over

PLATFORM TALENT

Ontdek nieuwe creatieve talenten die actief zijn op het gebied van design, architectuur en digitale cultuur, ondersteund door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Het Platform Talent laat zien wat artistieke en professionele groei betekent en is een bron van informatie voor andere makers en opdrachtgevers.

PROGRAMMA TALENTONTWIKKELING

Talentontwikkeling is een van de speerpunten van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Jaarlijks krijgen opkomende ontwerptalenten dankzij een beurs van het fonds de kans zich optimaal te ontwikkelen op het artistieke en professionele vlak. De ontwerpers zijn maximaal vier jaar geleden afgestudeerd en werkzaam binnen diverse disciplines van de creatieve industrie, van modevormgeving tot grafisch ontwerp, van architectuur tot digitale cultuur. Met het Platform Talent portretteert het Stimuleringsfonds alle individuele praktijken van ontwerpers die sinds 2013 zijn ondersteund.

2019

In 25 filmportretten van 1 minuut maak je op een persoonlijke en intieme wijze kennis met talentvolle ontwerpers, makers, kunstenaars en architecten die in 2018/2019 een werkbeurs ontvingen. Studio Moniker is verantwoordelijk voor het concept en de productie. Tijdens de Dutch Design Week 2019 zijn de filmportretten getoond in MU, Eindhoven.

2018

In 24 filmportretten van 1 minuut maak je op een persoonlijke en intieme wijze kennis met talentvolle ontwerpers, makers, kunstenaars en architecten die in 2017/2018 een werkbeurs ontvingen. Studio Moniker is verantwoordelijk voor het concept en de productie. Tijdens de Dutch Design Week 2018 zijn de filmportretten onderdeel van een installatie in het Veemgebouw.

PLATFORM TALENT 2018
PLATFORM TALENT 2018
(4/2)
laad meer

ESSAY: Groeibriljanten en Nieuwe Olie

door Rosa te Velde
Rond 1960 komt de eerste talentenjacht op de Nederlandse televisie, overgewaaid uit Amerika. ‘Nieuwe Oogst’ wordt in eerste instantie gemaakt in de zomermaanden, met weinig budget. Een talentenjacht blijkt een goedkope manier om vermakelijke televisie te maken: de deelnemers grijpen hun kans om beroemd te worden met hun kunstjes, grappen, vermaak en spektakel – in ruil voor koffie en reiskosten.1

Talentenshows, talentenjachten bestaan sinds mensenheugenis. Maar het idee van talentontwikkeling – het belang van het financieel ondersteunen van en investeren in talent – bestaat nog niet zo heel lang. Vanaf de jaren zeventig, met de opkomst van de informatiemaatschappij en de kenniseconomie wordt het belang van ‘een leven lang te leren’ steeds belangrijker. Kennis wordt een asset. Bijscholing, het ontwikkelen van je skills en flexibiliteit worden vereisten en passie wordt noodzaak. Jij bent verantwoordelijk voor eigen geluk en succes. Je moet ‘eigenaar’ worden van je persoonlijke groeiproces. In 1998 publiceert McKinsey & Company ‘The War for Talent’. In deze studie wordt onderzocht wat het belang van ‘high performers’ is voor bedrijven, hoe talenten te werven, ontwikkelen, motiveren en hen vast te houden als werknemers. In de afgelopen decennia is talentenmanagement (TM) een belangrijk onderdeel geworden van bedrijven om concurrentievermogen te optimaliseren, nieuw leiderschap te kweken of persoonlijke groei te bewerkstelligen. Talentmanagement richt zich soms op het hele bedrijf maar vaker exclusief op jonge ‘high potentials’, die ofwel reeds een goede performance hebben geleverd, ofwel veelbelovend zijn en potentie hebben.2 Het is sociaal geograaf Richard Florida die talent in verband brengt met creativiteit in zijn boek The Rise of the Creative Class (2002). In dit boek maakt hij de – onomkeerbare – koppeling tussen economische groei, stedelijke ontwikkeling en creativiteit. Een vleugje excentriciteit, een bohemienne levensstijl en coolheid worden de bepalende factoren die onder de noemer ‘creativiteit’ de speelruimte vormen waar waardecreatie plaatsvindt. Zijn theorie resulteert in een stortvloed aan innovatieplatforms, zinderende creatieve kennisregio’s en levendige broedplaatsen. Het talentdiscours raakt onlosmakelijk verbonden met de creatieve industrie. Zo is de door Florida opgerichte Global Creativity Index – Nederland staat in 2015 op nummer 10 – gebaseerd op de drie T’s van technology, talent en tolerance. Het fenomeen ‘talent’ neemt een vlucht binnen de wereld van de tech startups en in Silicon Valey vechten de innovatiemanagers om de beste talenten. ‘Talent is the new oil’.

Het idee dat talent zich kan ontplooien en ontwikkelen onder de juiste condities staat haaks op het oudere, romantische concept van het door god gegeven, mysterieuze ‘genie’. Talent in de moderne opvatting is niet (geheel) aangeboren, en juist daarom heeft het zin om er geld en ruimte voor te geven. Zoals een groeibriljant, die ‘stapsgewijs waardevoller’ kan worden.

Wat is de geschiedenis van cultuurbeleid en talentontwikkeling in Nederland? Waar de overheid tot de Tweede Wereldoorlog cultuur overlaat aan particulieren, wordt na de oorlog een actief, “stimulerend, voorwaardenscheppend beleid” gevoerd.3 De overheid houdt vast aan het Thorbecke-principe en is geen ‘oordelaar’ van kunst. Maar volgens literatuurhistoricus Bram Ieven vindt vanaf de jaren zeventig een kanteling plaats. Kunst moet democratischer worden en om dat te bereiken moet er meer aansluiting op de markt komen: “[…] van een maatschappelijke invulling van het sociale van de kunst (kunst als participatie) naar een marktgerichte invulling van de sociale taak van de kunst (kunst als creatief ondernemerschap).”4 Met de BKR en later de WWIK worden kunstenaars en vormgevers langdurig financieel ondersteund als ze over onvoldoende middelen beschikken op voorwaarde van een diploma aan een erkende academie of als bewezen was dat men een beroepspraktijk had.5

Pas in de cultuurnota ‘Kunst van Leven’ (2006) van Ronald Plasterk wordt het belang van investeren in talent veelvuldig genoemd, want veel talent blijft ‘onbenut’.6 Plasterk roept met name op om ‘excellent toptalent’ meer ruimte te geven, vooral om internationaal mee te kunnen blijven doen. Sindsdien staat ‘talentontwikkeling’ als begrip in steen gebeiteld in cultuurbeleid. In ‘Meer dan kwaliteit’ (2012) onderschrijft ook Halbe Zijlstra het belang van talent, maar hij geeft een andere uitleg: “Net als in de wetenschap is het in de cultuur belangrijk ruimte te geven aan vernieuwing en innovatie die niet door de markt tot stand komt, omdat de ondernomen activiteiten nog niet direct winstgevend zijn.”7 Het ondersteunen van talent kan hiermee zelfs na de economische crisis gemakkelijk gelegitimeerd worden binnen Zijlstra’s beruchte nuttigheid- en rendementsdenken. Ook Jet Bussemaker handhaaft de nadruk op talentontwikkeling en voor de komende jaren blijft talent op de agenda staan.8

Door het Stimuleringsfonds wordt in 2013 voor het eerst een groep van talenten gesubsidieerd. Net als bij het talentontwikkelingsprogramma van het Mondriaanfonds wordt in het beleidsplan van 2013-2016 gekozen voor één gezamenlijke selectieronde per jaar. Hoewel de nadruk ligt op individuele trajecten, wordt genoemd dat een gezamenlijke beoordeling objectiever en deskundiger is en publicitaire ondersteuning daarmee ook gemakkelijker.9 Wie wordt als creatief talent in beschouwing genomen? Om in aanmerking te komen voor de beurs moet je aan een aantal specifieke eisen voldoen: je moet ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel, niet langer dan vier jaar geleden een ontwerpopleiding hebben afgerond en een goede aanvraag kunnen schrijven waarmee de negen commissieleden uit het veld kunnen worden overtuigd van jouw talent. Zij bepalen op basis van een aanvraag de potentie, ofwel de belofte van je ontwikkeling, waarbij de timing van deze subsidie goed moet passen. Hoe genuanceerd de aanvraagprocedure ook verloopt, deze factoren zorgen voor een afgebakend begrip van ‘talent’.

Als je door de strenge selectie heen komt – gemiddeld wordt tien tot vijftien procent van de aanvragen gehonoreerd – is het een enorme luxe om een jaarlang zelf je agenda te mogen bepalen: te kunnen acteren in plaats van te reageren. Een vrijhaven, een korte pauze van bestaansonzekerheid. Of is het juist een bekrachtiging van het systeem; het moment waarop de kansen gepakt moeten worden? Als gevolg waarvan zelfexploitatie, stress en verlamming toeslaan? Het creatieve proces is in werkelijkheid erg grillig. Zullen de talenten hun belofte kunnen inwisselen?

De een heeft een reis naar China gemaakt, een ander heeft een residentie in Oostenrijk kunnen doen, weer iemand anders zei z’n bijbaantje op. Velen doen onderzoek op allerlei niveaus; van veldonderzoek, materiaalexperimenten tot het schrijven van essays. Sommigen bouwen prototypes of kunnen eindelijk Ernst Haeckel’s Kunstformen der Natur kopen. Anderen organiseren bijeenkomsten, fabrieksbezoeken, ontmoetingen, interviews, een ball.

Is er een gemeenschappelijke deler te onderscheiden binnen deze selectie van talenten? De groep is ook dit keer juist geselecteerd op balans en verscheidenheid; van geluidskunstenaar, filmmaker, designthinker, onderzoeker, cartograaf, verhalenverteller, voormalig architect tot genderactivist-cum-modeontwerper – en dus kan gezamenlijkheid in presentatie geforceerd aanvoelen. Maar door samen naar buiten te treden wordt zichtbaarheid van de talenten gecreëerd. Belangrijk, want hoe anders kan deze investering worden gelegitimeerd?
Dit zijn de vragen die al sinds de eerste lichting spelen bij het Stimuleringsfonds; hoe treden we naar buiten met deze groep, zonder een plat, ongenuanceerd spektakel of romantisch idee van talent neer te zetten? Maar hoe maken we tegelijkertijd wel aan de buitenwereld zichtbaar wat er met publiek geld gebeurt? En wat is goed voor de talenten zelf? In de afgelopen jaren zijn er verschillende vormen uitgetest om te reflecteren op het jaartraject. Van verschillende gecureerde exposities met publicaties vergezeld door presentaties, podcasts, teksten, websites, workshops en debatten.
Het Stimuleringsfonds werkt als buffer tussen het neoliberale beleid en de creatieve werkelijkheid. Het fonds schept luwte voor het maken en biedt ruimte aan het nog-niet-weten, het onderzoek, het experiment en het falen, zonder daar al te veel eisen aan te stellen. Een evenwichtsoefening: Hoe demp je de harde beleidstaal, houd je de rendementsdenkers op afstand, terwijl de (absolute) noodzaak voor deze financiering gemeten, gezien en daarmee gewaarborgd blijft?

Dit jaar is op inspraak van de talenten zelf gekozen voor een andere aanpak: geen expositie. De Dutch Design Week lijkt voor de meesten niet de juiste plek te zijn; slechts een enkeling wil überhaupt een ‘afgerond’ ontwerp of project presenteren en niet noodzakelijk tijdens DDW. Bovendien: veel van de talenten hebben de subsidie ingezet om onderzoek te doen en mogelijkheden te scheppen. In plaats van een gezamenlijke expositie is daarom gekozen voor een bijeenkomst en profielteksten en videoportretten die gepubliceerd worden op ‘Platform Talent’, een online database. Hiermee komt de nadruk minder op het afgelopen jaar te liggen en meer op de zichtbaarheid van de maker en zijn/haar proces; een verschuiving van minder concrete of toegepaste resultaten naar meer aandacht voor persoonlijke werkwijzen. Voldoet deze publiekmaking aan de honger en nieuwsgierigheid van het brede publiek en de resultaatgerichtheid van de politiek? Is het misschien belangrijker geworden om aan te kondigen dat er talent is en niet wat het talent is? Of is dit een manier om meetbaarheid te omzeilen en de druk van de ketel af te halen?

Wat de talenten misschien nog het meest verbindt is het feit dat ze, hoewel ze erkend worden als ‘high performers’, allen op zoek zijn naar duurzame vormen van creatief werk binnen een precair en competitief ecosysteem van kansen pakken, optimisme en continu beschikbaar zijn. Falen of kwetsbaarheid, of het bespreken van de grilligheid van creativiteit heeft daar tot op heden nog weinig plek. De zoektocht naar talent blijft een show, een jacht, competitie of oorlog.

1 https://anderetijden.nl/aflevering/171/Talentenjacht
2 Elizabeth G. Chambers et al. ‘The War for Talent’ in: The McKinsey Quarterly 3, 1998 pp. 44–57. In 2001 verscheen dit onderzoek in boekvorm.
3 Roel Pots, ‘De tijdloze Thorbecke: over niet-oordelen en voorwaarden scheppen in het Nederlandse cutluurbeleid’ in: Boekmancahier 13:50, 2001, pp.462-473, p. 466.
4 Bram Ieven, ‘Opbouw als afbraak: over democratisering als vanishing mediator in het huidige kunstenbeleid’ in: Kunstlicht, 2016 37:1, p. 12.
5 De Beeldende Kunst Regeling gold van 1956-1986 en de Wet Werk en Inkomen Kunstenaars van 2005-2012.
6 Ronald Plasterk, Hoofdlijnen Cultuurbeleid Kunst van Leven, 2006 p. 5. Plasterk was minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2007 tot 2010.
7 Halbe Zijlstra, ‘Meer dan Kwaliteit: Een Nieuwe visie op cultuurbeleid’, 2012, p. 9. Zijlstra was staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2010 tot 2012 en verantwoordelijk voor de bezuinigingen op subsidies in de cultuursector.
8 Jet Bussemaker was minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2012 tot 2017.
9 Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie, beleidsplan 2013/2016.

laad meer

2017

De vierde editie van In No Particular Order tijdens de Dutch Design Week 2017 presenteerde een collectief statement over de pluriforme hedendaagse ontwerppraktijk. In negen installaties stonden de thema's Positie, Inspiratie, Werkomgeving, Representatie, Geld, Geluk, Taal, Discours en Markt centraal. De presentatie in het Van Abbemuseum stond onder leiding van curator Jules van den Langenberg, zelf deelnemer aan het Programma Talentontwikkeling in 2017.

2016

In de derde editie van In No Particular Order in 2016 gaf curator Agata Jaworska inzicht in wat het betekent om een ontwerppraktijk te hebben. Hoe creëren ontwerpers de omstandigheden waarin ze werken? Wat kunnen we leren van hun methodiek en werkwijze? In geluidsopnamen en met schetsen reflecteren de ontwerpers op deze vragen. Tezamen geven ze een persoonlijk beeld van de ontwikkeling van hun artistieke praktijken.

In No Particular Order 2016

2015

De tweede editie van de tentoonstelling In No Particular Order vond plaats in het Veemgebouw tijdens de Dutch Design Week 2015. Curator Agata Jaworska stelde de processen, uitgangspunten en visies achter de totstandkoming van werk centraal aan de hand van een databank met beelden uit de persoonlijke archieven van de ontwerpers. Wat drijft de hedendaagse ontwerper? Wat zijn hun inspiratiebronnen, motivaties en ambities?.

In No Particular Order 2015

2014

Wat maakt iemand tot een talent? Hoe wordt talent gevormd? Dat was de centrale vraag van eerste tentoonstelling In No Particular Order in de Schellensfabriek tijdens de Dutch Design Week 2014. Curator Agata Jaworska presenteerde niet alleen werk van de individuele talenten maar legde ook trends en onderlinge overeenkomsten bloot.

In No Particular Order 2014

Andrius Arutiunian

Andrius Arutiunian

Andrius Arutiunian heeft in 2016 de master compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag afgerond. In zijn praktijk staan geluid en hybride vormen van media centraal. De afgelopen jaren heeft hij zich gericht op specifieke thema's zoals migratie en nieuwe technologieën, waaronder het gebruik van kunstmatige intelligentie. Komend jaar wil hij onderzoeken hoe ontheemding en afwijkende meningen impact hebben op gemeenschappen en hoe deze zich manifesteren door geluid in het post-digitale tijdperk. Hij is van plan een onderzoeksmethode te ontwikkelen op basis van het begrip 'Gharib', dat in het Arabisch, Persisch en Armeens 'vreemd' of 'geheimzinnig' betekent. Het plan is verdeeld in drie fasen: ten eerste onderzoek en het verzamelen van sonische artefacten die verband houden met het begrip 'Gharib' en een residentietraject bij Korzo in Den Haag, waar hij een audiovisuele performance maakt; vervolgens het uitbreiden van zijn netwerk middels mentor- en luistersessies met gevestigde kunstenaars die met dezelfde thema's bezig zijn; en tot slot de ontwikkeling van een digitale video en audiovisuele installatie voor een solotentoonstelling bij RIB in Rotterdam.
Asefeh Tayebani

Asefeh Tayebani

Asefeh Tayebani behaalde in 2018 haar bachelor product design aan de Gerrit Rietveld Academie. In haar praktijk is zij bezig met onderwerpen die vol zitten met misvattingen en stigma's. Komend jaar richt Tayebani zich op twee projecten. Het eerste is de voortzetting van het project 'But you don't look autistic', een onderzoek waarmee ze informatie over autisme bij vrouwen en non-binaire mensen verzamelt en presenteert, met als doel de dialoog hierover aan te zwengelen. Hiervoor ontwikkelt de aanvrager samen met grafisch ontwerper Fallon Does een online platform. Het tweede project is een materiaalonderzoek naar het concept 'wonden', onder de noemer 'Leaving Traces'. Zij wil daarbij verschillende technieken leren om materialen als textiel en metaal te herstellen en te repareren. Uiteindelijk wil ze het materiaalonderzoek presenteren in een tentoonstelling en publicatie. Als locatie voor de lancering van het online platform wordt gekeken naar Mediamatic.
Audrey Large

Audrey Large

Ontwerper Audrey Large is afgestudeerd aan de masteropleiding social design van de Design Academy Eindhoven. Haar praktijk bevindt zich op het snijvlak van nieuwe technologie als autonome (ontwerp)methode en (product)ontwerp als vorm van creatieve expressie. Ze is geïnteresseerd in de associaties tussen beide domeinen en de implicaties hiervan voor de huidige maatschappij. Het ondervragen van materialen vraagt om het herdefiniëren van de gereedschappen, waarmee ze worden gevormd. Dit roept ook vragen op over de status van de ontwerper en diens rol in het navigeren door 2D-beelden, 3D-bestanden, bewegend beeld en objecten, zo stelt Large. Komend jaar wil ze haar reflecties op de status van 'het beeld-als-object' verder verdiepen en haar professionele ontwerppraktijk bestendigen door haar culturele ondernemerschap te versterken. De eerste helft van haar ontwikkeljaar staat in het teken van een soloshow met haar 'MetaObjects' bij Nilufar Gallery in Italië. Met het visueel materiaal dat ze produceert tijdens het creëren van de Metaobjects, wil ze na de show een fictief narratief rondom de objecten ontwikkelen en een volgende stap zetten in de vertaling van materiaal in verschillende formats, van stil tot bewegend beeld en alles daartussen. Ze gaat experimenteren met CGI-manipulatie en verschillende digitale productietechnieken. Tijdens haar ontwikkeljaar werkt Large samen met verschillende partijen en laat ze zich onder andere adviseren door ontwerper en softwareontwikkelaar Femke Snelting.
Bodil Ouedraogo

Bodil Ouedraogo

Bodil Ouedraogo studeerde in 2019 af aan de modeopleiding van de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Haar praktijk bestaat uit het ontwerpen van draagbare kleding evenals de productie van installaties en video's, met een focus op het uitdrukken van haar eigen bi-culturele identiteit. Haar ontwikkelplan richt zich op het ontwikkelen van twee nieuwe 'chapters' die samen als presentaties een verhaal vertellen over het uitstralen van trots middels het fenomeen 'dressing up'. Het eerste project is een performatieve show over de traditionele 'grand boubou', een driedelig pak dat gedragen wordt in West-Afrika. Op de grote hoeveelheid stof van dit kledingstuk wil Ouedraogo videomateriaal projecteren. Hiervoor gaat zij een samenwerking aan met danser en choreograaf Christiaan Yav en regisseur Florian Johan. Het tweede project betreft een onderzoek naar het uitdragen van trots door middel van rijkdom in de West-Afrikaande kunst van 'dressing up'. Om dit onderzoek uit te voeren reist Ouedraogo naar Mali en Nigeria en werkt zij samen met JeanPaul Paula en Stephan Tayo. Door middel van fotografie en print legt Ouedraogo een link tussen het uitdragen van rijkdom in sieraden en accessoires tussen de mode in West-Afrika en West-Europa. Voor de presentaties van beide projecten wordt gekeken naar onder anderen de Amsterdam Fashion Week en Foam.
Cleo Tsw

Cleo Tsw

Grafisch ontwerper Cleo Tsw is afgestudeerd aan de bacheloropleiding grafisch ontwerpen van de Rietveld Academie in Amsterdam. Tijdens haar afstuderen heeft zij het onderzoeksplatform en experimentele tijdschrift 'Off Course' opgezet, waarin het onderzoeken van taal en visuele geletterdheid vanuit een dekoloniaal perspectief centraal staat. Komend jaar richt Tsw zich op het ontwikkelen en produceren van de eerste online en geprinte editie van Off Course en het versterken van haar educatieve praktijk. Deze editie omvat een serie artikelen die zich door hun beeldende vorm onderscheiden van conventionele journalistiek, zoals typografische essays, beeldessays, comics, lexicons en poëtisch proza. Tsw is van plan op grote schaal samen te werken bij de inhoud, productie en distributie van deze publicatie.
Don Kwaning

Don Kwaning

Don Kwaning heeft in 2018 de bacheloropleiding Man and Well-Being aan de Design Academy Eindhoven afgerond. In zijn praktijk is hij bezig met zowel artistieke en industriële materiaalontwikkeling als met het ontwerpen van eindproducten. Met zijn afstudeerproject 'Medulla' ontwikkelde hij circulaire materialen vanuit de pitrus, een in Nederland veelvoorkomend onkruid. Komend jaar geeft hij vervolg aan dit project en wil hij zich verder ontwikkelen tot ambachtsman in materiaalontwikkeling. Hij gaat onderzoeken welke pitrusmaterialen het meest geschikt zijn voor doorontwikkeling voor de commerciële markt, en of de pitrus kan worden verbouwd als natte teelt, waarmee bodemdaling kan worden tegengaan en waarvan de materialen, gemaakt van deze grondstoffen, een verdienmodel kunnen opleveren voor boeren. Hij wordt hierin geholpen door de Green Chemistry Campus. Daarnaast start hij twee nieuwe projecten waarin hij vanuit zijn artistieke interesses materiaalexperimenten gaat doen met flexibel aluminium en aangetast hout. Hiervoor gaat hij samenwerken en advies inwinnen van mandenvlechtster Esmé Hofman, productontwerper Bertjan Pot, en verschillende 3D-vormgevers. Door zijn materiaalexperimenten persoonlijker te maken, beoogt Kwaning zijn identiteit als ontwerper te versterken en zijn praktijk beter te positioneren binnen de ontwerpsector. De resultaten van zijn projecten zullen worden gepresenteerd op de Milaan Design Week en de Dutch Design Week.
Fana Richters

Fana Richters

Modeontwerper en interdisciplinair kunstenaar Fana Richters is geselecteerd tijdens de scout night in Amsterdam. Komend jaar wil ze zich verder ontwikkelen op artistiek inhoudelijk gebied, technische vaardigheden en presentatie. Zij doet dit aan de hand van het project 'The Walking Exhibition', waarin ze een brug slaat tussen de artistieke wereld en de mode-industrie. Omringd door experts en adviseurs op verschillende gebieden, waaronder mode en textiel, gaat ze een serie pakken ontwikkelen. Centraal staat haar eigen fotografiehandschrift, die wordt gekenmerkt door collagetechnieken. Het pak wordt gemaakt onder begeleiding van Marlon Lima, die het borduurproces overziet en kan adviseren in verschillende mogelijkheden. Verder doet Richters beroep op de expertise van Geobella Fini die helpt bij het uitwerken van digitale schetsen en conceptuele mode. Duurzaamheid is volgens Richters een onmisbaar element en ze wil dit dan ook zeker laten blijken uit het ontwerp door onder andere gebruik te maken van het natuurgewas Hennep. Het eindproduct wordt gepresenteerd tijdens een modeshow waarin Richters wil kennismaken met een commerciële manier van presentatie.
Frances Rompas

Frances Rompas

Filmmaker en bioloog Frances Romas is geselecteerd tijdens de scout night in Utrecht. In haar praktijk richt ze zich op het vertellen van fictieve, satirische en autobiografisch gekleurde verhalen in de vorm van immersieve film en video-installaties. Volgens Rompas zijn transgenerationeel overgedragen verwachtingen en ideeën over het land van herkomst vooral gebaseerd op emoties en herinneringen. Het beeld van het vaderland, of zoals Rompas liever stelt, het moederland kan hierdoor zijn geromantiseerd. Met een interactieve video-installatie neemt Rompas de kijker mee in een persoonlijk proces, waarin ze onderzoekt wat etniciteit betekent en hoe dit kan worden gedeconstrueerd. Komend jaar gaat ze experimenteren met miniaturen, decor, shot design en objecttheater. Onderdeel van de installatie is een beeld dat Rompas wil maken rondom een traditioneel ritueel en kostuum. Hiervoor gaat de filmmaker een samenwerking opzoeken met kostuumontwerper Floor Nagler. Door het volgen van verschillende schrijfcursussen wil Rompas scriptschrijven en methodes leren om biografisch materiaal in een sociaal-politieke context te plaatsen. De presentatiemogelijkheden zijn nog open en afhankelijk van een onderzoek dat Rompas doet naar ruimtelijke installaties in relatie tot publiek. Om hier meer grip op te krijgen gaat Rompas een cursus volgen aan het Instituto Europeo di Design.
Fransje Gimbrere

Fransje Gimbrere

Ontwerper en artdirector Fransje Gimbrere behaalde in 2017 haar bachelor vormgeving aan de Design Academy Eindhoven. In haar praktijk tracht zij verwondering te creëren en de zintuigen te stimuleren door materiaal te manipuleren. Komend jaar wil zij het belang van zintuiglijke vormgeving onder de aandacht brengen en laten zien hoe je hier als ontwerper op kunt inspelen. In haar ontwikkelplan besteedt ze aandacht aan zowel het verbreden van haar kennis en vaardigheden als aan het verdiepen van de ontwerpmethodiek en het verbeteren van de positionering van haar praktijk. Ze omschrijft hiervoor drie fases. De eerste is theoretisch onderzoek, waarbij zij zich verdiept in de wetenschappelijke studies en visies over het verband tussen vormgeving, de menselijke psyche en emotie. Daarop volgt de fase van experimenteel materiaalonderzoek om uit te zoeken wat prikkelt en uitnodigt tot aanraking. In de derde fase maakt ze de vertaalslag naar mogelijke toepassingen en implementaties. Gimbrere zoekt hierbij hulp van marketingprofessionals en experts in het maken van een boek. De resultaten worden gepresenteerd in de vorm van een tactiel manifest en een expositie.
Funs Janssen

Funs Janssen

Funs Janssen behaalde in 2017 zijn bachelor vormgeving aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. In zijn praktijk combineert hij het illustratorschap met het vakmanschap van glas in lood zetten. Als beeldmaker houdt hij zich bezig met grootstedelijkheid en jongerencultuur. Komend jaar wil hij onderzoek doen naar de geschiedenis van de visuele beeldcultuur, zijn positie als maker constant blijven bevragen en kritisch kijken naar de hedendaagse beeldcultuur. Middels een multidisciplinair onderzoeksproject op zowel theoretisch als technisch gebied gaat hij op zoek naar antwoord op de vraag: Hoe kan ik het cinematografische aspect van mijn werk meer toepassen via het medium glas in lood, om zo iconische beelden te creëren? Hij volgt diverse workshops op het gebied van de printtechnieken riso en zeefdruk en het ambacht van glas in lood. Ook schakelt hij de expertise in van The Black Archives en socioloog Teana Boston-Mammah. Uiteindelijk wil hij een aantal ruimtelijke werken ontwikkelen die een cinematografische esthetiek bevatten en uitnodigen tot dialoog. Deze werken worden gepresenteerd bij galeries en kunstinstellingen.
Gabriel Fontana

Gabriel Fontana

Ontwerper en onderzoeker Gabriel Fontana behaalde in 2018 zijn master social design aan de Design Academy Eindhoven. Met zijn ontwerppraktijk onderzoekt hij hoe ons lichaam sociale normen uitdraagt, internaliseert en reproduceert. Fontana doet daarbij een voorstel voor manieren om dit af te leren middels interventies in de openbare ruimte en activiteiten op het gebied van sport en onderwijs. Zijn ontwikkelplan richt zich op twee projecten, waarmee hij een sterke basis wil leggen in kinesthetisch leren en zich wil specialiseren op het gebied van queer-pedagogiek. Met het project 'Voice and (Hear)archies' ontwikkelt hij een reeks nieuwe sportgames waarin stemmen, geluiden en nieuwe manieren van luisteren worden ingezet om een verandering te bewerkstellingen in de manier waarop kracht wordt uitgeoefend tijdens sport. Het project 'Safe(r) Landscapes' bestaat uit een 'queering manuel', een publicatie waarin hij voorstellen doet voor maatregelen die scholen kunnen nemen om een inclusievere omgeving te creëren. Fontane wil zijn blik op het werkveld verruimen door samen te werken met verschillende professionals, waaronder een gendergeograaf, middelbare schooldocent en grafisch ontwerper. Verder is hij van plan om workshops te geven op scholen en instellingen in Nederland en Frankrijk. Zijn werk wordt onder anderen gepresenteerd bij Onomatopee in Eindhoven en tijdens de internationale designbiennale in Saint-Éttienne.
ILLM

