over

PLATFORM TALENT

Ontdek nieuwe creatieve talenten die actief zijn op het gebied van design, architectuur en digitale cultuur, ondersteund door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Het Platform Talent laat zien wat artistieke en professionele groei betekent en is een bron van informatie voor andere makers en opdrachtgevers.

PROGRAMMA TALENTONTWIKKELING

Talentontwikkeling is een van de speerpunten van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Jaarlijks krijgen opkomende ontwerptalenten dankzij een beurs van het fonds de kans zich optimaal te ontwikkelen op het artistieke en professionele vlak. De ontwerpers zijn maximaal vier jaar geleden afgestudeerd en werkzaam binnen diverse disciplines van de creatieve industrie, van modevormgeving tot grafisch ontwerp, van architectuur tot digitale cultuur. Met het Platform Talent portretteert het Stimuleringsfonds alle individuele praktijken van ontwerpers die sinds 2013 zijn ondersteund.

2020

'Talent Tours' geeft via korte videoportretten, gemaakt door Studio Moniker, een inkijk in de denkwijze en praktijk van 39 opkomende ontwerptalenten, talenten die zich stuk voor stuk verhouden tot actuele maatschappelijke thema's. Wat zijn hun drijfveren, hun twijfels en ambities en welke waardes stellen zij voorop in hun werk? Van 18 tot en met 25 oktober 2020 presenteerde het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie de videoportretten in MU tijdens de Dutch Design Week en organiseerde dagelijks livestreams met nieuw talent.

PLATFORM TALENT 2020
PLATFORM TALENT 2020
(4/2)
laad meer

2019

In 25 filmportretten van 1 minuut maak je op een persoonlijke en intieme wijze kennis met talentvolle ontwerpers, makers, kunstenaars en architecten die in 2018/2019 een werkbeurs ontvingen. Studio Moniker is verantwoordelijk voor het concept en de productie. Tijdens de Dutch Design Week 2019 werden de filmportretten getoond en performances gepresenteerd in MU, Eindhoven.

PLATFORM TALENT 2019
PLATFORM TALENT 2019
(4/2)
laad meer

2018

In 24 filmportretten van 1 minuut maak je op een persoonlijke en intieme wijze kennis met talentvolle ontwerpers, makers, kunstenaars en architecten die in 2017/2018 een werkbeurs ontvingen. Studio Moniker is verantwoordelijk voor het concept en de productie. Tijdens de Dutch Design Week 2018 zijn de filmportretten onderdeel van een installatie in het Veemgebouw.

PLATFORM TALENT 2018
PLATFORM TALENT 2018
(4/2)
laad meer

ESSAY: Groeibriljanten en Nieuwe Olie

door Rosa te Velde
Rond 1960 komt de eerste talentenjacht op de Nederlandse televisie, overgewaaid uit Amerika. ‘Nieuwe Oogst’ wordt in eerste instantie gemaakt in de zomermaanden, met weinig budget. Een talentenjacht blijkt een goedkope manier om vermakelijke televisie te maken: de deelnemers grijpen hun kans om beroemd te worden met hun kunstjes, grappen, vermaak en spektakel – in ruil voor koffie en reiskosten.1

Talentenshows, talentenjachten bestaan sinds mensenheugenis. Maar het idee van talentontwikkeling – het belang van het financieel ondersteunen van en investeren in talent – bestaat nog niet zo heel lang. Vanaf de jaren zeventig, met de opkomst van de informatiemaatschappij en de kenniseconomie wordt het belang van ‘een leven lang te leren’ steeds belangrijker. Kennis wordt een asset. Bijscholing, het ontwikkelen van je skills en flexibiliteit worden vereisten en passie wordt noodzaak. Jij bent verantwoordelijk voor eigen geluk en succes. Je moet ‘eigenaar’ worden van je persoonlijke groeiproces. In 1998 publiceert McKinsey & Company ‘The War for Talent’. In deze studie wordt onderzocht wat het belang van ‘high performers’ is voor bedrijven, hoe talenten te werven, ontwikkelen, motiveren en hen vast te houden als werknemers. In de afgelopen decennia is talentenmanagement (TM) een belangrijk onderdeel geworden van bedrijven om concurrentievermogen te optimaliseren, nieuw leiderschap te kweken of persoonlijke groei te bewerkstelligen. Talentmanagement richt zich soms op het hele bedrijf maar vaker exclusief op jonge ‘high potentials’, die ofwel reeds een goede performance hebben geleverd, ofwel veelbelovend zijn en potentie hebben.2 Het is sociaal geograaf Richard Florida die talent in verband brengt met creativiteit in zijn boek The Rise of the Creative Class (2002). In dit boek maakt hij de – onomkeerbare – koppeling tussen economische groei, stedelijke ontwikkeling en creativiteit. Een vleugje excentriciteit, een bohemienne levensstijl en coolheid worden de bepalende factoren die onder de noemer ‘creativiteit’ de speelruimte vormen waar waardecreatie plaatsvindt. Zijn theorie resulteert in een stortvloed aan innovatieplatforms, zinderende creatieve kennisregio’s en levendige broedplaatsen. Het talentdiscours raakt onlosmakelijk verbonden met de creatieve industrie. Zo is de door Florida opgerichte Global Creativity Index – Nederland staat in 2015 op nummer 10 – gebaseerd op de drie T’s van technology, talent en tolerance. Het fenomeen ‘talent’ neemt een vlucht binnen de wereld van de tech startups en in Silicon Valey vechten de innovatiemanagers om de beste talenten. ‘Talent is the new oil’.

Het idee dat talent zich kan ontplooien en ontwikkelen onder de juiste condities staat haaks op het oudere, romantische concept van het door god gegeven, mysterieuze ‘genie’. Talent in de moderne opvatting is niet (geheel) aangeboren, en juist daarom heeft het zin om er geld en ruimte voor te geven. Zoals een groeibriljant, die ‘stapsgewijs waardevoller’ kan worden.

Wat is de geschiedenis van cultuurbeleid en talentontwikkeling in Nederland? Waar de overheid tot de Tweede Wereldoorlog cultuur overlaat aan particulieren, wordt na de oorlog een actief, “stimulerend, voorwaardenscheppend beleid” gevoerd.3 De overheid houdt vast aan het Thorbecke-principe en is geen ‘oordelaar’ van kunst. Maar volgens literatuurhistoricus Bram Ieven vindt vanaf de jaren zeventig een kanteling plaats. Kunst moet democratischer worden en om dat te bereiken moet er meer aansluiting op de markt komen: “[…] van een maatschappelijke invulling van het sociale van de kunst (kunst als participatie) naar een marktgerichte invulling van de sociale taak van de kunst (kunst als creatief ondernemerschap).”4 Met de BKR en later de WWIK worden kunstenaars en vormgevers langdurig financieel ondersteund als ze over onvoldoende middelen beschikken op voorwaarde van een diploma aan een erkende academie of als bewezen was dat men een beroepspraktijk had.5

Pas in de cultuurnota ‘Kunst van Leven’ (2006) van Ronald Plasterk wordt het belang van investeren in talent veelvuldig genoemd, want veel talent blijft ‘onbenut’.6 Plasterk roept met name op om ‘excellent toptalent’ meer ruimte te geven, vooral om internationaal mee te kunnen blijven doen. Sindsdien staat ‘talentontwikkeling’ als begrip in steen gebeiteld in cultuurbeleid. In ‘Meer dan kwaliteit’ (2012) onderschrijft ook Halbe Zijlstra het belang van talent, maar hij geeft een andere uitleg: “Net als in de wetenschap is het in de cultuur belangrijk ruimte te geven aan vernieuwing en innovatie die niet door de markt tot stand komt, omdat de ondernomen activiteiten nog niet direct winstgevend zijn.”7 Het ondersteunen van talent kan hiermee zelfs na de economische crisis gemakkelijk gelegitimeerd worden binnen Zijlstra’s beruchte nuttigheid- en rendementsdenken. Ook Jet Bussemaker handhaaft de nadruk op talentontwikkeling en voor de komende jaren blijft talent op de agenda staan.8

Door het Stimuleringsfonds wordt in 2013 voor het eerst een groep van talenten gesubsidieerd. Net als bij het talentontwikkelingsprogramma van het Mondriaanfonds wordt in het beleidsplan van 2013-2016 gekozen voor één gezamenlijke selectieronde per jaar. Hoewel de nadruk ligt op individuele trajecten, wordt genoemd dat een gezamenlijke beoordeling objectiever en deskundiger is en publicitaire ondersteuning daarmee ook gemakkelijker.9 Wie wordt als creatief talent in beschouwing genomen? Om in aanmerking te komen voor de beurs moet je aan een aantal specifieke eisen voldoen: je moet ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel, niet langer dan vier jaar geleden een ontwerpopleiding hebben afgerond en een goede aanvraag kunnen schrijven waarmee de negen commissieleden uit het veld kunnen worden overtuigd van jouw talent. Zij bepalen op basis van een aanvraag de potentie, ofwel de belofte van je ontwikkeling, waarbij de timing van deze subsidie goed moet passen. Hoe genuanceerd de aanvraagprocedure ook verloopt, deze factoren zorgen voor een afgebakend begrip van ‘talent’.

Als je door de strenge selectie heen komt – gemiddeld wordt tien tot vijftien procent van de aanvragen gehonoreerd – is het een enorme luxe om een jaarlang zelf je agenda te mogen bepalen: te kunnen acteren in plaats van te reageren. Een vrijhaven, een korte pauze van bestaansonzekerheid. Of is het juist een bekrachtiging van het systeem; het moment waarop de kansen gepakt moeten worden? Als gevolg waarvan zelfexploitatie, stress en verlamming toeslaan? Het creatieve proces is in werkelijkheid erg grillig. Zullen de talenten hun belofte kunnen inwisselen?

De een heeft een reis naar China gemaakt, een ander heeft een residentie in Oostenrijk kunnen doen, weer iemand anders zei z’n bijbaantje op. Velen doen onderzoek op allerlei niveaus; van veldonderzoek, materiaalexperimenten tot het schrijven van essays. Sommigen bouwen prototypes of kunnen eindelijk Ernst Haeckel’s Kunstformen der Natur kopen. Anderen organiseren bijeenkomsten, fabrieksbezoeken, ontmoetingen, interviews, een ball.

Is er een gemeenschappelijke deler te onderscheiden binnen deze selectie van talenten? De groep is ook dit keer juist geselecteerd op balans en verscheidenheid; van geluidskunstenaar, filmmaker, designthinker, onderzoeker, cartograaf, verhalenverteller, voormalig architect tot genderactivist-cum-modeontwerper – en dus kan gezamenlijkheid in presentatie geforceerd aanvoelen. Maar door samen naar buiten te treden wordt zichtbaarheid van de talenten gecreëerd. Belangrijk, want hoe anders kan deze investering worden gelegitimeerd?
Dit zijn de vragen die al sinds de eerste lichting spelen bij het Stimuleringsfonds; hoe treden we naar buiten met deze groep, zonder een plat, ongenuanceerd spektakel of romantisch idee van talent neer te zetten? Maar hoe maken we tegelijkertijd wel aan de buitenwereld zichtbaar wat er met publiek geld gebeurt? En wat is goed voor de talenten zelf? In de afgelopen jaren zijn er verschillende vormen uitgetest om te reflecteren op het jaartraject. Van verschillende gecureerde exposities met publicaties vergezeld door presentaties, podcasts, teksten, websites, workshops en debatten.
Het Stimuleringsfonds werkt als buffer tussen het neoliberale beleid en de creatieve werkelijkheid. Het fonds schept luwte voor het maken en biedt ruimte aan het nog-niet-weten, het onderzoek, het experiment en het falen, zonder daar al te veel eisen aan te stellen. Een evenwichtsoefening: Hoe demp je de harde beleidstaal, houd je de rendementsdenkers op afstand, terwijl de (absolute) noodzaak voor deze financiering gemeten, gezien en daarmee gewaarborgd blijft?

Dit jaar is op inspraak van de talenten zelf gekozen voor een andere aanpak: geen expositie. De Dutch Design Week lijkt voor de meesten niet de juiste plek te zijn; slechts een enkeling wil überhaupt een ‘afgerond’ ontwerp of project presenteren en niet noodzakelijk tijdens DDW. Bovendien: veel van de talenten hebben de subsidie ingezet om onderzoek te doen en mogelijkheden te scheppen. In plaats van een gezamenlijke expositie is daarom gekozen voor een bijeenkomst en profielteksten en videoportretten die gepubliceerd worden op ‘Platform Talent’, een online database. Hiermee komt de nadruk minder op het afgelopen jaar te liggen en meer op de zichtbaarheid van de maker en zijn/haar proces; een verschuiving van minder concrete of toegepaste resultaten naar meer aandacht voor persoonlijke werkwijzen. Voldoet deze publiekmaking aan de honger en nieuwsgierigheid van het brede publiek en de resultaatgerichtheid van de politiek? Is het misschien belangrijker geworden om aan te kondigen dat er talent is en niet wat het talent is? Of is dit een manier om meetbaarheid te omzeilen en de druk van de ketel af te halen?

Wat de talenten misschien nog het meest verbindt is het feit dat ze, hoewel ze erkend worden als ‘high performers’, allen op zoek zijn naar duurzame vormen van creatief werk binnen een precair en competitief ecosysteem van kansen pakken, optimisme en continu beschikbaar zijn. Falen of kwetsbaarheid, of het bespreken van de grilligheid van creativiteit heeft daar tot op heden nog weinig plek. De zoektocht naar talent blijft een show, een jacht, competitie of oorlog.

1 https://anderetijden.nl/aflevering/171/Talentenjacht
2 Elizabeth G. Chambers et al. ‘The War for Talent’ in: The McKinsey Quarterly 3, 1998 pp. 44–57. In 2001 verscheen dit onderzoek in boekvorm.
3 Roel Pots, ‘De tijdloze Thorbecke: over niet-oordelen en voorwaarden scheppen in het Nederlandse cutluurbeleid’ in: Boekmancahier 13:50, 2001, pp.462-473, p. 466.
4 Bram Ieven, ‘Opbouw als afbraak: over democratisering als vanishing mediator in het huidige kunstenbeleid’ in: Kunstlicht, 2016 37:1, p. 12.
5 De Beeldende Kunst Regeling gold van 1956-1986 en de Wet Werk en Inkomen Kunstenaars van 2005-2012.
6 Ronald Plasterk, Hoofdlijnen Cultuurbeleid Kunst van Leven, 2006 p. 5. Plasterk was minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2007 tot 2010.
7 Halbe Zijlstra, ‘Meer dan Kwaliteit: Een Nieuwe visie op cultuurbeleid’, 2012, p. 9. Zijlstra was staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2010 tot 2012 en verantwoordelijk voor de bezuinigingen op subsidies in de cultuursector.
8 Jet Bussemaker was minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2012 tot 2017.
9 Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie, beleidsplan 2013/2016.

laad meer

2017

De vierde editie van In No Particular Order tijdens de Dutch Design Week 2017 presenteerde een collectief statement over de pluriforme hedendaagse ontwerppraktijk. In negen installaties stonden de thema's Positie, Inspiratie, Werkomgeving, Representatie, Geld, Geluk, Taal, Discours en Markt centraal. De presentatie in het Van Abbemuseum stond onder leiding van curator Jules van den Langenberg, zelf deelnemer aan het Programma Talentontwikkeling in 2017.

PLATFORM TALENT 2017
PLATFORM TALENT 2017
(4/2)
laad meer

2016

In de derde editie van In No Particular Order in 2016 gaf curator Agata Jaworska inzicht in wat het betekent om een ontwerppraktijk te hebben. Hoe creëren ontwerpers de omstandigheden waarin ze werken? Wat kunnen we leren van hun methodiek en werkwijze? In geluidsopnamen en met schetsen reflecteren de ontwerpers op deze vragen. Tezamen geven ze een persoonlijk beeld van de ontwikkeling van hun artistieke praktijken.

In No Particular Order 2016

PLATFORM TALENT 2016
PLATFORM TALENT 2016
(4/2)
laad meer

2015

De tweede editie van de tentoonstelling In No Particular Order vond plaats in het Veemgebouw tijdens de Dutch Design Week 2015. Curator Agata Jaworska stelde de processen, uitgangspunten en visies achter de totstandkoming van werk centraal aan de hand van een databank met beelden uit de persoonlijke archieven van de ontwerpers. Wat drijft de hedendaagse ontwerper? Wat zijn hun inspiratiebronnen, motivaties en ambities?.

In No Particular Order 2015

PLATFORM TALENT 2015
PLATFORM TALENT 2015
(4/2)
laad meer

2014

Wat maakt iemand tot een talent? Hoe wordt talent gevormd? Dat was de centrale vraag van eerste tentoonstelling In No Particular Order in de Schellensfabriek tijdens de Dutch Design Week 2014. Curator Agata Jaworska presenteerde niet alleen werk van de individuele talenten maar legde ook trends en onderlinge overeenkomsten bloot.

In No Particular Order 2014

PLATFORM TALENT 2014
PLATFORM TALENT 2014
(4/2)
laad meer
 Hélène Christelle Munganyende

Hélène Christelle Munganyende

Schrijver en ontwerper Hélène Christelle Munganyende is autodidact en werd gescout tijdens de Scout Night Eindhoven. In haar praktijk zet ze typografie in als een politiek instrument om maatschappelijke vraagstukken aan te kaarten, met speciale aandacht voor de historische en gender context van design. De aanvrager wil door middel van typografie bouwen aan een nieuw design ecosysteem. Tijdens het ontwikkeljaar onderzoek Munganyende hoe ze haar huidige werk als vormgever kan vertalen naar een intersectionele typografiepraktijk. Ze wil daartoe een vocabulaire ontwikkelen waarmee ze het klassieke beeld van 'de typograaf' bevraagt en een nieuwe vorm van typografieontwikkeling presenteert. Daarbij spelen zwarte vrouwen en Afrikaans cultureel erfgoed een hoofdrol, met de Black Beautyshop als ruimte voor ontwerp. Om zich verder te scholen stelt ze binnen ArtEZ een autonoom curriculum samen, onder begeleiding van Frank Tazelaar (hoofd afdeling Creative Writing) en volgt ze een online summerschool op het gebied van typografie bij de Royal College of Art London. Ze werkt samen met o.a. Doru Loboka, Studio ZZZAP en OSCAM. Doel is om een eigen font te ontwerpen waarmee ze een feminisme ABC samenstelt. Ze presenteert haar onderzoek in film en audio en schrijft een Intersectioneel Design Manifest. Daarnaast toont ze een audiovisuele documentaire bij het Beursschouwburg in Brussel, Van Abbemuseum en OSCAM.
Adam Centko

Adam Centko

Adam Centko is in 2020 afgestudeerd aan de KABK. Komend jaar onderzoekt Centko met het project 'Invisible Infrastructures' de verborgen middelen en kosten van digitale communicatie. Om zijn methodologie te versterken volgt hij verschillende workshops op het gebied van virtual production, Unreal Engine, fictie- en scenarioschrijven en documentairefilm. Ook heeft hij een aantal studiobezoeken en mentoren in gedachte, waaronder de kunstenaars en ontwerpers Constant Dullaart, Amalia Ulman, Hito Steyerl, Kevin Bray, Liam Young en Team Rolfes. Tijdens het ontwikkeljaar organiseert Centko drie studiereizen: binnen videogame werelden, naar fysieke locaties van 'invisible' infrastructuur en een 'off the grid' residentie. Het project 'Invisible Infrastructures' resulteert in een documentaire van dertig minuten, die de aanvrager inzendt naar verschillende lokale en internationale filmfestivals. Tenslotte creëert Centko met een tweede project een digitale metaverse, dat dient als archief, habitat voor digitale entiteiten en een plek voor samenwerking met andere makers.
Alexander Beeloo

Alexander Beeloo

Alexander Beeloo studeerde in 2019 af aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam. Het project 'Een dialoog met het Hollandse Landschap' is een vervolg op zijn afstudeerwerk. Het is een ontwerpend onderzoek naar lokaal materiaalgebruik en de schoonheid van het landschap als alternatief voor de huidige manier van bouwen. Tijdens het ontwikkeljaar wil hij volgens drie stappen werken: 1. een onderzoek naar de Nieuwkoopse Plassen, een gebied dat zich kenmerkt door legakkers met riet, als productielandschap, 2. materiaalstudies naar riet en veen uit het landschap als bouwmateriaal en 3. het ontwerpen van een folly om de beleving van het landschap te benadrukken. Deze deelonderzoeken worden ondersteund door experts uit verschillende organisaties zoals Natuurmonumenten, Studio Marco Vermeulen, IVN Nieuwkoop Landschapsbeheer, Moerasbeheer en Bioblocks. In de ontwikkeling van zijn ontwerppraktijk vraagt Beeloo begeleiding van architect Machiel Spaan, landschapsarchitect Anouk Vogel, en ontwerper Elmo Vermeijs. Het project komt uiteindelijk samen in een kleine publicatie en een serie schaalmodellen die te zien zal zijn bij Galerie Hoeve in Rijlaarsdam, het Rechthuis in Nieuwkoop en in overleg met Natuurmonumenten in het landschap van de Nieuwkoopse Plassen.
Ameneh Solati

Ameneh Solati

Ameneh Solati behaalde haar masterdiploma in architectuur aan de Royal College of Art. Ze ziet dat vluchtelingen worden gedwongen hun geschiedenissen, sociale gebruiken en familiestructuren te vereenvoudigen, zodat culturele praktijken 'netjes' passen binnen de bestaande structuren van de gebouwde omgeving. Vanuit deze observatie vraagt ze zich af hoe vluchtelingen omgaan met deze druk om te conformeren. Naast dit vraagstuk, richt Solati zich komend jaar op het ontwikkelen van een interdisciplinaire ruimtelijke ontwerppraktijk, waarin onderzoek, tekst en ontwerp samenkomen. Ze bouwt aan een open-source archief, dat een lexicon, verhalen, artefacten, afbeeldingen, kaarten, opnames, documenten en meer omvat. Solati verweeft verhalen met informatieve essays, waarin ze verschillende soorten omgevingen beschrijft - privé, publiek, het productieve en het spirituele -, en met bewegend beeld gaat experimenteren als middel voor representatie. De media (zoals digitale video, geanimeerde tekeningen, 3D-modellen, collages en geluid) worden samengevoegd in een essayfilm. Verder doet Solati een beroep op verschillende professionals voor mentoring, neemt ze deel aan animatie- en editingcursussen en krijgt ze van auteur Priya Basil begeleiding in het schrijven.
Anastasia Eggers

Anastasia Eggers

Anastasia Eggers is afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven in 2017. Eggers believes that it is urgent to speak about countries' identities and relationships using the medium of food – especially now, when European borders and the fragility of national food systems become more evident through the Covid-19 restrictions and divides are taking place within Europe with effects that are not yet clear. In het ontwikkeljaar wil ze haar onderzoek naar de complexiteit van voedsel en geopolitiek verdiepen. Met de Nederlandse landbouw en voedselcultuur als startpunt, kijkt ze naar internationale handelsrelaties, identiteit en de verhouding tussen lokaal en globaal. Eggers werkt aan twee projecten: 'Brexit Herring' over de Noordzee als onderhandelingstafel in de context van de Brexit, en 'Migrating Seasons' over migrerende seizoensarbeid en de fragiliteit van het voedselsysteem. Het eerste project volgt drie lijnen: 1. gesprekken met experts over Brexit-beleid en zeerecht, 2. onderzoek naar de Nederlandse haringtraditie in samenwerking met ambachtslieden en 3. een etnografisch onderzoek naar bemanning op vissersschepen. In het tweede project doet ze etnografisch onderzoek door mee te werken aan de oogst. Hieruit ontwerpt ze een hedendaagse boerenalmanak, met nieuwe verhalen over speculatieve plattelandsfestiviteiten. Eggers wordt begeleid door: een handelsstrateeg, grafisch ontwerper Benjamin Sporken en Dr. Clemens Driessen van de Universiteit Wageningen. 'Brexit Herring' wil Eggers presenteren tijdens de Dutch Design Week en symposia. De uitkomst van 'Migrating Seasons' wordt in Z33 in Hasselt gepresenteerd.
Angeliki Diakrousi

Angeliki Diakrousi

Ontwerper en kunstenaar Angeliki-Marina Diakrousi is afgestudeerd aan het Piet Zwart Institute in Rotterdam. Ze verhoudt zich in haar praktijk tot de onzichtbare politieke en sociale impact van technologie en onderzoekt hoe deze zich manifesteert in het publieke domein, zowel stedelijk als online. Ze beschouwt technologie niet als neutraal, maar als een middel dat vooringenomenheid en sociale ongerechtigheid reproduceert. In haar ontwerppraktijk verhoudt ze zich tot een techno-feministisch perspectief, low-tech-, hacking- en open source-praktijken, politieke audio- en radiokunst, kritische architectuurtheorie en experimenteel publiceren. Gedurende het ontwikkelingsjaar werkt Diakrousi samen aan twee projecten, 'Hunting Mosquitoes' en 'WordMord', en wil ze haar technische-, programmeer- en schrijfvaardigheden verder ontwikkelen door het volgen van relevante workshops. Begeleiding krijgt de aanvrager van curator en onderzoeker Linnea Semmerling en een nog te selecteren kunstenaar. Ze presenteert haar werk en organiseert werksessies bij onder meer het Center for Art and Urbanistics ZK/U in Berlijn, TENT en Varia in Rotterdam, Sonic Acts, TU Delft en de University of Thessaly.
Anne Nieuwenhuijs

