Notice: Trying to get property 'type' of non-object in /var/www/vhosts/stimuleringsfonds.nl/talent.stimuleringsfonds.nl/assets/inc/functions.php on line 412

Notice: Trying to get property 'type' of non-object in /var/www/vhosts/stimuleringsfonds.nl/talent.stimuleringsfonds.nl/assets/inc/functions.php on line 415
L.O.C.C.H. - Platform Talent
over

PLATFORM TALENT

Ontdek nieuwe creatieve talenten die actief zijn op het gebied van design, architectuur en digitale cultuur, ondersteund door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Het Platform Talent laat zien wat artistieke en professionele groei betekent en is een bron van informatie voor andere makers en opdrachtgevers.

PROGRAMMA TALENTONTWIKKELING

Talentontwikkeling is een van de speerpunten van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Jaarlijks krijgen opkomende ontwerptalenten dankzij een beurs van het fonds de kans zich optimaal te ontwikkelen op het artistieke en professionele vlak. De ontwerpers zijn maximaal vier jaar geleden afgestudeerd en werkzaam binnen diverse disciplines van de creatieve industrie, van modevormgeving tot grafisch ontwerp, van architectuur tot digitale cultuur. Met het Platform Talent portretteert het Stimuleringsfonds alle individuele praktijken van ontwerpers die sinds 2013 zijn ondersteund.

2021

In 35 filmportretten van 1 minuut maak je op een persoonlijke en intieme wijze kennis met talentvolle ontwerpers, makers, kunstenaars en architecten die in 2020/2021 een talentontwikkelingsbeurs ontvingen. Concept: Koehorst in 't Veld en Roel van Tour (design Koehorst in 't Veld met Sjors Rigters, video Roel van Tour, interview Maarten Westerveen, soundtrack Volodymyr Antoniv). Tijdens de Dutch Design Week 2021 werden de filmportretten in een door Koehorst in 't Veld ontworpen installatie getoond in het Klokgebouw, Eindhoven.

Publicatie Platform Talent 2021

PLATFORM TALENT 2021
PLATFORM TALENT 2021
(4/2)
laad meer

ESSAYS

De afgelopen zeven jaar heeft het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie ruim 250 jonge ontwerpers ondersteund met de Regeling Talentontwikkeling. In drie longreads door Jeroen Junte wordt gezocht naar de gedeelde mentaliteit van deze ontwerpgeneratie.

2020

'Talent Tours' geeft via korte videoportretten, gemaakt door Studio Moniker, een inkijk in de denkwijze en praktijk van 39 opkomende ontwerptalenten, talenten die zich stuk voor stuk verhouden tot actuele maatschappelijke thema's. Wat zijn hun drijfveren, hun twijfels en ambities en welke waardes stellen zij voorop in hun werk? Van 18 tot en met 25 oktober 2020 presenteerde het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie de videoportretten in MU tijdens de Dutch Design Week en organiseerde dagelijks livestreams met nieuw talent.

Publicatie Platform Talent 2020

PLATFORM TALENT 2020
PLATFORM TALENT 2020
(4/2)
laad meer

2019

In 25 filmportretten van 1 minuut maak je op een persoonlijke en intieme wijze kennis met talentvolle ontwerpers, makers, kunstenaars en architecten die in 2018/2019 een werkbeurs ontvingen. Studio Moniker is verantwoordelijk voor het concept en de productie. Tijdens de Dutch Design Week 2019 werden de filmportretten getoond en performances gepresenteerd in MU, Eindhoven.

PLATFORM TALENT 2019
PLATFORM TALENT 2019
(4/2)
laad meer

2018

In 24 filmportretten van 1 minuut maak je op een persoonlijke en intieme wijze kennis met talentvolle ontwerpers, makers, kunstenaars en architecten die in 2017/2018 een werkbeurs ontvingen. Studio Moniker is verantwoordelijk voor het concept en de productie. Tijdens de Dutch Design Week 2018 zijn de filmportretten onderdeel van een installatie in het Veemgebouw.

PLATFORM TALENT 2018
PLATFORM TALENT 2018
(4/2)
laad meer

ESSAY: Groeibriljanten en Nieuwe Olie

door Rosa te Velde
Rond 1960 komt de eerste talentenjacht op de Nederlandse televisie, overgewaaid uit Amerika. ‘Nieuwe Oogst’ wordt in eerste instantie gemaakt in de zomermaanden, met weinig budget. Een talentenjacht blijkt een goedkope manier om vermakelijke televisie te maken: de deelnemers grijpen hun kans om beroemd te worden met hun kunstjes, grappen, vermaak en spektakel – in ruil voor koffie en reiskosten....

2017

De vierde editie van In No Particular Order tijdens de Dutch Design Week 2017 presenteerde een collectief statement over de pluriforme hedendaagse ontwerppraktijk. In negen installaties stonden de thema's Positie, Inspiratie, Werkomgeving, Representatie, Geld, Geluk, Taal, Discours en Markt centraal. De presentatie in het Van Abbemuseum stond onder leiding van curator Jules van den Langenberg, zelf deelnemer aan het Programma Talentontwikkeling in 2017.

PLATFORM TALENT 2017
PLATFORM TALENT 2017
(4/2)
laad meer

2016

In de derde editie van In No Particular Order in 2016 gaf curator Agata Jaworska inzicht in wat het betekent om een ontwerppraktijk te hebben. Hoe creëren ontwerpers de omstandigheden waarin ze werken? Wat kunnen we leren van hun methodiek en werkwijze? In geluidsopnamen en met schetsen reflecteren de ontwerpers op deze vragen. Tezamen geven ze een persoonlijk beeld van de ontwikkeling van hun artistieke praktijken.

In No Particular Order 2016

PLATFORM TALENT 2016
PLATFORM TALENT 2016
(4/2)
laad meer

2015

De tweede editie van de tentoonstelling In No Particular Order vond plaats in het Veemgebouw tijdens de Dutch Design Week 2015. Curator Agata Jaworska stelde de processen, uitgangspunten en visies achter de totstandkoming van werk centraal aan de hand van een databank met beelden uit de persoonlijke archieven van de ontwerpers. Wat drijft de hedendaagse ontwerper? Wat zijn hun inspiratiebronnen, motivaties en ambities?.

In No Particular Order 2015

PLATFORM TALENT 2015
PLATFORM TALENT 2015
(4/2)
laad meer

2014

Wat maakt iemand tot een talent? Hoe wordt talent gevormd? Dat was de centrale vraag van eerste tentoonstelling In No Particular Order in de Schellensfabriek tijdens de Dutch Design Week 2014. Curator Agata Jaworska presenteerde niet alleen werk van de individuele talenten maar legde ook trends en onderlinge overeenkomsten bloot.

In No Particular Order 2014

PLATFORM TALENT 2014
PLATFORM TALENT 2014
(4/2)
laad meer
essays
essays

Longread Talent #1
Ik en mijn praktijk
Hoe ontwerptalenten zichzelf opnieuw (moeten) uitvinden

De afgelopen zeven jaar heeft het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie ruim 250 jonge ontwerpers ondersteund met de Regeling Talentontwikkeling. In drie longreads wordt gezocht naar de gedeelde mentaliteit van deze ontwerpgeneratie, die is gevormd door de grote uitdagingen van onze tijd. Daarbij wordt onderzocht hoe ze omgaan met thema’s als technologie, klimaat, privacy, inclusiviteit en gezondheid. In deze eerste longread: de diepgaande reflectie op het vakgebied en plek van de eigen praktijk daarin. ‘De vastgeroeste uitgangspunten van mode, design en architectuur worden bevraagd en verrijkt met nieuwe instrumenten, technieken, materialen en podia.’

HetDirty Design Manifest van Marjanne van Helvert is een vlammend betoog tegen de vervuilende productie van veel designobjecten. En passant wordt afgerekend met het aanwakkeren van de consumptie door verleidelijke designproducten zonder eigenheid of intrinsieke waarde. Het manifest richt de pijlen niet alleen op fabrikanten en consumenten, maar ook op ontwerpers die te weinig aandacht hebben voor duurzaamheid, ongelijkheid of andere prangende maatschappelijke kwesties. Het is kortom een j’accuse tegen de schaduwkanten van design. 

Marjanne van Helvert, The Responsible Object: A History of Design Ideology for the Future
Marjanne van Helvert, The Responsible Object: A History of Design Ideology for the Future

Van Helvert is naast criticus ook textielontwerper en ontwikkelde Dirty Clothes, een unisekscollectie van gebruikte kleding. Om haar kritische visie verder te ontwikkelen, ontving ze in 2016 een talentontwikkelingsbeurs van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Deze subsidie van vijfentwintigduizend euro wordt door het Stimuleringsfonds jaarlijks aan zo’n dertig jonge ontwerpers toegekend. Van Helvert gebruikte de ondersteuning voor het schrijven van The Responsible Object: A History of Design Ideology for the Future. In deze bundel houdt zij diverse designfilosofieën grondig tegen het licht en test deze op houdbaarheid en toepasbaarheid, nu en in de nabije toekomst. Het zal niet verbazen dat het boek alleen al qua ontwerp overtuigend was, uitgevoerd in een strak grid en een krachtig zwart-wit-oranje kleurpalet. Met de inhoud profileert Van Helvert zich bovendien als een scherpzinnig denker en gewetensvol onderzoeker.

Sabine Marcelis, materialenbibliotheek
Sabine Marcelis, materialenbibliotheek

OORLOGSWONDEN HELEN

De wijze waarop Van Helvert zich tot haar werk verhoudt, is kenmerkend voor een generatie ontwerpers die hun kritische blik niet langer alleen op de eigen beroepspraktijk richten, maar op het hele vakgebied. Deze trend komt duidelijk naar voren als we de verschillende lichtingen bekijken die door jaren heen een beurs ontvingen via de Regeling Talentontwikkeling. Met elkaar geven deze ontwerplichtingen daardoor een actueel beeld van de creatieve industrie.

Sinds de lancering van de Regeling Talentontwikkeling in 2014 hebben zo’n 250 jonge ontwerpers gebruikgemaakt van deze mogelijkheid om zich te professionaliseren. De eerste jaren richtten de deelnemers zich vooral op een diepgaande reflectie op de eigen praktijk. Met veel succes overigens. Productontwerper Sabine Marcelis (lichting 2016) bijvoorbeeld gebruikte het jaar om nieuwe samenwerkingen met manufacturing professionals op te bouwen. Wat resulteerde in een bibliotheek met nieuwe, pure materialen inzetbaar voor diverse projecten. Het zou haar wereldfaam brengen. Modeontwerper Barbara Langedijk en sieradenontwerper Noon Passama (lichting 2015) experimenteerden in het gezamenlijk project Silver Fur met een hightechtextiel met eigenschappen van bont. Het resulteerde in een innovatieve collectie waarin kleding en sieraden op een organische manier versmelten. Of architect Arna Mačkić (lichting 2014) die zich boog over de rol die architectuur kan spelen in het helen van oorlogswonden in haar geboorteland Bosnië. Mačkić was in 2019 de winnaar van de Jonge Maaskantprijs, de belangrijkste onderscheiding voor jonge architecten. Al deze talenten verbreedden hun persoonlijke fascinaties en versterkten hun ontwerpkwaliteiten om zo een uniek profiel te ontwikkelen. Dit is – de naam zegt het al – nog steeds de basis van de Regeling Talentonwikkeling.

Maar gaandeweg werden door de geselecteerde talenten niet alleen persoonlijke grenzen verlegd, meer en meer werden ook vanzelfsprekende grenzen van het vakgebied onderzocht. De jongste lichtingen laten ook zien dat onderzoek niet langer een manier is om tot een ontwerp te komen. Onderzoek ís het ontwerp geworden. Niet alleen in mode maar ook in productdesign, grafisch ontwerp, architectuur en gaming, interactive en ander digital design. Waarom zou een architect altijd een gebouw moeten ontwerpen? Of een stadswijk of landschap? Dat is het uitgangspunt van de utopische landschappen van Carlijn Kingma (lichting 2018). Haar architectuur bestaat alleen op papier en is gemaakt van niets anders dan gitzwarte inkt. De zeer gedetailleerde pentekeningen zijn vaak meer dan een meter hoog en breed en bestaan uit gebouwen die deels fantasie en deels historisch zijn. Met deze kaarten verbeeldt zij abstracte en complexe maatschappelijke begrippen waarmee de architectuur al eeuwenlang stoeit – de utopie, het kapitalisme of zelfs angst en hoop. Kingma voedt haar vakgebied met filosofische bespiegelingen en historisch besef. Door zich niet architect maar ‘cartograaf van denkwerelden’ te noemen, plaatst zij zichzelf buiten de architectuur. Ze is tegelijkertijd deelnemer én beschouwer van haar vak. Net als Marjanne van Helvert.

Carlijn Kingma, A Histoty of the Utopian Tradition
Carlijn Kingma, A Histoty of the Utopian Tradition

TECH-FOOD ALS CONVERSATION PIECE

De textielontwerper die een boek maakt en de architect die niet wil bouwen – het is exemplarisch voor een generatie die het eigen vakgebied onderzoekt en opnieuw definieert. Wat zijn de opties voor een modeontwerper die zich wil onttrekken aan de dominante industrie? Wat betekent het om een productontwerper te zijn in een wereld die ten onder gaat aan overconsumptie? Hoe ga je om met kwesties als privacy of verslavende clickbait bij het ontwerpen van een app, website of game? Dit fundamentele zelfonderzoek is weliswaar gebaseerd op persoonlijke dilemma’s, soms zelfs frustraties, maar voedt de hele beroepsgroep.

Dat onderzoek kan hyperrealistisch én hypothetisch zijn. Als food designer creëert Chloé Rutzerveld (lichting 2016) projecten over het voedsel van de toekomst waarbij ze design, wetenschap, technologie, gastronomie en cultuur verbindt. Edible Growth is een ontwerp voor kant-en-klare gerechtjes uit de 3D-printer. Deze zijn opgebouwd uit lagen met zaden, sporen en een eetbare voedingsbodem. Eenmaal geprint ontwikkelen ze zich door natuurlijke gist- en rijpprocessen in enkele dagen tot een volledig eetbaar minituintje. Het is geen nadrukkelijk concreet product dat Rutzerveld ontwikkelde, maar een paper concept om maatschappelijke en technologische vraagstukken rond voedsel bespreekbaar te maken voor een breed publiek. Op basis van mediageniek beeld van nepgerechtjes en een intrigerende projecttekst wordt Rutzerveld inmiddels internationaal uitgenodigd voor lezingen en tentoonstellingen. Haar prototype is het product geworden.

Deze onderzoekende houding is de verbindende factor geworden tussen de jonge ontwerpers die een talentontwikkelingsbeurs ontvingen. Het doel kan een concreet resultaat zijn – bijvoorbeeld het aanleggen van een materialenbibliotheek of een modecollectie los van seizoenen en gender. Maar ook wordt het hele vakgebied onderzocht, onder meer met een manifest over dirty design. Of door de rol van de ontwerper als producent te verkennen, zoals Jesse Howard (lichting 2015) doet met zijn alledaagse apparaten waarbij de gebruiker een actieve rol speelt in zowel het ontwerp- als maakproces. Howard buigt zich over innovatieve manieren om digitale fabricagetools als 3D-printen en computergestuurde lasercutters of freesmachines in te zetten in een opensourcekennisplatform. Zo ontwerpt hij eenvoudige huishoudelijke apparaten als een waterkoker en stofzuiger die de consument zelf kan maken van bouten, koperleidingen en andere standaardmaterialen uit de bouwmarkt. Specifieke onderdelen als de beschermkap kunnen worden vervaardigd met een 3D-printer. De benodigde technieken worden gedeeld op het kennisplatform. Is het apparaat defect, dan kan de producerende consument oftewel prosumer deze zelf repareren. Deze doe-het-zelfproducten worden vervaardigd van lokale materialen en bieden een duurzaam en transparant alternatief voor massaproductie.

Juliette Lizotte
Juliette Lizotte

PERFORMER, DJ, CHOREOGRAAF – EN ONTWERPER

Tijdens de afgelopen zeven jaar Talentontwikkeling zijn de grenzen van de ontwerpdisciplines niet alleen afgetast maar vooral ook opgerekt met een nieuw idioom. Er is social design, food design, conceptual design en speculative design. Architecten fungeren als kwartiermaker en cartograaf. Mode ontregelt met antropologische installaties. Meer nog dan met een set vaardigheden onderscheidt ontwerptalent zich met een onderzoekende mentaliteit. Soms is de individuele beroepspraktijk zo ingericht dat de disciplines grafisch ontwerp, architectuur of mode niet eens meer het vanzelfsprekende middelpunt zijn.

Juliette Lizotte (lichting 2020) wil met video’s en LARP (live action role-playing, een rollenspel waarbij spelers een fantasierol aannemen) de discussie over klimaatverandering aanwakkeren. Onder de naam Jujulove is zij actief als dj, werkt ze samen met dansers en theatermakers en maakt ze met een modeontwerper uit gerecycled plastic kostuums voor de dansers in haar video’s. In een zelfgekozen rol als heks draagt zij het ecofeminisme uit, waarin de vrouw een scheppende en helende kracht op de natuur vertegenwoordigt. Via een multisensorische ervaring van beeld, geluid en performance mikt ze met haar werk vooral op jongeren en andere doelgroepen buiten het culturele veld. Maar haar fantasiewereld staat feitelijk ook parallel aan de traditionele ontwerpwereld. Jujulove is geen ontwerper maar creëert met uiteenlopende disciplines als film en storytelling een grensverleggend totaalontwerp.

Niet langer staat de ontwerper centraal in zijn eigen ontwerppraktijk. Er wordt nadrukkelijk gezocht naar interdisciplinaire samenwerking en interactie. De Frans-Caraïbische programmeur/ontwerper Alvin Arthur (lichting 2020) is weliswaar getraind als ontwerper maar heeft zich ontplooid tot een veelzijdig performer, onderwijzer, onderzoeker en verbinder. Zijn instrumentarium is het eigen lichaam, dat hij gebruikt om te verbeelden hoe het schrijven van computerprogramma’s in zijn werk gaat. Body.coding noemt hij zijn mengvorm van choreografie, performance en design. Met een speciaal ontwikkeld lesprogramma vol groepsdans en beweging leert hij basisschoolkinderen dat hun leefomgeving digitaal is geprogrammeerd; van het ontwerpen en produceren van hun smartphone tot schoolgebouw en hun eigen woonplaats. Maar vooral ook dat programmeren en ontwerpen niet per se iets statisch is wat je doet achter een bureau. Ontwerpen is nadenken, bewegen, combineren en samenwerken.

En dan vooral dat laatste, samenwerken. Soms wordt vanuit twee verschillende disciplines samengewerkt; sieradenontwerper Noon Passama en modeontwerper Baraba Langendijk bijvoorbeeld. Maar steeds vaker ook bundelen ontwerpers hun kennis en vaardigheden in een hecht collectief. Knetterijs (lichting 2019) is een achttal grafisch ontwerpers die zich als één studio manifesteren. Ieder heeft zijn eigen expertise en functie; van analoge druktechnieken, zoals risoprint en zeefdrukken, tot digitale illustratietechnieken of de exploitatie van de Knetterijs-webshop. Het ontwikkelingsjaar werd benut met het gezamenlijk maken van drie ‘magazines’ waarin nieuwe technieken als grafische audiotracks en een interactief e-zine werden verkend. Het individuele ego heeft plaatsgemaakt voor een ‘we go’.

Saïd Kinos, HIDEOUT, Uruma hotel in Okinawa, Japan. Foto Masafumi Kashi
Saïd Kinos, HIDEOUT, Uruma hotel in Okinawa, Japan. Foto Masafumi Kashi

STORYTELLING EN STREET ART

Deze transformatie van de ontwerpdisciplines zit inmiddels in de haarvaten van de Regeling Talentontwikkeling. Sinds 2019 wordt met de scout nights creatief talent dat niet is opgeleid aan de gangbare opleidingen – zoals de Design Academy Eindhoven of de TU Delft – een kans geboden om eigen werk te pitchen voor een selectiecommissie. Het zijn professionals in artdirection, storytelling of stadmaken die hiermee de kans krijgen om hun praktijk te verdiepen. Streetartist Saïd Kinos (lichting 2020) had al succes met zijn kleurrijke, grafische muurschilderingen waarin hij gebruikmaakt van ontwerptechnieken als collage en typografie. Dankzij een talentontwikkelingsbeurs kan hij het hokje streetart nu overstijgen en zijn praktijk uitbouwen tot die van een autonoom kunstenaar die niet meer alleen de stad als canvas heeft. Hij heeft zich bekwaamd in digitale technieken als augmented reality, animatie en projection mapping (de projectie van bewegend beeld op gebouwen).

EEN PRAKTIJK VAN EVOLUTIE

Zo valt het stimuleren van de individuele of collectieve praktijk samen met de ontwikkeling van het gehele vakgebied. Vaste uitgangspunten van traditionele ontwerpdisciplines als mode, design en architectuur worden verkend en verrijkt met nieuwe instrumenten, technieken, materialen en podia. Zodat inmiddels alles door elkaar loopt; straat, museum en website, cartografie en spuitbus, hekserij en 3D-printers. Deze ontwerptalenten reageren niet alleen op maatschappelijke ontwikkelingen – zij drukken er ook hun stempel op, en vormen daarmee de maatschappij van morgen. Wat meteen ook het ultieme bewijs is van de noodzaak van talentontwikkeling.


Tekst: Jeroen Junte

Longread Talent #2
Ik en de wereld
Post-crisis ontwerpgeneratie zoekt (en vindt) zijn plek in kwetsbare toekomst

De afgelopen zeven jaar heeft het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie ruim 250 jonge ontwerpers ondersteund met de Regeling Talentontwikkeling. In drie longreads wordt gezocht naar de gedeelde mentaliteit van deze ontwerpgeneratie, die is gevormd door de grote uitdagingen van onze tijd. Daarbij wordt onderzocht hoe ze omgaan met thema's als technologie, klimaat, privacy, inclusiviteit en gezondheid. In deze tweede longread: ontwerptalent wordt gevoed door een gevoel van urgentie. ‘Als wij het tij niet keren, wie dan wel?’

15 september 2008. 12 december 2015. 17 maart 2018. Het lijken willekeurige data. Maar deze momenten hebben een stempel gedrukt op het ontwerpveld van nu. Op 15 september 2008 namelijk ging de New Yorkse zakenbank Lehman Brothers failliet; de daaropvolgende diepe financiële crisis legde de wanorde van het mondiale economisch systeem haarscherp bloot. Op 12 december 2015 sloten 55 landen (inmiddels 197) een vergaand Klimaatakkoord, waarmee klimaatverandering als vaststaand feit werd erkend. De industriële uitputting van bestaande grondstoffen en energievoorraden is ‘officieel’ onhoudbaar. En op 17 maart 2018 berichtte The New York Times over een grootschalige politieke manipulatie door het databedrijf Cambridge Analytica. Het democratisch ideaal van de twintigste eeuw spatte uiteen op fake news en privacyinbreuk.

Deze gebeurtenissen – en nog wel meer overigens – markeren een permanente staat van crisis in de wereld. De ruim 250 ontwerpers die sinds 2014 zijn ondersteund via de Regeling Talentontwikkeling van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie zijn opgeleid tijdens en daarmee gevormd door deze crises. Zij behoren tot de laatste ontwerpgeneratie die 11 september 2001 nog bewust heeft meegemaakt. Een generatie die wordt gemotiveerd door een gevoel van urgentie. Zij weten: als wij het tij niet keren, wie dan wel? Tegelijkertijd zijn ze gespeend van arrogantie. Zij zijn zich terdege bewust van de beperkingen van zowel hun expertise als de discipline waarin ze werken – of dat nou productdesign, mode, digitaal ontwerp of architectuur is. De illusie dat zij die ene alomvattende oplossing hebben, koesteren ze niet.

Irene Stracuzzi, The legal status of ice
Irene Stracuzzi, The legal status of ice

DE GELDSTROMEN IN KAART

Maar communicatie is ook een krachtig wapen, weet Femke Herregraven (lichting 2015). De grafisch ontwerper verdiepte zich in de financiële constructies achter de neoliberale wereldeconomie en maakte deze zichtbaar. Herregraven richtte zich hierbij op de offshoreconstructies en het loskoppelen van kapitaal en fysieke locaties. Met een serious game liet ze je spelenderwijs kennismaken met de internationale belastingconstructies in verre oorden. Dit Taxodus put uit een grote database, waarin verschillende internationale belastingverdragen en gegevens van bedrijven en landen zijn verwerkt. Rijk worden was inderdaad nog nooit zo leuk en makkelijk. Daarnaast onderzocht zij de koloniale geschiedenis van Mauritius en de nieuwe rol van dit eiland in de Indische Oceaan als belastingparadijs. Met minutieus speurwerk en verrassende ontwerpen toonde Herregraven verborgen waardesystemen en maakte de materiële en geografische gevolgen ervan inzichtelijk. Om het ongebreidelde kapitalisme te kunnen hervormen, moet je toch eerst de valkuilen ervan kennen.

Kennis is ook macht. Daarmee zoeken deze ontwerpers hun plek in een wereld die steeds kwetsbaarder is. Heel letterlijk kwetsbaar ook, want klimaatverandering wordt als grootste bedreiging ervaren. Ook hier bepalen geopolitieke krachten het speelveld, toonde grafisch ontwerper Irene Stracuzzi (lichting 2019). Met haar installatie The legal status of ice verbeeldt zij de claim die de vijf Arctische landen – Rusland, Canada, Denemarken, Noorwegen en de VS – leggen op de Noordpool. Onder het smeltende zee-ijs kunnen zich tenslotte immense olie- en gasvelden bevinden. Maar zou niet juist dat ijs zelf, dat sinds het einde van de jaren zeventig met de helft is geslonken, aan de orde moeten zijn? Dit contemporaine imperialisme is door Stracuzzi letterlijk in kaart gebracht met een reusachtig 3D-model van de Noordpool waarop de overlappende claims en andere data worden geprojecteerd. The legal status of ice gaat over de Noordpool, maar ook over de uraniummijnen in Angola, of de nieuwe ruimtewedloop op zoek naar delfstoffen op de maan. Het gaat over een systeem van uitbuiting en kolonialisme. Stracuzzi’s werk werd door de invloedrijke curator Paola Antonelli geselecteerd voor de manifestatie Broken Nature in de Triennale di Milano in 2019. Niemand kan nu nog beweren dat wij het niet wisten.

Marco Federico Cagnoni
Marco Federico Cagnoni

LEVENDE LAMPEN

Het besef dat de complexiteit van de klimaatcrisis te groot is om het alleen het hoofd te bieden, zit diep. Gretig werken ontwerpers samen met andere disciplines. Zo doet Marco Federico Cagnoni (lichting 2020) met de Universiteit Utrecht onderzoek naar latexproducerende eetbare planten. Onder meer maïs en aardappelen worden nu nog verbouwd als grondstof voor bioplastic, waarbij in dat productieproces de voedingsstoffen verloren gaan. Cagnoni concentreert zich op voedselgewassen waarvan het restmateriaal ook wordt verwerkt tot volwaardige bioplastics.

Vanuit een besef dat de aarde niet langer straffeloos kan worden uitgebuit, zoeken ontwerpers naar een symbiose met de natuur. De routekaart is divers: de natuur wordt beschermd, nagebootst, gerepareerd of verbeterd. We zijn tenslotte in het Antropoceen, het tijdperk waarin menselijk handelen al het leven op aarde beïnvloedt. Maar als de natuur door de mens kan worden vernietigd, dan kan deze ook worden herschapen. Biodesigner Teresa van Dongen (lichting 2016) werkte voor de ontwikkeling van de lamp Ambio op basis van lichtgevende bacteriën samen met microbiologen van de TU Delft en Universiteit Gent. De lamp is feitelijk een lange buis met een vloeistof waarin zeebacteriën leven; als de buis schommelt worden de bacteriën geactiveerd om licht af te geven. Hoe beter er voor de bacteriën wordt gezorgd, hoe meer en langer ze licht geven. Naast een duurzaam alternatief fungeert haar biolamp ook als krachtig communicatiemiddel. Het kan dus wel, samenwerken met de natuur. Wij zijn het alleen verleerd.

