel mannen 'over': overbodige mannen.” Wong legt uit dat veel alleenstaande mannen in een gemeenschap kan leiden tot chaos en dat de regering daarom druk uitoefent op vrouwen om met ze te trouwen. Voor het project Leftover Woman maakte Wong een interactieve website die een experiment is in niet-lineaire storytelling door een gegamificeerde film. De gebruiker speelt een jonge hoogopgeleide vrouw in China die een aantal beslissingen moet nemen waarbij de tegenstelling tussen individuele vrije wil en de collectieve wil van een samenleving een rol speelt.

Wong is geboren in Nederland en opgegroeid in Rotterdam en Hongkong. Door haar positie tussen de Westerse en Chinese cultuur in kan ze deze culturele incongruenties onderzoeken vanuit een kritisch maar mededogend perspectief. “Als je iets uitlegt in het Westen en dan aan mensen vraagt of ze het snappen, dan zeggen ze dat ze het begrijpen, maar ook of ze het er wel of niet mee eens zijn,” geeft ze aan. “In China zeggen mensen dat ze het niet begrijpen, terwijl ze bedoelen dat ze het er niet mee eens zijn. Dan komt het erop aan om mensen ertoe te bewegen om het ermee eens te zijn. Beide zijden kunnen iets leren van elkaar.” Zulke culturele eigenaardigheden zien we terug in de opbouw van verhalen.

“Verhalen geven vorm aan dingen die mensen geloven. Op hun eigen manier kunnen ze vorm geven aan samenlevingen en de ideologieën daarvan.” Wong zegt dat ze zichzelf ziet als een verhalenontwerpster, sinds ze in 2015 haar master in Information Design behaalde aan de Design Academy Eindhoven. Haar meervoudig onderscheiden afstudeerproject Reconstructing Reality was een zeer persoonlijk onderzoek naar de omstandigheden rondom de dood van haar vader. Dit bood een inkijkje in de manieren waarop families hun eigen verhalen voor het leven maken en hoe deze zowel bevrijdend als onderdrukkend kunnen zijn. Net als Leftover Women leunt de film op gevonden beelden, wat kenmerkend is voor haar werk.

“Er is tegenwoordig niets nieuws. Zelfs als ik een nieuwe video van de zee zou maken, hoe uniek of anders is die dan ten opzichte van wat ik kan vinden op Shutterstock?” vraagt Wong zich af. Tijdens de Dutch Design Week presenteert ze nieuw werk over de bijna mythische capriolen van Jack Ma, de CEO van Alibaba.com. “Voor mij is het interessanter om iets bestaands door andere ogen te bekijken, dat in een andere context te plaatsen, en vervolgens frictie te creëren en er nieuwe betekenis aan te geven.”

Tekst: Nadine Botha
Anne Geenen
Anne Geenen
Anne Geenen
Anne Geenen

Anne Geenen

Als partner bij het in Mumbai gevestigde architectuur- en ontwerpbureau Case Design heeft Anne Geenen projecten in landen als Indonesië, India en de Verenigde Arabische Emiraten ontworpen en begeleid. Ook is ze medeoprichter van Casegoods, een collectie van meubels, verlichting en objecten die oorspronkelijk voor architectonische projecten is ontwikkeld maar nu ook daarbuiten wordt verkocht. Anne's ontwerpen zijn altijd sterk verbonden met de plek waar wordt gebouwd. Zo wordt er veel met lokale materialen gewerkt, net als met traditionele technieken en detaillering, die altijd op hedendaagse wijze worden toegepast.

Ambachtslieden spelen een grote rol in haar praktijk, die stoelt op de overtuiging dat wanneer andere experts ruimte krijgen om hun deskundigheid en creativiteit aan een project toe te voegen, de uitkomsten van een hoger niveau zullen zijn. Door delen van een ontwerp pas later in het proces in te vullen nodigt ze vaklui, eindgebruikers en anderen uit voor een dialoog over de uitwerking. Keuzes voor materiaal, ruimtelijke inrichting en afwerking komen zo gaandeweg tot stand. Als architect presenteert ze vaak geen definitief ontwerp maar gebruikt ze schetsen, maquettes en mockups als gelegenheid tot gesprek en gedeeld eigenaarschap.

De sterke maakcultuur in India – gekenmerkt door een grote aanwezigheid van ambachtsmensen, een lage mate van standaardisering en de notie dat details zich geleidelijk kunnen uitkristalliseren – heeft haar werkwijze mogelijk gemaakt en versterkt. De mentaliteit van collectieve inspanning wordt toegepast op verschillende schalen: van productontwerp en tentoonstellingsvormgeving tot gebouwen en landschapsarchitectuur.

Na vijf jaar voornamelijk vanuit Mumbai te hebben gewerkt heeft Anne de ambitie om de door haar ontwikkelde werkwijze uit te breiden naar Nederland en Europa. In dit deel van de wereld gelden vaak andere bouwconventies dan in India maar relaties tussen verschillende professies kunnen volgens haar interessanter worden opgebouwd. Door bijvoorbeeld een onconventioneel materiaal als sloopafval te hergebruiken wordt een creatief gesprek tussen aannemer en architect geforceerd, zodat samen wordt nagedacht over ontwerp en detaillering. Ook onderzoekt Anne hoe bouwprocessen wat betreft samenwerking en materialen in een Europese context meer plaatsgebonden kunnen zijn. Presentatiemomenten op onder andere de Architectuurbiënnale van Venetië hebben geholpen op haar praktijk te reflecteren en deze te verduidelijken.

Tekst: Mark Minkjan
Camiel Fortgens
Camiel Fortgens
Camiel Fortgens
Camiel Fortgens

Camiel Fortgens

“Maar waarom dan?” Deze simpele vraag is voor modeontwerper Camiel Fortgens leidend. De vraag stellen leidt voor hem tot vernieuwing. Waarom is de norm zoals die is? Waarom ziet iets eruit zoals het eruit ziet? Om vervolgens van die standaard af te wijken.

Fortgens is niet opgeleid als modeontwerper, maar studeerde aan de Design Academy Eindhoven. Een ontwerpopleiding waar bij uitstek geleerd wordt om dingen zelf uit te vinden, trial & error, en open te staan voor toevalligheden en inspirerende 'fouten'. Het modevak heeft hij dus in de praktijk geleerd. Hij tekent en knipt niet patronen 'zoals het hoort', maar gebruikt onder andere tweedehands kleding als basis en 'boetseert' met kleren totdat er nieuwe vormen en ideeën ontstaan.

Voor zijn eerste collectie stuurde hij modellen gekleed in oversized, archetypische kleding de catwalk op, met als ondersteuning niets anders dan het geluid van voetstappen. Een kaal effect, makkelijk op te vatten als commentaar op de glitter en glamour van de modewereld. Het snelle en commerciële van mode staat Fortgens tegen. Evenals het schermen met duurzaamheid als PR-middel. Toch blijken de modeconventies niet zo makkelijk te doorbreken. De Fashion Weeks zijn nog altijd leidend voor de inkoop door winkels. En verantwoord produceren op kleine schaal is een grote uitdaging.

Inmiddels is Fortgens zes collecties verder. Nu er vraag is naar wat hij doet, voelt hij de ruimte om normen proberen te veranderen, meer te gaan dicteren. Als een Trojaans paard, van binnenuit. Voor zijn nieuwste collectie wil hij de grenzen van draagbaarheid en herkenbaarheid oprekken. Om zijn boodschap kracht bij te zetten, is Fortgens ook op zoek naar andere vormen van communicatie. Zo wil hij een fotoboek maken en zijn website een prominentere plek geven. Online is nog veel ruimte voor experiment en de mogelijkheid om zoveel mogelijk mensen bij zijn werk te betrekken.

Volgens Fortgens is het taboe anno 2018 'het echte'. De realiteit van zijn generatie ziet hij nauwelijks gereflecteerd in de beelden die de modeindustrie voorschotelt. Kleding is bij uitstek geschikt om de schijn op te houden en identiteit en omgangsvormen te bepalen. Meer nog dan het verduurzamen of verlangzamen van mode, wil Fortgens in zijn kleding een tijdsgeest vastleggen en een nieuw soort realisme aansnijden, als tegenreactie op al het 'fake'. In een wereld waarin er eigenlijk al genoeg kleding is, probeert hij een cultureel middel te zijn om vragen te stellen bij hoe we leven. En vooral: waarom dan?

Tekst: Victoria Anastasyadis
Carlijn Kingma
Carlijn Kingma
Carlijn Kingma
Carlijn Kingma

Carlijn Kingma

Tot in de twintigste eeuw werden maatschappelijke vergezichten regelmatig verbeeld, vaak met architectuur als expressie van idealen. In de afgelopen decennia lijkt de productie ervan te zijn stilgevallen. Carlijn Kingma is in dit voorstellingsvacuüm gestapt en heeft de kunst van het vergezicht tot haar praktijk gemaakt. Anders echter dan veel van de wervende techno-utopische of sterk politieke toekomstperspectieven uit de geschiedenis, zijn Carlijns overrompelende tekeningen beschouwend, genuanceerd en meerstemmig.

Om verhalen te vertellen over menselijke ambities, sociaal-politieke geschiedenissen en mogelijke toekomstscenario's gebruikt ze architectuur – waarin ze is afgestudeerd – als medium. De taal van de bouwkunst spreekt tot de verbeelding, waardoor het de metaforische kracht heeft om het verhaal van de mensheid te vertellen en ons denken over de toekomst aan te wakkeren. Anders dan gangbaar in de moderne beeldcultuur is architectuur in Carlijns werk geen eindbeeld met de pretentie van perfectie, maar een open suggestie naar een toekomst in wording. Haar cartografie van ideeën volgt paden uit de geschiedenis en extrapoleert ze naar mogelijke toekomstroutes.

De metersgrote tekeningen zijn complexe beeldkaarten die vaak meerdere werelden naast elkaar tonen om keuzes te verbeelden waarvoor de mensheid zich bevindt. De complexiteit van het werk zit niet alleen in het fijnmazige tekenwerk, maar ook in de gedachtewerelden die worden gerepresenteerd. De beelden nodigen de kijker uit erin te verdwalen en na te denken over de wenselijkheid van diverse sociaal-politieke manifestaties door zowel hun schoonheid als schaduwzijden te laten zien. Ze zijn een oproep ter verdieping, waarmee Carlijn mensen hoopt te enthousiasmeren voor grote en kleine verhalen uit verschillende culturen en tijden.

Voor de totstandkoming van de tekeningen werkt ze altijd samen met andere wetenschappers, architecten, kunstenaars of schrijvers. Hiermee voedt ze haar eigen onderzoek naar thema's als kapitalisme, religie en technologie en maakt ze voorstellingen van de ideeën van anderen. Bij een tekening verschijnt altijd een publicatie en een verkenningsvideo.

Momenteel ontwikkelt Carlijn aanvullende methodes om de uitgebeelde verhalen en werelden over te brengen. Ook wil ze haar publiek uitnodigen met haar en elkaar in gesprek te gaan. Hiervoor worden verschillende media ingezet, waaronder hoorspelen, performatieve situaties en presentaties waarin een deel van het onderzoek wordt ontsloten. Professioneel heeft ze haar praktijk verder gebracht door een ontwerper in te huren voor de vormgeving van dialogen rond haar werk.

Tekst: Mark Minkjan
Chen Jhen

Chen Jhen

Grafisch ontwerpers in Nederland proberen door middel van hun werk al meer dan 50 jaar lang de parameters van onderzoek, subjectiviteit en mediarepresentatie te verkennen. Jan van Toorn heeft hierin altijd een belangrijke rol gespeeld. Vandaag de dag is de Taiwanese designer Chen Jhen de belichaming van deze methode van kritische reflectie en experiment, waarbij zij fundamentele vragen stelt over hoe we plaatsen, mensen en dingen begrijpen. Is het mogelijk om een onbevooroordeelde indruk te krijgen van een stad ergens ver weg, in een tijd waarin we worden overspoeld door satellietkaarten en sociale media met geo-tagging? Wat betekent het eigenlijk om een gebeurtenis vast te leggen en hoe is dit proces anders naarmate iemand zich native of foreign voelt met betrekking tot de culturele context? Hoe is daarnaast de praktijk van hedendaags graphic design verweven met de idee van een persoonlijke identiteit en agenda?

Het afgelopen jaar, na het afronden van haar studie aan de Design Academy Eindhoven, onderzocht Jhen deze thema's. Ze bouwde hierbij verder op haar masterscriptie, waarin ze de Taiwanese identiteit, de synthetische cultuur en taal van Taiwan, en de iconografie van de voormalige leider Chiang Kai-shek onderzocht. Terugkijkend op dit project realiseerde ze zich dat haar zoektocht naar de factoren die Taiwan anders maken dan China zelf een politieke onderneming was geworden. Vorig jaar stelde ze zichzelf ten doel om naar een onbekende plaats te reizen en deze te bestuderen vanuit een onbevooroordeeld perspectief. Maar toch – en ondanks dat ze de stad nog nooit had bezocht – leken haar foto's en observaties van Jakarta een gevoel van snelheid, dichtheid en sociale ongelijkheid te hebben die Chen op passieve wijze via de media had meegekregen.

