over

PLATFORM TALENT

Ontdek nieuwe creatieve talenten die actief zijn op het gebied van design, architectuur en digitale cultuur, ondersteund door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Het Platform Talent laat zien wat artistieke en professionele groei betekent en is een bron van informatie voor andere makers en opdrachtgevers.

PROGRAMMA TALENTONTWIKKELING

Talentontwikkeling is een van de speerpunten van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Jaarlijks krijgen opkomende ontwerptalenten dankzij een werkbeurs van het fonds de kans zich optimaal te ontwikkelen op het artistieke en professionele vlak. De ontwerpers zijn maximaal vier jaar geleden afgestudeerd en werkzaam binnen diverse disciplines van de creatieve industrie, van modevormgeving tot grafisch ontwerp, van architectuur tot digitale cultuur. Met het Platform Talent portretteert het Stimuleringsfonds alle individuele praktijken van ontwerpers die sinds 2013 zijn ondersteund.

2018

In 24 filmportretten van 1 minuut maak je op een persoonlijke en intieme wijze kennis met talentvolle ontwerpers, makers, kunstenaars en architecten die in 2017/2018 een werkbeurs ontvingen. Studio Moniker is verantwoordelijk voor het concept en de productie. Tijdens de Dutch Design Week 2018 zijn de filmportretten onderdeel van een installatie in het Veemgebouw.

(8/23)
laad meer videos

ESSAY: Groeibriljanten en Nieuwe Olie

door Rosa te Velde
Rond 1960 komt de eerste talentenjacht op de Nederlandse televisie, overgewaaid uit Amerika. ‘Nieuwe Oogst’ wordt in eerste instantie gemaakt in de zomermaanden, met weinig budget. Een talentenjacht blijkt een goedkope manier om vermakelijke televisie te maken: de deelnemers grijpen hun kans om beroemd te worden met hun kunstjes, grappen, vermaak en spektakel – in ruil voor koffie en reiskosten.1

Talentenshows, talentenjachten bestaan sinds mensenheugenis. Maar het idee van talentontwikkeling – het belang van het financieel ondersteunen van en investeren in talent – bestaat nog niet zo heel lang. Vanaf de jaren zeventig, met de opkomst van de informatiemaatschappij en de kenniseconomie wordt het belang van ‘een leven lang te leren’ steeds belangrijker. Kennis wordt een asset. Bijscholing, het ontwikkelen van je skills en flexibiliteit worden vereisten en passie wordt noodzaak. Jij bent verantwoordelijk voor eigen geluk en succes. Je moet ‘eigenaar’ worden van je persoonlijke groeiproces. In 1998 publiceert McKinsey & Company ‘The War for Talent’. In deze studie wordt onderzocht wat het belang van ‘high performers’ is voor bedrijven, hoe talenten te werven, ontwikkelen, motiveren en hen vast te houden als werknemers. In de afgelopen decennia is talentenmanagement (TM) een belangrijk onderdeel geworden van bedrijven om concurrentievermogen te optimaliseren, nieuw leiderschap te kweken of persoonlijke groei te bewerkstelligen. Talentmanagement richt zich soms op het hele bedrijf maar vaker exclusief op jonge ‘high potentials’, die ofwel reeds een goede performance hebben geleverd, ofwel veelbelovend zijn en potentie hebben.2 Het is sociaal geograaf Richard Florida die talent in verband brengt met creativiteit in zijn boek The Rise of the Creative Class (2002). In dit boek maakt hij de – onomkeerbare – koppeling tussen economische groei, stedelijke ontwikkeling en creativiteit. Een vleugje excentriciteit, een bohemienne levensstijl en coolheid worden de bepalende factoren die onder de noemer ‘creativiteit’ de speelruimte vormen waar waardecreatie plaatsvindt. Zijn theorie resulteert in een stortvloed aan innovatieplatforms, zinderende creatieve kennisregio’s en levendige broedplaatsen. Het talentdiscours raakt onlosmakelijk verbonden met de creatieve industrie. Zo is de door Florida opgerichte Global Creativity Index – Nederland staat in 2015 op nummer 10 – gebaseerd op de drie T’s van technology, talent en tolerance. Het fenomeen ‘talent’ neemt een vlucht binnen de wereld van de tech startups en in Silicon Valey vechten de innovatiemanagers om de beste talenten. ‘Talent is the new oil’.

Het idee dat talent zich kan ontplooien en ontwikkelen onder de juiste condities staat haaks op het oudere, romantische concept van het door god gegeven, mysterieuze ‘genie’. Talent in de moderne opvatting is niet (geheel) aangeboren, en juist daarom heeft het zin om er geld en ruimte voor te geven. Zoals een groeibriljant, die ‘stapsgewijs waardevoller’ kan worden.

Wat is de geschiedenis van cultuurbeleid en talentontwikkeling in Nederland? Waar de overheid tot de Tweede Wereldoorlog cultuur overlaat aan particulieren, wordt na de oorlog een actief, “stimulerend, voorwaardenscheppend beleid” gevoerd.3 De overheid houdt vast aan het Thorbecke-principe en is geen ‘oordelaar’ van kunst. Maar volgens literatuurhistoricus Bram Ieven vindt vanaf de jaren zeventig een kanteling plaats. Kunst moet democratischer worden en om dat te bereiken moet er meer aansluiting op de markt komen: “[…] van een maatschappelijke invulling van het sociale van de kunst (kunst als participatie) naar een marktgerichte invulling van de sociale taak van de kunst (kunst als creatief ondernemerschap).”4 Met de BKR en later de WWIK worden kunstenaars en vormgevers langdurig financieel ondersteund als ze over onvoldoende middelen beschikken op voorwaarde van een diploma aan een erkende academie of als bewezen was dat men een beroepspraktijk had.5

Pas in de cultuurnota ‘Kunst van Leven’ (2006) van Ronald Plasterk wordt het belang van investeren in talent veelvuldig genoemd, want veel talent blijft ‘onbenut’.6 Plasterk roept met name op om ‘excellent toptalent’ meer ruimte te geven, vooral om internationaal mee te kunnen blijven doen. Sindsdien staat ‘talentontwikkeling’ als begrip in steen gebeiteld in cultuurbeleid. In ‘Meer dan kwaliteit’ (2012) onderschrijft ook Halbe Zijlstra het belang van talent, maar hij geeft een andere uitleg: “Net als in de wetenschap is het in de cultuur belangrijk ruimte te geven aan vernieuwing en innovatie die niet door de markt tot stand komt, omdat de ondernomen activiteiten nog niet direct winstgevend zijn.”7 Het ondersteunen van talent kan hiermee zelfs na de economische crisis gemakkelijk gelegitimeerd worden binnen Zijlstra’s beruchte nuttigheid- en rendementsdenken. Ook Jet Bussemaker handhaaft de nadruk op talentontwikkeling en voor de komende jaren blijft talent op de agenda staan.8

Door het Stimuleringsfonds wordt in 2013 voor het eerst een groep van talenten gesubsidieerd. Net als bij het talentontwikkelingsprogramma van het Mondriaanfonds wordt in het beleidsplan van 2013-2016 gekozen voor één gezamenlijke selectieronde per jaar. Hoewel de nadruk ligt op individuele trajecten, wordt genoemd dat een gezamenlijke beoordeling objectiever en deskundiger is en publicitaire ondersteuning daarmee ook gemakkelijker.9 Wie wordt als creatief talent in beschouwing genomen? Om in aanmerking te komen voor de beurs moet je aan een aantal specifieke eisen voldoen: je moet ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel, niet langer dan vier jaar geleden een ontwerpopleiding hebben afgerond en een goede aanvraag kunnen schrijven waarmee de negen commissieleden uit het veld kunnen worden overtuigd van jouw talent. Zij bepalen op basis van een aanvraag de potentie, ofwel de belofte van je ontwikkeling, waarbij de timing van deze subsidie goed moet passen. Hoe genuanceerd de aanvraagprocedure ook verloopt, deze factoren zorgen voor een afgebakend begrip van ‘talent’.

Als je door de strenge selectie heen komt – gemiddeld wordt tien tot vijftien procent van de aanvragen gehonoreerd – is het een enorme luxe om een jaarlang zelf je agenda te mogen bepalen: te kunnen acteren in plaats van te reageren. Een vrijhaven, een korte pauze van bestaansonzekerheid. Of is het juist een bekrachtiging van het systeem; het moment waarop de kansen gepakt moeten worden? Als gevolg waarvan zelfexploitatie, stress en verlamming toeslaan? Het creatieve proces is in werkelijkheid erg grillig. Zullen de talenten hun belofte kunnen inwisselen?

De een heeft een reis naar China gemaakt, een ander heeft een residentie in Oostenrijk kunnen doen, weer iemand anders zei z’n bijbaantje op. Velen doen onderzoek op allerlei niveaus; van veldonderzoek, materiaalexperimenten tot het schrijven van essays. Sommigen bouwen prototypes of kunnen eindelijk Ernst Haeckel’s Kunstformen der Natur kopen. Anderen organiseren bijeenkomsten, fabrieksbezoeken, ontmoetingen, interviews, een ball.

Is er een gemeenschappelijke deler te onderscheiden binnen deze selectie van talenten? De groep is ook dit keer juist geselecteerd op balans en verscheidenheid; van geluidskunstenaar, filmmaker, designthinker, onderzoeker, cartograaf, verhalenverteller, voormalig architect tot genderactivist-cum-modeontwerper – en dus kan gezamenlijkheid in presentatie geforceerd aanvoelen. Maar door samen naar buiten te treden wordt zichtbaarheid van de talenten gecreëerd. Belangrijk, want hoe anders kan deze investering worden gelegitimeerd?
Dit zijn de vragen die al sinds de eerste lichting spelen bij het Stimuleringsfonds; hoe treden we naar buiten met deze groep, zonder een plat, ongenuanceerd spektakel of romantisch idee van talent neer te zetten? Maar hoe maken we tegelijkertijd wel aan de buitenwereld zichtbaar wat er met publiek geld gebeurt? En wat is goed voor de talenten zelf? In de afgelopen jaren zijn er verschillende vormen uitgetest om te reflecteren op het jaartraject. Van verschillende gecureerde exposities met publicaties vergezeld door presentaties, podcasts, teksten, websites, workshops en debatten.
Het Stimuleringsfonds werkt als buffer tussen het neoliberale beleid en de creatieve werkelijkheid. Het fonds schept luwte voor het maken en biedt ruimte aan het nog-niet-weten, het onderzoek, het experiment en het falen, zonder daar al te veel eisen aan te stellen. Een evenwichtsoefening: Hoe demp je de harde beleidstaal, houd je de rendementsdenkers op afstand, terwijl de (absolute) noodzaak voor deze financiering gemeten, gezien en daarmee gewaarborgd blijft?

Dit jaar is op inspraak van de talenten zelf gekozen voor een andere aanpak: geen expositie. De Dutch Design Week lijkt voor de meesten niet de juiste plek te zijn; slechts een enkeling wil überhaupt een ‘afgerond’ ontwerp of project presenteren en niet noodzakelijk tijdens DDW. Bovendien: veel van de talenten hebben de subsidie ingezet om onderzoek te doen en mogelijkheden te scheppen. In plaats van een gezamenlijke expositie is daarom gekozen voor een bijeenkomst en profielteksten en videoportretten die gepubliceerd worden op ‘Platform Talent’, een online database. Hiermee komt de nadruk minder op het afgelopen jaar te liggen en meer op de zichtbaarheid van de maker en zijn/haar proces; een verschuiving van minder concrete of toegepaste resultaten naar meer aandacht voor persoonlijke werkwijzen. Voldoet deze publiekmaking aan de honger en nieuwsgierigheid van het brede publiek en de resultaatgerichtheid van de politiek? Is het misschien belangrijker geworden om aan te kondigen dat er talent is en niet wat het talent is? Of is dit een manier om meetbaarheid te omzeilen en de druk van de ketel af te halen?

Wat de talenten misschien nog het meest verbindt is het feit dat ze, hoewel ze erkend worden als ‘high performers’, allen op zoek zijn naar duurzame vormen van creatief werk binnen een precair en competitief ecosysteem van kansen pakken, optimisme en continu beschikbaar zijn. Falen of kwetsbaarheid, of het bespreken van de grilligheid van creativiteit heeft daar tot op heden nog weinig plek. De zoektocht naar talent blijft een show, een jacht, competitie of oorlog.

1 https://anderetijden.nl/aflevering/171/Talentenjacht
2 Elizabeth G. Chambers et al. ‘The War for Talent’ in: The McKinsey Quarterly 3, 1998 pp. 44–57. In 2001 verscheen dit onderzoek in boekvorm.
3 Roel Pots, ‘De tijdloze Thorbecke: over niet-oordelen en voorwaarden scheppen in het Nederlandse cutluurbeleid’ in: Boekmancahier 13:50, 2001, pp.462-473, p. 466.
4 Bram Ieven, ‘Opbouw als afbraak: over democratisering als vanishing mediator in het huidige kunstenbeleid’ in: Kunstlicht, 2016 37:1, p. 12.
5 De Beeldende Kunst Regeling gold van 1956-1986 en de Wet Werk en Inkomen Kunstenaars van 2005-2012.
6 Ronald Plasterk, Hoofdlijnen Cultuurbeleid Kunst van Leven, 2006 p. 5. Plasterk was minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2007 tot 2010.
7 Halbe Zijlstra, ‘Meer dan Kwaliteit: Een Nieuwe visie op cultuurbeleid’, 2012, p. 9. Zijlstra was staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2010 tot 2012 en verantwoordelijk voor de bezuinigingen op subsidies in de cultuursector.
8 Jet Bussemaker was minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2012 tot 2017.
9 Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie, beleidsplan 2013/2016.

laad meer

2017

De vierde editie van In No Particular Order tijdens de Dutch Design Week 2017 presenteerde een collectief statement over de pluriforme hedendaagse ontwerppraktijk. In negen installaties stonden de thema’s Positie, Inspiratie, Werkomgeving, Representatie, Geld, Geluk, Taal, Discours en Markt centraal. De presentatie in het Van Abbemuseum stond onder leiding van curator Jules van den Langenberg, zelf deelnemer aan het Programma Talentontwikkeling in 2017.

PLATFORM TALENT 2017
PLATFORM TALENT 2017
PLATFORM TALENT 2017
PLATFORM TALENT 2017
PLATFORM TALENT 2017
PLATFORM TALENT 2017
PLATFORM TALENT 2017
PLATFORM TALENT 2017
(4/8)
laad meer

2016

In de derde editie van In No Particular Order in 2016 gaf curator Agata Jaworska inzicht in wat het betekent om een ontwerppraktijk te hebben. Hoe creëren ontwerpers de omstandigheden waarin ze werken? Wat kunnen we leren van hun methodiek en werkwijze? In geluidsopnamen en met schetsen reflecteren de ontwerpers op deze vragen. Tezamen geven ze een persoonlijk beeld van de ontwikkeling van hun artistieke praktijken.

In No Particular Order 2016

2015

De tweede editie van de tentoonstelling In No Particular Order vond plaats in het Veemgebouw tijdens de Dutch Design Week 2015. Curator Agata Jaworska stelde de processen, uitgangspunten en visies achter de totstandkoming van werk centraal aan de hand van een databank met beelden uit de persoonlijke archieven van de ontwerpers. Wat drijft de hedendaagse ontwerper? Wat zijn hun inspiratiebronnen, motivaties en ambities?.

In No Particular Order 2015

2014

Wat maakt iemand tot een talent? Hoe wordt talent gevormd? Dat was de centrale vraag van eerste tentoonstelling In No Particular Order in de Schellensfabriek tijdens de Dutch Design Week 2014. Curator Agata Jaworska presenteerde niet alleen werk van de individuele talenten maar legde ook trends en onderlinge overeenkomsten bloot.

In No Particular Order 2014

Anouk Beckers

Anouk Beckers

Anouk Beckers behaalde in 2017 haar Bachelor Art & Design, richting Textiel aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. In haar werk bevraagt ze het huidige modesysteem waarin fast fashion een belangrijke rol speelt. Beckers is kritisch op het consumptiesysteem en het gebrek aan duurzaamheid van fast fashion. In haar ontwikkelplan beschrijft Beckers twee projecten waarmee ze haar methodiek en onderzoek verder wil aanscherpen en de resultaten delen met derden. Garment Collective is een traject waarin verschillende makers worden uitgenodigd om te experimenteren met het samenstellen van kleding uit bestaande kledingstukken. [shop]wearables is een te ontwikkelen webshop/galerie die als online en offline ontmoetingsplek kan dienen om derden bij het onderzoek te betrekken. In deze projecten neemt Beckers continu andere rollen (curator, maker, onderzoeker, mediator) in om verscheidene vaardigheden te ontwikkelen zoals leiding geven, cureren en conceptueel denken.
Arvid & Marie

Arvid & Marie

Marie Caye behaalde haar Bachelor Design in 2017 op de Design Academy en Arvid Jense zijn Master Industrial Design in 2015 aan TU Eindhoven en Twente. Ze studeerden beiden in Eindhoven en samen vormen ze ontwerpstudio Arvid & Marie. Hun praktijk richt zich op ontwerp voor ‘non-humans’. De ontwerpers stellen vragen als ‘wat definieert een levend ding’ en ‘leven er al artificiële wezens in onze maatschappij?’. Komend jaar willen ze hun praktijk verder verdiepen, verstevigen en verspreiden via nieuwe projecten, waaronder ‘Augmented Organisms’, een onderzoek naar het idee van menselijk leven en kunstmatig leven. Binnen dit project worden drie nieuwe werken ontwikkeld vanuit verschillende samenwerkingen met Wageningen University & Research, de Guangzhou triënnale en hightechbedrijven in China. Ze sluiten het jaar af met een tentoonstelling over post-human design.
Atelier Tomas Dirrix

Atelier Tomas Dirrix

Tomas Dirrix studeerde in 2014 af aan de masteropleiding Architectuur van de TU Delft. In zijn afstudeerwerk stond het ontwikkelen van een ontwerpmethode die uitgaat van architectonische condities centraal. De ontwerpmethode neemt de uitersten van de oorsprong van architectuur, zoals binnen/ buiten, natuur/cultuur, orde/chaos, als uitgangspunt voor het maken van ruimtes. Komend jaar wil Dirrix deze methodiek vertalen naar een eigen ontwerptaal. Aan de hand hiervan gaat hij op zoek naar nieuwe organisatievormen, relaties en processen als basis voor een mogelijk nieuwe architectuur. Dirrix is van plan om samen te werken met andere disciplines om zo zich nieuwe vaardigheden en maaktechnieken eigen te maken. Door middel van ontwerpend onderzoek wil hij vervolgens inzicht verkrijgen in de mogelijkheden van verschillende type (bouw)materiaal en verwerking- en bewerkingsmethodes. Dirrix wil zijn proces en werk presenteren via social media en een publicatie.
Bastiaan de Nennie

Bastiaan de Nennie

Bastiaan de Nennie studeerde in 2015 af aan de bachelor Man & Identity van de Design Academy in Eindhoven. De Nennie is bezig met het ontwikkelen van zijn eigen werkmethodiek en werk- en productielocatie dat hij de ‘Phygital Plant’ noemt. De Nennie wil het ontwerpproces omdraaien door te beginnen bij een product en van daaruit een idee te vormen. Dit doet hij door bestaande objecten met een 3D-scanner te digitaliseren en vervolgens weer door te ontwerpen tot een nieuwe vorm, welke geprint wordt. In het komende jaar wil de ontwerper deze methodiek professionaliseren en door nieuw werk te maken zijn artistieke signatuur verstevigen. Het nieuwe werk wordt gepresenteerd in een overzichtstentoonstelling.
Daria Kiseleva

Daria Kiseleva

Daria Kiseleva behaalde in 2014 een Mastergraad aan de Werkplaats Typografie (ArtEZ Arnhem). Met haar praktijk begeeft Daria Kiseleva zich op het snijvlak van grafisch ontwerp, kunst, technologie en popcultuur. Ze onderzoekt de verborgen mechanismen die via digitale technologieën en machtsstructuren een nieuwe realiteit vormen. Het digitale beeld, de productie en manipulatie, staan hierbij centraal. Het komende jaar is gericht op de ontwikkeling van drie projecten: ‘MIND’S EYE, een essay in tekst en beeld over de verschillende betekenissen van ‘vision’; ‘HIDE-N-SEEK’, een experimentele film met origineel en gevonden materiaal over de combinatie van CCTV en achterliggende algoritmes; en ‘NO MAN’S LAND, SKY, OCEAN. THIRD NATURE’, een onderzoek naar de onzichtbare grenzen tussen de virtuele en de fysieke wereld.
Darien Brito

Darien Brito

Darien Brito studeerde in 2016 af aan de master Sonologie van de KABK in Den Haag na het volgen van een bacheloropleiding muziekcompositie aan dezelfde academie. In zijn werk zoekt hij naar verbindingen tussen geluid op nanoniveau en beeld dat juist een grote ruimte kan vullen. Om een verdiepende laag aan te brengen in zijn werk focust Brito zich in zijn ontwikkelplan op deep learning, waarbij computers regels en gedrag herkennen om hier verder op te variëren. Het doel van de nieuwe werken van Brito zijn composities in beeld en geluid die niet door een mens gemaakt of in ieder geval geïmproviseerd zouden kunnen worden. Om dit te ontwikkelen werkt hij samen met kunstenaars en choreografen aan een stuk dat in première zal gaan op het Holland Festival 2019 en een full-dome presentatie dat tevens in 2019 wordt gepresenteerd.
Elvis Wesley

Elvis Wesley

Wesley de Boer studeerde in 2016 af aan de bachelor Man & Identity van de Design Academy in Eindhoven. Zijn afstudeerproject was de ‘geboorte’ van Elvis Wesley: een fictioneel karakter gebaseerd op iconen uit strips en de popcultuur, die als personage centraal staat in de artistieke praktijk van De Boer. De ontwerper stelt dat door het werken vanuit een narratief en persona in plaats van een materiaal of techniek het eindproduct vrijer wordt. In zijn ontwikkeljaar wil De Boer werken aan ‘Part 2’ van het persona: een collectie objecten en installaties waarbij producten, ruimtelijke installaties, animaties en digitale toepassingen samenkomen.
Gino Anthonisse

Gino Anthonisse

Gino Anthonisse studeerde in 2014 af aan de Mode en Textielopleiding van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunst te Den Haag (KABK). Anthonisse richt zich als kledingontwerper op de rol van mode binnen onze huidige maatschappij en zijn positie hierin. Voor Anthonisse is mode meer dan alleen kleding, want volgens hem gaat het om een beleving. Hij ontdoet kleding vaak van zijn functie en zoekt daarbinnen naar nieuwe combinaties van klassieke kledingstukken, etnische elementen en diverse materialen en technieken. Hij heeft zich het afgelopen jaar voornamelijk beziggehouden met het collectief Das Leben am Haverkamp. Het komende jaar wil hij zich vooral richten op zijn persoonlijke professionalisering. Anthonisse gaat experimenteren met “levende collage installaties” waarbij performance, kleding, fotografie en geluid samenkomen tot sculpturale vormen.
Irene Stracuzzi