Teresa van Dongen, Ambio
Teresa van Dongen, Ambio

Daarom zoeken ontwerpers ook naar manieren om ons contact met de natuur te herstellen. Architect Anna Fink (lichting 2020) suggereerde een plattelandshuis dat bestaat uit kamers die verspreid liggen in bossen, weilanden en een dorp. Bewoners moeten hun Landscape as House zelf onderhouden door te kappen, planten, maaien, bouwen en repareren. De essentie van dit gefragmenteerde ‘huis’ is een dagelijks ritme van beweging van kamer tot kamer en een bewustwording van omgeving, tijd en ruimte. Routines en rituelen zijn geworteld in de verandering van het weer. Seizoenen worden een huiselijke ervaring. Fink putte hiervoor uit de eeuwenoude, halfnomadische levensstijl van haar voorouders in de vallei van het Bregenzerwald in de noordelijke Alpen. Hyperlokaliteit als oplossing voor mondiale vraagstukken.

Sissel Marie Tonn i.s.m. Jonathan Reus, Sensory Cartographies
Sissel Marie Tonn i.s.m. Jonathan Reus, Sensory Cartographies

RUWE SATELLIETDATA

Al zijn er ook ontwerpers die juist vertrouwen op technologie om de natuur te ervaren. Want waarom terugverlangen naar iets wat niet meer bestaat? Het Antropoceen is immers al begonnen. Sissel Marie Tonn (lichting 2020) gebruikt wetenschappelijke data als seismografische metingen. Deze complexe en abstracte data combineert ze met empathische gesprekken met Groningers over hun ervaringen met de aardbevingen. Deze gelaagde informatie over zowel de menselijke als de geografische aspecten van aardbevingen werden in samenwerking met twee modeontwerpers – letterlijk – verweven in een draagbaar vest. Daarnaast realiseerde ze met sound artist Jonathan Reus (lichting 2018) een interactieve compositie van sonische vibraties, om de ingrijpende ervaring van een aardbeving voor een breed publiek invoelbaar te maken. Door natuurlijke processen met technologie te verbinden in ruimtelijke installaties, maakt Tonn de impact van de mens op de aarde zichtbaar en tastbaar. De aardbevingen in Groningen zijn immers door de mens in gang gezet.

De opvatting over wat natuur is, verschuift door nieuwe technologieën als life science en biohacking. Het zal geen toeval zijn dat deze ontwerpers ongeveer net zo oud zijn als Dolly, het eerste gekloonde schaap ter wereld (1996). De Taiwanees-Nederlandse ontwerper Kuang-Yi Ku (lichting 2020) trok deze genetische replicatie met zijn Tiger Penis Project door naar de gezondheidszorg. De tijgerpenis wordt in veel traditionele Aziatische geneeskunde gezien als medicijn met heilzame krachten voor de mannelijke potentie. De toch al met uitsterven bedreigde tijger staat hierdoor nog verder onder druk. Daarom stelde Ku – hij studeerde eerder ook al tandheelkunde – voor om een tijgerpenis op basis van stamcellen in het laboratorium te kweken. Wat meteen ook weer allerlei nieuwe dilemma’s opriep: is de tijgerpenis die niet afkomstig is van een wilde tijger maar uit een kweekbakje komt nog wel geschikt als traditioneel Chinees geneesmiddel? Oftewel wat zijn eigenlijk de grenzen van nature by design?

Deze versmelting van biologie en technologie zal uiteindelijk leiden tot een nieuw soort wezen: de posthuman. Sieradenontwerper Frank Verkade (lichting 2017) ontwikkelde met zijn project Paradise een scenario voor dat maakbare lichaam. Maar in plaats van technologie geeft Verkade juist een grote rol voor plant en dier om het menselijk lichaam aan te passen aan de moderne tijd. De oorsprong van sieraden ligt namelijk bij prehistorische natuurvolkeren die dierlijke vormen en natuurlijke materialen gebruikten om de mythische natuurkrachten over te nemen. Verkade verbindt de moderne mens met zijn omgeving door terug te grijpen op de oertijd.

Kuang-Yi Ku, Tiger Penis Project
Kuang-Yi Ku, Tiger Penis Project

TECHNOLOGIE HACKEN

Maar als technologie zo bepalend wordt voor de toekomst van de mens, dan mogen wij de toekomst van onze technologie toch niet overlaten aan een kleine groep welvarende witte mannen van middelbare leeftijd uit Silicon Valley of het Europees Parlement? Aldus speculatief ontwerper Frank Kolkman (lichting 2018). De discussie over de rol van technologie in ons dagelijks leven moet daarom onderdeel uitmaken van dat dagelijks leven. OpenSurgery is een onderzoek naar een doe-het-zelfoperatierobot. Deze worden nu al met behulp van 3D-printers en lasercutters gebouwd voor en door mensen in de VS die geen arts meer kunnen betalen. De zelfbenoemde design hacker houdt ons hiermee een spiegel voor waarin de sociale, ethische en politieke implicaties van technologie zichtbaar worden. Wat vinden we hiervan? Willen wij dit? Terugdraaien van technologie is tenslotte bijna onmogelijk.

Deze ambivalente houding ten opzichte van technologie is een rode draad in de nieuwe ontwerpmentaliteit. Met de tablet op schoot en laptop op school, is deze ontwerpgeneratie opgegroeid als digital natives. Technologie speelt een vanzelfsprekende rol in hun leven. Maar ze zien ook de risico’s ervan. Robotisering, big data en kunstmatige intelligentie roepen nieuwe ethische dilemma’s op over privacy en werkgelegenheid. I agree with the terms of Click here to continue – vaak meerdere keren per dag drukken wij deze waarschuwingen, want dat zijn het volgens dataontwerper Julia Janssen (lichting 2018), achteloos weg. Maar waar geven wij nou eigenlijk toestemming voor? Welke gegevens worden er verzameld en door wie? Maar vooral: waarom? En wat is de waarde van informatiestromen? Met haar project 0.0146 seconds (de tijd die het kost om op de ‘accept all’-button te klikken) maakt Janssen ons bewust van de onzichtbare economie achter internet. Daarvoor zette ze alle 835 privacyregels van de website van de Britse tabloid Daily Mail in een vuistdik boek. Op evenementen als de Dutch Design Week wordt dit boekwerk als een openbare aanklacht voorgelezen door het publiek.

Frank Kolkman, Opensurgery
Frank Kolkman, Opensurgery

AANKLAGER EN VERDEDIGING

De nieuwe digitale realiteit waarin niets is wat het lijkt en nepnieuws overal op de loer ligt, duwt ontwerpers in de rol van waarheidsvinders. Om te voorkomen dat complexe mondiale vraagstukken als globalisering of klimaatverandering in een abstracte discussie verzanden, maakte het ontwerpduo Cream on Chrome (Martina Huynh en Jonas Althaus, lichting 2020) zonder een spoor van ironie gebruik van een fictieve rechtszaak waarin dagelijkse voorwerpen worden aangeklaagd. Een sneaker wordt gearresteerd en vervolgd voor klimaatverandering en een mondkapje staat terecht voor het niet op tijd aanwezig zijn om besmetting te voorkomen. Met dit debat tussen aanklager en verdediging plaatst Cream on Chrome vraagtekens bij de onderlinge verwijten en het zoeken naar een zondebok. Want zijn wij het feitelijk niet zelf die in het beklaagdenbankje staan?

Cream on Chrome, Proxies on Trial
Cream on Chrome, Proxies on Trial

ONTWERPEN VANUIT URGENTIE

Ontwerpers nemen zo de rol aan van de kanarie in de koolmijn. Zij zijn het die ons waarschuwen voor de gevolgen van 15 september 2008, 12 december 2015 en 17 maart 2018. De Regeling Talentontwikkeling stelt ze in staat om dit te doen zonder belemmeringen door gebrek aan tijd of geld. En misschien nog wel belangrijker: zonder de druk van meetbaar rendement. Alleen bij vrij experiment is er ruimte voor onverwachte inzichten. Wie had kunnen bedenken dat het Tiger Penis Project van Kuang-Yi Ku maar dan met vleermuizen en schubdieren een wereldwijde pandemie had kunnen voorkomen? Of dat de Daily Mail inmiddels niet langer door Wikipedia wordt erkend als een betrouwbare nieuwsbron, iets waarop Julia Jansen al zinspeelde?

Ontwerpers wordt de mogelijkheid geboden om de wereld te transformeren in plaats van zich te conformeren aan the powers that be; in plaats van dreigende onomkeerbaarheid wordt potentiële verbetering gekoesterd. Met speculatieve of juist praktische, maar altijd inventieve ontwerpen wordt de wereld verklaard, en verbeterd. Waarmee Talentontwikkeling niet alleen een waardevol instrument is voor de individuele ontwerpers, maar voor de hele samenleving.


Tekst: Jeroen Junte

Longread Talent #3
Ik en de ander
Empathisch ontwerptalent focust op mensen, niet op zichzelf (of dingen)

De afgelopen zeven jaar heeft het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie ruim 250 jonge ontwerpers ondersteund met de Regeling Talentontwikkeling. In drie longreads wordt gezocht naar de gedeelde mentaliteit van deze ontwerpgeneratie, die is gevormd door de grote uitdagingen van onze tijd. Daarbij wordt onderzocht hoe ze omgaan met thema's als technologie, klimaat, privacy, inclusiviteit en gezondheid. In deze derde en laatste longread: niet langer ligt de focus op persoonlijk succes en individuele expressie maar op ‘de ander’.

Het jaar 2015 stond in het teken van een vluchtelingencrisis. Hoewel er al jarenlang mensen uit Afrika en Centraal-Aziatische landen op drift zijn geraakt door oorlog, armoede en onderdrukking, verdronken er die zomer honderden vluchtelingen in wrakke bootjes op de Middellandse Zee. De onmacht, woede, frustratie, wanhoop en verdriet werden treffend verbeeld met de foto van het aan de Turkse kust aangespoelde lichaam van de verdronken driejarige Syrische peuter Alan Kurdi. Waar de financiële crisis van 2008 bijna onzichtbaar was – zelfs de bankiers wisten zich tenslotte geen raad – was wegkijken nu niet langer mogelijk. Niet alleen in de media, maar ook in het straatbeeld. De ellende van de ander is indringend en alomtegenwoordig geworden.

Ook de Nederlandse opvangcentra puilden uit. Ontwerper Manon van Hoeckel (lichting 2018) zag de vluchtelingen in haar buurt tijdens haar studie aan de Design Academy Eindhoven. Tegelijkertijd besefte ze nog nooit met een asielzoeker te hebben gesproken. Dus bezocht ze een gekraakt pand waar uitgeprocedeerde asielzoekers woonden. En zag: dit zijn geen profiteurs of zielenpoten maar krachtige personen die willen meedraaien in en bijdragen aan de samenleving. En juist dat werd deze groep verboden. Uit betrokkenheid en daadkracht bedacht Van Hoeckel een reizende ambassade voor statusloze asielzoekers en ongedocumenteerden die zich ‘in limbo’ bevinden; ongewenst in Nederland én in het land van herkomst. De vluchtelingen oftewel ‘ambassadeurs’ konden hier buurtbewoners, passanten en ambtenaren uitnodigen voor een gesprek. Met deze In Limbo Embassy faciliteerde ze ontmoetingen tussen buurtbewoners en een kwetsbare groep nieuwkomers.

EMPATHISCHE BEVLOGENHEID

Deze houding van Van Hoeckel is in veel opzichten tekenend voor de mentaliteit van een generatie die de afgelopen zeven jaar deelnam aan de Regeling Talentontwikkeling van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Ontwerp gaat al lang niet meer over spullen maar over mensen. Die empathisch bevlogenheid loopt inmiddels door alle ontwerpdisciplines. Niet langer staan daarbij persoonlijk succes en individuele expressie centraal. De blik van de ontwerper, onderzoeker en maker is nadrukkelijk gericht op de ander. De vluchtelingencrisis van 2015 heeft daarbij gewerkt als zowel een deeltjesversneller als een vakinhoudelijke verdieping. Deze humane crisis vraagt tenslotte om onorthodoxe en radicale voorstellen en ideeën.

Lena Knappers
Lena Knappers

Stedenbouwkundige Lena Knappers (lichting 2019) onderzocht de ruimtelijke leefomstandigheden van asielzoekers, arbeidsmigranten en internationale studenten. Met haar onderzoek Rethinking the Absorption Capacity of Urban Space aan de TU Delft ontwikkelde zij strategieën om migranten op duurzame wijze in de ontvangende maatschappij op te nemen. Te vaak is de huisvesting tijdelijk en informeel; denk aan ad hoc containerhuisvesting buiten het stadscentrum of in vacante legerkazernes. Knappers onderzocht alternatieve, inclusievere vormen van opvang, gericht op de invulling van de publieke ruimte. Met uiteindelijk een nog veel groter doel: een inclusieve stad waarin alle vormen van ongelijkheid in de publieke ruimte worden onderzocht en verholpen.

Hoezeer immigratie inmiddels deel uitmaakt van de alledaagse realiteit van de creatieve disciplines blijkt uit de praktijk van Andrius Arutiunian (lichting 2021). Na zijn master Compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag legde hij zich toe op de spanning tussen migratie en nieuwe technologieën. In zijn ontwikkeljaar deed hij onderzoek naar wat de impact van ontheemding en afwijkende meningen is op de samenleving en hoe deze impact zich kan manifesteren in soundscapes. Oftewel: hoe klinkt de integratie van nieuwkomers in Nederland? De verbindende factor is daarbij het begrip gharib, dat in het Arabisch, Perzisch en Armeens ‘vreemd’ of ‘geheimzinnig’ betekent. Arutiunian wil geen concrete ontmoetingen tussen mensen creëren; hij streeft ook geen nieuwe woonvormen na. Slechts de eigen beroepspraktijk wordt verrijkt met de culturele invloed van migratie.

ALLEENSTAANDE VADERS

Inclusiviteit en culturele diversiteit zijn nu dominante thema’s op de maatschappelijke agenda. Zo wordt – gevoed door de Black Lives Matter-beweging in de Verenigde Staten – een vurig debat gevoerd over institutioneel racisme. De ander blijkt niet langer een vreemdeling aan onze grenzen te zijn, maar is ook onze buurman of collega. De samenleving dreigt te polariseren en daarbij kunnen bevolkingsgroepen worden gemarginaliseerd. Ontwerpers mengen zich actief in deze discussie en zetten design in als een emanciperende kracht voor een samenleving die all inclusive is; open en toegankelijk voor iedereen, ongeacht de achtergrond.

Giorgio Toppin, KABRA (XHOSA), Foto: Onitcha Toppin
Giorgio Toppin, KABRA (XHOSA), Foto: Onitcha Toppin

De emancipatie van achtergestelde groepen begint met het verkennen en verdiepen van een gedeelde identiteit. Alleen met begrip van de eigen afkomst, cultuur en tradities kan uiteindelijk grip worden gekregen op een volwaardige plek in de samenleving. Giorgio Toppin (lichting 2020) is een trotse Bijlmer-Amsterdammer en een zwarte man met een Surinaamse achtergrond. Deze twee werelden mixte hij met zijn modelabel Xhosa tot nieuwe verhalen, vertaald in mannenkleding die binnen de hedendaagse westerse context past. Voor de verhalen van Surinaamse diaspora waarop zijn collecties zijn gebaseerd, reisde hij naar zijn geboorteland om daar lokaal vakmanschap en traditionele maaktechnieken te onderzoeken en vast te leggen. Vervolgens vervaardigde hij truien met inheemse knooptechnieken; een winterjas kreeg een met de hand geborduurde traditionele print uit het district Saramacca. Omgekeerd voorzag hij de Creoolse ‘kotomisi’, die lastig is te dragen, van een comfortabele en eigentijdse snit. Met zijn biculturele mode versterkte Toppin de culture identiteit van Surinamers en vergrootte daarmee het begrip en de waardering voor zijn afkomst bij andere bevolkingsgroepen. Zijn kleding moet tenslotte in de eerste plaats ‘cool zijn om te dragen’, aldus Toppin zelf.

Natuurlijk waren creatieve disciplines altijd al goed in staat om een identiteit te versterken. Mode, gebruiksvoorwerpen, een interieur en fotobeelden zijn nu eenmaal een uitstekend instrument om te laten zien wie je bent en vooral ook wie je wilt zijn. Maar de afgelopen jaren staat identiteit niet meer voor een vrijblijvende lifestyle maar kan het ook een stigma zijn dat bepalend is voor je maatschappelijke positie. Lang niet altijd is identiteit een keuze, terwijl het van grote invloed is op het dagelijks leven – iets waarover Surinaamse, Turkse, Marokkaanse of Antilliaanse Nederlanders kunnen meepraten, tot de vierde generatie aan toe. Wie zich als ontwerper buigt over deze vastgelegde identiteit moet zich terdege bewust zijn van culturele en emotionele gevoeligheden. De ontwerper die wel even zal uitleggen wat verantwoord is en wat slecht, loopt achter de inclusieve feiten aan.

Marwan Magroun, The Life of Fathers, Adison & Ayani
Marwan Magroun, The Life of Fathers, Adison & Ayani

Daarom werken ontwerpers steeds meer vanuit een persoonlijke betrokkenheid of agency (eigenaarschap). Fotograaf en storyteller Marwan Magroun (lichting 2020) legde met zijn documentaireproject The Life Of Fathers de wereld van alleenstaande vaders met een migratieachtergrond vast. Magroun, die zelf het grootste gedeelte van zijn jeugd opgroeide zonder een vaderfiguur, zocht naar antwoorden en verhalen van een veelal onopgemerkt maar diepgevoeld vaderschap. Zo wilde hij afrekenen met het vooroordeel dat vaders met een migratieachtergrond afwezig zijn in de opvoeding. Met zijn fotoreportage en begeleidende film (inmiddels uitgezonden op NPO3) heeft hij een groep toegewijde maar onderschatte vaders een stem en een gezicht gegeven.

QUEERS EN ‘EXTENDED FAMILIES’

Diversiteit wordt maatschappijbreed omarmd en uitgedragen. Bestaande opvattingen over gender, seksualiteit en etniciteit verschuiven. Dat betekent ook dat er volop wordt gespeeld en geëxperimenteerd met identiteit en de manieren waarop deze kan worden vormgegeven. Ontwerpers zijn daardoor niet langer een doorgeefluik voor industrie of overheid, maar nemen een activistische houding aan. Leidraad daarbij is niet langer het eigen ego maar juist de sociale cohesie. Renee Mes (lichting 2021) wilde de stereotypering van de LGBTQ+-gemeenschap doorbreken en daarmee acceptatie vergroten. Ze richtte zich hierbij heel specifiek op hoe binnen de diverse queergroepen de extended families worden vormgegeven. Dit zelfverkozen gezin wordt vaak samengesteld als alternatief voor afwijzing of schaamte binnen de families waarin queers zijn opgegroeid. Maar deze nieuwe leefvorm kampt met juridische, medische, educatieve en andere institutionele achterstelling. Gezien worden als eerste stap naar erkenning, dat was de aanpak van Mes.

Voor haar research en ook het realiseren van filmportretten werkte de witte cisgender Mes samen met de organisatie Queer Trans People of Colour. Samenwerking kan ook agency geven. Daarbij, over wiens identiteit gaat het hier nou eigenlijk? Of in de terminologie van Black Lives Matter: ‘nothing about us without us’. Dat inclusief design wordt gerealiseerd volgens deze politiek correcte spelregels van agency en representation is logisch. En misschien zelfs noodzakelijk. De talloze culturele gevoeligheden vragen tenslotte om grote zorgvuldigheid.

SELECTIE EN SCOUTING

Als het gaat over gelijkheid in kansen, dan kan de creatieve industrie zelf niet buiten schot blijven. De ontwerpdisciplines zijn namelijk niet vrij van stereotypen. Met het onderzoeksproject Mediated Bodies heeft Gabriel A. Maher (lichting 2016) de genderverhouding in het internationale designmagazine Frame minutieus vastgelegd. Niet alleen was tachtig procent van de mensen in het tijdschrift mannelijk – van geïnterviewde ontwerpers tot de modellen in de advertenties. Bovendien werden vrouwen hoofdzakelijk afgebeeld in rolbevestigende en soms zelfs onderdanige houdingen als voorovergebogen of gehurkt. Met hun (als non-binair persoon gebruikt Maher de voornaamwoorden zij/hen/hun) feministische praktijk streefde Maher naar ‘deconstructie’ van de ontwerpdiscipline om de bestaande machtsstructuur en vooroordelen vast te leggen. Alleen na een actief proces van zelfreflectie en kritiek kan ontwerp zijn potentieel volledig vervullen als een discipline die bijdraagt aan maatschappelijke verbetering.

Maar aandacht voor meerstemmigheid alleen is niet genoeg. Het gaat om evenredige vertegenwoordiging, juist ook in de creatieve disciplines. De Regeling Talentontwikkeling wil daar een actieve bijdrage aan leveren met nieuwe vormen van selectie. Voor ontwerpers, onderzoekers en makers die zich zonder een relevante ontwerpopleiding maar in de praktijk professioneel hebben ontwikkeld, zijn er de scout nights. Talenten die buiten de gebaande creatieve paden werken, kunnen tijdens deze avonden hun werk aan een jury pitchen. Veel ontwerpers die van deze scout nights gebruikmaken behoren tot minderheidsgroepen, waarin een keuze voor een kunstacademie of technische universiteit nu eenmaal minder voor de hand liggend is.

Khalid Amakran, Hady
Khalid Amakran, Hady

De Rotterdamse fotograaf Khalid Amakran (lichting 2021) heeft zich als autodidact ontwikkeld van hobbyist tot professioneel portretfotograaf. Via selectie tijdens de scout nights kon hij zich vervolgens een jaar lang storten op een project over de identiteitsvorming van Marokkaans-Nederlandse jongeren van de tweede en derde generatie. Onder de noemer 3ish legde hij in een korte documentaire en een boek vast hoe deze groep worstelt met loyaliteitskwesties, code-switching, institutioneel racisme, jihadisme en politisering van vooral mannelijke Marokkaanse-Nederlanders. Deze representatie van talenten met een biculturele of non-binaire achtergrond in de creatieve industrie is essentieel. Want alleen met zichtbare voorbeelden en herkenbare rolmodellen ontstaat een gevoel van erkenning en waardering, en wordt de noodzakelijke diversiteit in de creatieve industrie gewaarborgd.

ARABISCHE KALIGRAFIE

Inmiddels zijn er negen talenten via de scout nights geselecteerd in de lichting 2020 en 2021. Een aantal dat de komende jaren zeker zal stijgen. Want een bijkomende meerwaarde is dat deze ontwerpers ook de inhoudelijke diversiteit van hun vakgebied vergroten met hun eigenzinnige beroepspraktijk. Eveneens autodidact is ILLM, de naam waaronder illustrator Qasim Arif (lichting 2021) werkt. Hij vermengt het eeuwenoude ambacht van kalligrafie met eigentijdse elementen van hiphop en straatcultuur. De klassieke Arabische kalligrafie is per definitie tweedimensionaal; het beeldhouwen van levende wezens is volgens islamitische voorschriften namelijk voorbehouden aan Allah. ILLM wil deze beeldtaal omzetten in ruimtelijke sculpturen. Daarbij put hij ook inspiratie uit zijn eigen leven. Hij groeide als derde generatie Marokkaanse-Nederlander op in een metropool. Kalligrafie vermengt hij daarom met de popculturele iconen als de Nike Air Max 1, een herkenbaar statussymbool dat de dromen, wensen en herinneringen van heel veel kinderen met een migratieachtergrond verbeeldt. Straatcultuur en eeuwenoud grafisch vakmanschap vloeien bij ILLM samen in een volstrekt nieuw idioom.

AANJAGERS VAN INCLUSIE

In de Regeling Talentontwikkeling valt zo een noodzakelijke maatschappelijke emancipatie op een vanzelfsprekende manier samen met een activistische mentaliteit. Ontwerpers, onderzoekers en makers worden geleid door een oprechte en een diepgevoelde betrokkenheid bij identiteit en inclusiviteit. Met empathie en inlevingsvermogen – intrinsiek of door samenwerking met de doelgroep – kunnen zij fungeren als aanjager voor transformatieve initiatieven en verbindend debat. Zo wordt een krachtig potentieel van de creatieve disciplines ontsloten: het verwezenlijken van een diverse samenleving waarin alle bevolkingsgroepen gelijkwaardig zijn. De blik op de ander is tenslotte ook een blik op ons allemaal.


Tekst: Jeroen Junte

Groeibriljanten en Nieuwe Olie
door Rosa te Velde

Rond 1960 komt de eerste talentenjacht op de Nederlandse televisie, overgewaaid uit Amerika. ‘Nieuwe Oogst’ wordt in eerste instantie gemaakt in de zomermaanden, met weinig budget. Een talentenjacht blijkt een goedkope manier om vermakelijke televisie te maken: de deelnemers grijpen hun kans om beroemd te worden met hun kunstjes, grappen, vermaak en spektakel – in ruil voor koffie en reiskosten.1

Talentenshows, talentenjachten bestaan sinds mensenheugenis. Maar het idee van talentontwikkeling – het belang van het financieel ondersteunen van en investeren in talent – bestaat nog niet zo heel lang. Vanaf de jaren zeventig, met de opkomst van de informatiemaatschappij en de kenniseconomie wordt het belang van ‘een leven lang te leren’ steeds belangrijker. Kennis wordt een asset. Bijscholing, het ontwikkelen van je skills en flexibiliteit worden vereisten en passie wordt noodzaak. Jij bent verantwoordelijk voor eigen geluk en succes. Je moet ‘eigenaar’ worden van je persoonlijke groeiproces. In 1998 publiceert McKinsey & Company ‘The War for Talent’. In deze studie wordt onderzocht wat het belang van ‘high performers’ is voor bedrijven, hoe talenten te werven, ontwikkelen, motiveren en hen vast te houden als werknemers. In de afgelopen decennia is talentenmanagement (TM) een belangrijk onderdeel geworden van bedrijven om concurrentievermogen te optimaliseren, nieuw leiderschap te kweken of persoonlijke groei te bewerkstelligen. Talentmanagement richt zich soms op het hele bedrijf maar vaker exclusief op jonge ‘high potentials’, die ofwel reeds een goede performance hebben geleverd, ofwel veelbelovend zijn en potentie hebben.2

Het is sociaal geograaf Richard Florida die talent in verband brengt met creativiteit in zijn boek The Rise of the Creative Class (2002). In dit boek maakt hij de – onomkeerbare – koppeling tussen economische groei, stedelijke ontwikkeling en creativiteit. Een vleugje excentriciteit, een bohemienne levensstijl en coolheid worden de bepalende factoren die onder de noemer ‘creativiteit’ de speelruimte vormen waar waardecreatie plaatsvindt. Zijn theorie resulteert in een stortvloed aan innovatieplatforms, zinderende creatieve kennisregio’s en levendige broedplaatsen. Het talentdiscours raakt onlosmakelijk verbonden met de creatieve industrie. Zo is de door Florida opgerichte Global Creativity Index – Nederland staat in 2015 op nummer 10 – gebaseerd op de drie T’s van technology, talent en tolerance. Het fenomeen ‘talent’ neemt een vlucht binnen de wereld van de tech startups en in Silicon Valey vechten de innovatiemanagers om de beste talenten. ‘Talent is the new oil’.

Het idee dat talent zich kan ontplooien en ontwikkelen onder de juiste condities staat haaks op het oudere, romantische concept van het door god gegeven, mysterieuze ‘genie’. Talent in de moderne opvatting is niet (geheel) aangeboren, en juist daarom heeft het zin om er geld en ruimte voor te geven. Zoals een groeibriljant, die ‘stapsgewijs waardevoller’ kan worden.