Anne Nieuwenhuijs

Anne Nieuwenhuijs is in 2018 afgestudeerd aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam. Met haar studio Deltascapes ontwerpt ze ruimtelijke oplossingen vanuit het kleinste deeltje in slib: klei. 'Vloeibaar Land' is een vervolg op haar afstudeerproject. Nieuwenhuijs wil met het project komen tot landschapsscenario's en objecten die landschapsvormende krachten op de grens van water en land beïnvloeden, biodiversiteit stimuleren en gastvrije leefomstandigheden creëren voor vele soorten. Hiermee wil ze een bijdrage leveren aan klimaatadaptatie. Om een specialist te worden in landschapsproducties volgt de ontwerper tijdens het ontwikkeljaar drie leerlijnen: het verzamelen van grondstoffen om producten mee te maken die interfereren met natuurlijke dynamieken, het onderzoeken van de eigenschappen van klei en het vormgeven van een beeldtaal en bedrijfsmissie voor Deltascapes. Ze volgt hiertoe cursussen keramiek en bodemchromatografie, doet werkstages bij experts uit diverse disciplines en gaat een samenwerking aan met een creatief communicatiebureau. 'Vloeibaar Land' resulteert in een aantal klei-objecten die in een expositie gepresenteerd worden.
Ant Eye

Ant Eye

Productontwerpers Hanneke Klaver en Tosca Schift, beiden afgestudeerd aan de afdeling Product Design van ArtEZ in Arnhem, vormen samen het collectief Ant Eye. Hun werk beweegt zich op het snijvlak van productontwerp, performance en film en kenmerkt zich door absurditeit, transformatie, protest en verbeelding. De aanvragers willen objecten bevrijden van hun toegepaste en dienende functie. Tijdens het ontwikkeljaar start het collectief een artistiek onderzoek met als werktitel I 'Object'. Deze titel verwijst naar de visie van Ant Eye: de objecten komen in opstand. Klaver en Schift willen de stem van het object beter leren vertolken en overbrengen door zich te professionaliseren in film en storytelling en het maken van kostuums en performances. Ze willen meer kennis en ervaring opdoen in de theaterwereld en de filmindustrie en binnen deze disciplines hun netwerk uitbouwen en samenwerkingspartners vinden. Als mentor hebben ze designtheoreticus Rana Ghavami bereid gevonden hen te coachen. Daarnaast hebben ze filmmaker Douwe Dijkstra en Joris Suk, ontwerper bij Maison the Faux, als coaches benaderd. Het resultaat van het onderzoek wil Ant Eye presenteren tijdens de Dutch Design Week 2022 en het International Short Film Festival in Nijmegen.
Axel Coumans

Axel Coumans

Social Designer Axel Coumans (Atelier Coumans) behaalde zijn bachelor aan de Design Academy Eindhoven. In zijn praktijk benadert hij ecologische thema's vanuit verschillende sociale contexten en een niet-menselijk perspectief. Komend jaar ontwikkelt Coumans zijn vermogen om te luisteren, dat voor hem een van de belangrijkste vaardigheden van een social designer is. In de verschillende projecten en activiteiten die hij hiervoor ontwikkeld staan (stads)bomen centraal. Eerst gaat hij naar Ierland, waar hij wil leren van Keltische boeren, waarna hij in de oerbossen van Polen gaat luisteren naar houthakkers en boswachters. Tijdens de Dutch Design Week creëert hij vervolgens in Eindhoven een ruimte waarin de publieke sector in gesprek gaat met het publiek. Onderwerp is de leefomgeving die besproken wordt aan de hand van de plataan op zijn werkterrein. Daarnaast doet Coumans projecten met Zone2Source en BioArt Laboratories en laat hij zich adviseren door Arita Baaijens (ontdekkingsreizigster) en Darko Lagunas (socio-envirionmental researcher). Ook volgt hij een masterclass socratische gespreksvoering bij Sandra Aerts en Ine Rietstap en een opleiding tot Stadsboswacher bij Tom van Duuren.
Baratto&Mouravas

Baratto&Mouravas

Nicola Baratto en Ioannis Mouravas zijn beide afgestudeerd aan het Sandberg Instituut en werken nu samen onder de praktijk Archaeodreaming. Tijdens hun ontwikkeljaar willen ze met het project 'Seabed' onderzoek doen naar het bed: een specifiek cultureel artefact dat ze essentieel achten voor het begrijpen van onze tijd. De intentie is om door het socio-culturele discours over slaap, dromen en diepzeeverkenningen met elkaar te verbinden, utopische vormen van verbeelding op te wekken. Hierin worden Baratto en Mouravas begeleid door de mentoren Studio Ossidiana, Tjeerd Veenhoven (HuisVeendam) en Ernst van der Hoeven (MacGuffin). Verder gaan ze samenwerkingen aan met de Griekse beddenfabrikant COCO-MAT, het Donders Intituut en muzikant Marijn Degenaar (Circular Ruins). Het project resulteert in een immersieve scenografische installatie die op verschillende plekken in Italië en Nederland gepresenteerd wordt: de aanvragers benaderen onder andere het Oerol festival en het Zuiderzeemuseum.
Benjamin McMillan

Benjamin McMillan

Benjamin McMillan is in 2020 afgestudeerd aan ArtEZ in Arnhem. Komend jaar werkt hij aan het project 'Full Auto Foundry' en het kleinere project 'Sunday Lunch'. Het doel van 'Full Auto Foundry' is om een workshop-gebaseerde praktijk te ontwikkelen die vertrekt vanuit de samenwerking tussen ontwerper, niet-menselijke intelligentie en geautomatiseerde processen. McMillan gaat hiervoor gesprekken voeren en cursussen volgen met experts in typografie, automatisering en artificial intelligence. Dit doet hij met onder anderen Aaron Bastani, K. Allado-McDowell, Nora N. Khan, Fredrick Brennan, Just van Rossum en Loes Bogers. Voor het organiseren van workshops wint McMillan expertise in van Gaile Pranckunaite en Benoît Bodhuin. Samen met Dong Bin Han zet hij workshops op waarvoor hij een aantal locaties in gedachten heeft, namelijk: ArtEZ, Rietveld Academy, KABK, San Serriffe en Varia in Rotterdam. Voor 'Sunday Lunch' zoekt de aanvrager begeleiding van professionals in het typografieveld om alternatieve manieren van distributie te ontwikkelen.
Boey Wang

Boey Wang

Productontwerper Boey Wang (Studio Boey) behaalde zijn bachelordiploma in de richting Man and Wellbeing aan de Design Academy in Eindhoven. Onder de noemer 'Perceptual Design' bevraagt Wang de dominantie van het visuele perspectief binnen de ontwerpwereld. Komend jaar ontwikkelt hij onder de noemer 'Haptic Aesthetics' een theoretisch kader en principes voor een nieuwe manier van ontwerpen, waarin wordt uitgegaan van niet-visuele principes. Samen met ontwerper Simon Dogger en Visio Revalidatie & Advies Eindhoven, interviewt en organiseert hij workshops om beter inzicht te krijgen in het perspectief van mensen met een visuele beperking. Vervolgens past Wang de opgedane kennis toe in nieuwe objecten die de tastzin bevorderen. Hiernaast beoogt Wang zijn methodiek te introduceren binnen het design onderwijs om ook op grotere schaal de dominantie van het visuele beeld in het ontwerpproces te doorbreken. De opgedane kennis en theorie komen samen in een publicatie en verschillende presentaties. Gedurende het jaar schakelt Wang verscheidene adviseurs in, waaronder schrijvers Gert Staal en Dirk van Weelden en The Agency For Ambition.
Céline Hurka

Céline Hurka

Grafisch ontwerper Céline Hurka behaalde een master Type en Media aan de KABK in Den Haag. In haar praktijk houdt Hurka zich bezig met boekontwerp, fotografie, interactief ontwerp, schrijven en materiaalonderzoek. Typografie is voor haar wat deze disciplines met elkaar verbindt. Ze streeft naar een experimentele en op onderzoek gebaseerde benadering, waarbij ze nieuwe technologieën gebruikt om typografische conventies te verkennen en te bevragen. Tijdens het ontwikkeljaar richt Hurka zich op de ontwikkeling van nieuwe typografische standaarden, door gebruik te maken van variabele lettertypetechnologie. Daarnaast wil ze typografische conventies ter discussie stellen en het veld verbreden, onder meer door lettertypen voor minderheidstalen zoals van de Sami mogelijk te maken. De aanvrager zal werken aan het verwerven van nieuwe vaardigheden op het gebied van coderen, niet-Latijns lettertypeontwerp (o.a. het Cyrillisch schrift) en schrijven. De Russische typografe Anya Danilova zal haar hierin begeleiden. Hurka wil voor haar onderzoek naar Amerika (New York, Rhode Island, San Francisco) en naar Moskou en Sint-Petersburg. De resultaten presenteert ze op een website, in een gedrukte publicatie en een interactieve, fysieke installatie. Ze toont haar werk bij instellingen in Nederland en Moskou en houdt lezingen en workshops tijdens conferenties en bij academies, zoals KABK en Konstfack Stockholm.
Charlotte Rohde

Charlotte Rohde

Grafisch ontwerper en typograaf Charlotte Rohde is afgestudeerd aan het Sandberg Instituut. In haar praktijk onderzoekt ze op multidisciplinaire wijze de betekenis van 'het lettertype als lichaam', door lettertypen in verschillende media, zoals schrijven en het maken van driedimensionale objecten, om te zetten. Tijdens het ontwikkeljaar wil Rohde haar methodiek voor het maken van multidisciplinaire werken vanuit het letterontwerp aanscherpen. Daarnaast wil ze een discussie op gang brengen over het integreren van feministische strategieën in een door mannen gedomineerd veld. Ze zal daartoe een kort verhaal schrijven waarin ze een nieuw te ontwikkelen lettertype als protagonist opvoert. Om dit verhaal een ruimtelijke vertaling te geven zal ze het lettertype omzetten in objecten van keramiek en brons. De resultaten presenteert de aanvrager in een publicatie en een ruimtelijke installatie. Daarnaast voert ze publieke gesprekken met letterontwerpers en houdt ze een pleidooi voor het toegankelijker maken van licenties voor lettertypen. Als begeleiders heeft Rohde de queer Armeens-Amerikaanse filmtheoreticus en schrijver Tina Bastajian en grafische ontwerper en typograaf David Bennewith bereid gevonden. Daarnaast voert ze feedbackgesprekken met Jungmyung Lee. In Amerika wil ze The Letterform Archive in San Francisco bezoeken en enkele experts op het gebied van typografie ontmoeten.
Christine Kipiriri

Christine Kipiriri

Modeontwerper Christine Kipiriri (Women Ofwar) is geselecteerd tijdens de Scout Night in Amsterdam. Gevlucht vanuit Bujumbura, Burundi reisde de maker met familie naar Duitsland om vervolgens in Nederland terecht te komen. Kipiriri beschrijft in het ontwikkelplan hoe ze hier haar eerste ervaringen met racisme opdeed. Niet alleen de geleefde ervaring als vluchteling, maar ook het opgroeien met computeronderdelen, gereedschappen en andere artikelen, gevonden door haar vader, vormen haar inspiratie. Komend jaar bouwt de ontwerpster haar modelabel 'Woman Ofwar' verder uit. Ze doet onderzoek naar haar culturele achtergrond, met als doel de artistieke waarden in haar praktijk te verankeren. Hiervoor reist Kipiriri naar Burundi. De maker zoekt contact met Margaux Wongart, een lokale sieradenontwerper die haar gaat begeleiden in de toepassing van traditionele mode. Verder doet ze ervaring op in het maken van kleding tijdens de masterclasses bij Meesteropleiding Coupeur en in de werkplaats Promiday in Almere, waar ze de beschikking heeft over lasersnijders en borduurapparaten. De uiteindelijke collectie zal Kipiriri in de vorm van een modefilm presenteren.
Colette Aliman

Colette Aliman

Colette Aliman is in 2019 afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven. Met het 'Sonic Recalibration Lab' doet ze in het ontwikkeljaar onderzoek naar de 'Mechaphony' (het mechanische geluidslandschap). Met dit onderzoek focust de aanvrager zich specifiek op drie onderwerpen: stedelijk geluid, antropomorficatie van geluidskwantificatie en de geluidsparadoxen van groene energie. Met een driedelige online publicatie wil ze wetenschappers, geluidsartiesten, en een breder in geluid geïnteresseerd publiek bereiken. Daarnaast organiseert Aliman een serie 'Soundscape Mixtape' workshops, waarmee ze verschillende instituties aan het netwerk van het 'Sonic Recalibration Lab' wil verbinden. In de verdere professionalisering van het lab wordt ze onder andere begeleid door Marion Beltman (business coach).
Dasha Tsapenko

Dasha Tsapenko

Ontwerper Dash Tsapenko is afgestudeerd aan de Master Social Design van de Design Academy Eindhoven. In haar praktijk onderzoekt Tsapenko alternatieve productieprocessen en (her)ontwerpt ze dagelijkse routines rondom het lichaam en kleding. Binnen haar hollistische werkwijze ontleent ze methoden uit de landbouw, mycologie en microbiologie en natuursystemen. Komend jaar richt de ontwerper zich op het verder ontwikkelen van het onderzoeksproject 'Fur_tilize', waarin ze onderzoekt hoe ze bontachtige kledingstukken kan laten groeien. Twee plantsoorten staan daarin centraal: de Trametes Betulina (een paddenstoel) en Cannabis Sativa (industriële hennep). Gedurende het jaar werkt Tsapenko samen met verschillende wetenschappers, waaronder prof. dr. Han Wösten (hoofd van de microbiologieafdeling van de Universiteit Utrecht), het Textiellab Tilburg of het platform 'Fashion for Good' en felting/tufting-specialist Olga Mys. Het resultaat komt samen in een collectie kledingstukken die gepresenteerd wordt tijdens Fashion Clash Festival en de DDW 2022.
David Schmidt

David Schmidt

Architect David Schmidt is afgestudeerd aan de TU Delft. In zijn talentonwikkelingstraject beoogt hij enerzijds zijn praktijk vanuit een ambachtelijke benadering te versterken en anderzijds zijn werkveld te verbreden naar een meer landschappelijke benadering. Het project 'De Andere Stad' is een ontwerpend onderzoek naar hoe vanuit plaatsgebonden maakprocessen binnen veranderende urbane condities een andere soort stad kan ontstaan. Met een focus op Amsterdam-Noord structureert het project zich volgens drie onderzoeksthema's: vergroening door ontstening, nieuwe woontypologieën, en een inclusieve (duurzame en sociale) economie. Een grootschalige maquette functioneert als uitwisselingsplek voor nieuwe ideeën. Schmidt nodigt daartoe in totaal zes experts uit waarvan er drie gespecialiseerd zijn in de genoemde onderzoeksthema's, een vierde zich richt op de veranderende rol van de architect en een vijfde op communicatie en representatie. Een zesde expert moet nog worden bepaald. De grootschalige maquette is als presentatievorm niet alleen bedoeld als een samenvattend eindproduct, maar ook als een verhalende verbeelding van een evoluerend project. In publieke 'Site Salons' wordt met de uitgenodigde experts een lerend netwerk opgezet. Ter afsluiting volgt er een 'Finissage De Salon' waarin het project wordt gepresenteerd door middel van een tentoonstelling van de maquette en een bijbehorende publicatie.
Diego Manuel Yves Grandry

Diego Manuel Yves Grandry

Ontwerper Diego Manuel Yves Grandry studeerde Interactive Media Design aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten Den Haag. In zijn praktijk creëert hij met behulp van tools uit de digitale wereld nieuwe verhalen over 'de ander'. Hij hoopt dat mensen zich beter kunnen inleven en meer begrip krijgen. Grandry heeft een zusje met een neurologische aandoening: het RET-syndroom. Tijdens het ontwikkeljaar wil Grandry werken aan de ontwikkeling van alternatieve therapiemethoden voor mensen met dit syndroom. Hij maakt hierbij gebruik van Virtual Reality-technologie om hun bewegingen te animeren. Hiervoor werkt hij vanuit de kunst samen met de medische wereld, onder anderen met neuroloog Nicolai Joost (UMC+ Utrecht) en psychiater Gabriel Brun (Charles Perrens Hospitale in Bordeaux). Daarnaast zoekt hij uitwisseling met families van Rett-syndroomdragers in Nederland en Frankrijk. Het uiteindelijke doel is om een leemte op te vullen waar traditionele medische behandelingen tekortschieten en gezamenlijk alternatieve zorgsystemen op te bouwen. De aanvrager wil workshops volgen bij het VR learning Lab in Leiden. Hij benaderde kunstenaar en ontwerper Ali Eslami als mentor en heeft contact met kunstenaar Kévin Bray. Grandy presenteert de resultaten van zijn onderzoek in een serie online video's. Daarnaast hoop hij zijn werk tijdens het IMPAKT festival te tonen.
Djatá Bart-Plange

Djatá Bart-Plange

Djatá Bart-Plange aka NDNMK Solutions heeft in 2018 de bachelor Engelse taal en cultuur afgerond aan de universiteit van Utrecht. Een groot deel van zijn werk vloeit voort uit de frustraties die hij ervoer binnen de academische wereld. Zo zijn kennispolitiek, witheid, en mannelijkheid vaak terugkerende thema's. Komend jaar richt hij zich op het produceren van het eerste hoofdstuk uit de reeks audioboeken genaamd 'FF:FF:FF:FF:FF:FF' - een mengelmoes van proza, (non-)fictie, geluidscollage, en game elementen. Middels deze serie wil Bart-Plange een digitale brug bouwen tussen het Westerse, hegemonische kennissysteem en verschillende West-Afrikaanse kennissystemen. Dit project doelt op een dekolonisatie van de geest door middel van, in het beste geval, het ontwikkelen van een soort twee(of meer)taligheid in wereldbeelden - zo niet: is het een inzage in de kneedbaarheid, contingentie, sterke/- en zwakke kanten van onze Westerse manier van de wereld begrijpen; en probeert het hulp te bieden in het los laten, het toetreden tot het enge onbekende, leren luisteren naar stemmen van buiten de imperiale centra van de witte wereld, om samen iets anders te kunnen bouwen met de enorme welvaart aan kennis van al de wetenschappen van de wereld en haar mensen.
Dylan Westerweel

Dylan Westerweel

Modeontwerper Dylan Westerweel behaalde zijn Bachelor Fashion Design aan ArtEz. Hij typeert zijn label 'Dylan Westerweel' als een viering van queerness: een modemerk voor iedereen die zijn/haar/diens schoonheid en kracht wil uitdragen. In eerste plaats, omdat queer mensen anders durven te kijken naar de wereld, doordat de wereld anders naar hen kijkt. Daarbij hoort het onderzoeken van sociale constructen, zoals schoonheid en design. Westerweel haalt zijn inspiratie uit verschillende bronnen, waaronder het leven van rent boys in Victoriaans London en het werk van de Armeense filmmaker Sergej Paradzjanov. Komend jaar richt Westerweel zich op de ontwikkeling van een nieuwe collectie, getiteld 'Sergei'. De collectie vertelt het queer levensverhaal in zeven seizoenen. Voor de ontwikkeling van 'Sergei' doet de ontwerper literatuur- en textuuronderzoek bij IHLIA en couture-borduurhuis Maison Lesage in Parijs. De opgedane kennis wordt ontsloten via een databank en een tentoonstelling bij Szalon Amsterdam. Hiernaast organiseert Westerweel een fotoshoot van de collectie met Nella Roz, waarnaar hij de beelden aanbiedt aan magazines als Dazed, Paper, Slippage en Another Man. Tot slot wordt de collectie gepresenteerd in een galerie tijdens Amsterdam Fashion Week en gaat Westerweel samenwerken met KnitwearLab, Spice PR en Iconic PR.
Ebru Aydin

Ebru Aydin

Audiovisueel maker Ebru Aydin is geselecteerd tijdens de Scout Night in Utrecht. Als Turks-Nederlandse vrouw met een moslimachtergrond zet Aydin zich in voor meer bewustwording in relatie tot de thema's sociale ongelijkheid, migratie & islam, beeldvorming, discriminatie & racisme, identiteit, (super)diversiteit en inclusie. Als vervolg op het project 'Hijabverhalen' onderzoekt Aydin het komende jaar de maatschappelijke positie van moslimvrouwen in Nederland. Ze gaat hiervoor in gesprek met verschillende experts en werkt aan haar artistieke ontwikkeling. Voor haar artistieke ontwikkeling volgt Aydin een cursus in storytelling en raadpleegt ze andere fotografen om van hen te leren. Tevens maakt ze een podcast, waarvoor ze samenwerkt met 'Wij Blijven Hier', een online platform voor Nederlandse moslims. Tot slot ontwikkelt Aydin om een verdiepend programma en expositie in samenwerking met diverse maatschappelijke partijen.
Eduardo Leòn

Eduardo Leòn

Modeontwerper Eduardo Leòn (Avoidstreet) is in 2017 afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld Academie. In zijn multidisciplinaire ontwerppraktijk richt hij zich op het tonen van de schoonheid van het banale en het projecteren van 'high gloss luxury' op het alledaagse. Komend jaar werkt hij aan een nieuwe collectie genaamd 'Piazalle Lotto'. De collectie is vernoemd naar een wijk in Milaan, waar zijn grootmoeder vanuit haar huiskamer een illegaal restaurant runde en Peruaanse immigranten uit verschillende delen van de samenleving een tweede huis vonden. Met dit startpunt wil Leòn het gesprek over immigratie, cultuur, gemeenschap faciliteren, terwijl hij ook de absurditeiten van de mode-industrie aankaart. De collectie komt samen in een fysieke en digitale tentoonstelling, een publicatie, publiek programma en een website. Hiervoor werkt Leòn samen met Amsterdam Warehouse. Verder zoekt hij samenwerkingen op grafisch gebied met Claudia Martinez Garay, Elisabeth Klement van San Serriffe, en op het gebied van audio met Jonathan Casto. Verder is hij van plan een 3D-workshop te volgen aan het AMFI en studiereizen te maken naar Peru en Milaan.
Emilia Tapprest

Emilia Tapprest

Emilia Tapprest is in 2019 afgestudeerd aan het Sandberg Instituut. Met 'NVISIBLE.STUDIO' doet ze onderzoek naar de manier waarop digitaliseringsprocessen de interactie tussen samenleving, ideologie en macht vormgeven. In het ontwikkelplan richt Tapprest zich op een aantal samenwerkingsprojecten waarin film en andere vormen van immersieve storytelling worden ingezet om alternatieve manieren van bestaan te verbeelden. In samenwerking met wetenschapshistoricus Victor Evink werkt Tapprest aan het project 'Zhouwei Network', waarin zestien archetypische en speculatieve samenlevingsmodellen worden verkend. Tijdens het ontwikkeljaar staan drie projecten centraal: 'Sonzai Media', 'Inner Futures', 'Embodied Protocols', hiernaast werkt Tapprest aan drie secondaire projecten: 'Zhōuwéi Network Film', 'Ambitopia', 'Birthpains'. In de professionalisering van haar praktijk volgt de maker performance- en bewegingsworkshops. Als mentoren benadert ze Daan Milius (dramaturg), Huib Haye van der Werf (curator), Daniel van der Velden (ontwerper), Rob Schröder, Martin Lopatka (datawetenschapper) en Romeo Kienzler (IBM). De presentatie van het werk neemt hybride vormen aan in fysieke exposities, workshops en online platforms.
Emirhan Akin

Emirhan Akin

Vanwege de gevoelige aard heeft Emirhakin het verzoek ingediend om het project ongepubliceerd te houden tot het voltooid is.
Gianna Bottema

Gianna Bottema

Gianna Bottema is in 2019 afgestudeerd aan de Architectural Association in Londen en wil in het ontwikkeljaar een kritiek vormen op de Nederlandse woningbouwpraktijk vanuit feministisch en intersectioneel perspectief. Haar onderzoek naar ongelijke verhoudingen in de woningomgeving bevraagt paradigma's rondom gender en seksualiteit en verkent de ruimtelijke mogelijkheden voor economische, politieke en sociale gelijkheid om deze vervolgens te vertalen naar alternatieve woningplattegronden. In de eerste helft van het ontwikkeljaar doet Bottema met 'woonatlas' theoretisch en typologisch onderzoek gedaan. Dit komt onder andere tot uiting in samenwerkingen met deskundigen op het gebied van wonen en genderstudies en een studiereis naar niet-Europese projecten. In de tweede helft wordt met 'woonrevolutie' gewerkt aan experimenten met beeldtechnieken, ontwerpstudies, en speculatieve woonvoorstellen. Ter afsluiting wordt met 'woondiscussie' het werk gepresenteerd via workshops, een publicatie gericht op vakpubliek en een website voor het bredere publiek.
Ivan Čuić

Ivan Čuić

Sound designer Ivan Čuić behaalde een bachelor ArtScience aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten | Koninklijk Conservatorium. Met Kantarion Sound organiseert Čuić programma's, waarin hij live/dj optredens, improvisaties, zelf geïnitieerde projecten, stomme film met live elektronica, tentoonstellingen en luistersessies, combineert. Hij maakt site-specific opstellingen om geluid meer fysiek ervaarbaar te maken en streeft ernaar een optimale relatie tussen geluid, ruimte, publiek en uitvoering te realiseren. Tijdens het ontwikkeljaar focust Čuić zich op de optimalisering van de (lichamelijke) beleving van geluid. Dit doet hij in het project Sonic Elevation dat bestaat uit een geluidswerk, sounds system, akoestische panelen, een opblaasbare matras, mist en licht. Hij zal een op maat gemaakt geluidssysteem bouwen voor Murmur, een ruimte voor geluid in Amsterdam. Hij is met hen een langdurige samenwerking aangegaan in het verkennen van een optimale luisteromgeving. Hij werkt samen met Flex Acoustics, dat flexibele, opblaasbare akoestische units ontwikkelt en initieert een cursus akoestiek samen met een expert. Daarnaast vraagt hij feedback van geluidskunstenaar Sébastien Robert. Verder organiseert hij een 24 uurs luistersessie bij de Zandmotor bij de kust van Den Haag. Hij is uitgenodigd om Sonic Elevation in het Nxt Museum te presenteren en voor een optreden tijdens het festival The Gray Space in the Middle.
Jarmal Martis