Jhens nieuwste werk vraagt zich af wat het betekent om een veel banaler onderwerp te observeren, namelijk iemand die zit te lunchen. Tijdens haar lunches op het werk in Nederland maakte Jhen bijna obsessief gedetailleerde notities over het gedrag van de personen tegenover haar, inclusief wat ze aten, in welke volgorde ze dat deden, hoe ze hun lichaam bewogen, hoe ze hun bestek vasthielden, hoe ze dingen op hun bord legden, wat ze niet opaten. Ze legde haar notities vast als een script dat de basis vormde voor een optreden door een Taiwanese acteur die, evenals Jhen, niet bekend was met Nederlandse eetgewoonten. Net als Poging tot uitputtende beschrijving van een plek in Parijs van Georges Perec onderzoekt het werk van Jhen de rol van de toeschouwer, de taal en de lezer bij het vastleggen van een complexe en zich ontvouwende realiteit in documentaire vorm.

Tekst: Tamar Shafrir
Daniel de Bruin
Daniel de Bruin
Daniel de Bruin
Daniel de Bruin

Daniel de Bruin

“Ik kan ze gebruiken. Ik kan ze slopen. Ik kan ze opnieuw bouwen. Instinctief bouw ik altijd machines.” Daniel de Bruin is (nog) geen filosoof, maar ondanks zijn oprechtheid – die van een man die met zijn handen creëert en denkt – laten de inzichten van zijn interactieve tentoonstellingsapparaten een diepgang zien die bij deze woorden past. Tot zijn werken behoren het eenvoudige Opal, wat in essentie een kinderspel is waarbij wordt gespeeld met jaloezieën om de fijne tactiliteit en onschuld van onze huiselijke omgeving op te roepen; het verontrustende j8d-001001-s (gemaakt in samenwerking met Jelle Mastenbroek), dat beschrijft hoe toezicht op iedere stap die we zetten een onderdeel is geworden van onze leefomgeving; en het uitgebreide Moniac, een analoge installatie die toeschouwers uitnodigt om deel te nemen aan een mechanisch financieel systeem om abstracte economie er begrijpelijker uit te laten zien. Het werk van De Bruin is onmiskenbaar dat van een diepzinnige denker, iemand die zichzelf uitdrukt door te sleutelen in plaats van door taal.

“Soms lijkt het alsof machines leven,” aldus de ontwerper, die heen en weer pendelt tussen Utrecht en Soesterberg. Het liefste gaat hij direct aan de slag met zijn stukken, in plaats van veel tijd te besteden aan plannen en onderzoek, zodat het proces de stuwende factor achter zijn creaties is. Hij rondde in 2015 een masteropleiding in Product Design af aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, maar hij ontdekte zijn creatieve inspiratie pas echt toen hij stage liep als modelmaker bij een architect. Om financiële systemen te begrijpen voor zijn stuk Moniac, heeft hij negen maanden onderzoek gedaan door te kijken naar YouTube-video's en te spreken met experts. Hij biecht echter op dat hij daar weinig plezier aan heeft beleefd.
De divergentie tussen ontwerper en ontwerpproces, die steeds groter is geworden door de toename van computergestuurd maken, vormde de inspiratie voor De Bruins analoge 3D-printer. Voor deze printer is daadwerkelijke fysieke input van de designer nodig. “Ik wilde een relatie met de machine hebben en niet simpel het daadwerkelijke maakproces aan het apparaat overdragen,” legt hij uit. De relatie tussen mens en machine heeft alleen invloed op de mens, maar De Bruin wilde onderzoeken of de machine ook kon worden beïnvloed door interactie met de mens. De Neurotransmitter 3000 is een eenpersoons achtbaan. De machine reageert op biometrische gegevens van de inzittende.

De Bruin geeft aan dat hij niet veel tijd heeft om met zijn eigen projecten bezig te zijn. Hij wordt voortdurend gevraagd door klanten variërend van musea en marketingbureaus tot andere designers. Een van zijn meest recente opdrachten, een nieuwe samenwerking met Maasenbroek, wordt tijdens de Dutch Design Week in het Eindhoven Museum gelanceerd. Op dit moment werkt hij echter aan een serie geavanceerde flipperkasten. Hij hoopt dat hij hier een echt productassortiment van kan maken.

“Het is een basisemotie,” zegt hij op zijn typische droogkomische manier als ik hem vraag om wat meer te vertellen over de humor waarmee zijn werk is doorspekt. “Het werkt voor veel mensen en het werkt voor mij. Ik houd er niet van om superserieuze dingen te doen.”

Tekst: Nadine Botha
Frank Kolkman
Frank Kolkman
Frank Kolkman
Frank Kolkman

Frank Kolkman

Terwijl nieuwe technologieën vrijwel alle aspecten van menselijk leven beïnvloeden, blijft de culturele conventie van tweedeling tussen mens en technologie, tussen analoog en digitaal, hardnekkig. In de praktijk van experimenteel ontwerper Frank Kolkman staan speculatieve werken centraal die de evolutie van mensen en technologie als verwoven proces tonen. Met zijn werk laat hij technologie nieuwe perspectieven verschaffen op de menselijke conditie en culturele normen.

Hoewel er tegenwoordig andere technologieën en nieuwe mogelijkheden bestaan, zit de belofte van technologie nog vast in twintigste-eeuwse sjablonen. Frank beoogt een inclusiever voorstellingsvermogen rond technologie, voorbij het nauwe idee van hyperefficiëntie en gestoeld op een diversiteit aan idealen en belevingen. Technologie is niet neutraal en kan niet alleen worden ontwikkeld vanuit de belevingswereld van welvarende witte mannen van middelbare leeftijd uit de Bay Area. Daarom probeert Frank discussie over technologie in het publieke domein te brengen, zodat het een sociaal-politiek onderwerp wordt dat niet alleen aan techneuten is voorbehouden. DIY en open source zijn terugkerende thema's, waarmee technologische dictaturen, de illusie van foutloos ontwerp en de gedachte dat eindgebruikers niets aan producten kunnen toevoegen ter discussie worden gesteld.

De speculatieve ontwerpen dragen bij aan een kritisch discours rond productontwerp. Daarin is het discipline achtergebleven bij andere creatieve velden, terwijl schaalvergroting en gegroeide potentiële invloed daar wel om vraagt. Daar waar het meeste productontwerp zelfbevestigend is, zijn de ontwerpen van Frank zelfbevragend. Het werk suggereert nabije toekomsten waarin voorhanden, veelal nieuwe technologie op manieren wordt gebruikt waarvoor nog geen conventies bestaan en die ethische dilemma's opwerpen. Door de combinatie van fictie en realiteit geven de installaties het publiek een beginpunt van waaruit kan worden gedacht over de wenselijkheid van bepaalde technologieën en toekomstbeelden.

Initieel richtte Frank zich voor de ontwikkeling zijn praktijk voornamelijk op autonoom werk waarin morele grenzen rond technologische innovaties in geestelijke en lichamelijke gezondheid wordt verkend. Daarin werkte hij al samen met wetenschappers, medisch specialisten en kunstenaars. In het afgelopen jaar kwamen ook samenwerkingen tot stand met onderzoeksinstellingen en bedrijven, waarin een deel van zijn onderzoek wordt uitgevoerd en ontwerpen worden gerealiseerd. Hierdoor kunnen grotere projecten ontstaan en ontwikkelt Frank zichzelf eveneens tot mediator. Zo creëert hij condities die andere ontwerpers en studenten helpen tot ontwerp te komen vanuit nieuwe invalshoeken. Terwijl zijn autonome praktijk blijft groeien, wordt hierdoor ook zijn ontwerpfilosofie breder uitgedragen.

Tekst: Mark Minkjan
Isabel Mager
Isabel Mager
Isabel Mager
Isabel Mager

Isabel Mager

Elf jaar geleden herdefinieerde Apple de smartphone met hun eerste iPhone. Het valt niet te ontkennen dat dit apparaat de wijze waarop we communiceren, werken, liefhebben en zelfs lopen volledig heeft veranderd. Minder duidelijk is dat de iPhone ook een radicale wijziging van geografische landschappen, economische bestaansmiddelen, politiek en de soevereiniteit van bedrijven heeft bewerkstelligd. Juist deze ingewikkelde, subtiele gevolgen van een zeer zichtbaar apparaat trekken de aandacht van ontwerper Isabel Mager. Zij is kortgeleden voor vijf maanden naar Shenzen, Beijing en het platteland van China gereisd om “de productieroute van de smartphone terug te volgen”.

De ontwerpster, afkomstig uit Rotterdam, is geïnteresseerd in de impact van verborgen infrastructuren. Dit is al zo sinds ze als studente een project uitvoerde dat zich richtte op elektronisch afval dat naar Rwanda wordt gestuurd. In 2016 behaalde ze haar bachelorgraad aan de Design Academy Eindhoven met 5000times. Dit project was een analyse van verschillende mediabronnen om een onvolledige lijst op te stellen van het handwerk dat menselijke arbeiders moeten uitvoeren bij de bouw van smartphones, tablets en laptops. Alle informatie werd verzameld door nieuwsartikelen door te spitten over uitgebuite werknemers in smartphone-, tablet- en laptopfabrieken, en door geheime filmopnamen van het werk in deze fabrieken op YouTube te analyseren. Tijdens het onderzoek is ook een aantal apparaten uit elkaar gehaald en gesneuveld. Een durational performance van een ploegendienst toonde de beperkte choreografie van werknemers aan: dit heeft al velen tot zelfmoord gedreven.

“Ik vind dat design research eigenlijk gaat over reflecteren op, het begrijpen van en op bepaalde manieren ook wijzigen van de materiële wereld waarin we leven.” Mager schrijft ook over haar bevindingen, waaronder een paper over 5000times in het tijdschrift Decolonising Design. Ze vindt het echter wel belangrijk om de resultaten te presenteren in de materiële ontwerptaal van het onderwerp: “Ik vind het echt prachtig dat je daadwerkelijk vrij complexe dingen kunt communiceren door middel van ontwerptalen, grammatica en materialiteit, waardoor de complexiteiten lekker tastbaar worden.”

Ze heeft deze kenmerkende aanpak – met diepgravend onderzoek en analyses, beschouwd door een bril van economie en invloedssferen, en weergegeven in een artistieke en performatieve herinterpretatie – al toegepast op onderwerpen zoals de voedselindustrie, stedelijke winkelgebieden en de zeecontainerindustrie. In samenwerking met politiek wetenschapper Daniel Urey en ontwerper Gabriel Maher voert ze ook een langdurig onderzoeksproject uit dat draait om het concept van 'het podium' – een object waarop een gesproken handeling plaatsvindt – waarbij wordt onderzocht hoe terugkerende ontwerppatronen historisch en cultureel worden gebruikt om macht uit te drukken.

Over haar aankomende onderzoek in China zegt ze zelf dat ze is geïnteresseerd in de “resterende kolonialiteit van zo'n jonge industrietak” en in het bijzonder in hoe waarde en macht nog steeds ongelijk worden verdeeld: tussen arbeider en producent, tussen het lage marktaandeel van Apple en de hoge winsten, tussen de positie van de internationale gemeenschap met betrekking tot mensenrechten in China en de status van het land als handelsnatie en belastingparadijs. Ze erkent dat ze zich als ontwerper, en dan met name als kritische research designer die geen verhandelbaar product hoeft te maken, bovenin de piramide van waarde en macht bevindt: “Hoe kan ik dat gebruiken om duidelijk te maken dat design altijd een combinatie van innovatie en afbraak is?”

Tekst: Nadine Botha
Jason Hansma
Jason Hansma
Jason Hansma
Jason Hansma

Jason Hansma

Jason Hansma studeerde in 2013 af aan de master Fine Art van het Piet Zwart Instituut in Rotterdam. Hansma onderzoekt de maatschappelijke impact van algoritmes en digitale beeldcultuur vanuit een cultureel en politiek oogpunt. In het komende jaar doet Hansma onderzoek naar de het archiveren van afbeeldingen en teksten in een slimme database waaruit creatieve output kan worden gegenereerd door het versmelten of samenbrengen van het beschikbare materiaal.
Joana Chicau
Joana Chicau
Joana Chicau
Joana Chicau

Joana Chicau

Sommige dansvormen, zoals ballet of volksdansen, lijken tijdloos en onveranderbaar. Ze bestaan al eeuwenlang, gebruikmakend van dezelfde bewegingen en muziek. Andere dansvormen reageren echter op specifieke culturele, fysieke of technische omstandigheden, net als design of visuele kunst. Butoh ontstond bijvoorbeeld in Japan in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, als een reactie op de diepe pijn en maatschappelijke onrust die het gevolg was van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki en de start van de snelle industrialisatie. Tegen de jaren negentig deed de computer zijn intrede in de danswereld via het werk van choreografen zoals Merce Cunningham. Hierdoor ontstond een directe relatie tussen het lichaam en digitale processen.

De Portugese ontwerpster Joana Chicau zet deze traditie voort door haar achtergrond als danseres te combineren met haar opleiding op het gebied van media design. Chicau, die haar master afrondde aan het Piet Zwart Instituut in Rotterdam, werd aangetrokken door het bredere blikveld bij Nederlandse grafisch ontwerpers. Zij maken gebruik van methodes en media die veel verder gaan dan de traditionele middelen voor visueel ontwerp en drukwerk. Ze benadert design niet alleen door technologische kennis op te doen, bijvoorbeeld over programmeren, maar ook door kritisch te staan tegenover de manier waarop deze technologieën controlesystemen en vooraf bepaalde resultaten produceren voor de mensen die ze vormgeven of gebruiken of ermee te maken krijgen. Haar werk bevraagt de issues van handelend vermogen, de gebruiker, computercode als taal of script, en fysieke interactie met digitale technologie. Bovendien kan computercode tijdens haar live 'choreografische programmeersessies' worden beschouwd als zowel een soort materiaal als actie, die normaliter verborgen blijft achter vlotte digitale interfaces of kantoorkolossen van grote bedrijven.