Wat is de geschiedenis van cultuurbeleid en talentontwikkeling in Nederland? Waar de overheid tot de Tweede Wereldoorlog cultuur overlaat aan particulieren, wordt na de oorlog een actief, “stimulerend, voorwaardenscheppend beleid” gevoerd.3 De overheid houdt vast aan het Thorbecke-principe en is geen ‘oordelaar’ van kunst. Maar volgens literatuurhistoricus Bram Ieven vindt vanaf de jaren zeventig een kanteling plaats. Kunst moet democratischer worden en om dat te bereiken moet er meer aansluiting op de markt komen: “[…] van een maatschappelijke invulling van het sociale van de kunst (kunst als participatie) naar een marktgerichte invulling van de sociale taak van de kunst (kunst als creatief ondernemerschap).”4 Met de BKR en later de WWIK worden kunstenaars en vormgevers langdurig financieel ondersteund als ze over onvoldoende middelen beschikken op voorwaarde van een diploma aan een erkende academie of als bewezen was dat men een beroepspraktijk had.5

Pas in de cultuurnota ‘Kunst van Leven’ (2006) van Ronald Plasterk wordt het belang van investeren in talent veelvuldig genoemd, want veel talent blijft ‘onbenut’.6 Plasterk roept met name op om ‘excellent toptalent’ meer ruimte te geven, vooral om internationaal mee te kunnen blijven doen. Sindsdien staat ‘talentontwikkeling’ als begrip in steen gebeiteld in cultuurbeleid. In ‘Meer dan kwaliteit’ (2012) onderschrijft ook Halbe Zijlstra het belang van talent, maar hij geeft een andere uitleg: “Net als in de wetenschap is het in de cultuur belangrijk ruimte te geven aan vernieuwing en innovatie die niet door de markt tot stand komt, omdat de ondernomen activiteiten nog niet direct winstgevend zijn.”7 Het ondersteunen van talent kan hiermee zelfs na de economische crisis gemakkelijk gelegitimeerd worden binnen Zijlstra’s beruchte nuttigheid- en rendementsdenken. Ook Jet Bussemaker handhaaft de nadruk op talentontwikkeling en voor de komende jaren blijft talent op de agenda staan.8

Door het Stimuleringsfonds wordt in 2013 voor het eerst een groep van talenten gesubsidieerd. Net als bij het talentontwikkelingsprogramma van het Mondriaanfonds wordt in het beleidsplan van 2013-2016 gekozen voor één gezamenlijke selectieronde per jaar. Hoewel de nadruk ligt op individuele trajecten, wordt genoemd dat een gezamenlijke beoordeling objectiever en deskundiger is en publicitaire ondersteuning daarmee ook gemakkelijker.9

Wie wordt als creatief talent in beschouwing genomen? Om in aanmerking te komen voor de beurs moet je aan een aantal specifieke eisen voldoen: je moet ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel, niet langer dan vier jaar geleden een ontwerpopleiding hebben afgerond en een goede aanvraag kunnen schrijven waarmee de negen commissieleden uit het veld kunnen worden overtuigd van jouw talent. Zij bepalen op basis van een aanvraag de potentie, ofwel de belofte van je ontwikkeling, waarbij de timing van deze subsidie goed moet passen. Hoe genuanceerd de aanvraagprocedure ook verloopt, deze factoren zorgen voor een afgebakend begrip van ‘talent’.

Als je door de strenge selectie heen komt – gemiddeld wordt tien tot vijftien procent van de aanvragen gehonoreerd – is het een enorme luxe om een jaarlang zelf je agenda te mogen bepalen: te kunnen acteren in plaats van te reageren. Een vrijhaven, een korte pauze van bestaansonzekerheid. Of is het juist een bekrachtiging van het systeem; het moment waarop de kansen gepakt moeten worden? Als gevolg waarvan zelfexploitatie, stress en verlamming toeslaan? Het creatieve proces is in werkelijkheid erg grillig. Zullen de talenten hun belofte kunnen inwisselen?

De een heeft een reis naar China gemaakt, een ander heeft een residentie in Oostenrijk kunnen doen, weer iemand anders zei z’n bijbaantje op. Velen doen onderzoek op allerlei niveaus; van veldonderzoek, materiaalexperimenten tot het schrijven van essays. Sommigen bouwen prototypes of kunnen eindelijk Ernst Haeckel’s Kunstformen der Natur kopen. Anderen organiseren bijeenkomsten, fabrieksbezoeken, ontmoetingen, interviews, een ball.

Is er een gemeenschappelijke deler te onderscheiden binnen deze selectie van talenten? De groep is ook dit keer juist geselecteerd op balans en verscheidenheid; van geluidskunstenaar, filmmaker, designthinker, onderzoeker, cartograaf, verhalenverteller, voormalig architect tot genderactivist-cum-modeontwerper – en dus kan gezamenlijkheid in presentatie geforceerd aanvoelen. Maar door samen naar buiten te treden wordt zichtbaarheid van de talenten gecreëerd. Belangrijk, want hoe anders kan deze investering worden gelegitimeerd?
Dit zijn de vragen die al sinds de eerste lichting spelen bij het Stimuleringsfonds; hoe treden we naar buiten met deze groep, zonder een plat, ongenuanceerd spektakel of romantisch idee van talent neer te zetten? Maar hoe maken we tegelijkertijd wel aan de buitenwereld zichtbaar wat er met publiek geld gebeurt? En wat is goed voor de talenten zelf? In de afgelopen jaren zijn er verschillende vormen uitgetest om te reflecteren op het jaartraject. Van verschillende gecureerde exposities met publicaties vergezeld door presentaties, podcasts, teksten, websites, workshops en debatten.
Het Stimuleringsfonds werkt als buffer tussen het neoliberale beleid en de creatieve werkelijkheid. Het fonds schept luwte voor het maken en biedt ruimte aan het nog-niet-weten, het onderzoek, het experiment en het falen, zonder daar al te veel eisen aan te stellen. Een evenwichtsoefening: Hoe demp je de harde beleidstaal, houd je de rendementsdenkers op afstand, terwijl de (absolute) noodzaak voor deze financiering gemeten, gezien en daarmee gewaarborgd blijft?

Dit jaar is op inspraak van de talenten zelf gekozen voor een andere aanpak: geen expositie. De Dutch Design Week lijkt voor de meesten niet de juiste plek te zijn; slechts een enkeling wil überhaupt een ‘afgerond’ ontwerp of project presenteren en niet noodzakelijk tijdens DDW. Bovendien: veel van de talenten hebben de subsidie ingezet om onderzoek te doen en mogelijkheden te scheppen. In plaats van een gezamenlijke expositie is daarom gekozen voor een bijeenkomst en profielteksten en videoportretten die gepubliceerd worden op ‘Platform Talent’, een online database. Hiermee komt de nadruk minder op het afgelopen jaar te liggen en meer op de zichtbaarheid van de maker en zijn/haar proces; een verschuiving van minder concrete of toegepaste resultaten naar meer aandacht voor persoonlijke werkwijzen. Voldoet deze publiekmaking aan de honger en nieuwsgierigheid van het brede publiek en de resultaatgerichtheid van de politiek? Is het misschien belangrijker geworden om aan te kondigen dat er talent is en niet wat het talent is? Of is dit een manier om meetbaarheid te omzeilen en de druk van de ketel af te halen?

Wat de talenten misschien nog het meest verbindt is het feit dat ze, hoewel ze erkend worden als ‘high performers’, allen op zoek zijn naar duurzame vormen van creatief werk binnen een precair en competitief ecosysteem van kansen pakken, optimisme en continu beschikbaar zijn. Falen of kwetsbaarheid, of het bespreken van de grilligheid van creativiteit heeft daar tot op heden nog weinig plek. De zoektocht naar talent blijft een show, een jacht, competitie of oorlog.

1 https://anderetijden.nl/aflevering/171/Talentenjacht
2 Elizabeth G. Chambers et al. ‘The War for Talent’ in: The McKinsey Quarterly 3, 1998 pp. 44–57. In 2001 verscheen dit onderzoek in boekvorm.
3 Roel Pots, ‘De tijdloze Thorbecke: over niet-oordelen en voorwaarden scheppen in het Nederlandse cutluurbeleid’ in: Boekmancahier 13:50, 2001, pp.462-473, p. 466.
4 Bram Ieven, ‘Opbouw als afbraak: over democratisering als vanishing mediator in het huidige kunstenbeleid’ in: Kunstlicht, 2016 37:1, p. 12.
5 De Beeldende Kunst Regeling gold van 1956-1986 en de Wet Werk en Inkomen Kunstenaars van 2005-2012.
6 Ronald Plasterk, Hoofdlijnen Cultuurbeleid Kunst van Leven, 2006 p. 5. Plasterk was minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2007 tot 2010.
7 Halbe Zijlstra, ‘Meer dan Kwaliteit: Een Nieuwe visie op cultuurbeleid’, 2012, p. 9. Zijlstra was staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2010 tot 2012 en verantwoordelijk voor de bezuinigingen op subsidies in de cultuursector.
8 Jet Bussemaker was minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2012 tot 2017.
9 Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie, beleidsplan 2013/2016.


Tekst: Rosa te Velde

Afsaneh Ghafarian Rabe’I

Afsaneh Ghafarian Rabe’I

Afsaneh Ghafarian Rabe'I is autodidact audiovisueel maker en geselecteerd tijdens de Scout Night in Amsterdam. In het ontwikkelplan omschrijft de maker de ambitie om vanuit persoonlijk perspectief het verhaal van de tweede generatie Iraanse-Nederlanders te vertellen. Hiervoor gaat ze een portretserie maken van Iraanse-Nederlanders en leeftijdsgenoten in Iran. De beelden uit de serie komen samen in een boek. Naast het boek ontwikkelt de maker een podcast en organiseert ze een thema-avond in Pakhuis de Zwijger. In het drieledige project spelen thema's als actualiteit, emancipatie, representatie, migratie en de Iraanse diaspora een grote rol. Gedurende het jaar experimenteert Ghafarian Rabe'I met mixed-media kunst en fotografie. Dit doet ze onder begeleiding van Aàdesokan, een Nigeriaanse fotograaf en kunstenaar met specialiteit in mixed-media werk. Verder gaat Ghafarian Rabe'I met hulp van Romaisa Baddar, schrijver van het boek 'Middle East Archive', distributiestrategieën onderzoeken. Marketeer en PR-strateeg Yev Kravt helpt de maker bij de marketingtechnische ondersteuning. Voor haar inhoudelijke verdieping bezoekt Ghafarian Rabe'I het Centrum voor Iraanse Diaspora Studies in San Francisco. Om de podcast en thema-avond te realiseren werkt Ghafarian Rabe'I samen met journalist en podcastmaker Mina Etemad. Daarbij helpt Khazar Lotfi met het redigeren en schrijven van de teksten voor de publicatie. Tot slot heeft Ghafarian Rabe'I de ambitie om het boek internationaal te lanceren en een PR-tour te maken langs grote steden waar de Iraanse gemeenschap het meest is vertegenwoordigd.
Alex Walker

Alex Walker

Grafisch ontwerper Alex Walker studeerde in 2019 af aan het Sandberg Instituut. Met een focus op experimentele en DIY productiewijzen werkt hij samen met andere kunstenaars en culturele instellingen aan publicatieprojecten. Tijdens het ontwikkelingsjaar zal Walker een driedelig project formaliseren, getiteld 'Mumbling Matter', bestaande uit een online resource, een reeks publicaties en een tentoonstellingsprogramma. Het online hulpmiddel richt zich op de materialiteit en de processen achter drukwerkproductie, gestructureerd als een open-source bibliotheek van tools, en een tijdschrift om experimenten en werken-in-proces te documenteren. De reeks publicaties wordt ontworpen en geproduceerd in samenwerking met collega-kunstenaars die een gemeenschappelijke interesse delen in DIY-cultuur, collectiviteit en het delen van vaardigheden. Tegen het einde van het ontwikkelingsjaar zal Walker een tentoonstelling organiseren om de geproduceerde werken en de gebruikte tools en processen te tonen.
Anna Wonders

Anna Wonders

Anna Wonders is opgeleid tot goudsmid en is geselecteerd tijdens de Scout Night in Zwolle. Inspiratie vindt zij in de natuur en zij houdt ervan ruwe details te combineren met fijne vormen. Wonders wil van haar eigen bedrijf een duurzame onderneming maken en bijdragen aan een gezonde arbeidscultuur binnen de industrie van goudwinning, waar nu veelal in slechte arbeidsomstandigheden wordt gewerkt. Daarom is zij licentiehouder bij Fairmined, een verzekeringslabel dat goud en zilver certificeert van ambachtelijke en kleinschalige mijnbouworganisaties die ethische praktijken ontwikkelen. Tijdens het ontwikkeljaar wil Wonders filmen in een Fairmined-mijn in Colombia, zodat ze in Nederland het verhaal van deze arbeiders kan laten zien. Daarnaast is zij van plan gietapparatuur aan te schaffen zodat zij kan experimenteren met vacuum- en slingergieten. Ook maakt Wonders een reis naar IJsland, waar zij begeleiding krijgt van juwelierszaak PRAKT in Reykjavík. Het resultaat wordt een sieradencollectie van fairmined goud en zilver, die geïnspireerd is op de natuur. Daarbij wordt het maakproces vastgelegd, met als doel andere goudsmeden te inspireren ook met dit materiaal te werken. Voor de presentatie van de collectie wordt gekeken naar SIERAAD International Jewellery Art Fair in Amsterdam en een expositie samen met andere Fairmined-goudsmeden in Zwolle.
Anni Nöps

Anni Nöps

Geluidskunstenaar en elektronisch muzikant Anni Nöps (Wetware) rondde in 2021 haar bachelor ArtScience aan de KABK af. De kern van haar werk is gericht op het aanvoelen, waarnemen en creëren van subtiele, gevoelige ervaringen die werken op een subliminaal, introspectief niveau. Ze werkt in verschillende media die draaien om geluid: geluidsinstallaties, video, virtual reality, vaste media geluidswerken, experimentele en conceptuele composities. Voor het komende jaar is Nöps van plan om haar praktijk als geluidskunstenaar op vier manieren te ontwikkelen: 1. door het produceren van verschillende geluidsinstallaties waarin het concept van materialiteit van het geluid wordt onderzocht; 2. door het creëren van nieuwe composities naast een release en live set om op te voeren; 3. door samen te werken met hedendaags ballet choreograaf-danser Louis Stiens; en 4. door het cureren van muziekevenementen op het snijvlak van academische compositie en nieuwe elektronische luistermuziek. Daarnaast wil Nöps haar klankgerelateerde vaardigheden ontwikkelen, door deel te nemen aan residenties en door begeleiding te zoeken van verschillende elektronische en ruimtelijke geluidscomponisten als haar mentoren. Mogelijke locaties om haar geluidswerken en performances te presenteren zijn festivals als FIBER, Klankvorm en Sonic Acts.
Benjamin Earl

Benjamin Earl

Benjamin Earl heeft in 2019 zijn master behaald aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in de richting Non-Linear Narrative. Earl is als ontwerper geïnteresseerd in hoe digitale technologie een verbinding maakt tussen de fysieke ruimte en sociale relaties. De ontwerper stelt zichzelf in het ontwikkelplan de vraag: Hoe kan digitale technologie de intimiteit met onze sociale en materiële omgeving bevorderen? Het komend jaar gaat Earl werken aan de ontwikkeling van vaardigheden in coderen, schrijven, grafisch ontwerp en geluidsontwerp. Het ontwikkelplan bestaat uit drie fasen. In fase 1 staat technisch en theoretisch onderzoek centraal. Gedurende deze fase gaat Earl een huisgemaakte server ontwerpen, deelnemen aan diverse cursussen en zich inschrijven bij de School for Poetic Computation in New York. Verder vraagt Earl begeleiding aan bij professor Matthew Fuller. In fase 2 onderzoekt Earl verschillende methodologieën. De ontwerper experimenteert met interactieve, audiovisuele interfaces en doet een verkenning naar gedachtegoed rondom decentralisatie via gesprekken met medeontwerpers die zich bezighouden met vergelijkbare thematiek. Tot slot werkt Earl in fase drie aan verschillende presentatievormen, waaronder educatie, een publieke presentatie en een digitale presentatie. Hiervoor zoekt hij contact met V2 en MU Hybrid Art House.
Colin Wegman

Colin Wegman

Muziekproducer en geluidsontwerper Colin Wegman is geselecteerd tijdens de Scout Night in Utrecht. De op Curaçao geboren maker groeide op in Leusden en maakt onder de naam audt98 muziek met geluidsontwerp als uitgangspunt. In het ontwikkelplan stelt de maker zich de vraag tot in hoeverre hij verbonden is met het eiland van herkomst. Wegman werkt met analoge drumcomputers, synthesizers, sequencers en voornamelijk vanuit intuïtie. In het ontwikkeljaar gaat Wegman via geluidsontwerp onderzoek doen naar zijn geografische, culturele en muzikale wortels op Curaçao. Hiervoor reist Wegman af naar Curaçao om samples op te nemen van lokale geluiden en traditionele Curaçaose instrumenten. Met de samples maakt Wegman een ode aan Curaçao, een muziekstuk waar het eiland zowel conceptueel als muzikaal is vertegenwoordigd. De geluidsontwerper gaat samenwerken met Nederlands-Curaçaose DJ Suze Ijó in de ondersteuning van de reis. Verder verbetert Wegman zijn technische skills op het gebied van muziek en geluidsontwerp door bij Dave Mech in de leer te gaan. De live sets worden gepresenteerd gedurende het jaar in verschillende clubs. Tot slot werkt Wegman samen met een lichtontwerper.
Constanza Castagnet

Constanza Castagnet

Constanza Castagnet (CCNet) is een sound designer die onderzoek doet naar onze relatie tot nieuwe technologieën zoals AI, de aanwezigheid van constant opnemende apparatuur, en stemdata. Het onderzoek vertaalt zich naar immersieve installaties waarin experimentatie met stemgeluid functioneert als brug naar alternatieve vormen van luisteren. Met de ontwikkelbeurs wil CCNet haar praktijk ontwikkelen op het gebied van machine-learning stemmodellen, als creatieve tool voor alternatieve samenwerkingen tussen mens en machine en als vraagstuk over de uitdagingen die deze technologie met zich meebrengt. In de eerste fase van het plan zal Castagnet mentoring krijgen in extended vocal technique van Lucrecia Dalt en Stine Janvin Motland. Parallel daaraan doet ze onderzoek naar de inhoudelijke aspecten in samenwerking met Arif Kornweitz en Eleni Ikonadiou. In de tweede fase, waarin gewerkt wordt aan een neural netwerk, krijgt Castagnet ondersteuning vanuit Hackers & Designers, Studio LOOS, en Never Before Heard Sounds op de technische aspecten, van Marijn Cinjee op de ruimtelijke installatie en ontvangt ze feedback op het werk van Holly Herndon, Debit, en Upsammy. In de derde fase wordt vormgegeven aan de presentatie via drie formats: een multi-kanaal immersieve geluidsinstallatie 'Artifical Hockets', een workshop, en een online platform. De installatie wordt gepresenteerd bij Qo2 in Brussel, platform Aux)) in Amsterdam, en Centro de Arte Sonoro in Buenos Aires. Het online platform wordt in samenwerking met creative coder Toni Brell gemaakt.
Deborah Mora

Deborah Mora

Deborah Mora (Orah) heeft een bachelor's degree in Design Kunst en Technologie van ArtEZ. In haar praktijk richt ze zich op performatieve en interactieve ruimtes. Voor het komende jaar wil ze haar beeldende praktijk inzetten om bij te dragen aan de creatie van meer immersieve, communicatieve en performatieve ruimtes, om zo het publiek meer te betrekken en te binden. Mora zal zich richten op het onderzoek, ontwerp en de productie van één hoofdproject: Bond II, dat meditatiepraktijken onderzoekt die verstrengeld zijn met multimediale ruimtes. Daarnaast wil ze de basis leggen voor een efficiënte methodologie die het voortschrijden van haar technische vaardigheden, theoretisch en toegepast onderzoek, en het aanscherpen van haar samenwerkingsverband samenbrengt. Mora zal begeleiding zoeken van verschillende kunstenaars om haar praktijk te helpen professionaliseren, waaronder Alice Bucknell, Kevin Bray en het kunstenaarscollectief Keiken. Ze is ook van plan workshops te volgen in video art direction en screenwriting, en studiereizen te maken om nieuwe manieren van produceren en onderzoeken te leren. Mora zal haar werk presenteren in de vorm van een tentoonstelling en performance op het FIBER Festival.
Dérive

Dérive

Hedwig van der Linden en Kevin Westerveld werken onder de naam Dérive aan een onderzoek gedreven ontwerppraktijk, opererend tussen architectuur, openbare ruimte, en stedelijke strategieën. Met het ontwikkeljaar willen zij Dérive ontwikkelen tot een voltijdse praktijk, die een grote diversiteit aan actoren kan betrekken bij de (her)ontwikkeling van een gebied. Dit wordt gedaan via drie hoofdsporen: een transversaal, thematisch, en versterkend spoor. In het transversale spoor wordt de methodiek van de praktijk ontwikkeld. In het thematische spoor wordt de methodiek toegepast via drie projecten: 'TuinKamer – ontmoetingen in de tuinstad', 'RTM x BXL', en 'Van Volkstuincomplex naar Stadstuinpark'. Het versterkend spoor bestaat uit een aantal activiteiten die parallel aan het ontwikkeljaar zullen lopen. Dérive wordt hierin ondersteund door verschillende samenwerkingen en coaches, waaronder: Jan Rothuizen, waarmee ze werken aan visualisatie-technieken om de sfeer van een omgeving vast te leggen; Michelle Provoost die met hen zal verkennen hoe de werkwijze van dérive vertaald kan worden naar de 21st eeuw. Dérive wil graag naast de meer conventionele architectonische presentatievormen ook een breder publiek bereiken via een voorstelling in samenwerking met het Verhalenhuis Belvédère en het Rotterdams Wijktheater.
Elif Satanaya Özbay

Elif Satanaya Özbay

Elif Satanaya Özbay benadert, met haar visuele en video-gebaseerd onderzoeks- en ontwerppraktijk, sociale groepen en vertrekt in het project 'How to Trace a Forgotten Diasporic Identity?' vanuit de vraag: wat te doen wanneer je jezelf niet kunt vinden in de archieven en de inhoud die je wilt onderzoeken te moeilijk te vinden is? Hoe bouw je voort op iets dat ooit werd vernietigd en hoe kunnen wij dit collectief herstellen? Tijdens het ontwikkeljaar wil Ozbay zich ontwikkelen in het verzamelen, opnemen, en verbinden van de orale geschiedenis van een diasporische identiteit voordat die verloren gaat; en deze vervolgens via experimentele verbeeldingsmethoden verbinden aan het heden. In de creatieve ontwikkeling ligt de nadruk op het werken met audio-uitingen, waar haar voorgaande werk voornamelijk visueel was. In de onderzoeksfase maakt Ozbay vooral opnames met verschillende Circassische gemeenschappen. In de ontwikkelingsfase onderzoekt de maker hoe het werk te presenteren in verschillende contexten voor divers publiek. Gedurende het jaar zal Ozbay meerdere studiobezoeken doen, bij onder andere: Rana Hamadeh, Beri Shalmashi, Yazan Khalili, Meriem Bennani, Slavs and Tatars, en Jason Bahbak Mohaghegh. Als eindpresentatie ontwikkelt Ozbay een interactive online storytelling platform. Hierbij schakelt zij de hulp in van Charlotte Rohde en Vera van de Seyp. De opnames op het platform worden gepresenteerd op A.WAKE World, NEVERNEVERLAND, Radio Diaspora op Echobox.
Elizaveta Federmesser

Elizaveta Federmesser

Elizaveta Federmesser, op de kruising van digitale cultuur en (mode-) materiaalonderzoek. Haar ontwikkelplan richt zich op het eigen maken van AI en machine learning technologieën, het gebruik van materiaalarchieven als databanken voor AI en het laten zien hoe deze databanken bruikbaar kunnen zijn voor toekomstige ontwerpen. Tijdens de onderzoeksfase gaat Koroleva cursussen volgen in Data Analytics en Python op Coursera en een cursus Modern Curatorial Practices aan de Zurich University of Arts. Het onderzoeksproces vindt uiting in een digitale publicatie, waarvoor cursussen gevolgd zullen worden in storytelling en creative writing. In de tweede fase wordt er gewerkt aan het project 'The Prototype', waarbij gebruik zal worden gemaakt van de archieven van het Depot Boijmans van Beuningen of het Design Museum Den Bosch. Voor de geproduceerde digitale modellen wil Federmess deze presenteren bij EBB Global en Dissrup. Drie van de modellen zullen ook fysiek geproduceerd worden bij Pi Modelling.
Estelle Barriol

Estelle Barriol

Estelle Barriol is een architect, die onder de naam Studio ACTE, de relatie tussen architect, materiaal, tekening, maquette, constructie, en gebouw heroverweegt om tot een low-tech, veerkrachtige, en duurzame architectuur te komen. Het doel voor Barriol binnen het ontwikkeljaar is om met een experimentele onderzoekmethode 1:1 prototypen te ontwikkelen, die natuurlijke alternatieven vormen op de CO2-intensieve standaardpraktijken van de Nederlandse bouwindustrie. Het jaar is opgedeeld in twee trajecten: Learning en Building. In Learning worden ingenieurs, leveranciers en ambachtslieden als experts betrokken en worden er excursies gemaakt naar Limburg en Japan. Tijdens Building wordt de verworven kennis in de praktijk toegepast en een catalogus van circulaire bouwdetails ontwikkeld. De uitkomsten worden in een tentoonstelling aan zowel het architectuur vakgebied als aan een breder relevant publiek gepresenteerd.
Florian Regtien

Florian Regtien

Multidisciplinair maker Florian Regtien is geselecteerd tijdens de Scout Night in Amsterdam. Regtien is autodidact maker en gaat komend jaar gebruiken om zich verschillende disciplines en ambachten eigen te maken. De maker is bezorgd over de staat van de aarde en wil met zijn praktijk meer bewustwording creëren rondom ambachtelijk werk, als tegenreactie op massaproductie. Gedurende het ontwikkeljaar gaat Regtien trajecten volgen in schoenmaken, leerbewerking, metaalbewerking, meubelstoffering, meubel- en houtrestauratie, meubelmaken, edelsmeden, objectfotografie en een cursus schildertechnieken. De maker neemt twee mentoren in de arm waaronder Jos van den Hoogen en Phil Merry. Begeleiding ontvangt Regtien van creatief strateeg Manon Schaap. Voor de eindpresentatie beoogt Regtien een multidisciplinaire expositie te organiseren waar werken vanuit de diverse trajecten wordt gepresenteerd.
Florian van Zandwijk

Florian van Zandwijk

Florian van Zandwijk, afgestudeerd aan ArtEZ, richt zich in zijn praktijk op de werking en mediumspecifieke kenmerken die onze mediatechnologie definiëren. Gedurende het ontwikkeljaar gaat Van Zandwijk werken aan twee projecten: 'De Arena' en 'De Camcorder, van Televisie naar Internet'. Met 'De Arena' wordt het voetbalstadion onderzocht als metafoor voor de samenleving. Hiervoor worden archieven bezocht en wordt veldonderzoek gedaan bij onder andere: Argus Productions, de Kuip, en CORNER Football + Society. De uitkomsten wil Van Zandwijk presenteren als een performatieve lezing en een livestream. Het tweede project onderzoekt de camcorder als democratiserend overgangsmedium. Voor dit onderzoek wordt contact gezocht met Marga van Mechelen, Susan Aasman, het archief van Beeld en Geluid en wordt een studiereis naar Japan gemaakt om de fabriek van de Sony VX1000 te bezoeken. Als presentatievorm wordt gekeken of, naast livestreams en video essays, een fysieke installatie gebouwd kan worden. Voor verschillende technische aspecten zoals software, soundsdesign, hardware, en installaties, gaat Van Zandwijk samenwerkingen aan met onder andere: Luuk Schipperheyn, Ibo Ibelings, Marianne Noordzij, Oscar van Leest, Jelle Reith, Sjoerd Mole, Eva van Boxtel, en Thomas van de Bliek. Voor praktijkondersteuning tijdens het gehele traject zullen verder ook Salim Bayri en Johan Grimonprez benaderd worden.
Gijs Schalkx

Gijs Schalkx

Ontwerper Gijs Schalkx behaalde in 2021 een bachelor Product Design aan ArtEZ. In zijn praktijk staat de kracht van het zelf doen centraal. Met zijn methode 'Provisorisch Design', waarin hij gebruik maakt van wat er lokaal voor handen is, wil hij het systeem van consumeren aan de kaak stellen. Tijdens het ontwikkeljaar gaat Schalkx experimenten doen rondom het opwekken, opslaan, transporteren en gebruiken van energie. Het doel is hiermee zichzelf en verschillende aspecten van zijn praktijk te voorzien van energie. Begeleiding zoekt hij onder meer bij kunstenaar Joost Conijn en techjournalist Kris de Decker. Verder is hij van plan zich te verdiepen in de relatie tussen mens en technologie door een filosofiecursus te volgen. Voor de presentatie van zijn werk, in de vorm van een fysieke installatie, een boek en een website, wordt gekeken naar de Dutch Design Week.
Hattie Wade