Irene Stracuzzi

In 2017 behaalde grafisch ontwerper Irene Stracuzzi haar masterdiploma Information Design aan de Design Academie Eindhoven. Stracuzzi richt zich op het ontwikkelen van projecten die complexe wetenschappelijke informatie en data op esthetische wijze begrijpelijk maken voor een breed publiek. Voor haar afstudeerproject ‘THE LEGAL STATUS OF ICE’, deed Stracuzzi onderzoek naar klimaatverandering en de gevolgen hiervan voor het arctisch gebied. Komend jaar gaat Stracuzzi zich verder verdiepen in wetenschappelijke data omtrent klimaatverandering en manieren onderzoeken om deze op toegankelijke wijze te visualiseren en ontsluiten. De grafisch ontwerper wil zich laten adviseren door diverse professionals, waaronder milieuonderzoeker Frits Steenhuisen en journalist Gert Staal. Ook gaat ze in gesprek met kunstenaars en ontwerpers die zich met vergelijkbare thema’s bezighouden, zoals Femke Herregraven, Esther Kokmeijer, Studio Folder en Offshore Studio.
Job van den Berg

Job van den Berg

Job van den Berg heeft in 2015 zijn Bachelor Vormgeving behaald aan de Design Academy Eindhoven. Van den Berg is een meubel-product ontwerper met een bijzondere interesse voor onderzoek naar materialen en industriële-maakprocessen. Hiervan uitgaande wil hij de bestaande grenzen van materialen en hun bewerkingsprocessen opzoeken en verleggen. Hij werkt direct samen met de industrie en ontwikkelt producten van begin tot einde. Dit wil hij vervolgens tastbaar en toegankelijk maken voor een breed publiek via presentaties. De projecten waar hij zich het komende jaar op richt zijn: Metal Skins, Glasslab en O-Series. Daarnaast onderzoekt hij de mogelijkheden van het opzetten van een design label, gaat hij samenwerken met verschillende partijen uit de industrie en wil hij een meditatiecursus volgen.
Johanna

Johanna

Johanna Ehde studeerde in 2016 af aan de bachelor Graphic Design van de Rietveld Academie in Amsterdam. Haar praktijk focust zich op de principes van werk en ‘ageism’ (leeftijdsdiscriminatie). Eerder ontwikkelde ze het project Lady Taxi, waarin zij de genoemde principes onderzocht middels interacties tijdens taxiritten met (oudere) vrouwen. Het komende jaar wil de ontwerper praktische kennis opdoen over hoe een levenslange grafische ontwerppraktijk kan worden ontwikkeld en onderhouden. Hierbinnen houdt ze rekening met de problematiek van leeftijdsdiscriminatie, seksisme en de gezondheid van vrouwen. Ze verdeelt haar project aan de hand van drie hoofdstukken (beeldcultuur, samenwerking en type ontwerp) van waaruit ze haar strategieën ontwikkelt. De uitkomsten van haar onderzoek publiceert ze online (website) en offline (expositie).
Jung-Lee Type Foundry

Jung-Lee Type Foundry

Jungmyung Lee behaalde in 2015 een Mastergraad aan de Werkplaats Typografie (ArTEZ Arnhem). De typograaf is gefascineerd door ‘Object-oriented Ontology’ en stelt dat elk lettertype een eigen identiteit en karakter heeft. Haar praktijk richt zich dan ook op het onderzoeken van lettervormen, hun materialiteit en emoties, en hoe deze zich verhouden tot geschreven tekst. Komend jaar wil Lee een aantal projecten ontwikkelen, waaronder: 1. ‘Power of Literature that Eyes Can See’, een onderzoek naar de relatie tussen de constructie van een prozagedicht en de grafische representatie van de tekst; 2. ‘Real Time Realist’, (R-T R), een experimenteel magazine, waarin de typografie en methodiek van Jung-Lee Type Foundry centraal staat. Voor de ontwikkeling van het magazine werkt Jung Lee samen met Karel Martens en Lieven Lahaye; 3. Een tentoonstelling, waarin de ervaring van het lezen van een boek, fysiek wordt gemaakt.
Knetterijs

Knetterijs

Studio Knetterijs is een collectief van negen illustratoren (Douwe Dijkstra, Jan Hamstra, Maarten Huizing, Jaime Jacob, Anne Margot Stapert, Tsjisse Talsma, Senne Trip, Megan de Vos, Kalle Wolters) die in 2016 hun bachelor Illustratie & Animatie hebben behaald aan de Academie Minerva in Groningen. Komend jaar wil het collectief haar samenwerking verder ontwikkelen, het traditionele format van de zine ondervragen en de potentie van het beeldverhaal nader onderzoeken. Is het mogelijk om de zine uit de context van een boek te trekken? Het collectief is van plan om elke vier maanden een nieuwe editie te lanceren. Middels de publieke presentaties wil Knetterijs haar netwerk uitbreiden, zichtbaarheid creëren voor het collectief en voor illustratie in het algemeen.
Kostas Lambridis

Kostas Lambridis

Kostas Lambridis behaalde in 2017 zijn master aan de Design Academy Eindhoven in de richting Contextual Design. Voor zijn afstudeerproject maakte Lambridis ‘Elemental Cabinet’. Dit werk is gebaseerd op het ontwerp van de 18e-eeuwse ‘Badminton Cabinet’ en is een non-hiërarchische mix van productietechnieken en materialen, waaronder brons, keramiek, borduurwerk, maar ook een gesmolten oude plastic stoel. Het traject omvat een onderzoeks- en productiefase, die nauw met elkaar zijn verbonden. Komend jaar wil Lambridis het project uitbreiden met vier nieuwe objecten. Het traject behelst een onderzoek, analyse, conceptualisatie en ten slotte productie en vindt plaats in samenwerking met het Rijksmuseum. Ter professionalisering is Lambridis van plan een cursus glasblazen te volgen, mentorlessen te organiseren en gaat hij verschillende Europese musea bezoeken. Het onderzoek en project wordt gepresenteerd op verschillende plekken, waaronder de Salone del Mobile en mogelijk Design Basel in samenwerking met Carpenters Workshop Gallery.
Lena Knappers

Lena Knappers

Lena Knappers behaalde in 2017 haar masters-diploma Urbanism aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Aan deze opleiding behaalde zij ook haar bachelor. In haar werk staan complexe stedelijke vraagstukken die vragen om een integrale en strategische ontwerpbenadering centraal. In het afstudeerwerk ‘Rethinking the Absorption Capacity of Urban Space’ ontwikkelde Knappers stedenbouwkundige strategieën rond de voormalige Penitentiaire Inrichting Amsterdam Over-Amstel, om migranten op een duurzame wijze in de maatschappij op te nemen. In haar ontwikkelplan omschrijft de architect een onderzoekproject waarin de reeds ontwikkelde methode wordt toegepast op Brussel en Athene. Voor deze steden maakt Knappers een comparatieve analyse en ontwerpt ze een aantal interventies. De uitkomsten worden vergeleken met de eerder behaalde resultaten in Amsterdam.
Manetta Berends

Manetta Berends

Manetta Berends studeerde in 2016 af aan de master Media & Communication Design van het Piet Zwart Instituut in Rotterdam, na het volgen van een bacheloropleiding Graphic Design aan de ArtEZ in Arnhem. In de praktijk van Berends staat het ontwerpen en programmeren met Free Libre Open Source Software, ook wel FLOSS, centraal. Deze software is open source maar mag ook aangepast worden door de gebruiker en vervolgens weer gedistribueerd worden. Berends kijkt als ontwerper en programmeur naar deze software en wil door het bijwonen en organiseren van bijeenkomsten over FLOSS bijdragen aan de gemeenschap. In het ontwikkelplan staan drie thema’s centraal: inhoudelijke ontwikkeling van het werk, het versterken van organiserende kwaliteiten en profilering van de ontwerppraktijk.
Mirte van Duppen

Mirte van Duppen

Mirte van Duppen studeerde in 2015 af aan de master Graphic Design van het Sandberg Instituut in Amsterdam, na het volgen van een bacheloropleiding Design aan ArtEZ in Arnhem. In haar ontwikkelplan positioneert ze Nederland als de ‘Silicon Valley van de landbouw’, waar experiment en innovatie hoog op de agenda staat en de toekomst van de landbouw vorm krijgt. Dit uitgangspunt volgt zij dan ook in een reeks uitingen en artistieke onderzoeken, waaronder een documentaire. Samen met een interdisciplinair team, onder andere bestaande uit schrijvers Lotte Lentes en Grace Kyne-Lilley en sound designer Benedikt Wöppel, maakt ze installaties, prints, films, lezingen en organiseert ze publieke bijeenkomsten over de samenkomst van ontwerp en landbouw.
Munoz Munoz

Munoz Munoz

Lucas Muñoz Muñoz (Munoz Munoz) is in 2014 afgestudeerd aan de master Contextual Design van de Design Academie Eindhoven. In zijn praktijk richt de ontwerper zich op hoe objecten functioneren als dragers van sociale en culturele narratieven. Het afgelopen jaar heeft Munoz Munoz gewerkt aan een archief, waarin hij objecten, films, kaarten, data, foto’s, documentatie en interviews heeft verzameld over raketten in de brede zin. Volgens Munoz Munoz heeft de raket grote invloed op gemeenschappen over de hele wereld door zijn semantische relatie met bijvoorbeeld spiritualiteit, ontheemding, hoop, angst, vieringen, economie, klimaat, macht, nieuwsgierigheid of vermaak. Komend jaar is Munoz Munoz van plan om dit archief te vertalen naar audiovisuele media. Het onderzoek krijgt onder andere vorm in acht documentairefilms die variëren in lengte, thema en locatie. Hiernaast gaat Munoz Munoz andere presentatievormen onderzoeken, zoals een publicatie, bijeenkomsten, webdocumentaire of tentoonstelling. De ontwerper is van plan samen te werken met Baltan Laboratories en regisseur Lorenzo Gerbi. Het project moet klaar zijn in 2019, de 50ste verjaardag van de eerste maanlanding.
NINAMOUNAH

NINAMOUNAH

Ninamounah Langestraat heeft in 2017 haar bachelor behaald in de richting Fashion Design aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Ninamounah is een modeontwerper die vanuit de biologie en antropologie mode als onderzoeksmethode gebruikt. Ninamounah wordt gedreven door een interesse in de mensheid en onderzoekt hoe de geklede mens wordt gevierd, maar ook onderdrukt als gevolg van cultuurhistorische structuren. In het komende jaar wil Ninamounah haar ontwerp- en productiepraktijk professionaliseren en hierbinnen op zoek naar milieuvriendelijk productie, zonder af te doen aan haar esthetiek. Ze wil verder haar merk presenteren aan een breder publiek dat onafhankelijk is van markt gestuurde investeerders en publieke financiering. Ze zal haar werk onder andere presenteren op de Paris Fashion Week.
Philip Vermeulen

Philip Vermeulen

Philip Vermeulen rondde in 2017 zijn Bachelor opleiding aan de ArtScience Interfaculty aan de KABK af. Met zijn afstudeerwerk ‘Boem BOem’ – een ritmisch instrument/installatie waarmee tennisballen met grote kracht worden afgeschoten op houten boxen –exposeerde hij op uiteenlopende festivals en podia in binnen- en buitenland. Het werk van Vermeulen is kinetisch en maakt geluid. Waar ‘Boem BOem’ een onderzoek betrof naar de lichamelijke ervaring van het sublieme richt Vermeulen zich het komende jaar op de ‘extase’, de totale overgave. Komend jaar werkt de maker aan de ontwikkeling van circa vijf nieuwe projecten volgens een vaste methodiek, waarbij veel aandacht uitgaat naar het leren kennen en bespelen van de installaties. Daarbij betrekt Vermeulen een groot aantal mentoren en adviseurs uit zijn netwerk.
Pim van Baarsen

Pim van Baarsen

Pim van Baarsen is in 2014 afgestudeerd in de richting Men en Activity aan de Design Academy in Eindhoven. In zijn praktijk focust de ontwerper op internationale ontwerpprojecten met een maatschappelijke impact. ‘Holy Crap’ is een systeem dat bewoners in India motiveert om afval te scheiden, ‘Care Collection’ is een lokaal geproduceerde en betaalbare ziekenhuiscollectie en ‘Bottle-Up’ maakt van lokaal afvalglas weer nieuwe producten voor toeristen. Komende jaar wil Van Baarsen zich richten op de professionalisering van zijn praktijk en organisatie. Hiernaast volgt hij verschillende cursussen om zich verder te ontwikkelen binnen 3d computer tekenen en Human Centered Design.
Studio Bernhard Lenger

Studio Bernhard Lenger

Bernhard Lenger is in 2016 afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven in de richting Man and Leisure. Als ontwerper richt hij zich op het verbinden van het ontwerpwereld met de wereld van internationale wetgeving, politiek en mensenrechten. Dit doet hij vanuit de overtuiging dat ontwerpers een positieve impact kunnen hebben op maatschappelijke opgaven en vanuit hun creatieve proces mogelijk systeemverandering teweeg kunnen brengen. Hij gaat het komende jaar een nieuwe ontwerpmethodologie ontwikkelen en zichzelf verder positioneren als een ontwerper die samenwerkt met overheidsinstellingen en andere organisaties. Hij wil zodoende ontwerp verder op de agenda te zetten. Ook gaat hij zijn studio en stichting We Are verder professionaliseren en vaardigheden opdoen ter voorbereiding op zijn veldonderzoek in Burundi, zoals een cursus European Policies en een training Physical Security.
Studio Koen Steger

Studio Koen Steger

Koen Steger behaalde in 2015 zijn bachelordiploma Scenografie aan de academie voor Theater en Dans van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. In zijn praktijk richt hij zich op het ontwerpen van ruimtes, installaties en objecten die de relatie tussen vorm, licht en de mens onderzoeken. Aankomend jaar is Steger is plan een nieuw prototype te ontwikkelen van zijn lichtinstallatie ‘Hypnagogia’ uit 2015. Met behulp van wetenschappelijke partners aan de VU Amsterdam (op het gebied van fysiologie) en Fontys Hogeschool (op het gebied van psychologie) gaat hij onderzoeken of ‘Hypnagogia 2.0’ middels het opwekken van alfagolven kan bijdragen aan het ontladen van stress en een creatievere omgeving. Hiernaast gaat hij samen met een lichttherapeut, componist Felipe Norienga en ontwerper Daniel de Bruin een instrument ontwikkelen, waarin licht als impuls gebruikt wordt om een ander proces in gang te zetten. Tijdens zijn ontwikkeljaar wil Steger Fleur Feij vragen voor zakelijke begeleiding en ontwerper Ruud-Jan Kokke voor advisering op artistiek gebied.
Teis De Greve

Teis De Greve

Teis de Greve studeerde in 2015 af aan de master Audiovisuele Kunsten van de LUCA School of Arts in Genk, Belgie, na het volgen van de bachelor Audiovisuele Kunsten aan de MAD faculteit in Genk. In zijn werk staat het zichtbaar maken onzichtbare technologie en het bevragen van technologie centraal. Deze thema’s worden in het ontwikkelplan verder uitgediept. Het komende jaar wil De Greve de ‘smart homes’ als uitgangspunt nemen voor zowel theoretisch als toegepast onderzoek. Huishoudelijke apparaten en systemen die door middel van technologie het leven makkelijker moeten maken worden door De Greve onderzocht, ontworpen en/of aangepast. Hiervoor werkt hij soms samen met andere ontwerpers zoals Jesse Howard of met kennisinstellingen als Waag Society.
Vera de Pont

Vera de Pont

Vera de Pont studeerde in 2017 af aan de master Applied Arts van het Sandberg Instituut, na het behalen van een bachelor aan de Design Academy in Eindhoven. De Pont ontwerpt en maakt mode waarin herontwerp, customisation en on-demand productie centraal staat om zo een bijdrage te leveren aan een duurzamere mode-industrie. In haar ontwikkelplan legt De Pont zich toe op het ontwikkelen van een digitaal parametrisch designmodel dat 3D-visualisatie en gepersonaliseerde productie mogelijk moet maken. Onder de naam The Assembly Lab ontwikkelt de ontwerper software die toegankelijk is voor de eindgebruiker en die als output een digitaal bestand genereert dat als input kan dienen voor een 3D-printer of digitale borduurmachine. Het resultaat zal een kleine collectie van vijf jassen zijn, welke gemaakt zijn met behulp van de software en digitale productiemethoden.
Waèl el Allouche

Waèl el Allouche

Waèl el Allouche studeerde in 2018 af aan de master Design by Data van de Ecole Nationale des Ponts et Chaussees in Parijs, na het volgen van een bachelor Design aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. In zijn ontwikkelplan staan twee projecten centraal. Het eerste, ‘Ways of Knowing’, is een ontwerpend onderzoek waarin El Allouche zichtbaar wil maken welke informatie er ‘in de cloud’ wordt opgeslagen. Deze data wordt vertaald naar verschillende media. Hiervoor werkt hij onder andere samen met instituut V2 in Rotterdam. Daarnaast zoekt hij samenwerkingen op het gebied van architectuur en mode. Het tweede project, ‘Orientalising Science’, is een ontwerpend onderzoek dat start vanuit een autobiografische interesse en parallellen en verbindingen zoekt tussen Algerije en Nederland. Voor dit onderzoek wordt El Allouche bijgestaan door kunsthistoricus Robbie Schweiger.
Alice Wong
Alice Wong
Alice Wong

Alice Wong

Ben je getrouwd? Deze vraag kreeg Alice Wong dagelijks te horen toen ze in 2016 meerdere onderzoekstrips naar China ondernam voor het Amsterdamse ontwerpbureau Thonik. “Ik raakte geïnteresseerd in de benaming ‘leftover women’ (overgebleven vrouwen) die werd gebruikt voor ongetrouwde vrouwen in de 20,” legt ze uit. Dit zorgde voor een drijfveer voor haar nieuwe project waarin ze de maatschappelijke druk onderzocht die door de Chinese regering wordt uitgeoefend op ongetrouwde, opgeleide vrouwen.

“Vanwege het één-kind-beleid zijn er juist veel mannen ‘over’: overbodige mannen.” Wong legt uit dat veel alleenstaande mannen in een gemeenschap kan leiden tot chaos en dat de regering daarom druk uitoefent op vrouwen om met ze te trouwen. Voor het project Leftover Woman maakte Wong een interactieve website die een experiment is in niet-lineaire storytelling door een gegamificeerde film. De gebruiker speelt een jonge hoogopgeleide vrouw in China die een aantal beslissingen moet nemen waarbij de tegenstelling tussen individuele vrije wil en de collectieve wil van een samenleving een rol speelt.

Wong is geboren in Nederland en opgegroeid in Rotterdam en Hongkong. Door haar positie tussen de Westerse en Chinese cultuur in kan ze deze culturele incongruenties onderzoeken vanuit een kritisch maar mededogend perspectief. “Als je iets uitlegt in het Westen en dan aan mensen vraagt of ze het snappen, dan zeggen ze dat ze het begrijpen, maar ook of ze het er wel of niet mee eens zijn,” geeft ze aan. “In China zeggen mensen dat ze het niet begrijpen, terwijl ze bedoelen dat ze het er niet mee eens zijn. Dan komt het erop aan om mensen ertoe te bewegen om het ermee eens te zijn. Beide zijden kunnen iets leren van elkaar.” Zulke culturele eigenaardigheden zien we terug in de opbouw van verhalen.

“Verhalen geven vorm aan dingen die mensen geloven. Op hun eigen manier kunnen ze vorm geven aan samenlevingen en de ideologieën daarvan.” Wong zegt dat ze zichzelf ziet als een verhalenontwerpster, sinds ze in 2015 haar master in Information Design behaalde aan de Design Academy Eindhoven. Haar meervoudig onderscheiden afstudeerproject Reconstructing Reality was een zeer persoonlijk onderzoek naar de omstandigheden rondom de dood van haar vader. Dit bood een inkijkje in de manieren waarop families hun eigen verhalen voor het leven maken en hoe deze zowel bevrijdend als onderdrukkend kunnen zijn. Net als Leftover Women leunt de film op gevonden beelden, wat kenmerkend is voor haar werk.

“Er is tegenwoordig niets nieuws. Zelfs als ik een nieuwe video van de zee zou maken, hoe uniek of anders is die dan ten opzichte van wat ik kan vinden op Shutterstock?” vraagt Wong zich af. Tijdens de Dutch Design Week presenteert ze nieuw werk over de bijna mythische capriolen van Jack Ma, de CEO van Alibaba.com. “Voor mij is het interessanter om iets bestaands door andere ogen te bekijken, dat in een andere context te plaatsen, en vervolgens frictie te creëren en er nieuwe betekenis aan te geven.”

Tekst: Nadine Botha
Anne Geenen
Anne Geenen
Anne Geenen
Anne Geenen

Anne Geenen

Als partner bij het in Mumbai gevestigde architectuur- en ontwerpbureau Case Design heeft Anne Geenen projecten in landen als Indonesië, India en de Verenigde Arabische Emiraten ontworpen en begeleid. Ook is ze medeoprichter van Casegoods, een collectie van meubels, verlichting en objecten die oorspronkelijk voor architectonische projecten is ontwikkeld maar nu ook daarbuiten wordt verkocht. Anne’s ontwerpen zijn altijd sterk verbonden met de plek waar wordt gebouwd. Zo wordt er veel met lokale materialen gewerkt, net als met traditionele technieken en detaillering, die altijd op hedendaagse wijze worden toegepast.

Ambachtslieden spelen een grote rol in haar praktijk, die stoelt op de overtuiging dat wanneer andere experts ruimte krijgen om hun deskundigheid en creativiteit aan een project toe te voegen, de uitkomsten van een hoger niveau zullen zijn. Door delen van een ontwerp pas later in het proces in te vullen nodigt ze vaklui, eindgebruikers en anderen uit voor een dialoog over de uitwerking. Keuzes voor materiaal, ruimtelijke inrichting en afwerking komen zo gaandeweg tot stand. Als architect presenteert ze vaak geen definitief ontwerp maar gebruikt ze schetsen, maquettes en mockups als gelegenheid tot gesprek en gedeeld eigenaarschap.

De sterke maakcultuur in India – gekenmerkt door een grote aanwezigheid van ambachtsmensen, een lage mate van standaardisering en de notie dat details zich geleidelijk kunnen uitkristalliseren – heeft haar werkwijze mogelijk gemaakt en versterkt. De mentaliteit van collectieve inspanning wordt toegepast op verschillende schalen: van productontwerp en tentoonstellingsvormgeving tot gebouwen en landschapsarchitectuur.

Na vijf jaar voornamelijk vanuit Mumbai te hebben gewerkt heeft Anne de ambitie om de door haar ontwikkelde werkwijze uit te breiden naar Nederland en Europa. In dit deel van de wereld gelden vaak andere bouwconventies dan in India maar relaties tussen verschillende professies kunnen volgens haar interessanter worden opgebouwd. Door bijvoorbeeld een onconventioneel materiaal als sloopafval te hergebruiken wordt een creatief gesprek tussen aannemer en architect geforceerd, zodat samen wordt nagedacht over ontwerp en detaillering. Ook onderzoekt Anne hoe bouwprocessen wat betreft samenwerking en materialen in een Europese context meer plaatsgebonden kunnen zijn. Presentatiemomenten op onder andere de Architectuurbiënnale van Venetië hebben geholpen op haar praktijk te reflecteren en deze te verduidelijken.

Tekst: Mark Minkjan
Camiel Fortgens
Camiel Fortgens
Camiel Fortgens
Camiel Fortgens

Camiel Fortgens

“Maar waarom dan?” Deze simpele vraag is voor modeontwerper Camiel Fortgens leidend. De vraag stellen leidt voor hem tot vernieuwing. Waarom is de norm zoals die is? Waarom ziet iets eruit zoals het eruit ziet? Om vervolgens van die standaard af te wijken.