Het werk van Chicau laat een recente verschuiving zien in het ontwerpdiscours. Fysieke praktijk en performance treden meer op de voorgrond in plaats van objecten en technologie. Ze deconstrueert de website als een soort antropomorfische structuur met een hoofd (header) en een lichaam (body): de header bevat meestal meta-informatie, externe data en Javascript-functies, terwijl de body meer een secundaire contentcarrier is. Door middel van workshops, discussies en performances brengt ze diverse community's en skillsets bijeen. Veel van die skillsets vallen overigens buiten het conventionele ontwerpveld. Ze doet dit voornamelijk om te onderzoeken wat de effecten van media design zijn op hoe we ons bewegen en gedragen in de fysieke en virtuele ruimte. Ondanks dat het tot stand brengen van zo'n hybride en experimentele onderzoekspraktijk een enorme uitdaging is, blijft ze zich inspannen om mensen te emanciperen en een element van kritiek aan hun leven toe te voegen.

Tekst: Tamar Shafrir
Jos Klarenbeek
Jos Klarenbeek
Jos Klarenbeek
Jos Klarenbeek

Jos Klarenbeek

Jos Klarenbeek is in 2015 afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven in de richting 'Man and Public Space'. Als ontwerper is hij geïnteresseerd in het toegankelijk maken en vertalen van complexe data. Komend jaar wil hij zich focussen op data van satellieten. Tegenwoordig is een ongekende hoeveelheid ruwe data van de aarde gratis beschikbaar, zoals temperatuurkaarten of de golfbewegingen van oceanen. Deze data wordt door onderzoekers en de wetenschap gebruikt, maar blijft door de gebruikte codering voor het brede publiek ontoegankelijk en onbruikbaar, terwijl het een interessante bron kan zijn voor bijvoorbeeld ontwerpers. Om deze kloof te dichten is Klarenbeek van plan verschillende tools te ontwikkelen waarmee satellietdata gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een weefgetouw of CNC/machine. Hiervoor wil hij een artist in residency doen bij PlanetLabs in San Francisco. Daarnaast gaat hij een samenwerking opzetten met Aliki van der Kruijs, waarin zij hun kennis willen bundelen en realtime golfinformatie van de Waddenzee gebruiken als een ontwerpvariabele.
Julia Janssen
Julia Janssen
Julia Janssen
Julia Janssen

Julia Janssen

Vandaag de dag is media-inzicht een cruciaal onderdeel van een verantwoordelijke en zelfbewuste benadering van digitale netwerktechnologie. In een tijd waarin bijna al onze online activiteiten worden verwerkt om persoonlijke gegevens te ontsluiten, hebben we allemaal een specifieke waarde die wordt vastgesteld op basis van onze onderling verbonden online profielen. Onze identiteiten zijn verworden tot consumptiegoederen voor dataverzamelaars en analisten, die hun geld verdienen door deze informatie in te zetten als voorspellende indicatoren of criteria voor gerichte reclame. De Nederlandse ontwerpster Julia Janssen raakte voor het eerst geïnteresseerd in het idee van persoonlijke gegevens als betaalmiddel tijdens haar afsluitende project aan de ArtEZ University of the Arts in Arnhem. Voor haar bachelor afstudeerproject Bank of Online Humanity verzamelde Janssen verschillende online typologieën die waren gebaseerd op individuele kenmerken, van 'oppervlakkige ambitieloze spaarders' tot 'geïnformeerde verwaande genieters', elk met bepaalde gedragspatronen en waarde in het netwerk.

Dit jaar hield Janssen zich bezig met het onderzoeken van de betekenis van de 'online gebruiker'. Hiervoor vertaalde ze haar onderzoek in een fysieke installatie die bestaat uit verschillende spellen die zich elk richten op een bepaald aspect van haar bevindingen. Ze ontwerpt hulpmiddelen voor mensen, zodat ze kunnen begrijpen hoe ze worden gevolgd en gekwantificeerd. Niet alleen op sociale media, maar ook met betrekking tot hun gezondheid, financiën, levensfase en online browsergeschiedenis. Deze gegevens worden binnen diverse platforms en systemen gecombineerd om complexere profielen samen te stellen. Verschillende profielen hebben ook een verschillende financiële waarde: profielen van zwangere vrouwen worden bijvoorbeeld gezien als zeer lucratief, omdat zij vaak nieuwe producten kopen voor hun baby, huis of voor zichzelf. Daarnaast maakt Janssen een spel dat is gebaseerd op gokkasten, waarbij mensen met hun gegevens betalen om gratis te mogen gokken. Volgens Janssen zijn we het product van onze persoonlijke informatie.

Tijdens haar onderzoeken heeft Janssen de grenzen van haar ontwerpdiscipline overstegen: haar onderzoek toont aan dat veel sociale combinaties en categorisaties als gevolg van massale gegevensverzameling onzichtbaar zijn voor de eindgebruiker, maar zeer belangrijk zijn voor de organisatie die de gegevens verzamelt, beheert of analyseert. Om een duidelijk beeld van de stand van zaken te krijgen, sprak ze met gedragswetenschappers, datajournalisten, cybersecurity-experts en analisten van de Rabobank en KPMG, evenals onderzoekers van het Institute for Information Law van de Universiteit van Amsterdam. Ze gelooft dat ze door te werken binnen de context van kunst en design deze thema's speculatiever, vreemder, sceptischer en luchthartiger kan onderzoeken. Hierdoor ontstaat een open en creatieve reactie op issues die buiten onze macht lijken te liggen.

Tekst: Tamar Shafrir
Karim Adduchi
Karim Adduchi
Karim Adduchi
Karim Adduchi

Karim Adduchi

Mode heeft een luide stem, maar wat wil je uitschreeuwen? Modeontwerper Karim Adduchi wil vooral verhalen vertellen en een sociaal aspect aan het maakproces toevoegen. Zoals hij zelf zegt: “Creating community, never being political, just social.”

Al op de Gerrit Rietveld Academie viel hij in 2015 op met zijn afstudeershow, She knows why the caged bird sings, geïnspireerd op erfgoed uit zijn geboorteland Marokko. Zijn tweede presentatie genaamd She lives behind the court yard door – de opening van de Amsterdam Fashion Week – was een eye opener en een keerpunt: zo niet verder. Na de relatieve vrijheid van de academie voelde de professionele modewereld met zijn ijzeren ritme en hooggespannen verwachtingen als een keurslijf. Zijn volgende project moest een statement worden: geheel op eigen voorwaarden, volgens zijn eigen visie.

Voor de collectie She has 99 names heeft Adduchi samengewerkt met non professionals: met huisvrouwen, studenten en vluchtelingen. Door mensen van buiten de modewereld te betrekken, probeert hij een zekere onschuld, frisheid en plezier terug te brengen in het ontwerpen. Daarnaast had Adduchi tot doel hen een platform, CV en een netwerk te geven. Door alle werkzaamheden – van het naaien tot het doorpassen met modellen – in dezelfde studio te situeren, probeert hij iedereen te betrekken bij het geheel en een 'community' te laten ontstaan. Aangezien de vaardigheden sterk uiteenlopen, is het zoeken naar de juiste samenwerkingen. De meegebrachte ervaringen, ambachten en verhalen vormen een belangrijke inspiratiebron voor Adduchi. In totaal hebben ongeveer 25 mensen meegewerkt.

Ook in deze collectie waren weer veel verwijzingen naar Adduchi's roots, zoals borduursels geïnspireerd op Noord-Afrikaanse mozaïeken en traditionele patronen. De modeshow werd buiten het seizoen in een kerk getoond. Een statement, zowel qua timing als locatie. Door de grote media-aandacht die de presentatie – zelfs al van tevoren – heeft gegenereerd, is de naam en identiteit van Adduchi als 'sociale modeontwerper' gevestigd.

De sociale impact en opzet van ontwerppraktijken krijgt steeds vaker aandacht. Hierdoor wordt niet alleen het product, maar juist ook het proces belangrijk. Dat is soms lastig tot uitdrukking te brengen in een eindresultaat. Steeds meer makers bedienen zich van sociale media om een inkijkje te bieden in het ontstaan- en ontwikkelproces van hun ideeën. Adduchi communiceert over het achterliggende idee vooral in woord, tijdens interviews en lezingen, en in persberichten. De gezichten achter zijn collectie stonden even in de schijnwerper op de catwalk, maar uiteindelijk zijn het de kledingstukken die het verhaal moeten vertellen.

Tekst: Victoria Anastasyadis
Koos Breen
Koos Breen
Koos Breen
Koos Breen

Koos Breen

Koos Breen studeerde in 2014 af aan de bachelor Grafisch Ontwerpen aan de KABK in Den Haag. In het komende jaar wil hij zijn werkwijze als 'holistisch ontwerper' verder uitdiepen. Hij formuleert voor zichzelf een serie opdrachten die op elkaar voortborduren. In deze opdrachten daagt Breen zichzelf uit om nieuwe technieken en toepassingen te verkennen en eigen te maken. Hierbij denkt hij aan weven, 3D tuften, metaal gieten en glas-, keramiek-, en kunststofbewerking. In zijn ontwikkeling schakelt hij verschillende coaches in, zoals curator Matylda Krzykowski en ontwerper Bertjan Pot.
Lilian van Daal
Lilian van Daal
Lilian van Daal
Lilian van Daal

Lilian van Daal

Kunststof zorgde in de twintigste eeuw voor een revolutie in stoelontwerp. Nu is daar een mogelijkheid aan toegevoegd: driedimensionaal printen. Ontwerper Lilian van Daal onderzoekt de mogelijkheden om maximaal comfort en functionaliteit uit deze relatief nieuwe techniek te halen.

Van Daal viel in 2014 al op met haar afstudeerproject, een geprinte stoel waarin geavanceerde techniek gecombineerd wordt met biomimicry; het 'leren van de natuur' om zo producten of processen te verduurzamen en optimaliseren. Natuurlijke verschijnselen bestuderen, analyseren en implementeren is volgens haar het antwoord voor een meer duurzame ontwerppraktijk. De aanschaf van het beroemde boek Kunstformen der Natur, van de negentiende eeuwse zoöloog Ernst Haeckel, is misschien wel een van haar belangrijkste investeringen van het afgelopen jaar. De gedetailleerde tekeningen zijn een onuitputtelijk bron van inspiratie.

Nu ze haar vaste baan bij een ontwerpbureau heeft opgezegd, is de weg vrij voor meer experiment en samenwerking. Tijdens een business challenge werd Van Daal aan Oceanz gekoppeld, een Nederlands 3D-printbedrijf. Ze is aan de slag gegaan met een door hen ontwikkelde recyclebare kunststof. Met behulp van dit nieuwe materiaal is ze gaan proberen haar afstudeerstoel, tot dan toe nog een schaalmodel (1:2), op ware grootte uit te voeren. Om dit te realiseren is Van Daal verder gedoken in de software en het digitaal tekenen van structuren om zo de modellering en productie efficiënter te maken. Het probleem zit namelijk in het bereik van de printer: die is beperkt. Waar de schaalmodellen in één keer uit de machine rolden, moeten er nu losse onderdelen geprint worden. Met efficiënte connectiepunten (zoals te vinden in de natuur) verbindt ze die aan elkaar, zonder lijm. Lijm maakt meubels – met name banken – namelijk slecht recyclebaar, een grote frustratie voor Van Daal.

De uitkomst van de samenwerking, Radiolaria (vernoemd naar micro-organismen met een bijzondere structuur), wordt tijdens de Dutch Design Week 2018 in Eindhoven gepresenteerd. Zowel de productietijd als de productiekosten zijn gehalveerd. Voor de uiteindelijke versie had ze maar één kans om te printen, met slechts een paar proefjes vooraf. Ook hier betreft het dus weer een prototype, dat nog moet worden doorontwikkeld.

Meer nog dan op een eindproduct, richt Van Daal zich op procesverbetering, inclusief recycling. Het is voor haar waardevoller om productietijd en energieverbruik naar beneden te brengen dan een trendy stoel te ontwerpen. Deze attitude past in een tijd waarin kritisch naar de duurzaamheid van ontwerpen wordt gekeken. Heeft de wereld nog een nieuwe stoel nodig? Ja, een duurzame.

Tekst: Victoria Anastasyadis
Manon van Hoeckel
Manon van Hoeckel
Manon van Hoeckel

Manon van Hoeckel

Contact met 'de ander' is het middelpunt van de praktijk van social designer Manon van Hoeckel. Vanuit een breder maatschappelijk perspectief gaan haar ontwerpen over de toenemende verwijdering tussen bevolkingsgroepen en de mogelijke politieke gevolgen daarvan. Ze ziet een samenleving waarin het beeld van vreemden is gebaseerd op berichten uit media en van sociale platforms en steeds minder op persoonlijke ervaringen.

Meer direct gaat het werk om het bevorderen van lokaal contact, waarbij het delen van een plek of een voorziening een gevoel van lokale veiligheid en sociale verbondenheid kan geven. Verrassende ontmoetingen kunnen het inlevingsvermogen in andermans perceptie vergroten en zelfs sociaal isolement verzachten. Tegelijkertijd herkent Manon een algemene tendens om plekken, systemen en producten zo efficiënt mogelijk te ontwerpen, terwijl juist frictie en inefficiëntie kunnen zorgen voor onverwachte situaties en contact met anderen.