ILLM

Kalligraaf Qasim Arif is geselecteerd tijdens de scout night in Rotterdam. Arif heeft zich de afgelopen tien jaar het ambacht van Arabische kalligrafie eigen gemaakt. Zijn visuele stijl wordt sterk beïnvloed door elementen van hiphop en popcultuur. Centraal in het werk staan verschillende aspecten van identiteit met in het bijzonder zijn achtergrond als 'third culture kid'. Tijdens het ontwikkeljaar wil Arif door middel van 3D nieuwe manieren van ontwerpen ontdekken. Hij stelt dat een groot deel van de islamitische kunst zich enkel verhoudt tot het tweedimensionale oppervlak, omdat het beeldhouwen van levende wezens uitsluitend is toebedeeld aan een god. Binnen deze kaders wil Arif de grenzen opzoeken en Arabische kalligrafie omzetten naar 3D-sculpturen. Hij doet dit onder andere aan de hand van de Nike Air Max 1. Volgens Arif is de cultschoen niet alleen een symbool van sociale status, maar representeert het ook dromen, wensen en herinneringen van kinderen met een migratieachtergrond. Voor zijn professionele en artistieke ontwikkeling neemt Arif deel aan een aantal cursussen, waaronder 3D-modelering, 3D-printing en 'Sculpturing, Molding, Casting & Finishing'. Oprichter van de 3D-printer Cyrus Sasan Seyedi begeleidt Arif in 3D-printtechnieken en waakt over de kwaliteit van de print. Daarnaast benadert de aanvrager kunstenaar Joseph Klibansky voor advies over het produceren van sculpturen, maar ook het marketen via sociale media. Tot slot vraagt Arif een traineeship aan bij El Seed, een Frans-Tunesische kalligraaf. De resultaten van het traject worden zowel online als offline gepresenteerd.
Inez Naomi

Inez Naomi

Stylist en modeontwerper Inez Naomi is geselecteerd tijdens de scout night in Rotterdam. Komend jaar staat in het teken van het opbouwen van haar modelabel 'Versatile Forever', waarin ze vintage kleding upcyclet naar nieuwe kwalitatief hoogwaardige en trendy stukken. Uitgangspunten van het label zijn duurzaamheid, toegankelijkheid en draagbaarheid. Om aan kleding te komen gaat Naomi samenwerken met verschillende Nederlandse organisaties die tweedehandskleding inzamelen. Ook wil ze 'deadstock' inkopen bij modebedrijven. De eerste collectie is geïnspireerd door teamsporten. Ze gebruikt de metafoor van de 'benchwarmer', spelers die altijd op de bank zitten of als laatste worden gekozen, die ze wil presenteren als 'winnaars'. Ze gaat een team samenstellen met vertegenwoordigers van ondergerepresenteerde groepen en hun verhalen vertalen in de collectie. Voor de ontwikkeling en productie van de collectie werkt ze in eerste instantie samen met de Wasserij. Vervolgens wil ze onderzoeken of ze kan opschalen naar een Europese productiepartner. Samen met een PR-agent, bijvoorbeeld Eva Peters PR of Feel Agency, gaat Naomi een strategie ontwikkelen voor de zichtbaarheid en het publieksbereik van haar label. Naast het label richt Naomi zich ook op styling en artdirection. Onder haar eigen naam 'Inez Naomi', werkt zij samen met verschillende kunstenaars aan het vormgeven van photoshoots en videoclips. Het creatieve proces hierachter wil ze gaan ontsluiten via wekelijkse vlogs.
Irakli Sabekia

Irakli Sabekia

Ontwerper Irakli Sabekia is afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven in de richting Man and Leisure. In zijn multidisciplinaire praktijk combineert hij data, licht, geluid, (archief)beelden en technologie in immersieve installaties, waarmee hij bestaande structuren ondervraagt. Komend jaar wil Sabekia zijn ontwerpmethodiek verdiepen en zijn netwerk buiten de culturele wereld versterken. Hij gaat nieuwe technieken ontwikkelen op het gebied van projectie en experimentele storytelling, samenwerken met maatschappelijke organisaties (NGO's) op het gebied van mensenrechten en ecologie en een online platform ontwikkelen dat zijn onderzoek ontsluit. Centraal hierbij staat zijn eindexamenwerk 'Voicing Borders', waarin hij de bevolking in de door Rusland bezette gebieden van Georgië een stem geeft. In de volgende fase van dit project gaat Sabekia veldonderzoek doen in Georgië, samen met documentairefotograaf Tako Robakidze. De resultaten zullen dit najaar te zien zijn in een interactieve documentaire-installatie bij het DocLab op IDFA Hiernaast is hij van plan om zijn werk te presenteren bij IMPAKT, MU en TAC. Met de presentaties, beoogt hij de interesse te wekken van organisaties als Amnesty International Nederland of Terre des Hommes, om vervolgens met hun een samenwerking op te zetten, bijvoorbeeld in de vorm van een residentie. Tot slot versterkt Sabekia zijn culturele ondernemerschap door coaching op zakelijk gebied en strategie.
Jean-François Gauthier

Jean-François Gauthier

Jean-François Gauthier studeerde in 2019 af aan de Academie van Bouwkunst met een master in landschapsarchitectuur. In zijn praktijk richt hij zich op het ontwikkelen van nieuwe stedelijke typologieën waarin bomen centraal staan. Volgens Gauthier is er een radicale verandering nodig binnen de huidige stedenbouw, zodat burgers meer toegang hebben tot natuur in hun dagelijkse leven. Middels verschillende mixed-mediatechnieken wil Gauthier speculatieve landschapsontwerpen maken die visualiseren hoe een bos eruit kan zien in het publieke domein. De mogelijkheden voor een alternatieve vorm van stedenbouw, waarin de waarde van het bos centraal staat, wordt toegankelijk gemaakt in een atlas. De atlas gaat op artistieke wijze antwoord geven op de vraag hoe het bos van de toekomst eruit gaat zien. Gauthier vraagt hulp aan deskundigen, zoals Marco Roos, Cecil Konijnendijk en Marjolijn Boterenbrood. Zij gaan Gauthier begeleiden in het vinden van de juiste boomsoorten, bij de sociaal-maatschappelijke aspecten en in het artistieke proces binnen het onderzoek. Resultaten uit het onderzoek worden op verschillende plekken getest en gepresenteerd, waaronder in Den Haag en bij Terra Nostra.
JeanPaul Paula

JeanPaul Paula

Interdisciplinair beeldmaker JeanPaul Paula is geselecteerd tijdens de Scout Night Amsterdam. Hij richt zich op het creëren van veilige plekken en momenten van uitwisseling. In zijn praktijk staan zijn persoonlijke ervaringen als 'non-conforming zwarte queer man' en zijn strijd tegen racisme, seksisme en (gender)stereotyperingen centraal. Tijdens het ontwikkeljaar gaat Paula onderzoeken waarom LGBT+ mensen geboren in Caraïbische (immigranten) families vaker te maken hebben met verstoting en mentaal en lichamelijk geweld. Door in dialoog te gaan met zijn eigen familie(geschiedenis) en deze te plaatsen in de context van vraagstukken rondom bi-culturele identiteit, migratie, alledaags racisme, culturele trots, het Christendom en Caraïbische idealen over mannelijkheid, wil hij analyseren hoe immigrantenfamilies balanceren tussen twee culturen. Aan welke delen van je culturele erfgoed hou je vast? Hoe ga je om met de assimilatie in een culturele context die je een buitenstaander laat voelen? Het onderzoek krijgt vorm in een documentairefilm die onder andere getoond gaat worden in de Melkweg in Amsterdam. Naar aanleiding van de film gaat Paula ook in gesprek met zwarte LGBT+-jongeren.
Johanna Seelemann

Johanna Seelemann

Ontwerper Johanna Seelemann behaalde haar masterdiploma in de richting Contextual Design aan de Design Academy Eindhoven. Ze is geïnteresseerd in de vraag: Hoe kunnen we ontwerpen voor een wereld die in gevaar is? Haar ontwikkelplan richt zich op twee projecten waarin het concept van 'veerkracht' (resillience) centraal staat. Het eerste project 'Perpetual Change' gaat in op lokaliteit en is een conceptuele doorontwikkeling van het eerdere werk 'Terra Incognita'. Binnen 'Perpetual Change' stelt Seeleman vragen als: Wat betekent het om veerkrachtig te ontwerpen op lokaal niveau? Wat kunnen we bereiken door thuis te produceren en is dit realistisch? Het onderzoek krijgt vorm in een serie van huishoudelijke objecten, waarin het concept 'veerkracht' op verschillende niveaus wordt ondervraagd, waaronder door het materiaal en de productietechniek. In het tweede project 'Desarster' richt de ontwerper zich op de bijdrage die ontwerp kan leveren aan veerkracht in tijden van crisis. Desarster bestaat uit een online platform, waarop Seelemann onderzoek en informatie archiveert op het snijvlak van ramp- en risicomanagement en design. Ze werkt hiervoor samen met onderzoeker Uta Reichardt, een IJslandse expert op het gebied van risicomanagement bij rampen. De insteek is om een wisselwerking te creëren tussen ontwerp en risicomanagement, waarbij beide disciplines gelijkwaardig worden benaderd. Naast de ontwikkeling van een archief zullen Reichardt en Seelemann een serie workshops ontwikkelen voor onder andere kunstacademies en een publicatie.
Josse Pyl

Josse Pyl

Ontwerper en kunstenaar Josse Pyl behaalde zijn master aan de Werkplaats Typografie van ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Nadat hij de afgelopen jaren de visuele taal als werkmateriaal heeft gebruikt voor het maken van ruimtelijke installaties, richt hij zich komend jaar op het publiceren en distribueren van taalonderzoeken door middel van gedrukte en digitale media. Door het maken van een boek, film en website gaat Pyl de grens tussen realiteit, kennis en perceptie bevragen. Hiervoor zet hij een theoretisch en filosofisch onderzoek op naar historische systemen die zijn ontwikkeld om de wereld te ordenen. Paralel hieraan bevraagt Pyl in zijn artistiek proces hoe de wereld kan worden gelezen door deze te herschrijven. Dit doet hij door een geprinte publicatie te maken, waarin hij onderzoekt hoe het boek functioneert als een ruimte van kennis en gedachten, hoe deze een abstracte vorm krijgen en daaropvolgend wordt doorgegeven aan de geest van de lezer. Verder is Pyl van plan dit onderzoek te vertalen naar een serie animatiefilms. Hiermee onderzoekt hij hoe cinematografische structuren van bewegend beeld en geluid een nieuwe stap kunnen vormen binnen zijn werk. Uiteindelijk brengt hij alles samen op een website die fungeert als online archief en distributiekanaal voor het onderzoek.
Khalid Amakran

Khalid Amakran

Fotograaf Khalid Amakran is geselecteerd tijdens de scout night in Rotterdam. Amakran is autodidact. Vanuit een gedrevenheid en ambitie heeft Amakran zich kunnen ontwikkelen van hobbyist tot portretfotograaf met een duurzaam bedrijf. Komend jaar wil hij meer ruimte creëren voor onderzoek en reflectie. Samen met conceptontwikkelaar Anne Bloemendaal gaat Amakran een strategie ontwikkelen die zijn professionele en creatieve ontwikkeling versterkt. Hij doet dit aan de hand van '3ish', een project dat identiteitsvorming rondom Marokkaans-Nederlandse jongeren van de tweede en derde generatie inzichtelijk maakt. Loyaliteitskwesties, code-switching, institutioneel racisme, jihadisme en politisering van vooral mannelijke Marokaanse-Nederlanders zorgen dat individuele keuzes zwaar en beladen worden. Door gemeenschapsdenken heeft deze doelgroep het idee dat keuzes een hele groep beïnvloeden met als gevolg een worsteling van wie ze willen en moeten zijn. Het project krijgt vorm in een video en een boek. Hiernaast gaat Amakran zijn technische vaardigheden op het gebied van film, onderzoek en signatuur versterken. Inhoudelijke begeleiding zoekt Amakran bij fotografen en beeldredacteuren waaronder Ari Versluis, Mounir Raji en Nicole Robbers.
Lesia Topolnyk

Lesia Topolnyk

Architect Lesia Topolnyk is in 2018 afgestudeerd aan de masteropleiding architectuur van de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Haar blik op architectuur is gevormd door haar jeugd in de Oekraïne, dat sinds het uiteenvallen van de Sovjet Unie verkeert in een onstabiele politieke situatie. Vanuit deze achtergrond en met oog voor specifieke geografische en sociopolitieke contexten, ontwikkelt Topolnyk grootschalige ruimtelijke interventies die door hun omvang en gelaagdheid doen denken aan landschappen. Tijdens het ontwikkeljaar onderzoekt ze de werking van democratie in relatie tot architectuur. Hiervoor gaat ze een aantal internationale instituties, waaronder het Internationaal Strafhof in Den Haag, NATO in Brussel, het VN-hoofdkantoor in New York en het Kremlin analyseren en met elkaar vergelijken. Ze onderzoekt niet alleen het gebouw waarin het instituut is gehuisvest, maar ook de stedelijke, juridische, democratische en institutionele structuren die hieraan ten grondslag liggen. De bevindingen moeten leiden tot een aantal speculatieve scenario's en tools die het democratisch proces effectiever en inclusiever maken. In dit traject wint Topolnyk zowel binnen als buiten het architectuurveld advies in bij partijen zoals kunstenaar Jonas Staal, rijksbouwmeester Floris Alkemade, ontwerper en regisseur Nelly Ben Hayoun en filmmaker en architect Liam Young.
Louis Braddock Clarke

Louis Braddock Clarke

Louis Braddock Clarke heeft in 2019 de bachelor Grafisch Ontwerpen aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag afgerond. Hij is geïnteresseerd in het debat over het betreden van een nieuw geologisch tijdperk, het Antropoceen. Hierbij duikt Braddock Clarke in het onderzoek naar de menselijke en niet-menselijke positie bij klimaatverandering. Komend jaar wil hij een eigen instrumentarium ontwikkelen waarmee hij geologische informatie zichtbaar kan maken. Zijn ontwikkelplan is verdeeld in twee fases. De eerste fase betreft de ontwikkeling van een onderzoeksinstrument en methode, door middel van materiaaltesten en interviews en samenwerkingen met wetenschappers, filosofen en specialisten op het gebied van geofysica en biologie. In de tweede fase focust hij op het vastleggen van het onderzoek, onderneemt hij een expeditie en maakt hij een film. Voor het ontwikkelen van zijn instrumentarium en presenteren van zijn onderzoek betrekt hij diverse partners en coaches, onder wie Lucas van der Velden, directeur van Sonic Acts, curator Margarita Osipian en verschillende deelnemers van Spatial Media Laboratories. Aan het eind van zijn ontwikkeljaar presenteert Braddock Clarke de uitkomsten van zijn onderzoek en zijn film tijdens een evenement.
Luuc Sonke

Luuc Sonke

Architect Luuc Sonke behaalde zijn master aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Zijn werk concentreert zich rondom ruimtelijke vraagstukken die teweeg worden gebracht door het onzekere en instabiele bestaan binnen de hedendaagse samenleving. Hierbinnen richt hij zich in het bijzonder op de ambigue en veranderende verhoudingen tussen publiek en privé, werk en vrije tijd. Komend jaar wil Sonke onderzoek doen naar het concept 'Liquid Life' van socioloog Zygmunt Bauman. Hij gaat zoeken naar een nieuwe ruimtelijke taal die past bij het moderne 'vloeibare' leven en die open staat voor een diversiteit aan stemmen, achtergronden, culturen en levenswijzen. Dit doet hij op verschillende schaalniveaus, van meubel tot interieur tot stedelijke omgeving. Tijdens zijn onderzoek laat Sonke zich adviseren door verschillende experts en professionals uit het vakgebied van de architectuur, waaronder ontwerper Jurgen Bey, architect Erik Rietveld, ontwikkelaar Edwin Oostmeijer, kunstenaar Andrea Zittel en illustrator Jan Rothuizen. De resultaten, bestaande uit objecten, ruimtelijke modellen en meubelen worden getoond in een presentatie bij NEVERNEVERLAND.
Marlou Breuls

Marlou Breuls

Modeontwerper Marlou Breuls behaalde haar bachelor fashion design aan het Amsterdam Fashion Institute (AMFI). Ze positioneert zich als een multidisciplinaire vormgever, waarmee ze beoogt de functie van mode vanuit andere invalshoeken, waaronder theater, sculptuur en onconventionele materialen, zoals hars en epoxy, te benaderen. Hiermee hoopt ze een bijdrage te leveren aan het herdefiniëren van het traditionele modesysteem. Komend jaar richt Breuls zich op het verder ontwikkelen en uitdagen van haar ontwerpmethodiek door te experimenteren met lichamelijke afgietsels en te onderzoeken hoe ze deze vervolgens kan manipuleren tot nieuwe (mode)objecten. Hiervoor gaat ze twee workshops volgen in New York, één in hedendaagse keramiek en één in body casting. Wanneer dit niet mogelijk is vanwege de maatregelingen het Verenigd Koninkrijk. Ook wil ze onder begeleiding van kunstenaar David Altmejd haar artistieke praktijk verder verdiepen. Tot slot werkt ze samen met Branko Popovic om de publieke toegankelijkheid van haar praktijk te versterken en gaat ze met Eric Ellenbaas Creative Agency (EEA) de identiteit van haar studio verder uitwerken.
Mirjam Debets

Mirjam Debets

Mirjam Debets heeft in 2017 haar bacheloropleiding animatie afgerond aan de HKU in Utrecht en is sindsdien werkzaam als animatieregisseur, illustrator en VJ. Komend jaar gaat Debets haar werk verruimen naar andere media en onderzoek doen naar presentatievormen en het effect hiervan op het publiek. Zij wil toepassingen van animatie ontwikkelen waarbij interactie met het publiek en de fysieke ervaring van de presentatie centraal staan. Onder de noemer 'Zenit' is zij van plan een alternatief scheppingsverhaal te vertellen, dat op een speelse manier laat zien hoe al het leven met elkaar is verbonden. Het project wordt gepresenteerd in de vorm van een korte muziekvideo, installatie, VJ-set en website. Deze vormen wil Debets zelfstandig kunnen realiseren, van concept tot presentatie. Daarnaast gaat zij samenwerking aan met verschillende professionals uit andere disciplines, waaronder muziekartiesten en installatieontwerpers. Op deze manier beoogt de animator zich niet alleen artistiek en conceptueel te ontwikkelen, maar ook een groter netwerk van artiesten en programmeurs van evenementen op te bouwen.
Moriz Oberberger

Moriz Oberberger

Moriz Oberberger behaalde in 2019 zijn master aan de Werkplaats Typografie van ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. In zijn interdisciplinaire praktijk richt hij zich op het creëren van visuele verhalen door te tekenen, illustreren en animeren voor zowel on- als offline media. Komend jaar wil Oberberger onderzoeken hoe hij in zijn werk een meer spontane werkmethodiek kan hanteren en zodoende tot alternatieve denksystemen kan komen. Hij start één groter project en verschillende kleinere samenwerkingen, waarmee hij beoogt zijn methodiek en strategie verder te ontwikkelen. Het gaat om: 'Time Out' (werktitel), een tekenproces waarmee hij een stroom van ongecontroleerde, meditatieve en spontaan onstane grafische ontwerpen wil maken. Daarnaast is hij van plan een serie workshops te geven, een residentietraject te doen en een onafhankelijk platform te ontwikkelen voor het publiceren van onder meer tijdschriften en expertimentele vertelvormen. Voor dit project werk hij samen met wiskundige en schrijver Ana Lucía Vargas Sandoval en betrekt hij schrijver, dichter en kunstenaar Maria Barnas als mentor. De resultaten worden gepresenteerd in een publicatie en een tentoonstelling.
Philipp Kolmann

Philipp Kolmann

Philipp Kolmann is afgestudeerd aan de bacheloropleiding Food Non Food aan de Design Academy Eindhoven. In zijn praktijk staat het creëren van een meer duurzaam toekomstperspectief voor het voedselsysteem centraal. Komend jaar richt Kolmann zich op het ontwikkelen van een plantaardige kaas en het ontwerpen van een cultuur hieromheen, met als doel dit plantaardige product meer te verweven in onze eetcultuur. Volgens de ontwerper missen de meeste vegan kaassoorten de rijke geschiedenis die Europese kazen van zuivel wel hebben. Hij gaat hiervoor onderzoek doen naar het ontstaan van industrialisatie in de veehouderij. Dit in samenwerking met onderzoekers van de agricultuurafdeling op de Wageningen University & Research. Met een onderzoeksreis naar Japan wil Kolmann onderzoeken wat nodig is voor fermentatie op grote schaal. Met behulp van een onderzoeks -en communicatiebureau in Tokio kan Kolmann in contact komen met verschillende lokale experts van gespecialiseerde wetenschappelijke instituten. Verder heeft Kolmann een selectie aan experts voor ogen die aansluiten bij het plantaardige kaasonderzoek, onder wie Thomas Vailly, Marco Cagnoni, Age Opdam & Genneper Hoeve en Arne Hendriks. Kolmann vindt het belangrijk dat ook de jonge generatie toegang heeft tot deze kennis en hoopt met het ontwikkelen van een educatietraject meer bewustwording te creëren. De uitkomsten van het project worden gepresenteerd in een speculatieve installatie tijdens de Dutch Design Week en Slow Food events.
Renee Mes

Renee Mes

Multidisciplinair ontwerper Renee Mes combineert haar kennis en ervaring uit de filmwereld met educatieve methodieken die zij ontwikkelde tijdens de bacheloropleiding Man and Leisure aan de Design Academy Eindhoven. Zij heeft de ambitie om de stereotypering van de queer-gemeenschap te doorbreken en de zichtbaarheid en sociale acceptatie van deze groep te verbeteren. In het ontwikkeljaar onderzoekt ze samen met Queer Trans People of Colour (QTPOC) en mensen met een biculturele achtergrond hoe zij hun eigen verhaal kunnen vormgeven. Daarbij concentreert Mes zich op het fenomeen 'chosen families' en kiest ze voor verschillende media en uittingsvormen die samenkomen als een collage op een online platform. Het plan is verdeeld is vier fases. De eerste fase start met verdieping in de literatuur over de levens van bovengenoemde groepen en het interviewen van queers. In de tweede fase reflecteert Mes samen met vijf verschillende 'chosen families' op hun identiteit en worden de verhalen omgezet naar visuele elementen om tot een filmset te komen. De derde fase is gericht op het vastleggen van de verhalen in beeld en geluid en resulteert in gefilmde portretten (tableaux vivants), audio-opnames, fotografie en 3D-gescande objecten. In de vierde en laatste fase worden de verhalen gepresenteerd op een online platform en tijdens een expositie. Gedurende het ontwikkeltraject wordt Mes begeleid door verschillende professionals, onder wie Rosemarie Bulkema, professor kunst, cultuur en diversiteit aan de Universiteit Utrecht, en het artdirectionteam van Staat Amsterdam.
Seok-hyeon Yoon

Seok-hyeon Yoon

Seok-hyeon Yoon studeerde in 2019 af met een bachelor in vormgeving aan de Design Adacemy Eindhoven. Yoon heeft een fascinatie voor keramiek, en aardewerk in het bijzonder. Volgens Yoon is aarde het uitganspunt waaruit alles is ontstaan en het meeste natuurlijke product waarmee je kan werken. Helaas komen keramische objecten veelal terecht op een stortplaats, omdat ze niet makkelijk zijn te recyclen vanwege het gebruikte glazuur. Komend jaar richt Yoon zich dan ook op het onderzoeken van keramiek en glazuurtechnieken, om zo te komen tot alternatieve (glazuur)methoden die wel circulair zijn. Gedurende het proces spreekt Yoon met verschillende professionals binnen de velden van keramiek om zijn kennis te versterken en nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Voorbeelden van experts zijn keramiste Marlies Crooijmans (EKWC), ontwerper Daria Biryukova en glazuurspecialist Pierluigi Pompei (EKWC). Daarnaast gaat Yoon cursussen volgen bij onder andere CREA en Kleispot voor de ontwikkeling van verschillende kleurtechnieken in glazuren. De bevindingen die Yoon doet tijdens het traject worden gedeeld met publiek uit de creatieve en aanverwante industrieën. Mogelijke presentatieplekken zijn MOAM, Yksi Expo en Dutch Design Week 2021 en Material District Rotterdam.
Sherida Kuffour

Sherida Kuffour

Sherida Kuffour studeerde in 2018 af aan de masteropleiding Design, Think Tank for Visual Strategies van het Sandberg Instituut. De ontwerppraktijk van Kuffour beweegt zich op het snijvlak van literatuur, herinneringen, media en de machtsstructuren van ontwerp. Komend jaar onderzoekt ze de kwetsbaarheid van herinneringen door middel van fictie en paratext. Kuffour stelt zichzelf hierbij vragen als: Wat gebeurt er met herinneringen als ze eenmaal publiek worden? Hoe beïnvloedt een paratext als pay-walls, leestijden en hashtags de toegankelijkheid, waarin met name traditionele vormen van publicaties zich richten op een witte literaire cultuur? Kuffour onderzoekt vanuit twee posities, de ontwerper en de schrijver, en stelt dat beide posities verschillende belangen behartigen waaruit de onderzoeksvragen ontstaan. Door een schrijfcursus te volgen en in gesprek te gaan met verschillende schrijvers en theoretici beoogt ze de intersectie van literatuur en media verder te onderzoeken. Personen waar Kuffour graag mee in gesprek gaat zijn Michael Tedja, Yra van Dijk en Teju Cole. De gesprekken worden gedocumenteerd en de resultaten van het onderzoek worden gebundeld in een serie van verslagen. Ze wil deze verslagen presenteren in een boek en online archief, vergezeld met publieke lezingen.
Sophia Bulgakova

Sophia Bulgakova

Sophia Bulgakova studeerde in 2019 af aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag met een bachelor ArtScience. In de praktijk van Bulgakova spelen ervaringen, innerlijke processen en denkbeeldige fenomenen een belangrijke rol. Ze maakt gebruik van kleurtheorie, zintuiglijke input en ontberingen, psychologisch gedrag, elementen van speelsheid en scenografie. Samen vormen deze elementen de basis voor immersieve installaties die de zintuigen prikkelen. Komend jaar wil Bulgakova meer veelzijdig en multidisciplinair werk maken rondom paganistische rituelen die zijn ontstaan uit vroegchristelijk en West-Europese tradities. Het onderzoek wordt ingezet om te reflecteren op de context van Bulgakova's praktijk. Naast het benaderen van verschillende professionals en experts uit het veld werkt Bulgakova samen met het kunstenaarsinitiatief Instrument Inventors Initiative (iii). Verder gaat Bulgakova deelnemen aan een residentie bij het Kunstlerhaus Bethanien in Berlijn. De resultaten van het nieuwe werk is ze van plan te presenteren tijdens de Locating ArtScience-tentoonstelling in Mystetskyi Arsenal in Kiev.
Stefano Murgia

Stefano Murgia

Geluidskunstenaar Stefano Murgia is afgestudeerd aan de bacheloropleiding ArtScience van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. De laatste jaren richt hij zich op 'sonic architecture' en 'acoustic ecology', een studie over de relatie van geluid tussen organismes en hun omgeving. Tijdens zijn ontwikkeljaar is Murgia van plan om met geluidsculpturen de hinder van wind in stedelijke canyons, ofwel locaties waar extreme winden ontstaan door hoge gebouwen, aan te pakken. Onder de titel 'Alternating Winds', gaat hij samen met het platform Crossing Parallels en wetenschappers van de afdelingen aerodynamica en architectuur van de TU Delft, onderzoeken of de stromende beweging van wind kan worden omgezet in de vibrerende beweging van geluid en wat de mogelijke gevolgen hiervan zijn. Verliezen de wind en geluid hun kracht en ontstaat er een derde energievorm? Het onderzoek moet leiden tot een aantal zingende sculpturen die windhinder aanpakken door luchtstromen te absorberen, verstoten of van richting te veranderen. Om zijn metaalbewerkingsvaardigheden te versterken, wil Murgia een zomerresidentie doen bij de Scottish Sculpture Workshop, een ontwikkelplek die is gespecialiseerd in metaal en keramiek. Het project wordt afgesloten met een geluidsconferentie, expositie en performative lecture.
Sydney Rahimtoola

Sydney Rahimtoola

Sydney Rahimtoola heeft in 2018 een bachelor fotografie aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag behaald. Als fotograaf, filmmaker, cultureel programmeur en performer heeft Rahimtoola zich ten doel gesteld de zichtbaarheid en toegankelijkheid van verhalen van zwarte en bruine gemeenschappen te vergroten. Vanuit haar eigen ervaring met een burn-out wil zij haar artistieke praktijk en methodologie gebruiken om deze gemeenschappen te betrekken bij mentale gezondheid, radicale zelfzorg en psychedelische genezing. Komend jaar zet zij daartoe drie multidisciplinaire projecten op: een podcast, waarin zij haar onderzoek en inspiratie verzamelt, een visueel album gewijd aan de psychische stoornis van haar oom Saqib, en de raciale trauma's die hij heeft opgelopen, en een presentatie bij Today's Art, waar onder meer het visuele album wordt gelanceerd als een immersieve scenografische filmvertoning. Verder is Rahimtoola van plan verschillende workshops te volgen en een bezoek te brengen aan de psychedelictrance-scene in India en de psychedelische gemeenschap in Californië. Voor de professionalisering van haar praktijk wil Rahimtoola focussen op een meer theatrale aanpak en samenwerken met onder meer een cinematograaf en muziekproducer.
Thom Bindels

Thom Bindels

Thom Bindels studeerde in 2017 af aan de afdeling Man & Leisure van de Design Academy Eindhoven. Als onderzoeker heeft hij een fascinatie voor de rol van menselijke arbeid in het landschap. Komend jaar uit zich dit in het project 'Een nieuwe maakbaarheid', waarin hij onderzoek doet naar het natuurlijke landschap en de oplossingen die diens ecologische principes en processen bieden voor relevante problemen van deze tijd, zoals luchtvervuiling, droogte en bijensterfte. Middels natuurlijke interventies in het landschap en een videografische vertelling wil Bindels mensen uitnodigen om op een nieuwe manier deel te zijn van het landschap. De interventies in het landschap moeten een onderbreking van de monocultuur worden en een gevoel van verbinding en verantwoordelijkheid van de mens in zijn omgeving herstellen. Voor dit project gaat hij samenwerken met verschillende landschapsorganisaties, wetenschappers en boeren. Ook vraagt hij advies van onderzoeker en kunstenaar Arne Hendriks. De uitkomsten van het onderzoek wil hij ontsluiten voor het brede publiek middels een film en installaties langs wandelroutes die lopen door de onderzochte landschappen en in een film.
Vera van de Seyp

Vera van de Seyp

Ontwerper Vera van de Seyp behaalde haar bachelordiploma grafisch ontwerp aan de Koninklijke Acadmie van Beeldende Kunsten in Den Haag en haar master aan de opleiding media technologie van de Universiteit Leiden. Haar hybride praktijk beslaat aan de ene kant de wereld van digitale technologie en 'creative coding' en aan de andere kant grafisch ontwerp en toegepaste kunst. Centraal staat het effect dat technologie heeft op de mens en zijn omgeving en de dilemma's die hieruit voortkomen. Komend jaar richt Van de Seyp zich op de vraag: Hoe kan het curatieproces bij generatief ontwerp toegankelijker worden? Om deze vraag te beantwoorden gaat ze een aantal experimenten uitvoeren als casestudies, nieuwe digitale tools ontwikkelen en een online repository ontwikkelen. Deze repository omvat niet alleen tools ontwikkeld door Van de Seyp, maar ook van andere generatieve ontwerpers, zoals Rifke Sadleir (UK) en Laurel Schwultst (USA). In de selectie houdt de ontwerper rekening met gelijke vertegenwoordiging van verschillende genders en achtergronden. Onderdeel van de repository is een overzicht van links naar bestaande platforms die focussen op één programmeertaal zoals OpenRNDR, ml4a en P5.js. Hiermee beoogt Van de Seyp een vrij toegankelijk en centraal punt te creëren waarop de meeste kennis over dit onderwerp is verzameld, waardoor het voor starters met deze materie makkelijker wordt om zich verder te ontwikkelen.
Wesley Mapes

Wesley Mapes

Wesley Mapes studeerde in 2019 af aan de master Radical Cut Up van het Sandberg Instituut. In zijn praktijk onderzoekt hij de relatie tussen kunst en ontwerp. De basis van zijn werk wordt gevormd door het thema zwarte identiteiten en de geschiedenis van zwarte gemeenschappen wereldwijd. In het ontwikkeljaar is hij van plan meer academisch onderzoek en materiaalonderzoek te doen en een sterker narratief voor zijn werk te creëren. Onder de noemer 'The Marsupial Jackson Boom Boom Room' ontwikkelt hij een afrofuturistische, specultatieve ruimte met een muziekinstallatie die locatiespecifiek is. Inspiratie voor die ruimte vindt Wesley Mapes in het werk van Donald Judd en The Ummah Chroma. Begeleiding zoekt hij onder meer bij Jennifer Tosch van de Black Heritage Tours en Ceasar McDowell van MIT. Verder is Mapes van plan deel te nemen aan de Black Europe Summer School in Amsterdam, les te geven aan de Gerrit Rietveld Academie en een bezoek te brengen aan het Afro-Antillean Museum in Panama. Voor de presentatie van zijn werk wordt gekeken naar de Dutch Design Week.
Alvin Arthur
Alvin Arthur

Alvin Arthur

Momentum. Ontwerper, performer en educator Alvin Arthur is er gevoelig voor. Als de timing niet goed voelt, gaat hij er niet mee verder. Het afgelopen jaar was het aftasten wat wel en wat niet kon om productief, maar ook gezond te blijven. De voorgenomen samenwerkingen met professionals gingen om uiteenlopende redenen niet door. Het bleek echter wel het juiste moment voor zijn educatieproject 'Body.coding': programmeren met het lichaam.