Fortgens is niet opgeleid als modeontwerper, maar studeerde aan de Design Academy Eindhoven. Een ontwerpopleiding waar bij uitstek geleerd wordt om dingen zelf uit te vinden, trial & error, en open te staan voor toevalligheden en inspirerende ‘fouten’. Het modevak heeft hij dus in de praktijk geleerd. Hij tekent en knipt niet patronen ‘zoals het hoort’, maar gebruikt onder andere tweedehands kleding als basis en ‘boetseert’ met kleren totdat er nieuwe vormen en ideeën ontstaan.

Voor zijn eerste collectie stuurde hij modellen gekleed in oversized, archetypische kleding de catwalk op, met als ondersteuning niets anders dan het geluid van voetstappen. Een kaal effect, makkelijk op te vatten als commentaar op de glitter en glamour van de modewereld. Het snelle en commerciële van mode staat Fortgens tegen. Evenals het schermen met duurzaamheid als PR-middel. Toch blijken de modeconventies niet zo makkelijk te doorbreken. De Fashion Weeks zijn nog altijd leidend voor de inkoop door winkels. En verantwoord produceren op kleine schaal is een grote uitdaging.

Inmiddels is Fortgens zes collecties verder. Nu er vraag is naar wat hij doet, voelt hij de ruimte om normen proberen te veranderen, meer te gaan dicteren. Als een Trojaans paard, van binnenuit. Voor zijn nieuwste collectie wil hij de grenzen van draagbaarheid en herkenbaarheid oprekken. Om zijn boodschap kracht bij te zetten, is Fortgens ook op zoek naar andere vormen van communicatie. Zo wil hij een fotoboek maken en zijn website een prominentere plek geven. Online is nog veel ruimte voor experiment en de mogelijkheid om zoveel mogelijk mensen bij zijn werk te betrekken.

Volgens Fortgens is het taboe anno 2018 ‘het echte’. De realiteit van zijn generatie ziet hij nauwelijks gereflecteerd in de beelden die de modeindustrie voorschotelt. Kleding is bij uitstek geschikt om de schijn op te houden en identiteit en omgangsvormen te bepalen. Meer nog dan het verduurzamen of verlangzamen van mode, wil Fortgens in zijn kleding een tijdsgeest vastleggen en een nieuw soort realisme aansnijden, als tegenreactie op al het ‘fake’. In een wereld waarin er eigenlijk al genoeg kleding is, probeert hij een cultureel middel te zijn om vragen te stellen bij hoe we leven. En vooral: waarom dan?

Tekst: Victoria Anastasyadis
Carlijn Kingma
Carlijn Kingma
Carlijn Kingma
Carlijn Kingma

Carlijn Kingma

Tot in de twintigste eeuw werden maatschappelijke vergezichten regelmatig verbeeld, vaak met architectuur als expressie van idealen. In de afgelopen decennia lijkt de productie ervan te zijn stilgevallen. Carlijn Kingma is in dit voorstellingsvacuüm gestapt en heeft de kunst van het vergezicht tot haar praktijk gemaakt. Anders echter dan veel van de wervende techno-utopische of sterk politieke toekomstperspectieven uit de geschiedenis, zijn Carlijns overrompelende tekeningen beschouwend, genuanceerd en meerstemmig.

Om verhalen te vertellen over menselijke ambities, sociaal-politieke geschiedenissen en mogelijke toekomstscenario’s gebruikt ze architectuur – waarin ze is afgestudeerd – als medium. De taal van de bouwkunst spreekt tot de verbeelding, waardoor het de metaforische kracht heeft om het verhaal van de mensheid te vertellen en ons denken over de toekomst aan te wakkeren. Anders dan gangbaar in de moderne beeldcultuur is architectuur in Carlijns werk geen eindbeeld met de pretentie van perfectie, maar een open suggestie naar een toekomst in wording. Haar cartografie van ideeën volgt paden uit de geschiedenis en extrapoleert ze naar mogelijke toekomstroutes.

De metersgrote tekeningen zijn complexe beeldkaarten die vaak meerdere werelden naast elkaar tonen om keuzes te verbeelden waarvoor de mensheid zich bevindt. De complexiteit van het werk zit niet alleen in het fijnmazige tekenwerk, maar ook in de gedachtewerelden die worden gerepresenteerd. De beelden nodigen de kijker uit erin te verdwalen en na te denken over de wenselijkheid van diverse sociaal-politieke manifestaties door zowel hun schoonheid als schaduwzijden te laten zien. Ze zijn een oproep ter verdieping, waarmee Carlijn mensen hoopt te enthousiasmeren voor grote en kleine verhalen uit verschillende culturen en tijden.

Voor de totstandkoming van de tekeningen werkt ze altijd samen met andere wetenschappers, architecten, kunstenaars of schrijvers. Hiermee voedt ze haar eigen onderzoek naar thema’s als kapitalisme, religie en technologie en maakt ze voorstellingen van de ideeën van anderen. Bij een tekening verschijnt altijd een publicatie en een verkenningsvideo.

Momenteel ontwikkelt Carlijn aanvullende methodes om de uitgebeelde verhalen en werelden over te brengen. Ook wil ze haar publiek uitnodigen met haar en elkaar in gesprek te gaan. Hiervoor worden verschillende media ingezet, waaronder hoorspelen, performatieve situaties en presentaties waarin een deel van het onderzoek wordt ontsloten. Professioneel heeft ze haar praktijk verder gebracht door een ontwerper in te huren voor de vormgeving van dialogen rond haar werk.

Tekst: Mark Minkjan
Chen Jhen

Chen Jhen

Grafisch ontwerpers in Nederland proberen door middel van hun werk al meer dan 50 jaar lang de parameters van onderzoek, subjectiviteit en mediarepresentatie te verkennen. Jan van Toorn heeft hierin altijd een belangrijke rol gespeeld. Vandaag de dag is de Taiwanese designer Chen Jhen de belichaming van deze methode van kritische reflectie en experiment, waarbij zij fundamentele vragen stelt over hoe we plaatsen, mensen en dingen begrijpen. Is het mogelijk om een onbevooroordeelde indruk te krijgen van een stad ergens ver weg, in een tijd waarin we worden overspoeld door satellietkaarten en sociale media met geo-tagging? Wat betekent het eigenlijk om een gebeurtenis vast te leggen en hoe is dit proces anders naarmate iemand zich native of foreign voelt met betrekking tot de culturele context? Hoe is daarnaast de praktijk van hedendaags graphic design verweven met de idee van een persoonlijke identiteit en agenda?

Het afgelopen jaar, na het afronden van haar studie aan de Design Academy Eindhoven, onderzocht Jhen deze thema’s. Ze bouwde hierbij verder op haar masterscriptie, waarin ze de Taiwanese identiteit, de synthetische cultuur en taal van Taiwan, en de iconografie van de voormalige leider Chiang Kai-shek onderzocht. Terugkijkend op dit project realiseerde ze zich dat haar zoektocht naar de factoren die Taiwan anders maken dan China zelf een politieke onderneming was geworden. Vorig jaar stelde ze zichzelf ten doel om naar een onbekende plaats te reizen en deze te bestuderen vanuit een onbevooroordeeld perspectief. Maar toch – en ondanks dat ze de stad nog nooit had bezocht – leken haar foto’s en observaties van Jakarta een gevoel van snelheid, dichtheid en sociale ongelijkheid te hebben die Chen op passieve wijze via de media had meegekregen.

Jhens nieuwste werk vraagt zich af wat het betekent om een veel banaler onderwerp te observeren, namelijk iemand die zit te lunchen. Tijdens haar lunches op het werk in Nederland maakte Jhen bijna obsessief gedetailleerde notities over het gedrag van de personen tegenover haar, inclusief wat ze aten, in welke volgorde ze dat deden, hoe ze hun lichaam bewogen, hoe ze hun bestek vasthielden, hoe ze dingen op hun bord legden, wat ze niet opaten. Ze legde haar notities vast als een script dat de basis vormde voor een optreden door een Taiwanese acteur die, evenals Jhen, niet bekend was met Nederlandse eetgewoonten. Net als Poging tot uitputtende beschrijving van een plek in Parijs van Georges Perec onderzoekt het werk van Jhen de rol van de toeschouwer, de taal en de lezer bij het vastleggen van een complexe en zich ontvouwende realiteit in documentaire vorm.

Tekst: Tamar Shafrir
Daniel de Bruin
Daniel de Bruin
Daniel de Bruin
Daniel de Bruin

Daniel de Bruin

“Ik kan ze gebruiken. Ik kan ze slopen. Ik kan ze opnieuw bouwen. Instinctief bouw ik altijd machines.” Daniel de Bruin is (nog) geen filosoof, maar ondanks zijn oprechtheid – die van een man die met zijn handen creëert en denkt – laten de inzichten van zijn interactieve tentoonstellingsapparaten een diepgang zien die bij deze woorden past. Tot zijn werken behoren het eenvoudige Opal, wat in essentie een kinderspel is waarbij wordt gespeeld met jaloezieën om de fijne tactiliteit en onschuld van onze huiselijke omgeving op te roepen; het verontrustende j8d-001001-s (gemaakt in samenwerking met Jelle Mastenbroek), dat beschrijft hoe toezicht op iedere stap die we zetten een onderdeel is geworden van onze leefomgeving; en het uitgebreide Moniac, een analoge installatie die toeschouwers uitnodigt om deel te nemen aan een mechanisch financieel systeem om abstracte economie er begrijpelijker uit te laten zien. Het werk van De Bruin is onmiskenbaar dat van een diepzinnige denker, iemand die zichzelf uitdrukt door te sleutelen in plaats van door taal.

“Soms lijkt het alsof machines leven,” aldus de ontwerper, die heen en weer pendelt tussen Utrecht en Soesterberg. Het liefste gaat hij direct aan de slag met zijn stukken, in plaats van veel tijd te besteden aan plannen en onderzoek, zodat het proces de stuwende factor achter zijn creaties is. Hij rondde in 2015 een masteropleiding in Product Design af aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, maar hij ontdekte zijn creatieve inspiratie pas echt toen hij stage liep als modelmaker bij een architect. Om financiële systemen te begrijpen voor zijn stuk Moniac, heeft hij negen maanden onderzoek gedaan door te kijken naar YouTube-video’s en te spreken met experts. Hij biecht echter op dat hij daar weinig plezier aan heeft beleefd.
De divergentie tussen ontwerper en ontwerpproces, die steeds groter is geworden door de toename van computergestuurd maken, vormde de inspiratie voor De Bruins analoge 3D-printer. Voor deze printer is daadwerkelijke fysieke input van de designer nodig. “Ik wilde een relatie met de machine hebben en niet simpel het daadwerkelijke maakproces aan het apparaat overdragen,” legt hij uit. De relatie tussen mens en machine heeft alleen invloed op de mens, maar De Bruin wilde onderzoeken of de machine ook kon worden beïnvloed door interactie met de mens. De Neurotransmitter 3000 is een eenpersoons achtbaan. De machine reageert op biometrische gegevens van de inzittende.

De Bruin geeft aan dat hij niet veel tijd heeft om met zijn eigen projecten bezig te zijn. Hij wordt voortdurend gevraagd door klanten variërend van musea en marketingbureaus tot andere designers. Een van zijn meest recente opdrachten, een nieuwe samenwerking met Maasenbroek, wordt tijdens de Dutch Design Week in het Eindhoven Museum gelanceerd. Op dit moment werkt hij echter aan een serie geavanceerde flipperkasten. Hij hoopt dat hij hier een echt productassortiment van kan maken.

“Het is een basisemotie,” zegt hij op zijn typische droogkomische manier als ik hem vraag om wat meer te vertellen over de humor waarmee zijn werk is doorspekt. “Het werkt voor veel mensen en het werkt voor mij. Ik houd er niet van om superserieuze dingen te doen.”

Tekst: Nadine Botha
Frank Kolkman
Frank Kolkman
Frank Kolkman
Frank Kolkman

Frank Kolkman

Terwijl nieuwe technologieën vrijwel alle aspecten van menselijk leven beïnvloeden, blijft de culturele conventie van tweedeling tussen mens en technologie, tussen analoog en digitaal, hardnekkig. In de praktijk van experimenteel ontwerper Frank Kolkman staan speculatieve werken centraal die de evolutie van mensen en technologie als verwoven proces tonen. Met zijn werk laat hij technologie nieuwe perspectieven verschaffen op de menselijke conditie en culturele normen.

Hoewel er tegenwoordig andere technologieën en nieuwe mogelijkheden bestaan, zit de belofte van technologie nog vast in twintigste-eeuwse sjablonen. Frank beoogt een inclusiever voorstellingsvermogen rond technologie, voorbij het nauwe idee van hyperefficiëntie en gestoeld op een diversiteit aan idealen en belevingen. Technologie is niet neutraal en kan niet alleen worden ontwikkeld vanuit de belevingswereld van welvarende witte mannen van middelbare leeftijd uit de Bay Area. Daarom probeert Frank discussie over technologie in het publieke domein te brengen, zodat het een sociaal-politiek onderwerp wordt dat niet alleen aan techneuten is voorbehouden. DIY en open source zijn terugkerende thema’s, waarmee technologische dictaturen, de illusie van foutloos ontwerp en de gedachte dat eindgebruikers niets aan producten kunnen toevoegen ter discussie worden gesteld.

De speculatieve ontwerpen dragen bij aan een kritisch discours rond productontwerp. Daarin is het discipline achtergebleven bij andere creatieve velden, terwijl schaalvergroting en gegroeide potentiële invloed daar wel om vraagt. Daar waar het meeste productontwerp zelfbevestigend is, zijn de ontwerpen van Frank zelfbevragend. Het werk suggereert nabije toekomsten waarin voorhanden, veelal nieuwe technologie op manieren wordt gebruikt waarvoor nog geen conventies bestaan en die ethische dilemma’s opwerpen. Door de combinatie van fictie en realiteit geven de installaties het publiek een beginpunt van waaruit kan worden gedacht over de wenselijkheid van bepaalde technologieën en toekomstbeelden.

Initieel richtte Frank zich voor de ontwikkeling zijn praktijk voornamelijk op autonoom werk waarin morele grenzen rond technologische innovaties in geestelijke en lichamelijke gezondheid wordt verkend. Daarin werkte hij al samen met wetenschappers, medisch specialisten en kunstenaars. In het afgelopen jaar kwamen ook samenwerkingen tot stand met onderzoeksinstellingen en bedrijven, waarin een deel van zijn onderzoek wordt uitgevoerd en ontwerpen worden gerealiseerd. Hierdoor kunnen grotere projecten ontstaan en ontwikkelt Frank zichzelf eveneens tot mediator. Zo creëert hij condities die andere ontwerpers en studenten helpen tot ontwerp te komen vanuit nieuwe invalshoeken. Terwijl zijn autonome praktijk blijft groeien, wordt hierdoor ook zijn ontwerpfilosofie breder uitgedragen.

Tekst: Mark Minkjan
Isabel Mager
Isabel Mager
Isabel Mager
Isabel Mager

Isabel Mager

Elf jaar geleden herdefinieerde Apple de smartphone met hun eerste iPhone. Het valt niet te ontkennen dat dit apparaat de wijze waarop we communiceren, werken, liefhebben en zelfs lopen volledig heeft veranderd. Minder duidelijk is dat de iPhone ook een radicale wijziging van geografische landschappen, economische bestaansmiddelen, politiek en de soevereiniteit van bedrijven heeft bewerkstelligd. Juist deze ingewikkelde, subtiele gevolgen van een zeer zichtbaar apparaat trekken de aandacht van ontwerper Isabel Mager. Zij is kortgeleden voor vijf maanden naar Shenzen, Beijing en het platteland van China gereisd om “de productieroute van de smartphone terug te volgen”.

De ontwerpster, afkomstig uit Rotterdam, is geïnteresseerd in de impact van verborgen infrastructuren. Dit is al zo sinds ze als studente een project uitvoerde dat zich richtte op elektronisch afval dat naar Rwanda wordt gestuurd. In 2016 behaalde ze haar bachelorgraad aan de Design Academy Eindhoven met 5000times. Dit project was een analyse van verschillende mediabronnen om een onvolledige lijst op te stellen van het handwerk dat menselijke arbeiders moeten uitvoeren bij de bouw van smartphones, tablets en laptops. Alle informatie werd verzameld door nieuwsartikelen door te spitten over uitgebuite werknemers in smartphone-, tablet- en laptopfabrieken, en door geheime filmopnamen van het werk in deze fabrieken op YouTube te analyseren. Tijdens het onderzoek is ook een aantal apparaten uit elkaar gehaald en gesneuveld. Een durational performance van een ploegendienst toonde de beperkte choreografie van werknemers aan: dit heeft al velen tot zelfmoord gedreven.

“Ik vind dat design research eigenlijk gaat over reflecteren op, het begrijpen van en op bepaalde manieren ook wijzigen van de materiële wereld waarin we leven.” Mager schrijft ook over haar bevindingen, waaronder een paper over 5000times in het tijdschrift Decolonising Design. Ze vindt het echter wel belangrijk om de resultaten te presenteren in de materiële ontwerptaal van het onderwerp: “Ik vind het echt prachtig dat je daadwerkelijk vrij complexe dingen kunt communiceren door middel van ontwerptalen, grammatica en materialiteit, waardoor de complexiteiten lekker tastbaar worden.”

Ze heeft deze kenmerkende aanpak – met diepgravend onderzoek en analyses, beschouwd door een bril van economie en invloedssferen, en weergegeven in een artistieke en performatieve herinterpretatie – al toegepast op onderwerpen zoals de voedselindustrie, stedelijke winkelgebieden en de zeecontainerindustrie. In samenwerking met politiek wetenschapper Daniel Urey en ontwerper Gabriel Maher voert ze ook een langdurig onderzoeksproject uit dat draait om het concept van ‘het podium’ – een object waarop een gesproken handeling plaatsvindt – waarbij wordt onderzocht hoe terugkerende ontwerppatronen historisch en cultureel worden gebruikt om macht uit te drukken.

Over haar aankomende onderzoek in China zegt ze zelf dat ze is geïnteresseerd in de “resterende kolonialiteit van zo’n jonge industrietak” en in het bijzonder in hoe waarde en macht nog steeds ongelijk worden verdeeld: tussen arbeider en producent, tussen het lage marktaandeel van Apple en de hoge winsten, tussen de positie van de internationale gemeenschap met betrekking tot mensenrechten in China en de status van het land als handelsnatie en belastingparadijs. Ze erkent dat ze zich als ontwerper, en dan met name als kritische research designer die geen verhandelbaar product hoeft te maken, bovenin de piramide van waarde en macht bevindt: “Hoe kan ik dat gebruiken om duidelijk te maken dat design altijd een combinatie van innovatie en afbraak is?”

Tekst: Nadine Botha
Jason Hansma
Jason Hansma
Jason Hansma
Jason Hansma

Jason Hansma

Jason Hansma studeerde in 2013 af aan de master Fine Art van het Piet Zwart Instituut in Rotterdam. Hansma onderzoekt de maatschappelijke impact van algoritmes en digitale beeldcultuur vanuit een cultureel en politiek oogpunt. In het komende jaar doet Hansma onderzoek naar de het archiveren van afbeeldingen en teksten in een slimme database waaruit creatieve output kan worden gegenereerd door het versmelten of samenbrengen van het beschikbare materiaal.
Joana Chicau
Joana Chicau
Joana Chicau
Joana Chicau

Joana Chicau

Sommige dansvormen, zoals ballet of volksdansen, lijken tijdloos en onveranderbaar. Ze bestaan al eeuwenlang, gebruikmakend van dezelfde bewegingen en muziek. Andere dansvormen reageren echter op specifieke culturele, fysieke of technische omstandigheden, net als design of visuele kunst. Butoh ontstond bijvoorbeeld in Japan in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, als een reactie op de diepe pijn en maatschappelijke onrust die het gevolg was van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki en de start van de snelle industrialisatie. Tegen de jaren negentig deed de computer zijn intrede in de danswereld via het werk van choreografen zoals Merce Cunningham. Hierdoor ontstond een directe relatie tussen het lichaam en digitale processen.

De Portugese ontwerpster Joana Chicau zet deze traditie voort door haar achtergrond als danseres te combineren met haar opleiding op het gebied van media design. Chicau, die haar master afrondde aan het Piet Zwart Instituut in Rotterdam, werd aangetrokken door het bredere blikveld bij Nederlandse grafisch ontwerpers. Zij maken gebruik van methodes en media die veel verder gaan dan de traditionele middelen voor visueel ontwerp en drukwerk. Ze benadert design niet alleen door technologische kennis op te doen, bijvoorbeeld over programmeren, maar ook door kritisch te staan tegenover de manier waarop deze technologieën controlesystemen en vooraf bepaalde resultaten produceren voor de mensen die ze vormgeven of gebruiken of ermee te maken krijgen. Haar werk bevraagt de issues van handelend vermogen, de gebruiker, computercode als taal of script, en fysieke interactie met digitale technologie. Bovendien kan computercode tijdens haar live ‘choreografische programmeersessies’ worden beschouwd als zowel een soort materiaal als actie, die normaliter verborgen blijft achter vlotte digitale interfaces of kantoorkolossen van grote bedrijven.

Het werk van Chicau laat een recente verschuiving zien in het ontwerpdiscours. Fysieke praktijk en performance treden meer op de voorgrond in plaats van objecten en technologie. Ze deconstrueert de website als een soort antropomorfische structuur met een hoofd (header) en een lichaam (body): de header bevat meestal meta-informatie, externe data en Javascript-functies, terwijl de body meer een secundaire contentcarrier is. Door middel van workshops, discussies en performances brengt ze diverse community’s en skillsets bijeen. Veel van die skillsets vallen overigens buiten het conventionele ontwerpveld. Ze doet dit voornamelijk om te onderzoeken wat de effecten van media design zijn op hoe we ons bewegen en gedragen in de fysieke en virtuele ruimte. Ondanks dat het tot stand brengen van zo’n hybride en experimentele onderzoekspraktijk een enorme uitdaging is, blijft ze zich inspannen om mensen te emanciperen en een element van kritiek aan hun leven toe te voegen.

Tekst: Tamar Shafrir
Jos Klarenbeek
Jos Klarenbeek
Jos Klarenbeek
Jos Klarenbeek

Jos Klarenbeek

Jos Klarenbeek is in 2015 afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven in de richting ‘Man and Public Space’. Als ontwerper is hij geïnteresseerd in het toegankelijk maken en vertalen van complexe data. Komend jaar wil hij zich focussen op data van satellieten. Tegenwoordig is een ongekende hoeveelheid ruwe data van de aarde gratis beschikbaar, zoals temperatuurkaarten of de golfbewegingen van oceanen. Deze data wordt door onderzoekers en de wetenschap gebruikt, maar blijft door de gebruikte codering voor het brede publiek ontoegankelijk en onbruikbaar, terwijl het een interessante bron kan zijn voor bijvoorbeeld ontwerpers. Om deze kloof te dichten is Klarenbeek van plan verschillende tools te ontwikkelen waarmee satellietdata gekoppeld kan worden aan bijvoorbeeld een weefgetouw of CNC/machine. Hiervoor wil hij een artist in residency doen bij PlanetLabs in San Francisco. Daarnaast gaat hij een samenwerking opzetten met Aliki van der Kruijs, waarin zij hun kennis willen bundelen en realtime golfinformatie van de Waddenzee gebruiken als een ontwerpvariabele.
Julia Janssen
Julia Janssen
Julia Janssen
Julia Janssen

Julia Janssen

Vandaag de dag is media-inzicht een cruciaal onderdeel van een verantwoordelijke en zelfbewuste benadering van digitale netwerktechnologie. In een tijd waarin bijna al onze online activiteiten worden verwerkt om persoonlijke gegevens te ontsluiten, hebben we allemaal een specifieke waarde die wordt vastgesteld op basis van onze onderling verbonden online profielen. Onze identiteiten zijn verworden tot consumptiegoederen voor dataverzamelaars en analisten, die hun geld verdienen door deze informatie in te zetten als voorspellende indicatoren of criteria voor gerichte reclame. De Nederlandse ontwerpster Julia Janssen raakte voor het eerst geïnteresseerd in het idee van persoonlijke gegevens als betaalmiddel tijdens haar afsluitende project aan de ArtEZ University of the Arts in Arnhem. Voor haar bachelor afstudeerproject Bank of Online Humanity verzamelde Janssen verschillende online typologieën die waren gebaseerd op individuele kenmerken, van ‘oppervlakkige ambitieloze spaarders’ tot ‘geïnformeerde verwaande genieters’, elk met bepaalde gedragspatronen en waarde in het netwerk.