De ontwerpen van Manon zijn daarom altijd gericht op ontmoeting en dialoog. Ze gelooft niet in het organiseren van bijeenkomsten maar des te meer in het ontlokken van een gesprek rond praktische menselijke behoeften. Zo moeten mensen van allerlei achtergronden hun was doen, hun haar laten knippen of pakketjes afhalen. Door interventies te ontwerpen rond deze praktische schakels in de maatschappij worden ongedwongen ontmoetingen gecreëerd, die op allerlei manieren kunnen worden geladen met een aanzet tot gesprek. Zo kunnen specifieke gespreksonderwerpen worden geïntroduceerd die relevant zijn voor de personen die deelnemen, voor de locatie waarin het werk is gesitueerd en voor het bredere debat. Ook kunnen meningen en verhalen worden verzameld van mensen die hun stem minder (kunnen) laten gelden in democratische processen of het publieke domein. Door de nuttige voorzieningen op een voetstuk te plaatsen laat Manon bovendien het sociale belang van collectieve plekken en publieke beroepen zien.

Anders dan aanvankelijk haar voornemen was, heeft Manon ervoor gekozen zichzelf meer als ontwerper in een web van samenwerkingen te plaatsen en niet een studio met meerdere werknemers op te richten. Ook wil ze minder gehele projecten autonoom tot stand brengen door meer onderdelen uit te besteden. De duidelijke en tegelijkertijd grenzeloze kern van haar werk – het veroorzaken van ontmoeting – maakt dat ze haar praktijk nog in velerlei vormen, gebieden en samenwerkingen kan ontwikkelen. Manon ontwerpt ook concepten voor bedrijven en organisaties, waarbij projecten na voltooiing worden overgenomen en langdurig kunnen voortbestaan.

Tekst: Mark Minkjan
Winner DDA
Márk Redele
Márk Redele
Márk Redele
Márk Redele

Márk Redele

Nadat hij zijn opleiding tot architect had afgerond, was Márk Redele wat teleurgesteld door de beperkte relevantie van het metier als onderdeel van het gestandaardiseerde bouwapparaat. Vanaf dat moment besloot hij om een meer theoretisch standpunt in te nemen en richtte hij zich met zijn ruimtelijke werk steeds meer op de kunst. Hoewel Redele zich nog steeds bezighoudt met materiaal en formele aspecten, is zijn werk bedoeld om de fysieke en mentale ruimte waarin ze worden geplaatst, opnieuw vorm te geven.

Zijn werk is agonistisch: we zien een soort strijd en tegelijkertijd een uitnodiging aan mensen om deel te nemen en te antwoorden. Het suggereert meerdere architecturale scenario's binnen één werk om de aandacht te verleggen van het fysieke naar het denkbeeldige. Márks praktijk is niet alleen een fenomenologie van materiaal en beweging, maar ook een van taal: het onderzoekt hoe ruimte moet worden herschreven.

Skeuomorfe elementen (materialen die zodanig zijn gevormd dat ze op andere materialen lijken) komen veelvuldig terug in zijn praktijk, zodat hij collectieve percepties en conventies op de proef kan stellen. Door nieuwe perspectieven te bieden op doodgewone voorwerpen, omgevingen of situaties verlegt zijn werk de aandacht naar het banale, naar alledaagse bewegingen, gebeurtenissen en gewaarwordingen. Als mensen hiermee worden geconfronteerd, worden ze uitgedaagd om tactiliteit, materialiteit en onzichtbare acties en reacties te herontdekken. Een installatie kan tegelijkertijd worden beschouwd als een designobject, een architecturale vorm en een constructie die iets anders wordt. De kwaliteit van worden vormt een ander belangrijk thema in zijn werk. Hiermee wil hij de gangbare ideeën aanvechten over volledigheid en wat 'hoort' in de ruimtelijke vormgeving, door een open uitwisseling tussen mensen en ruimten voor te stellen.

Redele ziet de wereld van de kunst als een vruchtbare omgeving, waarin hij kan werken aan zijn Trojaanse paard, waarmee hij zijn ruimtelijke aanpak naar architectonische schaal kan overbrengen. Zijn theoretische creaties krijgen vorm als installatie, waardoor ze meer kunnen zijn dan alleen architectuur op papier. Zijn doel is om op hetzelfde speelveld te acteren als de traditionele architecturale praktijk, maar dan wel om constructies te creëren die meer vrijheid bieden op het gebied van materiaal, betekenis en wat deze het individu kunnen bieden.

Zijn praktijk ontwikkelt zich op dit moment meer richting collaboratieve projecten, waarvoor hij samenwerkt met schrijvers, ontwerpers, kunstenaars en fotografen. Door anderen uit te nodigen om artistieke interpretaties van ruimtelijke fenomenen te ontwikkelen, bouwt Redele voort op zijn aanpak waarbij hij een reeks architecturale scenario's tegelijkertijd aanbiedt. Hij creëert nog steeds autonoom werk, maar hij neemt nu ook steeds vaker een rol als curator aan, waarbij hij verschillende geluiden om zich heen verzamelt die op ongewone wijze samenhangen met ruimte.

Tekst: Mark Minkjan
New State of Matter
New State of Matter
New State of Matter
New State of Matter
New State of Matter

New State of Matter

Zou je wel een kind moeten nemen? Is dat fair tegenover het kind, of tegenover de rest van de wereld, als de toekomst zo onzeker is door de uitdagingen met betrekking tot het milieu? Is het verwekken en opvoeden van een baby iets dat kan of zou moeten worden gecontroleerd? Welke invloed heeft dit op je relatie en familie? En hoe zit het met de impact op je lichaam, zeker als je de moeder bent? En je carrière, wat is nu je levensdoel? Dit zijn een aantal vragen die designer Gaspard Bos opwerpt met zijn nieuwe stuk Pathfinders, dat wordt onthuld tijdens de Dutch Design Week.

“Het is een mediator bij gesprekken,” zegt Bos over de interactieve installatie die hij ontwikkelde terwijl hij bezig was met een onderzoeksstage aan het Unstable Design Lab in Boulder, Colorado in de Verenigde Staten. Dit werk markeert een keerpunt in de ontwerppraktijk van deze Rotterdamse designer. Nadat hij in 2013 de opleiding Integrated Product Design afrondde aan de TU Delft, stond hij aan de basis van de start-up Better Future Factory (doorbouwend op de interactieve recyclinginstallatie Perpetual Plastic Project), werkte hij met wandelwagenfabrikant Bugaboo om designaspecten open source te maken en zo met een 3D-printer vervangende onderdelen te kunnen maken, werkte hij met mensen uit de omgeving om meubels te maken die werden geweven van PET-flessen, en nam hij deel aan het bewerken en herontwerpen van hulpgoederen voor vluchtelingen op Lesbos. Hij houdt daarnaast ook nog tijd over om muziek te schrijven en op te nemen, en om op te treden.

“Toen ik afstudeerde geloofde ik echt dat als je iets wilt doen om de wereld te veranderen en hem duurzamer te maken, dat je er dan ook een bedrijfsmodel aan moest koppelen.” Bos geeft toe dat hij de afgelopen jaren tot de conclusie is gekomen dat de manier waarop we zaken doen een van onze grootste problemen is. Tegelijkertijd heeft hij ook een aantal projectideeën laten varen die zich richtten op technologische optimalisatie: “Technologie brengt mensen niet bij elkaar. Mensen komen bij elkaar. Geweldige technologie of een app zorgt er niet voor dat de wereld ineens een stuk beter wordt. Dat kan alleen door sociale veranderingen worden bereikt.”

Voor de Rotterdamse ontwerper is de essentie van 'transition design' dat deze verandering mogelijk wordt gemaakt door interventies te creëren die ons helpen om onze waarden en de manier waarop we dingen doen te herdefiniëren. Het Pathfinders-project heeft Bos ertoe aangezet om zijn werk meer in deze richting te sturen. Hij blijft werken aan project waarbij 'machine learning' en tweedehands kleding een rol spelen. Het potentieel van nieuwe technologie wordt gecombineerd met de noodzaak om de wegwerpcultuur van de mode-industrie te bespreken en te herwaarderen.

Bos besluit: “Ik zal nooit meer zeggen dat ik oplossingen ontwerp. In een wereld die voortdurend verandert, zijn oplossingen al snel verouderd. We hebben meer transities nodig.”

Tekst: Nadine Botha
Studio Reus
Studio Reus
Studio Reus
Studio Reus

Studio Reus

Er bestaat geen algemene definitie die van toepassing lijkt te zijn op Jonathan Reus. Enerzijds maakt hij experimentele elektronische muziek, waarbij hij de emotionele ruimte onderzoekt die ontstaat tussen muzikanten als ze improviseren. Anderzijds is hij de geluidskunstenaar die de sonische scenografie van een aanstaande uitvoering van Brave New World door het Asko-Schönberg-ensemble moet vormgeven. Zijn werk is echter niet zo vol spektakel dat hij zich prettig voelt met de benaming media artist. Contemporary artist is misschien meer van toepassing om de subtiele conceptuele aard van zijn werk te omschrijven, maar dit is weer geen goede weergave van zijn materiaal en maakproces. Misschien is hij meer een conceptual designer, maar hij wil niet meegaan in de innovatieretoriek die hiermee gepaard gaat. Hij geeft toe dat het niet makkelijk te definiëren valt.

Maar hij voelt zich wel lekker op dit speelveld dat lak heeft aan definities. Botha begrijpt daarnaast als geen ander dat “je boven komt als je worstelt”. Nadat hij zijn bachelor had behaald in de VS, brak hij zijn rug en moest hij leren zich toe te leggen op zijn artistieke ambities. Hij moest baantjes als software engineer aannemen om zijn studieleningen en ziekenhuisrekeningen te kunnen betalen. “Dat werk zorgt ervoor dat je je neuronen traint om logisch, rationeel en lichaamloos te werk te gaan”, aldus Reus, “en veel van mijn kunst probeert daar tegenaan te schoppen.”

Dit gevecht zien we terug “vanuit een technologisch standpunt maar ook in het proces waarin artistieke hulpmiddelen worden ontwikkeld waarin verpersoonlijking, een gevoel van flow, een gevoel van het beleven van tijd, het beleven van een moment worden aangemoedigd.” Dat zijn enkele van de ruimtelijke, tijdsgebonden en vleesgeworden kwaliteiten waardoor hij zich aangetrokken voelde tot geluid als artistiek medium. Hij vraagt zich af of de recente comeback van sound art misschien een algehele uitvergroting is van zijn eigen worstelingen: “Misschien is mijn ervaring het bouwen van software gewoon een microkosmos van de ervaringen van de rest van de wereld die voortdurend wordt overspoeld met schermen.” Reus woont tegenwoordig in Den Haag , maar zijn artistieke ambities kregen in 2009 een tweede kans in Amsterdam toen hij een W. J. Fulbright-beurs kreeg om een onderzoeksproject uit te voeren bij STEIM. In 2014 voltooide hij de masteropleiding Music aan de ArtScience Interfaculty van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

Hij hunkert echter nog steeds naar een soort middenweg en hij heeft het afgelopen jaar gebruikt om een werkwijze te vinden voor zijn creatieve praktijk. De eerste stap hierin was het bouwen van een studio. Binnenkort begint hij aan een residency bij het IEM in Graz als onderdeel van het onderzoeksproject 'Algorithms That Matter' en op dit moment wil hij onderzoek doen naar alternatieve, niet-digitale algoritmische ideeën uit verschillende culturen. Deze ideeën zijn niet alleen interessant omdat ze kunnen dienen als een nieuwe benadering van elektronische muziek, maar ook omdat hij hiermee zijn werkproces kan perfectioneren: “Ik wil mijzelf uitdagen om voor mijzelf een algoritme te maken om kunst te maken”, zegt hij gekscherend. “Tegen het einde van het jaar heb ik hopelijk ofwel een geheel ironische flowchart voor het maken van werk, of een krachtig hulpmiddel dat ruimte laat aan toeval, maar gestructureerd genoeg is om identiteit te produceren.”

Tekst: Nadine Botha
Suzanne Oude Hengel
Suzanne Oude Hengel
Suzanne Oude Hengel
Suzanne Oude Hengel

Suzanne Oude Hengel

Innovatie in breien: allang niet meer een tegenstelling, zeker niet voor ontwerper Suzanne Oude Hengel. Zij probeert grenzen te verleggen en op een nieuwe manier naar de mogelijkheden van de breimachine te kijken. Ze past haar bevindingen toe in vernieuwende, naadloze schoenontwerpen.

Zo onconventioneel als haar ontwerpen zijn, zo conventioneel zijn de ontwerpvraagstukken waar ze zich mee bezig houdt: hoe gebruik je het materiaal op een eerlijke manier, zoals het zich gedraagt? Hoe sla je als onafhankelijk ontwerper een brug naar de industrie? Vooralsnog zijn de kleurrijke, opvallende schoenen die ze maakt prototypes. Haar doel is niet zozeer een eigen label te creëren. Liever doet ze zelf onderzoek, adviseert ze bedrijven op het gebied van materiaal en techniek en bedenkt ze in samenwerking met innovatieve partijen nieuwe toepassingen voor footwear.

De behoefte aan verdieping van haar technische kennis kwam vanuit frustratie met het antwoord: “nee, wat jij wilt kan niet met de machine”. Een antwoord dat lang niet altijd waar blijkt. De ruimte om te leren en uitproberen krijgt Oude Hengel in het TextielLab in Tilburg, onderdeel van het TextielMuseum. Na een stage van een jaar werkt ze er nu als technisch medewerker op de breiafdeling. Daar leert ze niet alleen de vlakbreimachines door en door kennen, maar ook de software waarmee de digitale apparatuur wordt aangestuurd. Het leren programmeren kost veel tijd en training, iets wat Oude Hengel in haar eigen tijd doet. Je zou het een digitaal ambacht kunnen noemen: oefenen, uitproberen, uren en meters maken. Doordat ze heeft kunnen investeren in software, kan ze zich nu in haar studio het programma eigen maken.