Body.coding is een van de voorbeelden van Arthurs op het lichaam en beweging gebaseerde aanpak, ook bekend als kinestethiek. Hij wil dat kinderen al op jonge leeftijd begrijpen dat veel van wat zij om hen heen zien digitaal is geprogrammeerd; van de productie van een stoel, tot het bouwen van een gebouw en zelfs het ontwikkelen van een stad. En dat dit programmeren door volwassenen doorgaans stilzittend achter een scherm wordt gedaan, maar dat dat niet zo hóeft te zijn.

Voor zijn lessen aan kinderen heeft Arthur een choreografische taal gecreëerd: tekeningen met simpele geometrische vormen en kleuren die de kinderen laten zien hoe ze zich moeten bewegen om een teken uit te beelden, zodat ze uiteindelijk een hele zin kunnen programmeren. Groepsdynamiek is hierbij heel belangrijk. Wie het snel oppikt, weet vaak welke taal moet worden gebruik om het aan leeftijdsgenoten duidelijk te maken. Er is ook ruimte voor verbeelding: wat stelt de choreografie die ze samen hebben gemaakt volgens hen precies voor?

Met behulp van het scholennetwerk van het Eindhovense presentatieplatform MU heeft Arthur een aantal workshops voor verschillende leeftijdscategorieën georganiseerd om de methode verder te ontwikkelen en uit te testen. In het nieuwe schooljaar wordt het format breed beschikbaar gemaakt zodat scholen er zelf mee aan de slag kunnen.

Voor Arthur is het brengen van beweging in het klaslokaal van levensbelang. 'Er gaat veel verloren op het moment dat we kinderen op stoelen zetten. Het is handig voor ons, maar het heeft ook effect op de lange termijn.' Hij vindt dat we kinderen met te weinig vaardigheden uitrusten om de wereld die we ze geven aan te kunnen. 'Ik denk dat veel van de strubbelingen die we in de samenleving hebben, mondiaal voortkomen uit het feit dat we onszelf niet genoeg kennen, omdat we ons lichaam niet genoeg kunnen ervaren. Daarom doe ik dit, zodat we meer leren over wie we zijn vía ons lichaam.'

Tekst: Victoria Anastasyadis
Anna Fink
Anna Fink

Anna Fink

De uit Oostenrijk afkomstige Anna Fink onderzoekt de manieren van leven in specifieke landschappen en de constante interactie tussen beide. Dat noemt de landschapsarchitect 'topografisch leven'. Ze wil die relatie zowel ontrafelen als versterken door dagelijkse locatiegebonden gebruiken en culturele handelingen waarmee we het landschap vormen een nieuwe betekenis te geven.

Haar nieuwe project 'The taskscape of the forest' is een vervolg op haar afstudeerproject 'Landscape as house' en leidt naar Oostenrijk waar zij en haar familie een stukje bos bezitten. Via actief veldwerk onderzoekt ze de persoonlijke handelingen en activiteiten die essentieel zijn voor het vormen van het landschap en het behouden van de vitaliteit van een plek. Hoe geven we zo'n perceel vorm? Welke motivatie ligt er ten grondslag aan de keuze voor onderhoud, aan het planten of oogsten van bomen of aan het bos zijn gang laten gaan? Het zijn enkele vragen die Fink zichzelf stelt, net als boswachters of andere eigenaren van stukken bos. 'Mijn doel is niet te oordelen, maar om vragen te stellen, aannames omver te werpen, en een dialoog te voeren over de verschillende manieren van interacteren met de omgeving, over hoe je de natuur definieert, en wat het betekent om in een landschap te leven. Dat is anders dan er doorheen lopen of fietsen, want dan consumeer je slechts en beperk je het begrip natuur tot iets afstandelijks, tot een concept.'

Vanuit een behoefte aan het doen van onderzoek en het ontwikkelen van een methode, leek het afgelopen jaar een perfect moment om een eigen interdisciplinaire design en researchstudio op te zetten: Atelier Fischbach, toepasselijk genoemd naar de plek waar ze is opgegroeid. Ze initieerde een summer school in Oostenrijk. Voor de workshop 'Inhabiting wildernis' werkt ze samen met Nederlandse ontwerpers en lokale ambachtsmensen. In een rivierbedding gaan ze 'topografische meubels' bouwen: subtiele en vergankelijke ingrepen in het landschap die onze aanwezigheid tijdelijk vormgeven of markeren. Zo bouwt de ovenbouwer geen iconische oven waarmee iedereen uit de streek hout stookt, maar een buitenoven die verdwijnt bij hoog water, en lost de door de leembouwer vervaardigde stamp-leemvloer na enkele regenbuien op. 'Het lichamelijke werk en onze voortdurende aanwezigheid bij de rivier, scheppen verbondenheid met de plek; er ontstaat ruimte voor dialoog vanuit een gedeelde ervaring, embodied knowledge genoemd.' Fink documenteert haar onderzoek met foto's, een film en een serie kleine boeken.

Tekst: Viveka van de Vliet
Arvand Pourabbasi
Arvand Pourabbasi

Arvand Pourabbasi

De aan de KABK afgestudeerde interieurarchitect Arvand Pourabbasi heeft zich het afgelopen jaar verdiept in de begrippen 'comfort' en 'uitputting'. Productief zijn is volgens hem een geromantiseerd beeld, waarin wordt voorbijgegaan aan vermoeidheid, uitstelgedrag of angst. Vrije tijd als een moment voor rust en comfort wordt niet op de juiste manier benut, maar valt binnen een kapitalistische logica. Het is slechts een oplaadmoment om weer snel aan het werk te kunnen en een bepaald productiviteitsniveau te behouden, meent hij. Ook verkent hij de betekenissen van werk. Burn-out raak je niet zozeer door fysiek zware arbeid, maar treft de werknemers op kantoren wiens lichamen uitgeput raken van de hele dag zitten. Binnen deze omgevingen speelt 'thuis' ook een rol als de plek waar uitputting en comfort met elkaar zijn vervlochten.

Samen met Golnar Abbasi runt hij een eigen studio, heel toepasselijk WORKNOT! geheten. Hierbinnen laten ze hun licht schijnen op extreme omstandigheden die onze maatschappij vormgeven. Uit de behoefte om het begrip comfort te verkennen op een manier die verder gaat dan kunstmatige (kapitalistische) ideeën, cureerde WORKNOT! het collectieve project 'Fictioning Comfort'. Maatschappijkritische kunstenaars toonden er hun werk in relatie tot verschillende gebruiken en benaderingen rondom 'comfort'. Dat varieerde van ruimtelijke installaties, performances, historisch onderzoek, tot science fiction, beeldproductie en performatieve objecten. 'De betekenissen die aan de begrippen worden gegeven zijn zo divers, het gaat zowel over uitputting van het lichaam en het land als over de politiek. Zo'n project helpt mij nieuwe lagen aan te brengen in mijn werk.'

Om nog dieper op de materie in te gaan heeft Pourabbasi tijdens het ontwikkeltraject met verschillende professionals gesproken, zoals met fysiotherapeuten, psychologen en ontwerpers, met name Bik van der Pol die hem hielpen bij het cureren van de show en het formuleren van het complexe concept omtrent comfort en uitputting. Gesprekken met ontwerpstudio Refunc, gespecialiseerd in 'Garbage Architecture', hielpen hem bij het bedenken van een tapijt dat hij wil gebruiken in presentaties en discussies rondom zijn thema's. Voor Pourabbasi is een tapijt het meest basic product dat comfort en huiselijkheid representeert en staat voor een uitgespreid landschap.

De resultaten van zijn onderzoek brengt hij samen in een publicatie. 'Conclusies trekken, of eenduidige antwoorden geven, is niet mijn doel. Ik ben geen probleemoplosser, ik wil de puzzelstukjes bij elkaar brengen en dat doe ik in dit geval in een publicatie. Het zal een belangrijk document zijn voor bewustwording en het verbeelden van een andere toekomst.'

Tekst: Viveka van de Vliet
Chiara Dorbolò
Chiara Dorbolò

Chiara Dorbolò

Ze is opgeleid als architect, maar het is absoluut niet haar streven om zoveel mogelijk gebouwen te realiseren. Waar Chiara Dorbolò zich op focust, is de vraag wat het betekent om tegenwoordig architect te zijn. Traditioneel gezien wordt het bouwen van je ontwerp door velen gezien als het meest lonende deel van het werk. Succes wordt in belangrijke mate gemeten in het aantal gebouwen dat er van je is gebouwd. Maar voor de jongere generatie architecten ligt dat anders stelt Dorbolò vast. 'Veel van mijn generatiegenoten werken op het grensvlak van de discipline en houden zich in belangrijke mate bezig met de ethische verantwoordelijkheid richting de maatschappij die het vak met zich meebrengt. Ze willen zich niet committeren aan een winstgedreven systeem waarin weinig ruimte is voor andere motivaties en waarden.'

Zelf begeeft ze zich op het snijvlak van ruimtelijk ontwerp en sociale wetenschappen. De interesse daarvoor ontstond met haar afstudeerproject aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam, waar ze onderzoek deed naar de rol van grenzen in migratiepatronen naar het Italiaanse eiland Lampedusa, een van de belangrijkste aankomstpunten voor migranten die de oversteek van de Middellandse Zee van Afrika naar Europa wagen. 'Ik werd me bewust van de grootte van het sociale vraagstuk en realiseerde me dat je daar niet simpelweg iets voor kunt ontwerpen. Daarna ben ik me veel meer gaan bezighouden met onderzoek en ben ik steeds meer gaan schrijven over architectuur en urbanisatie, onder meer voor Failed Architecture en Topomagazine.com. Ook ben ik gaan lesgeven in architectuurtheorie op de Rietveld Academie.'

Het afgelopen jaar heeft ze zich verder bekwaamd in storytelling en creative writing door workshops, coaching en schrijfopdrachten. Haar meeste aandacht ging uit naar het samenstellen van een publicatie met een verzameling verhalen en afbeeldingen van follies – architectonische bouwwerken zonder directe functie. Daarnaast publiceerde ze het afgelopen jaar verschillende artikelen en essays, en werkte ze samen aan verschillende projecten om de ingewikkelde relatie tussen verhalen vertellen en architectuur te onderzoeken. Dat ze het ontwerp van nieuwe gebouwen niet afwijst, blijkt uit de succesvolle deelname aan een ontwerpwedstrijd voor een groot wooncomplex in Milaan, samen met een groep andere architecten. Ze droeg bij aan het vooronderzoek, het concept en de storytelling van het voorstel, dat de eerste prijs won. Een ander project waarin ze de mogelijkheden verkent om ontwerp en creative writing te combineren, is 'Stories on Earth', waarin ze met Failed Architecture een samenwerking tussen professionele ontwerpers en schrijvers begeleidt. Het project wordt in 2021 gepresenteerd op de Biënnale van Venetië.
Cream on Chrome
Cream on Chrome

Cream on Chrome

Ze studeerden beiden in 2018 af aan de Design Academy Eindhoven en sindsdien vormen ze samen Cream on Chrome. Martina Huynh en Jonas Althaus onderzoeken de sociale impact van technologische ontwikkelingen. Hun interactieve installaties, presentaties, video's en digitale toepassingen stellen vooral vragen: Wat is een betekenisvolle relatie tussen mens en techniek? Wat zijn de consequenties van onze afhankelijkheid van apparaten? En wie is eigenlijk verantwoordelijk voor de problemen die de voortschrijdende techniek met zich meebrengt?

Een project dat die laatste vraag concreet aan de orde stelt, is 'Proxies on Trial'. 'Complexe mondiale vraagstukken als klimaatverandering of de huidige pandemie blijven vaak in een abstracte discussie hangen,' zegt Huynh. Om de discussie concreter te maken en ons een gevoel van controle te geven, besloot het duo dagelijkse voorwerpen aan te klagen. In een whodunnit-video worden drie rechtszaken gevoerd: een sneaker wordt gearresteerd en vervolgd voor global warming, een wekker wordt beschuldigd van het veroorzaken van verkeersopstoppingen en een mondkapje staat terecht voor het niet op tijd aanwezig zijn om besmetting te voorkomen. Het fictieve debat tussen aanklagers en verdedigers plaatst vraagtekens bij de onderlinge verwijten en het zoeken naar een zondebok. De keuze voor verdachte voorwerpen in plaats van personen moet de jury behoeden voor vooringenomen standpunten.

Huynh en Althaus verdiepen zich graag in de herkomst van gevestigde systemen, waarbij ze te rade gaan bij verschillende filosofieën, van Bruno Latour tot Ubuntu en de Griekse oudheid. In hun Lab of Divergent Technologies keren ze de relatie tussen mens en technologie binnenstebuiten. Ervan uitgaand dat alles wat ontworpen is een weerspiegeling is van de bedenker en diens tijdgeest, presenteert Cream on Chrome alternatieven op basis van andere stromingen en opvattingen.
Zo nemen ze dagelijkse, allang ingeburgerde toepassingen onder de loep. Neem nou de klok. Onze hele maatschappij is georganiseerd rond het begrip van lineaire, meetbare tijd, wat uiteindelijk ook maar gewoon een afspraak is geweest. Dat is enerzijds heel efficiënt, maar beperkt tegelijkertijd onze vrijheid. Wat als we in plaats daarvan voor intuïtieve tijd zouden kiezen? 'De huidige technische toepassingen geven de gebruiker vaak een machteloos gevoel. Wij zetten er graag een ander ontwerp naast dat meer persoonlijke verantwoordelijkheid vraagt,' zegt Althaus. 'Met onze installaties willen we het publiek inspireren om hun eigen rol te herontdekken.'

Tekst: Willemijn de Jonge
Gilles de Brock
Gilles de Brock

Gilles de Brock

Handgetufte tapijten met wilde kleurrijke patronen. Op YouTube had hij geleerd hoe hij ze zelf kon maken en bedacht dat je zoiets ook met keramische tegels zou kunnen doen. Het printen op tegels bestond weliswaar al, maar alle specifieke aspecten van glazuur op keramiek die hij voor ogen had, verdwijnen bij dat proces. Dus wat deed grafisch ontwerper, artdirector en creative coder Gilles de Brock: hij bouwde een eigen ABCNC-machine (AirBrush Computer Numerical Control). 'Wat ik nog niet wist, leerde ik via YouTube-filmpjes.' Toen alles eenmaal werkte, bracht De Brock een paar dagen door in het EKWC om samen met Koen Tasselaar en Jaap Giesen aan de samenstelling en het gedrag van glazuren te werken. 'Ik kwam er uiteindelijk achter dat ik het ambacht van experts kan gebruiken en de rest veel beter zelf online kan doen.'

De Brock kan nu tegels exact bedrukken zoals hij wil. Maar dat ging niet zonder slag of stoot. Het duurde twee jaar voordat er geen puin uit de machine meer kwam, maar een glanzend geglazuurde tegel. De tegels zijn fascinerend vanwege het vervreemdende effect dat ze op de kijker hebben. Enerzijds lijken ze handgemaakt, maar daarvoor zijn ze eigenlijk te precies. De pixelachtige patronen en kleuren met een eigen esthetiek hebben iets psychedelisch en het glazuur lijkt wel op autolak. De eerste resultaten hingen op de kunstbeurs Unfair in Amsterdam. Ze hingen er als kleurrijke collages aan de muur, keurig gevat binnen de kaders van een lijst. Leuk dat een aantal kunsttableaus is verkocht, maar De Brock ziet zichzelf absoluut niet als kunstenaar, zegt hij. 'Ik ben meer een ondernemende toegepaste ontwerper die potentie ziet in samenwerkingen met architecten en interieurvormgevers. Ik zie een bar in een café of hotellobby, meubels en metrotunnels bekleed met de tegels.' In Jaap Giesen vond hij een partner die hem kan helpen dit nieuwe product commercieel in de markt te zetten.

Vanwege corona werden andere presentaties, waaronder die bij Fisk Gallery in Portland (VS), opgeschort. Maar de uitkomsten van zijn onderzoek leiden wel al tot een publicatie bij Corners, een van de betere grafisch design- en risoprintstudio's in Zuid-Korea, die ook zorgt voor de distributie van de publicatie door heel Azië. En er volgt zeker nog een expositie in Seoul.

Tekst: Viveka van de Vliet
Giorgio Toppin
Giorgio Toppin

Giorgio Toppin

Aan de kunstacademies waar hij studeerde, werd niet begrepen dat zijn concepten waren gelinkt aan zijn culturele achtergrond en was geen ruimte voor niet-westerse denkwijzen en benaderingen. Het motiveerde Giorgio Toppin zijn werk buiten de academische routes publiek te maken. Sinds 2007 heeft hij samen met zijn zus Onitcha een eigen label: XHOSA, gelijk aan zijn tweede naam. Hiermee wil hij jonge mannen die iets anders in hun kledingkast willen dan een shirt en een spijkerbroek, een gevarieerdere en bredere keuze bieden. Hij is trots dat hij zowel een in 'klein-Suriname' (Zuidoost) geboren Amsterdammer is, als een zwarte man met een Surinaamse achtergrond. 'De twee werelden mix ik tot nieuwe verhalen, vertaald in collecties die binnen de hedendaagse westerse context passen. Mode die ik en mijn klantenkring cool vinden om te dragen.'

Uit interesse voor de Surinaamse diaspora en de cultuur van zijn geboorteland, is de ontwerper het afgelopen jaar teruggegaan naar Suriname, waar hij sinds zijn eerste levensjaar niet meer is geweest. Om zijn onderzoek naar Surinaamse klederdracht, het vakmanschap en de technieken binnen lokale ambachten meer context te geven, legde Toppin alles vast in een documentaire. Hiervoor interviewde hij ambachtsmensen over hun vak en de ontwikkeling daarvan. 'Ze gaven allemaal hetzelfde antwoord: de waarde van het behouden van een traditioneel ambacht is belangrijk én evolueert met de veranderingen in de maatschappij. Hoe dat ook kan, heb ik laten zien: ze stonden versteld dat ik hun stoffen en patronen vertaalde naar een kledingcollectie.'

Die bestaat bijvoorbeeld uit een trui waarin inheemse knooptechnieken met kwastjes zijn toegepast. De winterjas kreeg een met de hand geborduurde traditionele print uit het district Saramacca. En de Creoolse 'kotomisi', die uiterst moeilijk is aan te trekken, heeft een nieuw en makkelijk draagbaar silhouet. 'In Suriname gaan de vrouwen in vol ornaat naar culturele feestjes, die outfits worden van generatie op generatie overgedragen, terwijl die traditie niet geldt voor mannen. Zij komen zelden verder dan een broek met T-shirt. Zonde.' Daarom zorgt zijn nieuwe collectie dat mannen én vrouwen, hier én in Suriname een grotere variëteit aan kleding hebben die bovendien iets nieuws toevoegt aan het straatbeeld. Vanwege de uitbraak van covid-19 kon de collectie niet worden gepresenteerd tijdens de New York Fashion Week, maar een lancering dichter bij huis ligt in het verschiet. Ook is hij van plan bezichtigingen voor inkopers van winkels te organiseren.

Tekst: Viveka van de Vliet
Jing He
Jing He

Jing He

Het had een jaar van reizen en van de uitvoering van een aantal concrete, ambitieuze plannen moeten worden. Voor Jing He werd het echter een periode van stilzitten en reflecteren op de eigen praktijk. 'Dit jaar heb ik de kans gekregen om te ontdekken hoe ik mezelf kan gebruiken.'

Het startpunt voor haar projectplan 'Elysium' was de transformatie van haar Chinese geboortestad. 'Ik kan niet echt aantonen dat ik in die stad ben opgegroeid. Ik heb geen bewijs, want alle gebouwen uit mijn kindertijd zijn verdwenen.' Ze zijn vervangen door moderne kantoren en winkelcentra. En om de stad extra uitstraling te geven staat er sinds kort bovendien een levensgrote kopie van de iconische Arc de Triomphe uit Parijs. Geen exacte imitatie, maar een aangepast ontwerp, in gebruik als kantoorpand en huisvesting voor een kunstgalerie.

Het idee was deze Arc en nog twee andere Chinese kopieën te bezoeken, evenals een aantal andere plekken in China waar het imiteren en herinterpreteren van de Europese cultuurgeschiedenis te zien is. Kopieerpraktijken en identiteitsvorming als sociale fenomenen staan vaak centraal in het werk van He. Een bezoek aan Parijs, 'het origineel', zou de onderzoekstrip afmaken en genoeg inspiratie moeten opleveren voor een reeks objecten. De opkomst van het coronavirus, allereerst in China, gooide echter roet in het eten. De reis ging niet door.

Opeens was er tijd om na te denken over een vraagstuk waar He telkens weer naar terug cirkelt: hoe vertaal je onderzoek naar een sociaal fenomeen in een ontwerp, een object, in iets tastbaars? Hoe maak je het visueel? 'Soms is een idee een idee, maar maken is een ander pad.' Met behulp van coachinggesprekken met oud-docenten van de Design Academy en de Gerrit Rietveld Academie heeft ze nieuwe manieren om tot maken en tot andere routines te komen onderzocht. Zo maakte ze met behulp van vers fruit samengestelde objecten, die snel weer vergaan. Ook een vondst was tekenen; niet doelmatig schetsen, maar tekenen als vrij middel om tot ideeën te komen. 'Dit gaf me moed, omdat ik erachter kwam dat ik het resultaat niet van tevoren hoef te weten.'

Door het tekenen en online onderzoek zijn er ideeën en inzichten bijgekomen, die hun weg naar visualisatie en materialisatie nog moeten vinden. Zodra het kan, wil ze haar oorspronkelijke plan alsnog uitvoeren.

Tekst: Victoria Anastasyadis
Juliette Lizotte
Juliette Lizotte

Juliette Lizotte

'Mijn fascinatie voor de subversieve figuur van de heks begon op jonge leeftijd', zegt Juliette Lizotte, ook wel bekend als jujulove. 'Maar gedurende de tijd is hij wat op de achtergrond geraakt. Sinds enkele jaren heeft de heks haar belangstelling weer en is het onderwerp van onderzoek. Ze is met name geïnteresseerd in de relatie van heksen met de natuur, en legt een link met ecofeminisme. Deze sociale en politieke stroming gaat terug tot de jaren zeventig en veronderstelt een verband tussen de onderdrukking van vrouwen en de achteruitgang van het milieu. 'Als onderwerp is de heks heel geschikt om actuele thema's aan te hangen. Haar kwade imago is niet verdiend. De heks is toe aan een moderne lezing; ze is juist een autonoom iemand, een ontwrichtend, revolutionair karakter dat bewust omgaat met haar omgeving en haar verantwoordelijkheid neemt richting de flora en fauna om haar heen.'

Met haar videowerk en LARP-games wil de aan het Sandberg Instituut opgeleide en uit Frankrijk afkomstige Lizotte de discussie over klimaatverandering aanwakkeren, mensen wakker schudden en ze aanzetten tot het heroverwegen van hun milieubelastende gedrag. Ze wil toegankelijk werk maken, dat ook buiten de kunstwereld de belangstelling trekt. 'Ik richt me op een jong publiek. Juist jongeren zouden zich uitgedaagd moeten voelen door de klimaatproblematiek. Maar het onderwerp wordt vaak als saai beschouwd, brengt schuldgevoelens met zich mee en veel andere sociaal-politieke kwesties lijken urgenter.'

Het afgelopen jaar volgde ze dans-, performance- en schrijfcursussen. Ze werkte samen met dansers en theatermakers, maakte met een modeontwerper uit gerecycled plastic kostuums voor de dansers in haar video's, verdiepte zich in de mogelijkheden van LARP-gaming en kreeg onder meer advies over hoe ze haar werk het beste kan presenteren. Dit alles met als doel haar onderzoek te verdiepen en vorm te geven, en een parallelle wereld te scheppen die anderen inspireert. Door de uitbraak van het coronavirus is de presentatie van haar werk uitgesteld. 'Videoshoots konden niet doorgaan en zijn uitgesteld. Maar we hebben ons herpakt en afgelopen week zijn we voor het eerst weer bijeengekomen om te filmen. Dat was best spannend.' Lizotte documenteert haar onderzoek online en in een publicatie.
Kasia Nowak
Kasia Nowak

Kasia Nowak

Al van jongs af aan is ze gefascineerd door de relatie tussen kunst en omgeving. Met haar afstudeerproject 'Art in context', waarmee ze de Archiprix 2016 won, onderzocht ze de optimale ruimtelijke omstandigheden van kunst en hoe deze worden ervaren. Het project waar ze het afgelopen jaar research naar deed, is een voortzetting van dat concept. Maar ze verlegde de aandacht van 'een locatie in de stad' naar 'een specifieke locatie': Museum Boijmans van Beuningen. Als curator van haar eigen narratief formuleert ze een nieuwe, andere museumtypologie, een positief kritische blik op de manier van exposeren.

De keuze voor Museum Boijmans van Beuningen is niet willekeurig. Kasia Nowak ziet het als buitenkans dat het museum aan de vooravond staat van een renovatie. Daarnaast sluit de gedachte van architect Adrianus van der Steur aan bij haar ideeën: 'Hij hield bij zijn ontwerp van het oorspronkelijke gebouw rekening met specifieke kunstwerken, en dacht na over bijvoorbeeld het vermijden van schaduw in hoeken van de ruimtes. Dat zou veel vaker moeten gebeuren.' Zelf gaat ze dieper in op de architectonische context van kunstwerken. Hiervoor focust ze op aspecten die vaker in musea worden verwaarloosd of zelfs genegeerd. 'Wanneer je een kunstwerk in een verkeerde context plaatst, krijg je een incomplete ervaring van het werk.' Daarvan heeft ze tal van voorbeelden gevonden, waarbij plaatsing, natuurlijke lichtval, kunstlicht, of juist een donkere ruimte het verschil kunnen maken in de manier waarop een werk wordt getoond en geïnterpreteerd. Ze sprak historici, las biografieën en interviews met kunstenaars waaruit duidelijk wordt dat veel kunstenaars specifiek benoemen wat hun wensen zijn in relatie tot hoe hun werk wordt getoond. Nowak onderzocht daarnaast waar bepaalde kunstwerken zijn geweest, of ze speciaal voor een locatie zijn gemaakt, en al dan niet waren geïntegreerd in de architectuur.