Jarmal Martis

Digitaal productontwerper en beeldmaker Jarmal Martis is geselecteerd tijdens de Scout Night in Utrecht. Martis omschrijft in het ontwikkelplan de impact van beeldvorming voor gemeenschappen, specifiek Curaçaoënaars, en hoe bevolkingsgroepen tot stereotypes kunnen worden gereduceerd. De maker wil zich het komende jaar verder op deze thematiek focussen. In het project 'Yuli' volgt Martis voor een langere periode een Curaçaose alleenstaande moeder. Hij gaat één à twee keer per week bij haar op bezoek en documenteert haar leven doormiddel van fotografie. Het komende jaar legt de maker doormiddel van 'participant observation' en co-creatie de basis voor dit project. Daarbij werkt hij aan een korte documentaire en een aantal essays om het verhaal meer gelaagdheid te geven. Tijdens het project werkt Martis samen met documentairemaker Isaura Sanwirjatmo en curator Mona Penn-Jousset. Ook vraagt de maker feedback bij Richard Terborg, Marlike Marks en Francois Hendrickx. De fotoserie en documentatie worden gepresenteerd in een tentoonstelling, waarbij ook een website wordt ontwikkeld.
Karin Fischnaller

Karin Fischnaller

Ontwerper Karin Fischnaller is afgestudeerd aan de master Information Design aan de Design Academy Eindhoven. Fischnaller wil nieuwe technologieën ontrafelen en hun disruptieve impact op systemen blootleggen, zowel in design als in de samenleving. Dit doet ze door interactieve interfaces te ontwikkelen; 'digitale informatieruimten' waar de inhoud in netwerkachtige structuren wordt gereorganiseerd. Door journalistieke methoden, design en creative coding samen te brengen, wil ze nieuwe inzichten en verrassende perspectieven bieden en een publiek debat faciliteren. Tijdens het ontwikkeljaar werkt de aanvrager aan de verdere ontwikkeling van haar methodologie voor het navigeren door complexe en onderling verbonden verhaallijnen op digitale platformen. Ze bouwt aan een kennisdatabase, door interviews met experts af te nemen, masterclasses te volgen en voorbeelden te verzamelen. Met de verzamelde kennis wil ze vervolgens workshops geven aan de Design Academy Eindhoven, de KABK, Free University of Bolzano (IT) of het Critical Media Lab (CH). De bevindingen presenteert ze met online-events en ruimtelijke installaties bij instellingen zoals ACED, The Hmm of On Data and Design (CH) en bij MU artspace, Dutch Design Week of het GLUE festival. Rik Dijkhoff en Roosje Klap hebben toegezegd haar te begeleiden.
Kirsten Spruit

Kirsten Spruit

Grafisch ontwerper Kirsten Spruit studeerde aan de Master Information Design van de Design Academy Eindhoven. In haar werk verhoudt Spruit zich tot het thema 'off time', ofwel 'niets doen'; tijd die binnen een kapitalistische waardesystemen onproductief lijkt, maar volgens haar noodzakelijk is voor een zinvol bestaan. Met gebruik van verschillende media en disciplines creëert ze omstandigheden, omgevingen of prikkels om ruimte te maken voor doelloos denken. Tijdens het ontwikkeljaar scherpt Spruit haar methodieken en theoretisch kader met betrekking tot 'niets doen', werk, productiviteit en technologie aan en maakt ze deze publiek toegankelijk. Tegelijkertijd ontwikkelt ze haar vaardigheden op het gebied van grafisch ontwerp, schrijven, coderen en geluid, en interviewt ze experts via haar radio station Good Times Bad Times. Erik Viskil, hoogleraar Research and Discourse in Artistic Practice aan de Universiteit Leiden, zal begeleiden bij het maken van een essay film. Daarnaast wil ze de onlinecursus Theories of Media and Technology van de New York University en een cursus online publiceren van Laurel Schwulst en John Provencer volgen. Om haar bevindingen te delen ontwikkelt ze een workshop voor kunstacademies, maakt ze een radioshow en vertoont ze haar essayfilm bij Lantaren Venster en Lab1.
Leyla-Nour Benouniche

Leyla-Nour Benouniche

Kunstenaar Leyla-Nour Benouniche studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) Den Haag. Vanuit haar achtergrond als Frans-Algerijnse queer-onderzoeker en facilitator richt ze zich op de verhalen van queer mensen en vrouwen van kleur, met aandacht voor mentale gezondheid en consent. Tijdens haar ontwikkeljaar wil Benouniche bouwen aan een online en real life gemeenschap ter ondersteuning van jonge gemarginaliseerde mensen in Europa, waarin tools, gemeenschappelijke ervaringen en magisch escapisme worden gedeeld. Ze wil hiervoor een videoserie van live talkshows, omlijst door een overkoepelend fictief animatieverhaal, maken. Als voorbeeld dienen populaire 'levenslessen' programma's zoals kinderprogramma's en talkshows zoals Queer Eye of Oprah. Die combineert ze met elementen van sciencefiction afkomstig uit (Noord) Afrikaanse mythologieën en visuele codes uit de queer- en diasporagemeenschappen. Hiervoor doet ze onderzoek naar mediation, sciencefiction, ethische, culturele en digitale geletterdheid. Ze krijgt begeleiding vanuit de (A)wake Artist Residency in MONO Rotterdam. Daarnaast wint ze advies in bij onder anderen Nike Ayinla en Nas Hosen (Orisun studio), Margarita Osipian (The Hmm) en Navild Acosta en Fannie Sosa (experts op het gebied van ethische en inclusieve praktijken). De resulterende workshops, talks en vertoningen wil ze presenteren tijdens festivals zoals het New Radicalism Festival in MONO Rotterdam, Dutch Design Week and The Hang-Out.
Lieke Jildou de Jong

Lieke Jildou de Jong

Lieke Jildou de Jong, afgestudeerd aan de Academie van Bouwkunst, wil zich ontwikkelen als landschapsarchitect met een specialisatie in voedselkringloop. Met haar ontwerppraktijk landscape.collected werkt ze gedurende haar ontwikkeljaar aan het project 'Bodemlegger'. Ze doet daarin onderzoek naar hoe eetcultuur het landschap vormt. Ze voert hiertoe onder anderen gesprekken bij een proefboerderij met kennis over bodemvitaliteit in relatie tot gewassen, met een kok die het voedsellandschap eetbaar maakt en met entomologen die het dieet van insecten en het bodemleven in kaart brengen. Vervolgens start de ontwerpfase. Hierin ontwikkelt ze een ontwerpmethodiek die uitmondt in een installatie die het publiek inzicht geeft in de werking van een ecosysteem. Om haar positie binnen het werkveld te versterken krijgt De Jong begeleiding van verschillende experts en leermeesters, waaronder Lada Hršak die haar over het gehele ontwikkeljaar gaat coachen.
Luis Ferreira

Luis Ferreira

Codeur Luis Ferreira (Schuur Creations) is autodidact en geselecteerd tijdens de Scout Night in Eindhoven. In de afgelopen twee jaar heeft Ferreira zich zelfstandig ontwikkeld in creative coding. In het ontwikkelplan omschrijft Ferreira de ambitie om zich verder te ontwikkelen in het vertellen van verhalen doormiddel van technologie. Het ontwikkelplan is verdeeld over drie fases waaronder: zelfontplooiing door onderzoek en samenwerkingen, inspiratie opdoen met gelijkgestemde makers en het ondersteunen van anderen door middel van workshops. Gedurende het jaar wint de maker kennis in bij onder andere Paul Raats, Alissa+Nienke, Jing Wang, The Orchestra, Ellen de Vries en Ricky van Broekhoven. Verder zoekt hij contact met organisaties die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van zijn praktijk zoals Creative Coding Utrecht, FIBER, Waag en We are Playgrounds. Om de uitwisseling met gelijkgestemden te stimuleren werkt Ferreira aan een platform voor Creative Coders in Eindhoven, dat nu alleen als facebookgroep bestaat. Om zich technisch en artistiek verder te ontwikkelen volgt hij een aantal masterclasses en trainingen, bijvoorbeeld bij Unity's Create with Code. Tot slot vertaalt Ferreira de opgedane kennis naar verschillende workshops die in samenwerking met Future Makers Factory en Sintlucas worden uitgezet.
Maggie Saunders

Maggie Saunders

Ontwerper Maggie Saunders is afgestudeerd aan de afdeling Social Design van de Design Academy Eindhoven. In haar praktijk richt Saunders zich vanuit haar persoonlijke ervaring als stripper op het verbeteren van de arbeidsomstandigheden van sekswerkers. Vanuit die gedachte ontwikkelde ze het social design-project 'Striptopia'; een performatieve ervaring waarmee ze, gebruikmakend van technologische middelen, een nieuwe cultuur rond sekswerk wil creëren. Tijdens het ontwikkeljaar wil Saunders de sociale, performatieve en ruimtelijke beleving van de stripclub verder onderzoeken en ontwikkelen. Ze doet dit in co-creatie met sekswerkers en onder begeleiding van externe experts. Daarbij wil ze nieuwe vormen van sociale interactie tussen publiek en sekswerkers ontwikkelen. De stripclub als een interactieve reis door een reeks gechoreografeerde evenementen benaderen en een nieuwe esthetiek en ruimtelijke indeling onderzoeken die niet langer de regels van de klassieke herenclub volgt. In deze zoektocht wil ze samenwerken met Marieke Samallo (Milkshake Festival), Theo Heskes (Totally Events en Rotterdam Pride) en social media expert Yema Lumumba. Daarnaast zoekt ze contact met Jess Barry onderzoeker gender-sensitive design practices and theory, Joel Blanco, Professor of Design for Innovation and Trend Research at ESD Madrid. De presentatie vindt plaats tijdens Dutch Design Week 2022.
Marcel Mrejen

Marcel Mrejen

Marcel Mrejen behaalde een Bachelor Art & Design aan de Gerrit Rietveld Academie. Zijn praktijk kenmerkt zich door een multidisciplinaire benadering, op het snijvlak van kunst en wetenschap. Hij maakt gebruik van digitale media om nieuwe manieren van leren te ontwikkelen en ons bewustzijn ten aanzien van onze afhankelijkheid van ecosystemen te vergroten. Zijn werk neemt verschillende vormen aan zoals multimedia-installaties, software, AI-modellen, bewegend beeld en publicaties. Tijdens het ontwikkeljaar wil Mrejen in dialoog met makers en denkers een onderzoeksmethodologie ontwikkelen gericht op het leren van niet-menselijke wezens en meervoudige organische intelligenties. Hij zal daartoe materiaalexperimenten uitvoeren en een nieuw werk creëren waarmee hij een breder publiek wil bereiken. In de baai van Paimpol (Frankrijk), zal de aanvrager een site-specific, multisensorische installatie ontwikkelen, gebruikmakend van onderwatersensoren en augmented reality. Het werk van Mrejen zal onderdeel zijn van een tentoonstelling in Frankrijk, daarnaast wil hij het digitale deel van de installatie presenteren in Eindhoven of Rotterdam. Tot slot deelt hij zijn onderzoek via een online kennisplatform en maakt hij een publicatie.
Marko Baković

Marko Baković

Schoenenontwerper Marko Baković behaalde zijn Master in Footwear aan het London College of Fashion. In zijn ontwerppraktijk staan hybriditeit en circulariteit centraal. Tijdens het ontwikkeljaar wil Baković onderzoeken hoe praktijkgerichte kennis kan worden gedigitaliseerd en hoe kant-en-klaar materiaal in schaalbare productieketens kan worden geïncorporeerd. Hij adresseert deze vragen aan de hand van drie elementen: 1. het definiëren van een onderzoekslab, 2. de oprichting van een ambachten database en 3. de productie van 'Collectie 01'. In het onderzoekslab doet Baković verschillende experimenten met schoeisel en werkt hij aan het inzetten van digitale middelen, zoals VR en UX-design binnen het ontwerpproces. De opgedane kennis ontsluit de ontwerper in een database en collectie genaamd '01'. Voor het uitwerken van de collectie doet Bakovic veldonderzoek in Veneto (Italië) en neemt hij individuele lessen bij schoenmaker René van den Berg. Verder gaat hij samenwerken met coder Michiel Heems voor de technische ontwikkeling van het project. De collectie wordt gepresenteerd via een interactieve website met exclusieve tours en tijdens Paris Fashion Week in samenwerking met Tomorrow Ltd.
Octave Rimbert-Rivière

Octave Rimbert-Rivière

Ontwerper en keramist Octave Rimbert-Rivière studeerde in 2020 af aan het Sandberg Instituut. Hij onderzoekt in zijn praktijk het spanningsveld tussen uniciteit, ambacht, massaproductie en nieuwe technologieën. Zijn ontwerpmethodiek gaat uit van bestaande technologie voor een gestroomlijnde productie, die hij vervolgens verstoort om tot unieke resultaten te komen. In de eerste fase van zijn ontwikkeltraject experimenteert Rimbert-Rivière met CAD-software. Hierin wordt hij technische ondersteund door 3D-artiest en gameontwerper Guillaume Roux. In de tweede fase worden de digitale modellen vertaald naar een fysieke vorm met ambachtelijke technieken zoals keramiek en glasblazen. Hierbij wordt de ontwerper begeleid door keramisten Marianne Peijnenburg en Anne Verdier, en glasexpert Steef Hendricks. Uiteindelijk presenteert Rimbert-Rivière zijn werk in een publicatie (in samenwerking met grafisch ontwerper Alex J. Walker en curatoren Sophie Lvoff en Joel Riff), een tentoonstelling in ISO en online (in samenwerking met codeur Olivier Jonvaux).
Patricia Mokosi

Patricia Mokosi

Modeontwerper Patricia Mokosi (On God by Tries) is geselecteerd tijdens de Scout Night in Amsterdam. De maker, geboren in Congo en getogen in Eindhoven, woont momenteel in Amsterdam. Haar inspiratie haalt Mokosi uit haar turbulente jeugd, waardoor ze een fascinatie heeft voor alles wat met het audiovisuele, spirituele en occulte te maken heeft. Komend jaar richt de modeontwerper zich op het verder ontwikkelen van haar label On God by Tries. Hiervoor gaat ze kennis vergaren en werken aan haar technische vaardigheden en volgt een masterclass Textile Design. De resultaten van haar onderzoek verwerkt ze in een collectie unisex kleding en accessoires gemaakt van duurzame materialen. De collectie wordt gepresenteerd in een modeshow en fashionfilm. Voor het versterken van haar publieksbereik werkt Mokosi samen met Blanche Agency.
Renske van Vroonhoven

Renske van Vroonhoven

Geurontwerper en parfumeur Renske van Vroonhoven is autodidact en gescout tijdens de Scout Night Eindhoven. Met haar interdisciplinaire praktijk wil ze veelomvattende ervaringen ontwerpen, waarbij ze zich richt op de zintuigen tast, smaak en vooral reuk - de zogenaamde lower sences, om mensen op een inclusieve manier mee te nemen in een ervaring. Van Vroonhoven staat voor openheid en wil haar kennis en vaardigheden delen met andere kunstenaars, ontwerpers, en studenten. Ze werkt samen met zowel commerciële, als artistieke en wetenschappelijke partners. In 2018 lanceerde ze haar label Attic Lab. Ze is betrokken bij het open source Scent Lab en het samenwerkingsverband Memory Bar. Daarnaast geeft ze als gastdocent les aan de KABK in Den Haag en ArtEZ in Arnhem. Tijdens het ontwikkeljaar richt Van Vroonhoven zich op de relatie geur en herinneringen. Ze verdiept zich (theoretisch en praktisch) in de betekenis van geur als ontwerpmedium en experimenteert met nieuwe technieken. Verder onderzoekt de aanvrager de rol van geur in tentoonstellingen en breidt ze haar betrokkenheid bij het kunstonderwijs uit. Momenteel neemt ze deel aan Tussen Kunst & Skills, een mentorprogramma gericht op ondernemerschap.
Robbert Doelwijt Jr.

Robbert Doelwijt Jr.

Audiovisueel maker Robbert Doelwijt Jr. is geselecteerd tijdens de Scout Night in Amsterdam. In het ontwikkelplan omschrijft Doelwijt de ambitie om zich verder te ontwikkelen als regisseur en schrijver. De maker is geboren in de Bijlmer (Amsterdam) en heeft Surinaamse ouders met roots in Nigeria, Sierra Leone, China en Indonesië.

Deze familiegeschiedenis en het hebben van een biculturele identiteit vormen de basis voor de thema's in de praktijk van Doelwijt. Tijdens het ontwikkeltraject gaat Doelwijt werken aan de korte film 'The Underwear Boys', waarin hij zijn gevoelens over zijn identiteit als zwarte bi-culturele man vastgelegd. Hij zal met ervaren producenten werken om kennis in te winnen over het bouwen van een carrière als schrijver/regisseur. Naast de korte film zal hi jook een eerste hand leggen aan de documentaire 'There's an app for that', die in het teken van Third Culture Kids, een groep jongeren van Gen Z met een biculturele achtergrond. Voor de filmvertoning gaat de maker in gesprek met filmfestivals in Rotterdam, Amsterdam en internationaal.
Rosen Eveleigh

Rosen Eveleigh

Grafisch ontwerper Rosen Eveleigh studeerde aan de Werkplaats Typografie van ArtEZ. In hun praktijk onderzoekt hen hoe queer- en transmensen grafisch ontwerp inzetten om te communiceren en zich te representeren. Hen richt zich op Nederland in de context van de hiv/aids-crisis in de jaren zeventig, tachtig en negentig. Tijdens het ontwikkeljaar wil Eveleigh dit onderzoek verder brengen door middel van een 'reactiveringsfase'. Met een reeks collaboratieve intergenerationele orale geschiedenissen en workshops onderzoekt hen deze queer- en transgeschiedenis vanuit een hedendaags standpunt. Hen hoopt hiermee nieuwe inzichten in de relatie queerness en grafische ontwerp in Nederland te verkrijgen. Hen gebruikt de resultaten van hun onderzoek als basis voor een reeks workshops met queer- en transjongeren. Daarnaast presenteert hen de resultaten van hun onderzoek in een multidisciplinair project, bestaande uit een lezing, debat en publicatie.
Rossel Chaslie

Rossel Chaslie

Illustrator en animator Rossel Chaslie is autodidact en gescout tijdens Scout Night Amsterdam. In zijn praktijk spelen Black History, (anti)racisme en de Afrikaanse diaspora een centrale rol. Met zijn werk wil hij zichzelf, geboren in Suriname, en andere uit de Afrikaanse diaspora en Afrika 'empoweren'. Door Afro-Surinaamse en Afro-Nederlandse verhalen te verbeelden wil hij mensen onderwijzen en emanciperen. Hij zet daarbij fictievormen zoals Afro-futurisme, Sci-fi en fantasy in. Tijdens zijn ontwikkeljaar wil Chaslie zich verder ontwikkelen als visual artist en animator. Hij wil werken aan een pilot voor een Nederlands-Surinaamse animatieserie, een kinderboek en een verzameling illustraties en verhalen over de Zwarte geschiedenis. Hij zal in dit proces samenwerken en uitwisselen met andere animatoren en met stemacteurs en sound designers. In de animatieserie wil hij de geschiedenis van Suriname in de jaren 80 en 90 combineren met een fictief verhaal over het meisje Manu. Hij wil o.a. onderzoek doen in Suriname en samenwerken met The Black Archives. Hij wil zijn werk presenteren aan Afro-Surinamers en Afro-Nederlanders en daarnaast een breed, wit publiek bereiken voor meer begrip en respect voor de Zwarte geschiedenis en cultuur. Daartoe organiseert hij events in zijn studio, maakt video's van het werkproces en biedt stageplekken aan voor jongeren.
Sebastian Stittgen

Sebastian Stittgen

Bio-designer Sebastian Stittgen is afgestudeerd aan de Master Social Design van de Design Academy Eindhoven. In zijn praktijk onderzoekt Stittgen hoe hij via ontwerp ogenschijnlijk waardeloze materie, zoals restproducten van industriele processen, kan omzetten in artefacten met een culturele waarde. Hiermee werpt hij vragen op over de ethische kant van productie en consumptie, en onze morele verantwoordelijkheid hierin. Tijdens zijn ontwikkeljaar ontwikkelt Stittgen onder de noemer 'Matter out of place', drie projecten die elkaar informeren. Voor 'Recombined Wood' onderzoekt hij hoe van lignine en cellulozevezels (industriele afvalstoffen) een nieuw soort hout kan worden gemaakt. In samenwerking met microENVISION en Juan Arturo Garcia maakt hij een reeks interviews over bloed, getiteld 'Fluid Dialogues', bedoeld om stigma's rondom HIV te doorbreken. De derde component bestaat uit de mobiele bio-ontwerp workshop 'Moving Matter Laboratory', gehost door MAK Vienna, dieDAS Design Akademie Saaleck, STORESTORE, BurgHalle University en de Floriade Almere. Bij dit alles betrekt Stittgen komend jaar ontwerper Maurizio Montalti (Officina Corpuscoli) als mentor en sparringspartner.
Shaquille Veldboom

Shaquille Veldboom

Gamedesigner Shaquille Veldboom is geselecteerd tijdens de Scout Night Amsterdam. Veldboom volgde verschillende engineering opleidingen, maar ontdekte dat hij liever verhalen vertelt dan echte auto's ontwerpt. Hij is werkzaam in de videogame industrie en wil nu zijn eigen videogame, getiteld 'GodSpeed' ontwikkelen. Met deze game wil hij zijn persoonlijke ervaringen en levenslessen overbrengen. In deze game volgt hoofdpersoon Grio Yggdrasil, die net als de aanvrager opgroeide in Amsterdam Zuid-Oost, zijn droom en begint zijn eigen automerk. Tijdens zijn ontwikkeljaar wil Veldboom leren hoe hij met zijn 3d-ontwerpen interactieve verhalen kan vertellen. Voor de presentatie van 'GodSpeed' produceert hij een echte versie van de microcar uit de game. De aanvrager organiseert demonstraties van de game op De Dam en andere drukbezochte locaties binnen en buiten Amsterdam. Daarnaast brengt hij zijn game onder de aandacht via social media (YouTube en Instagram) en stelt hij deze beschikbaar op verschillende gameplatformen, zoals Epic game store, Steam, Playstation store en Microsoft store, en aan enkele YouTube racegame streamers.
Stefan Duran

Stefan Duran

Audiovisueel maker Stefan Duran (Tastic Visuals) is geselecteerd tijdens de Scout Night in Rotterdam. Als motion designer heeft Duran de ambitie om zich verder te ontwikkelen op het gebied van animatie. Hij wil de zeggingskracht ervan vergroten. Aanleiding voor zijn onderzoek is de vercommercialisering van Hiphop en de manier waarop deze scene zijn kritische boodschap en positie verliest. Duran stelt zichzelf de vraag: ”Hoe kan ik met de combinatie van muziek, dialoog en animatie een verdiepend en maatschappelijk relevant verhaal overbrengen?” In zijn ontwikkeljaar wil de maker zich focussen op de ontwikkeling van 3D animatie, symboliek en de productie van een muziekvideo en een geanimeerde musical genaamd 'De 3e kamer'. Hij zal tijdens het traject verschillende cursussen volgen waaronder 'motion design professional' bij Created Academy. Duran doet een beroep op de expertise van theaterdramaturg Maarten van Hinte en wil samenwerken met animatie- en illustratiecollectief Lemon Bandit en muziekproducent Tim Block. Hij beoogt de animaties uit te brengen bij Noah's Ark en 101Barz en gaat hiervoor samenwerken met Aidem Agency. De pilot van 'De 3e Kamer' wordt gepubliceerd op een website, samen met korte vlogs, schetsen en een backstory.
Sterre Richard

Sterre Richard

Illustrator Sterre Richard is afgestudeerd aan de Willem de Kooning Academie. Ze wil zich inzetten voor een betere weergave van de manier waarop psychische aandoeningen zich manifesteren, mensen beïnvloeden en wat familie of vrienden kunnen doen om te helpen. Aanleiding is de manier waarop personen met een psychische aandoening in media en popcultuur worden gerepresenteerd. Een voorbeeld hiervan is het veelvoorkomende stereotype van de 'psychotische moordenaar'. Komend jaar werkt Richard aan een script, projectpitch en een stripboek waarin bovengenoemde thema's centraal staan. Richard vraagt striptekenaar en schrijver David Mazzuchelli om haar te begeleiden tijdens het ontwikkeltraject. Ook volgt de maker een aantal schrijfcursussen waaronder de Odysse Writing Workshop in Manchester (VS). Tot slot gaat Richard verder onderzoek doen naar de optimalisatie van fullcolour werk om zo tot bewuste kleurkeuzes te komen.
Süheyla Yalçin

Süheyla Yalçin

Audiovisueel maker Süheyla Yalçin is geselecteerd tijdens de Scout Night in Eindhoven. Tijdens het ontwikkeljaar stelt Yalçin, als dochter van ouders met een migratiegeschiedenis, het claimen van de vergeten Turkse geschiedenis centraal in haar onderzoek. In het project 'De Diaspora Designer' bevraagt de maker op satirische doch kritische wijze wie bepaalt wat design is. Het project wordt opgedeeld in vier fases. In Fase A doet Yalçin onderzoek in steden die haar inzicht kunnen geven in de ontwikkeling van migratiestromen van Turkse arbeiders, zoals Eindhoven, Gent (BE), Schiedam, Saarlouis (DU) en Istanbul (TR). In Fase B werkt Yalçin aan het schrijven van scenario's, editen van audio en ontwikkelt ze vaardigheden op het gebied van grafische vormgeving. De maker doet een beroep op de expertise van onder andere Mustafa Duygulu, Collectief Schik en Roisin Tapponi. In Fase C en D werkt Yalçin aan meerdere cross-mediale producties waaronder een audiovisuele documentaire. Ze hoopt deze te presenteren bij platformen als de VPRO en HUMAN.
Tabea Nixdorff