Dit jaar hield Janssen zich bezig met het onderzoeken van de betekenis van de ‘online gebruiker’. Hiervoor vertaalde ze haar onderzoek in een fysieke installatie die bestaat uit verschillende spellen die zich elk richten op een bepaald aspect van haar bevindingen. Ze ontwerpt hulpmiddelen voor mensen, zodat ze kunnen begrijpen hoe ze worden gevolgd en gekwantificeerd. Niet alleen op sociale media, maar ook met betrekking tot hun gezondheid, financiën, levensfase en online browsergeschiedenis. Deze gegevens worden binnen diverse platforms en systemen gecombineerd om complexere profielen samen te stellen. Verschillende profielen hebben ook een verschillende financiële waarde: profielen van zwangere vrouwen worden bijvoorbeeld gezien als zeer lucratief, omdat zij vaak nieuwe producten kopen voor hun baby, huis of voor zichzelf. Daarnaast maakt Janssen een spel dat is gebaseerd op gokkasten, waarbij mensen met hun gegevens betalen om gratis te mogen gokken. Volgens Janssen zijn we het product van onze persoonlijke informatie.

Tijdens haar onderzoeken heeft Janssen de grenzen van haar ontwerpdiscipline overstegen: haar onderzoek toont aan dat veel sociale combinaties en categorisaties als gevolg van massale gegevensverzameling onzichtbaar zijn voor de eindgebruiker, maar zeer belangrijk zijn voor de organisatie die de gegevens verzamelt, beheert of analyseert. Om een duidelijk beeld van de stand van zaken te krijgen, sprak ze met gedragswetenschappers, datajournalisten, cybersecurity-experts en analisten van de Rabobank en KPMG, evenals onderzoekers van het Institute for Information Law van de Universiteit van Amsterdam. Ze gelooft dat ze door te werken binnen de context van kunst en design deze thema’s speculatiever, vreemder, sceptischer en luchthartiger kan onderzoeken. Hierdoor ontstaat een open en creatieve reactie op issues die buiten onze macht lijken te liggen.

Tekst: Tamar Shafrir
Karim Adduchi
Karim Adduchi
Karim Adduchi
Karim Adduchi

Karim Adduchi

Mode heeft een luide stem, maar wat wil je uitschreeuwen? Modeontwerper Karim Adduchi wil vooral verhalen vertellen en een sociaal aspect aan het maakproces toevoegen. Zoals hij zelf zegt: “Creating community, never being political, just social.”

Al op de Gerrit Rietveld Academie viel hij in 2015 op met zijn afstudeershow, She knows why the caged bird sings, geïnspireerd op erfgoed uit zijn geboorteland Marokko. Zijn tweede presentatie genaamd She lives behind the court yard door – de opening van de Amsterdam Fashion Week – was een eye opener en een keerpunt: zo niet verder. Na de relatieve vrijheid van de academie voelde de professionele modewereld met zijn ijzeren ritme en hooggespannen verwachtingen als een keurslijf. Zijn volgende project moest een statement worden: geheel op eigen voorwaarden, volgens zijn eigen visie.

Voor de collectie She has 99 names heeft Adduchi samengewerkt met non professionals: met huisvrouwen, studenten en vluchtelingen. Door mensen van buiten de modewereld te betrekken, probeert hij een zekere onschuld, frisheid en plezier terug te brengen in het ontwerpen. Daarnaast had Adduchi tot doel hen een platform, CV en een netwerk te geven. Door alle werkzaamheden – van het naaien tot het doorpassen met modellen – in dezelfde studio te situeren, probeert hij iedereen te betrekken bij het geheel en een ‘community’ te laten ontstaan. Aangezien de vaardigheden sterk uiteenlopen, is het zoeken naar de juiste samenwerkingen. De meegebrachte ervaringen, ambachten en verhalen vormen een belangrijke inspiratiebron voor Adduchi. In totaal hebben ongeveer 25 mensen meegewerkt.

Ook in deze collectie waren weer veel verwijzingen naar Adduchi’s roots, zoals borduursels geïnspireerd op Noord-Afrikaanse mozaïeken en traditionele patronen. De modeshow werd buiten het seizoen in een kerk getoond. Een statement, zowel qua timing als locatie. Door de grote media-aandacht die de presentatie – zelfs al van tevoren – heeft gegenereerd, is de naam en identiteit van Adduchi als ‘sociale modeontwerper’ gevestigd.

De sociale impact en opzet van ontwerppraktijken krijgt steeds vaker aandacht. Hierdoor wordt niet alleen het product, maar juist ook het proces belangrijk. Dat is soms lastig tot uitdrukking te brengen in een eindresultaat. Steeds meer makers bedienen zich van sociale media om een inkijkje te bieden in het ontstaan- en ontwikkelproces van hun ideeën. Adduchi communiceert over het achterliggende idee vooral in woord, tijdens interviews en lezingen, en in persberichten. De gezichten achter zijn collectie stonden even in de schijnwerper op de catwalk, maar uiteindelijk zijn het de kledingstukken die het verhaal moeten vertellen.

Tekst: Victoria Anastasyadis
Koos Breen
Koos Breen
Koos Breen
Koos Breen

Koos Breen

Koos Breen studeerde in 2014 af aan de bachelor Grafisch Ontwerpen aan de KABK in Den Haag. In het komende jaar wil hij zijn werkwijze als ‘holistisch ontwerper’ verder uitdiepen. Hij formuleert voor zichzelf een serie opdrachten die op elkaar voortborduren. In deze opdrachten daagt Breen zichzelf uit om nieuwe technieken en toepassingen te verkennen en eigen te maken. Hierbij denkt hij aan weven, 3D tuften, metaal gieten en glas-, keramiek-, en kunststofbewerking. In zijn ontwikkeling schakelt hij verschillende coaches in, zoals curator Matylda Krzykowski en ontwerper Bertjan Pot.
Lilian van Daal
Lilian van Daal
Lilian van Daal
Lilian van Daal

Lilian van Daal

Kunststof zorgde in de twintigste eeuw voor een revolutie in stoelontwerp. Nu is daar een mogelijkheid aan toegevoegd: driedimensionaal printen. Ontwerper Lilian van Daal onderzoekt de mogelijkheden om maximaal comfort en functionaliteit uit deze relatief nieuwe techniek te halen.

Van Daal viel in 2014 al op met haar afstudeerproject, een geprinte stoel waarin geavanceerde techniek gecombineerd wordt met biomimicry; het ‘leren van de natuur’ om zo producten of processen te verduurzamen en optimaliseren. Natuurlijke verschijnselen bestuderen, analyseren en implementeren is volgens haar het antwoord voor een meer duurzame ontwerppraktijk. De aanschaf van het beroemde boek Kunstformen der Natur, van de negentiende eeuwse zoöloog Ernst Haeckel, is misschien wel een van haar belangrijkste investeringen van het afgelopen jaar. De gedetailleerde tekeningen zijn een onuitputtelijk bron van inspiratie.

Nu ze haar vaste baan bij een ontwerpbureau heeft opgezegd, is de weg vrij voor meer experiment en samenwerking. Tijdens een business challenge werd Van Daal aan Oceanz gekoppeld, een Nederlands 3D-printbedrijf. Ze is aan de slag gegaan met een door hen ontwikkelde recyclebare kunststof. Met behulp van dit nieuwe materiaal is ze gaan proberen haar afstudeerstoel, tot dan toe nog een schaalmodel (1:2), op ware grootte uit te voeren. Om dit te realiseren is Van Daal verder gedoken in de software en het digitaal tekenen van structuren om zo de modellering en productie efficiënter te maken. Het probleem zit namelijk in het bereik van de printer: die is beperkt. Waar de schaalmodellen in één keer uit de machine rolden, moeten er nu losse onderdelen geprint worden. Met efficiënte connectiepunten (zoals te vinden in de natuur) verbindt ze die aan elkaar, zonder lijm. Lijm maakt meubels – met name banken – namelijk slecht recyclebaar, een grote frustratie voor Van Daal.

De uitkomst van de samenwerking, Radiolaria (vernoemd naar micro-organismen met een bijzondere structuur), wordt tijdens de Dutch Design Week 2018 in Eindhoven gepresenteerd. Zowel de productietijd als de productiekosten zijn gehalveerd. Voor de uiteindelijke versie had ze maar één kans om te printen, met slechts een paar proefjes vooraf. Ook hier betreft het dus weer een prototype, dat nog moet worden doorontwikkeld.

Meer nog dan op een eindproduct, richt Van Daal zich op procesverbetering, inclusief recycling. Het is voor haar waardevoller om productietijd en energieverbruik naar beneden te brengen dan een trendy stoel te ontwerpen. Deze attitude past in een tijd waarin kritisch naar de duurzaamheid van ontwerpen wordt gekeken. Heeft de wereld nog een nieuwe stoel nodig? Ja, een duurzame.

Tekst: Victoria Anastasyadis
Manon van Hoeckel
Manon van Hoeckel
Manon van Hoeckel

Manon van Hoeckel

Contact met ‘de ander’ is het middelpunt van de praktijk van social designer Manon van Hoeckel. Vanuit een breder maatschappelijk perspectief gaan haar ontwerpen over de toenemende verwijdering tussen bevolkingsgroepen en de mogelijke politieke gevolgen daarvan. Ze ziet een samenleving waarin het beeld van vreemden is gebaseerd op berichten uit media en van sociale platforms en steeds minder op persoonlijke ervaringen.

Meer direct gaat het werk om het bevorderen van lokaal contact, waarbij het delen van een plek of een voorziening een gevoel van lokale veiligheid en sociale verbondenheid kan geven. Verrassende ontmoetingen kunnen het inlevingsvermogen in andermans perceptie vergroten en zelfs sociaal isolement verzachten. Tegelijkertijd herkent Manon een algemene tendens om plekken, systemen en producten zo efficiënt mogelijk te ontwerpen, terwijl juist frictie en inefficiëntie kunnen zorgen voor onverwachte situaties en contact met anderen.

De ontwerpen van Manon zijn daarom altijd gericht op ontmoeting en dialoog. Ze gelooft niet in het organiseren van bijeenkomsten maar des te meer in het ontlokken van een gesprek rond praktische menselijke behoeften. Zo moeten mensen van allerlei achtergronden hun was doen, hun haar laten knippen of pakketjes afhalen. Door interventies te ontwerpen rond deze praktische schakels in de maatschappij worden ongedwongen ontmoetingen gecreëerd, die op allerlei manieren kunnen worden geladen met een aanzet tot gesprek. Zo kunnen specifieke gespreksonderwerpen worden geïntroduceerd die relevant zijn voor de personen die deelnemen, voor de locatie waarin het werk is gesitueerd en voor het bredere debat. Ook kunnen meningen en verhalen worden verzameld van mensen die hun stem minder (kunnen) laten gelden in democratische processen of het publieke domein. Door de nuttige voorzieningen op een voetstuk te plaatsen laat Manon bovendien het sociale belang van collectieve plekken en publieke beroepen zien.

Anders dan aanvankelijk haar voornemen was, heeft Manon ervoor gekozen zichzelf meer als ontwerper in een web van samenwerkingen te plaatsen en niet een studio met meerdere werknemers op te richten. Ook wil ze minder gehele projecten autonoom tot stand brengen door meer onderdelen uit te besteden. De duidelijke en tegelijkertijd grenzeloze kern van haar werk – het veroorzaken van ontmoeting – maakt dat ze haar praktijk nog in velerlei vormen, gebieden en samenwerkingen kan ontwikkelen. Manon ontwerpt ook concepten voor bedrijven en organisaties, waarbij projecten na voltooiing worden overgenomen en langdurig kunnen voortbestaan.

Tekst: Mark Minkjan
Winner DDA
Márk Redele
Márk Redele
Márk Redele
Márk Redele

Márk Redele

Nadat hij zijn opleiding tot architect had afgerond, was Márk Redele wat teleurgesteld door de beperkte relevantie van het metier als onderdeel van het gestandaardiseerde bouwapparaat. Vanaf dat moment besloot hij om een meer theoretisch standpunt in te nemen en richtte hij zich met zijn ruimtelijke werk steeds meer op de kunst. Hoewel Redele zich nog steeds bezighoudt met materiaal en formele aspecten, is zijn werk bedoeld om de fysieke en mentale ruimte waarin ze worden geplaatst, opnieuw vorm te geven.

Zijn werk is agonistisch: we zien een soort strijd en tegelijkertijd een uitnodiging aan mensen om deel te nemen en te antwoorden. Het suggereert meerdere architecturale scenario’s binnen één werk om de aandacht te verleggen van het fysieke naar het denkbeeldige. Márks praktijk is niet alleen een fenomenologie van materiaal en beweging, maar ook een van taal: het onderzoekt hoe ruimte moet worden herschreven.

Skeuomorfe elementen (materialen die zodanig zijn gevormd dat ze op andere materialen lijken) komen veelvuldig terug in zijn praktijk, zodat hij collectieve percepties en conventies op de proef kan stellen. Door nieuwe perspectieven te bieden op doodgewone voorwerpen, omgevingen of situaties verlegt zijn werk de aandacht naar het banale, naar alledaagse bewegingen, gebeurtenissen en gewaarwordingen. Als mensen hiermee worden geconfronteerd, worden ze uitgedaagd om tactiliteit, materialiteit en onzichtbare acties en reacties te herontdekken. Een installatie kan tegelijkertijd worden beschouwd als een designobject, een architecturale vorm en een constructie die iets anders wordt. De kwaliteit van worden vormt een ander belangrijk thema in zijn werk. Hiermee wil hij de gangbare ideeën aanvechten over volledigheid en wat ‘hoort’ in de ruimtelijke vormgeving, door een open uitwisseling tussen mensen en ruimten voor te stellen.

Redele ziet de wereld van de kunst als een vruchtbare omgeving, waarin hij kan werken aan zijn Trojaanse paard, waarmee hij zijn ruimtelijke aanpak naar architectonische schaal kan overbrengen. Zijn theoretische creaties krijgen vorm als installatie, waardoor ze meer kunnen zijn dan alleen architectuur op papier. Zijn doel is om op hetzelfde speelveld te acteren als de traditionele architecturale praktijk, maar dan wel om constructies te creëren die meer vrijheid bieden op het gebied van materiaal, betekenis en wat deze het individu kunnen bieden.

Zijn praktijk ontwikkelt zich op dit moment meer richting collaboratieve projecten, waarvoor hij samenwerkt met schrijvers, ontwerpers, kunstenaars en fotografen. Door anderen uit te nodigen om artistieke interpretaties van ruimtelijke fenomenen te ontwikkelen, bouwt Redele voort op zijn aanpak waarbij hij een reeks architecturale scenario’s tegelijkertijd aanbiedt. Hij creëert nog steeds autonoom werk, maar hij neemt nu ook steeds vaker een rol als curator aan, waarbij hij verschillende geluiden om zich heen verzamelt die op ongewone wijze samenhangen met ruimte.

Tekst: Mark Minkjan
New State of Matter
New State of Matter
New State of Matter
New State of Matter
New State of Matter

New State of Matter

Zou je wel een kind moeten nemen? Is dat fair tegenover het kind, of tegenover de rest van de wereld, als de toekomst zo onzeker is door de uitdagingen met betrekking tot het milieu? Is het verwekken en opvoeden van een baby iets dat kan of zou moeten worden gecontroleerd? Welke invloed heeft dit op je relatie en familie? En hoe zit het met de impact op je lichaam, zeker als je de moeder bent? En je carrière, wat is nu je levensdoel? Dit zijn een aantal vragen die designer Gaspard Bos opwerpt met zijn nieuwe stuk Pathfinders, dat wordt onthuld tijdens de Dutch Design Week.

“Het is een mediator bij gesprekken,” zegt Bos over de interactieve installatie die hij ontwikkelde terwijl hij bezig was met een onderzoeksstage aan het Unstable Design Lab in Boulder, Colorado in de Verenigde Staten. Dit werk markeert een keerpunt in de ontwerppraktijk van deze Rotterdamse designer. Nadat hij in 2013 de opleiding Integrated Product Design afrondde aan de TU Delft, stond hij aan de basis van de start-up Better Future Factory (doorbouwend op de interactieve recyclinginstallatie Perpetual Plastic Project), werkte hij met wandelwagenfabrikant Bugaboo om designaspecten open source te maken en zo met een 3D-printer vervangende onderdelen te kunnen maken, werkte hij met mensen uit de omgeving om meubels te maken die werden geweven van PET-flessen, en nam hij deel aan het bewerken en herontwerpen van hulpgoederen voor vluchtelingen op Lesbos. Hij houdt daarnaast ook nog tijd over om muziek te schrijven en op te nemen, en om op te treden.

“Toen ik afstudeerde geloofde ik echt dat als je iets wilt doen om de wereld te veranderen en hem duurzamer te maken, dat je er dan ook een bedrijfsmodel aan moest koppelen.” Bos geeft toe dat hij de afgelopen jaren tot de conclusie is gekomen dat de manier waarop we zaken doen een van onze grootste problemen is. Tegelijkertijd heeft hij ook een aantal projectideeën laten varen die zich richtten op technologische optimalisatie: “Technologie brengt mensen niet bij elkaar. Mensen komen bij elkaar. Geweldige technologie of een app zorgt er niet voor dat de wereld ineens een stuk beter wordt. Dat kan alleen door sociale veranderingen worden bereikt.”

Voor de Rotterdamse ontwerper is de essentie van ‘transition design’ dat deze verandering mogelijk wordt gemaakt door interventies te creëren die ons helpen om onze waarden en de manier waarop we dingen doen te herdefiniëren. Het Pathfinders-project heeft Bos ertoe aangezet om zijn werk meer in deze richting te sturen. Hij blijft werken aan project waarbij ‘machine learning’ en tweedehands kleding een rol spelen. Het potentieel van nieuwe technologie wordt gecombineerd met de noodzaak om de wegwerpcultuur van de mode-industrie te bespreken en te herwaarderen.

Bos besluit: “Ik zal nooit meer zeggen dat ik oplossingen ontwerp. In een wereld die voortdurend verandert, zijn oplossingen al snel verouderd. We hebben meer transities nodig.”

Tekst: Nadine Botha
Studio Reus
Studio Reus
Studio Reus
Studio Reus

Studio Reus

Er bestaat geen algemene definitie die van toepassing lijkt te zijn op Jonathan Reus. Enerzijds maakt hij experimentele elektronische muziek, waarbij hij de emotionele ruimte onderzoekt die ontstaat tussen muzikanten als ze improviseren. Anderzijds is hij de geluidskunstenaar die de sonische scenografie van een aanstaande uitvoering van Brave New World door het Asko-Schönberg-ensemble moet vormgeven. Zijn werk is echter niet zo vol spektakel dat hij zich prettig voelt met de benaming media artist. Contemporary artist is misschien meer van toepassing om de subtiele conceptuele aard van zijn werk te omschrijven, maar dit is weer geen goede weergave van zijn materiaal en maakproces. Misschien is hij meer een conceptual designer, maar hij wil niet meegaan in de innovatieretoriek die hiermee gepaard gaat. Hij geeft toe dat het niet makkelijk te definiëren valt.

Maar hij voelt zich wel lekker op dit speelveld dat lak heeft aan definities. Botha begrijpt daarnaast als geen ander dat “je boven komt als je worstelt”. Nadat hij zijn bachelor had behaald in de VS, brak hij zijn rug en moest hij leren zich toe te leggen op zijn artistieke ambities. Hij moest baantjes als software engineer aannemen om zijn studieleningen en ziekenhuisrekeningen te kunnen betalen. “Dat werk zorgt ervoor dat je je neuronen traint om logisch, rationeel en lichaamloos te werk te gaan”, aldus Reus, “en veel van mijn kunst probeert daar tegenaan te schoppen.”

Dit gevecht zien we terug “vanuit een technologisch standpunt maar ook in het proces waarin artistieke hulpmiddelen worden ontwikkeld waarin verpersoonlijking, een gevoel van flow, een gevoel van het beleven van tijd, het beleven van een moment worden aangemoedigd.” Dat zijn enkele van de ruimtelijke, tijdsgebonden en vleesgeworden kwaliteiten waardoor hij zich aangetrokken voelde tot geluid als artistiek medium. Hij vraagt zich af of de recente comeback van sound art misschien een algehele uitvergroting is van zijn eigen worstelingen: “Misschien is mijn ervaring het bouwen van software gewoon een microkosmos van de ervaringen van de rest van de wereld die voortdurend wordt overspoeld met schermen.” Reus woont tegenwoordig in Den Haag , maar zijn artistieke ambities kregen in 2009 een tweede kans in Amsterdam toen hij een W. J. Fulbright-beurs kreeg om een onderzoeksproject uit te voeren bij STEIM. In 2014 voltooide hij de masteropleiding Music aan de ArtScience Interfaculty van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

Hij hunkert echter nog steeds naar een soort middenweg en hij heeft het afgelopen jaar gebruikt om een werkwijze te vinden voor zijn creatieve praktijk. De eerste stap hierin was het bouwen van een studio. Binnenkort begint hij aan een residency bij het IEM in Graz als onderdeel van het onderzoeksproject ‘Algorithms That Matter’ en op dit moment wil hij onderzoek doen naar alternatieve, niet-digitale algoritmische ideeën uit verschillende culturen. Deze ideeën zijn niet alleen interessant omdat ze kunnen dienen als een nieuwe benadering van elektronische muziek, maar ook omdat hij hiermee zijn werkproces kan perfectioneren: “Ik wil mijzelf uitdagen om voor mijzelf een algoritme te maken om kunst te maken”, zegt hij gekscherend. “Tegen het einde van het jaar heb ik hopelijk ofwel een geheel ironische flowchart voor het maken van werk, of een krachtig hulpmiddel dat ruimte laat aan toeval, maar gestructureerd genoeg is om identiteit te produceren.”

Tekst: Nadine Botha
Suzanne Oude Hengel
Suzanne Oude Hengel
Suzanne Oude Hengel
Suzanne Oude Hengel

Suzanne Oude Hengel

Innovatie in breien: allang niet meer een tegenstelling, zeker niet voor ontwerper Suzanne Oude Hengel. Zij probeert grenzen te verleggen en op een nieuwe manier naar de mogelijkheden van de breimachine te kijken. Ze past haar bevindingen toe in vernieuwende, naadloze schoenontwerpen.