Hattie Wade

Hattie Wade studeerde in 2021 af aan de master Non Linear Narrative aan de KABK. Ze is een onderzoeker, ontwerper en beeldend journaliste die geïnteresseerd is in hoe institutioneel geweld uit het verleden wordt gereproduceerd via wettelijke kaders, erfgoedbescherming en de vorm die de verspreiding van deze informatie aanneemt. Ze onderzoekt, ontmantelt en herbouwt kritisch om tastbaar te maken wat niet is, in de vorm van digitaal, video en ruimtelijk werk. In het komende jaar zal Wade werken aan de ontwikkeling van een methodologie die de huidige manier waarop Europa zich verhoudt tot zijn erfgoedsites kan vervangen; het blootleggen van de kaders van giftig nationalisme, en het aanbieden van een tegenverhaal - een tegenerfgoed - daarvoor in de plaats. Ze zal de beurs gebruiken om deze methodologische praktijk aan te scherpen en haar vaardigheden op het gebied van onderzoek, videobewerking, scenarioschrijven, 3D-fabricage en informatieontwerp te verbeteren. De erfgoedlocatie die zij als case study voor ogen heeft, is De Rooswijk, een scheepswrak van de VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie). Wade zal eerst theoretisch, historisch en gemeenschapsonderzoek doen, inclusief begeleiding van Dr. Grietje Baars en een reeks gesprekken met onderzoekers en activisten. Tijdens de ontwikkelingsfase zal ze iteratieve outputs creëren die voortkomen uit het onderzoek als een vorm van reflectie, waarbij ze experimenteert met verschillende tools zoals 3D-rendering en fabricage. Wade presenteert het resulterende ruimtelijk informatieontwerp en video's in de vorm van een tentoonstelling. Daarnaast zal ze een rondleiding maken, een discussie organiseren en een onderzoeksfilm delen via online platforms.
Igrien Yin Liu

Igrien Yin Liu

Igrien Yin Liu (刘寅) is autodidact multidisciplinair maker en geselecteerd tijdens de Scout Nights Amsterdam. Liu is opgegroeid met zowel de Chinese als Nederlandse cultuur. Het komende ontwikkeljaar gaat de maker verschillende onderzoeken doen naar haar Chinese-Nederlandse identiteit om zo te komen tot drie visuele portretseries van maximaal acht beelden. Dit komt samen met een geschreven verhaal in de vorm van een gedicht. De maker deelt het ontwikkeljaar op in drie overkoepelende thema's: 'Stille metamorfose', 'Surrealistische dromen' en 'Chinese esthetiek'. In de drie series, met als titel 'The space inbetween', 'The world within' en 'A realm beyond', komen onderwerpen zoals sociale status, hoopvolle dromen, schoonheid en mythologie samen. In de eerste serie gaat Liu verder in op het gevoel van anders-zijn als niet-westerse diaspora. Voor de ontwikkeling van deze serie experimenteert de maker met digitaal schilderen en ontwikkelt zij haar huidige vaardigheden in Adobe Programma's verder. In de tweede serie duikt Liu in de wereld van stereotypes en schoonheidsidealen. Om inspiratie op te doen volgt de maker cursussen Chinese Painting aan de Sunny Art Centre in London en moderne fotografie aan de SOAS University of London. Voor de laatste serie gaat Liu zich verdiepen in Chinese mythologie en filosofie. Gedurende het ontwikkeljaar gaat Liu in gesprek met verschillende Chinese gesprekspartners, waaronder schrijver Pete Wu, mediamaker Chee-han Kartosen Wong, fotograaf Zhang Jing Na, kunstenaar Oscar Yi Hou, fotograaf Leslie Zhag en kunstenaar Liu Zheng. Met hen spart zij over de Chinese identiteit en perspectieven.
Iris Lam

Iris Lam

Iris Lam behaalde in 2018 een bachelor Grafisch Ontwerpen aan de KABK. Zij vertelt verhalen en maakt daarbij gebruik van geschreven tekst, illustraties, animaties, audio en video. Komend jaar wil Lam zich verder ontwikkelen als kinderboekenschrijver en illustrator. Daartoe zet zij twee projecten op: een kinderboek over angst, getiteld 'De Bond voor Bangeriken', en een pilot voor een animatiedocumentaire over klimaatangst. Met deze projecten wil zij angst en klimaatangst meer inzichtelijk en bespreekbaar maken onder kinderen en volwassenen, met het beoogde bijeffect dat zij hun angsten overwinnen en in actie komen. Daarbij werkt Lam samen met boekontwerper Eva van Bemmelen en uitgeverij Volt kinderboeken. Voor de documentaire wordt gekeken naar VPRO Jeugd. Verder is Lam van plan om deel te nemen aan verschillende cursussen waarmee zij zowel interviewtechnieken als animatie- en stop motiontechnieken kan leren.
Ivo Brouwer

Ivo Brouwer

Ivo Brouwer is afgestudeerd in Type en Media aan de KABK. Hij positioneert zich als grafisch ontwerper gespecialiseerd in experimenteel letterontwerp. In zijn praktijk onderzoekt en doet hij onderzoek om de grenzen van het huidige letterontwerp te verbreden en verder te verleggen. Het komende jaar wil hij dieper in het experimentele deel van letterontwerp duiken en de mogelijkheden verkennen die recentere lettertechnologie mogelijk maakt om gezamenlijk tot nieuwe oplossingen te komen. Zijn onderzoeksproject 'Type & Technology Laboratory' zal zich richten op alternatieve mogelijkheden van visuele uiting van taal met type. Zijn activiteiten omvatten het creëren van een online omgeving, het volgen van cursussen in interactief ontwerpen en modelleren voor 3D-printen, het updaten van verschillende lettertypen en het organiseren van meerdere workshops. Om mogelijkheden te ontdekken en nieuwe perspectieven te krijgen, zal Brouwer als coach worden begeleid door David Jonathan Ross en samenwerken met onder meer geluidskunstenaar Sefano Murgia, 3D-ontwerper Rutger Paulusse en typograaf Indra Kupferschmid. Het onderzoek wordt online, via workshops en in de vorm van een interactieve installatie gepresenteerd op evenementen als TypeLab en Dutch Design Week.
Javier Rodriguez

Javier Rodriguez

Illustrator en ontwerper Javier Rodriguez behaalde in 2019 zijn masterdiploma aan het Sandberg Instituut. De ontwerper laat zich inspireren door twee sub-genres binnen science fiction namelijk, Cyberpunk en Solarpunk. In het ontwikkelplan omschrijft Rodriguez de ambitie om te bouwen aan een duurzame praktijk via vijf componenten. Hieronder valt het aangaan van onderzoek, schrijven, storytelling, het maken van functionele objecten, analyseren van voorgaand werk, ontwikkelen van nieuwe methodologieën, verkennen van publiek en het werken aan on- en offline zichtbaarheid. Rodriguez neemt deel aan een maandelijkse online sci-fi leesclub en experimenteert met verschillende printtechnieken. Onder begeleiding van schrijver Max Urai, onderzoeker Angela YT Chan, Arif Kornweitz en criticus Julie Philips beoogt de ontwerper zijn onderzoek en schrijfvaardigheden naar een hoger niveau te tillen. Om nieuwe producten te ontwikkelen, verdiept Rodriguez zich in 3D-scannen, CNC-grafeermachines en lasersnijders met behulp van ontwerper Kevin Bray, keramist Octave Rimbert-Riviere en het Fablab Amsterdam. De materiele producten zoals tekst, beeld en objecten komen samen op de website van Rodriguez. De ontwerper maakt een experimentele graphic novel en presenteert deze bij Sans Serriffe. Tot slot organiseert Rodriguez een expositie in ISOamsterdam.
Kalkidan Hoex

Kalkidan Hoex

Sieradenvormgever en kunstenaar Kalkidan Hoex is afgestudeerd aan Maastricht Institute of Arts. Onder de naam theNewtribe bevraagt Hoex de vorm, context en representatie van hedendaagse sieraden. Zij doet dit vanuit haar perspectief als iemand die leeft tussen verschillende culturen, geadopteerd uit Ethiopië en opgegroeid in Nederland. Komend jaar richt de ontwerper zich op haar ontwerpend onderzoek IAM MOTHERLAND, een multidisciplinair project waarin sieraden, video en fotografie worden gecombineerd. Het onderzoek is representatief voor een heterotopische wereld, waarin het publiek wordt uitgedaagd na te denken over begrippen als identiteit, creolisering, hybriditeit en representatie. Deze termen die verband houden met 'wokisme', wil de maker nader onderzoeken. Hierbij stelt Hoex de vragen: wanneer is er sprake van een ontwaakbeweging die erkenning teweegbrengt en wanneer leidt de beweging tot categoriseren, stereotyperen ofwel het handhaven van een symbolische orden die 'ons' gescheiden houdt van 'hen'. Haar doel is een 'Third world' te creëren, een surrealistische plek waar werelden vervagen en waarbinnen Hoex's sieraden kunnen bestaan in een (nog) onbekende cultuurtaal. Om haar praktijk te verdiepen gaat de ontwerper spreken met een mix van mentoren, waaronder filmmaker Giel van Geloven, regisseur Anthony Nana Kofi Nti, sieradenontwerper Castro James Smith en ontwerper Ted Noten. Haar werk presenteert ze op verschillende plekken, waaronder NYC Jewelery Week. Naast een nieuwe collectie sieraden ontwikkelt Hoex drie korte trailers, interviewt ze verschillende mensen met een gemengde identiteit waarin haar sieraden fungeren startpunt van het gesprek, doet ze onderzoek naar materiaal en techniek, zoals embossing en verkent ze vlechttechnieken uit de zware cultuur door met lokale afroshops samen te werken.
Lindsey van de Wetering

Lindsey van de Wetering

Lindsey van de Wetering is in 2020 afgestudeerd met een Master architectuur aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. In het ontwikkelplan spreekt de architect de ambitie uit om voort te bouwen op het afstudeerproject 'Poku Oso'. In het project 'Poku Oso' staat muziek als middel voor verbinding centraal. In navolging van het afstudeerproject gaat van de Wetering samenwerken met het bestuur van Stichting Nationale Parken (Stinapa) aan een beheersplan om de Cultuurtuin in Suriname te beschermen en te behouden. Het project bestaat uit drie fasen. In de eerste fase wordt er onderzoek gedaan naar de cultuurtuin door onder meer te experimenteren met testmodellen. In de tweede fase duikt van de Wetering verder in de 'drempelzone', het tussengebied van binnen- en buitenruimtes. In de derde fase gaat de architect testmodellen maken die zowel in Suriname als Nederland worden voorbereid en geproduceerd. Van de Wetering gaat in gesprek met verschillende experts waaronder Ruwan Aluvihare, Delano Hoogvliets, Djaientie Hindori, Tessa Leuwsha en Marcel Balsemhof. Daarnaast volgt ze een cursus essay schrijven, een workshop model maken en een cursus houtbewerking. Het proces en resultaten van het onderzoek worden samengebracht in een boek en diverse media zoals film, fotografie, collages, tekeningen en schilderijen.
Line Arngaard

Line Arngaard

Ontwerper Line Arngaard studeerde in 2018 af aan de Gerrit Rietveld Academie met een bachelor Grafisch Ontwerpen. In het project 'Clothes in Crises' onderzoekt Arngaard hoe verschillende vormen van patchwork tijden van crisis kunnen verbeelden vanuit een grafisch perspectief. Het ontwikkelingsplan bestaat uit drie hoofdstukken: in het eerste hoofdstuk zal Arngaard onderzoek doen naar de 'Feestrok'. De ontwerper zal patchwork als expressiemiddel onderzoeken aan de hand van zowel hedendaagse als historische voorbeelden uit ambacht, mode en grafische vormgeving. Door een cursus 'Decolonizing Fashion History' aan Central Saint Martins in Londen te volgen, wil de ontwerpster vaardigheden verwerven die haar zullen helpen kritisch te reflecteren. In het tweede hoofdstuk zal Arngaard experimenteren met het ontwikkelen van verschillende oefeningen om de betekenis en vorm van patchwork te gebruiken als een medium binnen mode en grafisch ontwerp.
Maarten Brijker

Maarten Brijker

Maarten Brijker gaat, onder de naam Yonder, in het ontwikkeljaar een VST audio plug-in ontwikkelen en daarmee zijn vaardigheden en kennis op het gebied van programmeren en muziek combineren. Het doel is om uiteindelijk tot een opzet te komen van een langetermijnonderzoek naar de sensualiteit en tastbaarheid van geluid. In de eerste fase zal Brijker beginnen met het maken van Max/MSP patches, om deze vervolgens in de tweede fase te vertalen naar C++. Yonder volgt een serie workshops aan het IRCAM in Parijs en krijgt begeleiding van Gideon Kiers. Verder maakt hij een studiereis naar verschillende plug-in studio's in Berlijn, waaronder: Peter Kirn, Sugar Bytes, Meeblip, Bitwig u-he en Renoise. Voor technische ondersteuning in C++ wordt Thomas Arn ingeschakeld. Op het vlak van grafische vormgeving werkt Yonder samen met Rik Laging. Het geheel komt samen in een plug-in muziekalbum, waarvoor wordt samengewerkt met geluidskunstenaars, componisten en vocalisten. De plug-in en het album zullen gepresenteerd worden in een lezing en workshop, hiervoor is Brijker in gesprek met Sonic Acts.
Malik Saïb-Mezghiche

Malik Saïb-Mezghiche

Ontwerper Malik Saïb-Mezghiche (dojo) is afgestudeerd aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, Den Haag. Zijn multidisciplinaire praktijk omvat illustratie, animatie, grafisch ontwerp, videoproductie en het organiseren van events. In zijn werk richt Saïb-Mezghiche zich op radicale antikoloniale theorie rond beeldverhalen en inheemse vertellingen. Komend jaar wil de maker een basis leggen voor een langlopend animatieproject, waarin de impact van (raciaal) geweld op de mentale gezondheid van minderheidsgroeperingen en kolonialisme wordt verkend. Gedurende het ontwikkeljaar volgt Saïb-Mezghiche verschillende workshops om zijn technische en storytelling vaardigheden te verbeteren, zoals tekenstijl, geluidscompositie en scriptschrijven. De maker is van plan om samen te werken met een creatief team, dat de diversiteit, gelaagdheid en intersectionaliteit van de mentale strubbelingen die minderheden ondergaan begrijpen. Mogelijke samenwerkingspartners en adviseurs hierin zijn schrijver en regisseur Andra Gunter, animator Andy Cung, schrijver Laura Nsafou en de oprichters van Orisun Studio, Nike Ayinla en Nas Hosen. Ook zoekt Saïb-Mezghiche interactie met zijn publiek en gemeenschap middels gesprekken, screenings, workshops en YouTube. Hiervoor beoogt hij samenwerkingen op te zetten met organisaties als Salwa, Metro 54, het HipHopHuis, (A)wake of The Niteshop.
Manal Aziz

Manal Aziz

Audiovisueel maker Manal Aziz is geselecteerd tijdens de Scout Nights in Amsterdam en laat zich in diens werk voornamelijk leiden door intuïtie. Aziz heeft een achtergrond als psycholoog, schrijver en interviewer, waarbij diens interesse voor identiteitsvraagstukken al deze posities verbindt. In het komende jaar gaat Aziz werken aan het structureren van diens praktijk met een focus op de werkwijze. Het werk van Aziz verhoudt zich tot kernthema's, waaronder gender- en culturele identiteit, anders-zijn, autonomie, intimiteit en mentale gezondheid. De maker beoogt om digitale audiovisuele programma's beter onder de knie te krijgen. Verder gaat de maker werken aan geschreven stukken, fotografie en audiovisuele media en deze samenbrengen in een hybride mixed media magazine met als doel verhalen op een inclusieve manier te delen. Ook experimenteert de maker met fysieke formats van fotografie. Gedurende het jaar verkent Aziz welke presentatievorm het beste past. De maker werkt hiervoor samen met organisaties en communities uit zowel Marokko als Nederland.
Maren Bang

Maren Bang

Maren Bang behaalde in 2021 haar masterdiploma aan de Design Academy Eindhoven. Bang is geïnteresseerd in begrippen als beheersbaarheid, berekening en anticipatie. Komend jaar richt de ontwerper zich op de verdere de ontwikkeling van haar praktijk via onderzoek, het ontwikkelen van vaardigheden, het produceren van een lezing en het uitvoeren van een fake open oproep. Bang doet dit door zichzelf te 'splitsen' in drie categorieën, waaronder: Mono-Maren, Multi-Maren en Meta-Maren. Voor het onderzoek bezoekt Bang tentoonstellingen en lezingen, leest ze literatuur en gaat ze in gesprek met diverse professionals, waaronder Dr. Peter Sonderen en Dr. Adeola Enigbokan. Voorts neemt Bang deel aan het onderzoeksprogramma De Structura. Bang spreekt de ambitie uit om diverse vaardigheden te vergroten, waaronder het maken van 3D-modellen bij Audrey Large en het volgen van houtbewerkingslessen in Hjerleid, Dorve. Hiernaast verkent ze weeftechnieken via de Crafts Council NL en The New Order of Fashion. Bang ontwikkelt haar performance-skills onder begeleiding van Studio Legrand Jäger en vergroot haar kennis in film met Alexandre Humbert. Begeleiding op het gebied van schrijfvaardigheid zoekt Bang bij Oli Stratford. Een fake open oproep vormt het kader waarin Bang werkt. Deze voert ze uit in samenwerking met curator Amanda Pinatih en Lucas Maassen. De uitkomsten van de open oproep worden gepresenteerd in een tentoonstelling. Tot slot beoogt Bang om in samenwerking met ArtEZ een workshop te organiseren om de opgedane kennis en ervaringen te delen.
Margherita Soldati

Margherita Soldati

Ontwerpster Margherita Soldati heeft een bachelordiploma in Kunst en Design van de Gerrit Rietveld Academie. Ze heeft een sterke nieuwsgierigheid naar tactiele perceptie op het snijvlak van kunst en zintuiglijk welzijn. Vanuit een persoonlijke ervaring wil Soldati haar aandacht richten op de overeenkomsten tussen burn-out en materiële degradatie, waarbij de nadruk wordt gelegd op de daad van herstel. Haar idee is om textielportretten te maken van mensen die met burn-out te maken hebben gehad en die vertellen over hun genezingsproces. Het ontwikkelingsplan bestaat uit vier fasen: 1. voorbereidend onderzoek, waaronder overleg met ontwerpster Kornelia Dimitrova en het TextielMuseum in Tilburg; 2. materiaalonderzoek ter plekke, uitgevoerd in textielfabrieken in Prato, Italië en door middel van een residency bij Lottozero Laboraties; 3. gesprekken met deelnemers over ervaringen met burn-out, waarvoor zij training zal krijgen van een psychiater; en 4. het maken van textielportretten door gebruik te maken van nieuwe technieken die zij in Prato heeft geleerd. Het proces en het werk zullen worden gepresenteerd in de vorm van een korte videodocumentaire en een tentoonstelling in Italië en op de Waag en Dutch Design Week.
Mario Gonsalves

Mario Gonsalves

Fotograaf en filmmaker Mario Gonsalves is in 2019 afgestudeerd aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht met een Bachelor in vormgeving. In zijn praktijk verhoudt hij zich tot thema's als armoede, migratie, mannelijkheid en identiteit. Als maker vanuit de Caribische diaspora heeft Gonsalves te maken met veel externe invloeden waardoor hij veel nadenkt over zijn identiteit. Gonsalves stelt dat dit mede komt door het Nederlandse kolonialisme en postkolonialisme waar Aruba nog steeds negatieve gevolgen van ondervindt. Komend jaar richt Gonsalves zich op de vraag: 'Hoe kan ik verhalen vertellen die inspireren en hoop brengen vanuit ontwerp in tegenstelling tot enkel documentatie?' en bouwt hij aan een nieuw perspectief in relatie tot Caribische thema's. Om zich te ontwikkelen neemt de maker deel aan een onlinecursus in 3D-ontwerp rendering en een drieweeks programma in DLAB (VK). Verder gaat Gonsalves sparren met Antoine Bowers (FIER Architecten) en Wouter Pocornie (26H & The Black Archives) over architectuur, gentrificatie en presentatie. In samenwerking met curator Inez van der Scheer beoogt Gonsalves het werk te presenteren tijdens de Dutch Design Week in een gecombineerde installatie van beeldschermen, VR en 3D-modellen.
Martijn Holtslag

Martijn Holtslag

Autodidact maker Martijn Holtslag is geselecteerd tijdens de Scout Night Zwolle. Onder de naam Ongewoon Onbegrensd werkt hij aan miniatuurdiorama's om verhalen te vertellen. In het ontwikkeljaar wil hij zijn artistieke visie verdiepen. Hiervoor gaat hij in gesprek met Mieke Conijn van het Kunstenlab Deventer. Verder ontwikkelt hij zijn vakmanschap op het gebied van mechanica door in de leer te gaan bij Rob Hillenbrink en Electric Circus. Voor het toepassen van videografie in zijn werk wordt 3d-visualizer Lars van Dorenvanck betrokken. Tenslotte is Holtslag van plan zijn kennis op het gebied van videopresentaties te vergroten in samenwerking met videomaker Niek Koot en editor Terry Kerbusch. Het werk wordt, naast online, gepresenteerd in zijn eigen atelier en bij het Kunstenlab tijdens de IJsselbiënnale.
Matilde Patuelli

Matilde Patuelli

Matilde Patuelli, afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven, verkent met haar werk de perceptie van de werkelijkheid, sociale constructies, en menselijke relaties via storytelling. Komend jaar duikt Patuelli via de methodiek van LARP (Live Action Role Play) de psychologie en psychiatrie in, aan de hand van drie trajecten: 1. het verkrijgen van kennis; 2. het toepassen van de kennis in de praktijk door ontwerp; en 3. gesprekken met deelnemers. Als eerst neemt Patuelli deel aan twee conferenties over LARP als werkmethodologie. Vervolgens maakt ze een studiereis naar Slovenië, waar ze deelneemt aan trainingen en cursussen volgt aan Uppsala University over Transformative Play. Ook zet ze een samenwerking op met MinD in Italië, volgt ze een workshop van Mala Kline en gaat ze in gesprek met The Beautiful Distress, die een residentie in New York organiseren waaraan Patuelli deelneemt. Ter begeleiding van haar ontwikkeljaar benadert Patuelli, Elektra Diakolambrianou, David Bassuk en Nina Essendrop. De opgedane kennis past de ontwerper toe in een psychiatrische en educatieve context. Het werk wordt gepresenteerd als een lezing en een LARP-workshop tijdens Knuktpunk 2023.
Moreno Schweikle

Moreno Schweikle

Het werk van Studio Moreno Schweikle bevindt zich op het kruispunt van sculptuur, meubel, en installatie met als centraal doel: het tastbaar maken van het spanningsveld tussen natuur, cultuur, en technologie. De drie lijnen die Schweikle voorstelt in het ontwikkeljaar zijn: 1. een onderzoeksperiode om tot een dieper begrip te komen van historische- en materiaalkennis; 2. een residentie in Brazilië en cross-disciplinair mentorschap met als doel zijn onderzoeksvaardigheden beter te positioneren; en 3. een immersieve tentoonstelling die zijn artistieke visie zal uitdragen. Voor kennisverbreding op het gebied van additieve en circulaire productiemethoden onderneemt Schweikle een studiereis naar de beurs FormNext in Frankfurt. Voor zijn nieuwe werk 'Sometimes the water is the bridge' zoekt de ontwerper samenwerkingen met antropoloog en ethno-botanist Wolf Dieter Storl en filosoof Clemens Driessen. Voor zijn praktijkontwikkeling krijgt hij advies van curator Mercedes Gómez Gonzáles. Als presentatieplekken wordt gekeken naar locaties zoals P/////AKT in Amsterdam, PS101 in Keulen, en Triphase in Brussel.
Myrthe Krepel

Myrthe Krepel

Myrthe Krepel studeerde in 2018 af aan de master Design for Interaction aan de TU Delft. Als social designer maakt zij ervaringen en interventies rondom maatschappelijke uitdagingen. Met haar werk creëert zij tussenruimtes die mensen in staat stellen om te reflecteren op hun eigen handelen en denken. Komend jaar wil zij het performatieve karakter van haar werk verder ontwikkelen en maatschappelijke vraagstukken op een lichamelijke manier benaderen en uitwerken. Daarbij legt zij de focus op het thema machtsverhoudingen tussen overheid en burger. Haar ontwikkelplan bestaat uit drie fases. In de eerste fase gaat Krepel (belichaamde) kennis opdoen over het lichaam en leert zij werken met het lijf als onderzoeksinstrument en materiaal. Daarbij is Krepel van plan een opleiding te volgen waarin zij leert het lijf in te zetten bij maakprocessen, en volgt zij een workshop op het gebied van performance in de publieke ruimte. In de tweede fase past zij het geleerde toe in de context van de thematiek machtsverhoudingen, door performatieve interventies te doen in de publieke ruimte. Van dit onderzoek en deze interventies maakt Krepel een korte film, met hulp van een videograaf. In de derde fase richt Krepel zich op het presenteren van haar onderzoek en interventies aan publiek, het social design vakgebied en de overheid. Begeleiding zoekt zij onder meer bij acteur, theatermaker en docent Thomas Spijkerman, en kunstenaar en social designer Tabo Goudswaard.
Noëlle Ingeveldt

Noëlle Ingeveldt

Vanuit een fascinatie voor het keurig aangeharkte Nederlandse cultuurlandschap heeft Noëlle Ingeveldt (Berkveldt) tijdens de master Interior Architecture: Research + Design aan het Piet Zwart Instituut onderzoek gedaan naar artificiële natuur. Met haar achtergrond in ruimtelijk ontwerp benadert zij het Nederlandse landschap als interieur en focust zij op de frictie tussen mens, dier en landschapsinrichting. Haar digitale werken laten bezoekers een onderwerp vanuit een ander, niet-menselijk perspectief ervaren. In haar ontwikkelplan concentreert Ingeveldt zich op een onderzoek naar de mogelijk toekomstige aanwezigheid van grote carnivoren in Nederland. Hoe ziet Nederland eruit als er beren, lynxen of goudjakhalzen door ons cultuurlandschap wandelen? Met een speculatief ontwerp wil Ingeveldt voor de komst van deze dieren draagvlak creëren en Nederland hierop voorbereiden. Komend jaar verricht zij daartoe intensief bureau- en veldonderzoek in Roemenië, Servië en Spanje, middels interviews met biologen, ecologen en milieufilosofen. De uitkomsten van het onderzoek worden gepresenteerd als een non-lineair verhaal in de vorm van een multimediale, immersieve installatie en publicatie. Gedurende het ontwikkeltraject betrekt Ingeveldt interactie- en mediaontwerper Olivier Otten als coach, en is zij van plan zich technisch te verdiepen op het gebied van non-lineair storytelling, Artificial Intelligence en Virtual Reality.
Nohaila Gamah

Nohaila Gamah

Autodidact regisseur en scenarioschrijver Nohaila Gamah typeert haar praktijk als het vormgeven van menselijke ervaringen door middel van audiovisuele technieken. Ze gelooft in het maken van herkenbare en authentieke films die ontstaan in veilige ruimtes en waarin gelijkwaardige representatie centraal staat. Thema's die Gamah aansnijdt zijn biculturaliteit en genderindentiteit, spiritualiteit en intergenerationele overdracht. Komend jaar ontwikkelt de maker haar eigen stem en stijl, met als doel een nieuwe representatie te bieden, zodat normatieve beelden die we kennen over vrouw/man/mens zijn worden doorbroken. Hiervoor gaat Gamah onderzoek doen naar Afro-
surrealisme. Hiernaast verdiept zij zich verder in haar eigen culturele geschiedenis en wat het betekent om Marokkaanse Amazigh te zijn. Deze onderzoeken vormen de basis voor twee
Film projecten.
Nóra Békés

Nóra Békés

Ontwerper Nóra Békés is afgestudeerd aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag (KABK) in de richting Grafisch Ontwerp. Komend jaar werkt zij binnen het project 'Library of Narrative Types' een typografisch onderzoek naar cultureel-historische narratieven. Het onderzoek krijgt vorm in drie onderdelen: 1. een skeletstudie van het Romeins majuskelschrift; 2. een modernistisch modulair letterexperiment; en 3. het illustreren van organische groei in een lettertype. Hiervoor worden archieven bezocht en ontvangt Békés mentoring en technische ondersteuning van onder andere David Bennewith, Ramiro Espinoza, Françoise Berserik, Vera van de Seyp. Daarnaast zal ze de ATypl Tech Talks en de ATypl conferentie bezoeken. Het werk wordt gedeeld via een website in combinatie met een tentoonstelling en launch-event bij San Seriffe, Page Not Found of W139.
Paul Coenen