Tabea Nixdorff

Tabea Nixdorff is afgestudeerd van de Werkplaats Typografie in Arnhem en focust zich tijdens het ontwikkeljaar op het onderzoeksproject 'su-sur-rous (a chorus of expanded bodies from the margins)'. Het project is een zoektocht naar onder-gerepresenteerde biografieën van hen die, via hybridisatie van hun lichaam met muziekinstrumenten, machines, of andere technologieën, alternatieve talen hebben ontwikkeld. Daarnaast is Nixdorff van plan verder te werken met Setareh Noorani aan een onderzoek over intersectionele, feministische ontwerpstrategieën gedurende de tweede feministische golf in Nederland. Samen met Gerardo Ismael Madera ontwikkelt ze een seminar en zoekt ze verbinding met scholen en culturele instituties. Tijdens het jaar wint ze expertise in van geluidskunstenaar en dichter Caroline Bergvall. Ook vernieuwt ze haar website in samenwerking met webdeveloper Magalie Chetrit en volgt ze stemtraining bij vocalist Fides Krucker. Het onderzoek komt samen in een publicatie die gepaard gaat met een aantal luistersessies en performatieve lezingen met gastsprekers. Nixdorff heeft hiervoor Kunstverein Amsterdam en Errant Sound in Berlijn als locaties in gedachten.
Tobie van Putten

Tobie van Putten

Modeontwerper Tobie van Putten is autodidact en werd gescout tijdens de Scout Night Eindhoven. Onder zijn label new.toob presenteert hij kleding waarin hij illustratie en mode samenbrengt. Zijn ontwerpproces start vanuit een illustratie, die hij omzet in een dessin. Dat dessin drukt hij op stof en van daaruit ontwerpt hij een kledingstuk. Tijdens het ontwikkeljaar richt hij zich op het maken van zijn eigen textiel, om daarmee een grotere keuzevrijheid, meer autonomie en duurzame stoffen te ontwikkelen. Hij wil zich daartoe verder verdiepen in de eigenschappen van textiel, nieuwe weeftechnieken leren en experimenteren met het drukken op technische stoffen. Hij wint expertise in bij Yumuna Forzani, die gebreide kunst en eigen stoffen maakt. In het TexielLab in Tilburg werkt hij met 3D-print designer Rutger Paulusse en met Vince Reece Hale ontwikkelt hij een collectie denims. Van Leonore Boeke leert hij patroontekenen. Met fotograaf Tom ten Seldam werkt hij aan zijn website. Deze interdisciplinaire samenwerkingen brengen hem: een eigen stof, een verbeterde pasvorm, meer detail in de kleding via 3D-print design, een nieuwe collectie en professionele campagnes. Die collectie presenteert hij in een interactieve installatie.
Yuro Moniz

Yuro Moniz

Ceramist en maker Yuro Moniz is geselecteerd tijdens de Scout Night in Rotterdam. Moniz werkt op een ambachtelijke manier met klei en gaat met haar vazen en objecten terug naar de essentie van wat ons mens maakt. Komend jaar legt Moniz zich toe op het verder ontwikkelen van haar technische vaardigheden, specifiek het met de hand vormen van keramiek. Met het project 'Transcend the Mundane' specialiseert zij zich in de vorm, functie en het verhaal van een object. Thema's als symboliek, afkomst en culturele waarden spelen hierbij een belangrijke rol. Door onderzoek te doen naar oude decoratietechnieken, waaronder vergulden, versterkt Moniz haar eigen beeldtaal. Ter ere van haar dertigste verjaardag maakt Moniz een serie van dertig objecten die te zien zijn tijdens een solo-expositie. Daarnaast presenteert de ceramist haar werk op de Salone Del Mobile in Milaan. Voor begeleiding tijdens het ontwikkeltraject doet Moniz een beroep op de artistieke en zakelijke kennis van ontwerper Harvey Bouterse. Verder gaat de maker op bezoek bij Atelier NL, volgt diverse workshops en doet archiefonderzoek bij The Black Archives.
Zalán Szakács

Zalán Szakács

Zalán Szakács behaalde een Master in Fine Art en Design aan het Piet Zwart Instituut. In zijn praktijk wil hij, door middel van archeologisch onderzoek, vergeten media weer zichtbaar maken. Komend jaar focust Szakács zich op de verdere ontwikkeling van zijn eigen methodiek, artistieke signatuur en positionering binnen het digitale cultuurveld. Hij ontwikkelt twee project: 'Lichtspiel' en 'Tisztás'. Voor 'Lichtspiel' verdiept de maker zich in 17e-eeuwse lenzen en lichtreflecties en hun metaforische kwaliteiten. Prof. dr. Frank Kessler zal hem hierbij begeleiden. Daarnaast gaat hij in gesprek met media archeoloog Erkki Huhtamo, docent media Eric Kluitenberg, prof. dr. Nana Verhoeff, media producent Rudi Knoops, directeur Sonic Acts Lucas van der Velden, kunstenaar Joost Rekveld en onderzoeker Javier Lloret Pardo voor artistieke, inhoudelijke en technische begeleiding. Voor het project 'Tisztás' maakt Szakács zowel fysiek als mentaal een reis naar zijn kindertijd in Transsylvanië. In de Karpatische bergen verzamelt hij data over geuren, geluiden, materialen en licht. Hij werkt samen met geurkunstenaar Klara Ravat. Verder betrekt de aanvrager expertise van onder andere organisator Paulien Dresscher, Jarl Schurlp (oprichter Fiber), kunstenaar Eva Fischer, fotograaf Sophie de Vos en curator Viola Lukacs. Beide projecten resulteren in installaties die tijdens Dutch Design Week 2022 worden gepresenteerd.
Andrius Arutiunian

Andrius Arutiunian

Andrius Arutiunian heeft in 2016 de master compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag afgerond. In zijn praktijk staan geluid en hybride vormen van media centraal. De afgelopen jaren heeft hij zich gericht op specifieke thema's zoals migratie en nieuwe technologieën, waaronder het gebruik van kunstmatige intelligentie. Komend jaar wil hij onderzoeken hoe ontheemding en afwijkende meningen impact hebben op gemeenschappen en hoe deze zich manifesteren door geluid in het post-digitale tijdperk. Hij is van plan een onderzoeksmethode te ontwikkelen op basis van het begrip 'Gharib', dat in het Arabisch, Persisch en Armeens 'vreemd' of 'geheimzinnig' betekent. Het plan is verdeeld in drie fasen: ten eerste onderzoek en het verzamelen van sonische artefacten die verband houden met het begrip 'Gharib' en een residentietraject bij Korzo in Den Haag, waar hij een audiovisuele performance maakt; vervolgens het uitbreiden van zijn netwerk middels mentor- en luistersessies met gevestigde kunstenaars die met dezelfde thema's bezig zijn; en tot slot de ontwikkeling van een digitale video en audiovisuele installatie voor een solotentoonstelling bij RIB in Rotterdam.
Asefeh Tayebani
Asefeh Tayebani
Asefeh Tayebani
Asefeh Tayebani

Asefeh Tayebani

Asefeh Tayebani behaalde in 2018 haar bachelor product design aan de Gerrit Rietveld Academie. In haar praktijk is zij bezig met onderwerpen die vol zitten met misvattingen en stigma's. Komend jaar richt Tayebani zich op twee projecten. Het eerste is de voortzetting van het project 'But you don't look autistic', een onderzoek waarmee ze informatie over autisme bij vrouwen en non-binaire mensen verzamelt en presenteert, met als doel de dialoog hierover aan te zwengelen. Hiervoor ontwikkelt de aanvrager samen met grafisch ontwerper Fallon Does een online platform. Het tweede project is een materiaalonderzoek naar het concept 'wonden', onder de noemer 'Leaving Traces'. Zij wil daarbij verschillende technieken leren om materialen als textiel en metaal te herstellen en te repareren. Uiteindelijk wil ze het materiaalonderzoek presenteren in een tentoonstelling en publicatie. Als locatie voor de lancering van het online platform wordt gekeken naar Mediamatic.
Audrey Large

Audrey Large

Ontwerper Audrey Large is afgestudeerd aan de masteropleiding social design van de Design Academy Eindhoven. Haar praktijk bevindt zich op het snijvlak van nieuwe technologie als autonome (ontwerp)methode en (product)ontwerp als vorm van creatieve expressie. Ze is geïnteresseerd in de associaties tussen beide domeinen en de implicaties hiervan voor de huidige maatschappij. Het ondervragen van materialen vraagt om het herdefiniëren van de gereedschappen, waarmee ze worden gevormd. Dit roept ook vragen op over de status van de ontwerper en diens rol in het navigeren door 2D-beelden, 3D-bestanden, bewegend beeld en objecten, zo stelt Large. Komend jaar wil ze haar reflecties op de status van 'het beeld-als-object' verder verdiepen en haar professionele ontwerppraktijk bestendigen door haar culturele ondernemerschap te versterken. De eerste helft van haar ontwikkeljaar staat in het teken van een soloshow met haar 'MetaObjects' bij Nilufar Gallery in Italië. Met het visueel materiaal dat ze produceert tijdens het creëren van de Metaobjects, wil ze na de show een fictief narratief rondom de objecten ontwikkelen en een volgende stap zetten in de vertaling van materiaal in verschillende formats, van stil tot bewegend beeld en alles daartussen. Ze gaat experimenteren met CGI-manipulatie en verschillende digitale productietechnieken. Tijdens haar ontwikkeljaar werkt Large samen met verschillende partijen en laat ze zich onder andere adviseren door ontwerper en softwareontwikkelaar Femke Snelting.
Bodil Ouedraogo

Bodil Ouedraogo

Bodil Ouedraogo studeerde in 2019 af aan de modeopleiding van de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Haar praktijk bestaat uit het ontwerpen van draagbare kleding evenals de productie van installaties en video's, met een focus op het uitdrukken van haar eigen bi-culturele identiteit. Haar ontwikkelplan richt zich op het ontwikkelen van twee nieuwe 'chapters' die samen als presentaties een verhaal vertellen over het uitstralen van trots middels het fenomeen 'dressing up'. Het eerste project is een performatieve show over de traditionele 'grand boubou', een driedelig pak dat gedragen wordt in West-Afrika. Op de grote hoeveelheid stof van dit kledingstuk wil Ouedraogo videomateriaal projecteren. Hiervoor gaat zij een samenwerking aan met danser en choreograaf Christiaan Yav en regisseur Florian Johan. Het tweede project betreft een onderzoek naar het uitdragen van trots door middel van rijkdom in de West-Afrikaande kunst van 'dressing up'. Om dit onderzoek uit te voeren reist Ouedraogo naar Mali en Nigeria en werkt zij samen met JeanPaul Paula en Stephan Tayo. Door middel van fotografie en print legt Ouedraogo een link tussen het uitdragen van rijkdom in sieraden en accessoires tussen de mode in West-Afrika en West-Europa. Voor de presentaties van beide projecten wordt gekeken naar onder anderen de Amsterdam Fashion Week en Foam.
Cleo Tsw

Cleo Tsw

Grafisch ontwerper Cleo Tsw is afgestudeerd aan de bacheloropleiding grafisch ontwerpen van de Rietveld Academie in Amsterdam. Tijdens haar afstuderen heeft zij het onderzoeksplatform en experimentele tijdschrift 'Off Course' opgezet, waarin het onderzoeken van taal en visuele geletterdheid vanuit een dekoloniaal perspectief centraal staat. Komend jaar richt Tsw zich op het ontwikkelen en produceren van de eerste online en geprinte editie van Off Course en het versterken van haar educatieve praktijk. Deze editie omvat een serie artikelen die zich door hun beeldende vorm onderscheiden van conventionele journalistiek, zoals typografische essays, beeldessays, comics, lexicons en poëtisch proza. Tsw is van plan op grote schaal samen te werken bij de inhoud, productie en distributie van deze publicatie.
Don Kwaning

Don Kwaning

Don Kwaning heeft in 2018 de bacheloropleiding Man and Well-Being aan de Design Academy Eindhoven afgerond. In zijn praktijk is hij bezig met zowel artistieke en industriële materiaalontwikkeling als met het ontwerpen van eindproducten. Met zijn afstudeerproject 'Medulla' ontwikkelde hij circulaire materialen vanuit de pitrus, een in Nederland veelvoorkomend onkruid. Komend jaar geeft hij vervolg aan dit project en wil hij zich verder ontwikkelen tot ambachtsman in materiaalontwikkeling. Hij gaat onderzoeken welke pitrusmaterialen het meest geschikt zijn voor doorontwikkeling voor de commerciële markt, en of de pitrus kan worden verbouwd als natte teelt, waarmee bodemdaling kan worden tegengaan en waarvan de materialen, gemaakt van deze grondstoffen, een verdienmodel kunnen opleveren voor boeren. Hij wordt hierin geholpen door de Green Chemistry Campus. Daarnaast start hij twee nieuwe projecten waarin hij vanuit zijn artistieke interesses materiaalexperimenten gaat doen met flexibel aluminium en aangetast hout. Hiervoor gaat hij samenwerken en advies inwinnen van mandenvlechtster Esmé Hofman, productontwerper Bertjan Pot, en verschillende 3D-vormgevers. Door zijn materiaalexperimenten persoonlijker te maken, beoogt Kwaning zijn identiteit als ontwerper te versterken en zijn praktijk beter te positioneren binnen de ontwerpsector. De resultaten van zijn projecten zullen worden gepresenteerd op de Milaan Design Week en de Dutch Design Week.
Fana Richters

Fana Richters

Modeontwerper en interdisciplinair kunstenaar Fana Richters is geselecteerd tijdens de scout night in Amsterdam. Komend jaar wil ze zich verder ontwikkelen op artistiek inhoudelijk gebied, technische vaardigheden en presentatie. Zij doet dit aan de hand van het project 'The Walking Exhibition', waarin ze een brug slaat tussen de artistieke wereld en de mode-industrie. Omringd door experts en adviseurs op verschillende gebieden, waaronder mode en textiel, gaat ze een serie pakken ontwikkelen. Centraal staat haar eigen fotografiehandschrift, die wordt gekenmerkt door collagetechnieken. Het pak wordt gemaakt onder begeleiding van Marlon Lima, die het borduurproces overziet en kan adviseren in verschillende mogelijkheden. Verder doet Richters beroep op de expertise van Geobella Fini die helpt bij het uitwerken van digitale schetsen en conceptuele mode. Duurzaamheid is volgens Richters een onmisbaar element en ze wil dit dan ook zeker laten blijken uit het ontwerp door onder andere gebruik te maken van het natuurgewas Hennep. Het eindproduct wordt gepresenteerd tijdens een modeshow waarin Richters wil kennismaken met een commerciële manier van presentatie.
Frances Rompas

Frances Rompas

Filmmaker en bioloog Frances Romas is geselecteerd tijdens de scout night in Utrecht. In haar praktijk richt ze zich op het vertellen van fictieve, satirische en autobiografisch gekleurde verhalen in de vorm van immersieve film en video-installaties. Volgens Rompas zijn transgenerationeel overgedragen verwachtingen en ideeën over het land van herkomst vooral gebaseerd op emoties en herinneringen. Het beeld van het vaderland, of zoals Rompas liever stelt, het moederland kan hierdoor zijn geromantiseerd. Met een interactieve video-installatie neemt Rompas de kijker mee in een persoonlijk proces, waarin ze onderzoekt wat etniciteit betekent en hoe dit kan worden gedeconstrueerd. Komend jaar gaat ze experimenteren met miniaturen, decor, shot design en objecttheater. Onderdeel van de installatie is een beeld dat Rompas wil maken rondom een traditioneel ritueel en kostuum. Hiervoor gaat de filmmaker een samenwerking opzoeken met kostuumontwerper Floor Nagler. Door het volgen van verschillende schrijfcursussen wil Rompas scriptschrijven en methodes leren om biografisch materiaal in een sociaal-politieke context te plaatsen. De presentatiemogelijkheden zijn nog open en afhankelijk van een onderzoek dat Rompas doet naar ruimtelijke installaties in relatie tot publiek. Om hier meer grip op te krijgen gaat Rompas een cursus volgen aan het Instituto Europeo di Design.
Fransje Gimbrere

Fransje Gimbrere

Ontwerper en artdirector Fransje Gimbrere behaalde in 2017 haar bachelor vormgeving aan de Design Academy Eindhoven. In haar praktijk tracht zij verwondering te creëren en de zintuigen te stimuleren door materiaal te manipuleren. Komend jaar wil zij het belang van zintuiglijke vormgeving onder de aandacht brengen en laten zien hoe je hier als ontwerper op kunt inspelen. In haar ontwikkelplan besteedt ze aandacht aan zowel het verbreden van haar kennis en vaardigheden als aan het verdiepen van de ontwerpmethodiek en het verbeteren van de positionering van haar praktijk. Ze omschrijft hiervoor drie fases. De eerste is theoretisch onderzoek, waarbij zij zich verdiept in de wetenschappelijke studies en visies over het verband tussen vormgeving, de menselijke psyche en emotie. Daarop volgt de fase van experimenteel materiaalonderzoek om uit te zoeken wat prikkelt en uitnodigt tot aanraking. In de derde fase maakt ze de vertaalslag naar mogelijke toepassingen en implementaties. Gimbrere zoekt hierbij hulp van marketingprofessionals en experts in het maken van een boek. De resultaten worden gepresenteerd in de vorm van een tactiel manifest en een expositie.
Funs Janssen

Funs Janssen

Funs Janssen behaalde in 2017 zijn bachelor vormgeving aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. In zijn praktijk combineert hij het illustratorschap met het vakmanschap van glas in lood zetten. Als beeldmaker houdt hij zich bezig met grootstedelijkheid en jongerencultuur. Komend jaar wil hij onderzoek doen naar de geschiedenis van de visuele beeldcultuur, zijn positie als maker constant blijven bevragen en kritisch kijken naar de hedendaagse beeldcultuur. Middels een multidisciplinair onderzoeksproject op zowel theoretisch als technisch gebied gaat hij op zoek naar antwoord op de vraag: Hoe kan ik het cinematografische aspect van mijn werk meer toepassen via het medium glas in lood, om zo iconische beelden te creëren? Hij volgt diverse workshops op het gebied van de printtechnieken riso en zeefdruk en het ambacht van glas in lood. Ook schakelt hij de expertise in van The Black Archives en socioloog Teana Boston-Mammah. Uiteindelijk wil hij een aantal ruimtelijke werken ontwikkelen die een cinematografische esthetiek bevatten en uitnodigen tot dialoog. Deze werken worden gepresenteerd bij galeries en kunstinstellingen.
Gabriel Fontana

Gabriel Fontana

Ontwerper en onderzoeker Gabriel Fontana behaalde in 2018 zijn master social design aan de Design Academy Eindhoven. Met zijn ontwerppraktijk onderzoekt hij hoe ons lichaam sociale normen uitdraagt, internaliseert en reproduceert. Fontana doet daarbij een voorstel voor manieren om dit af te leren middels interventies in de openbare ruimte en activiteiten op het gebied van sport en onderwijs. Zijn ontwikkelplan richt zich op twee projecten, waarmee hij een sterke basis wil leggen in kinesthetisch leren en zich wil specialiseren op het gebied van queer-pedagogiek. Met het project 'Voice and (Hear)archies' ontwikkelt hij een reeks nieuwe sportgames waarin stemmen, geluiden en nieuwe manieren van luisteren worden ingezet om een verandering te bewerkstellingen in de manier waarop kracht wordt uitgeoefend tijdens sport. Het project 'Safe(r) Landscapes' bestaat uit een 'queering manuel', een publicatie waarin hij voorstellen doet voor maatregelen die scholen kunnen nemen om een inclusievere omgeving te creëren. Fontane wil zijn blik op het werkveld verruimen door samen te werken met verschillende professionals, waaronder een gendergeograaf, middelbare schooldocent en grafisch ontwerper. Verder is hij van plan om workshops te geven op scholen en instellingen in Nederland en Frankrijk. Zijn werk wordt onder anderen gepresenteerd bij Onomatopee in Eindhoven en tijdens de internationale designbiennale in Saint-Éttienne.
ILLM

ILLM

Kalligraaf Qasim Arif is geselecteerd tijdens de scout night in Rotterdam. Arif heeft zich de afgelopen tien jaar het ambacht van Arabische kalligrafie eigen gemaakt. Zijn visuele stijl wordt sterk beïnvloed door elementen van hiphop en popcultuur. Centraal in het werk staan verschillende aspecten van identiteit met in het bijzonder zijn achtergrond als 'third culture kid'. Tijdens het ontwikkeljaar wil Arif door middel van 3D nieuwe manieren van ontwerpen ontdekken. Hij stelt dat een groot deel van de islamitische kunst zich enkel verhoudt tot het tweedimensionale oppervlak, omdat het beeldhouwen van levende wezens uitsluitend is toebedeeld aan een god. Binnen deze kaders wil Arif de grenzen opzoeken en Arabische kalligrafie omzetten naar 3D-sculpturen. Hij doet dit onder andere aan de hand van de Nike Air Max 1. Volgens Arif is de cultschoen niet alleen een symbool van sociale status, maar representeert het ook dromen, wensen en herinneringen van kinderen met een migratieachtergrond. Voor zijn professionele en artistieke ontwikkeling neemt Arif deel aan een aantal cursussen, waaronder 3D-modelering, 3D-printing en 'Sculpturing, Molding, Casting & Finishing'. Oprichter van de 3D-printer Cyrus Sasan Seyedi begeleidt Arif in 3D-printtechnieken en waakt over de kwaliteit van de print. Daarnaast benadert de aanvrager kunstenaar Joseph Klibansky voor advies over het produceren van sculpturen, maar ook het marketen via sociale media. Tot slot vraagt Arif een traineeship aan bij El Seed, een Frans-Tunesische kalligraaf. De resultaten van het traject worden zowel online als offline gepresenteerd.
Inez Naomi

Inez Naomi

Stylist en modeontwerper Inez Naomi is geselecteerd tijdens de scout night in Rotterdam. Komend jaar staat in het teken van het opbouwen van haar modelabel 'Versatile Forever', waarin ze vintage kleding upcyclet naar nieuwe kwalitatief hoogwaardige en trendy stukken. Uitgangspunten van het label zijn duurzaamheid, toegankelijkheid en draagbaarheid. Om aan kleding te komen gaat Naomi samenwerken met verschillende Nederlandse organisaties die tweedehandskleding inzamelen. Ook wil ze 'deadstock' inkopen bij modebedrijven. De eerste collectie is geïnspireerd door teamsporten. Ze gebruikt de metafoor van de 'benchwarmer', spelers die altijd op de bank zitten of als laatste worden gekozen, die ze wil presenteren als 'winnaars'. Ze gaat een team samenstellen met vertegenwoordigers van ondergerepresenteerde groepen en hun verhalen vertalen in de collectie. Voor de ontwikkeling en productie van de collectie werkt ze in eerste instantie samen met de Wasserij. Vervolgens wil ze onderzoeken of ze kan opschalen naar een Europese productiepartner. Samen met een PR-agent, bijvoorbeeld Eva Peters PR of Feel Agency, gaat Naomi een strategie ontwikkelen voor de zichtbaarheid en het publieksbereik van haar label. Naast het label richt Naomi zich ook op styling en artdirection. Onder haar eigen naam 'Inez Naomi', werkt zij samen met verschillende kunstenaars aan het vormgeven van photoshoots en videoclips. Het creatieve proces hierachter wil ze gaan ontsluiten via wekelijkse vlogs.
Irakli Sabekia

Irakli Sabekia

Ontwerper Irakli Sabekia is afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven in de richting Man and Leisure. In zijn multidisciplinaire praktijk combineert hij data, licht, geluid, (archief)beelden en technologie in immersieve installaties, waarmee hij bestaande structuren ondervraagt. Komend jaar wil Sabekia zijn ontwerpmethodiek verdiepen en zijn netwerk buiten de culturele wereld versterken. Hij gaat nieuwe technieken ontwikkelen op het gebied van projectie en experimentele storytelling, samenwerken met maatschappelijke organisaties (NGO's) op het gebied van mensenrechten en ecologie en een online platform ontwikkelen dat zijn onderzoek ontsluit. Centraal hierbij staat zijn eindexamenwerk 'Voicing Borders', waarin hij de bevolking in de door Rusland bezette gebieden van Georgië een stem geeft. In de volgende fase van dit project gaat Sabekia veldonderzoek doen in Georgië, samen met documentairefotograaf Tako Robakidze. De resultaten zullen dit najaar te zien zijn in een interactieve documentaire-installatie bij het DocLab op IDFA Hiernaast is hij van plan om zijn werk te presenteren bij IMPAKT, MU en TAC. Met de presentaties, beoogt hij de interesse te wekken van organisaties als Amnesty International Nederland of Terre des Hommes, om vervolgens met hun een samenwerking op te zetten, bijvoorbeeld in de vorm van een residentie. Tot slot versterkt Sabekia zijn culturele ondernemerschap door coaching op zakelijk gebied en strategie.
Jean-Francois Gauthier