De resultaten van haar onderzoek 'Art in the city' worden waarschijnlijk getoond in het Depot van Museum Boijmans van Beuningen zelf. Maar vooralsnog is ze bezig met het maken van schaalmodellen van objecten in een ruimte en experimenteert ze met alternatieve materialen, transparantie, vormen en kleuren. 'Het is bijzonder om curator te zijn van je eigen expositie over hoe je anders kunt exposeren,' besluit ze.

Tekst: Viveka van de Vliet
Kuang-Yi Ku
Kuang-Yi Ku

Kuang-Yi Ku

Voor zijn 'Tiger Penis Project' kreeg Kuang-Yi Ku twee jaar geleden de Gijs Bakker Award van de Design Academy Eindhoven. Het project, dat een duurzaam alternatief wil bieden voor het gebruik van beschermde diersoorten in de traditionele Chinese geneeskunde, is actueler dan ooit. Nu de consumptie van wilde dieren in China debet lijkt aan een pandemie, wordt de urgentie voor een alternatief alleen maar groter. 'Ik heb al zitten bedenken hoe we kunstmatige vleermuizen en schubdieren zouden kunnen maken,' zegt Ku, 'zodat we tradities kunnen koesteren zonder rampen te veroorzaken.'

Ondertussen is hij – tijdelijk vanuit Taipei – bezig met de drie projecten waarvoor hij een aanvraag deed bij het Stimuleringsfonds. Als social designer en bio-artist met een achtergrond in tandheelkunde ontwerpt hij vergaande scenario's voor het menselijk lichaam. Het gaat over gezondheid, seksualiteit en de interactie met andere soorten en onze planeet. Ku zoekt naar methodes om design en de medische wetenschap met elkaar te verbinden. En om de dagelijkse context niet uit het oog te verliezen, voegt hij daar graag een vleugje sociologie en politiek aan toe.

Het zijn vaak beklemmende toekomstscenario's, die de grens opzoeken van wat we nog acceptabel vinden en wat niet. Zo schetst het project 'Delayed Youth' een dystopische wereld die is ontstaan omdat de conservatieve partij in Taiwan de seksuele voorlichting uit de schoolboeken wil halen. Want waarom zou je dan niet meteen een injectie uitvinden die de puberteit en geslachtsdrift uitstelt tot seks écht mag – als je achttien bent? Een video toont hoe uniform de wereld eruit zou zien als we tot ons achttiende nauwelijks van elkaar verschillen, tot de broekrokken aan toe voor de genderneutrale jeugd. Het tweede project verkent de ethische aspecten van hedendaagse voortplantingstechnieken. 'Grandmom Mom' introduceert het draagmoederschap van gepensioneerde vrouwen voor hun eigen dochters, die in dat geval 'gewoon' voor hun carrière kunnen gaan.

Ook het derde project waaraan Ku werkt, heeft te maken met seksualiteit en voortplanting. Samen met een onderzoeker in animal ecology aan de Amsterdamse VU vergelijkt hij een tweeslachtige slak met andere hermafrodieten; wat bij een slak normaal is, geldt bij mensen als abnormaal. 'Perverted Norm, Normal Pervert' doet een biologisch boekje open over de discriminatie van seksuele minderheden.

Tekst: Willemijn de Jonge
Lieselot Elzinga
Lieselot Elzinga

Lieselot Elzinga

Vrouwelijk en stoer, met een ruig randje. Zo karakteriseert Lieselot Elzinga het modelabel Elzinga, dat weliswaar naar haar vernoemd is, maar dat ze samen met Miro Hämäläinen heeft opgericht, vlak na hun afstuderen aan de Rietveld Academie in 2018. Je ziet de podiumliefde van beide ontwerpers erin terug. Hämäläinen deed naast de kunstacademie ook de theaterschool, en Elzinga treedt al vanaf haar twaalfde op als zangeres en bassist in verschillende bands. 'Dan moet je er staan, een entree maken in een split second. Onze kleding is extravagant, maar niet té, precies genoeg om je lekker te voelen op het podium.' Het merk viert de mode en de muziek, met simpele, heldere vormen en veel kleur. De ontwerpen appelleren aan de fifties, sixties, de Teddy Girls, popart en rock-'n-roll, maar dan wel à la 2020. En dat valt in de smaak. De afstudeercollectie van Elzinga werd gespot door modeagentschap Parrot Agency, die het tweetal meteen binnenhaalde en aan het Londense MatchesFashion wist te koppelen.

Toen begon het: de vertaalslag van een afstudeercollectie, waarin de focus niet direct op draagbaarheid lag, naar een duurzame collectie voor de commerciële markt. 'In de stukken voor mijn afstuderen had ik bijvoorbeeld nog pvc verwerkt. Eigenlijk heb ik me op de kunstacademie nooit beziggehouden met de toepasbaarheid van wat ik maakte. Dat werd nu ineens belangrijk.' Het duo voelde zich er niet door beperkt en maakte een vliegende start. 'We hebben natuurlijk van alles fout gedaan, maar uiteindelijk leer je toch het meest door het gewoon te doen.' En ze deden veel in hun eerste jaar: de lancering van vier collecties, een presentatie op de London Fashion Week en de opening van die in Amsterdam – heel toepasselijk in bluescafé Maloe Melo.

Daar tussendoor deden ze nog stoffenonderzoek in een Spaanse weverij en werkten ze aan hun professionele bedrijfsvoering. Elzinga: 'Ineens is het geen liefhebberij meer, maar een onderneming. Dan moet je gaan nadenken over financiën en bedrijfsvoering – vrij vreselijk. Het leuke is dat het steeds sneller gaat: de eerste collectie kostte acht maanden, de tweede vier en de laatste nog maar twee.' Inmiddels is de vijfde collectie in de maak, dit keer niet meer exclusief voor MatchesFashion. De stijl wordt wat ingetogener. 'Mode is gelinkt aan het gedrag van de mens. Wij maken veel feestkleding, maar in deze tijd zijn er niet zoveel feestjes. De nieuwe collectie wordt daarom ietsje stiller.'

Tekst: Willemijn de Jonge
Marco Federico Cagnoni
Marco Federico Cagnoni

Marco Federico Cagnoni

'Super blij en super moe.' Zo voelt ontwerper Marco Federico Cagnoni zich na een jaar onderzoek doen naar latex producerende eetbare planten in samenwerking met de Universiteit Utrecht. Het heeft hem wel een flinke stap dichter bij zijn doel gebracht: een échte bio-plastic, volledig biologisch afbreekbaar met alle voordelen en eigenschappen van een synthetische plastic. De twaalf maanden Talentontwikkeling zijn slechts het begin van de periode die Cagnoni denkt nodig te hebben voor het ontwikkelen van het materiaal. Hij schat dat het nog enkele jaren duurt 'van het zaadje tot het materiaal'.

Bij de universiteit mag hij gebruikmaken van een kas in de hortus botanicus, waar hij een kleine selectie planten kweekt die potentieel veel latex kunnen opleveren, onder andere de 'vergeten groente' schorseneren. Latex (de basis van onder andere rubber) bevat – in tegenstelling tot bekendere bio-plastics gemaakt uit algen of paddenstoelen – geen cellulose. Met cellusosehoudend materiaal maak je geen goed presterend bio-plastic volgens Cagnoni. Al tijdens zijn afstuderen aan de Design Academy in Eindhoven hield hij zich bezig met deze materie. Dankzij het ontwikkeljaar heeft hij de ruimte om zijn ideeën en aannames in de praktijk verder te onderzoeken.

Het monitoren van de cyclus van een plant neemt veel tijd in beslag, de natuur laat zich niet haasten. Vanwege coronamaatregelen was het tijdelijk niet mogelijk de planten te verzorgen, waardoor de oogst mislukte. Gelukkig kon er van een eerder monster een chemische analyse worden gemaakt. En wat blijkt? 'Waar het op neerkomt, is dat we een nieuw materiaal hebben ontdekt dat ongelooflijke eigenschappen heeft en voor zeventig procent overeenkomt met Poly-Ethyleen-Vinyl-Acetaat (PEVA) rubber.' Nu kennen ze dus de 'vingerafdruk' van het materiaal, hoe het precies is opgebouwd. Maar dan ben je er nog niet. 'We hebben waarschijnlijk de sleutel gevonden, nu nog het slot.'

De volgende stap is het materiaal testen onder verschillende condities. Om het project echt te laten slagen, is een enorme schaalvergroting nodig; veel plek om te verbouwen, grotere machines om de latex aan de wortels te onttrekken of een industrie die zich aan het onderzoek verbindt. Elke stap kost Cagnoni veel energie, maar het doorontwikkelen tot een massaproduceerbaar materiaal is essentieel voor hem. Als social designer wil hij de vertaalslag van wetenschap naar ontwerp maken. En dan niet voor de 'één procent', maar zodat de gehele aarde en haar bewoners daar wat aan hebben.

Tekst: Victoria Anastasyadis
Mark Henning
Mark Henning

Mark Henning

Het zijn interessante tijden voor Mark Henning. Zijn afstudeerproject 'Normaal' aan de Design Academy Eindhoven in 2017 was de start van een onderzoeksperiode naar wat men beschouwt als normaal en wat niet. Naar aanleiding van Rutte's opmerking 'de norm hier is dat je elkaar de hand schudt', ontwierp hij the perfect handshake. Die heeft hij op de millimeter nauwkeurig uitgemeten en met instructielijnen op een trainingstafel gezet voor het inburgeringstraject van nieuwkomers in de Nederlandse cultuur – op het absurde af. Sindsdien is hij doorgegaan met speelse interventies die te maken hebben met interpersoonlijke ruimte en de gebaren die daarbij horen. Zijn werk was in maart nog in de VS te zien in het Philadelphia Museum, op de expositie 'Designs for Different Futures'.

En toen kwam de pandemie. Inmiddels spreken we met zijn allen van 'het nieuwe normaal'. De wereld op zijn kop; het kan een geschenk zijn voor een ontwerper die toch al vraagtekens zette bij de opvattingen van hoe het hoort. Henning zit middenin de herbeschouwing van zijn werk. De zorgvuldig gezette lijnen op zijn trainingstafel en oefenspiegel, hebben in de praktijk plaatsgemaakt voor iets anders. Waar Hennings lijnen bedoeld zijn om de mensen nader tot elkaar te brengen, zijn onze publieke ruimtes inmiddels volgeplakt met lijnen die juist de onderlinge afstand moeten bewaren. Een hand geven is nu uit den boze: 'Een gebaar dat vertrouwen moest wekken, is een risico geworden.'

Henning noemt het surrealistisch. Natuurlijk is hij allang weer aan het observeren en aan het spelen met de complexiteit van social distancing. Hij werkt aan een aangepaste installatie voor Designs for Different Futures, die zich binnenkort naar het Walker Art Center in Minneapolis verplaatst. De vraag is hoe nabijheid en intimiteit nieuwe vorm krijgen. Wat hem vooral boeit, is hoe het straks gaat als we uit de lockdown komen: 'Hoe gaan we om met de interpersoonlijk ruimte tijdens het afbouwen van de lockdown? Krijgen we ooit weer vertrouwen in handen schudden? Hoe ziet sociale interactie er over zes maanden uit?' Hij werkt aan een gedramatiseerde documentaire die de tradities documenteert. 'We weten niet hoelang dit proces gaat duren, maar wat als we het straks allemaal opnieuw moeten leren?' In dat geval bieden de tools van Mark Henning uitkomst. En kunnen we allemaal weer met een knipoog inburgeren in wat we ooit normaal vonden.

Tekst: Willemijn de Jonge
Marwan Magroun
Marwan Magroun

Marwan Magroun

'Je zou een heel goede vader zijn… net als je moeder.' Op een Tunesisch strand, uitkijkend over de Middellandse Zee, vertelt Marwan Magrouns moeder hoe het voor haar was, drie kinderen in haar eentje opvoeden in Rotterdam. Magrouns vader was er niet voor zijn kinderen – iets wat het stigma over vaders met een migratieachtergrond lijkt te bevestigen. Maar in zijn huidige vriendenkring ervaart de foto- en videograaf iets heel anders. Hij ziet gescheiden vaders met Kaapverdiaanse, Antilliaanse en Surinaamse roots vechten voor hun kinderen, zeer bewust bezig zijn met wat ze hun kinderen meegeven, en worstelen met de vraag of ze het wel goed doen. Hij besloot een fotoserie en film te maken om het negatieve beeld over bi-culturele vaders te weerleggen. 'Sinds 9/11 wordt er iets op je geprojecteerd. Ik zoek naar manieren om dat te pareren. Ik wil naast het vooroordeel over de hele groep een genuanceerder, persoonlijker beeld neerzetten.'

In de halfuur durende documentaire 'The Life of Fathers' volgt hij drie alleenstaande vaders. Terwijl hij zijn vrienden interviewt en dicht op de huid fotografeert, wordt zijn zoektocht naar de nuance gefilmd onder regie van Rien Bexkens. 'Wij denken allemaal in stereotypes,' zegt Magroun, 'tot je de mensen om wie het gaat leert kennen. De vaders die ik spreek, willen hun kinderen zien, betrokken zijn en ze opvoeden tot een zo goed mogelijk persoon.' De film was in januari te zien op het IFFR en is nu in de running voor verschillende internationale festivals. Magrouns streven is om meer van dit soort zelfstandige producties te gaan maken – 'betekenisvolle verhalen' noemt hij het zelf.

Zijn passie voor fotografie begon eigenlijk bij toeval, toen hij in 2012 een oude spiegelreflexcamera uit 1967 kreeg, gevonden tussen de rommel op straat. Hij kocht een rolletje bij de HEMA en ging foto's maken van de stad waar hij geboren en getogen is. Vier jaar later kocht hij een nieuwe camera en zei hij zijn baan als organisatiedeskundige op; in 2017 won hij de Kracht van Rotterdam. Nu is hij zijn onderneming aan het opschalen. 'Ik begin nu in de positie te komen dat ik kan doen wat ik tof vind. Er liggen nog genoeg verhalen te wachten om verteld te worden.'

Tekst: Willemijn de Jonge
Maxime Benvenuto
Maxime Benvenuto

Maxime Benvenuto

Design research. Er wordt veel over gezegd en geschreven, maar wat ís het eigenlijk? Of beter gezegd: wat verstaat men eronder? Toen Maxime Benvenuto vorig jaar op de graduation show van de Design Academy Eindhoven rondliep, waar hij zelf in 2016 cum laude afstudeerde, viel hem op dat de meerderheid van de exposanten zich beriep op design research. 'Maar kun je dat wel zo noemen als je een boek hebt gelezen om een goed ontwerp te kunnen maken?' Zelf ziet Benvenuto het meer als een discipline die immateriële kennis en informatie verzamelt, zonder dat daar meteen een product uit voortkomt. Onderzoek is nooit af, er is geen eindresultaat, alleen een tussenstand. Wat hij presenteert op de Dutch Design Week zal dan ook een momentopname zijn.

Hij startte zijn eigen design research – naar de praktijk van design research. Inmiddels heeft hij zeventien onderzoekers in Nederland, Italië, Frankrijk, Engeland en Japan uitgebreid geïnterviewd. Ze vertelden hem over de discrepantie tussen onderwijs en praktijk: een Franse design researcher in een lab voor bionanotechnologie bleek alles opnieuw te moeten leren toen ze na haar studie aan het werk ging. In een interview met een Franse ontwerper worstelde Benvenuto met de vertaling van het begrip: is het 'la recherche au travers du design' of 'le design au travers de la recherche'? Design voor of door onderzoek? Er bleek al veel over geschreven te zijn, hij zit nu middenin de verhandelingen van wetenschappers als Pierre-Damien Huyghe, Alain Findelli en Christopher Frayling. 'Het maakt voor de praktijk echt uit welk voorzetsel je gebruikt, zegt Benvenuto. Een ander terugkerend thema is de subjectiviteit die erbij komt kijken. Terwijl bijna alle wetenschappers krampachtig objectief proberen te blijven, staat design research subjectieve bevindingen toe. Dat is kenmerkend, zegt Benvenuto. Net als het doen van interventies, om te zien hoe mensen daarop reageren; dat pakken ontwerpers bijvoorbeeld heel anders aan dan antropologen, die willen observeren zonder in te grijpen.

Het onderzoek naar 'de kosmologie van design research' is nog in volle gang. Het vraagt om verdieping, iets wat volgens Benvenuto nogal eens ontbreekt in de designjournalistiek. 'Design is een fast consumer product geworden, dat je in honderd woorden en met een paar sprekende beelden moet kunnen beschrijven. Maar er is meer nodig om de nuance over te brengen.'

Tekst: Willemijn de Jonge
Millonaliu
Millonaliu

Millonaliu

Ruimtelijk ontwerpers Klodiana Millona en Yuan Chun Liu werken samen onder de naam millonaliu. Ze delen een diepgaande interesse in alternatieve manieren van samen wonen en leven. Ook zijn ze kritisch op de architectuur als discipline. Die vinden ze politiek, te dominant en canoniek; te veel gericht op oude voorbeelden die niet beantwoorden aan de huidige eisen van de woningbouw.

Voor hun ontwikkeljaar wilden ze twee informele woonstructuren bestuderen in de hoofdsteden van hun geboortelanden Taiwan en Albanië. In Taipei bestaat bovenop de daken een extra woonlaag van door bewoners zelf toegevoegde ruimtes. Ze worden vaak verhuurd voor relatief lage prijzen in een stad waar de huren torenhoog zijn en voorzien zo in een behoefte waar de overheid dat nalaat. In Tirana doet zich een heel ander fenomeen voor. Daar worden huizen vaak niet afgemaakt, maar zijn ze in een constante staat van verbouwing en uitbreiding. Dit komt enerzijds door regelgeving (over een huis dat niet af is, hoeft geen belasting te worden betaald), maar ook door de financiering. Vaak wordt er gebouwd met geld van familie uit het buitenland, dat in horten en stoten komt.

Door de coronacrisis kon het onderzoek in Albanië niet plaatsvinden, maar in Taiwan heeft millonaliu wél veldonderzoek kunnen doen. Aanvullend deden ze tijdens de lockdown online onderzoek. Terwijl ze onderzoek deden naar de vorming van landeigendom richtten ze zich op een genetisch gemodificeerd rijstgewas dat tijdens de koloniale overheersing van Taiwan door Japan moest worden verbouwd voor de Japanse markt, met verstrekkende gevolgen. 'Je ziet hoe slechts één soort gewas het land, de grond, de cultuur, de industrie, zelfs de rituelen kan beïnvloeden. We kijken naar de manier waarop dit gewas, en daarmee landbouw, een sterk effect heeft gehad op de omgeving, zowel fysiek als sociaal.'

Momenteel zijn de ontwerpers bezig alle verzamelde informatie te ordenen voor een online publicatie die zal worden aangevuld met vergelijkbare voorbeelden van alternatieve samenlevingsvormen. Meer nog dan de concrete uitkomsten van hun projecten, was dit ontwikkeljaar belangrijk voor millonaliu om ruimte en tijd te hebben om te onderzoeken hoe zij van hun werk kunnen leven en om te experimenteren met vormen van participatief onderzoek. 'Hoe verzamel je informatie die niet afkomstig is van de mensen die de informatie controleren? Wat betekent het om een plek te onderzoeken binnen een gemeenschap, mét de gemeenschap? Wat zijn onze waarden en waar willen we echt aan werken in dit veld?'

Tekst: Victoria Anastasyadis
Milou Voorwinden
Milou Voorwinden

Milou Voorwinden

In het laatste jaar van haar studie product design aan ArtEZ, deed Milou Voorwinden mee aan een uitwisselingsprogramma met het textiellab van Falmouth University. 'Toen ben ik verliefd geworden op weven.' Ze ging na haar afstuderen door op haar eigen handweefgetouw, en begon zich te specialiseren in textielontwerpen: niet alleen in het design, maar ook in het maakproces. Inmiddels is ze de jacquardwever bij EE Exclusives, waar ze de beschikking heeft over industriële machines met 76 kettingtouwen per centimeter – heel geschikt voor 3D-weven. Het afgelopen jaar is ze in de techniek gedoken. 'Normaliter worden stoffen gemaakt op een weefgetouw, daarna worden de patroondelen eruit geknipt en die moeten dan weer in elkaar worden gezet. Als je driedimensionaal weeft, is het af als het van de machine komt. Textiel is iets wat je op die manier heel lokaal en in één proces kunt ontwerpen.' 3D-weven brengt dus een flinke verduurzamingsslag: het scheelt veel afval, productietijd en reistijd.

Voorwinden sloeg de handen ineen met een Nieuw-Zeelandse ontwerpster die aan het promoveren is op duurzaam patroontekenen en samen maakten ze een broek. Die is nu al een aantal keer geweven, waarbij het zoeken is naar de beste input: 'Hoe dik moet de draad zijn en hoe hard laat ik de machine de draad aanslaan?' Het gaat niet zozeer om het design dat eruit voortkomt, meer om het maakproces en de mogelijke toepassingen. Ze experimenteerde bijvoorbeeld ook met spacers, die het minder duurzame schuim in kussens kunnen vervangen; daarbij zorgt een soort ingeweven hekwerk van TPU voor een verend, lichtgewicht binnenwerk.

Naast het onderzoek op de geavanceerde hightechmachines in het Brabantse Heeze, ging Voorwinden ook op zoek naar het andere uiterste. Ze vertrok naar Japan om de traditionele weefgetouwen te herontdekken. In de zijdeprovincie Kioto programmeerde ze oude machines die niet met een grijper, maar met een schietspoel en een doorlopende draad werken. 'Dat zijn vaak nog ponskaartmachines waar een kastje op is gezet dat alles met een floppy aanstuurt.' Het lukte haar om traditie en innovatie hand in hand te laten gaan: ze kreeg de oude machine aan de praat met nieuwe programmatuur. 'Ik zou graag nog een keer teruggaan om dat verder te onderzoeken.'

Tekst: Willemijn de Jonge
Minji Choi
Minji Choi

Minji Choi

'In Azië hebben mensen meer respect voor elk levend wezen, ook in Zuid-Korea waar ik vandaan kom', vertelt Minji Choi vanuit haar studio in Eindhoven. En daarover gaat haar project 'The Dignity of Plants', waarin ze de culturele symboliek van planten in relatie tot het stedelijk landschap onderzoekt. Ze doet dit door niet langer de mens als middelpunt te nemen, maar het perspectief te verschuiven naar de plant. De 'waardigheid van de plant', of de 'rechten van de plant' gebruikt ze als uitgangspunt om onze houding ten opzichte van andere levende wezens te herdefiniëren, want die is vaak gebaseerd op valse sentimenten en morele oordelen over wat goed en slecht is, of natuurlijk en kunstmatig. 'Hoe wij de natuur zien, is hoe wij de wereld zien. Door je te verplaatsen in een plant kun je op een andere manier naar de natuur kijken.'

Afgelopen jaar werkte Choi dit gegeven uit in een casestudie over invasieve planten, waarvan de Black Cherry er een is. Geroemd om zijn vitaliteit, kracht en schoonheid, importeerden Nederlanders deze bomen in 1740 uit Amerika. Leek de Black Cherry in eerste instantie een stimulerende rol te hebben in de aanleg van productiebossen bestaande uit dennen, op den duur bleek de boom de groei van dennenbomen te belemmeren en het bos te gaan overheersen. Zo kreeg de aanvankelijk bewonderde Black Cherry hier een negatieve connotatie. Ecologen ontwikkelen intussen manieren om juist te profiteren van invasieve planten in onze natuur. Ze leveren immers zaden aan vogels en bieden insecten en andere dieren beschutting. 'In plaats van invasieve bomen te verwijderen, zouden we het ecosysteem moeten beschermen en de biodiversiteit kunnen stimuleren, zodat er een gezonder bos met betere bodemkwaliteit en meer balans ontstaat.'

In de uitsluiting van invasieve plantensoorten ziet Choi parallellen met de uitsluiting van mensen en de wijze waarop we migranten, vluchtelingen of zware mensen behandelen. 'Ik wil als ontwerper verhalen delen met een groter publiek, en onze manieren van denken helpen veranderen.' Dat doet Choi met een serie publicaties zoals een videodocumentaire, een animatiefilm en interviews met onder andere ecologen. Daarnaast wil ze haar eigen 'Garden of Eden' realiseren en zich bekwamen in tuindesign. 'Daarmee daag ik mijzelf uit om mijn ideale tuin te creëren en het maakt mijn casestudie alleen maar sterker.'

Tekst: Viveka van de Vliet
Mirte van Laarhoven
Mirte van Laarhoven

Mirte van Laarhoven

Mirte van Laarhoven ontwikkelt geen gangbare parken of pleinen, maar voelt zich als een vis in het water bij artistieke landschapsarchitectuur. Ze werkt aan grootschalige visies over klimaatadaptatie en herstel van biodiversiteit door kleine ingrepen te doen die een bijdrage leveren aan een gezond landschap. Ze gaat niet uit van het beheersen of veroveren van de natuur, maar van het meebewegen mét de natuur. Door het water de ruimte te geven om vrijer te stromen, onderzoekt de in 2017 aan de Academie van Bouwkunst afgestudeerde landschapsarchitect hoe beter kan worden geprofiteerd van natuurlijke processen.

Maar hoe bouw je artistieke landschapsarchitectuur die iets toevoegt aan het landschap? Een voorbeeld is haar 'Onderwaterbos' van dood hout dat allerlei beestjes aantrekt, de stroming beïnvloedt, en een graadmeter vormt voor de ecologie. Of land art-interventies, zoals speeltoestellen of een sculpturentuin, die niet alleen aantrekkelijk zijn voor de flora en fauna, maar evengoed voor de mens. 'Mijn idee erachter is dat je spelenderwijs de natuur leert kennen, beter leert kijken en interacteert met alles wat leeft.'

Afgelopen jaar zette ze grote stappen. Zo begon ze haar eigen studio: Living Landscapes. Vanuit haar praktijk bouwt ze verder aan haar portfolio. Het nieuwe instrumentarium dat ze aan het ontwikkelen is, vraagt om nieuwe kennis en kunde. Ze betrekt ecologen, ambachtsmensen en architecten bij haar ambitie om projecten te realiseren in openbare waterwegen. Dat gaat niet vanzelf ervaart ze. 'Overheids- en natuurorganisaties zijn enthousiast, maar de overlegcultuur en de veiligheidsaspecten maken processen traag en beleidsmatig. Ik hoop een weg te vinden om sneller pilots te realiseren en stapsgewijs mijn ambities te testen, middenin de krachten van de natuur.'

Een mooie bijkomstigheid is dat haar schoonfamilie onlangs een kavel kocht in Klarenbeek. Een stukje dood bos weliswaar, maar het doel is om dit door droogte gestorven fijnsparrenbos nieuw leven in te blazen. 'Een bosbouwer zou het waarschijnlijk platgooien en in een keer nieuw aanplanten, ik kijk naar de huidige situatie. Eigenhandig een bos revitaliseren heet nog geen landschapsarchitectuur, maar het past wel bij mijn manier van werken: ik ontwikkel een heldere visie, gevolgd door een organische vertaling naar de praktijk. Zo kan ik ter plekke bekijken wat nodig is en maatwerk leveren. Een werkproces dat stroomt als het water, dat is mijn ideaal.'

Tekst: Viveka van de Vliet
Nadine Botha
Nadine Botha

Nadine Botha

Research designer en journalist Nadine Botha was zich altijd al bewust van de rol van verhalen binnen een cultuur, en niet zomaar verhalen, maar stigmatiserende, op angst gebaseerde of propagandistische verhalen. Om een gesprek uit te lokken, gebruikt ze dagelijkse 'onschuldige' onderwerpen als gereedschap om niet-vertelde verhalen over onderdrukking, gerechtigheid en kolonialisme bloot te leggen en te nuanceren. Dat doet ze onder andere door archiefonderzoek, interviews en samenwerkingen met wetenschappers, door de sociopolitieke en culturele waarden die achter de onderwerpen schuilen samen te brengen in installaties op tentoonstellingen, via digitale media, in performances, publicaties en workshops.

Zo brengt ze in haar doorlopende researchproject 'Sugar: A Cosmology of Whiteness' op allerlei niveaus suiker voor het voetlicht en vertelt ze aan de hand van dit zoete onderwerp over de donkere kant van de de transatlantische slavenhandel en de hedendaagse voedselindustrie. Nu werkt ze voor 'Projecting Other-wise' samen met epidemioloog Henry de Vries. Dit project, waarvoor ze een Bio Art & Design Award (BAD) won, gaat over volksgezondheid, stigma's en virussen en de relatie met zombies. 'Zombie-apocalypsfilms brengen de mythologie van de hedendaagse samenleving over ziekte en de gevreesde ander samen', vertelt ze. De zombie vindt zijn oorsprong in de Haïtiaanse folklore, waar hij werd gebruikt om het verzet van slaven in te luiden, en uiteindelijk de Haïtiaanse revolutie die leidde tot de afschaffing van de slavernij. Later, in Hollywood-films, werd deze folklore gebruikt om de angst van blanken voor zwarte mensen als ziektedragers te verbeelden, een vooroordeel dat voortkwam uit de manier waarop epidemiologie in de koloniale tijd werd ingezet om segregatie en genocide te rechtvaardigen. 'In de loop der jaren zijn de films geëvolueerd en laten ze zombie-uitbraken zien die worden verspreid door een virus. De zombies zelf representeren “de ander” in actuele maatschappelijke verhalen rond terrorisme, vluchtelingenproblematiek, de HIV/Aids-epidemie en nu het coronavirus.