Haar eigen handbreimachines zijn een fijne, low tech manier om hands on ideeën uit te kunnen proberen en meteen ook te veranderen, iets wat moeilijker gaat op digitale machines waar je eerst alle informatie moet inladen. Ook de zolen maakt ze al sinds haar afstuderen op een laagdrempelige manier: door de bovenkant van de schoen (upper) in een rubberbad te dopen. Er komt dus geen lijm aan te pas. Momenteel onderzoekt ze de toepassing van spacers (een stof waar ruimte tussen zit, als een sandwich) om een lijmloze verbinding met de zool te creëren.

Op Europese vakbeurzen die ze het afgelopen jaar bezocht breidde ze niet alleen haar kennis van materialen en actuele ontwikkelingen uit. Het leverde haar ook zichtbaarheid en een nieuw netwerk op. Dit betaalt zich nu uit in steeds meer interessante en relevante opdrachten. Breien heeft de toekomst.

Tekst: Victoria Anastasyadis
Tenant of Culture

Tenant of Culture

De praktijk van Hendrickje Schimmel is niet makkelijk in een categorie te vangen. Ze houdt zich onder andere bezig met textiel, mode, sculpturen en conservatie. Nadat ze mode had gestudeerd in Arnhem en Textiles aan het Royal College of Art in Londen, kwamen haar interesses samen in een ongewoon genuanceerde benadering van stoffen. Ze richtte zich met haar werk daardoor minder op de mode-industrie. Schimmel is gefascineerd door mode als fenomeen: hoe het werkt, het discours dat erdoor ontstaat, hoe trends rouleren en evolueren, en welke invloed mode heeft op het leven van 'gewone' mensen. Ze probeert sindsdien een antwoord te vinden op deze vragen via textiel en kleding, zelfs als deze nooit met een lichaam in contact komen.

Schimmels werk laat een wereld zien waarin creatieve velden zich voeden met elkaar en zorgen voor kruisbestuiving. Het is een wereld waarin kleding zowel het onderwerp van als een middel voor socio-economische kritiek kan zijn. Omdat momenteel de huizenprijzen onbetaalbaar zijn voor jonge mensen en sociale media altijd en overal aanwezig zijn, is iemands kleding een krachtig statement in de publieke ruimte. Schimmel wil haar praktijk niet inkaderen in projecten die worden gestuurd door abstracte concepten. In plaats daarvan omarmt ze de rommelige complexiteiten, toevalligheden en paradoxen die ze in Londen tegenkomt. Het frivole kan net zo betekenisvol zijn als het minimalistische, en haar werk functioneert als een barometer voor de manier waarop mensen iedere dag weer omgaan met textiel. Ze geniet van de vrijheid om zich te onttrekken aan het maken van een draagbare en winstgevende collectie, terwijl ze tegelijk de aversie van de kunstwereld voor dingen die op producten lijken wil uitdagen.

Kortgeleden onderzocht Schimmel nog de dubbele retoriek van hyperfunctionaliteit en nauwgezet traditionalisme in hedendaagse kleding. Ze omschrijft deze concepten als “ornamenteel overleven” en “bucolische nostalgie”. Het romantische verlangen naar een eenvoudiger verleden is al lang een centraal thema in de menselijke cultuur, en dat geldt eigenlijk ook voor de mode-industrie. Zelfs nu technische verbeteringen ervoor zorgen dat zowel de stoffen zelf als de productie van kledingstukken steeds complexer, technologischer en performatiever worden. Schimmel beschouwt “ornamenteel overleven” en “bucolische nostalgie” als antwoorden op de kneedbare ideeën van natuur, urbanisme en moraliteit. Zowel de jas met camouflageprint als de goed zichtbare waterdichte rugzak belichamen een diepgewortelde angst voor een onbekende toekomst en een valorisatie van de jagerfiguur. Het mandje van stro roept dan weer beelden op van het organische leven op het platteland. Terwijl ze deze thema's onderzoekt, experimenteert Schimmel ook met de grenzen van draagbaarheid en conservatie, en de wisselwerking daartussen op plekken waar mensen elkaar ontmoeten.

Tekst: Tamar Shafrir
TeYosh
TeYosh
TeYosh
TeYosh

TeYosh

Sofija Stanković en Teodora Stojković kwamen vanuit Servië naar Nederland om graphic design te studeren aan het Sandberg Instituut. Ze werden aangetrokken door de open structuur van de school en de sociale en politieke betrokkenheid die er worden gekoesterd. Dit onderwijsmodel sloeg aan bij het duo, dat de ontwerper niet beschouwt als een intermediair tussen klant en printer, of als slechts degene die de ideeën van anderen visualiseert, maar als iemand die reageert op en ingrijpt in de krachten en urgenties die hun actuele context vormen. Hun Servische wortels hebben een grote invloed op hun werk: thema's zoals de patriarchale maatschappij leken geen goed idee voor een studio in Nederland, want ze wilden hun nieuwe omgeving niet al te zeer politiseren. In plaats daarvan verlegden ze hun aandacht naar het controversiële maar universele onderwerp sociale media.

Onder de naam TeYosh onderzoekt het duo het gedrag van community's die online verbonden zijn. Ver weg van hun oude vrienden zagen ze dat activiteiten op sociale media geen neutrale weergave zijn van hoe mensen met elkaar omgaan in het dagelijks leven. Het zijn eerdere gecontroleerde voorstellingen van wat iemand een 'ideale' persoon of persoonlijkheid vindt. De huidige sociale-mediaplatformen zijn verstoken van nuances zoals lichaamstaal, stembuiging en oogcontact. Ze hebben echter wel gezorgd voor geheel nieuwe uitdrukkingspatronen. TeYosh identificeert deze patronen en geeft uitleg in het almaar groeiende Dictionary of Online Behavior, waarin termen als 'clickvalue', 'forcie' en 'thrillification' zijn opgenomen. Uiteindelijk willen ze een meer bewuste relatie tot sociale media creëren, zodat gebruikers kunnen bepalen hoe hun offline identiteit daardoor wordt beïnvloed.

TeYosh is een goed voorbeeld van een creatieve praktijk waarbij scepsis, gevatheid en een kritische benadering van moderne technologie ervoor zorgen dat er naar kansen wordt gezocht buiten techbedrijven of start-ups om. Zo bewaren ze afstand en onafhankelijkheid ten opzichte van hun onderwerpen. Ze kiezen voor verschillende media, van animatie en mode tot spreken in het openbaar, en betrekken zowel het publiek als partners bij hun onderzoeksaanpak. Ze hebben ook geëxperimenteerd met virtual reality, vanwege het vermogen daarvan om het snijvlak van virtueel en fysiek nog dichter bij de nabije toekomst te brengen. Noch technofiel, noch technofoob: TeYosh vertaalt de rol van de grafisch ontwerper naar die van een antropoloog op het gebied van experimenteel gedrag – een die op de drempel staat van snelle technologische veranderingen.

Tekst: Tamar Shafrir
Willem van Doorn
Willem van Doorn
Willem van Doorn
Willem van Doorn

Willem van Doorn

In zijn praktijk brengt ontwerper Willem van Doorn interactie tussen mensen, objecten en ruimte teweeg. Het werk vraagt bijna altijd om actie en beweging, waardoor mensen onderdeel van een plek worden. De karakteristieken en geschiedenis van een plek en de intentie mensen ergens toe aan te zetten zijn gewoonlijk startpunten van een ontwerpproces.

Terwijl een constante informatieoverstelping ons bewustzijn beheerst en we vervreemden van onze directe omgeving, probeert Willem mensen fysiek en rationeel wakker te schudden met ogenschijnlijk simpele installaties en activiteiten. Door hun directheid lokken ze een hernieuwd besef uit van menselijke basisbehoeften en de kwaliteiten van een plek. Startmaterialen zijn vaak alledaags en op locatie gevonden, maar door hun ongewone toepassing realiseert Willem onverwachte situaties. Zo vangen de projecten aandacht en forceren ze contact met het object, de plek of andere aanwezigen.

Veel van Willems ontwerpen ontstaan gaandeweg door te maken, te testen, modellen te bouwen en al doende nieuwe onderzoekspaden te volgen. Om deze processen te voeden werkt hij vrijwel altijd samen met andere kunstenaars en ontwerpers die zijn werk aanvullen met onder meer technisch inzicht, verhalende concepten en begrip van natuurlijke processen.

Een goede werkplek die vrijheid en rust biedt en door zijn uitrusting inspireert tot maken is voor Willem cruciaal. Middelpunt van zijn praktijk is dan ook de werkplaats die hij na zijn afstuderen oprichtte op de boerderij van zijn familie in De Kwakel. Deze grote maakomgeving vol werktuig biedt de ruimte voor productie, experiment en samenwerking. Zo is de boerderij zich aan het ontplooien van boerenbedrijf tot proeftuin voor ideeën en ontwerpen. In het verlengde hiervan heeft Willem ook een gastenverblijf ontwikkeld. Hierdoor kunnen andere kunstenaars en ontwerpers voor korte of langere tijd in de werkplaats komen werken, bijvoorbeeld aan eigen ruimtelijke projecten of voor samenwerkingen. Voor de bouw van het verblijf wordt (rest)materiaal uit de directe omgeving van de boerderij gebruikt.

Recentelijk heeft Willem geïnvesteerd in het professionaliseren van zijn praktijk en ontwikkeling naast zijn plaats- en tijdgebonden werk. Belangrijk onderdeel hiervan is een nieuwe online presentatie. Aangezien zijn ontwerpen zich moeilijk lenen als verkoopproduct, maar wel op allerlei evenementen en plekken toepasbaar zijn, is een verhuurmodel opgezet. Daarnaast wordt de werkplaats stapsgewijs geperfectioneerd. Ook hoopt Willem meer ruimtelijke projecten te gaan doen, al dan niet in samenwerking met architecten, musea of decorbouwers.

Tekst: Mark Minkjan
Yamuna Forzani
Yamuna Forzani
Yamuna Forzani
Yamuna Forzani

Yamuna Forzani

Queer-gemeenschappen zijn altijd al ware broedplaatsen voor radicale culturele innovatie geweest. Dit werd duidelijker dan ooit in de twintigste eeuw, toen groeiende stedelijke bevolkingen, veranderende sociale normen en onafhankelijke mediakanalen de groei van alternatieve ruimten en solidariteitsnet-werken, vieringen en activisme aanwakkerden. Terwijl leden van de queer-gemeenschap vaak werden vergeten of verketterd door de 'gewone maatschappij', en verstoken bleven van financiële en sociale steun, bloeide hun creativiteit op in de minder rigide nachtclubs en kunstlokalen. Met name de ball-cultuur in het New York van de jaren tachtig bood alle ruimte aan performance en kostuumdesign, maar ook aan cultureel commentaar, vriendschappen en aandacht voor aids. Hier konden gender en seksualiteit worden onderzocht in een gemeenschap die deze vrijheid koesterde.

Yamuna Forzani studeerde af aan de afdeling Textile & Fashion van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Ze viert de ball-cultuur in een multidisciplinaire praktijk die mode, fotografie, dans, installaties en social design combineert door middel van inclusieve publieke events. Het ball wordt een gedeeld platform waarop deze creatieve methodologieën samenkomen, en daarmee eer betuigen aan de balls van de jaren tachtig, terwijl ze tegelijk experimenteren met nieuwe formats of thema's. Haar Utopia Ball Fashion Show volgt de ball-traditie door een competitie-element toe te voe-gen dat is gebaseerd op verschillende complexe performancecategorieën, van 'Virgin Runway' tot 'Executive Realness'. Deze veelheid aan categorieën vormt de erkenning van een geschiedenis waarin queer mensen zochten naar verschillende vormen van zelfexpressie en zelfbescherming, evenals een nieuwe hedendaagse esthetiek. Forzani's collectie van vierentwintig veelkleurige gebreide outfits wordt voor het eerst getoond tijdens het ball, waardoor de ontwerpen verweven raken met de context waardoor ze zijn geïnspireerd. Haar collectie is ontworpen om niemand buiten te sluiten, maar om juist 'genderful' te zijn. Hiermee wordt de veelheid aan rollen en identiteiten die we spelen binnen sociale structuren gevierd.

Door dergelijke events te houden volgt Forzani een ontwerppraktijk die haar interesses buiten het ont-werpveld weerspiegelt. Ze biedt ruimte aan haar artistieke en politieke activisme als lid van het Kiki House of Angels in Nederland en internationaal lid van House of Comme Des Garçons uit New York. In plaats van persoonlijke perspectieven te onderdrukken in overeenstemming met het idee van 'neu-trale professionaliteit', kunnen designers vandaag de dag een bijdrage leveren aan de belangrijkste gespreksonderwerpen, van klimaatverandering en migratie tot automatisering en privacy. Het werk van Forzani toont de fantasierijke en retorische kracht van creatieve productiviteit en het resulterende ver-mogen om de grenzen van de designindustrie te overstijgen.