Zo onconventioneel als haar ontwerpen zijn, zo conventioneel zijn de ontwerpvraagstukken waar ze zich mee bezig houdt: hoe gebruik je het materiaal op een eerlijke manier, zoals het zich gedraagt? Hoe sla je als onafhankelijk ontwerper een brug naar de industrie? Vooralsnog zijn de kleurrijke, opvallende schoenen die ze maakt prototypes. Haar doel is niet zozeer een eigen label te creëren. Liever doet ze zelf onderzoek, adviseert ze bedrijven op het gebied van materiaal en techniek en bedenkt ze in samenwerking met innovatieve partijen nieuwe toepassingen voor footwear.

De behoefte aan verdieping van haar technische kennis kwam vanuit frustratie met het antwoord: “nee, wat jij wilt kan niet met de machine”. Een antwoord dat lang niet altijd waar blijkt. De ruimte om te leren en uitproberen krijgt Oude Hengel in het TextielLab in Tilburg, onderdeel van het TextielMuseum. Na een stage van een jaar werkt ze er nu als technisch medewerker op de breiafdeling. Daar leert ze niet alleen de vlakbreimachines door en door kennen, maar ook de software waarmee de digitale apparatuur wordt aangestuurd. Het leren programmeren kost veel tijd en training, iets wat Oude Hengel in haar eigen tijd doet. Je zou het een digitaal ambacht kunnen noemen: oefenen, uitproberen, uren en meters maken. Doordat ze heeft kunnen investeren in software, kan ze zich nu in haar studio het programma eigen maken.

Haar eigen handbreimachines zijn een fijne, low tech manier om hands on ideeën uit te kunnen proberen en meteen ook te veranderen, iets wat moeilijker gaat op digitale machines waar je eerst alle informatie moet inladen. Ook de zolen maakt ze al sinds haar afstuderen op een laagdrempelige manier: door de bovenkant van de schoen (upper) in een rubberbad te dopen. Er komt dus geen lijm aan te pas. Momenteel onderzoekt ze de toepassing van spacers (een stof waar ruimte tussen zit, als een sandwich) om een lijmloze verbinding met de zool te creëren.

Op Europese vakbeurzen die ze het afgelopen jaar bezocht breidde ze niet alleen haar kennis van materialen en actuele ontwikkelingen uit. Het leverde haar ook zichtbaarheid en een nieuw netwerk op. Dit betaalt zich nu uit in steeds meer interessante en relevante opdrachten. Breien heeft de toekomst.

Tekst: Victoria Anastasyadis
Tenant of Culture

Tenant of Culture

De praktijk van Hendrickje Schimmel is niet makkelijk in een categorie te vangen. Ze houdt zich onder andere bezig met textiel, mode, sculpturen en conservatie. Nadat ze mode had gestudeerd in Arnhem en Textiles aan het Royal College of Art in Londen, kwamen haar interesses samen in een ongewoon genuanceerde benadering van stoffen. Ze richtte zich met haar werk daardoor minder op de mode-industrie. Schimmel is gefascineerd door mode als fenomeen: hoe het werkt, het discours dat erdoor ontstaat, hoe trends rouleren en evolueren, en welke invloed mode heeft op het leven van ‘gewone’ mensen. Ze probeert sindsdien een antwoord te vinden op deze vragen via textiel en kleding, zelfs als deze nooit met een lichaam in contact komen.

Schimmels werk laat een wereld zien waarin creatieve velden zich voeden met elkaar en zorgen voor kruisbestuiving. Het is een wereld waarin kleding zowel het onderwerp van als een middel voor socio-economische kritiek kan zijn. Omdat momenteel de huizenprijzen onbetaalbaar zijn voor jonge mensen en sociale media altijd en overal aanwezig zijn, is iemands kleding een krachtig statement in de publieke ruimte. Schimmel wil haar praktijk niet inkaderen in projecten die worden gestuurd door abstracte concepten. In plaats daarvan omarmt ze de rommelige complexiteiten, toevalligheden en paradoxen die ze in Londen tegenkomt. Het frivole kan net zo betekenisvol zijn als het minimalistische, en haar werk functioneert als een barometer voor de manier waarop mensen iedere dag weer omgaan met textiel. Ze geniet van de vrijheid om zich te onttrekken aan het maken van een draagbare en winstgevende collectie, terwijl ze tegelijk de aversie van de kunstwereld voor dingen die op producten lijken wil uitdagen.

Kortgeleden onderzocht Schimmel nog de dubbele retoriek van hyperfunctionaliteit en nauwgezet traditionalisme in hedendaagse kleding. Ze omschrijft deze concepten als “ornamenteel overleven” en “bucolische nostalgie”. Het romantische verlangen naar een eenvoudiger verleden is al lang een centraal thema in de menselijke cultuur, en dat geldt eigenlijk ook voor de mode-industrie. Zelfs nu technische verbeteringen ervoor zorgen dat zowel de stoffen zelf als de productie van kledingstukken steeds complexer, technologischer en performatiever worden. Schimmel beschouwt “ornamenteel overleven” en “bucolische nostalgie” als antwoorden op de kneedbare ideeën van natuur, urbanisme en moraliteit. Zowel de jas met camouflageprint als de goed zichtbare waterdichte rugzak belichamen een diepgewortelde angst voor een onbekende toekomst en een valorisatie van de jagerfiguur. Het mandje van stro roept dan weer beelden op van het organische leven op het platteland. Terwijl ze deze thema’s onderzoekt, experimenteert Schimmel ook met de grenzen van draagbaarheid en conservatie, en de wisselwerking daartussen op plekken waar mensen elkaar ontmoeten.

Tekst: Tamar Shafrir
TeYosh
TeYosh
TeYosh
TeYosh

TeYosh

Sofija Stanković en Teodora Stojković kwamen vanuit Servië naar Nederland om graphic design te studeren aan het Sandberg Instituut. Ze werden aangetrokken door de open structuur van de school en de sociale en politieke betrokkenheid die er worden gekoesterd. Dit onderwijsmodel sloeg aan bij het duo, dat de ontwerper niet beschouwt als een intermediair tussen klant en printer, of als slechts degene die de ideeën van anderen visualiseert, maar als iemand die reageert op en ingrijpt in de krachten en urgenties die hun actuele context vormen. Hun Servische wortels hebben een grote invloed op hun werk: thema’s zoals de patriarchale maatschappij leken geen goed idee voor een studio in Nederland, want ze wilden hun nieuwe omgeving niet al te zeer politiseren. In plaats daarvan verlegden ze hun aandacht naar het controversiële maar universele onderwerp sociale media.

Onder de naam TeYosh onderzoekt het duo het gedrag van community’s die online verbonden zijn. Ver weg van hun oude vrienden zagen ze dat activiteiten op sociale media geen neutrale weergave zijn van hoe mensen met elkaar omgaan in het dagelijks leven. Het zijn eerdere gecontroleerde voorstellingen van wat iemand een ‘ideale’ persoon of persoonlijkheid vindt. De huidige sociale-mediaplatformen zijn verstoken van nuances zoals lichaamstaal, stembuiging en oogcontact. Ze hebben echter wel gezorgd voor geheel nieuwe uitdrukkingspatronen. TeYosh identificeert deze patronen en geeft uitleg in het almaar groeiende Dictionary of Online Behavior, waarin termen als ’clickvalue’, ‘forcie’ en ‘thrillification’ zijn opgenomen. Uiteindelijk willen ze een meer bewuste relatie tot sociale media creëren, zodat gebruikers kunnen bepalen hoe hun offline identiteit daardoor wordt beïnvloed.

TeYosh is een goed voorbeeld van een creatieve praktijk waarbij scepsis, gevatheid en een kritische benadering van moderne technologie ervoor zorgen dat er naar kansen wordt gezocht buiten techbedrijven of start-ups om. Zo bewaren ze afstand en onafhankelijkheid ten opzichte van hun onderwerpen. Ze kiezen voor verschillende media, van animatie en mode tot spreken in het openbaar, en betrekken zowel het publiek als partners bij hun onderzoeksaanpak. Ze hebben ook geëxperimenteerd met virtual reality, vanwege het vermogen daarvan om het snijvlak van virtueel en fysiek nog dichter bij de nabije toekomst te brengen. Noch technofiel, noch technofoob: TeYosh vertaalt de rol van de grafisch ontwerper naar die van een antropoloog op het gebied van experimenteel gedrag – een die op de drempel staat van snelle technologische veranderingen.

Tekst: Tamar Shafrir
Willem van Doorn
Willem van Doorn
Willem van Doorn
Willem van Doorn

Willem van Doorn

In zijn praktijk brengt ontwerper Willem van Doorn interactie tussen mensen, objecten en ruimte teweeg. Het werk vraagt bijna altijd om actie en beweging, waardoor mensen onderdeel van een plek worden. De karakteristieken en geschiedenis van een plek en de intentie mensen ergens toe aan te zetten zijn gewoonlijk startpunten van een ontwerpproces.

Terwijl een constante informatieoverstelping ons bewustzijn beheerst en we vervreemden van onze directe omgeving, probeert Willem mensen fysiek en rationeel wakker te schudden met ogenschijnlijk simpele installaties en activiteiten. Door hun directheid lokken ze een hernieuwd besef uit van menselijke basisbehoeften en de kwaliteiten van een plek. Startmaterialen zijn vaak alledaags en op locatie gevonden, maar door hun ongewone toepassing realiseert Willem onverwachte situaties. Zo vangen de projecten aandacht en forceren ze contact met het object, de plek of andere aanwezigen.

Veel van Willems ontwerpen ontstaan gaandeweg door te maken, te testen, modellen te bouwen en al doende nieuwe onderzoekspaden te volgen. Om deze processen te voeden werkt hij vrijwel altijd samen met andere kunstenaars en ontwerpers die zijn werk aanvullen met onder meer technisch inzicht, verhalende concepten en begrip van natuurlijke processen.

Een goede werkplek die vrijheid en rust biedt en door zijn uitrusting inspireert tot maken is voor Willem cruciaal. Middelpunt van zijn praktijk is dan ook de werkplaats die hij na zijn afstuderen oprichtte op de boerderij van zijn familie in De Kwakel. Deze grote maakomgeving vol werktuig biedt de ruimte voor productie, experiment en samenwerking. Zo is de boerderij zich aan het ontplooien van boerenbedrijf tot proeftuin voor ideeën en ontwerpen. In het verlengde hiervan heeft Willem ook een gastenverblijf ontwikkeld. Hierdoor kunnen andere kunstenaars en ontwerpers voor korte of langere tijd in de werkplaats komen werken, bijvoorbeeld aan eigen ruimtelijke projecten of voor samenwerkingen. Voor de bouw van het verblijf wordt (rest)materiaal uit de directe omgeving van de boerderij gebruikt.

Recentelijk heeft Willem geïnvesteerd in het professionaliseren van zijn praktijk en ontwikkeling naast zijn plaats- en tijdgebonden werk. Belangrijk onderdeel hiervan is een nieuwe online presentatie. Aangezien zijn ontwerpen zich moeilijk lenen als verkoopproduct, maar wel op allerlei evenementen en plekken toepasbaar zijn, is een verhuurmodel opgezet. Daarnaast wordt de werkplaats stapsgewijs geperfectioneerd. Ook hoopt Willem meer ruimtelijke projecten te gaan doen, al dan niet in samenwerking met architecten, musea of decorbouwers.

Tekst: Mark Minkjan
Yamuna Forzani
Yamuna Forzani
Yamuna Forzani
Yamuna Forzani

Yamuna Forzani

Queer-gemeenschappen zijn altijd al ware broedplaatsen voor radicale culturele innovatie geweest. Dit werd duidelijker dan ooit in de twintigste eeuw, toen groeiende stedelijke bevolkingen, veranderende sociale normen en onafhankelijke mediakanalen de groei van alternatieve ruimten en solidariteitsnet-werken, vieringen en activisme aanwakkerden. Terwijl leden van de queer-gemeenschap vaak werden vergeten of verketterd door de ‘gewone maatschappij’, en verstoken bleven van financiële en sociale steun, bloeide hun creativiteit op in de minder rigide nachtclubs en kunstlokalen. Met name de ball-cultuur in het New York van de jaren tachtig bood alle ruimte aan performance en kostuumdesign, maar ook aan cultureel commentaar, vriendschappen en aandacht voor aids. Hier konden gender en seksualiteit worden onderzocht in een gemeenschap die deze vrijheid koesterde.

Yamuna Forzani studeerde af aan de afdeling Textile & Fashion van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Ze viert de ball-cultuur in een multidisciplinaire praktijk die mode, fotografie, dans, installaties en social design combineert door middel van inclusieve publieke events. Het ball wordt een gedeeld platform waarop deze creatieve methodologieën samenkomen, en daarmee eer betuigen aan de balls van de jaren tachtig, terwijl ze tegelijk experimenteren met nieuwe formats of thema's. Haar Utopia Ball Fashion Show volgt de ball-traditie door een competitie-element toe te voe-gen dat is gebaseerd op verschillende complexe performancecategorieën, van ‘Virgin Runway’ tot ‘Executive Realness’. Deze veelheid aan categorieën vormt de erkenning van een geschiedenis waarin queer mensen zochten naar verschillende vormen van zelfexpressie en zelfbescherming, evenals een nieuwe hedendaagse esthetiek. Forzani’s collectie van vierentwintig veelkleurige gebreide outfits wordt voor het eerst getoond tijdens het ball, waardoor de ontwerpen verweven raken met de context waardoor ze zijn geïnspireerd. Haar collectie is ontworpen om niemand buiten te sluiten, maar om juist ‘genderful’ te zijn. Hiermee wordt de veelheid aan rollen en identiteiten die we spelen binnen sociale structuren gevierd.

Door dergelijke events te houden volgt Forzani een ontwerppraktijk die haar interesses buiten het ont-werpveld weerspiegelt. Ze biedt ruimte aan haar artistieke en politieke activisme als lid van het Kiki House of Angels in Nederland en internationaal lid van House of Comme Des Garçons uit New York. In plaats van persoonlijke perspectieven te onderdrukken in overeenstemming met het idee van ‘neu-trale professionaliteit’, kunnen designers vandaag de dag een bijdrage leveren aan de belangrijkste gespreksonderwerpen, van klimaatverandering en migratie tot automatisering en privacy. Het werk van Forzani toont de fantasierijke en retorische kracht van creatieve productiviteit en het resulterende ver-mogen om de grenzen van de designindustrie te overstijgen.

Tekst: Tamar Shafrir
Alissa + Nienke
Alissa + Nienke

Alissa + Nienke

Uit hun gedeelde fascinatie voor de interactie tussen mens en ruimte, hebben de ontwerpers Alissa van Asseldonk en Nienke Bongers een gezamenlijk ontwerpstudio opgericht. Beide behaalden hun diploma aan de Design Academy Eindhoven in de richting van Man & Well-Being. Samen beogen ze met hun werk nieuwsgierigheid te stimuleren en spontane ontdekking in het dagelijks leven mogelijk te maken. Dit bewerkstelligen zij door tactiele, interactieve materialen en oppervlaktes te ontwikkelen waarin zintuiglijke ervaring centraal staat. Voor het aankomende jaar hebben de ontwerpers zich ten doel gesteld om hun studio inhoudelijk, artistiek en technisch verder te ontwikkelen zodat hun ontwerpen daadwerkelijk geïmplementeerd kunnen worden in het dagelijks leven en zo bijdragen aan het welzijn van de mens. Hiervoor gaan zij zich middels cursussen verdiepen in onder andere filosofie en psychologie maar ook in programma’s zoals SketchUp of Solidworks en Arduino. Verder worden drie projecten uitgewerkt, namelijk ‘BioMirror’, ‘Mirabilia’ en ‘Dangling Grid’. Tevens wordt een materiaal bibliotheek ontwikkeld en toepassing van stopmotion-video verkend. Om het werk daadwerkelijk bruikbaar te maken voor het dagelijks leven worden publieke testmomenten georganiseerd en wordt met de producenten en wetenschappers samengewerkt. Deze verschillende trajecten zien de ontwerpers als verschillende stappen binnen één groot onderzoek dat zich richt op ‘experience-changing surfaces’.
Amy Suo Wu
Amy Suo Wu
Amy Suo Wu

Amy Suo Wu

Amy Suo Wu is in 2012 afgestudeerd aan de master Media Design van het Piet Zwart Instituut. Haar werk staat bijna altijd in het teken van de politieke dimensie van informatie en hoe informatie ingezet wordt door machtsstructuren. In deze context is Wu in 2015 het onderzoekproject ‘Tactics and Poetics of Invisibility’ gestart, waarin ze op zoek gaat naar tactische en innovatieve vormen van onzichtbaarheid om communicatie tussen burgers en gemeenschappen te maskeren. In het aankomende jaar wil Wu hier verder onderzoek naar doen door zich toe te leggen op de principes van steganografie, het principe binnen de cryptografie waar informatie wordt verborgen in onschuldig ogende objecten. De focus van de maker ligt hierbij op onzichtbare inkt, als oud medium dat als niet meer relevant wordt beschouwd door veiligheidsdiensten. Concreet moet het onderzoek onder andere leiden tot een inkjetprinter die met onzichtbare inkt print. Op het gebied van professionele en artistieke ontwikkeling volgt Wu onder andere een tweetal residentietrajecten in Beijing en Leipzig.
Atelier Frank Verkade
Atelier Frank Verkade

Atelier Frank Verkade

In 2012 studeerde Frank Verkade af aan de afdeling Product Design aan Artez in Arnhem. Sindsdien is hij als sieradenontwerper gefascineerd door de symbiose tussen verschillende organismen, met name tussen de mens en dier. Dit raakt volgens hem aan de oorsprong van sieraden aangezien deze van oudsher ontwikkeld zijn door natuurvolkeren in de vorm van dierlijke en natuurlijke materialen om hun (mythische) krachten over te nemen. Heden ten dage zorgen volgens de ontwerper de ontwikkelingen binnen bio-design tot vervagende grenzen tussen de mens en technologie. De maakbaarheid van het menselijk lichaam is dan ook een uitgangspunt van zijn doorlopend ontwerpend onderzoek ‘Paradise’, dat hij komende jaar wil uitbreiden tot een multidisciplinair project waarin sieraden, dans, video en fotografie samenkomen. Frank Verkade stelt zich het aankomende jaar ten doel zich te ontwikkelen tot een multidisciplinair vormgever. Hij gaat zijn kennis en vaardigheden nader ontplooien middels cursussen voor programma’s Rhino en CAD, film-editing en edelsmederij. Daarnaast gaat hij inhoudelijke verdieping zoeken onder begeleiding van de Amerikaanse filmregisseur Andrew Thomas Huang en ontwerpers Ted Noten en Bart Hess. Ook neemt hij deel aan de Artist in Residence van ArtEZ Product Design en staan verschillende presentaties op de planning zoals een duo-solo expositie bij Gallery Four in Gothenburg, Zweden.
Benjamin Sporken
Benjamin Sporken

Benjamin Sporken

In 2014 behaalde Benjamin Sporken zijn master aan de Media, Art & Design-Faculty, te Hasselt, in de richting grafische vormgeving en met specialisatie type design. Zijn ontwerppraktijk kenmerkt zich door een multidisciplinaire aanpak en speciale aandacht voor de wisselwerking tussen grafisch- en letterontwerp. Benjamin Sporken stelt namelijk dat typografie de communicatieve basis vormt voor vrijwel alle media, zowel in de digitale als printvorm. Hij merkt op dat de ontwikkeling van letterontwerp lijkt te stagneren, met name doordat er een voorkeur lijkt te bestaan voor de algemene leesbaarheid van letters. Om bij te dragen aan de positie en ontwikkeling van letterontwerp, wil Benjamin Sporken de aankomende tijd een eigen platform opzetten, getiteld ONMIN. Om het ontwerpen van lettertypen in een historisch context te plaatsen gaat Benjamin Sporken deelnemen aan de masterclass Expert Class Type Design. Daarnaast wordt advies ingewonnen bij het Britse ontwerpbureau FIELD en verschillende vooruitstrevende letterontwerpers en zogenaamde ‘type foundries’. Stapsgewijs wordt gewerkt aan nieuwe letters, innovatieve productiemethodes, toepassingen en tentoonstellingsformats voor letterontwerp. Door een eigen type foundry te starten meent Sporken conventies uit te dagen en zich te onderscheiden binnen het ontwerpveld. Tevens biedt het concept van ONMIN de mogelijkheden om een verdienmodel te ontwikkelen dat bijdraagt aan het ontwikkelen van zijn professionele praktijk.
Chrissie Houtkooper
Chrissie Houtkooper

Chrissie Houtkooper

Chrissie Houtkooper heeft zich tijdens haar opleiding aan de ArtEZ Fashion Masters, die zij in 2015 behaalde, gespecialiseerd in modeaccessoires en met name footwear. Volgens haar vormen schoenen de kern van kledingdracht en identiteit. Haar werk kenmerkt zich ook door persoonlijk erfgoed en de combinatie van streetwear, minimalisme, moderniteit en vakmanschap. Experimenten met materiaal, vorm en constructie staan daarin centraal. Het komende jaar wil zij besteden aan het verstevigen van de fundamenten van haar ontwerppraktijk, met name op het gebied van sustainability, vakmanschap en traditie. Hiervoor wil zij twee collecties ontwikkelen en haar positionering in het buitenland onder de loep nemen. Tijdens verkennende reizen naar Londen en Japan wil zij met verschillende partijen in gesprek gaan en reflecteren op haar ontwerppraktijk. Binnen de collecties staat het onderzoek naar zowel nieuwe als traditionele technieken, materialen en productiemethodes centraal. Zo gaat ze een nieuwe accessoire-collectie ontwerpen getiteld ‘Modern Heritage 2.0’ die tot moderne interpretatie van tradities moet leiden. Daarnaast wil ze in samenwerking met de modeontwerper David Laport een draagbare accessoire-collectie maken. Beide collecties worden gepresenteerd tijdens Paris Fashion Week en Dutch Design Week.
Christiaan Bakker
Christiaan Bakker

Christiaan Bakker

Christiaan Bakker heeft in 2013 zijn master-diploma behaald aan het Sandberg Instituut te Amsterdam. Bakker wil als vormgever verhalen vertellen door ruimtes te vormen. Tijdens zijn ontwerpproces gebruikt hij modellen en maquettes als voornaamste ontwerptool. Bakker gaat het aankomende jaar verschillende aspecten van de maquette onderzoeken. Hij verwacht daarmee dichter bij de toepasbaarheid van modellen in het ontwerpproces te komen. Bakker kiest ervoor om op een ruimtelijke en experimentele wijze onderzoek te doen vanuit een theoretisch kader. Het onderzoek bestaat uit drie fases. In fase één analyseert Bakker de verschillende aspecten van het model. Deze aspecten zijn onder andere functie, vormtaal, proportionaliteit en materiaalgebruik. Daarna voert hij een serie ruimtelijke experimenten uit. Tot slot worden de opgedane inzichten toegepast in het ontwerpen met modellen. De vorm waarin de resultaten van het onderzoek tot uitdrukking komen laat hij bewust open. Gedurende het onderzoek raadpleegt Bakker een aantal experts uit andere disciplines, waaronder een scenograaf, een filmmaker, kunstenaars en grafische ontwerpers. Om zich technisch te ontwikkelen op het gebied van representatie en augmented reality gaat de ontwerper werkstages aan bij een fotograaf en een AR-specialist. Ook zet de ontwerper twee coaches in om te reflecteren op het gehele ontwerpproces.
Dieter Vandoren
Dieter Vandoren