Jean-Francois Gauthier

Jean-François Gauthier studeerde in 2019 af aan de Academie van Bouwkunst met een master in landschapsarchitectuur. In zijn praktijk richt hij zich op het ontwikkelen van nieuwe stedelijke typologieën waarin bomen centraal staan. Volgens Gauthier is er een radicale verandering nodig binnen de huidige stedenbouw, zodat burgers meer toegang hebben tot natuur in hun dagelijkse leven. Middels verschillende mixed-mediatechnieken wil Gauthier speculatieve landschapsontwerpen maken die visualiseren hoe een bos eruit kan zien in het publieke domein. De mogelijkheden voor een alternatieve vorm van stedenbouw, waarin de waarde van het bos centraal staat, wordt toegankelijk gemaakt in een atlas. De atlas gaat op artistieke wijze antwoord geven op de vraag hoe het bos van de toekomst eruit gaat zien. Gauthier vraagt hulp aan deskundigen, zoals Marco Roos, Cecil Konijnendijk en Marjolijn Boterenbrood. Zij gaan Gauthier begeleiden in het vinden van de juiste boomsoorten, bij de sociaal-maatschappelijke aspecten en in het artistieke proces binnen het onderzoek. Resultaten uit het onderzoek worden op verschillende plekken getest en gepresenteerd, waaronder in Den Haag en bij Terra Nostra.
JeanPaul Paula

JeanPaul Paula

Interdisciplinair beeldmaker JeanPaul Paula is geselecteerd tijdens de Scout Night Amsterdam. Hij richt zich op het creëren van veilige plekken en momenten van uitwisseling. In zijn praktijk staan zijn persoonlijke ervaringen als 'non-conforming zwarte queer man' en zijn strijd tegen racisme, seksisme en (gender)stereotyperingen centraal. Tijdens het ontwikkeljaar gaat Paula onderzoeken waarom LGBT+ mensen geboren in Caraïbische (immigranten) families vaker te maken hebben met verstoting en mentaal en lichamelijk geweld. Door in dialoog te gaan met zijn eigen familie(geschiedenis) en deze te plaatsen in de context van vraagstukken rondom bi-culturele identiteit, migratie, alledaags racisme, culturele trots, het Christendom en Caraïbische idealen over mannelijkheid, wil hij analyseren hoe immigrantenfamilies balanceren tussen twee culturen. Aan welke delen van je culturele erfgoed hou je vast? Hoe ga je om met de assimilatie in een culturele context die je een buitenstaander laat voelen? Het onderzoek krijgt vorm in een documentairefilm die onder andere getoond gaat worden in de Melkweg in Amsterdam. Naar aanleiding van de film gaat Paula ook in gesprek met zwarte LGBT+-jongeren.
Johanna Seelemann

Johanna Seelemann

Ontwerper Johanna Seelemann behaalde haar masterdiploma in de richting Contextual Design aan de Design Academy Eindhoven. Ze is geïnteresseerd in de vraag: Hoe kunnen we ontwerpen voor een wereld die in gevaar is? Haar ontwikkelplan richt zich op twee projecten waarin het concept van 'veerkracht' (resillience) centraal staat. Het eerste project 'Perpetual Change' gaat in op lokaliteit en is een conceptuele doorontwikkeling van het eerdere werk 'Terra Incognita'. Binnen 'Perpetual Change' stelt Seeleman vragen als: Wat betekent het om veerkrachtig te ontwerpen op lokaal niveau? Wat kunnen we bereiken door thuis te produceren en is dit realistisch? Het onderzoek krijgt vorm in een serie van huishoudelijke objecten, waarin het concept 'veerkracht' op verschillende niveaus wordt ondervraagd, waaronder door het materiaal en de productietechniek. In het tweede project 'Desarster' richt de ontwerper zich op de bijdrage die ontwerp kan leveren aan veerkracht in tijden van crisis. Desarster bestaat uit een online platform, waarop Seelemann onderzoek en informatie archiveert op het snijvlak van ramp- en risicomanagement en design. Ze werkt hiervoor samen met onderzoeker Uta Reichardt, een IJslandse expert op het gebied van risicomanagement bij rampen. De insteek is om een wisselwerking te creëren tussen ontwerp en risicomanagement, waarbij beide disciplines gelijkwaardig worden benaderd. Naast de ontwikkeling van een archief zullen Reichardt en Seelemann een serie workshops ontwikkelen voor onder andere kunstacademies en een publicatie.
Josse Pyl

Josse Pyl

Ontwerper en kunstenaar Josse Pyl behaalde zijn master aan de Werkplaats Typografie van ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Nadat hij de afgelopen jaren de visuele taal als werkmateriaal heeft gebruikt voor het maken van ruimtelijke installaties, richt hij zich komend jaar op het publiceren en distribueren van taalonderzoeken door middel van gedrukte en digitale media. Door het maken van een boek, film en website gaat Pyl de grens tussen realiteit, kennis en perceptie bevragen. Hiervoor zet hij een theoretisch en filosofisch onderzoek op naar historische systemen die zijn ontwikkeld om de wereld te ordenen. Paralel hieraan bevraagt Pyl in zijn artistiek proces hoe de wereld kan worden gelezen door deze te herschrijven. Dit doet hij door een geprinte publicatie te maken, waarin hij onderzoekt hoe het boek functioneert als een ruimte van kennis en gedachten, hoe deze een abstracte vorm krijgen en daaropvolgend wordt doorgegeven aan de geest van de lezer. Verder is Pyl van plan dit onderzoek te vertalen naar een serie animatiefilms. Hiermee onderzoekt hij hoe cinematografische structuren van bewegend beeld en geluid een nieuwe stap kunnen vormen binnen zijn werk. Uiteindelijk brengt hij alles samen op een website die fungeert als online archief en distributiekanaal voor het onderzoek.
Khalid Amakran

Khalid Amakran

Fotograaf Khalid Amakran is geselecteerd tijdens de scout night in Rotterdam. Amakran is autodidact. Vanuit een gedrevenheid en ambitie heeft Amakran zich kunnen ontwikkelen van hobbyist tot portretfotograaf met een duurzaam bedrijf. Komend jaar wil hij meer ruimte creëren voor onderzoek en reflectie. Samen met conceptontwikkelaar Anne Bloemendaal gaat Amakran een strategie ontwikkelen die zijn professionele en creatieve ontwikkeling versterkt. Hij doet dit aan de hand van '3ish', een project dat identiteitsvorming rondom Marokkaans-Nederlandse jongeren van de tweede en derde generatie inzichtelijk maakt. Loyaliteitskwesties, code-switching, institutioneel racisme, jihadisme en politisering van vooral mannelijke Marokaanse-Nederlanders zorgen dat individuele keuzes zwaar en beladen worden. Door gemeenschapsdenken heeft deze doelgroep het idee dat keuzes een hele groep beïnvloeden met als gevolg een worsteling van wie ze willen en moeten zijn. Het project krijgt vorm in een video en een boek. Hiernaast gaat Amakran zijn technische vaardigheden op het gebied van film, onderzoek en signatuur versterken. Inhoudelijke begeleiding zoekt Amakran bij fotografen en beeldredacteuren waaronder Ari Versluis, Mounir Raji en Nicole Robbers.
Lesia Topolnyk

Lesia Topolnyk

Architect Lesia Topolnyk is in 2018 afgestudeerd aan de masteropleiding architectuur van de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Haar blik op architectuur is gevormd door haar jeugd in de Oekraïne, dat sinds het uiteenvallen van de Sovjet Unie verkeert in een onstabiele politieke situatie. Vanuit deze achtergrond en met oog voor specifieke geografische en sociopolitieke contexten, ontwikkelt Topolnyk grootschalige ruimtelijke interventies die door hun omvang en gelaagdheid doen denken aan landschappen. Tijdens het ontwikkeljaar onderzoekt ze de werking van democratie in relatie tot architectuur. Hiervoor gaat ze een aantal internationale instituties, waaronder het Internationaal Strafhof in Den Haag, NATO in Brussel, het VN-hoofdkantoor in New York en het Kremlin analyseren en met elkaar vergelijken. Ze onderzoekt niet alleen het gebouw waarin het instituut is gehuisvest, maar ook de stedelijke, juridische, democratische en institutionele structuren die hieraan ten grondslag liggen. De bevindingen moeten leiden tot een aantal speculatieve scenario's en tools die het democratisch proces effectiever en inclusiever maken. In dit traject wint Topolnyk zowel binnen als buiten het architectuurveld advies in bij partijen zoals kunstenaar Jonas Staal, rijksbouwmeester Floris Alkemade, ontwerper en regisseur Nelly Ben Hayoun en filmmaker en architect Liam Young.
Louis Braddock Clarke

Louis Braddock Clarke

Louis Braddock Clarke heeft in 2019 de bachelor Grafisch Ontwerpen aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag afgerond. Hij is geïnteresseerd in het debat over het betreden van een nieuw geologisch tijdperk, het Antropoceen. Hierbij duikt Braddock Clarke in het onderzoek naar de menselijke en niet-menselijke positie bij klimaatverandering. Komend jaar wil hij een eigen instrumentarium ontwikkelen waarmee hij geologische informatie zichtbaar kan maken. Zijn ontwikkelplan is verdeeld in twee fases. De eerste fase betreft de ontwikkeling van een onderzoeksinstrument en methode, door middel van materiaaltesten en interviews en samenwerkingen met wetenschappers, filosofen en specialisten op het gebied van geofysica en biologie. In de tweede fase focust hij op het vastleggen van het onderzoek, onderneemt hij een expeditie en maakt hij een film. Voor het ontwikkelen van zijn instrumentarium en presenteren van zijn onderzoek betrekt hij diverse partners en coaches, onder wie Lucas van der Velden, directeur van Sonic Acts, curator Margarita Osipian en verschillende deelnemers van Spatial Media Laboratories. Aan het eind van zijn ontwikkeljaar presenteert Braddock Clarke de uitkomsten van zijn onderzoek en zijn film tijdens een evenement.
Luuc Sonke

Luuc Sonke

Architect Luuc Sonke behaalde zijn master aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Zijn werk concentreert zich rondom ruimtelijke vraagstukken die teweeg worden gebracht door het onzekere en instabiele bestaan binnen de hedendaagse samenleving. Hierbinnen richt hij zich in het bijzonder op de ambigue en veranderende verhoudingen tussen publiek en privé, werk en vrije tijd. Komend jaar wil Sonke onderzoek doen naar het concept 'Liquid Life' van socioloog Zygmunt Bauman. Hij gaat zoeken naar een nieuwe ruimtelijke taal die past bij het moderne 'vloeibare' leven en die open staat voor een diversiteit aan stemmen, achtergronden, culturen en levenswijzen. Dit doet hij op verschillende schaalniveaus, van meubel tot interieur tot stedelijke omgeving. Tijdens zijn onderzoek laat Sonke zich adviseren door verschillende experts en professionals uit het vakgebied van de architectuur, waaronder ontwerper Jurgen Bey, architect Erik Rietveld, ontwikkelaar Edwin Oostmeijer, kunstenaar Andrea Zittel en illustrator Jan Rothuizen. De resultaten, bestaande uit objecten, ruimtelijke modellen en meubelen worden getoond in een presentatie bij NEVERNEVERLAND.
Marlou Breuls

Marlou Breuls

Modeontwerper Marlou Breuls behaalde haar bachelor fashion design aan het Amsterdam Fashion Institute (AMFI). Ze positioneert zich als een multidisciplinaire vormgever, waarmee ze beoogt de functie van mode vanuit andere invalshoeken, waaronder theater, sculptuur en onconventionele materialen, zoals hars en epoxy, te benaderen. Hiermee hoopt ze een bijdrage te leveren aan het herdefiniëren van het traditionele modesysteem. Komend jaar richt Breuls zich op het verder ontwikkelen en uitdagen van haar ontwerpmethodiek door te experimenteren met lichamelijke afgietsels en te onderzoeken hoe ze deze vervolgens kan manipuleren tot nieuwe (mode)objecten. Hiervoor gaat ze twee workshops volgen in New York, één in hedendaagse keramiek en één in body casting. Wanneer dit niet mogelijk is vanwege de maatregelingen het Verenigd Koninkrijk. Ook wil ze onder begeleiding van kunstenaar David Altmejd haar artistieke praktijk verder verdiepen. Tot slot werkt ze samen met Branko Popovic om de publieke toegankelijkheid van haar praktijk te versterken en gaat ze met Eric Ellenbaas Creative Agency (EEA) de identiteit van haar studio verder uitwerken.
Mirjam Debets

Mirjam Debets

Mirjam Debets heeft in 2017 haar bacheloropleiding animatie afgerond aan de HKU in Utrecht en is sindsdien werkzaam als animatieregisseur, illustrator en VJ. Komend jaar gaat Debets haar werk verruimen naar andere media en onderzoek doen naar presentatievormen en het effect hiervan op het publiek. Zij wil toepassingen van animatie ontwikkelen waarbij interactie met het publiek en de fysieke ervaring van de presentatie centraal staan. Onder de noemer 'Zenit' is zij van plan een alternatief scheppingsverhaal te vertellen, dat op een speelse manier laat zien hoe al het leven met elkaar is verbonden. Het project wordt gepresenteerd in de vorm van een korte muziekvideo, installatie, VJ-set en website. Deze vormen wil Debets zelfstandig kunnen realiseren, van concept tot presentatie. Daarnaast gaat zij samenwerking aan met verschillende professionals uit andere disciplines, waaronder muziekartiesten en installatieontwerpers. Op deze manier beoogt de animator zich niet alleen artistiek en conceptueel te ontwikkelen, maar ook een groter netwerk van artiesten en programmeurs van evenementen op te bouwen.
Moriz Oberberger

Moriz Oberberger

Moriz Oberberger behaalde in 2019 zijn master aan de Werkplaats Typografie van ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. In zijn interdisciplinaire praktijk richt hij zich op het creëren van visuele verhalen door te tekenen, illustreren en animeren voor zowel on- als offline media. Komend jaar wil Oberberger onderzoeken hoe hij in zijn werk een meer spontane werkmethodiek kan hanteren en zodoende tot alternatieve denksystemen kan komen. Hij start één groter project en verschillende kleinere samenwerkingen, waarmee hij beoogt zijn methodiek en strategie verder te ontwikkelen. Het gaat om: 'Time Out' (werktitel), een tekenproces waarmee hij een stroom van ongecontroleerde, meditatieve en spontaan onstane grafische ontwerpen wil maken. Daarnaast is hij van plan een serie workshops te geven, een residentietraject te doen en een onafhankelijk platform te ontwikkelen voor het publiceren van onder meer tijdschriften en expertimentele vertelvormen. Voor dit project werk hij samen met wiskundige en schrijver Ana Lucía Vargas Sandoval en betrekt hij schrijver, dichter en kunstenaar Maria Barnas als mentor. De resultaten worden gepresenteerd in een publicatie en een tentoonstelling.
Philipp Kolmann

Philipp Kolmann

Philipp Kolmann is afgestudeerd aan de bacheloropleiding Food Non Food aan de Design Academy Eindhoven. In zijn praktijk staat het creëren van een meer duurzaam toekomstperspectief voor het voedselsysteem centraal. Komend jaar richt Kolmann zich op het ontwikkelen van een plantaardige kaas en het ontwerpen van een cultuur hieromheen, met als doel dit plantaardige product meer te verweven in onze eetcultuur. Volgens de ontwerper missen de meeste vegan kaassoorten de rijke geschiedenis die Europese kazen van zuivel wel hebben. Hij gaat hiervoor onderzoek doen naar het ontstaan van industrialisatie in de veehouderij. Dit in samenwerking met onderzoekers van de agricultuurafdeling op de Wageningen University & Research. Met een onderzoeksreis naar Japan wil Kolmann onderzoeken wat nodig is voor fermentatie op grote schaal. Met behulp van een onderzoeks -en communicatiebureau in Tokio kan Kolmann in contact komen met verschillende lokale experts van gespecialiseerde wetenschappelijke instituten. Verder heeft Kolmann een selectie aan experts voor ogen die aansluiten bij het plantaardige kaasonderzoek, onder wie Thomas Vailly, Marco Cagnoni, Age Opdam & Genneper Hoeve en Arne Hendriks. Kolmann vindt het belangrijk dat ook de jonge generatie toegang heeft tot deze kennis en hoopt met het ontwikkelen van een educatietraject meer bewustwording te creëren. De uitkomsten van het project worden gepresenteerd in een speculatieve installatie tijdens de Dutch Design Week en Slow Food events.
Renee Mes

Renee Mes

Multidisciplinair ontwerper Renee Mes combineert haar kennis en ervaring uit de filmwereld met educatieve methodieken die zij ontwikkelde tijdens de bacheloropleiding Man and Leisure aan de Design Academy Eindhoven. Zij heeft de ambitie om de stereotypering van de queer-gemeenschap te doorbreken en de zichtbaarheid en sociale acceptatie van deze groep te verbeteren. In het ontwikkeljaar onderzoekt ze samen met Queer Trans People of Colour (QTPOC) en mensen met een biculturele achtergrond hoe zij hun eigen verhaal kunnen vormgeven. Daarbij concentreert Mes zich op het fenomeen 'chosen families' en kiest ze voor verschillende media en uittingsvormen die samenkomen als een collage op een online platform. Het plan is verdeeld is vier fases. De eerste fase start met verdieping in de literatuur over de levens van bovengenoemde groepen en het interviewen van queers. In de tweede fase reflecteert Mes samen met vijf verschillende 'chosen families' op hun identiteit en worden de verhalen omgezet naar visuele elementen om tot een filmset te komen. De derde fase is gericht op het vastleggen van de verhalen in beeld en geluid en resulteert in gefilmde portretten (tableaux vivants), audio-opnames, fotografie en 3D-gescande objecten. In de vierde en laatste fase worden de verhalen gepresenteerd op een online platform en tijdens een expositie. Gedurende het ontwikkeltraject wordt Mes begeleid door verschillende professionals, onder wie Rosemarie Bulkema, professor kunst, cultuur en diversiteit aan de Universiteit Utrecht, en het artdirectionteam van Staat Amsterdam.
Seok-hyeon Yoon

Seok-hyeon Yoon

Seok-hyeon Yoon studeerde in 2019 af met een bachelor in vormgeving aan de Design Adacemy Eindhoven. Yoon heeft een fascinatie voor keramiek, en aardewerk in het bijzonder. Volgens Yoon is aarde het uitganspunt waaruit alles is ontstaan en het meeste natuurlijke product waarmee je kan werken. Helaas komen keramische objecten veelal terecht op een stortplaats, omdat ze niet makkelijk zijn te recyclen vanwege het gebruikte glazuur. Komend jaar richt Yoon zich dan ook op het onderzoeken van keramiek en glazuurtechnieken, om zo te komen tot alternatieve (glazuur)methoden die wel circulair zijn. Gedurende het proces spreekt Yoon met verschillende professionals binnen de velden van keramiek om zijn kennis te versterken en nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Voorbeelden van experts zijn keramiste Marlies Crooijmans (EKWC), ontwerper Daria Biryukova en glazuurspecialist Pierluigi Pompei (EKWC). Daarnaast gaat Yoon cursussen volgen bij onder andere CREA en Kleispot voor de ontwikkeling van verschillende kleurtechnieken in glazuren. De bevindingen die Yoon doet tijdens het traject worden gedeeld met publiek uit de creatieve en aanverwante industrieën. Mogelijke presentatieplekken zijn MOAM, Yksi Expo en Dutch Design Week 2021 en Material District Rotterdam.
Sherida Kuffour

Sherida Kuffour

Sherida Kuffour studeerde in 2018 af aan de masteropleiding Design, Think Tank for Visual Strategies van het Sandberg Instituut. De ontwerppraktijk van Kuffour beweegt zich op het snijvlak van literatuur, herinneringen, media en de machtsstructuren van ontwerp. Komend jaar onderzoekt ze de kwetsbaarheid van herinneringen door middel van fictie en paratext. Kuffour stelt zichzelf hierbij vragen als: Wat gebeurt er met herinneringen als ze eenmaal publiek worden? Hoe beïnvloedt een paratext als pay-walls, leestijden en hashtags de toegankelijkheid, waarin met name traditionele vormen van publicaties zich richten op een witte literaire cultuur? Kuffour onderzoekt vanuit twee posities, de ontwerper en de schrijver, en stelt dat beide posities verschillende belangen behartigen waaruit de onderzoeksvragen ontstaan. Door een schrijfcursus te volgen en in gesprek te gaan met verschillende schrijvers en theoretici beoogt ze de intersectie van literatuur en media verder te onderzoeken. Personen waar Kuffour graag mee in gesprek gaat zijn Michael Tedja, Yra van Dijk en Teju Cole. De gesprekken worden gedocumenteerd en de resultaten van het onderzoek worden gebundeld in een serie van verslagen. Ze wil deze verslagen presenteren in een boek en online archief, vergezeld met publieke lezingen.
Sophia Bulgakova

Sophia Bulgakova

Sophia Bulgakova studeerde in 2019 af aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag met een bachelor ArtScience. In de praktijk van Bulgakova spelen ervaringen, innerlijke processen en denkbeeldige fenomenen een belangrijke rol. Ze maakt gebruik van kleurtheorie, zintuiglijke input en ontberingen, psychologisch gedrag, elementen van speelsheid en scenografie. Samen vormen deze elementen de basis voor immersieve installaties die de zintuigen prikkelen. Komend jaar wil Bulgakova meer veelzijdig en multidisciplinair werk maken rondom paganistische rituelen die zijn ontstaan uit vroegchristelijk en West-Europese tradities. Het onderzoek wordt ingezet om te reflecteren op de context van Bulgakova's praktijk. Naast het benaderen van verschillende professionals en experts uit het veld werkt Bulgakova samen met het kunstenaarsinitiatief Instrument Inventors Initiative (iii). Verder gaat Bulgakova deelnemen aan een residentie bij het Kunstlerhaus Bethanien in Berlijn. De resultaten van het nieuwe werk is ze van plan te presenteren tijdens de Locating ArtScience-tentoonstelling in Mystetskyi Arsenal in Kiev.
Stefano Murgia

Stefano Murgia

Geluidskunstenaar Stefano Murgia is afgestudeerd aan de bacheloropleiding ArtScience van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. De laatste jaren richt hij zich op 'sonic architecture' en 'acoustic ecology', een studie over de relatie van geluid tussen organismes en hun omgeving. Tijdens zijn ontwikkeljaar is Murgia van plan om met geluidsculpturen de hinder van wind in stedelijke canyons, ofwel locaties waar extreme winden ontstaan door hoge gebouwen, aan te pakken. Onder de titel 'Alternating Winds', gaat hij samen met het platform Crossing Parallels en wetenschappers van de afdelingen aerodynamica en architectuur van de TU Delft, onderzoeken of de stromende beweging van wind kan worden omgezet in de vibrerende beweging van geluid en wat de mogelijke gevolgen hiervan zijn. Verliezen de wind en geluid hun kracht en ontstaat er een derde energievorm? Het onderzoek moet leiden tot een aantal zingende sculpturen die windhinder aanpakken door luchtstromen te absorberen, verstoten of van richting te veranderen. Om zijn metaalbewerkingsvaardigheden te versterken, wil Murgia een zomerresidentie doen bij de Scottish Sculpture Workshop, een ontwikkelplek die is gespecialiseerd in metaal en keramiek. Het project wordt afgesloten met een geluidsconferentie, expositie en performative lecture.
Sydney Rahimtoola

Sydney Rahimtoola

Sydney Rahimtoola heeft in 2018 een bachelor fotografie aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag behaald. Als fotograaf, filmmaker, cultureel programmeur en performer heeft Rahimtoola zich ten doel gesteld de zichtbaarheid en toegankelijkheid van verhalen van zwarte en bruine gemeenschappen te vergroten. Vanuit haar eigen ervaring met een burn-out wil zij haar artistieke praktijk en methodologie gebruiken om deze gemeenschappen te betrekken bij mentale gezondheid, radicale zelfzorg en psychedelische genezing. Komend jaar zet zij daartoe drie multidisciplinaire projecten op: een podcast, waarin zij haar onderzoek en inspiratie verzamelt, een visueel album gewijd aan de psychische stoornis van haar oom Saqib, en de raciale trauma's die hij heeft opgelopen, en een presentatie bij Today's Art, waar onder meer het visuele album wordt gelanceerd als een immersieve scenografische filmvertoning. Verder is Rahimtoola van plan verschillende workshops te volgen en een bezoek te brengen aan de psychedelictrance-scene in India en de psychedelische gemeenschap in Californië. Voor de professionalisering van haar praktijk wil Rahimtoola focussen op een meer theatrale aanpak en samenwerken met onder meer een cinematograaf en muziekproducer.
Thom Bindels

Thom Bindels

Thom Bindels studeerde in 2017 af aan de afdeling Man & Leisure van de Design Academy Eindhoven. Als onderzoeker heeft hij een fascinatie voor de rol van menselijke arbeid in het landschap. Komend jaar uit zich dit in het project 'Een nieuwe maakbaarheid', waarin hij onderzoek doet naar het natuurlijke landschap en de oplossingen die diens ecologische principes en processen bieden voor relevante problemen van deze tijd, zoals luchtvervuiling, droogte en bijensterfte. Middels natuurlijke interventies in het landschap en een videografische vertelling wil Bindels mensen uitnodigen om op een nieuwe manier deel te zijn van het landschap. De interventies in het landschap moeten een onderbreking van de monocultuur worden en een gevoel van verbinding en verantwoordelijkheid van de mens in zijn omgeving herstellen. Voor dit project gaat hij samenwerken met verschillende landschapsorganisaties, wetenschappers en boeren. Ook vraagt hij advies van onderzoeker en kunstenaar Arne Hendriks. De uitkomsten van het onderzoek wil hij ontsluiten voor het brede publiek middels een film en installaties langs wandelroutes die lopen door de onderzochte landschappen en in een film.
Vera van de Seyp

Vera van de Seyp

Ontwerper Vera van de Seyp behaalde haar bachelordiploma grafisch ontwerp aan de Koninklijke Acadmie van Beeldende Kunsten in Den Haag en haar master aan de opleiding media technologie van de Universiteit Leiden. Haar hybride praktijk beslaat aan de ene kant de wereld van digitale technologie en 'creative coding' en aan de andere kant grafisch ontwerp en toegepaste kunst. Centraal staat het effect dat technologie heeft op de mens en zijn omgeving en de dilemma's die hieruit voortkomen. Komend jaar richt Van de Seyp zich op de vraag: Hoe kan het curatieproces bij generatief ontwerp toegankelijker worden? Om deze vraag te beantwoorden gaat ze een aantal experimenten uitvoeren als casestudies, nieuwe digitale tools ontwikkelen en een online repository ontwikkelen. Deze repository omvat niet alleen tools ontwikkeld door Van de Seyp, maar ook van andere generatieve ontwerpers, zoals Rifke Sadleir (UK) en Laurel Schwultst (USA). In de selectie houdt de ontwerper rekening met gelijke vertegenwoordiging van verschillende genders en achtergronden. Onderdeel van de repository is een overzicht van links naar bestaande platforms die focussen op één programmeertaal zoals OpenRNDR, ml4a en P5.js. Hiermee beoogt Van de Seyp een vrij toegankelijk en centraal punt te creëren waarop de meeste kennis over dit onderwerp is verzameld, waardoor het voor starters met deze materie makkelijker wordt om zich verder te ontwikkelen.
Wesley Mapes

Wesley Mapes

Wesley Mapes studeerde in 2019 af aan de master Radical Cut Up van het Sandberg Instituut. In zijn praktijk onderzoekt hij de relatie tussen kunst en ontwerp. De basis van zijn werk wordt gevormd door het thema zwarte identiteiten en de geschiedenis van zwarte gemeenschappen wereldwijd. In het ontwikkeljaar is hij van plan meer academisch onderzoek en materiaalonderzoek te doen en een sterker narratief voor zijn werk te creëren. Onder de noemer 'The Marsupial Jackson Boom Boom Room' ontwikkelt hij een afrofuturistische, specultatieve ruimte met een muziekinstallatie die locatiespecifiek is. Inspiratie voor die ruimte vindt Wesley Mapes in het werk van Donald Judd en The Ummah Chroma. Begeleiding zoekt hij onder meer bij Jennifer Tosch van de Black Heritage Tours en Ceasar McDowell van MIT. Verder is Mapes van plan deel te nemen aan de Black Europe Summer School in Amsterdam, les te geven aan de Gerrit Rietveld Academie en een bezoek te brengen aan het Afro-Antillean Museum in Panama. Voor de presentatie van zijn werk wordt gekeken naar de Dutch Design Week.
Alvin Arthur
Alvin Arthur

Alvin Arthur

Momentum. Ontwerper, performer en educator Alvin Arthur is er gevoelig voor. Als de timing niet goed voelt, gaat hij er niet mee verder. Het afgelopen jaar was het aftasten wat wel en wat niet kon om productief, maar ook gezond te blijven. De voorgenomen samenwerkingen met professionals gingen om uiteenlopende redenen niet door. Het bleek echter wel het juiste moment voor zijn educatieproject 'Body.coding': programmeren met het lichaam.