Tekst: Tamar Shafrir
Alissa + Nienke
Alissa + Nienke

Alissa + Nienke

Uit hun gedeelde fascinatie voor de interactie tussen mens en ruimte, hebben de ontwerpers Alissa van Asseldonk en Nienke Bongers een gezamenlijk ontwerpstudio opgericht. Beide behaalden hun diploma aan de Design Academy Eindhoven in de richting van Man & Well-Being. Samen beogen ze met hun werk nieuwsgierigheid te stimuleren en spontane ontdekking in het dagelijks leven mogelijk te maken. Dit bewerkstelligen zij door tactiele, interactieve materialen en oppervlaktes te ontwikkelen waarin zintuiglijke ervaring centraal staat. Voor het aankomende jaar hebben de ontwerpers zich ten doel gesteld om hun studio inhoudelijk, artistiek en technisch verder te ontwikkelen zodat hun ontwerpen daadwerkelijk geïmplementeerd kunnen worden in het dagelijks leven en zo bijdragen aan het welzijn van de mens. Hiervoor gaan zij zich middels cursussen verdiepen in onder andere filosofie en psychologie maar ook in programma's zoals SketchUp of Solidworks en Arduino. Verder worden drie projecten uitgewerkt, namelijk 'BioMirror', 'Mirabilia' en 'Dangling Grid'. Tevens wordt een materiaal bibliotheek ontwikkeld en toepassing van stopmotion-video verkend. Om het werk daadwerkelijk bruikbaar te maken voor het dagelijks leven worden publieke testmomenten georganiseerd en wordt met de producenten en wetenschappers samengewerkt. Deze verschillende trajecten zien de ontwerpers als verschillende stappen binnen één groot onderzoek dat zich richt op 'experience-changing surfaces'.
Amy Suo Wu
Amy Suo Wu
Amy Suo Wu

Amy Suo Wu

Amy Suo Wu is in 2012 afgestudeerd aan de master Media Design van het Piet Zwart Instituut. Haar werk staat bijna altijd in het teken van de politieke dimensie van informatie en hoe informatie ingezet wordt door machtsstructuren. In deze context is Wu in 2015 het onderzoekproject 'Tactics and Poetics of Invisibility' gestart, waarin ze op zoek gaat naar tactische en innovatieve vormen van onzichtbaarheid om communicatie tussen burgers en gemeenschappen te maskeren. In het aankomende jaar wil Wu hier verder onderzoek naar doen door zich toe te leggen op de principes van steganografie, het principe binnen de cryptografie waar informatie wordt verborgen in onschuldig ogende objecten. De focus van de maker ligt hierbij op onzichtbare inkt, als oud medium dat als niet meer relevant wordt beschouwd door veiligheidsdiensten. Concreet moet het onderzoek onder andere leiden tot een inkjetprinter die met onzichtbare inkt print. Op het gebied van professionele en artistieke ontwikkeling volgt Wu onder andere een tweetal residentietrajecten in Beijing en Leipzig.
Atelier Frank Verkade
Atelier Frank Verkade

Atelier Frank Verkade

In 2012 studeerde Frank Verkade af aan de afdeling Product Design aan Artez in Arnhem. Sindsdien is hij als sieradenontwerper gefascineerd door de symbiose tussen verschillende organismen, met name tussen de mens en dier. Dit raakt volgens hem aan de oorsprong van sieraden aangezien deze van oudsher ontwikkeld zijn door natuurvolkeren in de vorm van dierlijke en natuurlijke materialen om hun (mythische) krachten over te nemen. Heden ten dage zorgen volgens de ontwerper de ontwikkelingen binnen bio-design tot vervagende grenzen tussen de mens en technologie. De maakbaarheid van het menselijk lichaam is dan ook een uitgangspunt van zijn doorlopend ontwerpend onderzoek 'Paradise', dat hij komende jaar wil uitbreiden tot een multidisciplinair project waarin sieraden, dans, video en fotografie samenkomen. Frank Verkade stelt zich het aankomende jaar ten doel zich te ontwikkelen tot een multidisciplinair vormgever. Hij gaat zijn kennis en vaardigheden nader ontplooien middels cursussen voor programma's Rhino en CAD, film-editing en edelsmederij. Daarnaast gaat hij inhoudelijke verdieping zoeken onder begeleiding van de Amerikaanse filmregisseur Andrew Thomas Huang en ontwerpers Ted Noten en Bart Hess. Ook neemt hij deel aan de Artist in Residence van ArtEZ Product Design en staan verschillende presentaties op de planning zoals een duo-solo expositie bij Gallery Four in Gothenburg, Zweden.
Benjamin Sporken
Benjamin Sporken

Benjamin Sporken

In 2014 behaalde Benjamin Sporken zijn master aan de Media, Art & Design-Faculty, te Hasselt, in de richting grafische vormgeving en met specialisatie type design. Zijn ontwerppraktijk kenmerkt zich door een multidisciplinaire aanpak en speciale aandacht voor de wisselwerking tussen grafisch- en letterontwerp. Benjamin Sporken stelt namelijk dat typografie de communicatieve basis vormt voor vrijwel alle media, zowel in de digitale als printvorm. Hij merkt op dat de ontwikkeling van letterontwerp lijkt te stagneren, met name doordat er een voorkeur lijkt te bestaan voor de algemene leesbaarheid van letters. Om bij te dragen aan de positie en ontwikkeling van letterontwerp, wil Benjamin Sporken de aankomende tijd een eigen platform opzetten, getiteld ONMIN. Om het ontwerpen van lettertypen in een historisch context te plaatsen gaat Benjamin Sporken deelnemen aan de masterclass Expert Class Type Design. Daarnaast wordt advies ingewonnen bij het Britse ontwerpbureau FIELD en verschillende vooruitstrevende letterontwerpers en zogenaamde 'type foundries'. Stapsgewijs wordt gewerkt aan nieuwe letters, innovatieve productiemethodes, toepassingen en tentoonstellingsformats voor letterontwerp. Door een eigen type foundry te starten meent Sporken conventies uit te dagen en zich te onderscheiden binnen het ontwerpveld. Tevens biedt het concept van ONMIN de mogelijkheden om een verdienmodel te ontwikkelen dat bijdraagt aan het ontwikkelen van zijn professionele praktijk.
Chrissie Houtkooper
Chrissie Houtkooper

Chrissie Houtkooper

Chrissie Houtkooper heeft zich tijdens haar opleiding aan de ArtEZ Fashion Masters, die zij in 2015 behaalde, gespecialiseerd in modeaccessoires en met name footwear. Volgens haar vormen schoenen de kern van kledingdracht en identiteit. Haar werk kenmerkt zich ook door persoonlijk erfgoed en de combinatie van streetwear, minimalisme, moderniteit en vakmanschap. Experimenten met materiaal, vorm en constructie staan daarin centraal. Het komende jaar wil zij besteden aan het verstevigen van de fundamenten van haar ontwerppraktijk, met name op het gebied van sustainability, vakmanschap en traditie. Hiervoor wil zij twee collecties ontwikkelen en haar positionering in het buitenland onder de loep nemen. Tijdens verkennende reizen naar Londen en Japan wil zij met verschillende partijen in gesprek gaan en reflecteren op haar ontwerppraktijk. Binnen de collecties staat het onderzoek naar zowel nieuwe als traditionele technieken, materialen en productiemethodes centraal. Zo gaat ze een nieuwe accessoire-collectie ontwerpen getiteld 'Modern Heritage 2.0' die tot moderne interpretatie van tradities moet leiden. Daarnaast wil ze in samenwerking met de modeontwerper David Laport een draagbare accessoire-collectie maken. Beide collecties worden gepresenteerd tijdens Paris Fashion Week en Dutch Design Week.
Christiaan Bakker
Christiaan Bakker

Christiaan Bakker

Christiaan Bakker heeft in 2013 zijn master-diploma behaald aan het Sandberg Instituut te Amsterdam. Bakker wil als vormgever verhalen vertellen door ruimtes te vormen. Tijdens zijn ontwerpproces gebruikt hij modellen en maquettes als voornaamste ontwerptool. Bakker gaat het aankomende jaar verschillende aspecten van de maquette onderzoeken. Hij verwacht daarmee dichter bij de toepasbaarheid van modellen in het ontwerpproces te komen. Bakker kiest ervoor om op een ruimtelijke en experimentele wijze onderzoek te doen vanuit een theoretisch kader. Het onderzoek bestaat uit drie fases. In fase één analyseert Bakker de verschillende aspecten van het model. Deze aspecten zijn onder andere functie, vormtaal, proportionaliteit en materiaalgebruik. Daarna voert hij een serie ruimtelijke experimenten uit. Tot slot worden de opgedane inzichten toegepast in het ontwerpen met modellen. De vorm waarin de resultaten van het onderzoek tot uitdrukking komen laat hij bewust open. Gedurende het onderzoek raadpleegt Bakker een aantal experts uit andere disciplines, waaronder een scenograaf, een filmmaker, kunstenaars en grafische ontwerpers. Om zich technisch te ontwikkelen op het gebied van representatie en augmented reality gaat de ontwerper werkstages aan bij een fotograaf en een AR-specialist. Ook zet de ontwerper twee coaches in om te reflecteren op het gehele ontwerpproces.
Dieter Vandoren
Dieter Vandoren

Dieter Vandoren

Dieter Vandoren studeerde in 2012 af aan de opleiding ArtScience van de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag. Vandoren maakt audiovisuele installaties en performances waarin de lichamelijke ervaring centraal staat. Het werk slaat daarin altijd een brug tussen het architecturale en de audiovisuele ervaring. Naast zijn werk als maker is Vandoren een van de initiatiefnemers van het iii platform, dat zich heeft ontwikkeld tot een (inter)nationale plek voor uitwisseling op het gebied van audiovisuele kunst. In zijn ontwikkelplan omschrijft Vandoren drie onderdelen die samen tot een eindproject leiden. Zo volgt Vandoren samen met maker Mariska de Groot een residentie bij STEIM om hun LFS1 werk verder te ontwikkelen en te finaliseren. Daarnaast ontwerpt en realiseert Vandoren een nieuw werk met behulp van de 4DSOUND installatie. Met het derde project wil de maker zich begeven op het gebied van stage-design. Hierbinnen gaat Vandoren een samenwerking aan met een muzikant om te komen tot een visuele architectuur die een ruimtelijke context biedt aan de muziek. Het eindproject wordt gevoed door de drie andere projecten en moet een grootschalige ervaring worden op het raakvlak van de academische en techno-cultuur.
Donna van Milligen Bielke

Donna van Milligen Bielke

Donna van Milligen Bielke studeerde in 2012 af aan de Academie van Bouwkunst te Amsterdam. In haar werk is de architect voortdurend bezig met het herdefiniëren en positioneren van grenzen. Daarbij opereert Van Millegen Bielke op de grens van architecuur en stedenbouw en beweegt ze zich vrijelijk door verschillende schaalniveaus, van het architectonische interieur tot het stedelijk weefsel. In het aankomende jaar richt de architect zich op een ontwerpend onderzoek dat moet leiden tot nieuwe stedelijke typologieën voor Amsterdam. Deze typologieën moeten de stad geschikt maken voor toekomstige groei en een antwoord bieden op de almaar groeiende toeristenstroom. Het ontwerpend onderzoek bestaat onder andere uit een analyse van de geschiedenis en context van Amsterdam en een reeks excursies naar diverse stedenbouwkundige typologieën in New York, Parijs, Rome en Berlijn. Verder wil de architect een reeks experts als visiting critics bij haar onderzoek betrekken, zoals Zef Hemel, Pier Vittorio Aureli, Martino Tattara en Ton Schaap.
Elisa van Joolen
Elisa van Joolen
Elisa van Joolen

Elisa van Joolen

Elisa van Joolen behaalde in 2012 haar master Fashion Design aan Parsons in New York. Van Joolen is geïnteresseerd in het hele spectrum van de mode-industrie en werkt vanuit de overtuiging dat de modewereld toe is aan een nieuwe sociale benadering van kledingproductie. In de projecten van Van Joolen ligt de nadruk op samenwerking en participatie. Een voorbeeld hiervan is haar doorlopende onderzoeksproject 11”x17”. Van Joolen bevraagt met dit project de gangbare waardesystemen in de mode-industrie en verkent nieuwe productiemethoden. Zij vraagt zich bijvoorbeeld af hoe het zou zijn als kleding van verschillende merken in een collectie terecht komen. Zo combineert ze onderdelen van kledingstukken van verschillende merken tot een uniek ontwerp. Komend jaar geeft Elisa een vervolg aan 11”x17” en gaat een nieuwe serie kledingstukken ontwikkelen getiteld 'One-to-One'. Gedoneerde kledingstukken van verschillende merken gebruikt Van Joolen als printing tools. Een met inkt besmeerde zijde van een kledingstuk wordt met een pers op een ander kledingstuk gedrukt. Zo ontstaat een reeks gedeeltelijk bedrukte kledingstukken, vergelijkbaar met een kettingreactie: ieder kledingstuk is origineel én draagt een letterlijke kopie van een ander stuk. Verschillende onderdelen van 'One-to-One' zullen worden getoond in het Stedelijk Museum Amsterdam, Museum Boijmans van Beuningen, The Hole Gallery NYC, Patta Store en Zeedijk 60 in Amsterdam. Tevens gaat ze een publicatie ontwikkelen waar 'One-to-One' vanuit diverse invalshoeken wordt belicht.