Paul Coenen

Paul Coenen behaalde in 2019 een bachelor Vormgeving aan de Design Academy Eindhoven. Als vormgever vindt Paul het zijn taak om producten te ontwerpen die een lange levensduur hebben, niet gevoelig zijn voor trends en uiteindelijk gemakkelijk te recyclen zijn. In zijn praktijk richt hij zich op de 'beperkingen' van de industrie en gaat hij op zoek naar nieuwe mogelijkheden door te experimenteren met materiaal. Komend jaar is Coenen van plan om zich onder meer te verdiepen in hydrovorming, een techniek voor het vervormen van plaatstaal en profielen door middel van vloeistof en druk. In samenwerking met specialisten van Expansor onderzoekt hij de mogelijkheden om deze techniek toe te passen in de meubelindustrie en zo de grenzen van productontwerp te verleggen. Daarnaast wil Coenen zich concentreren op de zakelijke kant van zijn ontwerppraktijk. Hiervoor zoekt hij hulp van een business coach en verschillende ervaren ontwerpers, die hem kunnen adviseren op het gebied van branding, bedrijfsvoering, en strategische marketing.
Paul Kuijpers

Paul Kuijpers

Dragqueen en trendwatcher Paul Kuijpers is geselecteerd tijdens de Scout Night in Utrecht. Kuijpers is opgegroeid in een klein dorp en ervaarde veel homofobie, hierdoor stelt hij zichzelf de vraag hoe je zowel veilig, als integer kan zijn naar je eigen identiteit. Met het ontstaan van de drag persona Cindy van der Loan maakt Kuijpers meer ruimte voor zichzelf en zijn ontwikkeling. In het ontwikkelplan omschrijft Kuijpers de vele facetten van drag en laat hij zich inspireren door Hollywood glamour. Het komende jaar gaat Kuijpers zich verder ontwikkelen als dragqueen met oog voor duurzaamheid. De maker wil zelfstandig outfits maken en gaat hiervoor zijn naaitechnieken verder ontwikkelen. Verder ontwikkelt hij zijn ontwerpvaardigheden verder door zowel fysiek als digitaal te ontwerpen. Dit gebeurt via feedbacksessies en onlinecursussen in digitaal modeontwerpen onder begeleiding van ontwerper Isabell Schulz. Met een tiendaagse pruikencursus bij de Haar Vakschool beoogt Kuijpers kwalitatief betere pruiken te maken. Om zijn performances te verbeteren neemt Kuijpers les bij choreograaf Shahin Damka. Voorts neemt Kuijpers deel aan een residentie bij New Order of Fashion en volgt hij de cursus 'Design, Science and Value in a Sustainable Clothing Industry' van Wageningen University and Research. De ontwikkeling en uitkomsten van het project presenteert Kuijpers tijdens de expositie van New Order of Fashion tijdens de Dutch Design Week.
Pernilla Philip

Pernilla Philip

Social designer en Crip* designer Pernilla Manjula Philip is in 2021 afgestudeerd aan het het Sandberg Instituut in de richting Design. Haar ontwerppraktijk komt voort uit de ervaringen die zij heeft opgedaan in het leven met een chronische ziekte. Met haar ontwerpen wil Philip het gesprek rond chronische ziekte en rechtvaardigheid voor mensen met een beperking faciliteren en bevorderen. Komend jaar richt Philip zich op de kloof die ontstaat wanneer zorginstellingen niet of slechts ten dele tegemoet komen aan de behoeften van mensen die afhankelijk zijn van medische behandelingen. Haar projectplan kent drie fasen. In de eerste fase ontwikkelt Philip twee workshops, waarin geëxperimenteerd wordt met verschillende hack- en diy-technieken in relatie tot medische gereedschapen en technieken. Tegelijkertijd vinden gesprekken plaats rondom de juridische en historische kanten van deze open-source hacking experimenten. Ook bredere vraagstukken rondom speculatieve zorg, veiligheid en agency in relatie tot behandelmethodieken komen in de workshops aan de orde. Binnen deze fase werkt Philip samen met experts als medisch-technicus Kate Cameron (AMC Amsterdam) en Open Insulin (VS). In de tweede fase verkent de ontwerper manieren waarop ze de kennis en vragen die tijdens de workshops naar bovenkomen kan versterken en vormgeven. Hiervoor gaat ze in gesprek met mentor en kunstenaar Jesse Darling en bezoekt ze de Wellcome Collection (Londen). In fase 3 werkt Philip aan een webpublicatie die breed toegankelijk is door de toevoegingen van audio-descriptie, beeldomschrijvingen en closed captioning. Ook hier betrekt Philip verschillende experts, waaronder Casper de Jong. Met deze aanpak beoogt Philip de focus van haar praktijk te verleggen van het creëren van eindproducten naar een praktijk die steunt op co-learning, co-creatie en kennisdeling.

* Crip: omvat mensen die een of andere vorm van handicap ervaren, zoals een of meer fysieke, mentale, leer- en zintuiglijke beperkingen. Mensen kunnen zich als Crip identificeren om trots te tonen, om over gehandicaptenrechten te praten, of om soorten beperkingen niet te hoeven rangschikken.
Pim Boreel

Pim Boreel

Audiovisueel ontwerper Pim Boreel is in 2019 afgestudeerd met een bachelor Creative Media and Game Technologies aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Met een fascinatie voor sonic storytelling en het cureren van audio gaat Boreel het komend jaar werken aan de ontwikkeling van zijn onderzoek- en muziek gedreven praktijk. Boreel stelt dat ontwerpers een cruciale rol spelen in het weergeven van zintuigelijk verborgen werelden en noemt geluid als onmisbaar element om de toeschouwer meer bewust te maken van diens omgeving. De ontwerper verbaast zich over de onwetendheid rondom diepzeemijnbouw en het extraheren van mineralen voor commerciële doeleinden zonder de ecologische consequenties te overzien. Vanuit deze opvattingen werkt Boreel aan het onderzoeksproject 'AquaPocalyps' over onderwatergeluiden. Met begeleiding van Robertina Šebjanič als mentor beoogt Boreel een beter idee te krijgen over het sonische karakter van aquatische ecosystemen. AquaPocalyps resulteert in drie uitkomsten. De eerste uitkomst is een live performance over de impact van diepzeemijnbouw op het zeeleven en de oceaanbodem in samenwerking met Post Neon. De tweede uitkomst wordt een hybride fictie 'Who is going to Hell for the Metals of Hades?' in samenwerking met Annemiek Höcker. Voorts zoekt Boreel coaching bij DJ en producent Joeri Woudstra. De derde uitkomst is een expositie bij murmur, een mediakunst- en geluidruimte in Amsterdam, die samen met curator en producent Femke Dekker wordt samengesteld.
Siddharth Pathak

Siddharth Pathak

Autodidactmaker Siddharth Pathak richt zich in zijn werk op de studie van gedrag en perceptie. Dit uit zich in een interdisciplinaire praktijk, waarin verf, bewegend beeld, gevonden materialen/objecten, sculptuur, performance, nieuwe media technologie en geluid worden gecombineerd in installaties. Sinds 2021 focust de maker zich op het ontwerpen van audiovisuele omgevingen die zijn publiek meeslepen in introspectieve ontmoetingen met 'het zelf'. Vragen die in zijn zoektocht centraal staan zijn: In een wereld overladen met zintuiglijke prikkels en informatie, wat is de aard van onze relatie met geluid? En: Wat is de rol van geluid in ons engagement en onze uitwisseling met materiële omgevingen? Komend jaar wil Pathak experimenteren met fragiele materialen, zoals glas en keramiek en hun sonische kwaliteiten onderzoeken.
Sophia Holst

Sophia Holst

Architect Sophia Holst heeft in 2018 haar master behaald aan de KU Leuven (Brussel). Komend jaar richt zij zich op het ontwikkelen van een kritische praktijk, waarin ze zowel in opdracht als op eigen initiatief kan werken. Dit doet zij aan de hand van het project 'Housing Pain, Healing Strategies', een voorstel voor alternatieve renovatiestrategieën, zonder uitplaatsing van lokale gemeenschappen, maar met sensitiviteit voor de bestaande sociale en architectonische context. Het onderzoek leidt tot een handleiding die drie onderdelen omvat: een journalistiek artikel over Amsterdam Nieuw-West en de Tweebosbuurt in Rotterdam, een serie referenties op basis van studiereizen en een aantal ontwerpvoorstellen. Daarnaast werkt Holst aan haar communicatievaardigheden, website en roept ze advies in van onder andere Veerle Alkemade voor het verder professionaliseren van haar praktijk.
Steef Offerhaus

Steef Offerhaus

Illustrator en maker Steef Offerhaus is geselecteerd tijdens de Scout Night Rotterdam. In het ontwikkelplan omschrijft Offerhaus de ambitie om een kledingcollectie te ontwerpen als ode aan ravers, skaters en iedereen die buiten de norm valt. Onder de naam Paradice, wat zich vrij vertaalt naar 'een paradijs voor iedereen', combineert Offerhaus mode, grafisch ontwerp en evenementen. De maker stelt dat Paradice moet staan voor individuele verantwoordelijkheid, creativiteit, autonomie en het naleven van je eigen idealen. Het komende jaar gaat Offerhaus onderzoek doen, onder begeleiding van Marieke Holtes, naar rave cultuur. Hij doet dit door interviews af te nemen, theoretisch onderzoek te volgen en informatie te documenteren. Voor de collectie gaat Offerhaus experimenteren met diverse textieltechnieken en ontwerpen onder begeleiding van Anna van Jaarsveld. Ook bezoekt Offerhaus het Groningse productiebedrijf Kleerlijk en leert hij onder toezicht van Jesse Nikolaj meer over digitale programma's voor schetsen, moodboards en naaipatronen. Het onderzoek en de collectie komen samen in een rave, die Offerhaus in samenwerking met Steven Morais organiseert. De looks worden vastgelegd door fotograaf Lois Cohen en met behulp van Marleen Ettema gestyled. Offerhaus beoogt om een groot publiek te bereiken en wint daarvoor advies in bij digitaal marketing adviseur Melle Wehman.
Stephanie Idongesit Ete

Stephanie Idongesit Ete

Architect en onderzoeker Stephanie Idongesit Ete is in 2021 afgestudeerd aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam. Tijdens haar ontwikkeljaar is Ete van plan om vier West-Afrikaanse kuststeden (Lagos, Accra, Dakar en Abidjan) nader te onderzoeken met als doel te leren van het culturele karakter van deze plekken, verschillende architectonische typologieen in kaart te brengen, te observeren en vast te leggen. Het bezoek aan de steden gebruikt Ete om haar netwerk van hedendaagse Afrikaanse architecten en ambachtslieden te versterken. Ze gaat samenwerkingen aan met verschillende mentoren, waaronder landschapsarchitect en stedenbouwer Remco Rolvink, architect Joseph Conteh (Sierra Leone) en architect Kabage Karanja (Kenia). Hiernaast volgt ze workshops bij makers als Mobolaji Ogunrosoye (MOE+ Art and Architecture, Lagos) en Namata Serumaga-Musisi (The Griot Introspect, Accra) en zoekt Ete contact met het team van African Architecture Matters (Amsterdam). Het geheel komt samen in de productie van een 'Anthology of Collages', een compilatie van artistiek vertaalde observaties die kan worden gebruikt voor toekomstig onderzoek of bouwprojecten in de bezochte steden. De voortgang van haar onderzoek is te volgen op het onlineplatform 'The Architectects Project' van Juliet Sakyi-Ansah.
Sunjoo Lee

Sunjoo Lee

Sunjoo Lee ontwerpt tools en media waarbij de biosfeer en de techno-sfeer bij elkaar komen. De hybride wereld die daarmee ontstaat, waarin menselijke tools door meer-dan-menselijke entiteiten worden gebruikt, noemt zij een conditie genaamd 'Inviting Invasions'. In het ontwikkeljaar heeft Lee de wens om een dieper begrip te ontwikkelen voor de tools die ze gebruikt in relatie tot de esthetiek die daaruit voortkomt. Daarnaast wil ze loskomen van de Nederlandse context en in het buitenland inzichten krijgen over hoe andere culturen de verhoudingen zien tussen de biosfeer, technologie en industrie. In het jaar wordt gewerkt aan drie onderzoekvragen rondom: computatie, creatieve productie, en veldwerk. Hierbij krijgt Lee ondersteuning in de praktijkontwikkeling van Jip en Ko de Beer, Jap Smits, Dr. W. Bouten, Dr. R. Fuller, en volgt ze cursussen in web automatie, Javascipt, AI en vogelobservatie. Met het project 'Terra Invasion' worden kustvogels in de Waddenzee in Nederland en de Gele Zee in Oost-Azië gevolgd. Voor dit project wordt er coaching gezocht bij Arne Hendriks, Mark IJzerman en Sema Bekirovic. De bevindingen en 'acts' worden verzameld en online gepubliceerd. Met het project 'Tree-001' wordt een boom via een livestream gevolgd, hiervoor wordt er samengewerkt met Seokyung Kim en Timm Donke. Het project krijgt uiting in een launch-event voor de website.
Taya Reshetnik

Taya Reshetnik

Taya Reshetnik is een grafisch ontwerper, onderzoeker en visueel verhalenverteller. Als studio2992 vertelt ze verhalen over menselijke ervaringen in de stedelijke omgeving, waarbinnen ze zich met name richt op de openbare ruimte. De projecten materialiseren zich als digitale assemblages van gevonden en zelfgeproduceerde tekst, audio, en (video)beelden. Tijdens het ontwikkeljaar wil Reshetnik met het project '87 Days' een nieuw perspectief brengen op de vraag hoe de openbare ruimte zou kunnen functioneren. In de eerste fase zal er onderzoek worden gedaan naar het verhaal van Yvonne Paul, die in 1967 maar liefst 87 dagen op Schiphol verbleef. Dit onderzoek wordt gedocumenteerd in een publicatie, die vervolgens verder ontwikkeld zal worden tot een video-installatie. De wens van Reshetnik is om, naast de galerie-context, het werk te presenteren in de publieke ruimte, het Demo Festival wordt hiervoor als optie beschouwd. Ook zal studio2992 samenwerken met Sophie Czich en Emmelie Koster om een pop-up tentoonstelling te organiseren, waarvoor een open call uitgezet zal worden.
The Nightmare Disorder

The Nightmare Disorder

Benji Nijenhuis en Nemo Cheminée vormen samen het duo The Nightmare Disorder (TND) en zijn in 2020 afgestudeerd met een bachelor Fashion Design aan ArtEZ. Het duo laat zich inspireren door thema's als nostalgie, fantasie en uitsluiting. Het anders-zijn en queerperspectief van de modeontwerpers spelen hierbij een belangrijke rol. In het ontwikkeljaar gaat TND zich zowel artistiek als zakelijk professionaliseren en mogelijkheden richting de filmindustrie verkennen als kostuumontwerpers. Het ontwikkelplan bestaat uit een verkenningsreis naar London, een-op-een begeleiding van kostuumontwerper Angela Mombers en conceptuele verdieping onder begeleiding van cultuur-analyticus Joy Bomer. Tijdens de verkenningsreis beoogt TND meer inzicht te krijgen in vooraanstaande costumières en hun werkwijzen. Mogelijke opties zijn Jenny Beavan, Michele Clapton en Jany Temime. Angela Mombers begeleidt het duo in het samenstellen van de kostuums die veel technische en artisanale vaardigheden vereisen, vanwege de focus die TND legt op het gebruiken van 16de en 17de-eeuwse referenties, technieken en gebruiken. Met de begeleiding van Joy Bomer gaat TND opzoek naar nieuwe artistieke aanknopingspunten. Tot slot komen de verschillende onderdelen van het ontwikkelplan samen in een live-event waarin film en ontwerp samenkomen.
Tim van Hooft

Tim van Hooft

Tim van Hooft, afgestudeerd aan de Willem de Kooning Academie, werkt met game-engine software en CGI aan speculative storytelling en worldbuilding rond de thematiek van het Antropoceen. Tijdens het ontwikkeljaar wil hij onder de naam Timaeus zich beter positioneren als onderzoeker op het gebied van worldbuilding als potentiële plek voor het verbeelden van alternatieve ecologische en technologische transformaties. Om meerdere perspectieven te betrekken in zijn praktijk zoekt Timaeus begeleiding bij FIBER en Modem. De onderzoeksperiode resulteert in een research paper, waarvan de uitkomsten in de praktijk worden gebracht in twee installaties. Voor de ontwikkeling van zijn technische vaardigheden wil Van Hooft cursussen volgen over Unreal Engine en Narrative & Storytelling. Gedurende het ontwikkeljaar worden ook een aantal studiebezoeken afgelegd, onder andere naar Jakob Kudsk Steensen's studio Erratic Animism.
Timothy Scholte

Timothy Scholte

Modeontwerper Timothy Scholte is in 2018 afgestudeerd met een bachelor in Textile and Fashion Design aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. De modeontwerper heeft een sterke interesse in hoe de maatschappij kijkt naar seks. In het ontwikkelplan omschrijft Scholte de ambitie om op kritische wijze te onderzoeken hoe onderwerpen als seks, het lichaam, onrealistische schoonheidsidealen, de effecten van digitale filters en pornografie door de maatschappij worden ervaren. Gedurende het ontwikkeljaar werkt de ontwerper aan een onderzoek en maakt hij een collectie van acht outfits en drie draagbare sculpturen. Voor het onderzoek bezoekt Scholte het fetisj festival Folsom Fair in Berlijn en duikt hij onder begeleiding van Amber Vineyard in de Ballroomscene om een beter begrip te krijgen van de geseksualiseerde categorieën. Voorts gaat Scholte zich professionaliseren in leerbewerkingstechnieken, volgt hij cursussen in 3D-printen en zoekt hij samenwerkingen op met grime artiesten. Scholte beoogt het onderzoek te publiceren in een boek en de stukken te presenteren tijdens de Dutch Design Week 2023, FASHIONCLASH en tijdens het vijfde Utopia Ball in de Kunsthal.
Tymon Hogenelst

Tymon Hogenelst

Tymon Hogenelst maakt deel uit van Studio Wild, een ontwerppraktijk die zich veelal bezighoudt met architectuur- en landschapsprojecten in het Italiaanse platteland. Zijn interesse ligt in hoe site-specific narratieven, volgens een niet-nostalgische en kritische houding, het architectonische landschap kunnen verrijken. Met zijn plan 'Situated Architecture' wil Hogenelst zich verdiepen in de materiele cultuur van Ligurië en dit vertalen naar een architectonische interventie. De onderzoeksvragen uit zijn afstudeerproject 'The Situated House' aan de TU Delft worden voortgezet om het onderwerp tacit knowlegde beter te begrijpen. Deze kennis wordt vervolgens via het project 'The Gate' in de praktijk gebracht. Ondersteunend hieraan is Hogenelst van plan een aantal cursussen te volgen, waaronder: een taalcursus Italiaans, een schrijfcursus en cursussen in bronsgieten, lassen, en houtskool maken. Ook is hij van plan de Beroepservaringsperiode (BEP) te doorlopen, met Enzo Valerio als mentor, om zijn architectentitel te behalen. Het beoogde ontwikkeljaar zal resulteren in een presentatie van architectonische modellen, tekeningen, foto's, en een kleine publicatie.
Adam Centko

Adam Centko

Adam Centko is in 2020 afgestudeerd aan de KABK. Komend jaar onderzoekt Centko met het project 'Invisible Infrastructures' de verborgen middelen en kosten van digitale communicatie. Om zijn methodologie te versterken volgt hij verschillende workshops op het gebied van virtual production, Unreal Engine, fictie- en scenarioschrijven en documentairefilm. Ook heeft hij een aantal studiobezoeken en mentoren in gedachte, waaronder de kunstenaars en ontwerpers Constant Dullaart, Amalia Ulman, Hito Steyerl, Kevin Bray, Liam Young en Team Rolfes. Tijdens het ontwikkeljaar organiseert Centko drie studiereizen: binnen videogame werelden, naar fysieke locaties van 'invisible' infrastructuur en een 'off the grid' residentie. Het project 'Invisible Infrastructures' resulteert in een documentaire van dertig minuten, die de aanvrager inzendt naar verschillende lokale en internationale filmfestivals. Tenslotte creëert Centko met een tweede project een digitale metaverse, dat dient als archief, habitat voor digitale entiteiten en een plek voor samenwerking met andere makers.
Alexander Beeloo

Alexander Beeloo

Alexander Beeloo studeerde in 2019 af aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam. Het project 'Een dialoog met het Hollandse Landschap' is een vervolg op zijn afstudeerwerk. Het is een ontwerpend onderzoek naar lokaal materiaalgebruik en de schoonheid van het landschap als alternatief voor de huidige manier van bouwen. Tijdens het ontwikkeljaar wil hij volgens drie stappen werken: 1. een onderzoek naar de Nieuwkoopse Plassen, een gebied dat zich kenmerkt door legakkers met riet, als productielandschap, 2. materiaalstudies naar riet en veen uit het landschap als bouwmateriaal en 3. het ontwerpen van een folly om de beleving van het landschap te benadrukken. Deze deelonderzoeken worden ondersteund door experts uit verschillende organisaties zoals Natuurmonumenten, Studio Marco Vermeulen, IVN Nieuwkoop Landschapsbeheer, Moerasbeheer en Bioblocks. In de ontwikkeling van zijn ontwerppraktijk vraagt Beeloo begeleiding van architect Machiel Spaan, landschapsarchitect Anouk Vogel, en ontwerper Elmo Vermeijs. Het project komt uiteindelijk samen in een kleine publicatie en een serie schaalmodellen die te zien zal zijn bij Galerie Hoeve in Rijlaarsdam, het Rechthuis in Nieuwkoop en in overleg met Natuurmonumenten in het landschap van de Nieuwkoopse Plassen.
Ameneh Solati

Ameneh Solati

Ameneh Solati behaalde haar masterdiploma in architectuur aan de Royal College of Art. Ze ziet dat vluchtelingen worden gedwongen hun geschiedenissen, sociale gebruiken en familiestructuren te vereenvoudigen, zodat culturele praktijken 'netjes' passen binnen de bestaande structuren van de gebouwde omgeving. Vanuit deze observatie vraagt ze zich af hoe vluchtelingen omgaan met deze druk om te conformeren. Naast dit vraagstuk, richt Solati zich komend jaar op het ontwikkelen van een interdisciplinaire ruimtelijke ontwerppraktijk, waarin onderzoek, tekst en ontwerp samenkomen. Ze bouwt aan een open-source archief, dat een lexicon, verhalen, artefacten, afbeeldingen, kaarten, opnames, documenten en meer omvat. Solati verweeft verhalen met informatieve essays, waarin ze verschillende soorten omgevingen beschrijft - privé, publiek, het productieve en het spirituele -, en met bewegend beeld gaat experimenteren als middel voor representatie. De media (zoals digitale video, geanimeerde tekeningen, 3D-modellen, collages en geluid) worden samengevoegd in een essayfilm. Verder doet Solati een beroep op verschillende professionals voor mentoring, neemt ze deel aan animatie- en editingcursussen en krijgt ze van auteur Priya Basil begeleiding in het schrijven.
Anastasia Eggers

Anastasia Eggers

Anastasia Eggers is afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven in 2017. Eggers believes that it is urgent to speak about countries' identities and relationships using the medium of food – especially now, when European borders and the fragility of national food systems become more evident through the Covid-19 restrictions and divides are taking place within Europe with effects that are not yet clear. In het ontwikkeljaar wil ze haar onderzoek naar de complexiteit van voedsel en geopolitiek verdiepen. Met de Nederlandse landbouw en voedselcultuur als startpunt, kijkt ze naar internationale handelsrelaties, identiteit en de verhouding tussen lokaal en globaal. Eggers werkt aan twee projecten: 'Brexit Herring' over de Noordzee als onderhandelingstafel in de context van de Brexit, en 'Migrating Seasons' over migrerende seizoensarbeid en de fragiliteit van het voedselsysteem. Het eerste project volgt drie lijnen: 1. gesprekken met experts over Brexit-beleid en zeerecht, 2. onderzoek naar de Nederlandse haringtraditie in samenwerking met ambachtslieden en 3. een etnografisch onderzoek naar bemanning op vissersschepen. In het tweede project doet ze etnografisch onderzoek door mee te werken aan de oogst. Hieruit ontwerpt ze een hedendaagse boerenalmanak, met nieuwe verhalen over speculatieve plattelandsfestiviteiten. Eggers wordt begeleid door: een handelsstrateeg, grafisch ontwerper Benjamin Sporken en Dr. Clemens Driessen van de Universiteit Wageningen. 'Brexit Herring' wil Eggers presenteren tijdens de Dutch Design Week en symposia. De uitkomst van 'Migrating Seasons' wordt in Z33 in Hasselt gepresenteerd.
Angeliki Diakrousi

Angeliki Diakrousi

Ontwerper en kunstenaar Angeliki-Marina Diakrousi is afgestudeerd aan het Piet Zwart Institute in Rotterdam. Ze verhoudt zich in haar praktijk tot de onzichtbare politieke en sociale impact van technologie en onderzoekt hoe deze zich manifesteert in het publieke domein, zowel stedelijk als online. Ze beschouwt technologie niet als neutraal, maar als een middel dat vooringenomenheid en sociale ongerechtigheid reproduceert. In haar ontwerppraktijk verhoudt ze zich tot een techno-feministisch perspectief, low-tech-, hacking- en open source-praktijken, politieke audio- en radiokunst, kritische architectuurtheorie en experimenteel publiceren. Gedurende het ontwikkelingsjaar werkt Diakrousi samen aan twee projecten, 'Hunting Mosquitoes' en 'WordMord', en wil ze haar technische-, programmeer- en schrijfvaardigheden verder ontwikkelen door het volgen van relevante workshops. Begeleiding krijgt de aanvrager van curator en onderzoeker Linnea Semmerling en een nog te selecteren kunstenaar. Ze presenteert haar werk en organiseert werksessies bij onder meer het Center for Art and Urbanistics ZK/U in Berlijn, TENT en Varia in Rotterdam, Sonic Acts, TU Delft en de University of Thessaly.
Anne Nieuwenhuijs

Anne Nieuwenhuijs

Anne Nieuwenhuijs is in 2018 afgestudeerd aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam. Met haar studio Deltascapes ontwerpt ze ruimtelijke oplossingen vanuit het kleinste deeltje in slib: klei. 'Vloeibaar Land' is een vervolg op haar afstudeerproject. Nieuwenhuijs wil met het project komen tot landschapsscenario's en objecten die landschapsvormende krachten op de grens van water en land beïnvloeden, biodiversiteit stimuleren en gastvrije leefomstandigheden creëren voor vele soorten. Hiermee wil ze een bijdrage leveren aan klimaatadaptatie. Om een specialist te worden in landschapsproducties volgt de ontwerper tijdens het ontwikkeljaar drie leerlijnen: het verzamelen van grondstoffen om producten mee te maken die interfereren met natuurlijke dynamieken, het onderzoeken van de eigenschappen van klei en het vormgeven van een beeldtaal en bedrijfsmissie voor Deltascapes. Ze volgt hiertoe cursussen keramiek en bodemchromatografie, doet werkstages bij experts uit diverse disciplines en gaat een samenwerking aan met een creatief communicatiebureau. 'Vloeibaar Land' resulteert in een aantal klei-objecten die in een expositie gepresenteerd worden.
Ant Eye

Ant Eye

Productontwerpers Hanneke Klaver en Tosca Schift, beiden afgestudeerd aan de afdeling Product Design van ArtEZ in Arnhem, vormen samen het collectief Ant Eye. Hun werk beweegt zich op het snijvlak van productontwerp, performance en film en kenmerkt zich door absurditeit, transformatie, protest en verbeelding. De aanvragers willen objecten bevrijden van hun toegepaste en dienende functie. Tijdens het ontwikkeljaar start het collectief een artistiek onderzoek met als werktitel I 'Object'. Deze titel verwijst naar de visie van Ant Eye: de objecten komen in opstand. Klaver en Schift willen de stem van het object beter leren vertolken en overbrengen door zich te professionaliseren in film en storytelling en het maken van kostuums en performances. Ze willen meer kennis en ervaring opdoen in de theaterwereld en de filmindustrie en binnen deze disciplines hun netwerk uitbouwen en samenwerkingspartners vinden. Als mentor hebben ze designtheoreticus Rana Ghavami bereid gevonden hen te coachen. Daarnaast hebben ze filmmaker Douwe Dijkstra en Joris Suk, ontwerper bij Maison the Faux, als coaches benaderd. Het resultaat van het onderzoek wil Ant Eye presenteren tijdens de Dutch Design Week 2022 en het International Short Film Festival in Nijmegen.
Axel Coumans