Body.coding is een van de voorbeelden van Arthurs op het lichaam en beweging gebaseerde aanpak, ook bekend als kinestethiek. Hij wil dat kinderen al op jonge leeftijd begrijpen dat veel van wat zij om hen heen zien digitaal is geprogrammeerd; van de productie van een stoel, tot het bouwen van een gebouw en zelfs het ontwikkelen van een stad. En dat dit programmeren door volwassenen doorgaans stilzittend achter een scherm wordt gedaan, maar dat dat niet zo hóeft te zijn.

Voor zijn lessen aan kinderen heeft Arthur een choreografische taal gecreëerd: tekeningen met simpele geometrische vormen en kleuren die de kinderen laten zien hoe ze zich moeten bewegen om een teken uit te beelden, zodat ze uiteindelijk een hele zin kunnen programmeren. Groepsdynamiek is hierbij heel belangrijk. Wie het snel oppikt, weet vaak welke taal moet worden gebruik om het aan leeftijdsgenoten duidelijk te maken. Er is ook ruimte voor verbeelding: wat stelt de choreografie die ze samen hebben gemaakt volgens hen precies voor?

Met behulp van het scholennetwerk van het Eindhovense presentatieplatform MU heeft Arthur een aantal workshops voor verschillende leeftijdscategorieën georganiseerd om de methode verder te ontwikkelen en uit te testen. In het nieuwe schooljaar wordt het format breed beschikbaar gemaakt zodat scholen er zelf mee aan de slag kunnen.

Voor Arthur is het brengen van beweging in het klaslokaal van levensbelang. 'Er gaat veel verloren op het moment dat we kinderen op stoelen zetten. Het is handig voor ons, maar het heeft ook effect op de lange termijn.' Hij vindt dat we kinderen met te weinig vaardigheden uitrusten om de wereld die we ze geven aan te kunnen. 'Ik denk dat veel van de strubbelingen die we in de samenleving hebben, mondiaal voortkomen uit het feit dat we onszelf niet genoeg kennen, omdat we ons lichaam niet genoeg kunnen ervaren. Daarom doe ik dit, zodat we meer leren over wie we zijn vía ons lichaam.'

Tekst: Victoria Anastasyadis
Anna Fink
Anna Fink

Anna Fink

De uit Oostenrijk afkomstige Anna Fink onderzoekt de manieren van leven in specifieke landschappen en de constante interactie tussen beide. Dat noemt de landschapsarchitect 'topografisch leven'. Ze wil die relatie zowel ontrafelen als versterken door dagelijkse locatiegebonden gebruiken en culturele handelingen waarmee we het landschap vormen een nieuwe betekenis te geven.

Haar nieuwe project 'The taskscape of the forest' is een vervolg op haar afstudeerproject 'Landscape as house' en leidt naar Oostenrijk waar zij en haar familie een stukje bos bezitten. Via actief veldwerk onderzoekt ze de persoonlijke handelingen en activiteiten die essentieel zijn voor het vormen van het landschap en het behouden van de vitaliteit van een plek. Hoe geven we zo'n perceel vorm? Welke motivatie ligt er ten grondslag aan de keuze voor onderhoud, aan het planten of oogsten van bomen of aan het bos zijn gang laten gaan? Het zijn enkele vragen die Fink zichzelf stelt, net als boswachters of andere eigenaren van stukken bos. 'Mijn doel is niet te oordelen, maar om vragen te stellen, aannames omver te werpen, en een dialoog te voeren over de verschillende manieren van interacteren met de omgeving, over hoe je de natuur definieert, en wat het betekent om in een landschap te leven. Dat is anders dan er doorheen lopen of fietsen, want dan consumeer je slechts en beperk je het begrip natuur tot iets afstandelijks, tot een concept.'

Vanuit een behoefte aan het doen van onderzoek en het ontwikkelen van een methode, leek het afgelopen jaar een perfect moment om een eigen interdisciplinaire design en researchstudio op te zetten: Atelier Fischbach, toepasselijk genoemd naar de plek waar ze is opgegroeid. Ze initieerde een summer school in Oostenrijk. Voor de workshop 'Inhabiting wildernis' werkt ze samen met Nederlandse ontwerpers en lokale ambachtsmensen. In een rivierbedding gaan ze 'topografische meubels' bouwen: subtiele en vergankelijke ingrepen in het landschap die onze aanwezigheid tijdelijk vormgeven of markeren. Zo bouwt de ovenbouwer geen iconische oven waarmee iedereen uit de streek hout stookt, maar een buitenoven die verdwijnt bij hoog water, en lost de door de leembouwer vervaardigde stamp-leemvloer na enkele regenbuien op. 'Het lichamelijke werk en onze voortdurende aanwezigheid bij de rivier, scheppen verbondenheid met de plek; er ontstaat ruimte voor dialoog vanuit een gedeelde ervaring, embodied knowledge genoemd.' Fink documenteert haar onderzoek met foto's, een film en een serie kleine boeken.

Tekst: Viveka van de Vliet
Arvand Pourabbasi
Arvand Pourabbasi

Arvand Pourabbasi

De aan de KABK afgestudeerde interieurarchitect Arvand Pourabbasi heeft zich het afgelopen jaar verdiept in de begrippen 'comfort' en 'uitputting'. Productief zijn is volgens hem een geromantiseerd beeld, waarin wordt voorbijgegaan aan vermoeidheid, uitstelgedrag of angst. Vrije tijd als een moment voor rust en comfort wordt niet op de juiste manier benut, maar valt binnen een kapitalistische logica. Het is slechts een oplaadmoment om weer snel aan het werk te kunnen en een bepaald productiviteitsniveau te behouden, meent hij. Ook verkent hij de betekenissen van werk. Burn-out raak je niet zozeer door fysiek zware arbeid, maar treft de werknemers op kantoren wiens lichamen uitgeput raken van de hele dag zitten. Binnen deze omgevingen speelt 'thuis' ook een rol als de plek waar uitputting en comfort met elkaar zijn vervlochten.

Samen met Golnar Abbasi runt hij een eigen studio, heel toepasselijk WORKNOT! geheten. Hierbinnen laten ze hun licht schijnen op extreme omstandigheden die onze maatschappij vormgeven. Uit de behoefte om het begrip comfort te verkennen op een manier die verder gaat dan kunstmatige (kapitalistische) ideeën, cureerde WORKNOT! het collectieve project 'Fictioning Comfort'. Maatschappijkritische kunstenaars toonden er hun werk in relatie tot verschillende gebruiken en benaderingen rondom 'comfort'. Dat varieerde van ruimtelijke installaties, performances, historisch onderzoek, tot science fiction, beeldproductie en performatieve objecten. 'De betekenissen die aan de begrippen worden gegeven zijn zo divers, het gaat zowel over uitputting van het lichaam en het land als over de politiek. Zo'n project helpt mij nieuwe lagen aan te brengen in mijn werk.'

Om nog dieper op de materie in te gaan heeft Pourabbasi tijdens het ontwikkeltraject met verschillende professionals gesproken, zoals met fysiotherapeuten, psychologen en ontwerpers, met name Bik van der Pol die hem hielpen bij het cureren van de show en het formuleren van het complexe concept omtrent comfort en uitputting. Gesprekken met ontwerpstudio Refunc, gespecialiseerd in 'Garbage Architecture', hielpen hem bij het bedenken van een tapijt dat hij wil gebruiken in presentaties en discussies rondom zijn thema's. Voor Pourabbasi is een tapijt het meest basic product dat comfort en huiselijkheid representeert en staat voor een uitgespreid landschap.

De resultaten van zijn onderzoek brengt hij samen in een publicatie. 'Conclusies trekken, of eenduidige antwoorden geven, is niet mijn doel. Ik ben geen probleemoplosser, ik wil de puzzelstukjes bij elkaar brengen en dat doe ik in dit geval in een publicatie. Het zal een belangrijk document zijn voor bewustwording en het verbeelden van een andere toekomst.'

Tekst: Viveka van de Vliet
Chiara Dorbolò
Chiara Dorbolò

Chiara Dorbolò

Ze is opgeleid als architect, maar het is absoluut niet haar streven om zoveel mogelijk gebouwen te realiseren. Waar Chiara Dorbolò zich op focust, is de vraag wat het betekent om tegenwoordig architect te zijn. Traditioneel gezien wordt het bouwen van je ontwerp door velen gezien als het meest lonende deel van het werk. Succes wordt in belangrijke mate gemeten in het aantal gebouwen dat er van je is gebouwd. Maar voor de jongere generatie architecten ligt dat anders stelt Dorbolò vast. 'Veel van mijn generatiegenoten werken op het grensvlak van de discipline en houden zich in belangrijke mate bezig met de ethische verantwoordelijkheid richting de maatschappij die het vak met zich meebrengt. Ze willen zich niet committeren aan een winstgedreven systeem waarin weinig ruimte is voor andere motivaties en waarden.'

Zelf begeeft ze zich op het snijvlak van ruimtelijk ontwerp en sociale wetenschappen. De interesse daarvoor ontstond met haar afstudeerproject aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam, waar ze onderzoek deed naar de rol van grenzen in migratiepatronen naar het Italiaanse eiland Lampedusa, een van de belangrijkste aankomstpunten voor migranten die de oversteek van de Middellandse Zee van Afrika naar Europa wagen. 'Ik werd me bewust van de grootte van het sociale vraagstuk en realiseerde me dat je daar niet simpelweg iets voor kunt ontwerpen. Daarna ben ik me veel meer gaan bezighouden met onderzoek en ben ik steeds meer gaan schrijven over architectuur en urbanisatie, onder meer voor Failed Architecture en Topomagazine.com. Ook ben ik gaan lesgeven in architectuurtheorie op de Rietveld Academie.'

Het afgelopen jaar heeft ze zich verder bekwaamd in storytelling en creative writing door workshops, coaching en schrijfopdrachten. Haar meeste aandacht ging uit naar het samenstellen van een publicatie met een verzameling verhalen en afbeeldingen van follies – architectonische bouwwerken zonder directe functie. Daarnaast publiceerde ze het afgelopen jaar verschillende artikelen en essays, en werkte ze samen aan verschillende projecten om de ingewikkelde relatie tussen verhalen vertellen en architectuur te onderzoeken. Dat ze het ontwerp van nieuwe gebouwen niet afwijst, blijkt uit de succesvolle deelname aan een ontwerpwedstrijd voor een groot wooncomplex in Milaan, samen met een groep andere architecten. Ze droeg bij aan het vooronderzoek, het concept en de storytelling van het voorstel, dat de eerste prijs won. Een ander project waarin ze de mogelijkheden verkent om ontwerp en creative writing te combineren, is 'Stories on Earth', waarin ze met Failed Architecture een samenwerking tussen professionele ontwerpers en schrijvers begeleidt. Het project wordt in 2021 gepresenteerd op de Biënnale van Venetië.
Cream on Chrome
Cream on Chrome

Cream on Chrome

Ze studeerden beiden in 2018 af aan de Design Academy Eindhoven en sindsdien vormen ze samen Cream on Chrome. Martina Huynh en Jonas Althaus onderzoeken de sociale impact van technologische ontwikkelingen. Hun interactieve installaties, presentaties, video's en digitale toepassingen stellen vooral vragen: Wat is een betekenisvolle relatie tussen mens en techniek? Wat zijn de consequenties van onze afhankelijkheid van apparaten? En wie is eigenlijk verantwoordelijk voor de problemen die de voortschrijdende techniek met zich meebrengt?

Een project dat die laatste vraag concreet aan de orde stelt, is 'Proxies on Trial'. 'Complexe mondiale vraagstukken als klimaatverandering of de huidige pandemie blijven vaak in een abstracte discussie hangen,' zegt Huynh. Om de discussie concreter te maken en ons een gevoel van controle te geven, besloot het duo dagelijkse voorwerpen aan te klagen. In een whodunnit-video worden drie rechtszaken gevoerd: een sneaker wordt gearresteerd en vervolgd voor global warming, een wekker wordt beschuldigd van het veroorzaken van verkeersopstoppingen en een mondkapje staat terecht voor het niet op tijd aanwezig zijn om besmetting te voorkomen. Het fictieve debat tussen aanklagers en verdedigers plaatst vraagtekens bij de onderlinge verwijten en het zoeken naar een zondebok. De keuze voor verdachte voorwerpen in plaats van personen moet de jury behoeden voor vooringenomen standpunten.

Huynh en Althaus verdiepen zich graag in de herkomst van gevestigde systemen, waarbij ze te rade gaan bij verschillende filosofieën, van Bruno Latour tot Ubuntu en de Griekse oudheid. In hun Lab of Divergent Technologies keren ze de relatie tussen mens en technologie binnenstebuiten. Ervan uitgaand dat alles wat ontworpen is een weerspiegeling is van de bedenker en diens tijdgeest, presenteert Cream on Chrome alternatieven op basis van andere stromingen en opvattingen.
Zo nemen ze dagelijkse, allang ingeburgerde toepassingen onder de loep. Neem nou de klok. Onze hele maatschappij is georganiseerd rond het begrip van lineaire, meetbare tijd, wat uiteindelijk ook maar gewoon een afspraak is geweest. Dat is enerzijds heel efficiënt, maar beperkt tegelijkertijd onze vrijheid. Wat als we in plaats daarvan voor intuïtieve tijd zouden kiezen? 'De huidige technische toepassingen geven de gebruiker vaak een machteloos gevoel. Wij zetten er graag een ander ontwerp naast dat meer persoonlijke verantwoordelijkheid vraagt,' zegt Althaus. 'Met onze installaties willen we het publiek inspireren om hun eigen rol te herontdekken.'

Tekst: Willemijn de Jonge
Gilles de Brock
Gilles de Brock

Gilles de Brock

Handgetufte tapijten met wilde kleurrijke patronen. Op YouTube had hij geleerd hoe hij ze zelf kon maken en bedacht dat je zoiets ook met keramische tegels zou kunnen doen. Het printen op tegels bestond weliswaar al, maar alle specifieke aspecten van glazuur op keramiek die hij voor ogen had, verdwijnen bij dat proces. Dus wat deed grafisch ontwerper, artdirector en creative coder Gilles de Brock: hij bouwde een eigen ABCNC-machine (AirBrush Computer Numerical Control). 'Wat ik nog niet wist, leerde ik via YouTube-filmpjes.' Toen alles eenmaal werkte, bracht De Brock een paar dagen door in het EKWC om samen met Koen Tasselaar en Jaap Giesen aan de samenstelling en het gedrag van glazuren te werken. 'Ik kwam er uiteindelijk achter dat ik het ambacht van experts kan gebruiken en de rest veel beter zelf online kan doen.'

De Brock kan nu tegels exact bedrukken zoals hij wil. Maar dat ging niet zonder slag of stoot. Het duurde twee jaar voordat er geen puin uit de machine meer kwam, maar een glanzend geglazuurde tegel. De tegels zijn fascinerend vanwege het vervreemdende effect dat ze op de kijker hebben. Enerzijds lijken ze handgemaakt, maar daarvoor zijn ze eigenlijk te precies. De pixelachtige patronen en kleuren met een eigen esthetiek hebben iets psychedelisch en het glazuur lijkt wel op autolak. De eerste resultaten hingen op de kunstbeurs Unfair in Amsterdam. Ze hingen er als kleurrijke collages aan de muur, keurig gevat binnen de kaders van een lijst. Leuk dat een aantal kunsttableaus is verkocht, maar De Brock ziet zichzelf absoluut niet als kunstenaar, zegt hij. 'Ik ben meer een ondernemende toegepaste ontwerper die potentie ziet in samenwerkingen met architecten en interieurvormgevers. Ik zie een bar in een café of hotellobby, meubels en metrotunnels bekleed met de tegels.' In Jaap Giesen vond hij een partner die hem kan helpen dit nieuwe product commercieel in de markt te zetten.

Vanwege corona werden andere presentaties, waaronder die bij Fisk Gallery in Portland (VS), opgeschort. Maar de uitkomsten van zijn onderzoek leiden wel al tot een publicatie bij Corners, een van de betere grafisch design- en risoprintstudio's in Zuid-Korea, die ook zorgt voor de distributie van de publicatie door heel Azië. En er volgt zeker nog een expositie in Seoul.

Tekst: Viveka van de Vliet
Giorgio Toppin
Giorgio Toppin

Giorgio Toppin

Aan de kunstacademies waar hij studeerde, werd niet begrepen dat zijn concepten waren gelinkt aan zijn culturele achtergrond en was geen ruimte voor niet-westerse denkwijzen en benaderingen. Het motiveerde Giorgio Toppin zijn werk buiten de academische routes publiek te maken. Sinds 2007 heeft hij samen met zijn zus Onitcha een eigen label: XHOSA, gelijk aan zijn tweede naam. Hiermee wil hij jonge mannen die iets anders in hun kledingkast willen dan een shirt en een spijkerbroek, een gevarieerdere en bredere keuze bieden. Hij is trots dat hij zowel een in 'klein-Suriname' (Zuidoost) geboren Amsterdammer is, als een zwarte man met een Surinaamse achtergrond. 'De twee werelden mix ik tot nieuwe verhalen, vertaald in collecties die binnen de hedendaagse westerse context passen. Mode die ik en mijn klantenkring cool vinden om te dragen.'

Uit interesse voor de Surinaamse diaspora en de cultuur van zijn geboorteland, is de ontwerper het afgelopen jaar teruggegaan naar Suriname, waar hij sinds zijn eerste levensjaar niet meer is geweest. Om zijn onderzoek naar Surinaamse klederdracht, het vakmanschap en de technieken binnen lokale ambachten meer context te geven, legde Toppin alles vast in een documentaire. Hiervoor interviewde hij ambachtsmensen over hun vak en de ontwikkeling daarvan. 'Ze gaven allemaal hetzelfde antwoord: de waarde van het behouden van een traditioneel ambacht is belangrijk én evolueert met de veranderingen in de maatschappij. Hoe dat ook kan, heb ik laten zien: ze stonden versteld dat ik hun stoffen en patronen vertaalde naar een kledingcollectie.'

Die bestaat bijvoorbeeld uit een trui waarin inheemse knooptechnieken met kwastjes zijn toegepast. De winterjas kreeg een met de hand geborduurde traditionele print uit het district Saramacca. En de Creoolse 'kotomisi', die uiterst moeilijk is aan te trekken, heeft een nieuw en makkelijk draagbaar silhouet. 'In Suriname gaan de vrouwen in vol ornaat naar culturele feestjes, die outfits worden van generatie op generatie overgedragen, terwijl die traditie niet geldt voor mannen. Zij komen zelden verder dan een broek met T-shirt. Zonde.' Daarom zorgt zijn nieuwe collectie dat mannen én vrouwen, hier én in Suriname een grotere variëteit aan kleding hebben die bovendien iets nieuws toevoegt aan het straatbeeld. Vanwege de uitbraak van covid-19 kon de collectie niet worden gepresenteerd tijdens de New York Fashion Week, maar een lancering dichter bij huis ligt in het verschiet. Ook is hij van plan bezichtigingen voor inkopers van winkels te organiseren.

Tekst: Viveka van de Vliet
Jing He
Jing He

Jing He

Het had een jaar van reizen en van de uitvoering van een aantal concrete, ambitieuze plannen moeten worden. Voor Jing He werd het echter een periode van stilzitten en reflecteren op de eigen praktijk. 'Dit jaar heb ik de kans gekregen om te ontdekken hoe ik mezelf kan gebruiken.'

Het startpunt voor haar projectplan 'Elysium' was de transformatie van haar Chinese geboortestad. 'Ik kan niet echt aantonen dat ik in die stad ben opgegroeid. Ik heb geen bewijs, want alle gebouwen uit mijn kindertijd zijn verdwenen.' Ze zijn vervangen door moderne kantoren en winkelcentra. En om de stad extra uitstraling te geven staat er sinds kort bovendien een levensgrote kopie van de iconische Arc de Triomphe uit Parijs. Geen exacte imitatie, maar een aangepast ontwerp, in gebruik als kantoorpand en huisvesting voor een kunstgalerie.

Het idee was deze Arc en nog twee andere Chinese kopieën te bezoeken, evenals een aantal andere plekken in China waar het imiteren en herinterpreteren van de Europese cultuurgeschiedenis te zien is. Kopieerpraktijken en identiteitsvorming als sociale fenomenen staan vaak centraal in het werk van He. Een bezoek aan Parijs, 'het origineel', zou de onderzoekstrip afmaken en genoeg inspiratie moeten opleveren voor een reeks objecten. De opkomst van het coronavirus, allereerst in China, gooide echter roet in het eten. De reis ging niet door.

Opeens was er tijd om na te denken over een vraagstuk waar He telkens weer naar terug cirkelt: hoe vertaal je onderzoek naar een sociaal fenomeen in een ontwerp, een object, in iets tastbaars? Hoe maak je het visueel? 'Soms is een idee een idee, maar maken is een ander pad.' Met behulp van coachinggesprekken met oud-docenten van de Design Academy en de Gerrit Rietveld Academie heeft ze nieuwe manieren om tot maken en tot andere routines te komen onderzocht. Zo maakte ze met behulp van vers fruit samengestelde objecten, die snel weer vergaan. Ook een vondst was tekenen; niet doelmatig schetsen, maar tekenen als vrij middel om tot ideeën te komen. 'Dit gaf me moed, omdat ik erachter kwam dat ik het resultaat niet van tevoren hoef te weten.'

Door het tekenen en online onderzoek zijn er ideeën en inzichten bijgekomen, die hun weg naar visualisatie en materialisatie nog moeten vinden. Zodra het kan, wil ze haar oorspronkelijke plan alsnog uitvoeren.

Tekst: Victoria Anastasyadis
Juliette Lizotte
Juliette Lizotte

Juliette Lizotte

'Mijn fascinatie voor de subversieve figuur van de heks begon op jonge leeftijd', zegt Juliette Lizotte, ook wel bekend als jujulove. 'Maar gedurende de tijd is hij wat op de achtergrond geraakt. Sinds enkele jaren heeft de heks haar belangstelling weer en is het onderwerp van onderzoek. Ze is met name geïnteresseerd in de relatie van heksen met de natuur, en legt een link met ecofeminisme. Deze sociale en politieke stroming gaat terug tot de jaren zeventig en veronderstelt een verband tussen de onderdrukking van vrouwen en de achteruitgang van het milieu. 'Als onderwerp is de heks heel geschikt om actuele thema's aan te hangen. Haar kwade imago is niet verdiend. De heks is toe aan een moderne lezing; ze is juist een autonoom iemand, een ontwrichtend, revolutionair karakter dat bewust omgaat met haar omgeving en haar verantwoordelijkheid neemt richting de flora en fauna om haar heen.'

Met haar videowerk en LARP-games wil de aan het Sandberg Instituut opgeleide en uit Frankrijk afkomstige Lizotte de discussie over klimaatverandering aanwakkeren, mensen wakker schudden en ze aanzetten tot het heroverwegen van hun milieubelastende gedrag. Ze wil toegankelijk werk maken, dat ook buiten de kunstwereld de belangstelling trekt. 'Ik richt me op een jong publiek. Juist jongeren zouden zich uitgedaagd moeten voelen door de klimaatproblematiek. Maar het onderwerp wordt vaak als saai beschouwd, brengt schuldgevoelens met zich mee en veel andere sociaal-politieke kwesties lijken urgenter.'