Foto: Blommers / Schumm
www.11x17.nl
Giuditta Vendrame
Giuditta Vendrame
Giuditta Vendrame

Giuditta Vendrame

Giuditta Vendrame behaalde in 2015 haar master in design aan de Design Academie Eindhoven. Haar werk bevindt zich op het snijvlak van vormgeving en wetgeving. In haar ontwerppraktijk wil Vendrame een uitwisseling tussen vormgeving en het rechtstelsel uitlokken, waarbij zowel de theoretische als de praktische aspecten aan bod komen. Door design - het produceren en moduleren van een esthetische effect - wil Vendrame ruimtes creëren waar de dialoog over het burgerschap plaats kan vinden. In het komende jaar wil Vendrame haar onderzoek en interventies richten op drie pijlers; de stedelijke schaal (de stad Eindhoven), de internationale schaal (de rivier Donau) en de supranationale schaal (het Schengengebied). Hiervoor heeft zij verschillende experts benaderd, zowel uit het vormgevingsveld als uit het juridisch domein.
Hannah Schubert

Hannah Schubert

Hannah Schubert is in 2015 afgestudeerd als landschapsarchitect aan de Academie van Bouwkunst te Amsterdam. Schubert's projecten bevinden zich op het grensvlak van architectuur en landschap. In haar afstudeerproject onderzocht Schubert hoe de kracht van de natuur ingezet kan worden om een leegstaand of 'gefaald' gebouw langzaam te transformeren naar een landschap. De landschapsarchitect wil het archetype van de ruïne op een niet nostalgische manier benaderen om zo te komen tot waardevolle plekken, waar de natuur regeert en de mens eventueel op bezoek kan komen. Voor haar ontwikkeltraject omschrijft Schubert drie onderdelen: het ontwikkelen van meer ecologische kennis, kennis van verschillende representatietechnieken en het uitdragen van de eigen onderscheidende positie binnen de (landschaps)architectuur. Binnen deze onderdelen worden mentoren ingezet, excursies ondernomen, ontwerpend onderzoek gedaan en presentaties gemaakt. Schubert wil haar eigen ontwikkeling vastleggen in een online journaal. Daarnaast werkt de landschapsarchitect aan een presentatie in Kasteel Groeneveld waar zowel de verdieping van het ontwerpend onderzoek als de ontwikkeling in representatietechnieken tot uiting kunnen komen.
Isabelle Andriessen
Isabelle Andriessen

Isabelle Andriessen

Isabelle Andriessen behaalde in 2015 een Master Beeldende Kunst aan de Malmö Art Academy en studeerde daarvoor af aan de Gerrit Rietveld Academie en het Fashion Institute in Amsterdam. Andriessen onderzoekt het contrast tussen eindigheid en het verlangen naar
onsterfelijkheid. In haar sculpturen en ruimtelijke installaties staan tijdelijkheid, transformatie en de zintuiglijke waarneming centraal staan. Ze werkt veelal met materialen die van tijdelijke aard zijn en met ontastbare 'materialen' zoals licht, geur en geluid. Haar doel is om een unieke relatie te laten ontstaan tussen de bezoeker, de (architectonische) ruimte en het materiaal. De werken zijn voornamelijk 'site-specific' en 'time based'. Andriesse voerde onlangs onderzoekstrajecten uit bij het EKWC en het KNAW. De resultaten hiervan wil ze in het komende jaar concreet maken door verschillende nieuwe werken te ontwikkelen en te presenteren. Met het nieuwe werk wil ze de relatie onderzoeken tussen architectuur, de consumptiemaatschappij en de natuur.
Janna Ullrich
Janna Ullrich

Janna Ullrich

Janna Ullrich streeft naar het toegankelijk en bespreekbaar maken van complexe, politieke onderwerpen voor een breed publiek. Deze maakt zij op speelse wijze zichtbaar in haar werk door dystopische en utopische scenario's te schetsten die het publiek middels een spel kan doorgronden. Zo heeft zij voor haar afstudeerproject aan het Sandberg Instituut in 2015 een bordspel 'No Man's Land' ontwikkeld in samenhang met de animatie film 'So You Think You Can Immigrate'. Het spel is gebaseerd op de fictieve hyper-surveillance van het actuele asielbeleid en de asiel-industrie van Europa. De komende periode wil Janna Ullrich inzetten om het spel verder te ontwikkelen en de eigen ontwerppraktijk te professionaliseren. Hiervoor organiseert de maker speelsessies voor experts op het gebied van burgerschap, vluchtelingbeleid en de security industrie. Met hen wordt gereflecteerd op de inhoudelijke en conceptuele uitwerking van het spel waarbij de ontwerp- en onderzoeksmethode van de ontwerper ter discussie wordt gesteld. Daarnaast volgt zij cursus technische vaardigheden in After Effects, Cinema 4D en 3D software. Ook werkt ze met professionele gamemakers, waar onder Erno Eekelhout en Filip Milunski, aan de technisch verbetering van het spel. Verder werkt Ullrich met documentairemaakster Paramita Nath en producent Karen Ella Harnisch aan een gaming-documentaire. Het spel wordt gepresenteerd op universiteiten, theaters, scholen, bedrijven, buurthuizen. Ook werkt de ontwerper samen met leden van het vluchtelingen collectief We Are Here en Stichting Here To Support. Hiermee beoogt zij het spel in de 'realiteit' te toetsen.
Jules van den Langenberg

Jules van den Langenberg

Jules van den Langenberg is onafhankelijk curator en tentoonstellingsmaker. Zijn werk bestaat uit zelf geïniteerde tentoonstellingsformats en daarnaast uit opdrachten voor musea, bedrijven en particulieren. Zijn projecten richten zich op de vakgebieden vormgeving, toegepaste kunst en architectuur. Centraal staat het bevragen en onderzoeken van het medium 'tentoonstelling'. In 2017 wil Van den Langenberg op reis om te zoeken naar de ideologie van het nieuwe tentoonstellen. Door leerling-meester relaties aan te gaan met relevante curatoren en tentoonstellingsmakers, en het doen van werkbezoeken van ontwerpstudios, ateliers, musea en culturele instellingen poogt hij in 80 werkbezoeken een bibliotheek van 80 schetsen voor tentoonstellingsformats te ontwikkelen.
Mariska de Groot
Mariska de Groot
Mariska de Groot

Mariska de Groot

Mariska de Groot studeerde in 2012 af aan de opleiding ArtScience van de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag. In haar werk richt De Groot zich op het gebied van optisch geluid, waarbij licht direct naar geluid wordt getransformeerd en vice versa. De maker baseert zich daarbij vaak op oude en vergeten media, bijvoorbeeld de bromtol en de haromonograaf. De Groot legt de techniek achter deze historische machines bloot door de onderdelen uit te vergroten en uit elkaar te halen. Dit leidt tot kinetische licht- en geluidinstallaties waarin de maker het rationele tot een sensitieve en immersieve ervaring vertaalt. In haar ontwikkelplan omschrijft De Groot dat ze behoefte heeft aan een periode van onderzoek en reflectie als tegenhanger van haar praktijk. De eerste van de twee onderzoekslijnen betreft het fenomenologisch gedrag van plasmalampen bij de transformatie van licht naar geluid. Het tweede onderzoek komt voort uit een persoonlijke fascinatie voor ronde geometrische patronen. Binnen deze lijn onderzoekt De Groot ronde patronen uit allerlei invalshoeken; anatomisch, mystiek, cultureel. Naast het onderzoek vinden er enkele residenties plaats waaronder een bij STEIM, gericht op het werk LFS1. Op het gebied van professionalisering wil De Groot een mentor inzetten om haar te helpen sneller besluiten te leren nemen. Verder neemt de maker zich voor om een aantal trainingen te volgen op het gebied van media presentatie.

Mariska de Groot over de beurs:
Vaak blijft na de productie van een nieuw performatief instrument of installatie te weinig tijd over voor diepgaand onderzoek naar de artistieke mogelijkheden van het instrument.
De Deelregeling Talentontwikkeling heeft mij de mogelijkheid gegeven om een nieuwe werkroutine aan te leren. Een routine waarbij het artistiek theoretisch- en praktisch onderzoek meer ruimte krijgt en daarmee in een meer duurzame verhouding vormt met de productie en presentatie van werk. In 2016 en 2017 heb ik mij met name kunnen focussen op de ontwikkeling van meerdere vormen van compositie voor mijn performatieve instrumenten en installaties. Hiervoor heb ik een aantal digitale tools kunnen laten ontwikkelen, samengewerkt met onder andere een componist en een meisjes fanfare en hieruit zijn er een aantal nieuwe projecten en samenwerkingen ontstaan.
Max Dovey
Max Dovey

Max Dovey

Max Dovey studeerde in 2015 af aan de Media Design & Communication master van het Piet Zwart Instituut. Dovey gebruikt performances en installaties om kritische vragen te stellen bij de beloften en gevaren van big data, artificiële intelligentie en het gebruik van computers. In het aankomende jaar ontwikkelt Dovey een scenario gedreven live action game over blockchain technologie. Een blockchain is een gedistribueerde database die een gestaag groeiende lijst bijhoudt van data-items die gehard zijn tegen manipulatie en vervalsing. Met een blockchain kan ervoor worden gezorgd dat een derde partij niet nodig is om de betrouwbaarheid van een transactie te waarborgen. Spelers komen in het spel in aanraking met de betekenis die blockchain technologie kan hebben voor alternatieve vormen van economische organisatie en nieuwe vormen van maatschappelijk bestuur. De maker werkt hiervoor samen met professor Chris Speed (Design Informatics, University of Edinburgh). Om zijn kwaliteiten op het gebied van performances te ontwikkelen volgt Dovey een residentie bij Blast Theory, een Engels theatergezelschap. Verder werkt hij samen met het initiatief 'Design my Privacy' aan een aantal publicaties en evenementen over het onderwerp van digitale privacy.
Paula Arntzen
Paula Arntzen

Paula Arntzen

Paula Arntzen behaalde in 2015 haar master Design Products aan de Royal College of Art in Londen. Tijdens haar master viel haar op dat interactief design vaker wordt toegepast in de ruimtelijke installaties dan in product ontwerp. Dit inspireerde haar om nader te onderzoeken hoe het komt dat objecten en meubilair een statisch karakter hebben ondanks de kansen die technologie biedt. Zo heeft ze voor haar afstudeerproject 'Blue Hour' een lichtobject ontwikkeld die geprogrammeerd is om een bepaalde choreografie uit te voeren. Het komende jaar wil zij een vervolg geven met het research project 'Performa'. Deze research zoomt in op de tegenstelling tussen entertainment in de publieke ruimte en de statische huiselijke omgeving. Hierin spelen verlichting en beweging wederom een belangrijke rol.
Aan de realisatie van dit doorlopend onderzoek werkt Paula Arntzen samen met verschillende professionals en verdiept ze zich in programma's zoals Sketchup en Rhino. Verder gaat ze onder begeleiding van een artistieke en een zakelijke coach de ontwikkeling van haar studio onder de loep nemen. Ook presenteert Arntzen zich op nationale en internationale beurzen. Tot slot wilt ze de mogelijkheden onderzoeken om actief deel te nemen aan een internationaal design collectief.
Rasmus Svensson
Rasmus Svensson

Rasmus Svensson

Rasmus Svensson studeerde in 2013 af aan het Sandberg Instituut, met een Master Design. Zijn werk bestaat onder meer uit digitale platforms, audio-visuele websites, films en visuele essays. Thema's die hij onderzoekt zijn financiële informatiesystemen, blockchains, recht- en machtsstructuren en de relatie van de fysieke tot virtuele territoria. In het ontwikkelplan stelt hij samen met Hanna Nilsson drie projecten voor. In het speculatieve design project 'Ambient Design Group' staan toekomstige interfaces centraal, die voorbij het 2-dimensionale scherm bestaan. Via het project 'Google Soil' onderzoeken de ontwerpers het belang (of de irrelevantie) van het land met betrekking tot onze schijnbare zogenaamde 'free-floating sharing economy'. In het project 'Node Pole' bevragen ze hoe verschillende fysieke, sociale en financiële stromen zich door de samenleving heen bewegen. Hun onderzoek voeren ze uit in het stadje Boden in Noord-Zweden dat beschouwd wordt als een ideale data haven. De ontwerpers willen zich gedurende het jaar verdiepen in diverse domeinen. Hiervoor hebben zij onder meer ontmoetingen voor ogen met organisaties als lock.it, Ascribe.io, CCC Chaos Computer Club, Next Nature Network en Ethereum Foundation. Tevens bezoeken zij specialisten op het gebied van recht en blockchain zoals Florian Glatz en onderzoekers zoals Tor Björn Minde, onderzoeker aan het SICS Interactive institute, Luleå en Michael Nilsson, onderzoeker aan het Cloudberry Datacenters, Luleå. Gedurende het jaar publiceren de ontwerpers drie visuele essays.
Roomforthoughts

Roomforthoughts

Jennifer Kanary Nikolov(a) vraagt subsidie aan voor het updaten en opschalen van het project 'Labyrinth Psychotica'. Het project behelst een Virtual Reality ervaring waarin de werkelijkheid wordt gemanipuleerd met behulp van cognitieve trucs, zoals verstoring van ruimte- en tijdservaring. Door de VR-ervaring krijgt de deelnemer inzicht in hoe mensen met een psychose hun omgeving waarnemen en ervaren. Het project is ontwikkeld met advies van verschillende professionals en experts op het gebied van psychoses. In de huidige vorm is de simulatie door verouderde hard- en software ontoereikend voor onder meer het zelfstandig gebruik door derden en groei op de internationale markt. De aanvraag behelst een doorontwikkeling en verbetering van de inhoud van de simulatie alsook de software en hardware van de wearables. Nikolov(a) werkt hiervoor samen met o.a. Johnson & Johnson Citizenship Trust, Fonds Psychische Gezondheid en Janssen.
Rudy Guedj
Rudy Guedj
Rudy Guedj

Rudy Guedj

Rudy Guedj studeerde in 2013 af aan de Gerrit Rietveld Academie aan de afdeling grafisch ontwerp. Guedj is geïnteresseerd in de constructie en de ontwikkeling van de verhalende mogelijkheden van ontwerp. Vorm en inhoud zijn voor de ontwerper van even groot belang. Tekenen is een steeds terugkerende vorm binnen zijn praktijk. Via de lijn van het tekenen onderzoekt hij de vele manieren waarop een verhaal kan worden benaderd. Zo onderzoekt hij architecturale vormen, het ornament, het typografische, het gedeconstrueerde, de fictieve, de referentiële, de schetsmatige, de drie-dimensionale, het abstracte of de figuratieve vorm. Het komende jaar wil Guedj zich onder meer verdiepen in rationele architectuur en de werkwijze van Lina Bo Bardi. Daarnaast zal hij samenwerken met de schrijver Will Pollard waarvoor hij onder meer een visuele taal ontwikkelt en zal hij workshops geven in samenwerking met ontwerper en uitgever Anton Stuckardt (designer and publisher) rondom het werk van de Franse auteur Raymond Roussel.