Dieter Vandoren

Dieter Vandoren studeerde in 2012 af aan de opleiding ArtScience van de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag. Vandoren maakt audiovisuele installaties en performances waarin de lichamelijke ervaring centraal staat. Het werk slaat daarin altijd een brug tussen het architecturale en de audiovisuele ervaring. Naast zijn werk als maker is Vandoren een van de initiatiefnemers van het iii platform, dat zich heeft ontwikkeld tot een (inter)nationale plek voor uitwisseling op het gebied van audiovisuele kunst. In zijn ontwikkelplan omschrijft Vandoren drie onderdelen die samen tot een eindproject leiden. Zo volgt Vandoren samen met maker Mariska de Groot een residentie bij STEIM om hun LFS1 werk verder te ontwikkelen en te finaliseren. Daarnaast ontwerpt en realiseert Vandoren een nieuw werk met behulp van de 4DSOUND installatie. Met het derde project wil de maker zich begeven op het gebied van stage-design. Hierbinnen gaat Vandoren een samenwerking aan met een muzikant om te komen tot een visuele architectuur die een ruimtelijke context biedt aan de muziek. Het eindproject wordt gevoed door de drie andere projecten en moet een grootschalige ervaring worden op het raakvlak van de academische en techno-cultuur.
Donna van Milligen Bielke

Donna van Milligen Bielke

Donna van Milligen Bielke studeerde in 2012 af aan de Academie van Bouwkunst te Amsterdam. In haar werk is de architect voortdurend bezig met het herdefiniëren en positioneren van grenzen. Daarbij opereert Van Millegen Bielke op de grens van architecuur en stedenbouw en beweegt ze zich vrijelijk door verschillende schaalniveaus, van het architectonische interieur tot het stedelijk weefsel. In het aankomende jaar richt de architect zich op een ontwerpend onderzoek dat moet leiden tot nieuwe stedelijke typologieën voor Amsterdam. Deze typologieën moeten de stad geschikt maken voor toekomstige groei en een antwoord bieden op de almaar groeiende toeristenstroom. Het ontwerpend onderzoek bestaat onder andere uit een analyse van de geschiedenis en context van Amsterdam en een reeks excursies naar diverse stedenbouwkundige typologieën in New York, Parijs, Rome en Berlijn. Verder wil de architect een reeks experts als visiting critics bij haar onderzoek betrekken, zoals Zef Hemel, Pier Vittorio Aureli, Martino Tattara en Ton Schaap.
Elisa van Joolen
Elisa van Joolen
Elisa van Joolen

Elisa van Joolen

Elisa van Joolen behaalde in 2012 haar master Fashion Design aan Parsons in New York. Van Joolen is geïnteresseerd in het hele spectrum van de mode-industrie en werkt vanuit de overtuiging dat de modewereld toe is aan een nieuwe sociale benadering van kledingproductie. In de projecten van Van Joolen ligt de nadruk op samenwerking en participatie. Een voorbeeld hiervan is haar doorlopende onderzoeksproject 11”x17”. Van Joolen bevraagt met dit project de gangbare waardesystemen in de mode-industrie en verkent nieuwe productiemethoden. Zij vraagt zich bijvoorbeeld af hoe het zou zijn als kleding van verschillende merken in een collectie terecht komen. Zo combineert ze onderdelen van kledingstukken van verschillende merken tot een uniek ontwerp. Komend jaar geeft Elisa een vervolg aan 11”x17” en gaat een nieuwe serie kledingstukken ontwikkelen getiteld ‘One-to-One’. Gedoneerde kledingstukken van verschillende merken gebruikt Van Joolen als printing tools. Een met inkt besmeerde zijde van een kledingstuk wordt met een pers op een ander kledingstuk gedrukt. Zo ontstaat een reeks gedeeltelijk bedrukte kledingstukken, vergelijkbaar met een kettingreactie: ieder kledingstuk is origineel én draagt een letterlijke kopie van een ander stuk. Verschillende onderdelen van 'One-to-One' zullen worden getoond in het Stedelijk Museum Amsterdam, Museum Boijmans van Beuningen, The Hole Gallery NYC, Patta Store en Zeedijk 60 in Amsterdam. Tevens gaat ze een publicatie ontwikkelen waar ‘One-to-One’ vanuit diverse invalshoeken wordt belicht.

Foto: Blommers / Schumm
www.11x17.nl
Giuditta Vendrame
Giuditta Vendrame
Giuditta Vendrame

Giuditta Vendrame

Giuditta Vendrame behaalde in 2015 haar master in design aan de Design Academie Eindhoven. Haar werk bevindt zich op het snijvlak van vormgeving en wetgeving. In haar ontwerppraktijk wil Vendrame een uitwisseling tussen vormgeving en het rechtstelsel uitlokken, waarbij zowel de theoretische als de praktische aspecten aan bod komen. Door design - het produceren en moduleren van een esthetische effect - wil Vendrame ruimtes creëren waar de dialoog over het burgerschap plaats kan vinden. In het komende jaar wil Vendrame haar onderzoek en interventies richten op drie pijlers; de stedelijke schaal (de stad Eindhoven), de internationale schaal (de rivier Donau) en de supranationale schaal (het Schengengebied). Hiervoor heeft zij verschillende experts benaderd, zowel uit het vormgevingsveld als uit het juridisch domein.
Hannah Schubert

Hannah Schubert

Hannah Schubert is in 2015 afgestudeerd als landschapsarchitect aan de Academie van Bouwkunst te Amsterdam. Schubert’s projecten bevinden zich op het grensvlak van architectuur en landschap. In haar afstudeerproject onderzocht Schubert hoe de kracht van de natuur ingezet kan worden om een leegstaand of ‘gefaald’ gebouw langzaam te transformeren naar een landschap. De landschapsarchitect wil het archetype van de ruïne op een niet nostalgische manier benaderen om zo te komen tot waardevolle plekken, waar de natuur regeert en de mens eventueel op bezoek kan komen. Voor haar ontwikkeltraject omschrijft Schubert drie onderdelen: het ontwikkelen van meer ecologische kennis, kennis van verschillende representatietechnieken en het uitdragen van de eigen onderscheidende positie binnen de (landschaps)architectuur. Binnen deze onderdelen worden mentoren ingezet, excursies ondernomen, ontwerpend onderzoek gedaan en presentaties gemaakt. Schubert wil haar eigen ontwikkeling vastleggen in een online journaal. Daarnaast werkt de landschapsarchitect aan een presentatie in Kasteel Groeneveld waar zowel de verdieping van het ontwerpend onderzoek als de ontwikkeling in representatietechnieken tot uiting kunnen komen.
Isabelle Andriessen
Isabelle Andriessen

Isabelle Andriessen

Isabelle Andriessen behaalde in 2015 een Master Beeldende Kunst aan de Malmö Art Academy en studeerde daarvoor af aan de Gerrit Rietveld Academie en het Fashion Institute in Amsterdam. Andriessen onderzoekt het contrast tussen eindigheid en het verlangen naar
onsterfelijkheid. In haar sculpturen en ruimtelijke installaties staan tijdelijkheid, transformatie en de zintuiglijke waarneming centraal staan. Ze werkt veelal met materialen die van tijdelijke aard zijn en met ontastbare 'materialen' zoals licht, geur en geluid. Haar doel is om een unieke relatie te laten ontstaan tussen de bezoeker, de (architectonische) ruimte en het materiaal. De werken zijn voornamelijk ‘site-specific’ en ‘time based’. Andriesse voerde onlangs onderzoekstrajecten uit bij het EKWC en het KNAW. De resultaten hiervan wil ze in het komende jaar concreet maken door verschillende nieuwe werken te ontwikkelen en te presenteren. Met het nieuwe werk wil ze de relatie onderzoeken tussen architectuur, de consumptiemaatschappij en de natuur.
Janna Ullrich
Janna Ullrich

Janna Ullrich

Janna Ullrich streeft naar het toegankelijk en bespreekbaar maken van complexe, politieke onderwerpen voor een breed publiek. Deze maakt zij op speelse wijze zichtbaar in haar werk door dystopische en utopische scenario’s te schetsten die het publiek middels een spel kan doorgronden. Zo heeft zij voor haar afstudeerproject aan het Sandberg Instituut in 2015 een bordspel ‘No Man’s Land’ ontwikkeld in samenhang met de animatie film ‘So You Think You Can Immigrate’. Het spel is gebaseerd op de fictieve hyper-surveillance van het actuele asielbeleid en de asiel-industrie van Europa. De komende periode wil Janna Ullrich inzetten om het spel verder te ontwikkelen en de eigen ontwerppraktijk te professionaliseren. Hiervoor organiseert de maker speelsessies voor experts op het gebied van burgerschap, vluchtelingbeleid en de security industrie. Met hen wordt gereflecteerd op de inhoudelijke en conceptuele uitwerking van het spel waarbij de ontwerp- en onderzoeksmethode van de ontwerper ter discussie wordt gesteld. Daarnaast volgt zij cursus technische vaardigheden in After Effects, Cinema 4D en 3D software. Ook werkt ze met professionele gamemakers, waar onder Erno Eekelhout en Filip Milunski, aan de technisch verbetering van het spel. Verder werkt Ullrich met documentairemaakster Paramita Nath en producent Karen Ella Harnisch aan een gaming-documentaire. Het spel wordt gepresenteerd op universiteiten, theaters, scholen, bedrijven, buurthuizen. Ook werkt de ontwerper samen met leden van het vluchtelingen collectief We Are Here en Stichting Here To Support. Hiermee beoogt zij het spel in de ‘realiteit’ te toetsen.
Jules van den Langenberg

Jules van den Langenberg

Jules van den Langenberg is onafhankelijk curator en tentoonstellingsmaker. Zijn werk bestaat uit zelf geïniteerde tentoonstellingsformats en daarnaast uit opdrachten voor musea, bedrijven en particulieren. Zijn projecten richten zich op de vakgebieden vormgeving, toegepaste kunst en architectuur. Centraal staat het bevragen en onderzoeken van het medium ‘tentoonstelling’. In 2017 wil Van den Langenberg op reis om te zoeken naar de ideologie van het nieuwe tentoonstellen. Door leerling-meester relaties aan te gaan met relevante curatoren en tentoonstellingsmakers, en het doen van werkbezoeken van ontwerpstudios, ateliers, musea en culturele instellingen poogt hij in 80 werkbezoeken een bibliotheek van 80 schetsen voor tentoonstellingsformats te ontwikkelen.
Mariska de Groot
Mariska de Groot
Mariska de Groot

Mariska de Groot

Mariska de Groot studeerde in 2012 af aan de opleiding ArtScience van de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag. In haar werk richt De Groot zich op het gebied van optisch geluid, waarbij licht direct naar geluid wordt getransformeerd en vice versa. De maker baseert zich daarbij vaak op oude en vergeten media, bijvoorbeeld de bromtol en de haromonograaf. De Groot legt de techniek achter deze historische machines bloot door de onderdelen uit te vergroten en uit elkaar te halen. Dit leidt tot kinetische licht- en geluidinstallaties waarin de maker het rationele tot een sensitieve en immersieve ervaring vertaalt. In haar ontwikkelplan omschrijft De Groot dat ze behoefte heeft aan een periode van onderzoek en reflectie als tegenhanger van haar praktijk. De eerste van de twee onderzoekslijnen betreft het fenomenologisch gedrag van plasmalampen bij de transformatie van licht naar geluid. Het tweede onderzoek komt voort uit een persoonlijke fascinatie voor ronde geometrische patronen. Binnen deze lijn onderzoekt De Groot ronde patronen uit allerlei invalshoeken; anatomisch, mystiek, cultureel. Naast het onderzoek vinden er enkele residenties plaats waaronder een bij STEIM, gericht op het werk LFS1. Op het gebied van professionalisering wil De Groot een mentor inzetten om haar te helpen sneller besluiten te leren nemen. Verder neemt de maker zich voor om een aantal trainingen te volgen op het gebied van media presentatie.

Mariska de Groot over de beurs:
Vaak blijft na de productie van een nieuw performatief instrument of installatie te weinig tijd over voor diepgaand onderzoek naar de artistieke mogelijkheden van het instrument.
De Deelregeling Talentontwikkeling heeft mij de mogelijkheid gegeven om een nieuwe werkroutine aan te leren. Een routine waarbij het artistiek theoretisch- en praktisch onderzoek meer ruimte krijgt en daarmee in een meer duurzame verhouding vormt met de productie en presentatie van werk. In 2016 en 2017 heb ik mij met name kunnen focussen op de ontwikkeling van meerdere vormen van compositie voor mijn performatieve instrumenten en installaties. Hiervoor heb ik een aantal digitale tools kunnen laten ontwikkelen, samengewerkt met onder andere een componist en een meisjes fanfare en hieruit zijn er een aantal nieuwe projecten en samenwerkingen ontstaan.
Max Dovey
Max Dovey

Max Dovey

Max Dovey studeerde in 2015 af aan de Media Design & Communication master van het Piet Zwart Instituut. Dovey gebruikt performances en installaties om kritische vragen te stellen bij de beloften en gevaren van big data, artificiële intelligentie en het gebruik van computers. In het aankomende jaar ontwikkelt Dovey een scenario gedreven live action game over blockchain technologie. Een blockchain is een gedistribueerde database die een gestaag groeiende lijst bijhoudt van data-items die gehard zijn tegen manipulatie en vervalsing. Met een blockchain kan ervoor worden gezorgd dat een derde partij niet nodig is om de betrouwbaarheid van een transactie te waarborgen. Spelers komen in het spel in aanraking met de betekenis die blockchain technologie kan hebben voor alternatieve vormen van economische organisatie en nieuwe vormen van maatschappelijk bestuur. De maker werkt hiervoor samen met professor Chris Speed (Design Informatics, University of Edinburgh). Om zijn kwaliteiten op het gebied van performances te ontwikkelen volgt Dovey een residentie bij Blast Theory, een Engels theatergezelschap. Verder werkt hij samen met het initiatief ‘Design my Privacy’ aan een aantal publicaties en evenementen over het onderwerp van digitale privacy.
Paula Arntzen
Paula Arntzen

Paula Arntzen

Paula Arntzen behaalde in 2015 haar master Design Products aan de Royal College of Art in Londen. Tijdens haar master viel haar op dat interactief design vaker wordt toegepast in de ruimtelijke installaties dan in product ontwerp. Dit inspireerde haar om nader te onderzoeken hoe het komt dat objecten en meubilair een statisch karakter hebben ondanks de kansen die technologie biedt. Zo heeft ze voor haar afstudeerproject ‘Blue Hour’ een lichtobject ontwikkeld die geprogrammeerd is om een bepaalde choreografie uit te voeren. Het komende jaar wil zij een vervolg geven met het research project ‘Performa’. Deze research zoomt in op de tegenstelling tussen entertainment in de publieke ruimte en de statische huiselijke omgeving. Hierin spelen verlichting en beweging wederom een belangrijke rol.
Aan de realisatie van dit doorlopend onderzoek werkt Paula Arntzen samen met verschillende professionals en verdiept ze zich in programma’s zoals Sketchup en Rhino. Verder gaat ze onder begeleiding van een artistieke en een zakelijke coach de ontwikkeling van haar studio onder de loep nemen. Ook presenteert Arntzen zich op nationale en internationale beurzen. Tot slot wilt ze de mogelijkheden onderzoeken om actief deel te nemen aan een internationaal design collectief.
Rasmus Svensson
Rasmus Svensson

Rasmus Svensson

Rasmus Svensson studeerde in 2013 af aan het Sandberg Instituut, met een Master Design. Zijn werk bestaat onder meer uit digitale platforms, audio-visuele websites, films en visuele essays. Thema’s die hij onderzoekt zijn financiële informatiesystemen, blockchains, recht- en machtsstructuren en de relatie van de fysieke tot virtuele territoria. In het ontwikkelplan stelt hij samen met Hanna Nilsson drie projecten voor. In het speculatieve design project ‘Ambient Design Group’ staan toekomstige interfaces centraal, die voorbij het 2-dimensionale scherm bestaan. Via het project ‘Google Soil’ onderzoeken de ontwerpers het belang (of de irrelevantie) van het land met betrekking tot onze schijnbare zogenaamde ‘free-floating sharing economy’. In het project ‘Node Pole’ bevragen ze hoe verschillende fysieke, sociale en financiële stromen zich door de samenleving heen bewegen. Hun onderzoek voeren ze uit in het stadje Boden in Noord-Zweden dat beschouwd wordt als een ideale data haven. De ontwerpers willen zich gedurende het jaar verdiepen in diverse domeinen. Hiervoor hebben zij onder meer ontmoetingen voor ogen met organisaties als lock.it, Ascribe.io, CCC Chaos Computer Club, Next Nature Network en Ethereum Foundation. Tevens bezoeken zij specialisten op het gebied van recht en blockchain zoals Florian Glatz en onderzoekers zoals Tor Björn Minde, onderzoeker aan het SICS Interactive institute, Luleå en Michael Nilsson, onderzoeker aan het Cloudberry Datacenters, Luleå. Gedurende het jaar publiceren de ontwerpers drie visuele essays.
Roomforthoughts

Roomforthoughts

Jennifer Kanary Nikolov(a) vraagt subsidie aan voor het updaten en opschalen van het project ‘Labyrinth Psychotica’. Het project behelst een Virtual Reality ervaring waarin de werkelijkheid wordt gemanipuleerd met behulp van cognitieve trucs, zoals verstoring van ruimte- en tijdservaring. Door de VR-ervaring krijgt de deelnemer inzicht in hoe mensen met een psychose hun omgeving waarnemen en ervaren. Het project is ontwikkeld met advies van verschillende professionals en experts op het gebied van psychoses. In de huidige vorm is de simulatie door verouderde hard- en software ontoereikend voor onder meer het zelfstandig gebruik door derden en groei op de internationale markt. De aanvraag behelst een doorontwikkeling en verbetering van de inhoud van de simulatie alsook de software en hardware van de wearables. Nikolov(a) werkt hiervoor samen met o.a. Johnson & Johnson Citizenship Trust, Fonds Psychische Gezondheid en Janssen.
Rudy Guedj
Rudy Guedj
Rudy Guedj

Rudy Guedj

Rudy Guedj studeerde in 2013 af aan de Gerrit Rietveld Academie aan de afdeling grafisch ontwerp. Guedj is geïnteresseerd in de constructie en de ontwikkeling van de verhalende mogelijkheden van ontwerp. Vorm en inhoud zijn voor de ontwerper van even groot belang. Tekenen is een steeds terugkerende vorm binnen zijn praktijk. Via de lijn van het tekenen onderzoekt hij de vele manieren waarop een verhaal kan worden benaderd. Zo onderzoekt hij architecturale vormen, het ornament, het typografische, het gedeconstrueerde, de fictieve, de referentiële, de schetsmatige, de drie-dimensionale, het abstracte of de figuratieve vorm. Het komende jaar wil Guedj zich onder meer verdiepen in rationele architectuur en de werkwijze van Lina Bo Bardi. Daarnaast zal hij samenwerken met de schrijver Will Pollard waarvoor hij onder meer een visuele taal ontwikkelt en zal hij workshops geven in samenwerking met ontwerper en uitgever Anton Stuckardt (designer and publisher) rondom het werk van de Franse auteur Raymond Roussel.

Rudy Guedj over zijn ontwikeltraject:
In the context of the Talent Development Program 2016–2017, Rudy Guedj has developped Building Fictions as a publishing project. BF is the imprint under which he published Tummy Rumble (To Me Rubble), a collaboration with the writer Will Pollard, resulting in an installation, a video work and a book. Tummy Rumble (To Me Rubble) is the first of a series of collaborative works exploring the potential of fiction as a possible tool to (de/re)construct spaces (or the potential of spaces as the possible tools to (de/re)construct fictions). The works created and published will tend to depart from spatial situations or constructions, looking into how design, artistic, architectural or litterary practices can relate to one another and foster the creation of new forms in terms of narrative building. While investigating fictional strategies and their potential within artistic production, BF is also interested in finding out where those strategies are at play in the context of real constructions, could those be made of concrete or be more ephemeral, metaphorical, thus anchoring the effects of fictions within the real world. Often departing from research, the works created will introduce processes of figuration and abstraction within language and form (drawing being a recurring element at play), in an attempt to play along the border defining Histories and singular stories.
Ruiter Janssen
Ruiter Janssen
Ruiter Janssen

Ruiter Janssen

Ruiter Jansen behaalde in 2013 een Master Vacant NL aan het Sandberg Instituut, Amsterdam. Door het visualiseren van data brengt hij actuele thema’s uit de samenleving in kaart. Hiermee bevindt zijn werk zich op de gebieden Journalistiek, Information design en Autonoom ontwerp. Het komend jaar wil Ruiter Jansen aan twee projecten werken: Apartheid Revisited en Two sides of New Amsterdam.
In een interactief datalandschap wil Jansen de geschiedenis van apartheid in beeld brengen en zo het besef en de kennis hiervan voor de huidige generatie vergroten. Voor dit project werkt hij reeds samen met een oud-correspondent in Zuid-Afrika en expert op het gebied van apartheid, Bart-Luirink. Daarnaast beoogt hij een samenwerking met Bureau Buitengewone Zaken uit Rotterdam. Met het project ‘Two sides of New Amsterdam’ onderzoekt de ontwerper het proces van toeëigening van het historische verleden. Hij stelt dat er door termen als ‘ons verleden’ en ‘wij hebben vroeger...’ een claim wordt gelegd op de geschiedenis. New York (voormalig Nieuw Amsterdam) zal hij als voorbeeld inzetten. Voor het laatste project wil de ontwerper onder meer samen werken met historicus Jaap Jacobs, expert op het gebied van Nederlandse immigranten in de VS.
Simone C. Niquille
Simone C. Niquille
Simone C. Niquille
Simone C. Niquille

Simone C. Niquille

Simone C. Niquille behaalde haar master of design diploma in 2013 aan het Sandberg Instituut te Amsterdam. Als grafisch ontwerper produceert Niquille objecten, films, beelden en strategieën rondom thema’s als persoonlijke data en de representatie van het menselijk lichaam in de virtuele ruimte. In haar ontwikkelplan omschrijft de maker de ambitie om een onderzoek te doen, een korte film te maken en kennis over onder andere gamesoftware op te doen. Voortbordurend op het eerdere project Internet of Bodies onderzoekt Niquille de processen, technologie en esthetiek van de digitalisering van het menselijk lichaam. Het ontwerpend onderzoek Avatardesign speculeert over de mogelijke avatars die kunnen ontstaan in de wereld van social media, biometrische gegevens en motion capture.