Het afgelopen jaar volgde ze dans-, performance- en schrijfcursussen. Ze werkte samen met dansers en theatermakers, maakte met een modeontwerper uit gerecycled plastic kostuums voor de dansers in haar video's, verdiepte zich in de mogelijkheden van LARP-gaming en kreeg onder meer advies over hoe ze haar werk het beste kan presenteren. Dit alles met als doel haar onderzoek te verdiepen en vorm te geven, en een parallelle wereld te scheppen die anderen inspireert. Door de uitbraak van het coronavirus is de presentatie van haar werk uitgesteld. 'Videoshoots konden niet doorgaan en zijn uitgesteld. Maar we hebben ons herpakt en afgelopen week zijn we voor het eerst weer bijeengekomen om te filmen. Dat was best spannend.' Lizotte documenteert haar onderzoek online en in een publicatie.
Kasia Nowak
Kasia Nowak

Kasia Nowak

Al van jongs af aan is ze gefascineerd door de relatie tussen kunst en omgeving. Met haar afstudeerproject 'Art in context', waarmee ze de Archiprix 2016 won, onderzocht ze de optimale ruimtelijke omstandigheden van kunst en hoe deze worden ervaren. Het project waar ze het afgelopen jaar research naar deed, is een voortzetting van dat concept. Maar ze verlegde de aandacht van 'een locatie in de stad' naar 'een specifieke locatie': Museum Boijmans van Beuningen. Als curator van haar eigen narratief formuleert ze een nieuwe, andere museumtypologie, een positief kritische blik op de manier van exposeren.

De keuze voor Museum Boijmans van Beuningen is niet willekeurig. Kasia Nowak ziet het als buitenkans dat het museum aan de vooravond staat van een renovatie. Daarnaast sluit de gedachte van architect Adrianus van der Steur aan bij haar ideeën: 'Hij hield bij zijn ontwerp van het oorspronkelijke gebouw rekening met specifieke kunstwerken, en dacht na over bijvoorbeeld het vermijden van schaduw in hoeken van de ruimtes. Dat zou veel vaker moeten gebeuren.' Zelf gaat ze dieper in op de architectonische context van kunstwerken. Hiervoor focust ze op aspecten die vaker in musea worden verwaarloosd of zelfs genegeerd. 'Wanneer je een kunstwerk in een verkeerde context plaatst, krijg je een incomplete ervaring van het werk.' Daarvan heeft ze tal van voorbeelden gevonden, waarbij plaatsing, natuurlijke lichtval, kunstlicht, of juist een donkere ruimte het verschil kunnen maken in de manier waarop een werk wordt getoond en geïnterpreteerd. Ze sprak historici, las biografieën en interviews met kunstenaars waaruit duidelijk wordt dat veel kunstenaars specifiek benoemen wat hun wensen zijn in relatie tot hoe hun werk wordt getoond. Nowak onderzocht daarnaast waar bepaalde kunstwerken zijn geweest, of ze speciaal voor een locatie zijn gemaakt, en al dan niet waren geïntegreerd in de architectuur.

De resultaten van haar onderzoek 'Art in the city' worden waarschijnlijk getoond in het Depot van Museum Boijmans van Beuningen zelf. Maar vooralsnog is ze bezig met het maken van schaalmodellen van objecten in een ruimte en experimenteert ze met alternatieve materialen, transparantie, vormen en kleuren. 'Het is bijzonder om curator te zijn van je eigen expositie over hoe je anders kunt exposeren,' besluit ze.

Tekst: Viveka van de Vliet
Kuang-Yi Ku
Kuang-Yi Ku

Kuang-Yi Ku

Voor zijn 'Tiger Penis Project' kreeg Kuang-Yi Ku twee jaar geleden de Gijs Bakker Award van de Design Academy Eindhoven. Het project, dat een duurzaam alternatief wil bieden voor het gebruik van beschermde diersoorten in de traditionele Chinese geneeskunde, is actueler dan ooit. Nu de consumptie van wilde dieren in China debet lijkt aan een pandemie, wordt de urgentie voor een alternatief alleen maar groter. 'Ik heb al zitten bedenken hoe we kunstmatige vleermuizen en schubdieren zouden kunnen maken,' zegt Ku, 'zodat we tradities kunnen koesteren zonder rampen te veroorzaken.'

Ondertussen is hij – tijdelijk vanuit Taipei – bezig met de drie projecten waarvoor hij een aanvraag deed bij het Stimuleringsfonds. Als social designer en bio-artist met een achtergrond in tandheelkunde ontwerpt hij vergaande scenario's voor het menselijk lichaam. Het gaat over gezondheid, seksualiteit en de interactie met andere soorten en onze planeet. Ku zoekt naar methodes om design en de medische wetenschap met elkaar te verbinden. En om de dagelijkse context niet uit het oog te verliezen, voegt hij daar graag een vleugje sociologie en politiek aan toe.

Het zijn vaak beklemmende toekomstscenario's, die de grens opzoeken van wat we nog acceptabel vinden en wat niet. Zo schetst het project 'Delayed Youth' een dystopische wereld die is ontstaan omdat de conservatieve partij in Taiwan de seksuele voorlichting uit de schoolboeken wil halen. Want waarom zou je dan niet meteen een injectie uitvinden die de puberteit en geslachtsdrift uitstelt tot seks écht mag – als je achttien bent? Een video toont hoe uniform de wereld eruit zou zien als we tot ons achttiende nauwelijks van elkaar verschillen, tot de broekrokken aan toe voor de genderneutrale jeugd. Het tweede project verkent de ethische aspecten van hedendaagse voortplantingstechnieken. 'Grandmom Mom' introduceert het draagmoederschap van gepensioneerde vrouwen voor hun eigen dochters, die in dat geval 'gewoon' voor hun carrière kunnen gaan.

Ook het derde project waaraan Ku werkt, heeft te maken met seksualiteit en voortplanting. Samen met een onderzoeker in animal ecology aan de Amsterdamse VU vergelijkt hij een tweeslachtige slak met andere hermafrodieten; wat bij een slak normaal is, geldt bij mensen als abnormaal. 'Perverted Norm, Normal Pervert' doet een biologisch boekje open over de discriminatie van seksuele minderheden.

Tekst: Willemijn de Jonge
Lieselot Elzinga
Lieselot Elzinga

Lieselot Elzinga

Vrouwelijk en stoer, met een ruig randje. Zo karakteriseert Lieselot Elzinga het modelabel Elzinga, dat weliswaar naar haar vernoemd is, maar dat ze samen met Miro Hämäläinen heeft opgericht, vlak na hun afstuderen aan de Rietveld Academie in 2018. Je ziet de podiumliefde van beide ontwerpers erin terug. Hämäläinen deed naast de kunstacademie ook de theaterschool, en Elzinga treedt al vanaf haar twaalfde op als zangeres en bassist in verschillende bands. 'Dan moet je er staan, een entree maken in een split second. Onze kleding is extravagant, maar niet té, precies genoeg om je lekker te voelen op het podium.' Het merk viert de mode en de muziek, met simpele, heldere vormen en veel kleur. De ontwerpen appelleren aan de fifties, sixties, de Teddy Girls, popart en rock-'n-roll, maar dan wel à la 2020. En dat valt in de smaak. De afstudeercollectie van Elzinga werd gespot door modeagentschap Parrot Agency, die het tweetal meteen binnenhaalde en aan het Londense MatchesFashion wist te koppelen.

Toen begon het: de vertaalslag van een afstudeercollectie, waarin de focus niet direct op draagbaarheid lag, naar een duurzame collectie voor de commerciële markt. 'In de stukken voor mijn afstuderen had ik bijvoorbeeld nog pvc verwerkt. Eigenlijk heb ik me op de kunstacademie nooit beziggehouden met de toepasbaarheid van wat ik maakte. Dat werd nu ineens belangrijk.' Het duo voelde zich er niet door beperkt en maakte een vliegende start. 'We hebben natuurlijk van alles fout gedaan, maar uiteindelijk leer je toch het meest door het gewoon te doen.' En ze deden veel in hun eerste jaar: de lancering van vier collecties, een presentatie op de London Fashion Week en de opening van die in Amsterdam – heel toepasselijk in bluescafé Maloe Melo.

Daar tussendoor deden ze nog stoffenonderzoek in een Spaanse weverij en werkten ze aan hun professionele bedrijfsvoering. Elzinga: 'Ineens is het geen liefhebberij meer, maar een onderneming. Dan moet je gaan nadenken over financiën en bedrijfsvoering – vrij vreselijk. Het leuke is dat het steeds sneller gaat: de eerste collectie kostte acht maanden, de tweede vier en de laatste nog maar twee.' Inmiddels is de vijfde collectie in de maak, dit keer niet meer exclusief voor MatchesFashion. De stijl wordt wat ingetogener. 'Mode is gelinkt aan het gedrag van de mens. Wij maken veel feestkleding, maar in deze tijd zijn er niet zoveel feestjes. De nieuwe collectie wordt daarom ietsje stiller.'

Tekst: Willemijn de Jonge
Marco Federico Cagnoni
Marco Federico Cagnoni

Marco Federico Cagnoni

'Super blij en super moe.' Zo voelt ontwerper Marco Federico Cagnoni zich na een jaar onderzoek doen naar latex producerende eetbare planten in samenwerking met de Universiteit Utrecht. Het heeft hem wel een flinke stap dichter bij zijn doel gebracht: een échte bio-plastic, volledig biologisch afbreekbaar met alle voordelen en eigenschappen van een synthetische plastic. De twaalf maanden Talentontwikkeling zijn slechts het begin van de periode die Cagnoni denkt nodig te hebben voor het ontwikkelen van het materiaal. Hij schat dat het nog enkele jaren duurt 'van het zaadje tot het materiaal'.

Bij de universiteit mag hij gebruikmaken van een kas in de hortus botanicus, waar hij een kleine selectie planten kweekt die potentieel veel latex kunnen opleveren, onder andere de 'vergeten groente' schorseneren. Latex (de basis van onder andere rubber) bevat – in tegenstelling tot bekendere bio-plastics gemaakt uit algen of paddenstoelen – geen cellulose. Met cellusosehoudend materiaal maak je geen goed presterend bio-plastic volgens Cagnoni. Al tijdens zijn afstuderen aan de Design Academy in Eindhoven hield hij zich bezig met deze materie. Dankzij het ontwikkeljaar heeft hij de ruimte om zijn ideeën en aannames in de praktijk verder te onderzoeken.

Het monitoren van de cyclus van een plant neemt veel tijd in beslag, de natuur laat zich niet haasten. Vanwege coronamaatregelen was het tijdelijk niet mogelijk de planten te verzorgen, waardoor de oogst mislukte. Gelukkig kon er van een eerder monster een chemische analyse worden gemaakt. En wat blijkt? 'Waar het op neerkomt, is dat we een nieuw materiaal hebben ontdekt dat ongelooflijke eigenschappen heeft en voor zeventig procent overeenkomt met Poly-Ethyleen-Vinyl-Acetaat (PEVA) rubber.' Nu kennen ze dus de 'vingerafdruk' van het materiaal, hoe het precies is opgebouwd. Maar dan ben je er nog niet. 'We hebben waarschijnlijk de sleutel gevonden, nu nog het slot.'

De volgende stap is het materiaal testen onder verschillende condities. Om het project echt te laten slagen, is een enorme schaalvergroting nodig; veel plek om te verbouwen, grotere machines om de latex aan de wortels te onttrekken of een industrie die zich aan het onderzoek verbindt. Elke stap kost Cagnoni veel energie, maar het doorontwikkelen tot een massaproduceerbaar materiaal is essentieel voor hem. Als social designer wil hij de vertaalslag van wetenschap naar ontwerp maken. En dan niet voor de 'één procent', maar zodat de gehele aarde en haar bewoners daar wat aan hebben.

Tekst: Victoria Anastasyadis
Mark Henning
Mark Henning

Mark Henning

Het zijn interessante tijden voor Mark Henning. Zijn afstudeerproject 'Normaal' aan de Design Academy Eindhoven in 2017 was de start van een onderzoeksperiode naar wat men beschouwt als normaal en wat niet. Naar aanleiding van Rutte's opmerking 'de norm hier is dat je elkaar de hand schudt', ontwierp hij the perfect handshake. Die heeft hij op de millimeter nauwkeurig uitgemeten en met instructielijnen op een trainingstafel gezet voor het inburgeringstraject van nieuwkomers in de Nederlandse cultuur – op het absurde af. Sindsdien is hij doorgegaan met speelse interventies die te maken hebben met interpersoonlijke ruimte en de gebaren die daarbij horen. Zijn werk was in maart nog in de VS te zien in het Philadelphia Museum, op de expositie 'Designs for Different Futures'.

En toen kwam de pandemie. Inmiddels spreken we met zijn allen van 'het nieuwe normaal'. De wereld op zijn kop; het kan een geschenk zijn voor een ontwerper die toch al vraagtekens zette bij de opvattingen van hoe het hoort. Henning zit middenin de herbeschouwing van zijn werk. De zorgvuldig gezette lijnen op zijn trainingstafel en oefenspiegel, hebben in de praktijk plaatsgemaakt voor iets anders. Waar Hennings lijnen bedoeld zijn om de mensen nader tot elkaar te brengen, zijn onze publieke ruimtes inmiddels volgeplakt met lijnen die juist de onderlinge afstand moeten bewaren. Een hand geven is nu uit den boze: 'Een gebaar dat vertrouwen moest wekken, is een risico geworden.'

Henning noemt het surrealistisch. Natuurlijk is hij allang weer aan het observeren en aan het spelen met de complexiteit van social distancing. Hij werkt aan een aangepaste installatie voor Designs for Different Futures, die zich binnenkort naar het Walker Art Center in Minneapolis verplaatst. De vraag is hoe nabijheid en intimiteit nieuwe vorm krijgen. Wat hem vooral boeit, is hoe het straks gaat als we uit de lockdown komen: 'Hoe gaan we om met de interpersoonlijk ruimte tijdens het afbouwen van de lockdown? Krijgen we ooit weer vertrouwen in handen schudden? Hoe ziet sociale interactie er over zes maanden uit?' Hij werkt aan een gedramatiseerde documentaire die de tradities documenteert. 'We weten niet hoelang dit proces gaat duren, maar wat als we het straks allemaal opnieuw moeten leren?' In dat geval bieden de tools van Mark Henning uitkomst. En kunnen we allemaal weer met een knipoog inburgeren in wat we ooit normaal vonden.

Tekst: Willemijn de Jonge
Marwan Magroun
Marwan Magroun

Marwan Magroun

'Je zou een heel goede vader zijn… net als je moeder.' Op een Tunesisch strand, uitkijkend over de Middellandse Zee, vertelt Marwan Magrouns moeder hoe het voor haar was, drie kinderen in haar eentje opvoeden in Rotterdam. Magrouns vader was er niet voor zijn kinderen – iets wat het stigma over vaders met een migratieachtergrond lijkt te bevestigen. Maar in zijn huidige vriendenkring ervaart de foto- en videograaf iets heel anders. Hij ziet gescheiden vaders met Kaapverdiaanse, Antilliaanse en Surinaamse roots vechten voor hun kinderen, zeer bewust bezig zijn met wat ze hun kinderen meegeven, en worstelen met de vraag of ze het wel goed doen. Hij besloot een fotoserie en film te maken om het negatieve beeld over bi-culturele vaders te weerleggen. 'Sinds 9/11 wordt er iets op je geprojecteerd. Ik zoek naar manieren om dat te pareren. Ik wil naast het vooroordeel over de hele groep een genuanceerder, persoonlijker beeld neerzetten.'

In de halfuur durende documentaire 'The Life of Fathers' volgt hij drie alleenstaande vaders. Terwijl hij zijn vrienden interviewt en dicht op de huid fotografeert, wordt zijn zoektocht naar de nuance gefilmd onder regie van Rien Bexkens. 'Wij denken allemaal in stereotypes,' zegt Magroun, 'tot je de mensen om wie het gaat leert kennen. De vaders die ik spreek, willen hun kinderen zien, betrokken zijn en ze opvoeden tot een zo goed mogelijk persoon.' De film was in januari te zien op het IFFR en is nu in de running voor verschillende internationale festivals. Magrouns streven is om meer van dit soort zelfstandige producties te gaan maken – 'betekenisvolle verhalen' noemt hij het zelf.

Zijn passie voor fotografie begon eigenlijk bij toeval, toen hij in 2012 een oude spiegelreflexcamera uit 1967 kreeg, gevonden tussen de rommel op straat. Hij kocht een rolletje bij de HEMA en ging foto's maken van de stad waar hij geboren en getogen is. Vier jaar later kocht hij een nieuwe camera en zei hij zijn baan als organisatiedeskundige op; in 2017 won hij de Kracht van Rotterdam. Nu is hij zijn onderneming aan het opschalen. 'Ik begin nu in de positie te komen dat ik kan doen wat ik tof vind. Er liggen nog genoeg verhalen te wachten om verteld te worden.'

Tekst: Willemijn de Jonge
Maxime Benvenuto
Maxime Benvenuto

Maxime Benvenuto

Design research. Er wordt veel over gezegd en geschreven, maar wat ís het eigenlijk? Of beter gezegd: wat verstaat men eronder? Toen Maxime Benvenuto vorig jaar op de graduation show van de Design Academy Eindhoven rondliep, waar hij zelf in 2016 cum laude afstudeerde, viel hem op dat de meerderheid van de exposanten zich beriep op design research. 'Maar kun je dat wel zo noemen als je een boek hebt gelezen om een goed ontwerp te kunnen maken?' Zelf ziet Benvenuto het meer als een discipline die immateriële kennis en informatie verzamelt, zonder dat daar meteen een product uit voortkomt. Onderzoek is nooit af, er is geen eindresultaat, alleen een tussenstand. Wat hij presenteert op de Dutch Design Week zal dan ook een momentopname zijn.

Hij startte zijn eigen design research – naar de praktijk van design research. Inmiddels heeft hij zeventien onderzoekers in Nederland, Italië, Frankrijk, Engeland en Japan uitgebreid geïnterviewd. Ze vertelden hem over de discrepantie tussen onderwijs en praktijk: een Franse design researcher in een lab voor bionanotechnologie bleek alles opnieuw te moeten leren toen ze na haar studie aan het werk ging. In een interview met een Franse ontwerper worstelde Benvenuto met de vertaling van het begrip: is het 'la recherche au travers du design' of 'le design au travers de la recherche'? Design voor of door onderzoek? Er bleek al veel over geschreven te zijn, hij zit nu middenin de verhandelingen van wetenschappers als Pierre-Damien Huyghe, Alain Findelli en Christopher Frayling. 'Het maakt voor de praktijk echt uit welk voorzetsel je gebruikt, zegt Benvenuto. Een ander terugkerend thema is de subjectiviteit die erbij komt kijken. Terwijl bijna alle wetenschappers krampachtig objectief proberen te blijven, staat design research subjectieve bevindingen toe. Dat is kenmerkend, zegt Benvenuto. Net als het doen van interventies, om te zien hoe mensen daarop reageren; dat pakken ontwerpers bijvoorbeeld heel anders aan dan antropologen, die willen observeren zonder in te grijpen.

Het onderzoek naar 'de kosmologie van design research' is nog in volle gang. Het vraagt om verdieping, iets wat volgens Benvenuto nogal eens ontbreekt in de designjournalistiek. 'Design is een fast consumer product geworden, dat je in honderd woorden en met een paar sprekende beelden moet kunnen beschrijven. Maar er is meer nodig om de nuance over te brengen.'

Tekst: Willemijn de Jonge
Millonaliu
Millonaliu

Millonaliu

Ruimtelijk ontwerpers Klodiana Millona en Yuan Chun Liu werken samen onder de naam millonaliu. Ze delen een diepgaande interesse in alternatieve manieren van samen wonen en leven. Ook zijn ze kritisch op de architectuur als discipline. Die vinden ze politiek, te dominant en canoniek; te veel gericht op oude voorbeelden die niet beantwoorden aan de huidige eisen van de woningbouw.

Voor hun ontwikkeljaar wilden ze twee informele woonstructuren bestuderen in de hoofdsteden van hun geboortelanden Taiwan en Albanië. In Taipei bestaat bovenop de daken een extra woonlaag van door bewoners zelf toegevoegde ruimtes. Ze worden vaak verhuurd voor relatief lage prijzen in een stad waar de huren torenhoog zijn en voorzien zo in een behoefte waar de overheid dat nalaat. In Tirana doet zich een heel ander fenomeen voor. Daar worden huizen vaak niet afgemaakt, maar zijn ze in een constante staat van verbouwing en uitbreiding. Dit komt enerzijds door regelgeving (over een huis dat niet af is, hoeft geen belasting te worden betaald), maar ook door de financiering. Vaak wordt er gebouwd met geld van familie uit het buitenland, dat in horten en stoten komt.

Door de coronacrisis kon het onderzoek in Albanië niet plaatsvinden, maar in Taiwan heeft millonaliu wél veldonderzoek kunnen doen. Aanvullend deden ze tijdens de lockdown online onderzoek. Terwijl ze onderzoek deden naar de vorming van landeigendom richtten ze zich op een genetisch gemodificeerd rijstgewas dat tijdens de koloniale overheersing van Taiwan door Japan moest worden verbouwd voor de Japanse markt, met verstrekkende gevolgen. 'Je ziet hoe slechts één soort gewas het land, de grond, de cultuur, de industrie, zelfs de rituelen kan beïnvloeden. We kijken naar de manier waarop dit gewas, en daarmee landbouw, een sterk effect heeft gehad op de omgeving, zowel fysiek als sociaal.'

Momenteel zijn de ontwerpers bezig alle verzamelde informatie te ordenen voor een online publicatie die zal worden aangevuld met vergelijkbare voorbeelden van alternatieve samenlevingsvormen. Meer nog dan de concrete uitkomsten van hun projecten, was dit ontwikkeljaar belangrijk voor millonaliu om ruimte en tijd te hebben om te onderzoeken hoe zij van hun werk kunnen leven en om te experimenteren met vormen van participatief onderzoek. 'Hoe verzamel je informatie die niet afkomstig is van de mensen die de informatie controleren? Wat betekent het om een plek te onderzoeken binnen een gemeenschap, mét de gemeenschap? Wat zijn onze waarden en waar willen we echt aan werken in dit veld?'

Tekst: Victoria Anastasyadis
Milou Voorwinden
Milou Voorwinden

Milou Voorwinden

In het laatste jaar van haar studie product design aan ArtEZ, deed Milou Voorwinden mee aan een uitwisselingsprogramma met het textiellab van Falmouth University. 'Toen ben ik verliefd geworden op weven.' Ze ging na haar afstuderen door op haar eigen handweefgetouw, en begon zich te specialiseren in textielontwerpen: niet alleen in het design, maar ook in het maakproces. Inmiddels is ze de jacquardwever bij EE Exclusives, waar ze de beschikking heeft over industriële machines met 76 kettingtouwen per centimeter – heel geschikt voor 3D-weven. Het afgelopen jaar is ze in de techniek gedoken. 'Normaliter worden stoffen gemaakt op een weefgetouw, daarna worden de patroondelen eruit geknipt en die moeten dan weer in elkaar worden gezet. Als je driedimensionaal weeft, is het af als het van de machine komt. Textiel is iets wat je op die manier heel lokaal en in één proces kunt ontwerpen.' 3D-weven brengt dus een flinke verduurzamingsslag: het scheelt veel afval, productietijd en reistijd.

Voorwinden sloeg de handen ineen met een Nieuw-Zeelandse ontwerpster die aan het promoveren is op duurzaam patroontekenen en samen maakten ze een broek. Die is nu al een aantal keer geweven, waarbij het zoeken is naar de beste input: 'Hoe dik moet de draad zijn en hoe hard laat ik de machine de draad aanslaan?' Het gaat niet zozeer om het design dat eruit voortkomt, meer om het maakproces en de mogelijke toepassingen. Ze experimenteerde bijvoorbeeld ook met spacers, die het minder duurzame schuim in kussens kunnen vervangen; daarbij zorgt een soort ingeweven hekwerk van TPU voor een verend, lichtgewicht binnenwerk.

Naast het onderzoek op de geavanceerde hightechmachines in het Brabantse Heeze, ging Voorwinden ook op zoek naar het andere uiterste. Ze vertrok naar Japan om de traditionele weefgetouwen te herontdekken. In de zijdeprovincie Kioto programmeerde ze oude machines die niet met een grijper, maar met een schietspoel en een doorlopende draad werken. 'Dat zijn vaak nog ponskaartmachines waar een kastje op is gezet dat alles met een floppy aanstuurt.' Het lukte haar om traditie en innovatie hand in hand te laten gaan: ze kreeg de oude machine aan de praat met nieuwe programmatuur. 'Ik zou graag nog een keer teruggaan om dat verder te onderzoeken.'

Tekst: Willemijn de Jonge
Minji Choi
Minji Choi

Minji Choi

'In Azië hebben mensen meer respect voor elk levend wezen, ook in Zuid-Korea waar ik vandaan kom', vertelt Minji Choi vanuit haar studio in Eindhoven. En daarover gaat haar project 'The Dignity of Plants', waarin ze de culturele symboliek van planten in relatie tot het stedelijk landschap onderzoekt. Ze doet dit door niet langer de mens als middelpunt te nemen, maar het perspectief te verschuiven naar de plant. De 'waardigheid van de plant', of de 'rechten van de plant' gebruikt ze als uitgangspunt om onze houding ten opzichte van andere levende wezens te herdefiniëren, want die is vaak gebaseerd op valse sentimenten en morele oordelen over wat goed en slecht is, of natuurlijk en kunstmatig. 'Hoe wij de natuur zien, is hoe wij de wereld zien. Door je te verplaatsen in een plant kun je op een andere manier naar de natuur kijken.'