Rudy Guedj over zijn ontwikeltraject:
In the context of the Talent Development Program 2016–2017, Rudy Guedj has developped Building Fictions as a publishing project. BF is the imprint under which he published Tummy Rumble (To Me Rubble), a collaboration with the writer Will Pollard, resulting in an installation, a video work and a book. Tummy Rumble (To Me Rubble) is the first of a series of collaborative works exploring the potential of fiction as a possible tool to (de/re)construct spaces (or the potential of spaces as the possible tools to (de/re)construct fictions). The works created and published will tend to depart from spatial situations or constructions, looking into how design, artistic, architectural or litterary practices can relate to one another and foster the creation of new forms in terms of narrative building. While investigating fictional strategies and their potential within artistic production, BF is also interested in finding out where those strategies are at play in the context of real constructions, could those be made of concrete or be more ephemeral, metaphorical, thus anchoring the effects of fictions within the real world. Often departing from research, the works created will introduce processes of figuration and abstraction within language and form (drawing being a recurring element at play), in an attempt to play along the border defining Histories and singular stories.
Ruiter Janssen
Ruiter Janssen
Ruiter Janssen

Ruiter Janssen

Ruiter Jansen behaalde in 2013 een Master Vacant NL aan het Sandberg Instituut, Amsterdam. Door het visualiseren van data brengt hij actuele thema's uit de samenleving in kaart. Hiermee bevindt zijn werk zich op de gebieden Journalistiek, Information design en Autonoom ontwerp. Het komend jaar wil Ruiter Jansen aan twee projecten werken: Apartheid Revisited en Two sides of New Amsterdam.
In een interactief datalandschap wil Jansen de geschiedenis van apartheid in beeld brengen en zo het besef en de kennis hiervan voor de huidige generatie vergroten. Voor dit project werkt hij reeds samen met een oud-correspondent in Zuid-Afrika en expert op het gebied van apartheid, Bart-Luirink. Daarnaast beoogt hij een samenwerking met Bureau Buitengewone Zaken uit Rotterdam. Met het project 'Two sides of New Amsterdam' onderzoekt de ontwerper het proces van toeëigening van het historische verleden. Hij stelt dat er door termen als 'ons verleden' en 'wij hebben vroeger...' een claim wordt gelegd op de geschiedenis. New York (voormalig Nieuw Amsterdam) zal hij als voorbeeld inzetten. Voor het laatste project wil de ontwerper onder meer samen werken met historicus Jaap Jacobs, expert op het gebied van Nederlandse immigranten in de VS.
Simone C. Niquille
Simone C. Niquille
Simone C. Niquille
Simone C. Niquille

Simone C. Niquille

Simone C. Niquille behaalde haar master of design diploma in 2013 aan het Sandberg Instituut te Amsterdam. Als grafisch ontwerper produceert Niquille objecten, films, beelden en strategieën rondom thema's als persoonlijke data en de representatie van het menselijk lichaam in de virtuele ruimte. In haar ontwikkelplan omschrijft de maker de ambitie om een onderzoek te doen, een korte film te maken en kennis over onder andere gamesoftware op te doen. Voortbordurend op het eerdere project Internet of Bodies onderzoekt Niquille de processen, technologie en esthetiek van de digitalisering van het menselijk lichaam. Het ontwerpend onderzoek Avatardesign speculeert over de mogelijke avatars die kunnen ontstaan in de wereld van social media, biometrische gegevens en motion capture.

Simone C. Niquille looking back at her use of the grant:
My proposal for the Talent Development Grant focused on developing a field of design research around Avatardesign and developing the project Internet of Bodies. During the year these plans evolved and became multiple projects, some of which are ongoing and carried over into the new year. What the Grant allowed is for time and focus to further my practice Technoflesh on digital identity, data ownership, imaging technology and the resulting power structures affecting real bodies. Avatardesign developed into a personal methodology of practice as research around 3D software and digital bodies. Through the fund I got the time to speak to experts, deepen my technological skills and create work. Internet of Bodies developed into a set of workshops around biometric data, digital identity and obfuscation strategies. Also I got the chance to document a Hillary Clinton lookalike during the final days before the 2016 US Presidential Elections. This developed into the short film The Fragility of Life, a portrait drenched in physical and virtual multiplicity and simulation. The film premiered at the opening of Impakt Festival 2017. During the year I established a focus on 3D scanning and motion capture technology, their history, development and influence on digital representation. At its inception, virtual space was seen as one where physical bodies do not live. It promised a freeing of physical realities, making possible a multitude of identities and truths. By challenging bodily parameters of 3D character creator software, 3D scanning protocols and motion capture technology, I question if such ability of expression is possible in the binary language of computation or if it generates a parametric truth. I have been invited as contributor to the Dutch Pavilion at the Venice Architecture Biennale 2018, within this context this work continues focusing specifically on digital human models created for ergonomic simulation software and the challenge of addressing diversity within such design strategies.
Simone Post
Simone Post

Simone Post

Simone Post is in 2014 afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven. Post is een textielontwerper die naast haar eigen ontwerpbureau ook cofounder van het collectief Envisions is. Het combineren van experimenteel werk en de uitkomsten hiervan vervolgens toepassen in de industrie is de rode draad in het werk van Post. In het komende jaar wil zij zich zowel specialiseren als verbreden. Vanuit het experiment en in samenwerking met de industrie zal zij zich focussen op textiel en kleur. Daarnaast zal zij onderzoek doen naar verschillende technieken en werkwijzen om deze in haar ontwerppraktijk te kunnen combineren. De professionalisering van haar ontwerpbureau neemt het komende jaar ook een centrale positie in. Post reserveert een substantieel gedeelte van het professionaliseringsbudget voor het inschakelen van coaches die haar helpen bij het verbeteren van haar bedrijfsvoering. Ook zal zij afreizen naar India en Japan om daar samenwerkingsverbanden aan te gaan met verschillende werkplaatsen.
Sophie Hardeman
Sophie Hardeman
Sophie Hardeman
Sophie Hardeman

Sophie Hardeman

Sophie Hardeman studeerde in 2015 af aan de Gerrit Rietveld Academie. In hetzelfde jaar lanceerde zij het denimlabel HARDEMAN dat gelijk veel internationale aandacht kreeg. Zo presenteerde ze haar collectie OUT OF THE BLUE tijdens de New York Fashion Week. Haar werk kenmerkt zich zowel door het gebruik van denim, een alledaagse stof, als door de vervreemding in perspectief die zij aanbrengt in haar silhouetten. Daarnaast onderzoekt en bevraagt Hardeman bestaande conventies in het huidige mode-systeem, waarin het vooral draait om het economisch perspectief. Met haar collecties zoekt Hardeman de confrontatie op, waarin zij het abnormale tot een nieuwe realiteit benoemd. In het komende jaar wil zij twee projecten realiseren; de collectie HEROES, waarin de mens als idool en als Messias gezien wordt zonder zijn falen te verstoppen, en het project JEANS COUTURE, een 'Red Carpet Event' waarin de link wordt gelegd naar productverheerlijking en imago accreditatie.
Studio Amir Avraham
Studio Amir Avraham

Studio Amir Avraham

Amir Avraham studeerde in 2015 af aan de Werkplaats Typografie in Arnhem. Als grafisch ontwerper onderzoekt hij zijn rol als auteur en het ontwerp als een vorm van schrijven. Het komend jaar richt hij zich specifiek op twee projecten; Virtual Gleaning,' en 'Exterritorial Alefbeit.' Het eerste project is een onderzoek dat zich richt op de nieuwe digitale vormen van informatie en kennisdistributie. Het tweede project is een selectie van een persoonlijk archief van digitaal gevonden materiaal. Het concept van de collectie richt zich op de Hebreeuwse taal, één die is aangeduid als een "dode taal" tot het begin van de 20e eeuw, toen het gebruik ervan veranderde van een heilige naar een natuurlijk gesproken en geschreven taal. Het komend jaar wil hij hierover een publicatie uitgeven.
Studio Iwan Pol
Studio Iwan Pol
Studio Iwan Pol

Studio Iwan Pol

Iwan Pol studeerde af aan de Design Academie Eindhoven in 2014. Zijn ontwerpproces kenmerkt zich door een onderzoekende houding gericht op materiaal en techniek. Het eindproduct ligt door de experimentele werkwijze niet vast. Zijn werk is gericht op zintuigelijke ervaring en gegrond in de fysieke wereld. Pol reageert hiermee naar eigen zeggen op de verwaarlozing van de de onbegrensde mogelijkheden van onze zintuigen en de verwondering die daarbij hoort in het digitale tijdperk. Het komende jaar wil Pol zijn projecten Happy Concrete en Fluid Walls verder uitwerken, waarbij hij de samenwerking met de Universiteit Twente opzoekt. Hij wil zich voornamelijk verdiepen in het productieproces. Daarnaast wil Pol met zijn samenwerkingsproject Envisions een volgende stap zetten: de pioniersrol vervullen om een 'proces' als product te verkopen.
Studio RAP

Studio RAP

Studio RAP is opgericht door architecten Wessel van Beerendonk, Léon Spikker en Lucas ter Hall. Alle drie behaalden zij hun diploma aan de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft. De samenwerking is opgezet als een ontwerp- en fabricagestudio waarbij digitale ontwerptechnieken en innovatieve productiemiddelen centraal staan. De samensmeltende rol van architect en producent omschrijft RAP als de digitale bouwmeester.
Studio RAP omschrijft in haar ontwikkelplan hoe ze zich het komend jaar willen ontwikkelen en profileren in deze rol. Daarvoor werkt de studio aan een hybride manifest dat bestaat uit een ontwerpend onderzoek en een literatuuronderzoek. RAP tracht daarmee het digitale bouwmeesterschap in een historische context te plaatsen door te laten zien dat nieuwe productie- en ontwerptechnieken altijd leiden tot nieuwe architectuur. In het ontwerpend onderzoek combineren de makers een parametrisch ontwerpproces met digitale fabricage om tot een 1 op 1 prototype te komen dat de visie op digitaal bouwmeesterschap belichaamt. Naast het perfectioneren van het parametrisch ontwerpproces en de digitale fabricage van elementen richt een groot deel van het onderzoek zich op het assembleren van deze elementen met behulp van robotarmen. RAP verwacht dat de stap in het digitaliseren en automatiseren van de fabricage tot expressievere vormen kan leiden. De studio wil de resultaten van het ontwerpend onderzoek presenteren op verschillende plekken zoals architectuurcentra, maar ook publieke plekken als het Centraal Station in Rotterdam.
Op het gebied van professionalisering van haar praktijk richt de studio zich voornamelijk op het verbeteren van haar communicatie.
Studio Truly Truly
Studio Truly Truly
Studio Truly Truly
Studio Truly Truly

Studio Truly Truly

Studio Truly Truly is uitgenodigd om in september een solo tentoonstelling van hun werk te presenteren in het Dutch Pavilion tijdens de London Design Fair. Behalve Dutch Design internationaal te representeren, is hun doel om een nieuw publiek te bereiken en verbindingen te maken in de ontwerp industrie in Londen.
SulSolSal
SulSolSal

SulSolSal

De Zuid-Afrikaanse grafisch ontwerper Johannes Bernard studeerde in 2013 af aan het Sandberg Instituut, met een Master Design. Samen met de Braziliaanse architect Guido Giglio vormt hij de ontwerpstudio SulSolSal. Hun praktijk en onderzoek verbinden drie continenten: Amsterdam (Nederland), São Paulo (Brazilië) en Kaapstad (Zuid Afrika). De ontwerppraktijk bevraagt het paradigma van het huidige model van de mondiale economische ontwikkeling. Door ontwerpprojecten, publicaties, lezingen, foodperformances en workshops onderzoeken ze de betekenis van de economische ontwikkeling voor ontwerp, met name in Afrika, Latijns Amerika en Europa. Het komend jaar wil de studio zich onder meer richten op het ontwikkelen van hun ontwerpmethodologie, verdiepend onderzoek doen en twee nieuwe werken produceren. De multi-screen film 'A Rising Tide Lifts All Boats' is een onderzoek naar de rol van design in marketing 'vooruitgang' in Brazilië, Zuid Afrika en Nederland. Daarnaast publiceert de studio een 'Global Crisis Cookbook': over strategieën in tijden van crisis middels eetcultuur, ontwerp en teksten.
<