Het ontstaan van die angst voor de ander wil ze bespreekbaar maken, mede door haar jeugd in Zuid-Afrika en master op de Design Academy Eindhoven. 'Racisme en kolonialisme maakten geen deel uit van welk gesprek over ontwerp dan ook.' Daarom zoekt ze de interactie met het publiek en wil ze gesprekken mogelijk maken die te weinig worden gevoerd. Zo probeert ze met haar werk bij te dragen aan het vertellen van alternatieve, genuanceerde verhalen die het bestaande verhaal bevragen, en daarmee op den duur ons begrip van wat we als vanzelfsprekend beschouwen in de wereld.

Tekst: Viveka van de Vliet
Nastia Cistakova
Nastia Cistakova

Nastia Cistakova

'Bittere Ernst'. Het is de werktitel van de game waarmee Nastia Cistakova de quarterlife crisis op de hak neemt. 'Te veel keuzes in je jonge leven – dat is héél zware problematiek natuurlijk.' Cistakova durft het zoeken naar zingeving te ridiculiseren in woord en beeld, won met haar afstudeerproject aan de HKU de Blink Youngblood Award, voor het sublieme gevoel van ongemakkelijkheid dat het opriep. De hoofdpersoon voor deze nieuwe game had ze toen al: een roze aardappel. 'Een niksige vorm, die de hele zoekende generatie en hun geestelijke chaos kan verbeelden.'

Het afgelopen jaar dook ze in de identiteit van haar dolende aardappel. Ze nam het internet als orakel, struinde fora af, googelde naar oplossingen met vragen als: how to spice up your life? 'Dan krijg je van die heerlijk suffe suggesties als: ga eens een dromendagboek bijhouden, leer nieuwe mensen kennen, step out of your comfort zone.' Cistakova associeerde erop los, maakte
storyboards waarop ze haar aardappel laat bungeejumpen, worstelen met nieuwe ontmoetingen, of vluchten voor een loslopend gebit. Het absurdistische wordt tot kunst verheven – zonder boodschap zegt ze zelf. 'De gedachte is meer: hoe kan ik het leven nog raarder maken dan ik het al vond? Kleinschalige drama's nog net wat verder laten ontsporen? Daar word ik echt blij van.'

De game is nog niet af; het maakproces is een zoektocht naar nieuwe technieken en methodieken. Ze heeft beter leren tekenen in die tijd, zich verdiept in animaties, video, interactive design en 3D-objecten. 'Eigenlijk tekende ik nog altijd met de hand, om daarna de fouten te corrigeren met Photoshop. Ik heb nu een iPad gekocht en digitaal leren tekenen, zodat ik in één keer door kan.' Naast het werk in opdracht voor onder andere De Volkskrant, De Correspondent en Het Parool, waarin het toch vooral gaat om wat anderen ervaren, draait haar autonome werk nu veel meer om haar eigen verhaal. Houd de release van Bittere Ernst de komende maanden in de gaten, voor een verrassend inkijkje in Cistakova's eigen chaotische geest.

Tekst: Willemijn de Jonge
Nikola Knezevic
Nikola Knezevic

Nikola Knezevic

Spatial stage designer Nikola Knezevic bedenkt concepten gericht op de relatie tussen lichaam, geest en omgeving. In de afgelopen jaren heeft hij een eigen methodiek ontwikkeld. Hij gebruikt technieken uit zijn eigen ontwerp- en architectuurachtergrond en betrekt choreografen en dansers bij het ontwerpproces.

In feite heeft de uit Servië afkomstige Knezevic zijn eigen vakgebied uitgevonden. Hij is een pionier zonder leermeesters. Het toekennen van de talentontwikkelingsbeurs noemt hij een erkenning binnen een nieuw vakgebied waar hij zelf sterk in gelooft en waarin hij zich met toewijding en geduld bekwaamt. 'Om erachter te komen hoe mensen bewegen, wil ik het zelf ervaren. Hoe ervaart een danser, stuntman, of sporter een ruimte? Ik wil weten hoe het lichaam reageert op of zich aanpast aan een ruimte. Wat is de werking van de menselijk perceptie? En waar stopt het lichaam en begint de ruimte?' Recentelijk verplaatste hij zich bijvoorbeeld in een atleet en leerde hij hordelopen, samen met choreograaf Florentina Holzinger. 'Ik ben gefascineerd door hoe je een obstakel als het nemen van een horde, beteugelt en vrienden wordt met het object. Daardoor leer je hoe het object ons kan helpen het te gebruiken.'

Onderdeel van zijn ontwikkeltraject was een Body Weather-workshop. In deze workshop, die wereldwijd door een groep choreografen wordt gegeven, leer je hoe het landschap en het weer reflecteren op het lichaam en onze stemmingen. 'Zo leer ik emoties beter begrijpen en train ik mijn eigen geest en lichaam.' Ook ging hij bij de Sloveense choreograaf en filosoof Mala Kleyne in de leer. Zij ontwikkelde een methodologie om via meditatie emoties te stimuleren die worden opgeroepen bij beelden die in je hoofd opkomen. Zo gaat Knezevic' onderzoek naar het onbewuste, herinneringen en dromen, ook over spacial design, maar dan de mentale ruimte.

Uiteindelijk moeten al zijn kennis en ervaringen van de afgelopen tijd worden geïntegreerd in een aantal publieke theaterperformances. Vanwege covid-19 besloot Knezevic min of meer noodgedwongen samen te werken met kunstenaar en programmeur Fred Rodrigues aan een digitale covid-proof performatieve installatie met VR-bril. Deze wordt momenteel gefilmd. Het levert Knezevic alweer nieuwe kennis op.

Tekst: Viveka van de Vliet
Ottonie von Roeder
Ottonie von Roeder

Ottonie von Roeder

'Ik zit nu in Marokko en heb net geleerd hoe ik een tapijt moet weven.' Het is de voice-over van de schoonmaakster die samen met Ottonie von Roeder de robot heeft gebouwd die je in de video aan het werk ziet – zonder haar. Zij heeft in Von Roeders 'Post-Labouratory' gewerkt aan haar eigen vervanging, zodat zij kan gaan reizen. Tegenover de angst voor de voortschrijdende automatisering plaatst Von Roeder een optimistisch scenario. In navolging van filosoof Hannah Arendt maakt ze onderscheid tussen work (werk) en labour (arbeid). En dat laatste omvat de klussen die we liever kwijt dan rijk zijn. Als je daar zelf een robot op maat voor kunt maken, houd je controle en kun je je tijd ondertussen besteden aan iets waar je écht blij van wordt.

Na haar afstuderen aan de Design Academy Eindhoven is Von Roeder doorgegaan met haar onderzoek naar de transitie van arbeid naar werk. Ze merkte dat de ontwerpers om haar heen haar zelfgebouwde robots een interessante oplossing vonden voor fysieke beroepen, maar het experiment niet op zichzelf betrokken. 'Designers denken, zoals zovelen, dat hun eigen taken niet kunnen worden geautomatiseerd,' zegt Von Roeder. 'Maar computers zijn al superbelangrijk in ons vak, we doen bijna alles met softwareprogramma's.' Haar design research naar de toekomst van creatieve beroepen verkent de mogelijkheden, maar ook de sentimenten hierover. Zelf zou ze graag een bot willen maken voor het afhandelen van haar administratie en subsidieaanvragen. Om de grenzen tussen saaie en inspirerende werkzaamheden af te tasten, experimenteert ze ondertussen ook met software die modellen kan ontwerpen.

Momenteel werkt Von Roeder aan een chatbot voor de Dutch Design Week, die bezoekers hierover gaat bevragen. 'Is creativiteit een menselijke eigenschap, of kan een computer het ook? Kunnen we design simuleren? Heeft het dan nog wel dezelfde kwaliteit? En hoe ziet de toekomst van ons vak er dan uit?' Uiteindelijk wil ze het publiek activeren. 'Automatisering is bedreigend als je passief toekijkt hoe de technologie het overneemt. Maar je kunt ook een actieve rol aannemen. Als je de techniek naar je hand zet, het in een vorm giet waar je iets aan hebt, wordt het positief. Ik zie het als een uitdaging om mensen om te vormen van consumenten naar actieve deelnemers.'

Tekst: Willemijn de Jonge
Paradyme

Paradyme

Ze zijn dit jaar bezig geweest met de herpositionering van hun studio: Florian Mecklenburg en Karolien Buurman begonnen als Goys & Birls, maar zijn nu Paradyme, Practice for Visual Culture. 'Een paradigma is een set regels die bepaalt hoe je naar de wereld kijkt,' zegt onderzoeker en artdirector Karolien Buurman. 'Wij hebben die regels maar meteen overtreden door het woord fout te spellen.' De ongrijpbare kaders van het visuele domein houden het tweetal bezig. Waar het eerst de ontwerpers, illustratoren en fotografen waren die de wereld van beeld domineerden, is iedereen met een smartphone nu beeldmaker. Die cultuuromslag wordt op de voet gevolgd door Paradyme. Hun nieuwe insteek is meer gericht op design research dan op het opleveren van een eindproduct. 'Onderzoek en strategie was altijd al een groot onderdeel van ons ontwerpwerk, maar nu zien we het meer als iets wat op zichzelf kan staan,' zegt grafisch ontwerper Florian Mecklenburg.

De afgelopen tijd stond in het teken van het vinden van hun eigen plek in de visuele cultuur en het oprekken van de grenzen die ze daarbij tegenkwamen. Zo sloegen ze de handen ineen met een schrijver en denker, voor de publicatie van een serie rapporten over de invloed van beeldcultuur. En ze maakten hun eigen font – juíst omdat ze geen typografen zijn. 'Het fijne is dat je dan de regels voor letterontwerpen ook niet strikt hoeft te volgen,' zegt Buurman. Hun font heet 'Crop Top' en is geïnspireerd op het naveltruitje, dat door de jaren heen symbool staat voor verzet tegen de maatschappelijke norm. Ze beschouwen het als een karakter in de breedste zin van het woord. Het is vooral het achterliggende verhaal dat hen interesseert: 'De crop top legt maatschappelijke vraagstukken bloot over politiek, ras, gender en religie.' Ze hebben er uitgebreid onderzoek naar gedaan, om dat vervolgens weer in een visuele publicatie te gieten.

Een andere nieuw geleerde skill is virtual 3D-sculpting. Maar omdat 'de oplossingen niet allemaal in de computer zitten,' heeft het duo daarnaast ook iets heel aards en tastbaars opgepakt: keramiek. Ze zitten middenin het onderzoek naar tactiele vormen en structuren en willen nog niet te veel zeggen over de objecten die daaruit voortkomen. Maar daar gaat het uiteindelijk ook niet om; dat was nou juist het hele punt van dit onderzoeksjaar.

Tekst: Willemijn de Jonge
Post Neon
Post Neon

Post Neon

Als student aan de Design Academy Eindhoven waren ze jarenlang huisgenoten. Vito Boeckx en Jim Brady studeerden in 2018 beiden af op een virtual reality-project, dat ze naast elkaar in de huiskamer ontwierpen. Als Post Neon zijn ze samen doorgegaan met het ontwerpen van steeds geavanceerdere virtuele 3D-content. Inmiddels is jeugdvriend Jeremy Renoult ook aangehaakt. 'Wat wij doen is objecten of situaties uit de echte wereld nabouwen in een digitale vorm, die je kunt modificeren. De uitdaging is de grens tussen realiteit en virtualiteit zo te vervagen dat je soms niet meer weet wat je nou eigenlijk écht hebt gezien. Dat surrealistische element maakt het interessant,' zegt Jim Brady.

Naast surrealistisch is het ook buitengewoon praktisch, een database vol digitale 3D-objecten, die je onbeperkt kunt manipuleren en op de gekste plekken kunt inzetten voor campagnes, communicatie en kunst. Ze vroegen de beurs bij het Stimuleringsfonds aan om hun technische skills voor de verschillende vormen van content te vergroten. De werkelijkheid is niet in één programma te vangen: zo is een gebouw simuleren iets heel anders dan een kledingstuk. Dat laatste hadden ze bijvoorbeeld nodig voor het in elkaar zetten van de digitale collecties van de streetwearmerken Edwin en Lores. Maar ze hebben ook een AR-installatie ontworpen voor Cinekid en MU, waarbij kinderen een colafles of bloem konden modificeren op hun iPad, en verdiepten zich in de vormentaal van zand – dat valt onder de zelfgeïnitieerde 'passieprojecten'. Brady: 'We zagen een documentaire over zandschaarste. Wist je dat er minstens veertienduizend dagelijkse voorwerpen worden gemaakt met zand? Als we zo doorgaan zijn er over zestig jaar geen stranden meer. Daar wilden we iets mee. De vormentaal van zandkorrels is fascinerend, een bron van inspiratie. We zijn nu samen met Fontys bezig daar een VR-ervaring van te maken.'

Het resultaat is lastig te omschrijven, VR moet je zien. Er wordt dan ook gewerkt aan een showreel, waarin de highlights uit het eerste Post Neon-jaar in een paar minuten worden samengevat. Hopelijk bevat die ook het 3D-werk voor het nieuwe album van Ronnie Flex, een opdracht van platenlabel Top Notch. 'Ronnie heeft de release uitgesteld, dus ik mag er nog niet al te veel over zeggen. Maar we hebben de creative direction en productie van de virtuele content voor het hele album gedaan.' Dat betekent dat straks bij elke track werk van Post Neon te zien is op Spotify Canvas; muziek om te luisteren én te kijken dus.

Tekst: Willemijn de Jonge
Rosita Kær
Rosita Kær

Rosita Kær

Kunstenaar Rosita Kær (28) werkt aan een serie doorlopende projecten in samenwerking met haar grootmoeder Karen-Hanne Stærmose Nielsen (87). Het uitgangspunt van haar doorlopende onderzoek is de textielverzameling van haar oma. In 2018 werd de verzameling verkocht en is als een gevolg daarvan uiteengevallen.

Wat betekent het wanneer de verzamelaar of collectie verdwijnt en welke creatieve potentie biedt dat, is een van de vragen die Kær bezighouden. Haar oma's eclectische verzameling bestond uit een mix van textiel uit de bronstijd tot stukjes kapotte of afgedragen stof die anderen mogelijk als afval beschouwen, maar waar zij de potentie van inzag. Dat haar grootmoeder deze collectie van de hand wilde doen vanwege haar hoge leeftijd, vond Rosita Kær aanvankelijk moeilijk omdat de stukken zo'n groot deel van haar grootmoeders leven uitmaakten. Omdat het dierbaar, intiem en persoonlijk is als een tweede huid. Maar het project gaat ook over loslaten, over vriendschap tussen twee generaties, tussen twee vrouwen van wie de een aan het begin van haar leven en de ander aan het eind staat.

Als weefster weet Kærs oma alles van garens, spinnen en allerhande technieken. Zelf hoeft ze de technieken niet te beheersen, vertelt ze. Maar in de benadering van het materiaal tonen grootmoeder en kleindochter wel veel overeenkomsten. 'We duiken allebei als een soort archeoloog diep in de verschillende lagen, in de details, we kijken naar hoe dingen zijn gemaakt, versleten, en gerepareerd. Een weeffout in een kledingstuk heeft voor mijn grootmoeder meer waarde dan een perfect stuk stof, de fouten zeggen namelijk veel over de manier van denken van de maker. Ik houd ook van de gaten en imperfecties. Een archeoloog zoekt naar fragmenten die samen een verhaal completer maken, en ontbrekende stukjes zijn er altijd. Ik ben geïnteresseerd in gedeeltelijke conclusies.'

Het afgelopen jaar voerde ze ook gesprekken met onder meer conservatoren, archiefbeheerders en kunstenaars, over hoe zij verzamelingen interpreteren. Zelf zal ze haar onderzoek uiteindelijk in een expositie presenteren waarin haar interesse in textiel, keramiek, ruimtelijk ontwerp, tekst, archeologie en museologie een plek hebben. In de expositie en bijbehorende publicatie lopen de opgenomen gesprekken die de ontwerper gedurende de afgelopen vier jaar met haar grootmoeder voerde als een rode draad door de objecten die ze zal tentoonstellen.

Tekst: Viveka van de Vliet
Sae Honda
Sae Honda

Sae Honda

Weelderig groene tuinen met varens, Japanse bloesembomen en twee keurig opgestelde hertjes. Klimop, een pot met bloeiende hortensia's en een dikke panda. Deze kunstmatige landschapjes worden getoond in de showroom van de Chinese fabrieken in de provincie Guangdong waar artificiële planten worden geproduceerd. Sieradenontwerper Sae Honda bezocht voor haar onderzoeksproject 'Parallel Botany' een aantal van deze fabrieken om onderzoek te doen naar de gebruikte materialen en hun natuurlijk uiterlijk. Ze bestudeerde het fabricageproces en de fake planten en bloemen. 'Het is crazy, net een sciencefictionfilm.'

Als een soort hedendaagse archeoloog ondervraagt ze onze huidige waardesystemen. Het gaat Honda, die in haar interdisciplinaire praktijk behalve sieraden, ook objecten, installaties en publicaties maakt, niet om de geldwaarde maar om de intrinsieke waarde die ontstaat wanneer een materiaal met aandacht wordt behandeld, of het nu nep is of echt. Dat gold voor haar eerdere project en publicatie: 'Everybody needs a rock' (2018) en ook voor de door mensen gemaakte kunstmatige planten. 'Ik wil geen artificiële planten promoten, maar mensen bewust maken van de aanwezigheid van wat ik fake nature noem. We dichten de door mensen gemaakte natuur minder waarde toe dan natuurlijke planten, maar die nieuwe nepnatuur, voorzien van zorgvuldig aangebrachte nerven, schaduwen of regendruppels, heeft zijn eigen waarde. De craft of faking is fascinerend om te zien. Er worden zoveel verschillende industrieel geproduceerde planten gemaakt waarin je de sporen van de menselijke hand terugziet.'

Ook onderzoekt ze de potentie van imitatieparels. Voor haar project 'Faux Pearl', reisde de zelf uit Japan afkomstige ontwerper naar het Japanse Osaka. Hier bezocht ze juist kleine fabrieken en werkplaatsen waar, vaak in beperkte oplage, nepparels worden ontwikkeld die met de hand worden gecoat met parelessence. In samenwerking met een van die bedrijven en met hun technieken heeft Honda parels ontwikkeld waarbij ze experimenteerde met andere vormen dan de klassieke ronde kraal.

Om haar business te verfijnen, een sieradenlabel op te zetten en de juiste verkoopkanalen te vinden, heeft ze het afgelopen jaar de expertise ingeschakeld van Sarah Mesritz, medeoprichter van het sieradenplatform en magazine Current Obsession. Zo hoopt ze winkels te vinden voor haar nieuwe reproduceerbare collectie van in Japan gemaakte en in Nederland geassembleerde kunstsieraden.

Tekst: Viveka van de Vliet
Saïd Kinos
Saïd Kinos

Saïd Kinos

Grote, kleurrijke, grafische muurschilderingen en kunstwerken maakt hij. Dat streetartkunstenaar Saïd Kinos een achtergrond als grafisch vormgever heeft, is duidelijk. Binnen zijn ontwerppraktijk maakt hij veel gebruik van collage-, schilder- en assemblagetechnieken die resulteren in werken waarin dicht op elkaar en over elkaar geplaatste en gefragmenteerde typografie de illusie van diepte biedt. De manieren waarop mensen met elkaar communiceren, taal, symbolen, (sociale) media en de overdaad aan informatie, vormen daarbij zijn grootste inspiratiebronnen.

Kinos maakt zowel autonoom werk voor musea en galeries, als commercieel werk in opdracht. Afgelopen jaar ging hij naar Art Basel en Art Miami waar hij drie muurschilderingen maakte en er een opdracht aan overhield voor een muurschildering op een hotel in Okinawa in Japan. De talentontwikkelingsbeurs bood hem financiële rust om zich te focussen op zijn werk, en na te denken over hoe hij zijn praktijk nog internationaler en inhoudelijk verder kan ontwikkelen en verrijken. 'Ik wil het streetartlabel ontstijgen en me vanuit die niche meer als hedendaags autonoom kunstenaar profileren die toegepast kan werken', zegt hij vanuit zijn studio in Rotterdam.

Ook wil de kunstenaar zijn spectrum vergroten. Om zijn praktijk die extra dimensie te geven, bekwaamt Kinos zich in VR, animatie, projection mapping (een manier om bewegend beeld op een muur te projecteren) en AR om schilderijen tot leven te brengen. 'Mijn aanpak is niet anders dan bij tweedimensionaal werk, maar het technische deel komt erbij. Al die vormen van digitale media wil ik leren kennen om er beter over te kunnen praten met de programmeurs met wie ik wil samenwerken.' Daar horen ook online cursussen animeren bij en een werkbezoek bij de Argentijns-Spaanse streetartkunstenaar Felipe Pantone, die eveneens zijn mediamogelijkheden heeft uitgebreid.

Kinos brengt alles samen in een grote ruimtelijke installatie. Geïnspireerd door de 'Infinity Room' van Yayoi Kusama, ziet de kunstenaar een grootschalig werk voor zich van op plexiglas geprinte achter elkaar gelegde vlakken, waarbij de rest van de ruimte is gespiegeld. Daar kan de bezoeker doorheen lopen. Daarvoor is hij met schaalmodellen, schetsen en prototypes bezig. Hij had al een installatie gepresenteerd bij het POWWOW!-festival in Japan, maar vanwege corona heeft Kinos zijn andere oorspronkelijke plannen gewijzigd. Dat The Showbox, dat kunst toont in etalages van lege winkelpanden in Rotterdam, hem vroeg om zijn installatie te presenteren, is een uitgelezen kans voor zijn try-out.

Tekst: Viveka van de Vliet
Seokyung Kim
Seokyung Kim

Seokyung Kim

Seokyung Kim houdt van literatuur, gedichten en schrijven. Het project 'Alternative of Alternative Literature' waaraan ze het afgelopen jaar werkte, is geïnspireerd op een gedicht uit haar dagboek, waarin ze schrijft sinds ze in 2014 aan de Design Academy Eindhoven ging studeren. In haar projecten richt ze zich op algoritmes die menselijke taal gebruiken, waaronder machinevertalingen als Google Translate, Markov chain (een wiskundig systeem dat stapsgewijs beweegt), stemherkenning en automatische correctie. Alternative of Alternative Literature is in zekere zin een vervolg op haar afstudeerproject 'The Trace of Sorrow', een boek over verdriet, geschreven door een algoritme aan de hand van achthonderd dichtbundels en romans van onder meer Tolstoj, Brontë, Joyce en Kafka. Ze toont ermee aan dat, hoewel algoritmes geen emoties en hersenen hebben, ze wel door onze input een bepaald onverwacht taalgebruik kunnen ontwikkelen.

Voor haar recente project werkte ze samen met schrijvers en critici en gebruikte ze Markov chain. 'Doordat het systeem mijn stijl van schrijven probeert te imiteren, krijg je willekeurig vertaalde content geschreven door een soort van als dichter vermomde algoritme-auteur.' Uit interesse in hoe machines ons denken zowel beperken als onze creativiteit en verbeeldingskracht kunnen versterken, en in hoe schrijvers en recensenten erop reageren, deed ze mee aan een online schrijversworkshop. Ze las daarbij haar door Markov chain vertaalde gedicht voor, zonder dat er op dat moment bij te zeggen. Sommige deelnemers vonden het slecht, anderen noemden het een nieuwe manier van schrijven, vergelijkbaar met het conceptuele en experimentele dat ambient muziek heeft. Kim liet daarnaast de Koreaanse schrijver en criticus Young June Lee en de Nederlandse schrijvers Lars Meyer en Martin Rombouts reageren op het gedicht. De een bleek niet bang om te experimenteren met dit soort alternatieve schrijftools, de ander was ronduit kritisch.

'Ik wil laten zien dat een vertaalmachine meer potentie heeft dan slechts het vervullen van een praktische functie. Een samenwerking tussen “menselijke” schrijvers en machine-algoritmen levert niet alleen plezier op, maar kan ook een prikkelende bron zijn waar schrijvers nog niet eerder aan hadden gedacht.' De dichtkunst van het algoritme en de kritieken van schrijvers en recensenten, presenteert Kim in een publicatie. De tekst is leidend, maar ze experimenteert ook met het grafisch ontwerp. Tijdens het proces denkt ze vaak na over 'de relatie tussen boekontwerper en auteur'. Daarnaast leerde ze programmeren zodat ze al die kennis kan gebruiken om binnen haar praktijk ook interactieve designs en websites in opdracht te ontwerpen.

Tekst: Viveka van de Vliet
Sissel Marie Tonn
Sissel Marie Tonn

Sissel Marie Tonn

Sissel Marie Tonn werkt op het grensvlak van kunst en design en doet artistiek en ontwerpend onderzoek waarbij ze samenwerkingen aangaat met verschillende wetenschappen. Dit jaar won ze de Bio Art & Design Award (BAD) met haar onderzoek naar microplastics, 'Becoming a Sentinel Species', in samenwerking met microplasticexpert Heather Leslie en immunoloog Juan Garcia Vallejo, VU Amsterdam. Ze is onder andere geïnteresseerd in de complexe manieren waarop wij ons verhouden tot ecologische verstoringen in onze omgeving, zoals microplastics maar ook aardbevingen. Complexe data verwerkt ze in esthetische, audiovisuele en interactieve werken.

Na haar verhuizing naar Nederland, raakte ze gefascineerd door man-made aardbevingen die het gevolg zijn van menselijke activiteit. 'Als je kijkt naar Groningen en de aardbevingen die daar plaatsvinden als gevolg van gasboringen, werd ik geboeid door de gedetailleerde verhalen die mensen die in het aardbevingsgebied wonen me vertelden – sommigen gaven zelfs aan een paar seconden voor het begin van een aardbeving, wakker te worden. Ik stelde me voor dat zij een extreme gevoeligheid voor vibraties hadden ontwikkeld. Vergelijk het met een vogel die voor het begin van de stom letterlijk stil is en laag vliegt, of dolfijnen die aan land gaan voor een tsunami.'

In de installatie 'The Initimate Earthquake Archive' komen haar onderzoek en de persoonlijke verhalen van Groningers samen met seismische data. De harde data worden letterlijk verweven in een zacht textiele vest, ontworpen met modeontwerpers Gino Anthonisse en Christa van der Meer. Haar partner sound artist Jonathan Reus vertaalde de data in interactieve composities van sonische vibraties. 'Zo kan het publiek ervaren wat man-made geologische veranderingen inhouden, en het fenomeen aardbeving beter begrijpen.'

Het tweede doorlopende project, 'An Education of Attention', sluit hierbij aan en is geïnspireerd op een verblijf in Istanbul, dat in het verleden vaker is getroffen door aardbevingen doordat het in de buurt van een breuklijn tussen twee aardplaten ligt. In Istanbul interviewde ze mensen over wat ze zich herinnerden voor, tijdens en na een aardbeving en hoe deze herinneringen hun dagelijks leven in dit risicogebied beïnvloeden. De gegevens verwerkte ze in een textiele topografische kaart.

Om haar praktijk beter te positioneren en verder te professionaliseren, betrok ze afgelopen jaar twee mentoren: mediakunstenaar en creative coach Jennifer Kanary Nikolov(a) die zich verdiept in hoe een gedachte je lichaam, geest, gedrag en bewustzijn kan beïnvloeden, en designprofessor en criticus Alice Twemlow.

Tekst: Viveka van de Vliet
Suk Go
Suk Go
Suk Go

Suk Go

Folklore is niet bijster populair onder nieuwe generaties. Maar in tijden van globalisering en angst voor identiteitsverlies krijgen folkloristische uitingen extra waarde. 'Zo zegt volksmuziek iets over onze roots,' aldus information designer Suk Go. 'Het zijn vaak de oudere mensen die muzikale tradities levend proberen te houden, maar de strikte en ouderwetse manier waarop ze dat aanpakken, spreekt jongeren niet aan.' Go studeerde twee jaar geleden af aan de Design Academy Eindhoven met eigentijdse visualisaties van traditionele Koreaanse volksmuziek: ze koos bewust niet voor de standaard notenbalken die maar weinig mensen kunnen lezen, maar maakte nieuwe grafische weergaves en installaties om de muziek toegankelijker te maken.

Na een aantal jaar in Nederland begon Go zich ook in de Nederlandse volksmuziek te verdiepen, die eveneens dreigt te verdwijnen onder invloed van een 'suf' imago. 'Ik zoek altijd naar het vonkje dat iets tot leven kan brengen,' zegt Go. Dat vonkje vond ze in de dansen die bij de oud-Hollandse liedjes horen. Iedereen in Nederland kan zich wel iets voorstellen bij de zogenaamde 'klompendans', maar nog maar weinigen weten hoe het moet. Ook in de archieven van het Meertens Instituut was er tot haar verbazing nauwelijks iets over volksdansen te vinden. Ze struinde het internet af, dook in de boeken, praatte met muziekverenigingen, interviewde kenners en stelde zo een eigen online archief van de Nederlandse volksdans samen. Op moveround.ml is van alles te vinden over de verschillende dansen door de jaren heen: van het 'afklappertje' tot de 'driekusman' of de 'zevensprong'. De website presenteert de historie, maar ook video's en instructies. Go maakte daar animaties voor die zonder tekst zijn te volgen. Bewegende grafische icoontjes overstijgen taal, cultuur en leeftijd; je begrijpt vanzelf wanneer er gezwierd, gestampt of geklapt moet worden.

Vanzelfsprekend zijn er veel klompen te vinden op het platform. Maar de kostuums bleken veel gevarieerder dan dat. Per streek of stad worden er andere kappen, sjaals, schorten, hoeden en hemden gedragen. 'De culturele variatie is groter dan ik dacht,' zegt Go. Covid-19 heeft het lastig gemaakt die variatie verder te onderzoeken, volksdansen is tenslotte een contactsport. Maar ze werkt nu aan een installatie die haar animaties op de vloer projecteert om ze stap voor stap te kunnen nadansen – ook als je iets meer afstand houdt dan vroeger.