Simone C. Niquille looking back at her use of the grant:
My proposal for the Talent Development Grant focused on developing a field of design research around Avatardesign and developing the project Internet of Bodies. During the year these plans evolved and became multiple projects, some of which are ongoing and carried over into the new year. What the Grant allowed is for time and focus to further my practice Technoflesh on digital identity, data ownership, imaging technology and the resulting power structures affecting real bodies. Avatardesign developed into a personal methodology of practice as research around 3D software and digital bodies. Through the fund I got the time to speak to experts, deepen my technological skills and create work. Internet of Bodies developed into a set of workshops around biometric data, digital identity and obfuscation strategies. Also I got the chance to document a Hillary Clinton lookalike during the final days before the 2016 US Presidential Elections. This developed into the short film The Fragility of Life, a portrait drenched in physical and virtual multiplicity and simulation. The film premiered at the opening of Impakt Festival 2017. During the year I established a focus on 3D scanning and motion capture technology, their history, development and influence on digital representation. At its inception, virtual space was seen as one where physical bodies do not live. It promised a freeing of physical realities, making possible a multitude of identities and truths. By challenging bodily parameters of 3D character creator software, 3D scanning protocols and motion capture technology, I question if such ability of expression is possible in the binary language of computation or if it generates a parametric truth. I have been invited as contributor to the Dutch Pavilion at the Venice Architecture Biennale 2018, within this context this work continues focusing specifically on digital human models created for ergonomic simulation software and the challenge of addressing diversity within such design strategies.
Simone Post
Simone Post

Simone Post

Simone Post is in 2014 afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven. Post is een textielontwerper die naast haar eigen ontwerpbureau ook cofounder van het collectief Envisions is. Het combineren van experimenteel werk en de uitkomsten hiervan vervolgens toepassen in de industrie is de rode draad in het werk van Post. In het komende jaar wil zij zich zowel specialiseren als verbreden. Vanuit het experiment en in samenwerking met de industrie zal zij zich focussen op textiel en kleur. Daarnaast zal zij onderzoek doen naar verschillende technieken en werkwijzen om deze in haar ontwerppraktijk te kunnen combineren. De professionalisering van haar ontwerpbureau neemt het komende jaar ook een centrale positie in. Post reserveert een substantieel gedeelte van het professionaliseringsbudget voor het inschakelen van coaches die haar helpen bij het verbeteren van haar bedrijfsvoering. Ook zal zij afreizen naar India en Japan om daar samenwerkingsverbanden aan te gaan met verschillende werkplaatsen.
Sophie Hardeman
Sophie Hardeman
Sophie Hardeman
Sophie Hardeman

Sophie Hardeman

Sophie Hardeman studeerde in 2015 af aan de Gerrit Rietveld Academie. In hetzelfde jaar lanceerde zij het denimlabel HARDEMAN dat gelijk veel internationale aandacht kreeg. Zo presenteerde ze haar collectie OUT OF THE BLUE tijdens de New York Fashion Week. Haar werk kenmerkt zich zowel door het gebruik van denim, een alledaagse stof, als door de vervreemding in perspectief die zij aanbrengt in haar silhouetten. Daarnaast onderzoekt en bevraagt Hardeman bestaande conventies in het huidige mode-systeem, waarin het vooral draait om het economisch perspectief. Met haar collecties zoekt Hardeman de confrontatie op, waarin zij het abnormale tot een nieuwe realiteit benoemd. In het komende jaar wil zij twee projecten realiseren; de collectie HEROES, waarin de mens als idool en als Messias gezien wordt zonder zijn falen te verstoppen, en het project JEANS COUTURE, een ‘Red Carpet Event’ waarin de link wordt gelegd naar productverheerlijking en imago accreditatie.
Studio Amir Avraham
Studio Amir Avraham

Studio Amir Avraham

Amir Avraham studeerde in 2015 af aan de Werkplaats Typografie in Arnhem. Als grafisch ontwerper onderzoekt hij zijn rol als auteur en het ontwerp als een vorm van schrijven. Het komend jaar richt hij zich specifiek op twee projecten; Virtual Gleaning,’ en ‘Exterritorial Alefbeit.’ Het eerste project is een onderzoek dat zich richt op de nieuwe digitale vormen van informatie en kennisdistributie. Het tweede project is een selectie van een persoonlijk archief van digitaal gevonden materiaal. Het concept van de collectie richt zich op de Hebreeuwse taal, één die is aangeduid als een "dode taal" tot het begin van de 20e eeuw, toen het gebruik ervan veranderde van een heilige naar een natuurlijk gesproken en geschreven taal. Het komend jaar wil hij hierover een publicatie uitgeven.
Studio Iwan Pol
Studio Iwan Pol
Studio Iwan Pol

Studio Iwan Pol

Iwan Pol studeerde af aan de Design Academie Eindhoven in 2014. Zijn ontwerpproces kenmerkt zich door een onderzoekende houding gericht op materiaal en techniek. Het eindproduct ligt door de experimentele werkwijze niet vast. Zijn werk is gericht op zintuigelijke ervaring en gegrond in de fysieke wereld. Pol reageert hiermee naar eigen zeggen op de verwaarlozing van de de onbegrensde mogelijkheden van onze zintuigen en de verwondering die daarbij hoort in het digitale tijdperk. Het komende jaar wil Pol zijn projecten Happy Concrete en Fluid Walls verder uitwerken, waarbij hij de samenwerking met de Universiteit Twente opzoekt. Hij wil zich voornamelijk verdiepen in het productieproces. Daarnaast wil Pol met zijn samenwerkingsproject Envisions een volgende stap zetten: de pioniersrol vervullen om een 'proces' als product te verkopen.
Studio RAP

Studio RAP

Studio RAP is opgericht door architecten Wessel van Beerendonk, Léon Spikker en Lucas ter Hall. Alle drie behaalden zij hun diploma aan de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft. De samenwerking is opgezet als een ontwerp- en fabricagestudio waarbij digitale ontwerptechnieken en innovatieve productiemiddelen centraal staan. De samensmeltende rol van architect en producent omschrijft RAP als de digitale bouwmeester.
Studio RAP omschrijft in haar ontwikkelplan hoe ze zich het komend jaar willen ontwikkelen en profileren in deze rol. Daarvoor werkt de studio aan een hybride manifest dat bestaat uit een ontwerpend onderzoek en een literatuuronderzoek. RAP tracht daarmee het digitale bouwmeesterschap in een historische context te plaatsen door te laten zien dat nieuwe productie- en ontwerptechnieken altijd leiden tot nieuwe architectuur. In het ontwerpend onderzoek combineren de makers een parametrisch ontwerpproces met digitale fabricage om tot een 1 op 1 prototype te komen dat de visie op digitaal bouwmeesterschap belichaamt. Naast het perfectioneren van het parametrisch ontwerpproces en de digitale fabricage van elementen richt een groot deel van het onderzoek zich op het assembleren van deze elementen met behulp van robotarmen. RAP verwacht dat de stap in het digitaliseren en automatiseren van de fabricage tot expressievere vormen kan leiden. De studio wil de resultaten van het ontwerpend onderzoek presenteren op verschillende plekken zoals architectuurcentra, maar ook publieke plekken als het Centraal Station in Rotterdam.
Op het gebied van professionalisering van haar praktijk richt de studio zich voornamelijk op het verbeteren van haar communicatie.
Studio Truly Truly
Studio Truly Truly
Studio Truly Truly
Studio Truly Truly

Studio Truly Truly

Studio Truly Truly is uitgenodigd om in september een solo tentoonstelling van hun werk te presenteren in het Dutch Pavilion tijdens de London Design Fair. Behalve Dutch Design internationaal te representeren, is hun doel om een nieuw publiek te bereiken en verbindingen te maken in de ontwerp industrie in Londen.
SulSolSal
SulSolSal

SulSolSal

De Zuid-Afrikaanse grafisch ontwerper Johannes Bernard studeerde in 2013 af aan het Sandberg Instituut, met een Master Design. Samen met de Braziliaanse architect Guido Giglio vormt hij de ontwerpstudio SulSolSal. Hun praktijk en onderzoek verbinden drie continenten: Amsterdam (Nederland), São Paulo (Brazilië) en Kaapstad (Zuid Afrika). De ontwerppraktijk bevraagt het paradigma van het huidige model van de mondiale economische ontwikkeling. Door ontwerpprojecten, publicaties, lezingen, foodperformances en workshops onderzoeken ze de betekenis van de economische ontwikkeling voor ontwerp, met name in Afrika, Latijns Amerika en Europa. Het komend jaar wil de studio zich onder meer richten op het ontwikkelen van hun ontwerpmethodologie, verdiepend onderzoek doen en twee nieuwe werken produceren. De multi-screen film ‘A Rising Tide Lifts All Boats’ is een onderzoek naar de rol van design in marketing ‘vooruitgang’ in Brazilië, Zuid Afrika en Nederland. Daarnaast publiceert de studio een ‘Global Crisis Cookbook’: over strategieën in tijden van crisis middels eetcultuur, ontwerp en teksten.
Thomas Trum
Thomas Trum
Thomas Trum

Thomas Trum

Thomas Trum studeerde in 2014 af aan de Design Academy, afdeling Man en Leisure. Trum is onder meer geïnteresseerd in verf en de fysieke eigenschappen ervan, in kleurvlakken en het effect daarvan op de ruimte. Hij experimenteert met gereedschappen, verven, inkten en bewerkingstechnie¬ken in en buiten zijn atelier. Zijn werk bestaat oa uit series vormexperimenten op doek, de buitenmuur en papier. Het komend jaar wil Trum een serie vorm- en materiaalexperimenten maken op grote oppervlaktes in de publieke ruimte zoals muren, vloeren of plafonds. In 2016 neemt Trum, op uitnodiging van Koen Taselaar, deel aan een residentie in de Calcutta Art Research Foundation. Hier zal hij zich verdiepen in het vakmanschap op het gebied van zeefdruk, blockprint en signpainting. Daarnaast zal hij in India verschillende verffabrikanten bezoeken. De muurschilderingen die hij gedurende het jaar creëert brengt hij samen in een publicatie en tijdens een presentatie op de Dutch Design Week.
Ting Gong
Ting Gong

Ting Gong

Ting Gong studeerde in 2015 cum laude af aan de Gerrit Rietveld Academie. In haar werk onderzoekt Gong de grenzen van modevormgeving. Dit doet zij onder meer door gebruik te maken van lichtinstallaties, performances en documentaires. In plaats van zich te richten op het produceren van een product is zij meer geïnteresseerd in het experiment en de artistieke waarde van haar werk. In haar afstudeerproject staat het thema onzichtbaarheid centraal. In een wereld die vol staat van beelden zoekt zij het ‘verdwijnen’ op. De ontwerpmethode die ze daar voor ontwikkelde is nu haar signatuur geworden. Belangrijke aspecten hierin zijn de relatie tussen lichaam en ruimte, materiaal en techniek en de vertaling hiervan naar futuristische kleding. In haar ontwikkelplan benadrukt Gong het belang om industriële materialen en technologie te integreren in haar ontwerppraktijk om zo op zoek te gaan naar innovatie. In het komende jaar wil zij onder andere een diepgaand onderzoek doen naar verdwijnende materialen in samenwerking met de TU Eindhoven.
Yaolan Luo

Yaolan Luo

Yaolan Luo is interdisciplinair ontwerper. Ze studeerde in 2015 af aan de Design Academy Eindhoven, richting information design. Daarvoor studeerde ze Art & Design aan de Sun Yat-sen University, Guangzhou, en behaalde een bachelor Product en Industrial Design aan het Central Saint Martins College in London. Haar werk bestaat onder meer uit graphics, boekontwerp, product design, performances en geluidsexperimenten. Yaolan Luo is daarbij geïnteresseerd in de politieke, maatschappelijke en technologische context van de hedendaagse samenleving. Een belangrijk onderzoeksproject is ‘Amnesia State’. Dit project wil ze het komend jaar voortzetten. Een case van medisch falen waarbij een student overleed en alle online comments verdwenen, stelt ze daarbij centraal. Luo wil zich onder meer professionaliseren op het gebied van coded language en storytelling.
Aisha Madu
Aisha Madu

Aisha Madu

Aisha Madu is in 2014 afgestudeerd aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (Animatie). Madu maakt korte, humoristische 2D animaties. Het komend jaar wil ze een nieuwe animatiefilm ontwikkelen en daarbij een aantal kleinere werken zoals illustraties en GIF's die de film complementeren.
Chloé Rutzerveld
Chloé Rutzerveld
Chloé Rutzerveld

Chloé Rutzerveld

Chloé Rutzerveld studeerde in 2014 af aan de TU/e met een bachelor Industrial Design. Rutzerveld is food- en concept designer en ontwerpt experimentele diners en voedselconcepten. Hierbij legt ze verbindingen tussen design, wetenschap, technologie en cultuur. Voedsel zet ze in als middel om maatschappelijke vraagstukken bespreekbaar te maken met een breed publiek. Het komend jaar wil ze zich ontwikkelen op het gebied van gastronomie, sensory- en experience design. Hiervoor zal ze onder meer een stage bij Kitchen Theory volgen.
David Laport
David Laport

David Laport

David Laport studeerde in 2012 af aan de afdeling mode & textiel van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Aankomend jaar richt Laport zich op onderzoek naar innovatief textiel en een grensverleggend gebruik ervan. Hiervoor zal hij in Zwitserland onderzoek doen waar onder meer structuren en totaal open geweven stoffen ontwikkeld kunnen worden. Dit textiel zal hij digitaliseren als virtueel 3D textiel. Resultaten van het onderzoek zullen zijn nieuwe collectie bepalen. De collectie wil hij presenteren als abstract multidisciplinair tableau vivant. Modellen, dansers of andere figuren kunnen de ontwerpen presenteren. Ook zal hij zich richten op het accessoire.
Elejan van der Velde
Elejan van der Velde

Elejan van der Velde

Elejan studeerde BA Fine Arts aan de ArtEZ te Arnhem (2012-2014) en behaalde een MA Interior Architecture in 2014 aan het departement Studio for Immediate Spaces aan het Sandberg Instituut te Amsterdam. Vanuit een autonoom perspectief ontwerpt Elejan van der Velde ruimtes. Daarbij is hij geinteresseerd in zowel de fysieke als de mentale aspecten van ruimte. Zo onderzoekt hij herinneringen aan ruimtes en objecten en de sporen in ruimtes die een visueel geheugen vormen aan de oppervlaktes van gebouwde leefomgevingen. Ook is hij geinteresseerd in begrippen als ‘tijd’ en ‘herinnering’ in relatie tot materialen. Het komend jaar richt hij zich op vier projecten. Ten eerste The reminding remains 2, een vervolg op de‘The Reminding Remains’ uit 2014, een reconstructie van een herinnering gemaakt in chemisch gebonden zand. Het tweede project is een onderzoek naar de niet herbouwde Sukharev toren in Moskou. Hier werkt hij samen met alumni en studenten van The Strelka Institute te Moskou. Daarnaast volgt hij op uitnodiging van het Galerie Ferdinanda Baumanna een Artist in Residence in Praag en neemt hij deel aan het Performing Arts Forum onder leiding van Jan Ritsema.
Enzo Pérès - Labourdette
Enzo Pérès - Labourdette
Enzo Pérès - Labourdette
Enzo Pérès - Labourdette

Enzo Pérès - Labourdette

Enzo Pérès - Labourdette studeerde communicatieve vormgeving met een specialisatie in illustratie. Pérès - Labourdette ontwerpt illustraties en textiel waarin beeldende verhalen een rol spelen. Het komend jaar wil hij via een podcast-project ‘A Room Of One’s Own’ nieuwe mogelijkheden voor illustratoren onderzoeken. Daarnaast doet hij onderzoek naar de vergankelijkheid van nieuws in het digitale tijdperk. Dit wil hij doen door wandkleden te ontwerpen geïnspireerd op wereldgebeurtenissen die een sterke cultureel impact hebben zoals de Charlie Hebdo aanslagen of het neerstorten van vlucht MH017. Hiermee bevraagt hij welke verhalen onderdeel worden van een collectieve geschiedenis.
Eric Schrijver
Eric Schrijver
Eric Schrijver

Eric Schrijver

Eric Schrijver (Amsterdam, 1984) behaalde in 2013 zijn master Grafisch ontwerp aan KASK in Gent. Als grafisch ontwerper, software ontwikkelaar en auteur voegt hij zich niet naar een veranderend technologisch en sociaal landschap, maar speelt hij een actieve rol in de vormgeving ervan. Eric ontwikkelt hybrid publishing workflows waar een ontwerp voor scherm en voor print binnen éénzelfde proces wordt uitgewerkt. Hierbij werkt hij vaak samen met de Brusselse ontwerpcaravaan Open Source Publishing. Eric heeft over de hele wereld workshops gegeven en is docent aan de KABK, Den Haag. Hij dirigeert het blog ‘I like tight pants and mathematics’ dat ontwerpers en kunstenaars motiveert om zich te verdiepen in de cultuur van computerprogrammeurs.

De beurs voor talentonwikkeling stelt Eric in staat de publicatie ‘Legal Advice voor Artists’ te maken: een tegendraadse gids in het auteursrecht. LAfA biedt stelt kunstenaars in staat de paradoxen van hedendaags intellectueel eigendom te navigeren. Voor kunstenaars en ontwerpers is auteursrecht namelijk een tweesnijdend zwaard: het vergroot in potentie de mogelijkheden om eigen werk te exploiteren, maar tegelijkertijd vergroot het de kans dat het werk inbreuk maakt op de rechten van een ander. LAfA bekijkt de basisparameters van het auteursrecht: Wie krijgt het? Waarvoor? Hoe? En voor hoe lang? Het onderzoekt de onderliggende concepten, zoals auteurschap en de originele expressie. Dan: hoe werkt het auteursrecht in verschillende media? En wat gebeurt er wanneer een werk vertaald wordt naar een nieuw medium? En hoe verhoudt het auteursrecht zich tot morele rechten, portretrecht, handelsmerken, patenten?

LAfA wil kunstenaars niet alleen het auteursrecht doen begrijpen, maar ze ook een stem teruggeven in het debat rond de wettelijke randvoorwaarden van hun eigen beroep. Tenslotte aarzelen noch politici noch de media industrie om de figuur van de kunstenaar in te zetten binnen een discours dat om een strenger auteursrecht roept. Zelfs culturele instellingen kunnen zich tegen kunstenaars en het publiek keren door onrechtmatig auteursrecht te claimen over werk in hun collecties. LAfA wil gereedschap zijn voor kunstenaars die zich het intellectueel eigendomsrecht eigen willen maken, en die zelf hun antwoorden willen formuleren op de vragen waarvoor het auteursrecht ons vandaag stelt. Daarnaast is LAfA zelf een wettelijk experiment: de publicatie is geillustreerd met beelden waarvan de wettelijke status wordt gecontesteerd.
Gabey Tjon a Tham
Gabey Tjon a Tham
Gabey Tjon a Tham

Gabey Tjon a Tham

Gabey Tjon a Tham studeerde in 2012 af aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag met een Master in ArtScience. Ze creëert installaties die door middel van bewegende machines, licht en geluid ruimtes transformeren tot zintuigelijke omgevingen die inspelen op de beleving van de waarnemer. Hierbij ontstaan choreografieën die zowel een mechanisch als natuurlijk karakter hebben. Zij ontwikkelt hiervoor technieken en geeft mechanische sculpturen vorm die verschillende materialen belichamen en zich op diverse poëtische niveaus manifesteren.
Ze wil de kinetische licht- en geluidsinstallatie ‘Red horizon’ verder ontwikkelen. Deze bestaat uit een veld van dubbele pendules waarin gedurende een onbepaalde tijd verschillende collectieve expressies ontstaan. De experimenten die hieruit voortkomen wil zij onder meer voortzetten tijdens een residencies bij STEIM in Amsterdam en Werktank in Leuven. Tijdens deze residencies wil ze haar kennis vergroten op het gebied van cybernetics en complexe systemen.
Tjon a Tham gaat tevens samenwerken met wetenschappers en kunstenaars aan het project ‘Jumping power plant’, waarbij fysieke energie wordt omgezet naar licht. Het project is geïnitieerd door Stichting Hopestep Japan, een organisatie bestaande uit Japanners die woonachtig zijn in Nederland en zich bezighouden met kwesties die zijn ontstaan sinds de Sendai zeebeving op 11 maart 2011.
Ivan Henriques

Ivan Henriques

Ivan Henriques behaalde in 2011 zijn master Artscience aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten, te Den Haag. Natuur, wetenschap en technologie zijn altijd bronnen van inspiratie geweest voor Henriques. In zijn onderzoek streeft hij naar het vinden van een balans tussen natuur en technologie – hij gelooft dat natuur een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van de technologische wereld. In de afgelopen 5 jaar ontwikkelde hij diverse werken die gebaseerd zijn op dergelijke concepten zoals het heruitvinden van het milieu, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, hybriden vormen van levende organismen en machines, techno-wetenschappelijke mutaties en ‘tools’ om samen te kunnen smelten met natuurlijke systemen.

In zijn artistieke praktijk laat Henriques machines een dialoog aangaan met levende organismen, en maakt hen één – een kinetische sculptuur – die een weg tussen de evolutionaire ontwikkeling van machines en natuur illustreert en een nieuwe kant op stuurt. In zijn werk bestudeert hij levende systemen en verkent hij hybride vormen van natuur en (technologische) cultuur, waarbij hij nieuwe vormen van communicatie tussen de mensheid en andere levende organismen creëert.

Henriques heeft samengewerkt met ingenieurs van de Technologische Universiteit in Rio de Janeiro, met wetenschappers van het Laser Lab aan de Vrije Universiteit Amsterdam en met wetenschappers van het Laboratorium van Microbiële Ecologie en Technologie – LabMET in Gent, gespecialiseerd in waterbehandeling en microbiële elektriciteit, om nieuwe werken te ontwikkelen en om het onderzoek naar antropogene omgevingen, interactiviteit en communicatie tussen micro-organismen te verdiepen.
Karel van Laere
Karel van Laere
Karel van Laere

Karel van Laere

In 2012 studeerde Karel van Laere aan de Performance opleiding van de Toneelacademie in Maastricht. Tevens studeerde hij New Media Arts aan de Taipei National University of Arts,Taiwan (2013). Van Laere werkt als kunstenaar op de grens van performance, film en technologie. In zijn werk plaatst hij menselijke en mechanische beweging naast of tegenover elkaar en onderzoekt deze. Met een team van geluidsontwerpers, filmmakers en producenten werkt hij het komende jaar aan diverse projecten in binnen- en buitenland.
Vanuit zijn studio in Den Haag werkt Van Laere momenteel met een klein team aan de korte film ‘Largo’ die in maart 2016 in première gaat in EYE Amsterdam tijdens het festival Cinedans. In ‘Largo’ wordt een weerloos lichaam gevolgd dat wordt voortgesleept door verschillende omgevingen in Nederland. De beelden worden ondersteund met geluidsopnames van interviews met mensen die leven met verlamming. In het kader van vooronderzoek heeft Van Laere zich afgelopen november 24 uur lang aan een tafelblad vast laten zetten om te ervaren hoe het is om van top tot teen immobiel te zijn. Van deze 24 uur is een registratie gemaakt, ‘Paralysis’, die eveneens vertoond zal worden in EYE Amsterdam.
Tevens gaat Van Laere drie maanden lang als artist in residence werken in Taipei aan het nieuwe werk 'mind your step'. Voor dit werk zal hij de beweging en het gedrag van mensen op een roltrap in Taipei vastleggen en onderzoeken: Een moment van rust in een hectische wereldstad als Taipei. ‘Mind your step’ wordt eind 2016 op meerdere plekken in de openbare ruimte in Nederland vertoond.
Kim David Bots
Kim David Bots
Kim David Bots
Kim David Bots

Kim David Bots

Kim David Bots studeerde in 2012 af aan de afdeling Illustratie van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Bots werkt met uiteenlopende media, waarbij het bestuderen van de narratieve vorm centraal staat. Hij is geïnteresseerd in de kloof tussen de intentie van een verhaal en de onbedoelde onderliggende betekenis ervan. Met het project 'The Time Is Nigh' (werktitel) zal hij zich hier verder in verdiepen. In de vorm van een boek zullen de thema's ‘de stad’, ‘de vreemdeling’ en ‘de dreiging’ verkend worden. Komend jaar zal hij de vocabulaire van narratieve vormen en verschillende beeldtalen onderzoeken en de mogelijkheden hiervan verder uitdiepen.
Kirstie van Noort
Kirstie van Noort

Kirstie van Noort

Kirstie van Noort studeerde in 2011 af aan de Design Academy Eindhoven. Van Noort richt zich op het onderzoekend ontwerpproces. Ze is gespecialiseerd in het werken met porselein. Binnen haar ambacht zoekt ze naar innovatie. Het komend jaar wil ze een aantal projecten verder ontwikkelen. Ze zal onder meer samenwerken met het lab Imerys Minerals in Tsjechië, het EKWC/FabLab en met Tichelaar Makkum.
KNOL
KNOL
KNOL
KNOL

KNOL

Celine de Waal Malefijt en Jorien Kemerink
L.O.C.C.H.