Axel Coumans

Social Designer Axel Coumans (Atelier Coumans) behaalde zijn bachelor aan de Design Academy Eindhoven. In zijn praktijk benadert hij ecologische thema's vanuit verschillende sociale contexten en een niet-menselijk perspectief. Komend jaar ontwikkelt Coumans zijn vermogen om te luisteren, dat voor hem een van de belangrijkste vaardigheden van een social designer is. In de verschillende projecten en activiteiten die hij hiervoor ontwikkeld staan (stads)bomen centraal. Eerst gaat hij naar Ierland, waar hij wil leren van Keltische boeren, waarna hij in de oerbossen van Polen gaat luisteren naar houthakkers en boswachters. Tijdens de Dutch Design Week creëert hij vervolgens in Eindhoven een ruimte waarin de publieke sector in gesprek gaat met het publiek. Onderwerp is de leefomgeving die besproken wordt aan de hand van de plataan op zijn werkterrein. Daarnaast doet Coumans projecten met Zone2Source en BioArt Laboratories en laat hij zich adviseren door Arita Baaijens (ontdekkingsreizigster) en Darko Lagunas (socio-envirionmental researcher). Ook volgt hij een masterclass socratische gespreksvoering bij Sandra Aerts en Ine Rietstap en een opleiding tot Stadsboswacher bij Tom van Duuren.
Baratto&Mouravas

Baratto&Mouravas

Nicola Baratto en Ioannis Mouravas zijn beide afgestudeerd aan het Sandberg Instituut en werken nu samen onder de praktijk Archaeodreaming. Tijdens hun ontwikkeljaar willen ze met het project 'Seabed' onderzoek doen naar het bed: een specifiek cultureel artefact dat ze essentieel achten voor het begrijpen van onze tijd. De intentie is om door het socio-culturele discours over slaap, dromen en diepzeeverkenningen met elkaar te verbinden, utopische vormen van verbeelding op te wekken. Hierin worden Baratto en Mouravas begeleid door de mentoren Studio Ossidiana, Tjeerd Veenhoven (HuisVeendam) en Ernst van der Hoeven (MacGuffin). Verder gaan ze samenwerkingen aan met de Griekse beddenfabrikant COCO-MAT, het Donders Intituut en muzikant Marijn Degenaar (Circular Ruins). Het project resulteert in een immersieve scenografische installatie die op verschillende plekken in Italië en Nederland gepresenteerd wordt: de aanvragers benaderen onder andere het Oerol festival en het Zuiderzeemuseum.
Basse Stittgen

Basse Stittgen

Bio-designer Basse Stittgen is afgestudeerd aan de Master Social Design van de Design Academy Eindhoven. In zijn praktijk onderzoekt Stittgen hoe hij via ontwerp ogenschijnlijk waardeloze materie, zoals restproducten van industriele processen, kan omzetten in artefacten met een culturele waarde. Hiermee werpt hij vragen op over de ethische kant van productie en consumptie, en onze morele verantwoordelijkheid hierin. Tijdens zijn ontwikkeljaar ontwikkelt Stittgen onder de noemer 'Matter out of place', drie projecten die elkaar informeren. Voor 'Recombined Wood' onderzoekt hij hoe van lignine en cellulozevezels (industriele afvalstoffen) een nieuw soort hout kan worden gemaakt. In samenwerking met microENVISION en Juan Arturo Garcia maakt hij een reeks interviews over bloed, getiteld 'Fluid Dialogues', bedoeld om stigma's rondom HIV te doorbreken. De derde component bestaat uit de mobiele bio-ontwerp workshop 'Moving Matter Laboratory', gehost door MAK Vienna, dieDAS Design Akademie Saaleck, STORESTORE, BurgHalle University en de Floriade Almere. Bij dit alles betrekt Stittgen komend jaar ontwerper Maurizio Montalti (Officina Corpuscoli) als mentor en sparringspartner.
Benjamin McMillan

Benjamin McMillan

Benjamin McMillan is in 2020 afgestudeerd aan ArtEZ in Arnhem. Komend jaar werkt hij aan het project 'Full Auto Foundry' en het kleinere project 'Sunday Lunch'. Het doel van 'Full Auto Foundry' is om een workshop-gebaseerde praktijk te ontwikkelen die vertrekt vanuit de samenwerking tussen ontwerper, niet-menselijke intelligentie en geautomatiseerde processen. McMillan gaat hiervoor gesprekken voeren en cursussen volgen met experts in typografie, automatisering en artificial intelligence. Dit doet hij met onder anderen Aaron Bastani, K. Allado-McDowell, Nora N. Khan, Fredrick Brennan, Just van Rossum en Loes Bogers. Voor het organiseren van workshops wint McMillan expertise in van Gaile Pranckunaite en Benoît Bodhuin. Samen met Dong Bin Han zet hij workshops op waarvoor hij een aantal locaties in gedachten heeft, namelijk: ArtEZ, Rietveld Academy, KABK, San Serriffe en Varia in Rotterdam. Voor 'Sunday Lunch' zoekt de aanvrager begeleiding van professionals in het typografieveld om alternatieve manieren van distributie te ontwikkelen.
Boey Wang

Boey Wang

Productontwerper Boey Wang (Studio Boey) behaalde zijn bachelordiploma in de richting Man and Wellbeing aan de Design Academy in Eindhoven. Onder de noemer 'Perceptual Design' bevraagt Wang de dominantie van het visuele perspectief binnen de ontwerpwereld. Komend jaar ontwikkelt hij onder de noemer 'Haptic Aesthetics' een theoretisch kader en principes voor een nieuwe manier van ontwerpen, waarin wordt uitgegaan van niet-visuele principes. Samen met ontwerper Simon Dogger en Visio Revalidatie & Advies Eindhoven, interviewt en organiseert hij workshops om beter inzicht te krijgen in het perspectief van mensen met een visuele beperking. Vervolgens past Wang de opgedane kennis toe in nieuwe objecten die de tastzin bevorderen. Hiernaast beoogt Wang zijn methodiek te introduceren binnen het design onderwijs om ook op grotere schaal de dominantie van het visuele beeld in het ontwerpproces te doorbreken. De opgedane kennis en theorie komen samen in een publicatie en verschillende presentaties. Gedurende het jaar schakelt Wang verscheidene adviseurs in, waaronder schrijvers Gert Staal en Dirk van Weelden en The Agency For Ambition.
Céline Hurka

Céline Hurka

Grafisch ontwerper Céline Hurka behaalde een master Type en Media aan de KABK in Den Haag. In haar praktijk houdt Hurka zich bezig met boekontwerp, fotografie, interactief ontwerp, schrijven en materiaalonderzoek. Typografie is voor haar wat deze disciplines met elkaar verbindt. Ze streeft naar een experimentele en op onderzoek gebaseerde benadering, waarbij ze nieuwe technologieën gebruikt om typografische conventies te verkennen en te bevragen. Tijdens het ontwikkeljaar richt Hurka zich op de ontwikkeling van nieuwe typografische standaarden, door gebruik te maken van variabele lettertypetechnologie. Ook wil ze typografische conventies ter discussie stellen en het veld verbreden. In haar werk streeft ze naar een ethisch gedreven praktijk. Daarom streeft ze ernaar haar lettertypen uit te breiden om de uitgebreide Europese tekenset te ondersteunen, inclusief minderheidstalen zoals Baskisch, Sámi, Catalaans, Fries en Bretons. De aanvrager zal werken aan het verwerven van nieuwe vaardigheden op het gebied van coderen, niet-Latijns lettertypeontwerp (o.a. het Cyrillisch schrift) en schrijven. De Russische typografe Anya Danilova zal haar hierin begeleiden. Hurka wil voor haar onderzoek naar Amerika (New York, Rhode Island, San Francisco) en naar Moskou en Sint-Petersburg. De resultaten presenteert ze op een website, in een gedrukte publicatie en een interactieve, fysieke installatie. Ze toont haar werk bij instellingen in Nederland en Moskou en houdt lezingen en workshops tijdens conferenties en bij academies, zoals KABK en Konstfack Stockholm.
Charlotte Rohde

Charlotte Rohde

Grafisch ontwerper en typograaf Charlotte Rohde is afgestudeerd aan het Sandberg Instituut. In haar praktijk onderzoekt ze op multidisciplinaire wijze de betekenis van 'het lettertype als lichaam', door lettertypen in verschillende media, zoals schrijven en het maken van driedimensionale objecten, om te zetten. Tijdens het ontwikkeljaar wil Rohde haar methodiek voor het maken van multidisciplinaire werken vanuit het letterontwerp aanscherpen. Daarnaast wil ze een discussie op gang brengen over het integreren van feministische strategieën in een door mannen gedomineerd veld. Ze zal daartoe een kort verhaal schrijven waarin ze een nieuw te ontwikkelen lettertype als protagonist opvoert. Om dit verhaal een ruimtelijke vertaling te geven zal ze het lettertype omzetten in objecten van keramiek en brons. De resultaten presenteert de aanvrager in een publicatie en een ruimtelijke installatie. Daarnaast voert ze publieke gesprekken met letterontwerpers en houdt ze een pleidooi voor het toegankelijker maken van licenties voor lettertypen. Als begeleiders heeft Rohde de queer Armeens-Amerikaanse filmtheoreticus en schrijver Tina Bastajian en grafische ontwerper en typograaf David Bennewith bereid gevonden. Daarnaast voert ze feedbackgesprekken met Jungmyung Lee. In Amerika wil ze The Letterform Archive in San Francisco bezoeken en enkele experts op het gebied van typografie ontmoeten.
Christine Kipiriri

Christine Kipiriri

Modeontwerper Christine Kipiriri (Women Ofwar) is geselecteerd tijdens de Scout Night in Amsterdam. Gevlucht vanuit Bujumbura, Burundi reisde de maker met familie naar Duitsland om vervolgens in Nederland terecht te komen. Kipiriri beschrijft in het ontwikkelplan hoe ze hier haar eerste ervaringen met racisme opdeed. Niet alleen de geleefde ervaring als vluchteling, maar ook het opgroeien met computeronderdelen, gereedschappen en andere artikelen, gevonden door haar vader, vormen haar inspiratie. Komend jaar bouwt de ontwerpster haar modelabel 'Woman Ofwar' verder uit. Ze doet onderzoek naar haar culturele achtergrond, met als doel de artistieke waarden in haar praktijk te verankeren. Hiervoor reist Kipiriri naar Burundi. De maker zoekt contact met Margaux Wongart, een lokale sieradenontwerper die haar gaat begeleiden in de toepassing van traditionele mode. Verder doet ze ervaring op in het maken van kleding tijdens de masterclasses bij Meesteropleiding Coupeur en in de werkplaats Promiday in Almere, waar ze de beschikking heeft over lasersnijders en borduurapparaten. De uiteindelijke collectie zal Kipiriri in de vorm van een modefilm presenteren.
Colette Aliman

Colette Aliman

Colette Aliman is in 2019 afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven. Met het 'Sonic Recalibration Lab' doet ze in het ontwikkeljaar onderzoek naar de 'Mechaphony' (het mechanische geluidslandschap). Met dit onderzoek focust de aanvrager zich specifiek op drie onderwerpen: stedelijk geluid, antropomorficatie van geluidskwantificatie en de geluidsparadoxen van groene energie. Met een driedelige online publicatie wil ze wetenschappers, geluidsartiesten, en een breder in geluid geïnteresseerd publiek bereiken. Daarnaast organiseert Aliman een serie 'Soundscape Mixtape' workshops, waarmee ze verschillende instituties aan het netwerk van het 'Sonic Recalibration Lab' wil verbinden. In de verdere professionalisering van het lab wordt ze onder andere begeleid door Marion Beltman (business coach).

Dasha Tsapenko

Ontwerper Dash Tsapenko is afgestudeerd aan de Master Social Design van de Design Academy Eindhoven. In haar praktijk onderzoekt Tsapenko alternatieve productieprocessen en (her)ontwerpt ze dagelijkse routines rondom het lichaam en kleding. Binnen haar hollistische werkwijze ontleent ze methoden uit de landbouw, mycologie en microbiologie en natuursystemen. Komend jaar richt de ontwerper zich op het verder ontwikkelen van het onderzoeksproject 'Fur_tilize', waarin ze onderzoekt hoe ze bontachtige kledingstukken kan laten groeien. Twee plantsoorten staan daarin centraal: de Trametes Betulina (een paddenstoel) en Cannabis Sativa (industriële hennep). Gedurende het jaar werkt Tsapenko samen met verschillende wetenschappers, waaronder prof. dr. Han Wösten (hoofd van de microbiologieafdeling van de Universiteit Utrecht), het Textiellab Tilburg of het platform 'Fashion for Good' en felting/tufting-specialist Olga Mys. Het resultaat komt samen in een collectie kledingstukken die gepresenteerd wordt tijdens Fashion Clash Festival en de DDW 2022.
David Schmidt

David Schmidt

Architect David Schmidt is afgestudeerd aan de TU Delft. In zijn talentonwikkelingstraject beoogt hij enerzijds zijn praktijk vanuit een ambachtelijke benadering te versterken en anderzijds zijn werkveld te verbreden naar een meer landschappelijke benadering. Het project 'De Andere Stad' is een ontwerpend onderzoek naar hoe vanuit plaatsgebonden maakprocessen binnen veranderende urbane condities een andere soort stad kan ontstaan. Met een focus op Amsterdam-Noord structureert het project zich volgens drie onderzoeksthema's: vergroening door ontstening, nieuwe woontypologieën, en een inclusieve (duurzame en sociale) economie. Een grootschalige maquette functioneert als uitwisselingsplek voor nieuwe ideeën. Schmidt nodigt daartoe in totaal zes experts uit waarvan er drie gespecialiseerd zijn in de genoemde onderzoeksthema's, een vierde zich richt op de veranderende rol van de architect en een vijfde op communicatie en representatie. Een zesde expert moet nog worden bepaald. De grootschalige maquette is als presentatievorm niet alleen bedoeld als een samenvattend eindproduct, maar ook als een verhalende verbeelding van een evoluerend project. In publieke 'Site Salons' wordt met de uitgenodigde experts een lerend netwerk opgezet. Ter afsluiting volgt er een 'Finissage De Salon' waarin het project wordt gepresenteerd door middel van een tentoonstelling van de maquette en een bijbehorende publicatie.
Diego Manuel Yves Grandry

Diego Manuel Yves Grandry

Ontwerper Diego Manuel Yves Grandry studeerde Interactive Media Design aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten Den Haag. In zijn praktijk creëert hij met behulp van tools uit de digitale wereld nieuwe verhalen over 'de ander'. Hij hoopt dat mensen zich beter kunnen inleven en meer begrip krijgen. Grandry heeft een zusje met een neurologische aandoening: het RET-syndroom. Tijdens het ontwikkeljaar wil Grandry werken aan de ontwikkeling van alternatieve therapiemethoden voor mensen met dit syndroom. Hij maakt hierbij gebruik van Virtual Reality-technologie om hun bewegingen te animeren. Hiervoor werkt hij vanuit de kunst samen met de medische wereld, onder anderen met neuroloog Nicolai Joost (UMC+ Utrecht) en psychiater Gabriel Brun (Charles Perrens Hospitale in Bordeaux). Daarnaast zoekt hij uitwisseling met families van Rett-syndroomdragers in Nederland en Frankrijk. Het uiteindelijke doel is om een leemte op te vullen waar traditionele medische behandelingen tekortschieten en gezamenlijk alternatieve zorgsystemen op te bouwen. De aanvrager wil workshops volgen bij het VR learning Lab in Leiden. Hij benaderde kunstenaar en ontwerper Ali Eslami als mentor en heeft contact met kunstenaar Kévin Bray. Grandy presenteert de resultaten van zijn onderzoek in een serie online video's. Daarnaast hoop hij zijn werk tijdens het IMPAKT festival te tonen.

Djatá Bart-Plange

Djatá Bart-Plange aka NDNMK Solutions heeft in 2018 de bachelor Engelse taal en cultuur afgerond aan de universiteit van Utrecht. Een groot deel van zijn werk vloeit voort uit de frustraties die hij ervoer binnen de academische wereld. Zo zijn kennispolitiek, witheid, en mannelijkheid vaak terugkerende thema's. Komend jaar richt hij zich op het produceren van het eerste hoofdstuk uit de reeks audioboeken genaamd 'FF:FF:FF:FF:FF:FF' - een mengelmoes van proza, (non-)fictie, geluidscollage, en game elementen. Middels deze serie wil Bart-Plange een digitale brug bouwen tussen het Westerse, hegemonische kennissysteem en verschillende West-Afrikaanse kennissystemen. Dit project doelt op een dekolonisatie van de geest door middel van, in het beste geval, het ontwikkelen van een soort twee(of meer)taligheid in wereldbeelden - zo niet: is het een inzage in de kneedbaarheid, contingentie, sterke/- en zwakke kanten van onze Westerse manier van de wereld begrijpen; en probeert het hulp te bieden in het los laten, het toetreden tot het enge onbekende, leren luisteren naar stemmen van buiten de imperiale centra van de witte wereld, om samen iets anders te kunnen bouwen met de enorme welvaart aan kennis van al de wetenschappen van de wereld en haar mensen.
Dylan Westerweel

Dylan Westerweel

Modeontwerper Dylan Westerweel behaalde zijn Bachelor Fashion Design aan ArtEz. Hij typeert zijn label 'Dylan Westerweel' als een viering van queerness: een modemerk voor iedereen die zijn/haar/diens schoonheid en kracht wil uitdragen. In eerste plaats, omdat queer mensen anders durven te kijken naar de wereld, doordat de wereld anders naar hen kijkt. Daarbij hoort het onderzoeken van sociale constructen, zoals schoonheid en design. Westerweel haalt zijn inspiratie uit verschillende bronnen, waaronder het leven van rent boys in Victoriaans London en het werk van de Armeense filmmaker Sergej Paradzjanov. Komend jaar richt Westerweel zich op de ontwikkeling van een nieuwe collectie, getiteld 'Sergei'. De collectie vertelt het queer levensverhaal in zeven seizoenen. Voor de ontwikkeling van 'Sergei' doet de ontwerper literatuur- en textuuronderzoek bij IHLIA en couture-borduurhuis Maison Lesage in Parijs. De opgedane kennis wordt ontsloten via een databank en een tentoonstelling bij Szalon Amsterdam. Hiernaast organiseert Westerweel een fotoshoot van de collectie met Nella Roz, waarnaar hij de beelden aanbiedt aan magazines als Dazed, Paper, Slippage en Another Man. Tot slot wordt de collectie gepresenteerd in een galerie tijdens Amsterdam Fashion Week en gaat Westerweel samenwerken met KnitwearLab, Spice PR en Iconic PR.
Ebru Aydin

Ebru Aydin

Audiovisueel maker Ebru Aydin is geselecteerd tijdens de Scout Night in Utrecht. Als Turks-Nederlandse vrouw met een moslimachtergrond zet Aydin zich in voor meer bewustwording in relatie tot de thema's sociale ongelijkheid, migratie & islam, beeldvorming, discriminatie & racisme, identiteit, (super)diversiteit en inclusie. Als vervolg op het project 'Hijabverhalen' onderzoekt Aydin het komende jaar de maatschappelijke positie van moslimvrouwen in Nederland. Ze gaat hiervoor in gesprek met verschillende experts en werkt aan haar artistieke ontwikkeling. Voor haar artistieke ontwikkeling volgt Aydin een cursus in storytelling en raadpleegt ze andere fotografen om van hen te leren. Tevens maakt ze een podcast, waarvoor ze samenwerkt met 'Wij Blijven Hier', een online platform voor Nederlandse moslims. Tot slot ontwikkelt Aydin om een verdiepend programma en expositie in samenwerking met diverse maatschappelijke partijen.
Eduardo Leòn

Eduardo Leòn

Modeontwerper Eduardo Leòn (Avoidstreet) is in 2017 afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld Academie. In zijn multidisciplinaire ontwerppraktijk richt hij zich op het tonen van de schoonheid van het banale en het projecteren van 'high gloss luxury' op het alledaagse. Komend jaar werkt hij aan een nieuwe collectie genaamd 'Piazalle Lotto'. De collectie is vernoemd naar een wijk in Milaan, waar zijn grootmoeder vanuit haar huiskamer een illegaal restaurant runde en Peruaanse immigranten uit verschillende delen van de samenleving een tweede huis vonden. Met dit startpunt wil Leòn het gesprek over immigratie, cultuur, gemeenschap faciliteren, terwijl hij ook de absurditeiten van de mode-industrie aankaart. De collectie komt samen in een fysieke en digitale tentoonstelling, een publicatie, publiek programma en een website. Hiervoor werkt Leòn samen met Amsterdam Warehouse. Verder zoekt hij samenwerkingen op grafisch gebied met Claudia Martinez Garay, Elisabeth Klement van San Serriffe, en op het gebied van audio met Jonathan Casto. Verder is hij van plan een 3D-workshop te volgen aan het AMFI en studiereizen te maken naar Peru en Milaan.
Emilia Tapprest

Emilia Tapprest

Emilia Tapprest is in 2019 afgestudeerd aan het Sandberg Instituut. Met 'NVISIBLE.STUDIO' doet ze onderzoek naar de manier waarop digitaliseringsprocessen de interactie tussen samenleving, ideologie en macht vormgeven. In het ontwikkelplan richt Tapprest zich op een aantal samenwerkingsprojecten waarin film en andere vormen van immersieve storytelling worden ingezet om alternatieve manieren van bestaan te verbeelden. In samenwerking met wetenschapshistoricus Victor Evink werkt Tapprest aan het project 'Zhouwei Network', waarin zestien archetypische en speculatieve samenlevingsmodellen worden verkend. Tijdens het ontwikkeljaar staan drie projecten centraal: 'Sonzai Media', 'Inner Futures', 'Embodied Protocols', hiernaast werkt Tapprest aan drie secondaire projecten: 'Zhōuwéi Network Film', 'Ambitopia', 'Birthpains'. In de professionalisering van haar praktijk volgt de maker performance- en bewegingsworkshops. Als mentoren benadert ze Daan Milius (dramaturg), Huib Haye van der Werf (curator), Daniel van der Velden (ontwerper), Rob Schröder, Martin Lopatka (datawetenschapper) en Romeo Kienzler (IBM). De presentatie van het werk neemt hybride vormen aan in fysieke exposities, workshops en online platforms.
Emirhan Akin

Emirhan Akin

Vanwege de gevoelige aard heeft Emirhakin het verzoek ingediend om het project ongepubliceerd te houden tot het voltooid is.
Gianna Bottema

Gianna Bottema

Gianna Bottema is in 2019 afgestudeerd aan de Architectural Association in Londen en wil in het ontwikkeljaar een kritiek vormen op de Nederlandse woningbouwpraktijk vanuit feministisch en intersectioneel perspectief. Haar onderzoek naar ongelijke verhoudingen in de woningomgeving bevraagt paradigma's rondom gender en seksualiteit en verkent de ruimtelijke mogelijkheden voor economische, politieke en sociale gelijkheid om deze vervolgens te vertalen naar alternatieve woningplattegronden. In de eerste helft van het ontwikkeljaar doet Bottema met 'woonatlas' theoretisch en typologisch onderzoek gedaan. Dit komt onder andere tot uiting in samenwerkingen met deskundigen op het gebied van wonen en genderstudies en een studiereis naar niet-Europese projecten. In de tweede helft wordt met 'woonrevolutie' gewerkt aan experimenten met beeldtechnieken, ontwerpstudies, en speculatieve woonvoorstellen. Ter afsluiting wordt met 'woondiscussie' het werk gepresenteerd via workshops, een publicatie gericht op vakpubliek en een website voor het bredere publiek.
Ivan Čuić

Ivan Čuić

Sound designer Ivan Čuić behaalde een bachelor ArtScience aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten | Koninklijk Conservatorium. Met Kantarion Sound organiseert Čuić programma's, waarin hij live/dj optredens, improvisaties, zelf geïnitieerde projecten, stomme film met live elektronica, tentoonstellingen en luistersessies, combineert. Hij maakt site-specific opstellingen om geluid meer fysiek ervaarbaar te maken en streeft ernaar een optimale relatie tussen geluid, ruimte, publiek en uitvoering te realiseren. Tijdens het ontwikkeljaar focust Čuić zich op de optimalisering van de (lichamelijke) beleving van geluid. Dit doet hij in het project Sonic Elevation dat bestaat uit een geluidswerk, sounds system, akoestische panelen, een opblaasbare matras, mist en licht. Hij zal een op maat gemaakt geluidssysteem bouwen voor Murmur, een ruimte voor geluid in Amsterdam. Hij is met hen een langdurige samenwerking aangegaan in het verkennen van een optimale luisteromgeving. Hij werkt samen met Flex Acoustics, dat flexibele, opblaasbare akoestische units ontwikkelt en initieert een cursus akoestiek samen met een expert. Daarnaast vraagt hij feedback van geluidskunstenaar Sébastien Robert. Verder organiseert hij een 24 uurs luistersessie bij de Zandmotor bij de kust van Den Haag. Hij is uitgenodigd om Sonic Elevation in het Nxt Museum te presenteren en voor een optreden tijdens het festival The Gray Space in the Middle.
Jarmal Martis

Jarmal Martis

Digitaal productontwerper en beeldmaker Jarmal Martis is geselecteerd tijdens de Scout Night in Utrecht. Martis omschrijft in het ontwikkelplan de impact van beeldvorming voor gemeenschappen, specifiek Curaçaoënaars, en hoe bevolkingsgroepen tot stereotypes kunnen worden gereduceerd. De maker wil zich het komende jaar verder op deze thematiek focussen. In het project 'Yuli' volgt Martis voor een langere periode een Curaçaose alleenstaande moeder. Hij gaat één à twee keer per week bij haar op bezoek en documenteert haar leven doormiddel van fotografie. Het komende jaar legt de maker doormiddel van 'participant observation' en co-creatie de basis voor dit project. Daarbij werkt hij aan een korte documentaire en een aantal essays om het verhaal meer gelaagdheid te geven. Tijdens het project werkt Martis samen met documentairemaker Isaura Sanwirjatmo en curator Mona Penn-Jousset. Ook vraagt de maker feedback bij Richard Terborg, Marlike Marks en Francois Hendrickx. De fotoserie en documentatie worden gepresenteerd in een tentoonstelling, waarbij ook een website wordt ontwikkeld.
Karin Fischnaller

Karin Fischnaller

Ontwerper Karin Fischnaller is afgestudeerd aan de master Information Design aan de Design Academy Eindhoven. Fischnaller wil nieuwe technologieën ontrafelen en hun disruptieve impact op systemen blootleggen, zowel in design als in de samenleving. Dit doet ze door interactieve interfaces te ontwikkelen; 'digitale informatieruimten' waar de inhoud in netwerkachtige structuren wordt gereorganiseerd. Door journalistieke methoden, design en creative coding samen te brengen, wil ze nieuwe inzichten en verrassende perspectieven bieden en een publiek debat faciliteren. Tijdens het ontwikkeljaar werkt de aanvrager aan de verdere ontwikkeling van haar methodologie voor het navigeren door complexe en onderling verbonden verhaallijnen op digitale platformen. Ze bouwt aan een kennisdatabase, door interviews met experts af te nemen, masterclasses te volgen en voorbeelden te verzamelen. Met de verzamelde kennis wil ze vervolgens workshops geven aan de Design Academy Eindhoven, de KABK, Free University of Bolzano (IT) of het Critical Media Lab (CH). De bevindingen presenteert ze met online-events en ruimtelijke installaties bij instellingen zoals ACED, The Hmm of On Data and Design (CH) en bij MU artspace, Dutch Design Week of het GLUE festival. Rik Dijkhoff en Roosje Klap hebben toegezegd haar te begeleiden.
Kirsten Spruit

Kirsten Spruit

Grafisch ontwerper Kirsten Spruit studeerde aan de Master Information Design van de Design Academy Eindhoven. In haar werk verhoudt Spruit zich tot het thema 'off time', ofwel 'niets doen'; tijd die binnen een kapitalistische waardesystemen onproductief lijkt, maar volgens haar noodzakelijk is voor een zinvol bestaan. Met gebruik van verschillende media en disciplines creëert ze omstandigheden, omgevingen of prikkels om ruimte te maken voor doelloos denken. Tijdens het ontwikkeljaar scherpt Spruit haar methodieken en theoretisch kader met betrekking tot 'niets doen', werk, productiviteit en technologie aan en maakt ze deze publiek toegankelijk. Tegelijkertijd ontwikkelt ze haar vaardigheden op het gebied van grafisch ontwerp, schrijven, coderen en geluid, en interviewt ze experts via haar radio station Good Times Bad Times. Erik Viskil, hoogleraar Research and Discourse in Artistic Practice aan de Universiteit Leiden, zal begeleiden bij het maken van een essay film. Daarnaast wil ze de onlinecursus Theories of Media and Technology van de New York University en een cursus online publiceren van Laurel Schwulst en John Provencer volgen. Om haar bevindingen te delen ontwikkelt ze een workshop voor kunstacademies, maakt ze een radioshow en vertoont ze haar essayfilm bij Lantaren Venster en Lab1.
Leyla-Nour Benouniche