Tekst: Willemijn de Jonge
Telemagic
Telemagic
Telemagic

Telemagic

Algoritmes vormen de rode draad in het werk van Telemagic. Cyanne van den Houten, Roos Groothuizen en Ymer Kneijnsberg vormen samen dit art-meets-technology-collectief. Een open medialab waarin ze als uitvinders experimenteren met hedendaagse media en technologie. 'We kijken daarbij niet of iets goed is of slecht, maar naar de potentie van technologie.'

Om het medialab toegankelijker te maken in fysieke en digitale vorm, hun spectrum te verbreden en andere makers te betrekken, werken ze aan verschillende tools die ze met andere artiesten willen delen. Een daarvan is '1 Euro Cinema', een klein cinematografisch orakel dat een film voor je uitkiest na het inwerpen van een euro. Samen met twee gastcuratoren vulde Telemagic deze 'filmjukebox' met werk van ruim veertig opkomende filmmakers en kunstenaars, variërend van korte video's tot langere documentaires. 'Op deze manier bieden we generatiegenoten een platform om hun werk te tonen. Dat levert bovendien interessante perspectieven op over hoe ze naar allerlei aspecten binnen de huidige maatschappij kijken.' Op uitnodiging van filmmaker Biyi Zhu gingen ze naar Hongkong, het resulteerde in de toevoeging van films en perspectieven van buiten Europa. China biedt bovendien een mooie metafoor voor het orakel. 'Macau staat bekend als gokstad, met de 1 Euro Cinema gok je op een film.'

Een ander langlopend project is 'Concert in A.I.' dat op basis van een zelflerend muzikaal algoritme – 'AlgoRhytmics' – in staat is muzikale harmonieën te componeren en te dirigeren. In samenwerking met Valentin Vogelmann en Mrinalini Luthra en Arran Lyon filosofeerden ze hoe een deep learning algoritme in theorie nieuwe muziekstukken en -genres zou kunnen creëren. Ze ontwierpen een tool die linguïstisch werd getraind – muziek is immers ook een soort taal die je kunt ontleden. 'Het is spannend dat met onze tool waarin miljoenen data zijn opgeslagen, het algoritme zelf patronen maakt. Dat levert een nieuw gebied op uit het muzikale spectrum dat zichzelf eindeloos kan heruitvinden. Wij luisteren normaal gesproken naar een concert van een componist, dit is de metaversie van alle muziek op de wereld.'

Telemagic geeft met Concert in A.I. het algoritme het podium. In hun magische shows maken de ontwerpers telkens andere arrangementen waarbij het onzichtbare inzichtelijk en tastbaar wordt, met onder andere lichtcirkels en vloerprojecties die aangeven welke noten worden aangeslagen en wat de connecties met de instrumenten zijn. Een volgende stap zou een AI-muzieklabel kunnen zijn, een autonoom platform dat artificiële intelligentie, muzikanten en filmmakers bijeenbrengt, denken ze.

Tekst: Viveka van de Vliet
Tereza Ruller
Tereza Ruller
Tereza Ruller

Tereza Ruller

Hoog in de bergen in de Zwitserse vallei Engadin, deed communication designer en performer Tereza Ruller tijdens een design residentie onderzoek naar de traditionele kleurige symbolische ornamenten, grafische patronen en figuren die lokale mensen op de façades van huizen hebben aangebracht met de zogenoemde sgraffito-techniek. Ruller vertaalde dat in hedendaagse digitale sgraffito. Het afgelopen jaar heeft ze haar praktijk, studio The Rodina, beter gepositioneerd en geprofessionaliseerd. Daarnaast probeert ze als performative designer grip te krijgen op actuele thema's waaronder lichaam, aanwezigheid, niet-westerse perspectieven, een gelijkere verdeling van grondstoffen en arbeid en ethische kwesties. Dat doet ze door experimenteel onderzoek te doen waarbij actie, interactie, verbeelding en speelsheid een rol spelen. Een groot deel van haar performative designs is visueel, maar eigen geluid is minstens zo belangrijk, vindt ze. Zo heeft ze samengewerkt met geluidskunstenaar BJ Nilsen, aan lokale geluiden die bij haar designs op locatie horen.

Samen met ontwerper Annelys de Vet werkte ze onder andere aan ethische richtlijnen. Hierdoor kan Ruller beter bepalen hoe ze met een opdrachtgever in zee kan gaan zonder ethische concessies te doen. Voor Vlisco&Co, de Nederlandse fabrikant van Afrikaanse stoffen, ontwikkelde ze een workshop voor jonge ontwerpers uit Abidjan, Ivoorkust, waar veel van de fabrieken staan waarmee het Helmondse bedrijf werkt. 'De patronen van de stoffen worden in Nederland bedacht, maar wat als de jonge Ivoriaanse ontwerpers die zelf zouden ontwerpen, hoe zouden ze er dan uitzien?', vroeg ze zich af. Binnen dat kader wil ze voor 'Investigating Underrepresented Perspectives' in gesprek met specialisten op het gebied van social design, zoals Myra Margolin. De community-psycholoog is gespecialiseerd in film- en videoproducties die bijdragen aan sociale verandering en empowering in lokale gemeenschappen. 'Zij bracht mij tot het inzicht dat in de noodzaak om grondstoffen te herverdelen ten gunste van de mensen die het het meest nodig hebben, ook één designer iets kan bereiken op kleine schaal.'

In haar werk krijgt het publiek de beschikking over gereedschappen, zoals stickers, af te maken posters of een tapijt als speelveld, om fysiek te interveniëren en te participeren in het designproces. 'Mijn doel is dat mensen op deze manier bijdragen aan en onderdeel worden van het verhaal, het voelen en speels worden. Publiek actief laten deelnemen aan mijn performances, verrijkt het designproces. De uitkomst is elke keer verrassend anders.'

Tekst: Viveka van de Vliet
Thor ter Kulve
Thor ter Kulve

Thor ter Kulve

De in Londen gevestigde productontwerper Thor ter Kulve heeft in zijn ontwikkeljaar – ondanks de pandemie – veel van zijn voorgenomen plannen kunnen uitvoeren, al is het soms op een andere manier dan aanvankelijk gedacht.

Ten eerste was er het concrete plan een regenboogmachine te maken: een object dat het wonderlijke natuurfenomeen weet te reproduceren. En dat is gelukt. Vanuit een cirkel met een diameter van vier meter wordt naar het midden toe watermist gespoten. Als het zonlicht daar onder de juiste hoek doorheen valt, ontstaat een ronde regenboog, een verschijnsel dat je doorgaans alleen vanuit een vliegtuig kunt zien. Meer nog dan de speels-functionele objecten die Ter Kulve doorgaans maakt, gaat deze machine over verwondering, over 'hoe je natuurlijke processen in het stedelijke, het niet-natuurlijke, kan laten zien en zo verbintenis tussen mensen kunt opwekken.'

Het project past ook binnen zijn interesse voor de stad. We doen met z'n allen een steeds groter beroep op de beperkte openbare ruimte, maar van wie is die eigenlijk? En hoe kan vormgeving daar een rol in spelen? In zijn ontwerpen reageert Ter Kulve vaak op archetypes en structuren binnen het publieke domein. Door ingrepen te doen, probeert hij daar een andere functie aan te geven, om zo mensen aan het denken te zetten. Een voorbeeld daarvan is de hefboom die hij maakte tijdens de lockdown. Dit voorwerp kan over een verkeersknop worden geplaatst, zodat het niet langer nodig is die met je vinger in te drukken, maar deze met de knie of ellenboog kan worden bediend. Zo'n object kan bijvoorbeeld dienen als aanleiding om een maatschappelijk gesprek te hebben over hygiëne in de openbare ruimte.

Het denken over dit soort vraagstukken leverde ook een aantal meer conceptuele ontwerpen op, uitgewerkt in maquettes. Daarnaast maakte Ter Kulve 'romantische' collages; fotocomposities van een meer gebalanceerd leven in de stad. Eigenlijk had hij fotografie- en videocursussen zullen volgen, maar vanwege het coronavirus zijn die uitgesteld. Hij is namelijk op zoek naar een manier om zijn methodiek, het aanloopproces naar een nieuw object, aan een breed publiek te communiceren, in plaats van alleen een gelikte foto van het eindresultaat te laten zien. De schaalmodellen en beeldverzamelingen die hij is gaan maken, blijken voor hem een fijne manier om zijn denkprocessen te documenteren. Het zijn vormen om gedachtes te delen, zonder die direct uit te hoeven voeren. Een hele stap voor een maker.

Tekst: Victoria Anastasyadis
Tijs Gilde
Tijs Gilde

Tijs Gilde

Tijs Gilde begint niet met een idee om bijvoorbeeld een stoel te maken, want dan beperkt hij zich tot slechts één denkrichting, meent hij. De ontwerper neemt liever een bizarre omweg en experimenteert door technieken en materialen in een nieuwe, niet voor de hand liggende context te plaatsen. Voor die ontwerpmethodiek haalt hij inspiratie uit industrieterreinen en werkt hij graag samen met industriële bedrijven die geen raakvlakken hebben met de designwereld.

Een interessant en esthetisch commercieel eindproduct is zijn doel en daarom koppelt hij een economisch perspectief aan zijn creativiteit. 'Ik werk experimenterend, maar mijn concept moet vanaf het begin van het proces perspectief bieden, anders vind ik het te vrijblijvend.' Het afgelopen jaar heeft Gilde gebruikt om verder te werken aan 'Cored', waarvoor hij de eerste experimenten tijdens de Envisions-expositie in 2016 in Milaan liet zien. Het was Gilde's bedoeling dat de experimenten zouden resulteren in een serie meubels, maar het is inmiddels verlichting geworden. Zo gaat dat, steeds dienden zich nieuwe ideeën en onderdelen aan.

De talentontwikkelingsbeurs geeft hem de vrijheid zichzelf te veroorloven vele uren in het tijdrovende experimenteren te stoppen. Voor Cored deed hij onderzoek naar technieken en materialen uit de textielindustrie, die hij combineert met andere niet voor de hand liggende materialen. Door de kern van een gevlochten touw, die meestal bestaat uit opvulmiddel, te vervangen door ander materiaal, ontstaat een esthetische lamp die in allerlei kleuren, patronen en maten kan worden uitgevoerd en overal kan worden opgehangen. 'Ik hou van een verwisseling van de context: dat een touwfabrikant ook verlichting of stoelen kan maken, leidt tot een verrassende marktextensie voor het bedrijf.' Zo leent Gilde eigenlijk zijn wereld en een onbekende wereld aan elkaar uit.

Een goed doordachte strategie wat betreft presentatie is ook een belangrijk onderdeel van Gilde's praktijk. Helaas ging er veel niet door: zo kon hij zijn beoogde serie Cored-meubels niet op de Salone del Mobile laten zien en maakten veel industriële bedrijven vanwege covid-19 pas op de plaats. Maar het geld dat hij anders aan Milaan zou hebben uitgegeven, ging nu naar een internetpresentatie en een geheel vernieuwde website. Zijn tijdens het proces zorgvuldig geposte foto's op Instagram, leverden direct een hit op: met een groot designmerk is hij nu aan het kijken of Cored kan worden vertaald naar een serie consumentenproducten.

Tekst: Viveka van de Vliet
Tomo Kihara
Tomo Kihara

Tomo Kihara

Toen een complotdenker Tomo Kihara van zijn gelijk wilde overtuigen met YouTube-video's, werd het idee geboren. 'Bij het zien van zijn startscherm werd de bubbel waarin hij zat meteen duidelijk,' zegt Kihara, die zich als interactieontwerper bezighoudt met de link tussen menselijk gedrag en techniek. Hij beschrijft hoe de intrede van kunstmatige intelligentie het internet heeft veranderd. Een AI-bot voorspelt nu wat jij graag wilt zien, en praat dus mee in jouw straatje. Andere standpunten verdwijnen, de dingen die je toch al geneigd was te denken worden bevestigd. Dat gebeurt niet alleen op YouTube, maar ook op Netflix, Tinder, Amazon, Spotify – op alle grote platforms bepalen machines op basis van automatisch geconstateerde persoonlijke voorkeuren welke informatie jij krijgt voorgeschoteld.

Informatiebronnen zijn altijd gekleurd, maar als je The New York Times leest, weet je dat je iets anders meekrijgt dan als je Fox News kijkt. Daarentegen voeden aanbevelingsalgoritmes je mening zonder een herleidbare ideologische basis. En ondertussen hebben ze wel grote invloed op je wereldbeeld. Wie open staat voor een genuanceerder beeld, doet er dan ook goed aan om ook op andermans startpagina te kijken, zegt Kihara. Als tegenwicht voor YouTube bedacht en ontwikkelde hij TheirTube, waar je zes startpagina's van zes verschillende types vindt: een wereld van verschil. Terwijl een 'fruitarian' gefêteerd wordt op het mooie van een 'hardcore organic life', ziet de 'climate denier' bewijs dat global warming onzin is en wordt de 'conspiracist' alleen maar gesterkt in zijn geloof in complotten.

Kihara komt uit Tokio en studeerde af in Design for Interaction aan de TU Delft. Hij was een tijd creatief technoloog bij Waag in Amsterdam en werkt nu als zelfstandig ontwerper aan dit soort 'speelse interventies die sociaal-technische issues aankaarten'. Die bubbel waar we in feite allemaal in zitten, vormt een centraal thema in zijn werk. Het gaat hem erom dat we ons af en toe ook openstellen voor een ander geluid. Bij dit project is die missie geslaagd: de honderdduizend views waarop hij hoopte, werden al in de eerste week na lancering gehaald. TheirTube ging viral op Twitter. Hij haalt het gezegde 'fish will discover water last' aan, dat aangeeft hoe moeilijk het is om je ergens bewust van te zijn als je er middenin zit. Met dit alternatieve platform daagt hij die vissen uit om eens wat kritischer om zich heen te kijken.

Tekst: Willemijn de Jonge
Ward Goes
Ward Goes
Ward Goes

Ward Goes

Ward Goes woont in Parijs, waar hij naast autonoom werk, veel doet voor Nederlandse opdrachtgevers. Zo ontwierp hij dit jaar zijn eerste boek: de afstudeercatalogus van de Design Academy Eindhoven, waar hij in 2013 zelf ook afstudeerde. Een master culturele antropologie aan de Universiteit Utrecht volgde. En die mix klinkt door in zijn werk.

Goes heeft het afgelopen jaar niet stilgezeten. Hij heeft zich gericht op zelfontwikkeling en het inbedden van zijn praktijk in het vakgebied tussen visuele antropologie, grafisch ontwerp en journalistiek. Aan de hand van het thema 'objectiviteitsregimes in de journalistiek en het publieke debat' onderzoekt hij hoe hij een stempel kan drukken op belangrijke thema's die gaan over de rol van media in de beeldvorming, evenwichtige verslaggeving en de veranderende definitie van feitelijkheid. 'Als nieuwsjunkie lees ik alles. Dat integreer ik in mijn werk waarbij ik de relatie tussen inhoud en beeld verdraai. Zo ontstaat frictie. Door nieuws in een andere context te presenteren, het uit te vergroten en ermee te spelen, wil ik het debat uitlokken en mensen kritisch naar hun bronnen laten kijken.'

Hij stippelde drie parallelle trajecten uit. Allereerst deed hij veldwerk. Zijn samenwerkingen met meubelontwerper en visueel kunstenaar Arno Hoogland, informatieontwerper Irene Stracuzzi en social designer Déborah Janssen hebben hem uitgedaagd om vanuit andere methodieken en processen te werken. Tamar Shafrir was daarbij zijn adviseur die hem hielp onder woorden te brengen wat hij wil, kritische vragen stelde en literatuur en theorie aanreikte.

Ook had hij de ambitieuze wens om maandelijks de dialoog te voeren met een gevestigde ontwerper, typograaf, onderzoeker of curator om zijn netwerk te verkennen en zijn praktijk sterker te positioneren. 'Door mijzelf te dwingen het gesprek aan te gaan, sprak ik beeldmakers die ik anders niet zo snel zou durven te benaderen, zoals grafisch ontwerper Richard Niessen.' Ook met Liza Enebeis van Studio Dumbar en het jonge Franse duo van Syndicat voerde hij kritische discussies over het vak, ondernemerschap, en hoe je in het publieke debat je stempel kunt drukken.

Om zijn vaardigheden uit te breiden leerde hij tot slot zeefdrukken bij WOW in Amsterdam. Het leidde tot drie (politieke) prints die onderdeel uitmaken van zijn eindpresentatie in de vorm van een installatie en een visueel essay waarin hij inzichtelijk maakt wat de eerste twee trajecten hem opleverden.

Tekst: Viveka van de Vliet
Yavez Anthonio

Yavez Anthonio

Als Nederlander met Surinaams, Moluks en Portugees bloed, geboren en getogen in Amsterdam-Noord, kent hij het gevoel van er net niet helemaal bij horen. Tot hij vorig jaar voor het eerst in Rio de Janeiro kwam voor een videoshoot. 'Ik had een vrij stereotype beeld van Rio: samba, favela's, drugs, mooie vrouwen op het strand. Maar ik zag iets heel anders. De jongerencultuur is heel gemixt. Het is een klassensamenleving en toch mengen ze meer. Men maakt zich niet zo druk over mensen die anders zijn. Ik voelde me er meteen thuis.'

Anthonio, die in Europa fotografeert en filmt voor grote merken als Nike, Daily Paper, Adidas en Footlocker, besloot in Brazilië zijn eerste persoonlijke project te starten. Met 'Rivers of January' wil hij de jongerencultuur in al haar variatie in beeld brengen. De projecttitel is een letterlijke vertaling van Rio de Janeiro: 'Een rivier, die hoog in de bergen uit één bron ontspringt en zich daarna kronkelend vertakt in eigengereide stroompjes, vind ik een mooi beeld.' Zijn startpunt was New York, voor een cursus Portugees en lessen in documentairefotografie aan het International Center of Photography. 'Dit eigen project is iets totaal anders dan de fashion shoots die ik gewend ben te doen. Ik moet mezelf onzichtbaar maken als fotograaf. Het gaat niet om mijn verhaal, maar om dat van hen.'

Afgelopen februari was hij weer in Rio, waar hij tien jongeren met zijn camera volgde – van fashion designer tot bendeleider. Hij probeert ze 'zo puur mogelijk' neer te zetten, puzzelt nog op wat het uiteindelijk gaat worden. Het plan is een show in Rio, Amsterdam én New York volgend jaar zomer. Hij heeft ze in ieder geval ook geïnterviewd en gefilmd. Hij vroeg ze naar 'normale' dingen, zoals hun toekomstplannen, of wat ze wilden worden toen ze jong waren. 'Het gaat niet alleen over het extreme geweld, het zijn gewoon menselijke gesprekken. En dan blijkt dat we eigenlijk helemaal niet zoveel van elkaar verschillen.'

Tekst: Willemijn de Jonge
Anouk Beckers

Anouk Beckers

'Dissolving the Ego of Fashion' was voor ontwerper Anouk Beckers vooral een bevestiging van haar visie. Het boek van Daniëlle Bruggeman beschrijft de rol die mode speelt binnen sociale, ecologische en politieke ontwikkelingen in onze huidige maatschappij. In haar eigen werk zet Anouk vragentekens bij het geldende modesysteem. Ooit begonnen aan een studie psychologie studeerde ze uiteindelijk af aan de Amsterdamse Gerrit Rietveld Academie in zowel TxT (textiel) als mode. 'Tijdens mijn studie al startte ik mijn onderzoek naar een alternatieve werkvorm, op zoek naar een manier waarop ik met trots kan zeggen dat ik mode maak.'

Inmiddels richt ze zich op de introductie van een meer persoonlijk bij haar passend model van mode maken. Het voorlopige hoogtepunt van deze werkwijze is haar project 'JOIN Collective Clothes' (JOIN), waar mode collectief wordt gemaakt. 'Ik wil als ontwerper niet op mijn eigen eilandje zitten, maar juist andere professionele én non-professionele makers betrekken bij het proces om kleding te ontwerpen en maken.' Hierbij zoekt ze bewust naar een andere hiërarchische structuur.

Zelf noemt Anouk JOIN een 'manual', een handleiding voor een modulair kledingsysteem, die zowel on- als offline wordt verspreid als een open source-systeem. 'Deze handleiding zie ik als een uitnodiging voor iedereen om zelf aan de slag te gaan met een alternatieve werkwijze voor 'fast fashion'. Een methodiek die professionele ontwerpers uitdaagt, maar tegelijkertijd ook toegankelijk is voor mensen die nog nooit iets met het maken van kleren te maken hebben gehad.'

JOIN is speels, inclusief en collectief. Denk aan een soort van moderne 'quilting', waarbij vier verschillende onderdelen van een kledingstuk (top / J, mouw / O, broekspijp / I, pand van een rok / N) elk door iemand anders worden gemaakt om later te worden samengevoegd tot één kledingstuk. Anouk noemt het zelf 'spelen met materiaal en vorm'. Ook belangrijk: het materiaal waarmee wordt gewerkt, is gedoneerd of zijn 'leftovers', want ook over dat deel van het proces is nagedacht.

Tot nog toe heeft ze vier workshops georganiseerd op diverse plekken in Nederland bij instellingen als De Appel in Amsterdam en Museum Arnhem. 'Als je zelf ervaart dat je een hele dag bezig bent een mouw te maken, is de kans groot dat je kritischer kijkt wanneer je iets wil kopen dat massa-geproduceerd is.' Ze heeft JOIN ook bij zeven (mode)-ontwerpers neergelegd met de vraag binnen het modulaire systeem van JOIN Collective Clothes een kledingstuk te maken.

Met deze aanpak bevraagt Anouk Beckers ook haar eigen positie als ontwerper. 'Ik geef een voorzet, maar het fysieke proces en de uitkomst gooi ik helemaal open. Mijn ontwerpmethode reageert op een speelse manier op mode als systeem, door een ander perspectief aan te bieden en ook een dialoog.' Zo worden vragen gesteld over wie de makers zijn binnen de mode of hoe de waarde van onze kledingstukken wordt bepaald. Hoe we bepalen of iets mooi of lelijk is? Of hoe verhouden de ontwerper, de maker, en het kledingstuk zich tot elkaar? De schoonheid van een collectieve collectie zit niet alleen in de fysieke uitkomst, maar ook in het proces erachter. 'Juist dat bepaalt in mijn ogen de uiteindelijke waarde van de kledingonderdelen binnen mijn project. Door dit hele proces wordt iets van waarde gecreëerd. Hierdoor heeft het sowieso altijd een schoonheid, het kan gewoon niet lelijk zijn. Dat is zo anders dan een product uit het fast fashion-circuit.'

Tekst: Jessica Gysel
Arif Kornweitz

Arif Kornweitz

Zo'n vijftig jaar geleden verleenden humanitaire organisaties in geval van een ramp ter plekke hulp in de vorm van voedselverstrekking en medische zorg. Tegenwoordig werken zij daarnaast op afstand met technologie zoals satellieten surveillance en biometrische databanken. De effecten van deze praktijken zijn niet altijd te overzien en de ontwikkeling van ethische standaarden wordt belemmerd.

In de geschiedenis heeft de mens altijd gereageerd op nieuwe technologie door nieuwe ethische vragen te stellen. Het lijkt alsof de ontwikkeling van ethische beginselen per definitie achter die van technologische objecten aanloopt. Binnen zijn onderzoek vraagt Arif Kornweitz zich af waar de grens ligt tussen ethiek en technologie, en hoe dit verbonden is met de ontwerppraktijk. Wat gebeurt er als we ethiek beschouwen als een interface om technologie te gebruiken?

Arif volgde een bacheloropleiding in literatuurtheorie, conflictstudies en communicatiewetenschap, en behaalde daarna zijn master in Conflict Resolution and Governance en politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Voor zijn afstudeerscriptie deed hij onderzoek naar humanitaire organisaties die surveillance technologie en de data die daaruit voortvloeien inzetten als bewijs voor de schending van mensenrechten. Maar na publicatie zijn deze data nog moeilijk te controleren. Daarnaast is het de vraag welke rol technologie speelt als 'objectieve transmitter'. Een bewijsstuk heeft vaak pas betekenis als iemand het bijbehorende narratief construeert.

Als docent bij de afdeling designLAB van de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam vertaalde Arif Kornweitz zijn huidige onderzoek naar een les over objecten zonder duidelijke grenzen en fluïde noties van objecten. Daarnaast gaf hij meerdere lecture performances als uiting van zijn onderzoek, bijvoorbeeld over het fenomeen 'function creep', waarin data worden ingezet voor andere doeleinden dan oorspronkelijk bedoeld of de functie van een technologisch object onbedoeld wordt uitgebreid. Zowel de werkwijze van humanitaire organisaties als de data die zij verzamelen zijn aan function creep onderhevig.

Tekst: Manique Hendricks
Arvid & Marie

Arvid & Marie

Ondanks het feit dat wij als mensheid dankbaar gebruik maken van technologische ontwikkeling, zijn wij hier ook vaak kritisch over. Er wordt vaak gesproken over een strijd tussen mens en machine: denk bijvoorbeeld aan hedendaagse discussies over kunstmatige intelligentie. Arvid & Marie richten zich in hun gelijknamige ontwerpstudio op deze complexe relatie tussen mens en technologie en combineren technologische expertise met kritisch denken. Vanuit de overtuiging dat er ooit een ontwikkelde vorm van kunstmatige intelligentie zal zijn, zetten zij in op samenwerking in plaats van te speculeren over wie zal domineren.

Wij zijn als mensheid gewend om technologische ontwikkelingen enkel te bekijken vanuit menselijk perspectief. Nagenoeg alles wat wij ontwerpen is gericht op onszelf. Arvid & Marie willen dit ongebalanceerde wereldbeeld nuanceren. Vanuit deze gedachte ontwerpen zij artistieke en alternatieve concepten om het grote publiek te bewegen en aan te zetten tot kritisch nadenken. Het onderzoek naar de verhoudingen tussen mens en technologie staat hierin centraal. In vele gevallen leidt dit tot tastbare objecten, zoals een autonome frisdrankmachine, genaamd Symbiotic Autonomous Machine (SAM). Zonder menselijke interventie is SAM volledig in staat zijn productieproces te beheersen en de prijs van de frisdrank te bepalen.

Arvid & Marie bevinden zich nu in China waar duidelijk een andere kijk op technologie heerst. Aziaten staan veel meer open voor technologische ontwikkeling. In samenwerking met een Chinese partij ontwikkelen ze een massagestoel die wordt voorzien van kunstmatige intelligentie en expressief vermogen genaamd 'Full Body Smart Automatic Manipulator'.

Zeker als zij interactieve machines ontwerpen kan expressief vermogen niet ontbreken. Het gebruik van geluid is erg belangrijk voor hun projecten, het is hét middel om de emotionele lading van de interactiviteit vorm te geven. De 'stem' van de machine is van essentieel belang voor de uiteindelijke beleving! 'We houden ons bezig met een breed scala aan projecten, maar we grijpen wel vaak terug naar geluid. Het implementeren van geluid in onze technologisch ontwerpen is iets wat we vaker gebruiken voor langdurige projecten. Op de wat kortere termijn of tussentijds kunnen we ons onderzoek op muzikale wijze presenteren, het zijn een soort informatieve concertjes! Onder de naam Omninaut zijn wij bezig een EP samen te stellen, gebaseerd op (video)opnames samen met een diverse groep artiesten.'

Naast het ontwerpen, willen Arvid & Marie het debat aangaande kunstmatige intelligentie democratischer invullen. De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie is vooralsnog voorbehouden aan grotere techbedrijven. 'Als echte kunstmatige intelligentie wordt gecreëerd zit daar zoveel ethiek achter dat we dit met zijn allen dienen te bepalen in plaats van dat dit achter gesloten deuren plaatsvindt, ver weg van het grote publiek. Iedereen zou een bijdrage moeten kunnen leveren! Enerzijds omarmen wij de vooruitgang, en anderzijds schuwen we dat technologie ons zal gaan overheersen. Waarom zouden we daarvan uitgaan? Laten we de machines een kans geven om ons te leren 'kennen' en vice versa. Op deze manier kunnen mens en technologie een manier vinden om naast elkaar te bestaan én kunnen de voorwaarden voor een sociaal 'contract' van verdere blijvende ontwikkeling worden voorzien.'

Arvid & Marie typeren hun werk ook wel als design for non-humans. Vanwege hun ontwerpersachtergrond zijn ze gewend om met gereedschap een object te ontwerpen. In ontwerpstudio Arvid & Marie hanteren zij technologie als het 'gereedschap' om de samenleving van morgen te bevragen, begrijpen en vorm te geven.

Tekst: Giovanni Burke
Atelier Tomas Dirrix

Atelier Tomas Dirrix

Tomas Dirrix merkt op dat er binnen de hedendaagse architectuur weinig aandacht is voor de belevenis van een gebouw, maar dat het vooral gaat om vierkante meters en opbrengst. In zijn werk onderzoekt hij hoe dit kan veranderen. 'Een gebouw draait in eerste instantie om beschutting, maar is ook een uiting van traditie, cultuur en omgeving. Als je nu naar gebouwen kijkt, zie je een groot verlies van deze laatste waarden, doordat er op generieke wijze wordt gebouwd. Iedereen zou er kunnen wonen, ik mis het persoonlijke aspect!'

Tomas baseert zich in zijn werk op tegenstellingen die hij hanteert om zijn ontwerpmethodologie te ontwikkelen. Zo zet hij binnenruimte af tegen buitenruimte. De functie van een gebouw is naast beschutting namelijk ook het markeren van die overgang. Maar wat betekent die verhouding van oudsher en wat vandaag de dag? Het hoeft niet altijd om contrastvergroting te gaan, legt Tomas uit, maar meer om verdieping te geven aan het typeren van deze verhouding tussen twee uitersten.

'Wat ik ontwerp hoeft geen functionele architectuur te zijn. Eerder een soort verkenning van wat nog meer architectuur zou kunnen zijn. De ontwikkeling van deze “nieuwe architectuur” beperkt zich niet tot het bekijken van de eerder genoemde tegenstellingen, maar wordt ook voortgestuwd door het ontstaan van nieuwe bouwmaterialen. Wat betekent dit voor de vormen en mogelijkheden van toekomstige gebouwen?'