Afgelopen jaar werkte Choi dit gegeven uit in een casestudie over invasieve planten, waarvan de Black Cherry er een is. Geroemd om zijn vitaliteit, kracht en schoonheid, importeerden Nederlanders deze bomen in 1740 uit Amerika. Leek de Black Cherry in eerste instantie een stimulerende rol te hebben in de aanleg van productiebossen bestaande uit dennen, op den duur bleek de boom de groei van dennenbomen te belemmeren en het bos te gaan overheersen. Zo kreeg de aanvankelijk bewonderde Black Cherry hier een negatieve connotatie. Ecologen ontwikkelen intussen manieren om juist te profiteren van invasieve planten in onze natuur. Ze leveren immers zaden aan vogels en bieden insecten en andere dieren beschutting. 'In plaats van invasieve bomen te verwijderen, zouden we het ecosysteem moeten beschermen en de biodiversiteit kunnen stimuleren, zodat er een gezonder bos met betere bodemkwaliteit en meer balans ontstaat.'

In de uitsluiting van invasieve plantensoorten ziet Choi parallellen met de uitsluiting van mensen en de wijze waarop we migranten, vluchtelingen of zware mensen behandelen. 'Ik wil als ontwerper verhalen delen met een groter publiek, en onze manieren van denken helpen veranderen.' Dat doet Choi met een serie publicaties zoals een videodocumentaire, een animatiefilm en interviews met onder andere ecologen. Daarnaast wil ze haar eigen 'Garden of Eden' realiseren en zich bekwamen in tuindesign. 'Daarmee daag ik mijzelf uit om mijn ideale tuin te creëren en het maakt mijn casestudie alleen maar sterker.'

Tekst: Viveka van de Vliet
Mirte van Laarhoven
Mirte van Laarhoven

Mirte van Laarhoven

Mirte van Laarhoven ontwikkelt geen gangbare parken of pleinen, maar voelt zich als een vis in het water bij artistieke landschapsarchitectuur. Ze werkt aan grootschalige visies over klimaatadaptatie en herstel van biodiversiteit door kleine ingrepen te doen die een bijdrage leveren aan een gezond landschap. Ze gaat niet uit van het beheersen of veroveren van de natuur, maar van het meebewegen mét de natuur. Door het water de ruimte te geven om vrijer te stromen, onderzoekt de in 2017 aan de Academie van Bouwkunst afgestudeerde landschapsarchitect hoe beter kan worden geprofiteerd van natuurlijke processen.

Maar hoe bouw je artistieke landschapsarchitectuur die iets toevoegt aan het landschap? Een voorbeeld is haar 'Onderwaterbos' van dood hout dat allerlei beestjes aantrekt, de stroming beïnvloedt, en een graadmeter vormt voor de ecologie. Of land art-interventies, zoals speeltoestellen of een sculpturentuin, die niet alleen aantrekkelijk zijn voor de flora en fauna, maar evengoed voor de mens. 'Mijn idee erachter is dat je spelenderwijs de natuur leert kennen, beter leert kijken en interacteert met alles wat leeft.'

Afgelopen jaar zette ze grote stappen. Zo begon ze haar eigen studio: Living Landscapes. Vanuit haar praktijk bouwt ze verder aan haar portfolio. Het nieuwe instrumentarium dat ze aan het ontwikkelen is, vraagt om nieuwe kennis en kunde. Ze betrekt ecologen, ambachtsmensen en architecten bij haar ambitie om projecten te realiseren in openbare waterwegen. Dat gaat niet vanzelf ervaart ze. 'Overheids- en natuurorganisaties zijn enthousiast, maar de overlegcultuur en de veiligheidsaspecten maken processen traag en beleidsmatig. Ik hoop een weg te vinden om sneller pilots te realiseren en stapsgewijs mijn ambities te testen, middenin de krachten van de natuur.'

Een mooie bijkomstigheid is dat haar schoonfamilie onlangs een kavel kocht in Klarenbeek. Een stukje dood bos weliswaar, maar het doel is om dit door droogte gestorven fijnsparrenbos nieuw leven in te blazen. 'Een bosbouwer zou het waarschijnlijk platgooien en in een keer nieuw aanplanten, ik kijk naar de huidige situatie. Eigenhandig een bos revitaliseren heet nog geen landschapsarchitectuur, maar het past wel bij mijn manier van werken: ik ontwikkel een heldere visie, gevolgd door een organische vertaling naar de praktijk. Zo kan ik ter plekke bekijken wat nodig is en maatwerk leveren. Een werkproces dat stroomt als het water, dat is mijn ideaal.'

Tekst: Viveka van de Vliet
Nadine Botha
Nadine Botha

Nadine Botha

Research designer en journalist Nadine Botha was zich altijd al bewust van de rol van verhalen binnen een cultuur, en niet zomaar verhalen, maar stigmatiserende, op angst gebaseerde of propagandistische verhalen. Om een gesprek uit te lokken, gebruikt ze dagelijkse 'onschuldige' onderwerpen als gereedschap om niet-vertelde verhalen over onderdrukking, gerechtigheid en kolonialisme bloot te leggen en te nuanceren. Dat doet ze onder andere door archiefonderzoek, interviews en samenwerkingen met wetenschappers, door de sociopolitieke en culturele waarden die achter de onderwerpen schuilen samen te brengen in installaties op tentoonstellingen, via digitale media, in performances, publicaties en workshops.

Zo brengt ze in haar doorlopende researchproject 'Sugar: A Cosmology of Whiteness' op allerlei niveaus suiker voor het voetlicht en vertelt ze aan de hand van dit zoete onderwerp over de donkere kant van de de transatlantische slavenhandel en de hedendaagse voedselindustrie. Nu werkt ze voor 'Projecting Other-wise' samen met epidemioloog Henry de Vries. Dit project, waarvoor ze een Bio Art & Design Award (BAD) won, gaat over volksgezondheid, stigma's en virussen en de relatie met zombies. 'Zombie-apocalypsfilms brengen de mythologie van de hedendaagse samenleving over ziekte en de gevreesde ander samen', vertelt ze. De zombie vindt zijn oorsprong in de Haïtiaanse folklore, waar hij werd gebruikt om het verzet van slaven in te luiden, en uiteindelijk de Haïtiaanse revolutie die leidde tot de afschaffing van de slavernij. Later, in Hollywood-films, werd deze folklore gebruikt om de angst van blanken voor zwarte mensen als ziektedragers te verbeelden, een vooroordeel dat voortkwam uit de manier waarop epidemiologie in de koloniale tijd werd ingezet om segregatie en genocide te rechtvaardigen. 'In de loop der jaren zijn de films geëvolueerd en laten ze zombie-uitbraken zien die worden verspreid door een virus. De zombies zelf representeren “de ander” in actuele maatschappelijke verhalen rond terrorisme, vluchtelingenproblematiek, de HIV/Aids-epidemie en nu het coronavirus.

Het ontstaan van die angst voor de ander wil ze bespreekbaar maken, mede door haar jeugd in Zuid-Afrika en master op de Design Academy Eindhoven. 'Racisme en kolonialisme maakten geen deel uit van welk gesprek over ontwerp dan ook.' Daarom zoekt ze de interactie met het publiek en wil ze gesprekken mogelijk maken die te weinig worden gevoerd. Zo probeert ze met haar werk bij te dragen aan het vertellen van alternatieve, genuanceerde verhalen die het bestaande verhaal bevragen, en daarmee op den duur ons begrip van wat we als vanzelfsprekend beschouwen in de wereld.

Tekst: Viveka van de Vliet
Nastia Cistakova
Nastia Cistakova

Nastia Cistakova

'Bittere Ernst'. Het is de werktitel van de game waarmee Nastia Cistakova de quarterlife crisis op de hak neemt. 'Te veel keuzes in je jonge leven – dat is héél zware problematiek natuurlijk.' Cistakova durft het zoeken naar zingeving te ridiculiseren in woord en beeld, won met haar afstudeerproject aan de HKU de Blink Youngblood Award, voor het sublieme gevoel van ongemakkelijkheid dat het opriep. De hoofdpersoon voor deze nieuwe game had ze toen al: een roze aardappel. 'Een niksige vorm, die de hele zoekende generatie en hun geestelijke chaos kan verbeelden.'

Het afgelopen jaar dook ze in de identiteit van haar dolende aardappel. Ze nam het internet als orakel, struinde fora af, googelde naar oplossingen met vragen als: how to spice up your life? 'Dan krijg je van die heerlijk suffe suggesties als: ga eens een dromendagboek bijhouden, leer nieuwe mensen kennen, step out of your comfort zone.' Cistakova associeerde erop los, maakte
storyboards waarop ze haar aardappel laat bungeejumpen, worstelen met nieuwe ontmoetingen, of vluchten voor een loslopend gebit. Het absurdistische wordt tot kunst verheven – zonder boodschap zegt ze zelf. 'De gedachte is meer: hoe kan ik het leven nog raarder maken dan ik het al vond? Kleinschalige drama's nog net wat verder laten ontsporen? Daar word ik echt blij van.'

De game is nog niet af; het maakproces is een zoektocht naar nieuwe technieken en methodieken. Ze heeft beter leren tekenen in die tijd, zich verdiept in animaties, video, interactive design en 3D-objecten. 'Eigenlijk tekende ik nog altijd met de hand, om daarna de fouten te corrigeren met Photoshop. Ik heb nu een iPad gekocht en digitaal leren tekenen, zodat ik in één keer door kan.' Naast het werk in opdracht voor onder andere De Volkskrant, De Correspondent en Het Parool, waarin het toch vooral gaat om wat anderen ervaren, draait haar autonome werk nu veel meer om haar eigen verhaal. Houd de release van Bittere Ernst de komende maanden in de gaten, voor een verrassend inkijkje in Cistakova's eigen chaotische geest.

Tekst: Willemijn de Jonge
Nikola Knezevic
Nikola Knezevic

Nikola Knezevic

Spatial stage designer Nikola Knezevic bedenkt concepten gericht op de relatie tussen lichaam, geest en omgeving. In de afgelopen jaren heeft hij een eigen methodiek ontwikkeld. Hij gebruikt technieken uit zijn eigen ontwerp- en architectuurachtergrond en betrekt choreografen en dansers bij het ontwerpproces.

In feite heeft de uit Servië afkomstige Knezevic zijn eigen vakgebied uitgevonden. Hij is een pionier zonder leermeesters. Het toekennen van de talentontwikkelingsbeurs noemt hij een erkenning binnen een nieuw vakgebied waar hij zelf sterk in gelooft en waarin hij zich met toewijding en geduld bekwaamt. 'Om erachter te komen hoe mensen bewegen, wil ik het zelf ervaren. Hoe ervaart een danser, stuntman, of sporter een ruimte? Ik wil weten hoe het lichaam reageert op of zich aanpast aan een ruimte. Wat is de werking van de menselijk perceptie? En waar stopt het lichaam en begint de ruimte?' Recentelijk verplaatste hij zich bijvoorbeeld in een atleet en leerde hij hordelopen, samen met choreograaf Florentina Holzinger. 'Ik ben gefascineerd door hoe je een obstakel als het nemen van een horde, beteugelt en vrienden wordt met het object. Daardoor leer je hoe het object ons kan helpen het te gebruiken.'

Onderdeel van zijn ontwikkeltraject was een Body Weather-workshop. In deze workshop, die wereldwijd door een groep choreografen wordt gegeven, leer je hoe het landschap en het weer reflecteren op het lichaam en onze stemmingen. 'Zo leer ik emoties beter begrijpen en train ik mijn eigen geest en lichaam.' Ook ging hij bij de Sloveense choreograaf en filosoof Mala Kleyne in de leer. Zij ontwikkelde een methodologie om via meditatie emoties te stimuleren die worden opgeroepen bij beelden die in je hoofd opkomen. Zo gaat Knezevic' onderzoek naar het onbewuste, herinneringen en dromen, ook over spacial design, maar dan de mentale ruimte.

Uiteindelijk moeten al zijn kennis en ervaringen van de afgelopen tijd worden geïntegreerd in een aantal publieke theaterperformances. Vanwege covid-19 besloot Knezevic min of meer noodgedwongen samen te werken met kunstenaar en programmeur Fred Rodrigues aan een digitale covid-proof performatieve installatie met VR-bril. Deze wordt momenteel gefilmd. Het levert Knezevic alweer nieuwe kennis op.

Tekst: Viveka van de Vliet
Ottonie von Roeder
Ottonie von Roeder

Ottonie von Roeder

'Ik zit nu in Marokko en heb net geleerd hoe ik een tapijt moet weven.' Het is de voice-over van de schoonmaakster die samen met Ottonie von Roeder de robot heeft gebouwd die je in de video aan het werk ziet – zonder haar. Zij heeft in Von Roeders 'Post-Labouratory' gewerkt aan haar eigen vervanging, zodat zij kan gaan reizen. Tegenover de angst voor de voortschrijdende automatisering plaatst Von Roeder een optimistisch scenario. In navolging van filosoof Hannah Arendt maakt ze onderscheid tussen work (werk) en labour (arbeid). En dat laatste omvat de klussen die we liever kwijt dan rijk zijn. Als je daar zelf een robot op maat voor kunt maken, houd je controle en kun je je tijd ondertussen besteden aan iets waar je écht blij van wordt.

Na haar afstuderen aan de Design Academy Eindhoven is Von Roeder doorgegaan met haar onderzoek naar de transitie van arbeid naar werk. Ze merkte dat de ontwerpers om haar heen haar zelfgebouwde robots een interessante oplossing vonden voor fysieke beroepen, maar het experiment niet op zichzelf betrokken. 'Designers denken, zoals zovelen, dat hun eigen taken niet kunnen worden geautomatiseerd,' zegt Von Roeder. 'Maar computers zijn al superbelangrijk in ons vak, we doen bijna alles met softwareprogramma's.' Haar design research naar de toekomst van creatieve beroepen verkent de mogelijkheden, maar ook de sentimenten hierover. Zelf zou ze graag een bot willen maken voor het afhandelen van haar administratie en subsidieaanvragen. Om de grenzen tussen saaie en inspirerende werkzaamheden af te tasten, experimenteert ze ondertussen ook met software die modellen kan ontwerpen.

Momenteel werkt Von Roeder aan een chatbot voor de Dutch Design Week, die bezoekers hierover gaat bevragen. 'Is creativiteit een menselijke eigenschap, of kan een computer het ook? Kunnen we design simuleren? Heeft het dan nog wel dezelfde kwaliteit? En hoe ziet de toekomst van ons vak er dan uit?' Uiteindelijk wil ze het publiek activeren. 'Automatisering is bedreigend als je passief toekijkt hoe de technologie het overneemt. Maar je kunt ook een actieve rol aannemen. Als je de techniek naar je hand zet, het in een vorm giet waar je iets aan hebt, wordt het positief. Ik zie het als een uitdaging om mensen om te vormen van consumenten naar actieve deelnemers.'

Tekst: Willemijn de Jonge
Paradyme

Paradyme

Ze zijn dit jaar bezig geweest met de herpositionering van hun studio: Florian Mecklenburg en Karolien Buurman begonnen als Goys & Birls, maar zijn nu Paradyme, Practice for Visual Culture. 'Een paradigma is een set regels die bepaalt hoe je naar de wereld kijkt,' zegt onderzoeker en artdirector Karolien Buurman. 'Wij hebben die regels maar meteen overtreden door het woord fout te spellen.' De ongrijpbare kaders van het visuele domein houden het tweetal bezig. Waar het eerst de ontwerpers, illustratoren en fotografen waren die de wereld van beeld domineerden, is iedereen met een smartphone nu beeldmaker. Die cultuuromslag wordt op de voet gevolgd door Paradyme. Hun nieuwe insteek is meer gericht op design research dan op het opleveren van een eindproduct. 'Onderzoek en strategie was altijd al een groot onderdeel van ons ontwerpwerk, maar nu zien we het meer als iets wat op zichzelf kan staan,' zegt grafisch ontwerper Florian Mecklenburg.

De afgelopen tijd stond in het teken van het vinden van hun eigen plek in de visuele cultuur en het oprekken van de grenzen die ze daarbij tegenkwamen. Zo sloegen ze de handen ineen met een schrijver en denker, voor de publicatie van een serie rapporten over de invloed van beeldcultuur. En ze maakten hun eigen font – juíst omdat ze geen typografen zijn. 'Het fijne is dat je dan de regels voor letterontwerpen ook niet strikt hoeft te volgen,' zegt Buurman. Hun font heet 'Crop Top' en is geïnspireerd op het naveltruitje, dat door de jaren heen symbool staat voor verzet tegen de maatschappelijke norm. Ze beschouwen het als een karakter in de breedste zin van het woord. Het is vooral het achterliggende verhaal dat hen interesseert: 'De crop top legt maatschappelijke vraagstukken bloot over politiek, ras, gender en religie.' Ze hebben er uitgebreid onderzoek naar gedaan, om dat vervolgens weer in een visuele publicatie te gieten.

Een andere nieuw geleerde skill is virtual 3D-sculpting. Maar omdat 'de oplossingen niet allemaal in de computer zitten,' heeft het duo daarnaast ook iets heel aards en tastbaars opgepakt: keramiek. Ze zitten middenin het onderzoek naar tactiele vormen en structuren en willen nog niet te veel zeggen over de objecten die daaruit voortkomen. Maar daar gaat het uiteindelijk ook niet om; dat was nou juist het hele punt van dit onderzoeksjaar.

Tekst: Willemijn de Jonge
Post Neon
Post Neon

Post Neon

Als student aan de Design Academy Eindhoven waren ze jarenlang huisgenoten. Vito Boeckx en Jim Brady studeerden in 2018 beiden af op een virtual reality-project, dat ze naast elkaar in de huiskamer ontwierpen. Als Post Neon zijn ze samen doorgegaan met het ontwerpen van steeds geavanceerdere virtuele 3D-content. Inmiddels is jeugdvriend Jeremy Renoult ook aangehaakt. 'Wat wij doen is objecten of situaties uit de echte wereld nabouwen in een digitale vorm, die je kunt modificeren. De uitdaging is de grens tussen realiteit en virtualiteit zo te vervagen dat je soms niet meer weet wat je nou eigenlijk écht hebt gezien. Dat surrealistische element maakt het interessant,' zegt Jim Brady.

Naast surrealistisch is het ook buitengewoon praktisch, een database vol digitale 3D-objecten, die je onbeperkt kunt manipuleren en op de gekste plekken kunt inzetten voor campagnes, communicatie en kunst. Ze vroegen de beurs bij het Stimuleringsfonds aan om hun technische skills voor de verschillende vormen van content te vergroten. De werkelijkheid is niet in één programma te vangen: zo is een gebouw simuleren iets heel anders dan een kledingstuk. Dat laatste hadden ze bijvoorbeeld nodig voor het in elkaar zetten van de digitale collecties van de streetwearmerken Edwin en Lores. Maar ze hebben ook een AR-installatie ontworpen voor Cinekid en MU, waarbij kinderen een colafles of bloem konden modificeren op hun iPad, en verdiepten zich in de vormentaal van zand – dat valt onder de zelfgeïnitieerde 'passieprojecten'. Brady: 'We zagen een documentaire over zandschaarste. Wist je dat er minstens veertienduizend dagelijkse voorwerpen worden gemaakt met zand? Als we zo doorgaan zijn er over zestig jaar geen stranden meer. Daar wilden we iets mee. De vormentaal van zandkorrels is fascinerend, een bron van inspiratie. We zijn nu samen met Fontys bezig daar een VR-ervaring van te maken.'

Het resultaat is lastig te omschrijven, VR moet je zien. Er wordt dan ook gewerkt aan een showreel, waarin de highlights uit het eerste Post Neon-jaar in een paar minuten worden samengevat. Hopelijk bevat die ook het 3D-werk voor het nieuwe album van Ronnie Flex, een opdracht van platenlabel Top Notch. 'Ronnie heeft de release uitgesteld, dus ik mag er nog niet al te veel over zeggen. Maar we hebben de creative direction en productie van de virtuele content voor het hele album gedaan.' Dat betekent dat straks bij elke track werk van Post Neon te zien is op Spotify Canvas; muziek om te luisteren én te kijken dus.

Tekst: Willemijn de Jonge
Rosita Kær
Rosita Kær

Rosita Kær

Kunstenaar Rosita Kær (28) werkt aan een serie doorlopende projecten in samenwerking met haar grootmoeder Karen-Hanne Stærmose Nielsen (87). Het uitgangspunt van haar doorlopende onderzoek is de textielverzameling van haar oma. In 2018 werd de verzameling verkocht en is als een gevolg daarvan uiteengevallen.

Wat betekent het wanneer de verzamelaar of collectie verdwijnt en welke creatieve potentie biedt dat, is een van de vragen die Kær bezighouden. Haar oma's eclectische verzameling bestond uit een mix van textiel uit de bronstijd tot stukjes kapotte of afgedragen stof die anderen mogelijk als afval beschouwen, maar waar zij de potentie van inzag. Dat haar grootmoeder deze collectie van de hand wilde doen vanwege haar hoge leeftijd, vond Rosita Kær aanvankelijk moeilijk omdat de stukken zo'n groot deel van haar grootmoeders leven uitmaakten. Omdat het dierbaar, intiem en persoonlijk is als een tweede huid. Maar het project gaat ook over loslaten, over vriendschap tussen twee generaties, tussen twee vrouwen van wie de een aan het begin van haar leven en de ander aan het eind staat.

Als weefster weet Kærs oma alles van garens, spinnen en allerhande technieken. Zelf hoeft ze de technieken niet te beheersen, vertelt ze. Maar in de benadering van het materiaal tonen grootmoeder en kleindochter wel veel overeenkomsten. 'We duiken allebei als een soort archeoloog diep in de verschillende lagen, in de details, we kijken naar hoe dingen zijn gemaakt, versleten, en gerepareerd. Een weeffout in een kledingstuk heeft voor mijn grootmoeder meer waarde dan een perfect stuk stof, de fouten zeggen namelijk veel over de manier van denken van de maker. Ik houd ook van de gaten en imperfecties. Een archeoloog zoekt naar fragmenten die samen een verhaal completer maken, en ontbrekende stukjes zijn er altijd. Ik ben geïnteresseerd in gedeeltelijke conclusies.'

Het afgelopen jaar voerde ze ook gesprekken met onder meer conservatoren, archiefbeheerders en kunstenaars, over hoe zij verzamelingen interpreteren. Zelf zal ze haar onderzoek uiteindelijk in een expositie presenteren waarin haar interesse in textiel, keramiek, ruimtelijk ontwerp, tekst, archeologie en museologie een plek hebben. In de expositie en bijbehorende publicatie lopen de opgenomen gesprekken die de ontwerper gedurende de afgelopen vier jaar met haar grootmoeder voerde als een rode draad door de objecten die ze zal tentoonstellen.

Tekst: Viveka van de Vliet
Sae Honda
Sae Honda

Sae Honda

Weelderig groene tuinen met varens, Japanse bloesembomen en twee keurig opgestelde hertjes. Klimop, een pot met bloeiende hortensia's en een dikke panda. Deze kunstmatige landschapjes worden getoond in de showroom van de Chinese fabrieken in de provincie Guangdong waar artificiële planten worden geproduceerd. Sieradenontwerper Sae Honda bezocht voor haar onderzoeksproject 'Parallel Botany' een aantal van deze fabrieken om onderzoek te doen naar de gebruikte materialen en hun natuurlijk uiterlijk. Ze bestudeerde het fabricageproces en de fake planten en bloemen. 'Het is crazy, net een sciencefictionfilm.'

Als een soort hedendaagse archeoloog ondervraagt ze onze huidige waardesystemen. Het gaat Honda, die in haar interdisciplinaire praktijk behalve sieraden, ook objecten, installaties en publicaties maakt, niet om de geldwaarde maar om de intrinsieke waarde die ontstaat wanneer een materiaal met aandacht wordt behandeld, of het nu nep is of echt. Dat gold voor haar eerdere project en publicatie: 'Everybody needs a rock' (2018) en ook voor de door mensen gemaakte kunstmatige planten. 'Ik wil geen artificiële planten promoten, maar mensen bewust maken van de aanwezigheid van wat ik fake nature noem. We dichten de door mensen gemaakte natuur minder waarde toe dan natuurlijke planten, maar die nieuwe nepnatuur, voorzien van zorgvuldig aangebrachte nerven, schaduwen of regendruppels, heeft zijn eigen waarde. De craft of faking is fascinerend om te zien. Er worden zoveel verschillende industrieel geproduceerde planten gemaakt waarin je de sporen van de menselijke hand terugziet.'

Ook onderzoekt ze de potentie van imitatieparels. Voor haar project 'Faux Pearl', reisde de zelf uit Japan afkomstige ontwerper naar het Japanse Osaka. Hier bezocht ze juist kleine fabrieken en werkplaatsen waar, vaak in beperkte oplage, nepparels worden ontwikkeld die met de hand worden gecoat met parelessence. In samenwerking met een van die bedrijven en met hun technieken heeft Honda parels ontwikkeld waarbij ze experimenteerde met andere vormen dan de klassieke ronde kraal.

Om haar business te verfijnen, een sieradenlabel op te zetten en de juiste verkoopkanalen te vinden, heeft ze het afgelopen jaar de expertise ingeschakeld van Sarah Mesritz, medeoprichter van het sieradenplatform en magazine Current Obsession. Zo hoopt ze winkels te vinden voor haar nieuwe reproduceerbare collectie van in Japan gemaakte en in Nederland geassembleerde kunstsieraden.

Tekst: Viveka van de Vliet
Saïd Kinos
Saïd Kinos
<