Leyla-Nour Benouniche

Kunstenaar Leyla-Nour Benouniche studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) Den Haag. Vanuit haar achtergrond als Frans-Algerijnse queer-onderzoeker en facilitator richt ze zich op de verhalen van queer mensen en vrouwen van kleur, met aandacht voor mentale gezondheid en consent. Tijdens haar ontwikkeljaar wil Benouniche bouwen aan een online en real life gemeenschap ter ondersteuning van jonge gemarginaliseerde mensen in Europa, waarin tools, gemeenschappelijke ervaringen en magisch escapisme worden gedeeld. Ze wil hiervoor een videoserie van live talkshows, omlijst door een overkoepelend fictief animatieverhaal, maken. Als voorbeeld dienen populaire 'levenslessen' programma's zoals kinderprogramma's en talkshows zoals Queer Eye of Oprah. Die combineert ze met elementen van sciencefiction afkomstig uit (Noord) Afrikaanse mythologieën en visuele codes uit de queer- en diasporagemeenschappen. Hiervoor doet ze onderzoek naar mediation, sciencefiction, ethische, culturele en digitale geletterdheid. Ze krijgt begeleiding vanuit de (A)wake Artist Residency in MONO Rotterdam. Daarnaast wint ze advies in bij onder anderen Nike Ayinla en Nas Hosen (Orisun studio), Margarita Osipian (The Hmm) en Navild Acosta en Fannie Sosa (experts op het gebied van ethische en inclusieve praktijken). De resulterende workshops, talks en vertoningen wil ze presenteren tijdens festivals zoals het New Radicalism Festival in MONO Rotterdam, Dutch Design Week and The Hang-Out.
Lieke Jildou de Jong

Lieke Jildou de Jong

Lieke Jildou de Jong, afgestudeerd aan de Academie van Bouwkunst, wil zich ontwikkelen als landschapsarchitect met een specialisatie in voedselkringloop. Met haar ontwerppraktijk landscape.collected werkt ze gedurende haar ontwikkeljaar aan het project 'Bodemlegger'. Ze doet daarin onderzoek naar hoe eetcultuur het landschap vormt. Ze voert hiertoe onder anderen gesprekken bij een proefboerderij met kennis over bodemvitaliteit in relatie tot gewassen, met een kok die het voedsellandschap eetbaar maakt en met entomologen die het dieet van insecten en het bodemleven in kaart brengen. Vervolgens start de ontwerpfase. Hierin ontwikkelt ze een ontwerpmethodiek die uitmondt in een installatie die het publiek inzicht geeft in de werking van een ecosysteem. Om haar positie binnen het werkveld te versterken krijgt De Jong begeleiding van verschillende experts en leermeesters, waaronder Lada Hršak die haar over het gehele ontwikkeljaar gaat coachen.
Luis Ferreira

Luis Ferreira

Codeur Luis Ferreira (Schuur Creations) is autodidact en geselecteerd tijdens de Scout Night in Eindhoven. In de afgelopen twee jaar heeft Ferreira zich zelfstandig ontwikkeld in creative coding. In het ontwikkelplan omschrijft Ferreira de ambitie om zich verder te ontwikkelen in het vertellen van verhalen doormiddel van technologie. Het ontwikkelplan is verdeeld over drie fases waaronder: zelfontplooiing door onderzoek en samenwerkingen, inspiratie opdoen met gelijkgestemde makers en het ondersteunen van anderen door middel van workshops. Gedurende het jaar wint de maker kennis in bij onder andere Paul Raats, Alissa+Nienke, Jing Wang, The Orchestra, Ellen de Vries en Ricky van Broekhoven. Verder zoekt hij contact met organisaties die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van zijn praktijk zoals Creative Coding Utrecht, FIBER, Waag en We are Playgrounds. Om de uitwisseling met gelijkgestemden te stimuleren werkt Ferreira aan een platform voor Creative Coders in Eindhoven, dat nu alleen als facebookgroep bestaat. Om zich technisch en artistiek verder te ontwikkelen volgt hij een aantal masterclasses en trainingen, bijvoorbeeld bij Unity's Create with Code. Tot slot vertaalt Ferreira de opgedane kennis naar verschillende workshops die in samenwerking met Future Makers Factory en Sintlucas worden uitgezet.
Maggie Saunders

Maggie Saunders

Ontwerper Maggie Saunders is afgestudeerd aan de afdeling Social Design van de Design Academy Eindhoven. In haar praktijk richt Saunders zich vanuit haar persoonlijke ervaring als stripper op het verbeteren van de arbeidsomstandigheden van sekswerkers. Vanuit die gedachte ontwikkelde ze het social design-project 'Striptopia'; een performatieve ervaring waarmee ze, gebruikmakend van technologische middelen, een nieuwe cultuur rond sekswerk wil creëren. Tijdens het ontwikkeljaar wil Saunders de sociale, performatieve en ruimtelijke beleving van de stripclub verder onderzoeken en ontwikkelen. Ze doet dit in co-creatie met sekswerkers en onder begeleiding van externe experts. Daarbij wil ze nieuwe vormen van sociale interactie tussen publiek en sekswerkers ontwikkelen. De stripclub als een interactieve reis door een reeks gechoreografeerde evenementen benaderen en een nieuwe esthetiek en ruimtelijke indeling onderzoeken die niet langer de regels van de klassieke herenclub volgt. In deze zoektocht wil ze samenwerken met Marieke Samallo (Milkshake Festival), Theo Heskes (Totally Events en Rotterdam Pride) en social media expert Yema Lumumba. Daarnaast zoekt ze contact met Jess Barry onderzoeker gender-sensitive design practices and theory, Joel Blanco, Professor of Design for Innovation and Trend Research at ESD Madrid. De presentatie vindt plaats tijdens Dutch Design Week 2022.
Marcel Mrejen

Marcel Mrejen

Marcel Mrejen behaalde een Bachelor Art & Design aan de Gerrit Rietveld Academie. Zijn praktijk kenmerkt zich door een multidisciplinaire benadering, op het snijvlak van kunst en wetenschap. Hij maakt gebruik van digitale media om nieuwe manieren van leren te ontwikkelen en ons bewustzijn ten aanzien van onze afhankelijkheid van ecosystemen te vergroten. Zijn werk neemt verschillende vormen aan zoals multimedia-installaties, software, AI-modellen, bewegend beeld en publicaties. Tijdens het ontwikkeljaar wil Mrejen in dialoog met makers en denkers een onderzoeksmethodologie ontwikkelen gericht op het leren van niet-menselijke wezens en meervoudige organische intelligenties. Hij zal daartoe materiaalexperimenten uitvoeren en een nieuw werk creëren waarmee hij een breder publiek wil bereiken. In de baai van Paimpol (Frankrijk), zal de aanvrager een site-specific, multisensorische installatie ontwikkelen, gebruikmakend van onderwatersensoren en augmented reality. Het werk van Mrejen zal onderdeel zijn van een tentoonstelling in Frankrijk, daarnaast wil hij het digitale deel van de installatie presenteren in Eindhoven of Rotterdam. Tot slot deelt hij zijn onderzoek via een online kennisplatform en maakt hij een publicatie.
Marko Baković

Marko Baković

Schoenenontwerper Marko Baković behaalde zijn Master in Footwear aan het London College of Fashion. In zijn ontwerppraktijk staan hybriditeit en circulariteit centraal. Tijdens het ontwikkeljaar wil Baković onderzoeken hoe praktijkgerichte kennis kan worden gedigitaliseerd en hoe kant-en-klaar materiaal in schaalbare productieketens kan worden geïncorporeerd. Hij adresseert deze vragen aan de hand van drie elementen: 1. het definiëren van een onderzoekslab, 2. de oprichting van een ambachten database en 3. de productie van 'Collectie 01'. In het onderzoekslab doet Baković verschillende experimenten met schoeisel en werkt hij aan het inzetten van digitale middelen, zoals VR en UX-design binnen het ontwerpproces. De opgedane kennis ontsluit de ontwerper in een database en collectie genaamd '01'. Voor het uitwerken van de collectie doet Bakovic veldonderzoek in Veneto (Italië) en neemt hij individuele lessen bij schoenmaker René van den Berg. Verder gaat hij samenwerken met coder Michiel Heems voor de technische ontwikkeling van het project. De collectie wordt gepresenteerd via een interactieve website met exclusieve tours en tijdens Paris Fashion Week in samenwerking met Tomorrow Ltd.
Munganyende Hélène Christelle

Munganyende Hélène Christelle

Schrijver en ontwerper Munganyende Hélène Christelle is autodidact en werd gescout tijdens de Scout Night Eindhoven. In haar praktijk zet ze typografie in als een politiek instrument om maatschappelijke vraagstukken aan te kaarten, met speciale aandacht voor de historische en gender context van design. De aanvrager wil door middel van typografie bouwen aan een nieuw design ecosysteem. Tijdens het ontwikkeljaar onderzoek Munganyende hoe ze haar huidige werk als vormgever kan vertalen naar een intersectionele typografiepraktijk. Ze wil daartoe een vocabulaire ontwikkelen waarmee ze het klassieke beeld van 'de typograaf' bevraagt en een nieuwe vorm van typografieontwikkeling presenteert. Daarbij spelen zwarte vrouwen en Afrikaans cultureel erfgoed een hoofdrol, met de Black Beautyshop als ruimte voor ontwerp. Om zich verder te scholen stelt ze binnen ArtEZ een autonoom curriculum samen, onder begeleiding van Frank Tazelaar (hoofd afdeling Creative Writing) en volgt ze een online summerschool op het gebied van typografie bij de Royal College of Art London. Ze werkt samen met o.a. Doru Loboka, Studio ZZZAP en OSCAM. Doel is om een eigen font te ontwerpen waarmee ze een feminisme ABC samenstelt. Ze presenteert haar onderzoek in film en audio en schrijft een Intersectioneel Design Manifest. Daarnaast toont ze een audiovisuele documentaire bij het Beursschouwburg in Brussel, Van Abbemuseum en OSCAM.
Octave Rimbert-Rivière

Octave Rimbert-Rivière

Ontwerper en keramist Octave Rimbert-Rivière studeerde in 2020 af aan het Sandberg Instituut. Hij onderzoekt in zijn praktijk het spanningsveld tussen uniciteit, ambacht, massaproductie en nieuwe technologieën. Zijn ontwerpmethodiek gaat uit van bestaande technologie voor een gestroomlijnde productie, die hij vervolgens verstoort om tot unieke resultaten te komen. In de eerste fase van zijn ontwikkeltraject experimenteert Rimbert-Rivière met CAD-software. Hierin wordt hij technische ondersteund door 3D-artiest en gameontwerper Guillaume Roux. In de tweede fase worden de digitale modellen vertaald naar een fysieke vorm met ambachtelijke technieken zoals keramiek en glasblazen. Hierbij wordt de ontwerper begeleid door keramisten Marianne Peijnenburg en Anne Verdier, en glasexpert Steef Hendricks. Uiteindelijk presenteert Rimbert-Rivière zijn werk in een publicatie (in samenwerking met grafisch ontwerper Alex J. Walker en curatoren Sophie Lvoff en Joel Riff), een tentoonstelling in ISO en online (in samenwerking met codeur Olivier Jonvaux).
Patricia Mokosi

Patricia Mokosi

Modeontwerper Patricia Mokosi (On God by Tries) is geselecteerd tijdens de Scout Night in Amsterdam. De maker, geboren in Congo en getogen in Eindhoven, woont momenteel in Amsterdam. Haar inspiratie haalt Mokosi uit haar turbulente jeugd, waardoor ze een fascinatie heeft voor alles wat met het audiovisuele, spirituele en occulte te maken heeft. Komend jaar richt de modeontwerper zich op het verder ontwikkelen van haar label On God by Tries. Hiervoor gaat ze kennis vergaren en werken aan haar technische vaardigheden en volgt een masterclass Textile Design. De resultaten van haar onderzoek verwerkt ze in een collectie unisex kleding en accessoires gemaakt van duurzame materialen. De collectie wordt gepresenteerd in een modeshow en fashionfilm. Voor het versterken van haar publieksbereik werkt Mokosi samen met Blanche Agency.
Renske van Vroonhoven

Renske van Vroonhoven

Geurontwerper en parfumeur Renske van Vroonhoven is autodidact en gescout tijdens de Scout Night Eindhoven. Met haar interdisciplinaire praktijk wil ze veelomvattende ervaringen ontwerpen, waarbij ze zich richt op de zintuigen tast, smaak en vooral reuk - de zogenaamde lower sences, om mensen op een inclusieve manier mee te nemen in een ervaring. Van Vroonhoven staat voor openheid en wil haar kennis en vaardigheden delen met andere kunstenaars, ontwerpers, en studenten. Ze werkt samen met zowel commerciële, als artistieke en wetenschappelijke partners. In 2018 lanceerde ze haar label Attic Lab. Ze is betrokken bij het open source Scent Lab en het samenwerkingsverband Memory Bar. Daarnaast geeft ze als gastdocent les aan de KABK in Den Haag en ArtEZ in Arnhem. Tijdens het ontwikkeljaar richt Van Vroonhoven zich op de relatie geur en herinneringen. Ze verdiept zich (theoretisch en praktisch) in de betekenis van geur als ontwerpmedium en experimenteert met nieuwe technieken. Verder onderzoekt de aanvrager de rol van geur in tentoonstellingen en breidt ze haar betrokkenheid bij het kunstonderwijs uit. Momenteel neemt ze deel aan Tussen Kunst & Skills, een mentorprogramma gericht op ondernemerschap.
Robbert Doelwijt Jr.

Robbert Doelwijt Jr.

Audiovisueel maker Robbert Doelwijt Jr. is geselecteerd tijdens de Scout Night in Amsterdam. In het ontwikkelplan omschrijft Doelwijt de ambitie om zich verder te ontwikkelen als regisseur en schrijver. De maker is geboren in de Bijlmer (Amsterdam) en heeft Surinaamse ouders met roots in Nigeria, Sierra Leone, China en Indonesië.

Deze familiegeschiedenis en het hebben van een biculturele identiteit vormen de basis voor de thema's in de praktijk van Doelwijt. Tijdens het ontwikkeltraject gaat Doelwijt werken aan de korte film 'The Underwear Boys', waarin hij zijn gevoelens over zijn identiteit als zwarte bi-culturele man vastgelegd. Hij zal met ervaren producenten werken om kennis in te winnen over het bouwen van een carrière als schrijver/regisseur. Naast de korte film zal hi jook een eerste hand leggen aan de documentaire 'There's an app for that', die in het teken van Third Culture Kids, een groep jongeren van Gen Z met een biculturele achtergrond. Voor de filmvertoning gaat de maker in gesprek met filmfestivals in Rotterdam, Amsterdam en internationaal.
Rosen Eveleigh

Rosen Eveleigh

Grafisch ontwerper Rosen Eveleigh studeerde aan de Werkplaats Typografie van ArtEZ. In hun praktijk onderzoekt hen hoe queer- en transmensen grafisch ontwerp inzetten om te communiceren en zich te representeren. Hen richt zich op Nederland in de context van de hiv/aids-crisis in de jaren zeventig, tachtig en negentig. Tijdens het ontwikkeljaar wil Eveleigh dit onderzoek verder brengen door middel van een 'reactiveringsfase'. Met een reeks collaboratieve intergenerationele orale geschiedenissen en workshops onderzoekt hen deze queer- en transgeschiedenis vanuit een hedendaags standpunt. Hen hoopt hiermee nieuwe inzichten in de relatie queerness en grafische ontwerp in Nederland te verkrijgen. Hen gebruikt de resultaten van hun onderzoek als basis voor een reeks workshops met queer- en transjongeren. Daarnaast presenteert hen de resultaten van hun onderzoek in een multidisciplinair project, bestaande uit een lezing, debat en publicatie.

Rossel Chaslie

Illustrator en animator Rossel Chaslie is autodidact en gescout tijdens Scout Night Amsterdam. In zijn praktijk spelen Black History, (anti)racisme en de Afrikaanse diaspora een centrale rol. Met zijn werk wil hij zichzelf, geboren in Suriname, en andere uit de Afrikaanse diaspora en Afrika 'empoweren'. Door Afro-Surinaamse en Afro-Nederlandse verhalen te verbeelden wil hij mensen onderwijzen en emanciperen. Hij zet daarbij fictievormen zoals Afro-futurisme, Sci-fi en fantasy in. Tijdens zijn ontwikkeljaar wil Chaslie zich verder ontwikkelen als visual artist en animator. Hij wil werken aan een pilot voor een Nederlands-Surinaamse animatieserie, een kinderboek en een verzameling illustraties en verhalen over de Zwarte geschiedenis. Hij zal in dit proces samenwerken en uitwisselen met andere animatoren en met stemacteurs en sound designers. In de animatieserie wil hij de geschiedenis van Suriname in de jaren 80 en 90 combineren met een fictief verhaal over het meisje Manu. Hij wil o.a. onderzoek doen in Suriname en samenwerken met The Black Archives. Hij wil zijn werk presenteren aan Afro-Surinamers en Afro-Nederlanders en daarnaast een breed, wit publiek bereiken voor meer begrip en respect voor de Zwarte geschiedenis en cultuur. Daartoe organiseert hij events in zijn studio, maakt video's van het werkproces en biedt stageplekken aan voor jongeren.
Shaquille Veldboom

Shaquille Veldboom

Gamedesigner Shaquille Veldboom is geselecteerd tijdens de Scout Night Amsterdam. Veldboom volgde verschillende engineering opleidingen, maar ontdekte dat hij liever verhalen vertelt dan echte auto's ontwerpt. Hij is werkzaam in de videogame industrie en wil nu zijn eigen videogame, getiteld 'GodSpeed' ontwikkelen. Met deze game wil hij zijn persoonlijke ervaringen en levenslessen overbrengen. In deze game volgt hoofdpersoon Grio Yggdrasil, die net als de aanvrager opgroeide in Amsterdam Zuid-Oost, zijn droom en begint zijn eigen automerk. Tijdens zijn ontwikkeljaar wil Veldboom leren hoe hij met zijn 3d-ontwerpen interactieve verhalen kan vertellen. Voor de presentatie van 'GodSpeed' produceert hij een echte versie van de microcar uit de game. De aanvrager organiseert demonstraties van de game op De Dam en andere drukbezochte locaties binnen en buiten Amsterdam. Daarnaast brengt hij zijn game onder de aandacht via social media (YouTube en Instagram) en stelt hij deze beschikbaar op verschillende gameplatformen, zoals Epic game store, Steam, Playstation store en Microsoft store, en aan enkele YouTube racegame streamers.
Stefan Duran

Stefan Duran

Audiovisueel maker Stefan Duran (Tastic Visuals) is geselecteerd tijdens de Scout Night in Rotterdam. Als motion designer heeft Duran de ambitie om zich verder te ontwikkelen op het gebied van animatie. Hij wil de zeggingskracht ervan vergroten. Aanleiding voor zijn onderzoek is de vercommercialisering van Hiphop en de manier waarop deze scene zijn kritische boodschap en positie verliest. Duran stelt zichzelf de vraag: ”Hoe kan ik met de combinatie van muziek, dialoog en animatie een verdiepend en maatschappelijk relevant verhaal overbrengen?” In zijn ontwikkeljaar wil de maker zich focussen op de ontwikkeling van 3D animatie, symboliek en de productie van een muziekvideo en een geanimeerde musical genaamd 'De 3e kamer'. Hij zal tijdens het traject verschillende cursussen volgen waaronder 'motion design professional' bij Created Academy. Duran doet een beroep op de expertise van theaterdramaturg Maarten van Hinte en wil samenwerken met animatie- en illustratiecollectief Lemon Bandit en muziekproducent Tim Block. Hij beoogt de animaties uit te brengen bij Noah's Ark en 101Barz en gaat hiervoor samenwerken met Aidem Agency. De pilot van 'De 3e Kamer' wordt gepubliceerd op een website, samen met korte vlogs, schetsen en een backstory.
Sterre Richard

Sterre Richard

Illustrator Sterre Richard is afgestudeerd aan de Willem de Kooning Academie. Ze wil zich inzetten voor een betere weergave van de manier waarop psychische aandoeningen zich manifesteren, mensen beïnvloeden en wat familie of vrienden kunnen doen om te helpen. Aanleiding is de manier waarop personen met een psychische aandoening in media en popcultuur worden gerepresenteerd. Een voorbeeld hiervan is het veelvoorkomende stereotype van de 'psychotische moordenaar'. Komend jaar werkt Richard aan een script, projectpitch en een stripboek waarin bovengenoemde thema's centraal staan. Richard vraagt striptekenaar en schrijver David Mazzuchelli om haar te begeleiden tijdens het ontwikkeltraject. Ook volgt de maker een aantal schrijfcursussen waaronder de Odysse Writing Workshop in Manchester (VS). Tot slot gaat Richard verder onderzoek doen naar de optimalisatie van fullcolour werk om zo tot bewuste kleurkeuzes te komen.
Süheyla Yalçin

Süheyla Yalçin

Audiovisueel maker Süheyla Yalçin is geselecteerd tijdens de Scout Night in Eindhoven. Tijdens het ontwikkeljaar stelt Yalçin, als dochter van ouders met een migratiegeschiedenis, het claimen van de vergeten Turkse geschiedenis centraal in haar onderzoek. In het project 'De Diaspora Designer' bevraagt de maker op satirische doch kritische wijze wie bepaalt wat design is. Het project wordt opgedeeld in vier fases. In Fase A doet Yalçin onderzoek in steden die haar inzicht kunnen geven in de ontwikkeling van migratiestromen van Turkse arbeiders, zoals Eindhoven, Gent (BE), Schiedam, Saarlouis (DU) en Istanbul (TR). In Fase B werkt Yalçin aan het schrijven van scenario's, editen van audio en ontwikkelt ze vaardigheden op het gebied van grafische vormgeving. De maker doet een beroep op de expertise van onder andere Mustafa Duygulu, Collectief Schik en Roisin Tapponi. In Fase C en D werkt Yalçin aan meerdere cross-mediale producties waaronder een audiovisuele documentaire. Ze hoopt deze te presenteren bij platformen als de VPRO en HUMAN.
Tabea Nixdorff

Tabea Nixdorff

Tabea Nixdorff is afgestudeerd van de Werkplaats Typografie in Arnhem en focust zich tijdens het ontwikkeljaar op het onderzoeksproject 'su-sur-rous (a chorus of expanded bodies from the margins)'. Het project is een zoektocht naar onder-gerepresenteerde biografieën van hen die, via hybridisatie van hun lichaam met muziekinstrumenten, machines, of andere technologieën, alternatieve talen hebben ontwikkeld. Daarnaast is Nixdorff van plan verder te werken met Setareh Noorani aan een onderzoek over intersectionele, feministische ontwerpstrategieën gedurende de tweede feministische golf in Nederland. Samen met Gerardo Ismael Madera ontwikkelt ze een seminar en zoekt ze verbinding met scholen en culturele instituties. Tijdens het jaar wint ze expertise in van geluidskunstenaar en dichter Caroline Bergvall en volgt ze stemtraining. Het onderzoek komt samen in een publicatie die gepaard gaat met een aantal luistersessies en performatieve lezingen met uitgenodigde gastsprekers (componisten, webpioniers en onderzoekers).
Tobie van Putten

Tobie van Putten

Modeontwerper Tobie van Putten is autodidact en werd gescout tijdens de Scout Night Eindhoven. Onder zijn label new.toob presenteert hij kleding waarin hij illustratie en mode samenbrengt. Zijn ontwerpproces start vanuit een illustratie, die hij omzet in een dessin. Dat dessin drukt hij op stof en van daaruit ontwerpt hij een kledingstuk. Tijdens het ontwikkeljaar richt hij zich op het maken van zijn eigen textiel, om daarmee een grotere keuzevrijheid, meer autonomie en duurzame stoffen te ontwikkelen. Hij wil zich daartoe verder verdiepen in de eigenschappen van textiel, nieuwe weeftechnieken leren en experimenteren met het drukken op technische stoffen. Hij wint expertise in bij Yumuna Forzani, die gebreide kunst en eigen stoffen maakt. In het TexielLab in Tilburg werkt hij met 3D-print designer Rutger Paulusse en met Vince Reece Hale ontwikkelt hij een collectie denims. Van Leonore Boeke leert hij patroontekenen. Met fotograaf Tom ten Seldam werkt hij aan zijn website. Deze interdisciplinaire samenwerkingen brengen hem: een eigen stof, een verbeterde pasvorm, meer detail in de kleding via 3D-print design, een nieuwe collectie en professionele campagnes. Die collectie presenteert hij in een interactieve installatie.
Yuro Moniz

Yuro Moniz

Ceramist en maker Yuro Moniz is geselecteerd tijdens de Scout Night in Rotterdam. Moniz werkt op een ambachtelijke manier met klei en gaat met haar vazen en objecten terug naar de essentie van wat ons mens maakt. Komend jaar legt Moniz zich toe op het verder ontwikkelen van haar technische vaardigheden, specifiek het met de hand vormen van keramiek. Met het project 'Transcend the Mundane' specialiseert zij zich in de vorm, functie en het verhaal van een object. Thema's als symboliek, afkomst en culturele waarden spelen hierbij een belangrijke rol. Door onderzoek te doen naar oude decoratietechnieken, waaronder vergulden, versterkt Moniz haar eigen beeldtaal. Ter ere van haar dertigste verjaardag maakt Moniz een serie van dertig objecten die te zien zijn tijdens een solo-expositie. Daarnaast presenteert de ceramist haar werk op de Salone Del Mobile in Milaan. Voor begeleiding tijdens het ontwikkeltraject doet Moniz een beroep op de artistieke en zakelijke kennis van ontwerper Harvey Bouterse. Verder gaat de maker op bezoek bij Atelier NL, volgt diverse workshops en doet archiefonderzoek bij The Black Archives.
Zalán Szakács

Zalán Szakács

Zalán Szakács behaalde een Master in Fine Art en Design aan het Piet Zwart Instituut. In zijn praktijk wil hij, door middel van archeologisch onderzoek, vergeten media weer zichtbaar maken. Komend jaar focust Szakács zich op de verdere ontwikkeling van zijn eigen methodiek, artistieke signatuur en positionering binnen het digitale cultuurveld. Hij ontwikkelt twee project: 'Lichtspiel' en 'Tisztás'. Voor 'Lichtspiel' verdiept de maker zich in 17e-eeuwse lenzen en lichtreflecties en hun metaforische kwaliteiten. Prof. dr. Frank Kessler zal hem hierbij begeleiden. Daarnaast gaat hij in gesprek met media archeoloog Erkki Huhtamo, docent media Eric Kluitenberg, prof. dr. Nana Verhoeff, media producent Rudi Knoops, directeur Sonic Acts Lucas van der Velden, kunstenaar Joost Rekveld en onderzoeker Javier Lloret Pardo voor artistieke, inhoudelijke en technische begeleiding. Voor het project 'Tisztás' maakt Szakács zowel fysiek als mentaal een reis naar zijn kindertijd in Transsylvanië. In de Karpatische bergen verzamelt hij data over geuren, geluiden, materialen en licht. Hij werkt samen met geurkunstenaar Klara Ravat. Verder betrekt de aanvrager expertise van onder andere organisator Paulien Dresscher, Jarl Schurlp (oprichter Fiber), kunstenaar Eva Fischer, fotograaf Sophie de Vos en curator Viola Lukacs. Beide projecten resulteren in installaties die tijdens Dutch Design Week 2022 worden gepresenteerd.
Andrius Arutiunian

Andrius Arutiunian

Andrius Arutiunian is componist en geluidskunstenaar. Hij volgde zowel zijn bachelor- als masteropleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Zijn praktijk wordt gekenmerkt door hybride verschijningsvormen, waaronder multimedia-installaties en audiovisuele liveperformances, waarin hij vaak onderzoek doet naar culturele en sociale geschiedenissen van verschillende gemeenschappen veelal in de periferie. Zo deed hij in 2017 onderzoek naar de Armeense diaspora en discomuziek, waarvoor hij cassettebandjes en platen verzamelde uit de jaren zeventig en tachtig. Arutiunian bracht in gelimiteerde oplage een nieuwe plaat uit waarvoor hij putte uit de geluiden van deze sonische artefacten. 'Het project gaat in op de manier waarop de mens omgaat met volkstaal, zijn eigen culturele geschiedenissen uitdrukt en in hoeverre een periferie kan onthullen wie we zijn als mens en wat voor plek we innemen in de wereld.'