Vanuit deze werkwijze maakte Tomas een serie modellen, uiteenlopend van een multifunctionele muur (voorzien van ingebouwde tafel) tot een reusachtige ballon, die over een festivalpodium is te spannen. Het laatste zou je behalve als architectuur ook als kunstproject kunnen zien. Hij wisselt zijn onderzoekende werkzaamheden af met commerciële opdrachten. Ook hierin probeert hij de waarde van ontwerp te benadrukken. Zijn intrinsieke motivatie zit in het feit dat de door hem ontworpen modellen of ruimtes een groter publiek kan aanzetten tot gedachtes over hoe de nieuwe vormen van architectuur eruit zouden kunnen zien.

Omdat er zoveel expertise nodig is om een gebouw op te trekken, is samenwerking voor architecten onvermijdelijk. Zodra je het over materiaalgebruik hebt, heb je ambachtslieden nodig omdat zij dat verwerken en hier meer kennis over hebben. Maar dergelijke samenwerkingen zou je ook kunnen inzetten om op kleinere of onderzoekende schaal progressie te boeken, stelt Tomas. Op deze manier kun je grotere stappen nemen en je kunt elkaar uitdagen.

Een van de belangrijkste drijfveren voor Tomas Dirrix is mensen weer bewust te maken van magie! 'We mogen ons best verwonderen over de wereld waarin we leven, het gewone als vreemd zien of vice versa. Het zou mooi zijn als we de belevenis van een gebouw weer op waarde kunnen schatten.'

Tekst: Giovanni Burke
Bastiaan de Nennie
Bastiaan de Nennie

Bastiaan de Nennie

Contact vindt tegenwoordig met name plaats via digitale middelen en grenzen tussen het digitale en het fysieke lijken steeds meer te vervagen. We worden bovendien overspoeld met informatie en beeld, maar ook met een veelheid aan producten. Precies met deze gegevens werkt Bastiaan de Nennie in zijn artistieke praktijk. Als kind leerde hij al op de basisschool met Photoshop om te gaan en raakte op deze manier gefascineerd door computers, codetaal en printplaten. In 2015 studeerde hij af van de Design Academy in Eindhoven in de richting Man and Mobility.

In zijn werk geeft Bastiaan bestaande producten en nieuwe functie door ze samen te voegen tot een nieuw object of sculptuur. Hij maakt 3D-scans van objecten of onderdelen daarvan die hij vervolgens toevoegt aan een inmiddels omvangrijke digitale database. Dit is de bron waar hij uit put voor het vormen van nieuwe objecten die hij leven inblaast met een 3D-printer. Als een reactie op een actie stopt hij dingen in de computer en extraheert hij daar vervolgens nieuwe dingen uit. Van fysiek naar digitaal naar fysiek.

Waar de meeste vakgenoten beginnen met een idee of concept, begint Bastiaan de Nennie met een product dat hij ontleedt en vertaalt naar een idee. Zijn signatuur kenmerkt zich door felle kleuren en herhalende vormen die op verschillende manieren terugkomen, zoals bijvoorbeeld het draaiwiel van een gehaktmolen, of een 3D-scan van zijn eigen voeten. Sommige vormen zijn duidelijk herkenbaar, andere compleet geabstraheerd in neonkleuren. Fysieke objecten zijn altijd zowel de start als het eindpunt. Daartussen vinden verschillende, vaak digitale aanpassingen plaats vanuit persoonlijke intuïtie. Ook handwerk en het gebruik en toevoegen van meer traditionele materialen zoals klei vinden hun weg in dit proces.

Als grenzenloos denker en gedreven ontwerper is De Nennie mateloos geïnteresseerd in het toepassen van nieuwe technologie of technieken binnen zijn praktijk, waarvoor hij de term 'phygital', een samenstelling van 'physical' en 'digital' bedacht. Hij wil zoals hij het zelf zegt: 'met zijn ene been in het heden' en met zijn 'andere been in de toekomst' staan. Hij wil zowel professionaliseren, werken aan zijn online presentatie, als nieuwe samenwerkingen aangaan. Uiteindelijk zou hij ook zijn eigen werk weer willen recyclen, bijvoorbeeld door oude bestaande sculpturen of producten om te smelten tot een nieuw werk.

Tekst: Manique Hendricks
Daria Kiseleva

Daria Kiseleva

Daria Kiseleva rent en wandelt graag om zich te ontspannen, maar is constant op zoek naar nieuwe visies. 'Ik heb veel tabs openstaan.' Ze is afkomstig uit St. Petersburg en heeft een achtergrond in grafisch ontwerp. Ze studeerde in 2014 af aan de Werkplaats Typografie van ArtEZ in Arnhem en was in 2015-16 onderzoeker aan de Jan Van Eyck Academie. In haar werk onderzoekt en creëert ze nieuwe vertelwijzen met gevonden en origineel materiaal. Het balanceert op de grens tussen ontwerp, kunst, popcultuur en technologie. Ze verkent het bewegende beeld als communicatiemiddel om te komen tot een format voor een beeldcultuur en maakt vooral digitale essays en films. Hierbij richt ze zich op de evolutie van digitale beeldtechnologie en grijpt ze terug op de eerste toepassingen daarvan in het vroege ruimteonderzoek, wetenschappelijke experimenten en de cinema. Ze put inspiratie uit sciencefictionscenario's en uit de observatie van manieren waarop technologieën in verschillende contexten worden gebruikt, van het leger tot de consumentenwereld. Ze gebruikt deze referenties in haar werk, dat gaat over voorspellen en een toekomstige – maar zich nu al voltrekkende – dystopie.

'Het is onmogelijk geworden om de realiteit te begrijpen zonder een begrip van de hedendaagse technologie, vooral beeldvormingstechnieken. Omdat ze een grote rol spelen in het vormen van de realiteit zelf. Bijvoorbeeld hoe algoritmes worden gebruikt om te voorspellen wie een grotere kans heeft een crimineel te worden. Of hoe een computer het verschil kan bepalen tussen vechten en omhelzen. Of wat 'normaal' is en wat niet. En hoe deze 'feiten' als verantwoording worden gebruikt om te koloniseren en manipuleren. Wat mij betreft gaat het niet over paranoia, maar over het blootleggen van verborgen mechanismen. Ik zie mezelf als visueel antropoloog', legt Daria uit. Met betrekking hierop is ook interessant wat Daria schrijft in haar meest recente digitale essay 'Field of Vision': 'In de huidige realiteit van een constante vlees aan beelden en signalen worden het begrip 'vision' en de mate van zichtbaarheid steeds relevanter. […] Ik vind het interessant om de twee definities van het woord 'vision' naast elkaar te zetten - gezichtsvermogen en het vermogen te voorzien wat er zal of kan gebeuren - in relatie tot het digitale beeld (en verwante technieken), door een prisma van de eeuwige tweedeling mens en machine, natuurlijk en kunstmatig.'

Daria Kiseleva werkt vooral met film, ze schrijft kritisch teksten en maakt publicaties in druk en online. 'Ik ben geïnteresseerd in de verschillende vormen van digitale cultuur, maar heb ook een voorliefde voor drukwerk.' Samen met grafisch ontwerpersduo Mevis & Van Deursen werkte ze aan catalogi, posters en beeldmerken voor kunstenaars en instellingen als Documenta 14 in Kassel en Museum Krefeld. Momenteel is ze als onderzoeker lid van de 'The Shock Forest Group' met Nicolás Jaar, in het kader van Chapter 2WO van Het Hem. 'Ik vind het onze verantwoordelijkheid als makers, gebruikers en onvrijwillig onbetaalde arbeiders, om de structuren van productie, representatie en consumptie te bestuderen, onthullen, hacken en bespelen, om zo de verborgen mechanismen bloot te leggen.'

Tekst: Jessica Gysel
Darien Brito

Darien Brito

Darien Brito kwam naar Nederland als klassiek violist om te studeren aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag, waar hij afstudeerde in Compositie en Sonologie, een bredere benadering van artistiek geluid, met de focus op elektronische en digitale middelen. Door te werken met computers en synthesizers kon hij zich bevrijden van de verplichting als componist, om stukken publiekelijk te laten uitvoeren. Hij bleef zich richten op compositie, maar verlegde zijn interesse naar programmeerbare apparaten, vrije esthetiek en geluidsstructuren. Hij benaderde elektronische muziek en programmeren grotendeels als autodidact, met eclectische referenties naar Bach, laat twintigste-eeuwse spectrale muziek en de huidige elektronische underground-muziek.

Darien kwam voor het eerst in aanraking met algoritmes bij zijn verkenning van generatieve systemen om te componeren, maar zag ze niet alleen als handige middelen om iets te creëren. Zijn behoefte om te begrijpen hoe ze werkten bracht hem van geluid naar visual graphics, waar de patronen die elk algoritme voortbracht eenvoudiger waren te analyseren. Uiteindelijk vielen zijn gelijktijdige experimenten in beide media samen in de vorm van generatieve audiovisuele werken, minder als voltooide composities dan als meeslepende liveoptredens. Maar het trok hem ook dieper in het domein van programmeren en computeralgoritmes. Hij ging zich steeds meer bezighouden met de technologie 'achter de schermen', met de culturele impact van kunstmatige intelligentie en de vragen die dit in bredere zin opwerpt voor de huidige maatschappij.

In die geest onderzoekt Dariens recente werk machinaal leren (ML). Het concept ML wordt tegenwoordig bekeken met een mengeling van fascinatie en vrees, omdat onze sociale infrastructuur ervan is doordrongen, van gezichtsherkenning en muziekaanbevelingen tot sollicitatieprocedures en ordehandhaving. Het is ook de basis voor denkbeeldige, zij het onwaarschijnlijke speculaties over intelligente en creatieve machines. Maar, er is een enorm kennisvacuüm ten aanzien van de werking van ML bij mensen die er dagelijks op talloze manieren mee te maken hebben. In de loop der jaren zijn de drijfveren van Darien Brito pedagogischer geworden. Hij wil niet het eindproduct van een leerproces laten zien. In plaats daarvan wil hij laten zien hoe een computer leert.

Daarvoor moest hij zichzelf leren om vanuit het niets een ML-algoritme te schrijven en vertrouwd te raken met geavanceerde wiskundige formules. Hij begon met een classificeerder, die bepaalt of een input tot een bepaalde klasse behoort of niet, en trainde die met behulp van een dataset die hij zelf had gemaakt. Het resultaat is een bibliotheek van ML-algoritmes voor het softwareprogramma Touch Designer. Zijn zelfverkregen toegepaste kennis deelt Darien via tutorials, met het uiteindelijke doel dat digitale gebruikers de hen ter beschikking staande technologie beter begrijpen en hun kritische en morele beoordelingsvermogen gebruiken.
Tekst: Tamar Shafrir
Elvis Wesley

Elvis Wesley

Hij heeft een lange blonde pony, die sluik over de bovenste helft van zijn gezicht valt en waar zijn neus net onder vandaan piept. Een brede glimlach van oor tot oor en een puntige kin. Zijn huid, tanden en haar zijn groen, geel, roze, blauw en paars. Dit fictieve karakter, genaamd Elvis Wesley, is het mysterieuze alter ego van ontwerper Wesley de Boer. De Boer ging na zijn opleiding Art & Design aan het Grafisch Lyceum in Rotterdam in 2016 studeren aan de Design Academy in Eindhoven, richting Man and Identity. Tijdens zijn afstuderen in 2017 kreeg Elvis Wesley wezenlijk vorm in 'The Birth of Elvis Wesley', een surrealistische animatiefilm die zich afspeelt in een andere kosmos vol met kleur en in elkaar overvloeiende vormen. De Boer maakte gebruik van VR-kleitechnieken en biedt daarmee een interessante kijk op de eindeloze mogelijkheden van 3D-modelleringssoftware.

Als kind zat Wesley de Boer vaak urenlang voor de televisie en keek hij het liefst naar cartoons. Terwijl hij werd opgezogen door de televisie, fantaseerde hij over de mogelijkheden van de eindeloze, kleurrijke werelden waarin de cartoons zich afspelen en bouwde hij sets met zelfgemaakte poppetjes en actiefiguren om deze niet bestaande omgevingen na te bootsen. De geboren Rotterdammer vindt de inspiratie voor zijn huidige praktijk nog altijd in cartooneske figuren en omgevingen en het creëren van nieuwe werelden buiten de bestaande realiteit. Daarnaast vormt social media een inspiratiebron voor hem en is hij vooral geïnteresseerd in de online representatie en expressie van identiteit.

Met Studio Elvis Wesley bouwt De Boer aan een persoonlijke en herkenbare vormentaal – gekenmerkt door felle kleuren en opmerkelijke, vaak artificiële vormen - en verwijst hij tegelijkertijd naar popcultuur en fictieve karakters en de representatie daarvan. De Boer ziet zijn werk als een kruisbestuiving van verschillende technieken en disciplines waarbij Elvis de verbindende factor speelt. Met Studio Elvis Wesley maakt De Boer naast veel vrij werk ook veel opdrachten voor verschillende opdrachtgevers, die uiteenlopen van festivals tot musea. Deze opdrachten vinden hun uiting in verschillende media zoals onder meer in animatie, sculptuur, fotocampagnes, maar ook producten als lampen en behang.

Dankzij het Stimuleringsfonds richt Wesley de Boer project voor project de wereld in waarin Elvis Wesley zich begeeft. Het liefst zou hij de leefomgeving van zijn alter ego willen uitbreiden naar een immersieve ervaring waar iedereen even kan voelen hoe het is om Elvis Wesley te zijn. Tussen tropische bloemen die gemaakt lijken te zijn van rode, paarse, gele en groene lichtbuizen, denderen monstertrucks in felle kleuren langs steden die zijn opgebouwd uit donkere kubussen met fluorescerende patronen en worden bewoond door rondvliegende drones. Op deze wonderlijke plek tussen fantasie en realiteit smelten visuele kunst en design samen en vervagen de grenzen tussen animatie, installatie, object en het digitale.

Tekst: Manique Hendricks
Gino Anthonisse

Gino Anthonisse

Dat Gino Anthonisse probeert – zoals hij zelf zegt – 'redelijk bewust het traditionele modepad niet te bewandelen' is een understatement. Hij studeerde in 2014 af als modeontwerper aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en werd direct gevraagd om als vierde persoon toe te treden tot Das Leben am Haverkamp, het Haagse kunstenaarscollectief bestaande uit Anouk van Klaveren, Christa van der Meer en Dewi Bekker. Zij studeerden een jaar eerder al af.

Voor Gino voelde het alsof hij in een warm bad terechtkwam. 'We delen dezelfde ideeën, en hoewel we als collectief opereren, heeft het collectief zelf geen vast profiel en is het feitelijk de optelsom van onze vier individuele praktijken.' Een werkruimte delen ze wel en ook nemen ze met elkaar grotere projecten aan om invulling te geven aan hun gezamenlijke passie: het onderzoeken wat mode meer kan zijn dan het vormgeven van het draagbare kledingstuk.

Ze begonnen via de gebaande paden: een eerste collectie, twee keer een showroom in Parijs, twee shows tijdens Amsterdam Fashion Week. Maar het modecircuit beviel niet zo: 'te veel ontwerpers, te veel collecties, veel te veel kleding'. Tijdens één van de showrooms organiseerde het collectief een aansluitende tentoonstelling en haalde hier zoveel voldoening uit dat ze besloten om de meer autonome kant van mode dieper te verkennen. Voor Gino betekende dit concreet werken in 2D, 'werken vanuit collages; compromisloos in vorm', om het vervolgens te vertalen naar het driedimensionale en te zoeken naar relevante links tussen mode en lichaam.

In 2017 deed Das Leben am Haverkamp een interventie bij het Zeeuws Museum in Middelburg. De aanleiding hiervoor was een make-over van de modezalen en de vraag hoe een nieuwe generatie bezoekers van het museum kijkt naar eeuwenoude gebruiksvoorwerpen die ze vaak nog nooit eerder hebben gezien. Das Leben am Haverkamp ontwikkelde een nieuwe serie objecten: kleding, maar ook accessoires en gebruiksvoorwerpen. Als uitgangspunt namen ze veertig voorwerpen uit de collectie die willekeurig werden uitgekozen aan de hand van een lijst. Elke tiende bezoeker kreeg de opdracht om de objecten te beschrijven, zonder expliciet te vertellen wat het object precies was. Het collectief creëerde vervolgens de veertig stukken, gebaseerd op deze beschrijvingen, zonder de originele objecten daadwerkelijk te hebben gezien. Het resultaat mondde uit in een groot 'curiosity cabinet' bestaande uit turquoise, rode, gele of roze voorwerpen – elke ontwerper had een eigen kleur – zoals een oversized vissersjas, een totem, een masker en een met gouden ballen beplakte turquoise baby. Het leverde ook een kleurrijk boek op met essays, documentatie van de show en met name ook veel procesbeeld.

Gino Anthonisse is in zijn werk voortdurend op zoek naar verwondering, steeds vanuit een andere invalshoek. Op dit moment werkt hij veel met voor hem nieuwe materialen, zoals gips, foam en keramiek, met de bedoeling toeschouwers te inspireren tot nieuwe ideeën, vragen op te roepen, en het publiek überhaupt aan het denken te zetten. Daarnaast werkt bij anderhalve dag per week op de kunstacademie in Den Haag, waar hij instructeur is op de textiel- en modewerkplaats. 'Ik ben geen docent, ik beoordeel niet maar help studenten, dat is voor mij een prettige positie'.

Tekst: Jessica Gysel
Irene Stracuzzi

Irene Stracuzzi

Als grafisch ontwerper is Irene Stracuzzi gefascineerd door cartografie. In haar werk concentreert ze zich op het effect van technische, esthetische en logistieke ontwerpkeuzes op grotere politiek, milieugerelateerde en sociale verschijnselen. Ze stelt namelijk vast dat er een tegenstelling bestaat tussen het ogenschijnlijk objectieve en op details gerichte ontwerpproces van plattegronden en het sterk politieke gebruik van plattegronden voor vooropgezette doeleinden. Door verzamelde cartografische data te materialiseren in een representatief medium, geven ontwerpers invloedrijke personen en instituten concrete instrumenten in handen om hun retorische claims te ondersteunen. Zo speelt de ontwerper een instrumentele rol in territoriale onderhandelingen.

Haar master Information Design aan de Design Academie Eindhoven rondde ze af met het project 'The Legal Status of Ice'. Uitgaand van het thema internationale grenzen in de Noordelijke IJszee omvatte dat project uiteindelijk een reeks thema's omtrent wettelijke kaders, dataverzameling, grenspolitiek, natuurlijke bronnen en klimaatverandering. De relevantie van haar onderzoek zorgde ervoor dat ze werd uitgenodigd voor uiteenlopende exposities, van 'Broken Nature' op de Triennale di Milano tot 'GEO–DESIGN: Alibaba' in het Van Abbemuseum.

Irene benadert haar interessegebieden door middel van een rigoureus researchproces dat bestaat uit historisch, wetenschappelijk, statistisch en technologisch onderzoek en een strikte ethiek inzake het verantwoord gebruik van datasets. Ze ziet grote mogelijkheden voor samenwerking met wetenschappers en experts op andere gebieden, vooral als hun urgente waarnemingen onopgemerkt blijven doordat ze slecht of helemaal niet worden gevisualiseerd. Ze richt zich met name op de klimaatcrisis door de desinformatie en het gebrek aan begrip onder het grote publiek als het wordt geconfronteerd met tegenstrijdige theorieën, gepolitiseerde wetgeving, geïsoleerde datapunten en anekdotische ervaringen. 'Ons onvermogen om collectief een voorstelling van klimaatverandering als systematisch wereldwijd fenomeen te maken, in plaats van een reeks losstaande lokale gebeurtenissen, kan verklaren waarom we weinig actie ondernemen of onze invloed op het milieu ontkennen. Design kan een belangrijke aanzet zijn tot mobilisatie.'

Tegelijkertijd is Irene zich zeer bewust van de rol van de ontwerper bij het overbrengen van data via concrete beelden of voorwerpen. Datapunten en -sets hebben op zich weinig betekenis, totdat er meer lagen worden aangebracht met andere gegevens, en de inhoud en esthetische keuzes die worden gemaakt bij het genereren van samengestelde datavisualisaties hebben grote invloed op de interpretatie ervan door de kijker. Sterker nog, haar Noordelijke IJszee-onderzoek laat zien dat plattegronden zelf grenzen mogelijk hebben gemaakt. In haar werk stelt Irene Stracuzzi zowel de zeer technische GIS-software als subjectieve beeldvorming aan de kaak met de gigantische opblaasbare wereldbol die ze maakte voor 'GEO—DESIGN', met feloranje oceanen en de wereld die op zijn kop staat, want de Zuidpool zit aan de bovenkant. Ze toont de niet-erkende invloed van de ontwerper op de wereldorde, net als de behoefte aan een zorgvuldige en onderbouwde benadering van data.

Tekst: Tamar Shafrir
Job van den Berg

Job van den Berg

Job van den Berg heeft een fascinatie voor industriële maakprocessen. Zijn passie hiervoor is opgewekt door een vrij alledaags object, namelijk stoelen. Hij staat in zijn vriendenkring ook wel bekend als de 'stoelenman'. Met meer dan honderd exemplaren bast zijn collectie letterlijk uit zijn voegen waardoor hij bepaalde exemplaren noodgedwongen bij vrienden heeft staan.

Dagelijks gaat hij aan de slag in zijn atelier dat vol staat met kasten, ruw industrieel materiaal, glazen bolwerken én uiteraard stoelen. Job ontwikkelt hier diverse objecten die zich op het grensvlak van industrie en kunst bevinden. 'Ik ben altijd op zoek naar een vondst op industrieel gebied, iets wat een grote impact kan maken. Als ik een nieuwe techniek ontwikkel waardoor het produceren van bijvoorbeeld een meubel meer mogelijkheden krijgt of er meer waarde aan kan worden toegekend, dan ben ik in mijn element.'

Naast werk dat meer op kunst is gericht, richt Job zich ook op het produceren voor een wat groter publiek. Zo heeft hij een houten kast ontworpen die hij in staal heeft laten persen, een samensmelting van industrieel en natuurlijk materiaal. Dit proces verhoogt de decoratieve waarde én tegelijkertijd ook de duurzaamheid. Het project, genaamd 'Metal Skin Cabinet', heeft Job geïnspireerd om een nieuw project te starten waarbij hij speelgoedauto's perst in een aluminium plaatje ter grootte van een ansichtkaart. Door deze en andere samenwerkingen met fabrikanten, labels en galeries wenst hij in de toekomst zijn werk steeds meer te delen met het grotere publiek.

Zijn projecten lopen door elkaar heen en ontwikkelen zich als onderdeel van een groter organisch en creatief proces. Hij wil zich niet alleen ontwikkelen als creatief maker en 'brand', ook wil Job een tiendaagse 'silent retreat' meditatiecursus volgen om zijn energie beter te leren kanaliseren. 'Mijn eigen ontwikkeling staat centraal dit jaar, ik leer graag nieuwe meditatietechnieken aan om de juiste focus te hebben voor mijn projecten. Maar daarvoor hoef ik echt niet per se helemaal naar het Verre Oosten hoor', grinnikt Job.

Gevraagd naar zijn ultieme einddoel als creatief maker, geeft Job van den Berg aan dat dit doel gaandeweg zal verschuiven, maar dat hij zich wil richten op ontwerp dat mensen inspireert en bijblijft. 'De waardering en de vrijheid die je geniet als bekend ontwerper vind ik bijzonder fijn, maar de impact van je werk is toch waardevoller dan bekendheid.'

Tekst: Giovanni Burke
Johanna Ehde

Johanna Ehde

Johanna Ehde mag dan werkzaam zijn in de wereld van het narcistische, door mannen gedomineerde, marktgerichte en in zichzelf gekeerde grafisch ontwerp, de kern van haar business, in alle betekenissen van het woord, wordt gevormd door een diepe, intrinsieke liefde voor het feminisme. Niet feminisme in de huidige modieuze betekenis, maar als doorleefde, dagelijkse praktijk en bovenal levenslange steunpilaar.

Johanna studeerde in 2016 af in grafisch ontwerp aan de Rietveld Academie in Amsterdam met 'Lady Taxi', een project over een gratis taxidienst voor hoofdzakelijk oudere vrouwen. De inspiratie hiervoor lag in Chantal Akermans' iconische film 'Jeanne Dielemans' en diens verbeelding van de beperkte ruimte die vrouwen hebben in onze samenleving. Lady Taxi werd het informele startpunt van Johanna's groeiende project '(Post-) Menopausal Graphic Design Strategies'. Dit project gaat over de opgave om praktische kennis te verwerven over de vraag hoe je een levenslange grafische ontwerppraktijk kan ontwikkelen en behouden ten overstaan van kwesties als leeftijdsdiscriminatie, seksisme en vrouwelijke gezondheid. Waarbij levenslang niet alleen verwijst naar een volledig werkzaam leven, maar ook naar gezonde, stimulerende en veilige arbeidsomstandigheden. Sommige titels op de site van het project spreken voor zich: 'The Woman Destroyed', 'They Will Never Sell Vaginal Dryness', 'All that is left is the killing of time', 'Legacy in Typography'.

Omdat samenwerking een cruciaal onderdeel is van een feministische ontwerppraktijk, werkt Johanna ook samen met Elisabeth Rafstedt, onder de naam Rietlanden Women's Office. In dit verband lezen, schrijven en publiceren ze twee dagen per week samen. 'We willen constructief en vol lust werken. Onze focus ligt vooral op de teksten die we publiceren. We proberen diep een tekst in te gaan, hem een paar keer te lezen, en via die tekst te ontwerpen.' Voor hun laatste nummer van 'MsHeresies', zoals de uitgave die ze maken heet, hebben ze onderwerpen besproken als social media-activisme, gecommodificeerd feminisme en het belang van de geschiedenis voor een onderzoek naar heersende structuren. Tot nu toe zijn er twee nummers uitgekomen, die het thema werk en samenwerkingsmogelijkheden onderzoeken vanuit feministisch perspectief.

Johanna heeft ook een zwakke plek voor typografie en lettertypes. 'Ik probeer roekeloos om te gaan met lettervormen, in een poging een nieuwe definitie te vinden voor het begrip erfenis in typografie. Erfenis refereert hier zowel aan de geslachtsbepaalde (door mannen gedomineerde) geschiedenis als aan de huidige staat van het letterontwerp, bijbehorende concepten als goddelijkheid en harmonie, alsook de fysieke aspecten, die historisch gezien neerkomen op zwaar werk in lettergieterijen (met kans op loodvergiftiging). In de huidige tijd zou je een parallel kunnen trekken met het reële probleem van werken, of wegkwijnen, achter een computerscherm.'

Onder dit alles ligt een manifestachtige benadering om een nieuw ontwerpethos te vormen. Maar in een recent interview problematiseert Rietlanden Women's Office het gemakkelijk gecommodificeerde format van een manifest: 'Een punt of statement uit een manifest is perfect voor de social mediaversie van activisme (…), iets wat we steeds meer als probleem zijn gaan zien. Een vandaag geschreven tekst is morgen al oud — of zelfs na enkele seconden — in een drukke, doorrollende feed. Deze vooruitgang, de snelheid waarmee alles gaat, is verbonden met consumentisme en economische groei, en dat geldt ook voor teksten en beelden! Maar misschien bewegen we zelfs achteruit — of in kringetjes — als het om feministische 'vooruitgang' gaat.'

Johanna geeft toe dat ook zij meedoet aan de werk-ratrace, en te veel werkt en stress heeft. Dat lijkt symptomatisch te zijn voor het huidige systeem. Hoewel ze wel enige zelfopgelegde vooruitgang boekt. Onlangs stelde ze een rustpauze in, midden op de dag. Ze denkt dat even uitrusten zeer radicaal kan zijn.

Tekst: Jessica Gysel
Jung-Lee Type Foundry

Jung-Lee Type Foundry

Letterontwerp is meer dan een ambacht, techniek of vak voor Jungmyung Lee. Het is voor haar nauw verbonden met de manier waarop we onze gevoelens uitdrukken, interpreteren en ervaren. Ze ontwerpt haar lettertypes als visuele vormen met een specifieke context. Fonts die met baby's te maken hebben bijvoorbeeld, krijgen vaak ronde vormen in plaats van puntige. Maar Jungmyung kijkt verder dan de visuele stijlfiguren van popcultuur of branding. Ze ziet een lettertype als een volwassen karakter met een complex levensverhaal, dat ze onderzoekt door middel van creatieve fictie. De combinatie van een sterke nadruk op letterontwerp en haar multidisciplinaire praktijk van schrijven, publiceren, performance en muziek, weerspiegelt haar opleiding, die begon met industrieel ontwerp in Seoul, waarna ze zich specialiseerde in grafisch ontwerp aan de Aalto Universiteit in Helsinki, en haar vaardigheden en kennis verfijnde in de Werkplaats Typografie van ArtEZ.

Jungmyung onderzoekt de esthetiek van gevoelens in 'Real-Time Realist', een zelf opgezet magazine medegeredigeerd door Charlie Clemoes. In elk nummer wordt in het magazine aan de hand van één emotie een link gelegd tussen grafisch ontwerpers, kunstenaars en schrijvers. Het idee voor dit tijdschrift ontstond toen Jungmyung en Charlie, beiden 'artist in residence' bij WOW Amsterdam, een discussie aangingen over het emotionele spectrum en de schematische weergave hiervan door verschillende theoretici, zoals Robert Plutchiks wiel van acht primaire emoties in variërende intensiteiten en combinaties. Het eerste nummer onderzocht de tak die loopt van verbazing via verrassing naar afleiding, terwijl het volgende ingaat op extase, blijdschap en sereniteit.