L.O.C.C.H.

L.O.C.C.H.
Liselore Frowijn
Liselore Frowijn
Liselore Frowijn

Liselore Frowijn

Liselore Frowijn studeerde in 2013 af aan ArtEZ hogeschool voor de kunsten met een Bachelor in Fashion Design met de collectie ‘Afternoon of a Replicant’. Met deze collectie won zij in 2013 de Frans Molenaar prijs en werd ze in 2014 verkozen tot finalist bij de Internationale modewedstrijd Hyėres International Festival de la Mode. Aldaar won ze de Prix Chloé met een ontwerp dat zij voor het modemerk maakte.
In de zomer van 2013 liep ze stage bij het innovatie team van het textiel bedrijf Mantero Seta S.p.A in Como, Italië. Ze werkte daar onder andere aan de ontwikkeling van exclusieve geverfde stoffen voor cliënten in het hoogste segment van de mode industrie zoals Prada, Chanel, Kenzo en Gucci. Vervolgens heeft ze gewerkt voor verschillende bedrijven zoals Vlisco waar ze een mode collectie ontwikkelde die gebaseerd is op Igbo textiel. Ze keerde daarna weer terug naar Mantero Seta als creative director van de Mantero 1902 Archive collectie. Bij Mantero kreeg ze volledige creatieve vrijheid en werkte autonoom met het Mantero archief en nieuwe seizoensgebonden thema’s. Zowel het concept als de colorcards en de grafische lay-out werden door haarzelf ontwikkeld.
Frowijn werkt met de hand ontworpen stoffen en aan de basis van elke collectie ligt een onderzoek naar materiaal en dessin. Zij put inspiratie uit kunst, muziek, vrienden en indrukken opgedaan uit het nieuws en films. Haar collecties zijn als schilderijen waarbij elke ‘look’ opgebouwd is uit diverse lagen waarbij transparante materialen een eclectisch spel spelen met de voor- en de achtergrond.
Het komende jaar zal Frowijn zich toeleggen op het professionaliseren van haar eigen merk. Ze zal haar zichtbaarheid bij de (inter)nationale pers en haar internationale netwerk vergroten. Onlangs is haar merk goedgekeurd door de commissie van Mode A Paris (de organisatie achter Paris Fashion Week) en zal worden toegevoegd aan de officiële kalender van de aankomende ‘pret-a-porter’ Fashion Week. Op 1 maart zal Frowijn een nieuwe, grotere collectie presenteren met ongeveer 22 looks, een significante kans om de (internationale) zichtbaarheid van het merk te vergroten. Frowijn is van mening dat de beste manier om verandering te bewerkstelligen in de mode van binnenuit is, en streeft ernaar om deel uit te maken van de mode industrie zoals deze is. Dit jaar zal ze gebruik maken van materialen die zij in haar omgeving vindt, onder andere afval afkomstig uit textiel fabrieken. Ze wil hiermee de nadruk leggen op een onontkoombare benadering die iedereen die in de ontwerp industrie werkt zal moeten omarmen omwille van het milieu.
Lotte Lara Schröder
Lotte Lara Schröder
Lotte Lara Schröder
Lotte Lara Schröder

Lotte Lara Schröder

Lotte Lara Schröder is grafisch ontwerper. Ze behaalde in 2014 haar master typografie bij de Werkplaats Typografie in Arnhem. Schröder maakt autonoom en toegepast werk waarin ze verschillende manieren van publiceren onderzoekt. In haar praktijk legt ze zich toe op het gebruik van persoonlijke ervaringen en interesses. De onderwerpen die hieruit voortkomen worden gemanifesteerd in de vorm van tekeningen, archieven, verzamelingen en teksten. Door middel van een duidelijke ontwerp strategie - het formatteren en publiceren van deze vormen op een duidelijk leesbaar/bruikbaar object en/of drager – geeft ze haar persoonlijke interesses en onderwerpen een vorm die toegankelijk is voor buitenstaanders. Het komende jaar zal Schröder met name aan 2 projecten werken: ‘Volcanic Energy’ is een persoonlijk onderzoek naar vulkanisch landschap en de invloed hiervan op het artistieke veld. In september 2015 was Schröder in IJsland voor een residency en daar voltooide ze het eerste deel van dit project. Verder werkt ze aan ‘Speculative Press’, een project dat toegespitst is op de functie en methoden van de (hedendaagse) uitgeverij.
Marjanne van Helvert
Marjanne van Helvert
Marjanne van Helvert
Marjanne van Helvert

Marjanne van Helvert

Marjanne van Helvert is textielontwerper, onderzoeker en schrijver. Ze behaalde een Master in Culturele Studies aan de Radboud Universiteit in Nijmegen in 2007, en een Bachelor in Textiel Ontwerp aan de Rietveld Academie in 2013. Ze verkent de dynamiek tussen ontwerptheorie en praktijk en is met name geïnteresseerd in de relatie tussen ethiek en esthetiek in ontwerp, DIY-praktijken, modernisme en antimodernisme en ‘gender politics’. In 2014 werd ze genomineerd voor de Simon Mari Pruys Prijs voor design kritiek met haar duurzame ontwerp manifest ‘Dirty Design’.
In 2015 was ze artist in residence bij Villa Waldberta in München. Daar begon ze aan ‘Dirty Clothes’, een collectie met uniseks kleding gemaakt van gebruikte kleding. Het doel van deze collectie was te onderzoeken of de esthetiek van hergebruikt textiel geëxploiteerd kan worden in alledaagse kleding. Elk stuk is uniek en bestaat uit zowel overgebleven als tweedehands materialen, dit vergt kostbaar handwerk. Om te voorkomen dat deze collectie exclusief wordt en alleen toegankelijk voor diegenen die het kunnen betalen, zal Van Helvert een magazine uitgeven waarin alle patronen en instructies opgenomen zijn zodat mensen deze zelf kunnen maken. Het wordt een experiment dat mode fotografie, patronen en instructies zal combineren met essays over de mode industrie, de rol van DIY productie in het heden en verleden en de invloed van geslachtsnormen in de mode.
Haar projecten zijn een queeste naar de rol van de idealistische hedendaagse ontwerper. Wat betekent het om een ontwerper te zijn in een wereld met te veel spullen? Bestaat goed, verantwoord ontwerp? Kunnen ontwerpers verandering teweegbrengen?
Mark Jan van Tellingen
Mark Jan van Tellingen

Mark Jan van Tellingen

Mark Jan van Tellingen studeerde in 2014 af aan het Sandberg Instituut in Amsterdam met een Master in Design. Zijn werk is een visueel onderzoek naar de veranderende sociaal-politieke machtsverhoudingen binnen onze informatiemaatschappij. Door middel van speculatieve scenario’s biedt hij inzicht in de nieuwe verhoudingen. Het komend jaar wil hij een speculatieve web-serie over de data samenleving ontwikkelen en een expositie samenstellen gericht op kunst gemaakt door digitale bots.
Mark Minkjan
Mark Minkjan

Mark Minkjan

Mark Minkjan is afgestudeerd als stadsgeograaf. Hij beschouwt architectuur als fysieke expressie van cultuur, maatschappelijke ambities en machtsverhoudingen, met ruimtelijk, sociaal en ecologisch effect. Zijn visie krijgt vorm in publicaties, onderzoek, onderwijs en debat; veelal binnen Failed Architecture waarvan hij hoofdredacteur is en Non-fiction, een bureau voor culturele innovatie. Het komende jaar richt hij zich op nieuwe verschijningsvormen van architectuurkritiek in samenwerking met beeldmakers en web-ontwikkelaars. Hiervoor analyseert hij onder meer architectuurmedia en voert hij gesprekken met critici, redacteuren en architecten. Digitale architectuurkritiek is een belangrijk speerpunt in zijn ontwikkelplan.
MengHsun Wu

MengHsun Wu

Menghsun Wu ontving in 2007 een bachelor Industrial Design aan het NCKU in Taiwan en in 2013 een master Social Design van de Design Academy Eindhoven. Zijn werk is gericht op de wijze waarop mensen de wereld ervaren en voelen via interacties met diverse zintuiglijke stimuli. Hij is geïnteresseerd in het herontdekken van onze zintuigen en wil daarvoor apparaten ontwikkelen voor praktisch gebruik. Het komend jaar richt Wu zich op contextueel onderzoek, zintuiglijk experiment en tool ontwikkeling.
Olivier van Herpt
Olivier van Herpt
Olivier van Herpt

Olivier van Herpt

Olivier van Herpt behaalde in 2014 zijn bachelor vormgeving aan de Design Academy Eindhoven. Centraal in zijn werk staat de fascinatie voor maakprocessen. Hierin zoekt Van Herpt de grens op tussen het maakbare en het onmaakbare. In zijn experimenten werkt de ontwerper samen met andere makers, zoals Sander Wassink en Ricky van Broekhoven. Van Herpt heeft een 3D-printer ontwikkeld die onder andere klei print. In het aankomende jaar wil de ontwerper experimenteren met verschillende materialen en technieken om de mogelijkheden van de printer uit te breiden. Daarnaast wil Van Herpt de printer gaan fabriceren zodat deze verkocht kan worden aan andere partijen die interesse in het apparaat hebben. Op het gebied van professionalisering wil de ontwerper een coach inschakelen met ervaring in het leiden van een ontwerpbureau en wil hij specifieke financiële kennis inschakelen met betrekking tot het internationaliseren van zijn praktijk.
Winner DDA
Polina Medvedeva

Polina Medvedeva

Polina Medvedeva studeerde in 2014 af aan het design departement van het Sandberg Instituut. Medvedeva is een Russisch-Nederlandse ontwerper en filmmaker. Ze is geïnteresseerd in informele economieën, alternatieve sociaal-economische stelsels en overlevingsstrategieën buiten de staat om, die hun oorsprong vinden in de kracht van het individu. Zo maakte ze de documentaire The Champagne Drinkers, waarin ze de informele economie van Rusland vanaf de achterbank van tientallen illegale taxi's in haar geboortestad filmde. Het komend jaar onderzoekt ze de informele economieën in Palestina, Brazilië en Oekraïne. In een overkoepelend project tracht ze de formele structuren te bevragen en de globale informele economie te tonen als mogelijke wereldeconomie, en het individu als de nieuwe wereldmacht. Door vormexperimenten bevraagt ze de heersende esthetiek en gaat ze op zoek naar een passende nieuwe vorm.
Renee Verhoeven
Renee Verhoeven
Renee Verhoeven

Renee Verhoeven

In haar werk als ontwerper en onderzoeker gaat de interesse van Renee Verhoeven uit naar de alledaagse realiteit van technologie in een staat van flux en transitie, gedaantewisseling of magische materialen. Ze werkt graag interdisciplinair omdat technologie verschillende disciplines binnen de ontwerppraktijk samenbrengt. Met haar projecten heeft ze onder andere nieuwe productieprocessen verkend evenals materiële wetenschappen, speculatieve economie en veiligheidsprotocollen.

In 2014 behaalde Verhoeven de master Productvormgeving aan de Royal College of Arts in Londen met het project ‘ID Protocol’. Ze ontwikkelt dit project de komende tijd verder. ID Protocol gaat over de fysieke aard van digitale veiligheidsprotocollen en hoe beveiliging verankerd is in het dagelijks leven, en uiteindelijk wil ze de plek ervan binnen de cultuur definiëren.

Door mnemonische technieken te combineren met bestaande veiligheidssystemen verkent ze met dit project alternatieve beveilingsprotocollen met aan de basis van het systeem het menselijk geheugen. Door de materialiteit van digitale beveiliging te onderzoeken door middel van zintuiglijke stimuli in beveiligingsprotocollen te verwerken stelt dit project een op de individu gerichte loginmethode voor die op maat gemaakt is voor het geheugen van de desbetreffende persoon. Ze heeft zich laten inspireren door de capaciteit van het geheugen om paden en bizarre scenario’s of interacties te herinneren in plaats van een reeks willekeurige karakters die normaliter worden voorgesteld voor sterke wachtwoorden. Deze capaciteit lijkt geïntensiveerd te worden door de externalisering van het menselijke geheugen naar het internet en de noodzaak om gigantische hoeveelheden informatie te verwerken.

Haar onderzoeksonderwerpen vallen binnen het veld van digitale beveiliging en cognitieve wetenschappen. Onderwerpen zijn onder andere: de materialiteit van beveiliging, digitale identiteit en concepten van kennis en geheugen. Veilig zijn en je veilig voelen zijn twee verschillende dingen en wellicht is het zinnig om te zoeken naar nieuwe narratieven om online veiligheid in het dagelijks leven te verankeren. Verhoeven wil in de loop van het project investeren in het verbeteren van haar vaardigheden op het gebied van software ontwikkeling en het begrijpen van cryptografie. Tevens wil zij haar onderzoek naar het concept van digitale identiteit voortzetten.
Roel Roscam Abbing

Roel Roscam Abbing

Roel Roscam Abbing is in 2014 afgestudeerd aan het Piet Zwart Institute bij de afdeling Networked Media. Zijn praktijk beweegt zich tussen kunst, ontwerp en theorie waarbij de betekenis van technologie als maatschappelijk fenomeen zijn uitgangspunt is. De projecten verschillen in uitingsvorm tussen installatie, tekst, software, workshop of fotografie. Het ontwikkelplan van Roscam Abbing richt zich op het maken van nieuw werk en het internationaliseren en professionaliseren van zijn praktijk. Hiervoor werkt de maker onder andere samen met kunstenaar Melle Smets en geeft hij presentaties bij buitenlandse instellingen. Tot slot wil Roscam Abbing onderzoeken waar zijn praktijk buiten de kunst- en cultuursector van toegevoegde waarde kan zijn.
Roos Meerman
Roos Meerman

Roos Meerman

Roos Meerman studeerde af aan ArtEZ in Arnhem, afdeling Product Design. Ze is geïnteresseerd in de relatie tussen wetenschap en ontwerp. Het afgelopen jaar heeft Roos Meerman met name aan het onderzoek ‘Aera Fabrica’ gewerkt, onder andere in een open laboratorium van Het Nieuwe Instituut. Ze werkte daar aan een onderzoek naar de 3D printer als maker van halffabricaten. Ze ging daarvoor op zoek naar de opschaalbaarheid van de techniek, de eigenschappen van PLA en het ontdekken van nieuwe vormen en toepassingen.

Door onderzoekers, ontwerpers en de bezoekers uit te nodigen in haar lab, openden zich deuren naar nieuwe onderzoeksrichtingen en toepassingen voor haar project. Daarnaast ontstonden er nieuwe vragen: Over de bescherming van ideeën; over haar rol in een proces dat van experiment naar toepassing gaat; hoe ze zelf haar eigen studio op moet zetten en hoe ze haar onderzoek moet presenteren aan de buitenwereld. De fundamentele eigenschappen van materiaalonderzoek spreken Meerman aan. Ze hoopt een onderzoekslaboratorium op te zetten waarin de kruisbestuivingen tussen wetenschap, techniek en design resulteren in nieuwe “uitvindingen”. Aan de verwoording van deze werkwijze werkt ze samen met Gert Staal in een publicatie over het fellowship die uitgegeven zal worden door het HNI. In haar studio in Arnhem werkt ze aan nieuwe onderzoeksonderwerpen: het vacuüm en statische elektriciteit. Ze gaat op zoek naar interessante eigenschappen van deze natuurlijke krachten.
Voor een aantal projecten werkt Meerman samen met KunstLAB Arnhem. In samenwerking met deze experimenteer-studio bouwt ze momenteel aan een organisatie die de zakelijke en commerciële belangen van hun (en in de toekomst ook andere) studio’s zal behartigen: Art Officials. Het doel van dit label is tweeledig: Enerzijds moet het experimenten valoriseren en omzetten naar toegepaste producten, zoals met het project ‘Tactile Orchestra’. Hierbij wordt de transitie gemaakt van een interactieve kunstinstallatie naar een toegepast product voor de zorg. Anderzijds is het doel te functioneren als een multidisciplinair collectief dat projecten ontwikkelt en opdrachten van derden uitvoert. De brug tussen experiment en toegepast product moet hiermee nog steviger en duurzamer worden.
Sabine Marcelis
Sabine Marcelis
Sabine Marcelis

Sabine Marcelis

Sabine Marcelis is in 2011 afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven als vormgever. Met haar studio richt ze zich op product, installatie en ruimtelijk ontwerp waarbij ze altijd een sterke focus op materialiteit heeft. Pure vormen komen samen om materiele eigenschappen te benadrukken.

Marcelis maakt autonoom werk dat verkocht wordt in galeries en werk in opdracht voor commerciële opdrachtgevers. Het is voor haar essentieel om te kunnen werken aan toegepaste projecten en aan meer experimentele, radicale, autonome werken.

Haar studio werkt vaak nauw samen met ‘manufacturing professionals’ om projecten te realiseren en in te grijpen in het productieproces, om nieuwe materiele combinaties te ontwikkelen en een fris esthetisch perspectief te bieden.

In 2016 zal ze zich toeleggen op nieuwe samenwerkingen met ‘manufacturing professionals’ om een bibliotheek met nieuw materiaal samen te stellen die gebruikt kunnen worden voor diverse projecten.
Studio From Form
Studio From Form
Studio From Form

Studio From Form

Jurjen Versteeg studeerde in 2011 af aan de Willem de Kooning Academie in de richting Audiovisueel Ontwerpen. Versteeg startte in 2012 samen met ontwerper Ashley Govers de studio From Form. From Form maakt zowel titelsequenties als korte films. Deze korte films kunnen een autonoom karakter hebben of juist commercieel, maar hebben altijd een artistieke waarde, aldus de aanvrager. De films combineren analoge en digitale filmtechnieken met een centrale rol voor ambacht. Veel voorwerpen in de films worden door de makers zelf ontworpen en gemaakt. Het komende jaar wil From Form voornamelijk investeren in gereedschappen en materialen voor de werkplaats. Daarnaast wil de studio haar internationale netwerk versterken door onder andere conferenties en evenementen te bezoeken. Tot slot wordt er een workshop gevolgd om meer kennis over typografie te verkrijgen.
Studio Ossidiana
Studio Ossidiana
Studio Ossidiana

Studio Ossidiana

Alessandra Covini studeerde in Milaan en Lissabon en behaalde haar master Architectuur aan de Technische Universiteit Delft. Als architect is Covini gefascineerd door de transformatie van materialen door invloeden van buitenaf maar ook door de tijd. In haar ontwikkelplan geeft Covini aan dat zij zich wil richten op het experimenteren met materiaal en het maken, omdat deze aspecten in haar opleiding aan de TU nog niet uitputtend aan bod zijn gekomen.

De eerste studie naar materiaalmetamorfose in dit kader is ‘Petrified Carpets’. Het onderzoek richt zich op de relatie tussen het oriëntaalse tapijt en architectuur en leidde tot een serie betonnen objecten. In het onderzoek benadert Covini het tapijt als een architectonisch archetype, in tegenstelling tot de gebruikelijke Westerse benadering als interieurstuk of aankleding. In nomadische culturen is het tapijt een centraal onderdeel van het huis en heeft ook een functie in religie; het is een abstractie van de tuin en een representatie van het paradijs op aarde. In de directe leefomgeving van de nomade wordt artistieke productie, rituelen en beeldverhalen ingezet om het spirituele met het dagelijkse te verbinden. Covini meent dat deze aspecten ook door de architectonische discipline geadresseerd moeten worden. Daarnaast onderzoekt en ontwikkelt Covini zogenaamde tuin-tapijten. Dit zijn abstracties van de tuin die in beton gegoten worden met de aarde als mal.

Covini richtte samen met Tomas Dirrix Studio Ossidiana op om met behulp van materiaal experimenten de architectonische discipline te verkennen. De focus ligt hierbij op transponeren van theoretische concepten naar gematerialiseerde creaties.
S†ëfan Schäfer
S†ëfan Schäfer
S†ëfan Schäfer
S†ëfan Schäfer
S†ëfan Schäfer

S†ëfan Schäfer

Alessandra Covini studeerde in Milaan en Lissabon en behaalde haar master Architectuur aan de Technische Universiteit Delft. Als architect is Covini gefascineerd door de transformatie van materialen door invloeden van buitenaf maar ook door de tijd. In haar ontwikkelplan geeft Covini aan dat zij zich wil richten op het experimenteren met materiaal en het maken, omdat deze aspecten in haar opleiding aan de TU nog niet uitputtend aan bod zijn gekomen.

De eerste studie naar materiaalmetamorfose in dit kader is ‘Petrified Carpets’. Het onderzoek richt zich op de relatie tussen het oriëntaalse tapijt en architectuur en leidde tot een serie betonnen objecten. In het onderzoek benadert Covini het tapijt als een architectonisch archetype, in tegenstelling tot de gebruikelijke Westerse benadering als interieurstuk of aankleding. In nomadische culturen is het tapijt een centraal onderdeel van het huis en heeft ook een functie in religie; het is een abstractie van de tuin en een representatie van het paradijs op aarde. In de directe leefomgeving van de nomade wordt artistieke productie, rituelen en beeldverhalen ingezet om het spirituele met het dagelijkse te verbinden. Covini meent dat deze aspecten ook door de architectonische discipline geadresseerd moeten worden. Daarnaast onderzoekt en ontwikkelt Covini zogenaamde tuin-tapijten. Dit zijn abstracties van de tuin die in beton gegoten worden met de aarde als mal.

Covini richtte samen met Tomas Dirrix Studio Ossidiana op om met behulp van materiaal experimenten de architectonische discipline te verkennen. De focus ligt hierbij op transponeren van theoretische concepten naar gematerialiseerde creaties.
Teresa van Dongen

Teresa van Dongen

Teresa van Dongen is in 2014 afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven. Van Dongen laat zich inspireren door natuur, wetenschap en ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid. Ze zet daarbij vormgeving in om wetenschappelijke ontwikkelingen zichtbaar te maken. Sinds haar afstuderen is Van Dongen gefascineerd door bioluminescentie en de mogelijke innovatieve toepassing hiervan binnen de vormgeving. Om dit onderzoek voort te zetten reist de ontwerper in het aankomende jaar naar San Francisco, het wereldwijde centrum voor bioluminescentie onderzoek. Van Dongen gaat hier samenwerken met het bedrijf Glowing Plant die haar benaderd hebben voor een gezamenlijk onderzoekstraject. Daarnaast gaat ze samenwerken met Photanol, een spin-off van de Universiteit van Amsterdam, die een alg heeft ontwikkeld die CO2 opneemt en biobrandstof uitscheidt. Op het gebied van professionalisering wil de jonge maker zich verdiepen in de verschillende aspecten van duurzaamheid door onder andere een masterclass van de TU Delft te volgen. Daarnaast heeft ze een aantal masterclasses van de B