Het magazine is een forum voor Jungmyung om aspecten te verkennen van haar ontwerpmethodologie en kritisch perspectief die ze niet kan inpassen in haar professionele carrière. Ze gebruikt het met name om de betekenis van haar lettertypen te contextualiseren bij niet-commerciële toepassingen, en om anderen de kans te bieden om vrijelijk met haar ontwerpen te werken. Het mainstream discours over ontwerp erkent typografie vaak alleen in relatie tot branding, waarbij vage beweringen worden geciteerd over moderne waarden en esthetiek. Real-Time Realist cultiveert juist kalme, contemplatieve en dromerige reflecties op het lettertype als vertelstem.

Hierdoor kan Jungmyung ook experimenteren met nieuwe manieren om iets te maken, hoe onnauwkeurig en obscuur ook. Acht jaar geleden leerde ze letters ontwerpen in een vaste volgorde: letters eerst één voor één schilderen met een penseel, dan scannen, vectoriseren en de uiteindelijke geometrie digitaal afwerken. Dit standaardproces leek gevoelens te onderdrukken, terwijl zij juist aangetrokken wordt door ontwerpprocessen die een emotionele investering vragen, zoals houtsneden. Maar moderne digitale technieken, lettertypes en interfaces bieden evenveel mogelijkheden voor emoties, hoewel het medium, de snelheid en de fysieke en virtuele sociale structuren bij computerinteractie andere emoties kunnen oproepen. In een tijd van constante en maximale communicatie richt het werk van Jungmyung Lee zich op de onbewuste en emotionele beleving van de gebruiker van het vaak onopgemerkte medium dat het lettertype is.

Tekst: Tamar Shafrir
Kostas Lambridis

Kostas Lambridis

De meeste mensen kennen Kostas Lambridis van zijn notoire 'Elemental Cabinet', dat hij in 2017 maakte als afstudeerproject voor zijn master Contextual Design aan de Design Academy Eindhoven. Die kast is gebaseerd op het ontwerp van de beroemde 'Badminton Cabinet', dat in de Florentijnse periode gemaakt is door dertig vaklieden en in 1730 werd voltooid na zes jaar werk. Kostas voltooide zijn project met twee handen (de zijne) in drie maanden tijd. De kast is exemplarisch voor zijn manier van werken. 'Ik ontwerp niet graag. Ik neem liever een bestaande vorm of kies een vorm die me bevalt. Ik wil geen design-expert zijn. Voor mij gaat het erom onbevreesd te werken, terwijl je je naïviteit omarmt en bestaande ideeën over schoonheid negeert. Het gaat erom tijdens dat proces vrij te zijn en jong te blijven.

Kostas, geboren en getogen in Athene, studeerde techniek op het Griekse eiland Syros, aan de enige designschool in Griekenland. Omdat die basis vooral theoretisch was, besloot hij een meer creatieve en praktische vorming te ondergaan als stagiair bij ontwerper Nacho Carbonell in Eindhoven. 'Design is in Griekenland iets heel anders dan in Nederland.' Het beviel hem zo goed dat hij ruim zeven jaar bleef en aan een masteropleiding begon aan de Design Academy. In het eerste semester gaf zijn docent Maarten Baas hem de opdracht een lamp te ontwerpen. 'Ik stelde mezelf de vraag: Wat is een lamp? Een lamp is een gloeilamp. Het is uit steen gemaakt glas en metaal. Ik combineerde de verschillende materialen, en maakte een gloeilamp.'

Hij noemt Robert Rauschenberg als zijn grote inspiratiebron, vooral door de manier waarop hij materiaal benaderde vanuit conceptueel oogpunt, door na te denken over de artistieke nederigheid van materiaal. 'Alles kan dienstdoen als materiaal. Zodra je dat principe omarmt, zijn de mogelijkheden onbegrensd.' Hij zet zijn materiaal in op twee even belangrijke assen: primitief en hightech. In al zijn creaties combineert hij oude en nieuwe productietechnieken; een mix van materialen van veel of weinig waarde als brons, keramiek en borduurwerk, maar ook gesmolten oude plastic stoelen. 'De basis van dit alles is het idee van non-hiërarchie in materiaal. Alles komt voort uit de aarde. Goud is kostbaarder dan modder, maar voor de planeet zijn ze hetzelfde. Het concept waarde is bedacht door de mens.'

Hij werkt momenteel met de Carpenters Workshop Gallery aan een aantal nieuwe projecten. Hij heeft al een bank gemaakt ('Her') en een kroonluchter ('Jupiter') en is nu een lage tafel en een boekenplank aan het ontwikkelen. 'Ik begon volledige voorwerpen te maken, Dat ben ik aan het terugschroeven en ik maak nu eenvoudiger werk. Maar het proces is even moeilijk. Ik probeer er modernere periodes bij te betrekken en het materiaal op enigszins logische wijze te gebruiken.'

Hij is aan het terugverhuizen naar Athene, om dichter bij zijn familie te zijn. 'Ik ga beginnen aan mijn tweede leven als kunstenaar en hoop hetzelfde gemeenschapsgevoel te kunnen creëren dat ik ervaren heb in Eindhoven.' Hij noemt zijn vader zijn grootste inspiratiebron. 'Hij was een maker; hij had een bijzondere manier van werken. Dat zit in mijn DNA. Als je een goede maker bent, kook je lekker en maak je goed schoon, met aandacht voor detail, en dat vind ik cruciaal.'

Op de vraag of hij ooit vrij neemt citeert hij een van zijn docenten, kunstenaar Gijs Assman, die zei dat je moet blijven leven terwijl je probeert te werken. Daarom gaat hij in het weekend zeilen, een van de voordelen van het leven in Griekenland.

Tekst: Jessica Gysel
Lena Knappers

Lena Knappers

Lena Knappers is als stedenbouwkundige geïnteresseerd in grootstedelijke vraagstukken die een integrale aanpak vereisen. Zo staat migratie centraal in haar onderzoek- en ontwerpproject. 'Als je kijkt naar de manier waarop migranten worden gehuisvest, zie je dat een stedelijke strategie ontbreekt. De migrantenstatus - denk aan asielzoeker, arbeidsmigrant of internationale student - waarmee iemand in ons land terechtkomt, bepaalt voor een groot deel hoe de ruimtelijke leefomstandigheden van diegene eruit zien.' Naast het nationale beleid richting migranten, houdt ook het Europese beleid op dit gebied Lena bezig. De aanleiding hiervoor was een verblijf in Istanbul in de tijd dat veel Syrische migranten het Zuidoost-Europese land binnenkwamen. In datzelfde jaar bleek Nederland slechts zestig migranten te hebben opgenomen.

'Rethinking the Absorption Capacity of Urban Space', waarmee ze in 2017 haar master Urbanism aan de TU Delft afrondde, bevat ontwikkelde strategieën om migranten op duurzame wijze in de ontvangende maatschappij op te nemen. 'Migratie wordt vaak bekeken als een tijdelijk fenomeen. Het wordt beantwoord met tijdelijke containerhuisvesting, buiten het stadscentrum. Beleid dat is gericht op een duurzamer verblijf ontbreekt. Maar het mengen van deze kwetsbare groepen met de bestaande bevolking is van enorm belang', vertelt Lena. In haar scriptie onderzocht ze alternatieve, inclusievere vormen van opvang, gericht op de invulling van de publieke ruimte. De penitentiaire inrichting Overamstel, in de volksmond de 'Bijlmerbajes', is hier een goed voorbeeld van en vormde een geschikte plek om de ruimtelijke interventies te doen die Lena ontwikkelde. De voormalige gevangenis functioneerde van augustus 2016 tot februari 2018 als opvangplek voor duizenden asielzoekers. Naast de Bijlmerbajes bevond zich een containerdorp voor internationale studenten. Ze deelden dezelfde leefruimte, maar de twee groepen leefden totaal langs elkaar heen.

De ontwikkelde strategieën en ruimtelijke interventies kunnen ook worden uitgerold naar andere plekken in Europa, zoals Athene. Lena bezocht de Griekse stad, die ook staat voor het migratievraagstuk, al enkele keren. Aan de hand van diepte-interviews met verschillende migranten én Grieken wil ze de problematiek aan de oppervlakte krijgen. Met de hieruit verkregen gegevens zal zij zich gaan focussen op passende ontwerpoplossingen. Na afronding van haar lopende onderzoek in Athene wil ze haar bevindingen bundelen in boekvorm.

De ideaaltypische inclusieve stad is iets waar Lena Knappers zich voorlopig nog in zal vastbijten. Niet alleen het thema migratie, maar de invulling van de publieke ruimte en de ongelijkheid die deze over het algemeen in stand houdt interesseert haar. Omdat ze deels in loondienst werkt, en via deze dienstbetrekking samenwerkt met gemeenten, woningcorporaties en uitvoerende organisaties zoals het COA, zijn er nog voldoende raakvlakken en mogelijkheden tot verder onderzoek in ontwikkeling. 'In Den Haag werk ik aan grote complexe projecten met veel verschillende stakeholders en belangen. Deze projecten vergen tijd en afstemming, maar leren je tegelijkertijd om vanuit verschillende perspectieven te kijken. Als ik aan mijn eigen onderzoek- en ontwerpproject werk, heb ik alle vrijheid en kan ik mijn verbeelding gebruiken om creatieve alternatieven te openbaren.'

Tekst: Giovanni Burke
Manetta Berends

Manetta Berends

Manetta Berends gelooft dat vakmanschap en ethiek essentieel zijn voor de ontwerppraktijk, en daarbij doen digitaal ontwerp en online gemeenschappen niet onder voor traditionelere fysieke media. Na haar studie Graphic Design aan ArtEZ en Media Design aan het Piet Zwart Instituut zette ze samen met een grotere groep mensen 'varia' op, een ruimte in Rotterdam waar ze nieuwe vormen van collectiviteit onderzoeken gericht op technologie.

Voor Manetta biedt varia een proeftuin om haar designfilosofie toe te passen: ze maakt uitsluitend gebruik van gratis/vrije (free/libre) en open source software (FLOSS) en onafhankelijke digitale infrastructuren die geen onrecht doen aan de gebruikers door hun data te verzamelen, auteursrechten af te dwingen of hun codes ontoegankelijk te maken. Inmiddels is varia uitgegroeid en hebben ze een eigen server en communicatie- en organisatiesysteem, inclusief chatprogramma en gedeelde kalender. Op hun website bieden ze hun gratis software aan, slaan ze projectdocumenten op voor zowel medewerkers als bezoekers, en schrijven ze posts waarin ze de technische en conceptuele kennis delen die ze al doende hebben vergaard. Daarnaast publiceren ze hun aantekeningen van live workshops, bijeenkomsten en conferenties met behulp van Etherpad, een real-time collectieve editor.

Als een van de vijf leden van varia met leidinggevende verantwoordelijkheden ontwikkelt Manetta ideeën over wat een grafische ontwerppraktijk en een samenwerkingspraktijk vandaag de dag zouden kunnen zijn. Zoals in ambachtsgildes eeuwen geleden, is het resultaat van het ontwerpproces maar één element van een grotere cultuur, die ook het maken van werktuigen omvatte, sociale inclusiviteit, het opdoen van praktische kennis en het delen van kennis met anderen. Deze brede aanpak wordt bij varia gecultiveerd met vrij toegankelijke evenementen als 'Relearn', een collectief leerexperiment en zomerschool waar docenten en studenten op gelijke voet samenkomen. Manetta gelooft dat de professionele praktijk zo de nieuwsgierigheid, energie en het plezier kan vergroten van mensen in het ontwerponderwijs.

Deze kenmerken resoneren ook in haar eigen werk. Haar 'cyber/technofeminist cross-reader', onderdeel van de expositie 'Computer Grrrls' in 2019 in La Gaîté Lyrique in Parijs en MU in Eindhoven, is een reeks manifesten waarin technologie en feminisme, in de periode 1912 tot nu, zijn vervlochten. Tegelijkertijd is het een instrument dat de taalkundige verbanden tussen de manifesten aantoont met behulp van het TF-IDF (Term Frequency Inverse Document Frequency) algoritme, en gebruikers in staat stelt tegelijkertijd meerdere manifesten te lezen door er citaten uit te lichten die hetzelfde woord gebruiken. De cross-reader bevat tevens een gedetailleerde uitleg van het algoritme, met terminologie die ook niet-programmeurs kunnen begrijpen. En ten slotte is het een onderzoek naar de taal van manifesten. Het toont het belang aan van communicatie in bewegingen voor maatschappelijke verandering. Manetta Berends geeft een ontwerppraktijk vorm waarin kritisch denken, activisme en sociale verantwoordelijkheid elk facet benadrukken van esthetische keuzes tot pragmatische verplichtingen.

Tekst: Tamar Shafrir
Mirte van Duppen

Mirte van Duppen

Met haar werk geeft Mirte van Duppen nieuwe invulling aan de rol van grafisch ontwerpers in de huidige samenleving. Ze is geïnteresseerd in de gedeelde omgeving; een interesse die tijdens haar studies Graphic Design aan ArtEZ en Design aan Sandberg verder vorm kreeg. Hoe wordt de gedeelde omgeving door individuen waargenomen en hoe gedragen ze zich er? Wat betekent vrijheid nog op openbare pleinen in Nederland? En wat is de betekenis van transparantie in moderne gebouwen?

Mirte richt zich met name op het Nederlandse landschap, op variabele schaal, en de manier waarop het vormgegeven is door politici, industriëlen, en architecten, maar ook door excentrieke individuen met een fascinerende visie. Haar film 'The Dutch Mountain', bijvoorbeeld, heeft als uitgangspunt de droom van wielerjournalist Thijs Zonneveld om een tweeduizend meter hoge berg te bouwen in Nederland, en visualiseert die droom in concrete details door middel van naadloos gemonteerde beelden van verschillende plekken in het Nederlandse landschap. Een voice-over beschrijft de berg als een 'fait accompli' en citeert wetenschappelijke experts die ze vroeg naar de gevolgen voor het milieu. In een split-screencompositie zet ze idealistische visies tegenover banale benodigdheden als fiets- en wandelpaden en openlijke kunstgrepen als dierentuinen en pretparken.

In haar onderzoek denkt Mirte na over het spanningsveld tussen het vermogen van de mens om het terrein naar believen te modelleren aan de ene kant, en diens affiniteit met romantische of techno-utopische natuurconcepten aan de andere. 'Territory of the Beings', een recente opdracht van KAAN Architecten, kan omschreven worden als een natuurdocumentaire over moderne kantoorwerkers in hun open habitat. Haar film analyseert de strategieën (zowel surreëel als cynisch) die worden gebruikt in hedendaagse architectuur om bij gebruikers de indruk te wekken van vrijheid, welzijn en persoonlijke ruimte. Tegelijkertijd speelt het leentjebuur bij de esthetiek van de architectuurfotografie om de nadruk te leggen op de uitdaging om je aan te passen aan de geretoucheerde, geperfectioneerde utopie van de moderne werkplek.

Haar laatste project richt zich intussen op het werkgebied van de industriële landbouw in Nederland. Door boeren te interviewen heroverweegt ze de iconografie van het futurisme in het licht van de anekdotes die ze heeft verzameld, inclusief het hacken van machines, bloemenflats, kunstlicht en robottuinmannen en -aspergetelers. Hoewel ze fictie en dichterlijke vrijheid omarmt als creatieve middelen, is Mirte van Duppen zich ook bewust van haar retorische invloed als ontwerper en editor. Ze gaat op zoek naar personen die directe kennis bezitten over urgente onderwerpen en geeft ruimte aan hun perspectieven, die vaak weinig gelijkenis vertonen met de groteske fantasieën die populair zijn gemaakt in de mainstream media. Ze is even kritisch over de overmoedige menselijke manipulatie van de natuur als over fatalistische of paniekzaaierige verhalen als dramatisch stijlmiddel, en laat de totale technologische verzadiging van elk onderdeel van onze maatschappij zien, ongeacht hoe 'natuurlijk' het ook lijkt. Met haar werk wil ze haar publiek stimuleren tot fascinatie, contemplatie en intelligente actie.

Tekst: Tamar Shafrir
Munoz Munoz

Munoz Munoz

Lucas Muñoz Muñoz werkte al als productontwerper toen hij per toeval uitkwam bij wat nu zijn creatieve obsessie is. Een paar jaar nadat hij was afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven met een master in Contextual Design ging hij naar Thailand om een ex-klasgenoot op te zoeken. Toen ze hoorden over een raketfestival in een dorp in Isan, wilden ze dat graag met eigen ogen zien. De traditie bestond al eeuwen en ontstond mogelijk onder invloed van migranten uit het huidige China die hun kennis over buskruit meebrachten. De raketten worden door boeddhistische monniken gemaakt van bamboe en tegenwoordig ook van pvc-pijpen. De grootste zijn acht meter lang, bevatten 120 kilo buskruit en bereiken hoogtes tot acht kilometer. Tijdens het festival, dat een maand duurt, worden ongeveer vijfhonderd raketten gelanceerd, waarvoor het vliegverkeer elk jaar moet worden omgeleid.

Lucas en zijn vriend bezochten het festival niet alleen als toeschouwer. Ze wilden met de monniken aan het werk en brachten twee maanden bij hen door om raketten te leren bouwen. Intussen kwamen er een paar nieuwsgierige filmmakers langs en ontstond spontaan het idee om een documentaire te maken - iets wat nog niemand van hen eerder had gedaan. Ze verzamelden beelden, waarbij ze een brede kijk hanteerden op de rol van de raket als instigator van tijdelijke sociale vrijheden, maar ook als symbool van de afhankelijkheid en kwetsbaarheid van boeren in relatie tot de jaarlijkse regentijd. Ze kozen ook een andere invalshoek door zich te richten op de 'oral history' rond de hoofdmonnik van het dorp, die recent was overleden en beroemd was om zijn zwarte magische krachten.

Voor Lucas is de raket een object dat dwars door schijnbaar ver uit elkaar gelegen culturen, thema's en geschiedenissen snijdt. Een raket met een atoombom kan de wereld vernietigen, maar een raket kan mensen ook voor uitsterving behoeden door ze naar een andere planeet te vervoeren. Het is niet meer dan een vliegende cilinder die voortgedreven wordt door een chemische reactie, maar dit ene voorwerp is een vehikel voor een veelvoud aan technologische dromen, culturele overtuigingen, politieke conflicten en existentiële angsten. Die verschillende betekenissen vormen de basis voor een serie documentaires, die elk een bepaalde typologie onderzoeken in een complexe sociale context.

Lucas keek bijvoorbeeld naar de raket als wapen in Libanon en werkte hiervoor samen met NGO's die met vluchtelingen opvangen die van huis en haard zijn verdreven door raketten en andere vernietigingswapens. Om dit onderwerp met gevoel te benaderen, koos Lucas een meer associatieve benadering door het verhaal persoonlijk te maken. Hij vroeg Syrische en Palestijnse kinderen om hun herinneringen aan thuis te beschrijven en reconstrueerde elke herinnering vervolgens met behulp van archiefmateriaal, als bespiegeling op de mogelijkheden en paradoxen van interculturele empathie. In een andere aflevering interviewt hij onderzoekers van de Newcastle University en maakt hij een beschouwing van de raket als katalysator voor discussies over wetgeving, kolonisatie en mijnbouw in de ruimte. Lucas Muñoz Muñoz werkt nog als maker, maar hij wil ook vraagtekens zetten bij verwachtingen van de manier waarop objecten creatieve processen inspireren en eruit voortkomen, en hoe onderzoek zich manifesteert in de ontwerppraktijk.

Tekst: Tamar Shafrir
NINAMOUNAH

NINAMOUNAH

Er heerst een geconcentreerde drukte in het atelier van Ninamounah Langestraat midden in de Amsterdamse Jordaan. Amper en paar jaar geleden afgestudeerd aan de Rietveld Academie werkt ze nu in nauw partnership met haar brandmanager Robin Burggraaf, en een bonte verzameling medewerkers. Het atelier barst uit z'n voegen, Ninamounah denkt erover om de hele onderneming naar Zaandam te verhuizen: 'daar is het tenminste betaalbaar, en is er ook ruimte'. Ze is meer op zoek naar een community dan een broedplaats, en fantaseert over een eigen plek aan de Nieuwe Meer in Amsterdam, waar een hechte kunstenaarskolonie resideert.

Niet verwonderlijk voor iemand die opgroeide in Ruigoord, de Amsterdamse vrijstaat die haar grootouders mee hebben opgericht. 'Mijn grootmoeder was één van de spilfiguren van Roze Maandag, ik draag nog steeds haar oorring', een zilveren object bestaande uit drie in elkaar hakende feministische tekens.

Tot nog toe maakte ze vijf collecties, met namen als '001 Mothers Nature is a Slut ', '002 Smell my Pheromones' en '004 Evolve Around Me'. De collecties hebben elk een eigen nummer, omdat Ninamounah doelbewust niet met seizoenen werkt. Ze maakte ook een paar films waarvan de tweede, 'Hormones are my Master' genomineerd is voor prijzen van meerdere (mode)filmfestivals.

Op dit moment werkt ze met de Amsterdamse fotograaf Paul Kooiker aan een boek en een expositie en ze ontwikkelde met kunstenaar Anna Gray een parfum. 'Ik hou van geuren die alarmeren, die aangeven dat er iets mis is, maar tegelijkertijd ook heel aantrekkelijk zijn'. Ninamounah heeft een achtergrond in biologie, en volgde tijdens een boswachteropleiding een cursus taxidermie. Om vervolgens op de Rietveld Academie te belanden, eerst richting textiel en uiteindelijk mode. Ze had vaak discussies met docenten, maar zegt lachend dat het uiteindelijk wel goed is gekomen. Ze doet nog steeds af en toe aan taxidermie, met name voor hondjes of poezen van vrienden. En ze heeft ook nog heel veel in het vriesvak liggen, maar op dit moment ontbreekt het haar aan tijd.

Ninamounah overleefde als kind de vliegtuigramp in Faro, samen met haar ouders, die van plan waren om zich permanent in Portugal te vestigen. Ze kan zich er niets van herinneren. Haar moeder nam haar daarna mee op wereldreis, en dat heeft haar natuurlijk gevormd. Ze is een 'survivor', en houdt van sterke persoonlijkheden, een gegeven dat als een rode draad door haar werk loopt. De collecties mogen dan wel verschillend zijn, ze werkt vaak met een moederpatroon dat het dominante karakter mee vorm geeft. Daar horen ook een aantal 'key items' zoals de iconische 'body blazer' of de getailleerde 'chaps' bij. Deze komen in elke collectie terug, weliswaar steeds in een andere vorm. Ze vindt het belangrijk dat er zowel dure als betaalbare stukken in elke collectie zitten. Maar geen gesimplificieerde merchandise. 'Onze merchandise is een integraal onderdeel van de collectie, niet een simpel ding met een logo erop. Ik zorg steeds voor iets bijzonders als een borduursel of iets dat met de hand is gemaakt.' Ze werkt veel met natuurlijke materialen, het leer is gerecycled en al het andere materiaal komt van 'dead stock'. Het is niet eens een issue, het is gewoon de realiteit. Verder is alles unisex en wordt het allemaal in en rond Amsterdam geproduceerd. 'Je kan hier echt wel grote producties doen, er zijn zoveel mogelijkheden hier. Het maakt de kleren wel duur, maar ik kan het onmogelijk op een andere manier doen'.

Haar grootste ambitie is om onafhankelijk te blijven, en dingen in haar eigen tempo te ontwikkelen. 'Ik heb zelden stress, ik ben een super workaholic, ik voel me heel erg gesteund door mijn familie en vrienden.'

Tekst: Jessica Gysel
Philip Vermeulen

Philip Vermeulen

Philip Vermeulen rondde in 2017 de interdisciplinaire ArtScience master van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten af en studeerde af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Hij is afkomstig uit een meer traditionele kunstscholing, maar was ook toen hij nog schilderde al geboeid door licht en directe experimenten met apparatuur waarin licht de hoofdrol speelt, zoals projectoren, stroboscopen en schermen. Gefascineerd door deze effecten wilde hij ze gebruiken om de kijkervaring intenser te maken.

In zijn speelse experimenten met huis-, tuin- en keukenvoorwerpen als ventilatoren, tennisballen en tl-lampen tot industriële componenten als driefasenmotoren gaat Philip net zo ver tot ze het begeven of stilvallen, om zo hun grenzen te bepalen. Hoe snel kunnen ze draaien? Hoeveel kracht kunnen ze absorberen? Hoe ver kunnen ze worden opgeschaald? Hoe kunnen ze worden gehackt? Op de limiet van hun functionele integriteit beginnen de voorwerpen te veranderen en hun normale kenmerken in het dagelijkse leven te overstijgen. Philip beschouwt dat moment als de expressie van een uniek karakter. Vervolgens kan hij met elk karakter werken als componist of regisseur, door het in een scenario te verwerken waarin het zijn uitgebreide functie kan tonen, en zichzelf soms zelfs vernietigt in een apotheose.

Als toeschouwers ervaren we elk karakter als een bijzondere fenomenologie via onze verschillende zintuigen; we horen trillingen als gezoem, we beschouwen gebroken wit licht als een regenboogspectrum of we zien bewegende delen bij bepaalde snelheden als gevlamde patronen of vaste vormen. Zo bestaan de kunstwerken van Philip alleen als ervaringen waarbij zowel de materiële componenten als de waarnemers een cruciale rol spelen. Daardoor is er altijd een zekere mate van onvoorspelbaarheid. Philip stelt dat de materialen een eigen leven leiden, en zijn creatieve proces kan soms een machtsstrijd met zich meebrengen, wanneer de elementen zijn verwachtingen tarten of logenstraffen.

In die zin vertoont zijn werk een verband met twintigste-eeuwse experimentele kunstenaars als John Cage of Hans Haacke. Hun schematische composities en real-time-systemen omarmden het toeval, zonder dat alles vooraf was bepaald. Ook zij brachten de mysterieuze kwaliteiten en latente mogelijkheden van alledaagse materialen, technologieën en mensen naar voren die samenkwamen in hun werk. Vijftig jaar later breidt Philip deze benadering uit naar nieuwe middelen, zoals computerprogrammering, Arduino, sensoren en 3D-prints. Tegelijkertijd legt hij de eigenaardigheden vast van spoedig verouderde technologieën en de bezielde lichamelijkheid van mechanische installaties. In een periode waarin zintuiglijke effecten steeds vaker worden geproduceerd vanuit de zwarte doos van de computer, en gebruikers geen begrip hebben van het proces of de invloed op het resultaat, kan Philip Vermeulens kunst worden beschouwd als een daad van verzet.

Tekst: Tamar Shafrir
Pim van Baarsen

Pim van Baarsen

Pim van Baarsen studeerde Man and Activity aan de Design Academy in Eindhoven. Om zich heen zag hij dat er veel producten werden bedacht die niemand nodig had en een praktische toepassing misten. En tijdens zijn opleiding betrapte hij zichzelf op het eigenhandig creëren van een probleem om dit weer te kunnen verhelpen door middel van design. Maar zijn creativiteit wilde hij liever inzetten om daadwerkelijke problemen op te lossen. Pim: 'Design is bereikbaar voor zo'n tien procent van de wereldpopulatie en dat is nog ruim genomen. Als het gros van de ontwerpers zich op deze groep richt, wie bedient die andere negentig procent dan?'

De eerste buitenlandse ervaring met als doel design zinvoller in te zetten bracht Pim in Nepal, waar hij samen met compagnon Luc van Hoeckel het gebruik van medicatie onderzocht. Inhoudelijke kennis van medicijnen ontbrak, maar als ontwerpers waren ze wel opgeleid om praktische problemen van oplossingen te voorzien. Zo bedachten ze een aantal concepten om medicatie en het gebruik ervan te versimpelen door middel van design en verbeeldingskracht. Veel Nepalezen in de buitengebieden zijn namelijk ongeletterd. Gedurende een stage in Malawi realiseerden ze later een collectie zorgmeubilair, volledig gebaseerd op lokaal beschikbare materialen en technieken. Met deze twee projecten hebben de heren, ook wel bekend onder de naam Superlocal, hun werkmethode verfijnd en hun eerste successen geboekt. In feite een moderne vorm van ontwikkelingshulp.

'In minder ontwikkelde economieën kan het wat lastiger zijn om je einddoel te realiseren. In het Westen zijn wij gewend aan hele gestructureerde of gestroomlijnde productieprocessen. We moeten vaak vanuit opdrachtgevers mensen 'pushen' om het werk op tijd af te krijgen, dat maakt het er niet altijd makkelijker op. Het kan overkomen alsof wij Westerlingen wel even komen uitleggen hoe het werkt. Dat proberen we te allen tijde te voorkomen. Toch voelt dat weleens zo en dat kan frustrerend zijn.' Pim duidt het belang van een gelijkwaardige relatie. Door de lokale ambachtslieden vanaf dag één te betrekken in het proces voelen zij zich hiervoor ook medeverantwoordelijk. Zo kunnen de projecten na het vertrek van Superlocal worden voortgezet. 'Wij willen ons misbaar opstellen. Ontwerpers hebben vaak de neiging om zichzelf in de spotlight te plaatsen, wij zetten liever onze lokale partner in het zonnetje'.

Momenteel is Pim in Rwanda. Een jaar geleden is hij benaderd door de MASS Design Group, een architectenbureau uit Boston (Verenigde Staten). Hun hoofdkantoor zit in de Rwandeese hoofdstad Kigali. Het is geen onbekende partij voor Pim die al sinds de start van Superlocal bekend is met het bureau. Maar andersom was dat dus ook het geval. Na enkele publicaties op internationale designplatforms die duidelijk maakten welke successen Superlocal de afgelopen jaren heeft geboekt, legde MASS Design Group contact. Het bureau is in Rwanda bezig met de bouw van een agrarische universiteit. Terwijl zij zich toeleggen op alle bouwtechnische zaken, vroegen ze Superlocal om het complete interieur voor de campus te ontwerpen. 'MASS Design Group is een groot voorbeeld. Ze werken altijd vanuit lokale ambachten, technieken en materialen en aan hun ontwerpen gaat grondig onderzoek vooraf. Hun doel is om werkgelegenheid te creëren en het stimuleren van de lokale economie. Wat zij betekenen voor architectuur, willen wij betekenen voor productontwerp!'

Tekst: Giovanni Burke