Voor een ander project ontwikkelde Arutiunian de audiovisuele installatie The Irresistible Power of Silent Talking, gebaseerd op het geautomatiseerde systeem van het iBorderCtrl-algoritme. 'Dit algoritme wordt gebruikt om gezichtsuitdrukkingen te herkennen van migranten die de Europese Unie binnenkomen. Het erkennen van de noodzaak van een kritische houding ten opzichte van technologie en de politieke implicaties van het gebruik van gewelddadige vormen van surveillance liggen ten grondslag aan mijn werk.' Op poëtische wijze bevraagt Arutiunian de manier waarop technologie wordt ingezet als politiek instrument bij migratie. 'Momenteel verricht ik onderzoek dat voortkomt uit mijn fascinatie voor het woord “gharib”, in het Nederlands “vreemdeling”. Het woord is afkomstig uit het Arabisch en Farsi en komt ook voor in de Armeense en Griekse taal, maar verschilt van het westerse idee van een vreemdeling als “de ander” en gaat meer in op het idee van ergens bij horen zonder er deel van uit te maken.'

Daarnaast houdt Arutiunian zich bezig met muzikale evenementen die plaatsvinden buiten de reguliere sociale en/of wettelijke normen en ritmes, zoals nachtelijke raves. 'De periferie vormt een veilige haven voor gemarginaliseerde gemeenschappen en een manier om te ontsnappen aan de focus van onderdrukkende systemen.' Voor de totstandkoming van een performance rondom het stemmen van instrumenten en de link met alternatieve sonische realiteiten heeft Arutiunian de afgelopen periode gesproken met mensen vanuit verschillende disciplines zoals curatoren, schrijvers, filosofen en wetenschappers. 'In de toekomst hoop ik deze manier van samenwerking door middel van gesprekken mee te nemen in mijn praktijk en uit te werken tot publicaties over ergens bij horen en nachtelijke sonische evenementen.'


Tekst: Manique Hendricks
Asefeh Tayebani
Asefeh Tayebani
Asefeh Tayebani
Asefeh Tayebani

Asefeh Tayebani

'But you don't look autistic'. Asefeh Tayebani heeft die zin heel vaak gehoord op de Graduation Show van de Gerrit Rietveld Academie, waar ze in 2018 haar afstudeerproject aan pers en publiek toonde. Nog geen half jaar eerder kreeg ze te horen dat ze autisme heeft. 'Het is lastig om aan je omgeving uit te leggen wat dat precies inhoudt', zegt Tayebani. 'Ik merkte dat wat ik vertelde vaak niet begrepen of geloofd werd.' Met het project Precious Burden koos ze ervoor het anderen te laten voelen. Drie draagbare accessoires laten je fysiek ervaren wat het is om hypersensitief te zijn op het gebied van nabijheid, aanraking, geluid en oogcontact. Weleens een verlammende schok gevoeld als iemand je aanraakt? Het omgevingsgeluid als oorverdovend ervaren? Of iemand niet recht aan kunnen kijken?

En dan toch steeds die zin. Het werd de titel van haar volgende project, waar Tayebani met steun van het Stimuleringsfonds aan begon. Binnenkort wordt het onlineplatform butyoudontlookautistic.nl gelanceerd, speciaal voor vrouwen met autisme. 'Bijna alles wat je over deze aandoening kunt vinden is afgestemd op mannen', zegt Tayebani. 'Vrouwen krijgen de diagnose vaak pas op latere leeftijd, ik was al dertig. En dan nog is er veel ongeloof, je ziet het tenslotte niet aan de buitenkant.' Ze heeft het afgelopen jaar veel research gedaan, ervaringsverhalen verzameld en samen met grafisch ontwerpster Fallon Does gewerkt aan een autismevriendelijk webontwerp dat de doelgroep niet afschrikt. 'Ik kan zelf heel veel websites niet aan, ik haak af bij te veel drukte op het scherm', zegt Tayebani. Daarom is in dit ontwerp extra aandacht besteed aan een overzichtelijke indeling, met niet te veel informatie tegelijkertijd en zonder felle kleuren.

Aandoeningen ontdoen van stigma's en het onzichtbare zichtbaar maken; het zijn thema's die doorsijpelen in veel van Taybani's werk. Zo deed ze materiaalonderzoek naar het helen van 'wonden' in materiaal. Na een cursus kledingreparatie, waar ze met naald en draad sokken leerde stoppen, rafelranden leerde locken en scheuren repareren, besloot ze die techniek ook op metaal los te laten. Leaving Traces laat koper zien zoals je het nog niet kent. Geen gladde, strak gepolijste oppervlakken, maar platen waar deuken, plooien, krassen en gaten in zitten. De zichtbare zorg waarmee ze zijn gerepareerd met koperdraad, heeft iets ontroerends. Ze waren kapot, maar daar heeft niemand meer last van. Ze zijn er in het reparatieproces alleen maar mooier op geworden.


Tekst: Willemijn de Jonge
Audrey Large

Audrey Large

Audrey Large beweegt zich met haar werk trefzeker tussen het digitale en het analoge. Ze ziet de computer niet als een middel om de werkelijkheid te reproduceren, maar juist om deze te produceren. Ze wil digitale technologie gebruiken als een leeg vel papier, waarop spontaan nieuwe vormen kunnen ontstaan. 'Ik ben een ontwerper, maar ik produceer beelden. Ik produceer bestanden die objecten kunnen worden. Dat is waar ik iets kan betekenen; niet zozeer in het maken van objecten, maar in het verschuiven van de methodologie van objectontwerp richting het maken van beelden.' Haar ontwerpactie is het ontwerpen van files, bestanden, die vervolgens op verschillende manieren kunnen worden gematerialiseerd: digitaal als een driedimensionale tekening of tastbaar 3D-geprint.

Het afgelopen jaar heeft ze werk gemaakt voor een tentoonstelling in de Nilufar Gallery in Milaan. De expositie bestaat uit meerdere presentatievormen. Zo maakte ze als 'een eerste hoofdstuk' een experimentele website die de beschouwer dicht bij de oorsprong van het werk, de file, laat komen. Wie online gaat, ziet een zwevende kluwen aan grillig gevormde objecten die uit elkaar kan worden getrokken en van alle kanten kan worden bekeken. Het lijken onmogelijke objecten om 'tot leven te wekken', maar Large heeft de vormen ook 3D-geprint. Ze hebben eenvoudige functies als tafel of plank, maar eigenlijk vooral voor wie het erin wil zien. Van vormgeving hebben we nu eenmaal andere verwachtingen dan van kunst. 'Ik gebruik functie als een “teken”', aldus de ontwerper.

Voor Large is de digitale vorm even 'echt' als de geprinte, er is geen hiërarchie tussen de onlinepresentatie en de opstelling van objecten in de galerie. De presentatievormen belichten verschillende onderdelen van haar werkproces en laten verschillende materialisaties van de bestanden zien. 'Mensen zien altijd het fysieke resultaat. Voor mij is dat slechts één mogelijke manifestatie van het bestand. Waar ik altijd graag over nadenk, is de potentie en de materialiteit van de file.' Zowel digitaal als fysiek besteedt ze veel aandacht aan de tactiliteit en perceptie van het object. De keuzes voor de uitvoering van het ontwerp – de grootte, het materiaal, de kleur – zijn oneindig. Vandaar ook de titel van het online deel van de tentoonstelling, Scale to Infinity.


Tekst: Victoria Anastasyadis
Bodil Ouédraogo

Bodil Ouédraogo

Ontwerper Bodil Ouédraogo is altijd bezig met de kunst van 'dressing up'; met de regels rondom de omgang met kleding en de verschillende betekenissen die daaraan worden verbonden. In het bijzonder is ze geïnteresseerd in mode in West-Afrika en Noordwest-Europa, afkomsten die zij beide in zich meedraagt. Ze zoekt naar connecties tussen die kleedculturen en naar manieren om die in haar eigen werk samen te brengen.

'Waar ik voor val in zwarte cultuur is dat er zoveel etiquette rondom mode is die je forceert ruimte in te nemen. Dat doet mijzelf ook iets: dat je durft zichtbaar te zijn en dat daar dan trots in zit. Het bewust uitdragen en er bewust zijn, bewust ruimte innemen, dat intrigeert me, zeker als iemand van Afrikaanse diaspora. Ik zou al die stukjes willen begrijpen en vertalen naar het hier. Hoe kan ik die verbindingen hier weer vinden?' In die verbindingen schuilt de rijkdom: 'Hoe meer van die connecties je vindt, hoe groter je web wordt en hoe rijker en gegronder je bestaan, waardoor het voor mezelf rijker en intiemer is om te zijn wie ik ben.'

Tijdens het jaar Talentontwikkeling heeft ze aan twee projecten gewerkt die worden getoond tijdens verschillende edities van de Amsterdam Fashion Week. Voor de eerste presentatie gebruikt ze een eerder gemaakte video-opname als basis. Hierin tonen vier modellen uit Burkina-Faso op welke manieren je een grand boubou kan dragen, een groot gewaad van stijf gewaxte stof dat je de hele tijd in beweging moet houden om er goed uit te zien. Op basis van deze video tutorial heeft ze een choreograaf een dans laten maken. Die gaat over het letterlijk meedragen van het gewicht van de zware grand boubou, maar ook over het gewicht wat je persoonlijk meedraagt als iemand van kleur. Op de doorzichtige outfits van de dansers, ontworpen door Ouédraogo en geïnspireerd op de grand boubou, wordt de oorspronkelijke video geprojecteerd. Zo is de cirkel weer rond.

Ook in haar tweede show is dit kledingstuk het uitgangspunt. In samenwerking met kledingmerk Patta heeft ze een capsulecollectie ontworpen waarin de plooien en kreukels van de waxstof tot een stofpatroon zijn verwerkt. Ze speelt met oversized vormgeving die kenmerkend is voor zowel de grand boubou als voor hiphopmode. De presentatie vindt plaats in een installatie waarin Ouédraogo een landschap creëert met Afrikaanse sculpturen, invloeden van West-Afrikaanse fotografie uit de jaren zeventig en streetwear van Afrikaanse diaspora waartussen de modellen worden geplaatst: een 'levend stilleven'.


Tekst: Victoria Anastasyadis
Cleo Tsw

Cleo Tsw

De vrijheid om autonoom te kunnen creëren, dat is wat de beurs van het Stimuleringsfonds grafisch ontwerpster Cleo Tsw bracht. Naast al het werk in opdracht, eens met haar eigen kritische blik naar de wereld kijken en naar hoe we die vormgeven. 'Ontwerpers ordenen informatie, dat ís design in feite. De manier waarop ze dat doen wordt beïnvloed door alles wat ze meekrijgen in hun leven.' Dat zij zelf uit Singapore komt, tot 1963 een Britse kolonie, is ook van invloed op haar werk, dat ze antikoloniaal noemt. Maar het is veel breder dan dat. Tsw verzet zich tegen opgelegde kaders en wil dan ook liever niet te veel uitleggen over haar werk. De vrijheid van denken van zowel de maker als de kijker en lezer zijn haar veel waard.

Het afgelopen jaar stond in het teken van het experiment. Onderzoeken, lezen, schrijven, organiseren, en documenteren in een poging los te komen van wat we denken te weten op basis van wat ons wordt voorgeschoteld. Ze maakte er verslagen van in de vorm van gedrukte katernen: losse gevouwen drukvellen die elk 32 pagina's in een boek vormen als je ze bundelt en schoon snijdt. De eerste katernen worden na afloop van dit onderzoeksjaar samengevoegd in Off Course 1. Een boek dat speelt met woord en beeld: de bundeling van schijnbaar losse fragmenten dagen de lezer uit om kritisch te kijken en zijn eigen weg te vinden door de berg informatie die we dagelijks voorgeschoteld krijgen.

De conventies van drukwerk zijn losgelaten, of gebruikt op een vervreemdende manier. Zo begint het boek bijvoorbeeld niet met een voorwoord, maar met een associatief register. Daarop volgt een veelzijdige compilatie: flarden van uitspraken, passages uit boeken, beeldverhalen, collages, strips en meer. Wie het wil duiden staat voor een lastige taak. Maar dat was dan ook precies de bedoeling, iedereen mag er zijn eigen interpretatie aan geven en zijn eigen positie bepalen. 'Ik hou er niet van om mijn werk al te veel uit te leggen', zegt Tsw. 'Dat mogen mensen zelf doen. Als het aan mij lag zou er in deze tekst alleen maar staan: ik heb een boek gemaakt.'


Tekst: Willemijn de Jonge
Don Kwaning

Don Kwaning

'Ik hoor weleens dat ik naar de natuur kijk alsof het een winkel is.' Ontwerper Don Kwaning is tijdens wandelingen altijd op zoek naar mooie planten voor bijzondere kleuren en nieuwe spannende materialen. Door een beetje 'te pulken en friemelen' aan pitrus (een veelvoorkomende grasachtige plant) kwam hij erachter dat binnenin de steel een fascinerend schuimig merg zit. Voor zijn afstudeerproject heeft hij de pitrus tot twaalf verschillende materialen verwerkt: van textielachtige vezels waar je garens van kunt maken, maar ook papier en karton, tot schuimblokken en een lichtgewicht plaatmateriaal.

Een doel voor dit jaar is te onderzoeken of hij een van die materialen commercieel kan doorontwikkelen. Dat is in de regel een langdurig en bij vlagen frustrerend traject, dat zomaar vijf tot tien jaar kan duren. Een van de uitdagingen is het feit dat het merg zich vooralsnog niet machinaal uit de steel laat verwijderen, alleen met de hand. En bij opschaling is de pitrus die hij kan afnemen van Staatsbosbeheer, die de weelderig groeiende plant probeert te beheersen, niet genoeg. Er zal dan moeten worden geteeld, een heel ander verhaal.

Naast deze zoektocht gebruikt Kwaning dit jaar ook om te onderzoeken hoe hij zijn praktijk in de toekomst wil vormgeven. Wat hem gelukkig maakt is de potentie laten zien van plantaardige materialen, als een ambachtsman in materiaalontwikkeling. Maar hoe dat het beste te doen? Door een vondst door te ontwikkelen tot een halffabricaat, waarmee anderen vervolgens aan de slag kunnen? Of door er zelf een kant-en-klaar interieurontwerp van te maken? Of meer autonoom en conceptueel de kracht van een materiaal in een abstractere vorm te laten zien? En hoe druk je nou een persoonlijk stempel op zo'n experiment?

Het zijn vragen waar Kwaning door middel van uitproberen, gesprekken met anderen en vooral veel nadenken een antwoord op probeert te formuleren. 'Ik denk dat deze beurs ervoor heeft gezorgd dat ik nu in mijn hoofd in deze struggle zit, maar dat bedoel ik niet in een negatieve zin, want het is juist positief. Dat ik daar de ruimte voor heb gekregen, dat is voor mij het meest waardevol.'


Tekst: Victoria Anastasyadis
Fana Richters

Fana Richters

'Mijn brand is een planeet en daar kan ik alles doen wat ik wil', zegt visueel kunstenaar AiRich (spreek uit: I Rich, alias Fana Richters). De opmerking is typerend voor de vrijheid die ze in haar werk graag voor zichzelf schept. AiRich, afkomstig uit een kunstenaarsgezin, is een alleskunner en heeft dan ook het liefst alles zelf in de hand. Van bodypaint tot styling en fotografie en van performance tot video. Vanuit deze veelzijdigheid verhoudt zij zich structureel tot één en dezelfde thematiek: het heroveren en vormgeven van de (toekomst van) de zwarte identiteit. Die identiteit is mede door de Afrikaanse diaspora lange tijd over het hoofd gezien en werd en wordt stereotyperend ingevuld of juist uitgewist door historische en hedendaagse kolonisatoren van het Afrikaanse continent. Het werk van AiRich valt daarmee onder de noemer Afrofuturism. Ze put inspiratie uit West-Afrikaanse, Caribische en Surinaamse tradities en extrapoleert elementen hieruit naar (fotografische) toekomstbeelden. 'Het gaat me om het dekoloniseren van beeldvorming en daarmee ook om het helen van schaamte en zelfhaat in de zwarte gemeenschap. Mijn beelden voeden de verbeelding: het geeft kracht om mensen een ander beeld van zichzelf te laten zien.' Want kan je als zwarte jongen in Amsterdam Zuidoost ook een andere identiteit voor jezelf voor je zien dan 'de stoere hiphopper'? Het antwoord is ja, maar dan helpt het wel als 'de zwarte jongen' ook eens anders dan op die manier wordt afgebeeld.

Wie beeldvorming belangrijk vindt, vindt het vanzelfsprekend extra belangrijk dat haar werk zo veel mogelijk mensen bereikt. 'Mensen denken vaak dat ze geen affiniteit met kunst kúnnen hebben, omdat het toch altijd een beetje elitair is. Ik wil de afstand tussen de kijker en het werk verkleinen.' Het afgelopen jaar werkte AiRich daarom aan haar Walking Exhibition. Door collages van bestaand werk af te drukken op een kleding- en accessoires wil ze haar werk toegankelijk maken voor een breed publiek. Wie de kleding draagt is in één klap zowel kunstverzamelaar als onderdeel van een tentoonstelling. 'Mijn werk is niet langer alleen maar een rechthoek aan de muur in een galerie.' De vraag naar de verspreiding en presentatie van haar werk blijft AiRich nog wel even bezighouden: 'Elke andere presentatievorm, lokt weer een andere emotie of reactie bij de kijker uit, dat blijft me fascineren.'


Tekst: Merel Kamp
Frances Rompas

Frances Rompas

Frances Rompas studeerde biologie aan de Universiteit van Utrecht en behaalde haar master Environmental Sciences aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In haar praktijk combineert ze haar academische achtergrond als bioloog met bewegend beeld en installaties en zoekt ze naar manieren om op poëtische en beeldende wijze de kracht, balans en dynamiek van de natuur te vertalen. Hierbij streeft Rompas naar een presentatie die toeschouwers verbindt, waarbij mensen samen kunnen kijken, reflecteren en ervaren. Deze waarden kwamen ook sterk terug in haar activiteiten als DJ en organisator van verschillende avonden en events in Utrecht.

Rompas maakt onder meer portretten in de vorm van videowerken die ingaan op persoonlijke verhalen van verschillende mensen, niet verteld aan de hand van woorden maar door de intieme momenten van blikken en stiltes tussendoor. Hierbij gebruikt ze veel beeldtaal en is ze secuur bezig met de compositie en de beweging van het subject daarbinnen. De afgelopen periode heeft Rompas gewerkt aan een zeer persoonlijk en autobiografisch project met betrekking tot haar afkomst. 'Ik doe hiervoor historisch onderzoek naar het landschap waarin mijn voorouders leefden: Minahasa, ook wel Manado, in de Indonesische provincie Noord-Celebes. Daarbij zoomt ik in op het binnenland, de dorpen aan de voet van de Soputan vulkaan. De focus ligt op het landschap van Manado.' Daarmee kiest Rompas voor een onderscheidende aanpak ten opzichte van andere diasporaverhalen uit Indonesië waarin de nadruk doorgaans ligt op historische elementen zoals de koloniale overheersing en oorlog. 'Ik benader het project vanuit historische verslagen en beschrijvingen van de omgeving. Daarbij staan gevoel en emotie centraal. Ik wil het landschap van mijn voorouders zo goed mogelijk begrijpen.'

Onlangs presenteerde Rompas de eerste uiting van haar autobiografische project in de vorm van een sculptuur in de openbare ruimte. De sculptuur bestaat uit in de grond verankerde bamboestokken van elk acht meter lang in combinatie met verschillende audiofragmenten. Aan de bamboe dansen lange met de hand geverfde rode, paarse en smaragdgroene zijden vlaggen in de wind. 'Normaliter zijn vlaggen een symbool van een land en een markering op een specifieke plek. Mijn vlaggen verbeelden echter een gevoel van ontheemdheid, en van ergens anders willen zijn.' In de toekomst hoopt Rompas naar Indonesië te kunnen reizen om haar project af te ronden in de vorm van een film en op deze manier zowel de geschiedenis van haar vader en voorouders te kunnen vertellen, als haar eigen verhaal te ontdekken.


Tekst: Manique Hendricks
Fransje Gimbrère

Fransje Gimbrère

Het menselijk lichaam heeft ontwerper-kunstenaar Fransje Gimbrère altijd al gefascineerd. Hoe het werkt, hoe het zich gedraagt en zich verhoudt tot de ruimte om zich heen. Vooral de onbewuste processen vindt ze interessant; de dingen die onze zintuigen vrijwel ongemerkt registreren, maar die wel ons gedrag beïnvloeden. 'Ik denk dat dat een heel groot onderdeel is van design, dat je moet weten waarom je ergens een bepaalde kleur of vorm of materialiteit aan geeft als je iets gedaan wilt krijgen met je ontwerp, als je een bepaalde ervaring teweeg wilt brengen.'

Het jaar Talentontwikkeling gebruikte Gimbrère om zich verder te verdiepen in deze mechanismen. Zo bestudeerde ze wetenschappelijke artikelen over omgevingspsychologie, neuropsychologie en de meer controversiële neuro-esthetiek (biologische verklaringen voor het ervaren van schoonheid), maar ook over biophilic design, ontwerp dat verbinding met de natuur zoekt.

Daarnaast zoekt Gimbrère verdieping in haar gereedschapskist aan vaardigheden, materialen en technieken. 'Hoe zit een techniek in elkaar? Dat is altijd hoe ik begin. Ik heb een fascinatie voor een bepaald uiterlijk. Het materiaal is niet leidend, maar het is wel vaak zo dat ik materiaal inzet op een manier die ongebruikelijk is.' Zo gebruikt ze zacht textiel voor stijve structuren of juist hard metaal voor een soepel vallend gordijn. Haar ontwerpen zijn vaak abstract; de toepassing kan door anderen worden ingevuld. Ze laat zien hoe een materiaal óók kan worden ingezet. 'Omdat wat ik doe eigenlijk zo conceptueel is, blijft het voor veel mensen lastig voor te stellen waar mijn ontwerpen nu voor dienen. Dus ik zit echt op het randje van kunst en design voor mijn gevoel.'

Waar ze haar werk tot nu toe met de hand maakte, zoekt ze nu ook verbinding met de industrie en werkt ze samen met producenten op het gebied van weven, breien en vlechten. Om meer begrip te krijgen van deze industriële processen zodat ze haar opdrachtgevers beter kan bedienen, maar ook om op haar beurt na te denken over hoe het anders kan en wat je nog meer met deze technieken zou kunnen. Haar uiteindelijke doel van dit verdiepende jaar is alle opgedane kennis te vertalen naar een ontwerp waarin de wetenschappelijke achtergrond samenkomt met een artistieke insteek.


Tekst: Victoria Anastasyadis
Funs Janssen

Funs Janssen

Van wie is de stad? Deze vraag keert steeds in een andere gedaante terug in het werk van Funs Janssen, alias Funzig, Stadstekenaar van Rotterdam 2021. Waar hij zich in zijn afstudeerwerk vooral bezighield met de stedelijke openbare ruimte, richt hij zich met zijn recente werk op het thema gentrificatie. Funzig, oorspronkelijk uit Limburg, woont sinds tien jaar in Rotterdam Zuid, waar de recent aangekondigde sloop van zo'n 524 betaalbare huurwoningen voor een opleving van het maatschappelijk debat over gentrificatie zorgde. 'Zuid is maar één voorbeeld', zegt Funzig, 'hetzelfde gebeurt in wijken als Overschie, Krooswijk en Spangen. En in steden als Amsterdam, Londen en New York.' Oorspronkelijke bewoners worden, geholpen door gemeente- en overheidsbeleid, verdrongen door beleggers en nieuwe, meer kapitaalkrachtige bewoners.

Funzig besloot blokken en buurten die op de lijst staan voor sloop of herinrichting te archiveren. Hij gaat daarbij volgens zijn geheel eigen methode te werk: allereerst fotografeert hij de straat en zet deze foto om in een 3D-model. Op basis hiervan maakt hij een illustratie – zijn artistieke interpretatie. Funzigs stadsbeelden spelen zich altijd af in de nacht. 'Dan wordt de stad en wat zich erin afspeelt letterlijk uitgelicht door lantaarnpalen en koplampen en zie je haar beter.' De beelden zullen uiteindelijk worden verzameld in een publicatie naast opgetekende ervaringen van ex-bewoners en essays van opiniemakers en onderzoekers. Funzig werkt bijvoorbeeld nauw samen met onderzoeker Hasret Emine – actief voor de Amsterdamse tak van politieke partij Bij1. 'Ik wil mensen minstens een herinnering geven aan de plek die ze hebben moeten verlaten', zegt Funzig. Tegelijkertijd is de publicatie er ook juist voor nieuwe bewoners en beleidsmakers, zodat deze kunnen zien wat het effect van gentrificatie is op een stad en haar bewoners. 'Ik zou dit project heel graag uitbouwen; kijken wat ik kan doen in andere steden waar hetzelfde speelt. En ik kan me ook voorstellen dat de 3D-modellen die ik heb gemaakt in de toekomst toegankelijk worden middels virtual reality.' Zo wordt de (geschiedenis van) de stad toch weer een beetje toegankelijk voor mensen wie de toegang tot de stad werd ontzegd.


Tekst: Merel Kamp
Gabriel Fontana

Gabriel Fontana

Bij welk team hoor je? Wie kan en mag er meedoen? Wie krijgt de bal? Tot welke kleedkamer heb je toegang? In het recente werk van social designer en onderzoeker Gabriel Fontana geldt (team)sport als metafoor en model voor de samenleving in het groot: 'Sport is bij uitstek een normatief en vaak uitsluitend domein. Er gelden regels over hoe je eruit moet zien en je moet gedragen afhankelijk van je sekse. Bovendien kunnen niet alle lichamen aan alle sporten meedoen.' Fontana zag hoe in sportonderwijs sociale normen worden uitgedragen, geïnternaliseerd en gereproduceerd en besloot deze praktijk te onderzoeken en opnieuw vorm te geven.

'Ik heb mensen gemengde teamsport in stilte laten beoefenen en zag dat meisjes dan vaker de bal kregen en zich meer op hun gemak voelden, omdat normaal gesproken vooral jongens elkaars naam schreeuwen', zegt Fontana. Dat riep de vraag op wat de rol is van het gebruik van de stem in de (re)productie van sociale normen. Binnen het project Voice and (Hear)archies ontwierp Fontana een serie sportspellen waarin stemgeluid en luisteren op een nieuwe manier worden ingezet.

Fontana – zijn vader was sportleraar – is zelf werkzaam op verschillende kunstacademies en beschouwt het onderwijs als een uiterst politieke context. De (re)productie van sociale normen en identiteiten vindt niet alleen plaats tijdens sportonderwijs, maar ook in de inrichting en vormgeving van de fysieke ruimte van onderwijsinstituten. Zijn project Safer Landscapes speelt daarop in en biedt een Queering Manual, een praktische set interventies die instellingen en docenten kunnen plegen om de gebruikelijke normbevestigende gang van zaken in de war te gooien en een meer inclusieve fysieke context tot stand te brengen.

Fontana, wiens werk zich bevindt op het snijvlak van sociologie en design, werkt graag samen met mensen uit verschillende disciplines om zijn blik te verbreden. 'Uiteindelijk is iedere vorm van design inherent aan social design', zegt hij. Design (re)produceert nu eenmaal ideologieën. 'Het is belangrijk om de complexiteit van de vraagstukken waarmee je je als designer bezighoudt en je eigen verantwoordelijkheid daarin te erkennen.'


Tekst: Merel Kamp
ILLM

ILLM

Een ode aan een sneaker. En niet zomaar eentje. Dit is de Nike Air Max 1. In de jaren negentig, toen Qasim Arif (ILLM) nog op de basisschool in de Schilderswijk zat, was het een icoon voor hem en zijn vrienden. 'Die schoenen waren een statussymbool, we móesten ze hebben, we droomden ervan. Daar was niet meteen geld voor, er moest voor worden gespaard. En als je ze dan eenmaal had, moest je ze mooi houden. Niet op voetballen, dat mocht pas later als het nieuwe eraf was.'

Vijfentwintig jaar later gebruikt hij zijn oude sneakerdroom voor een kunstwerk voor de mensen uit zijn oude buurt in Den Haag. Een 3D-geprinte bronzen sneaker gemaakt van Arabische letters. Het is de tekst van een lied van rapper The Notorius B.I.G. – It was all a dream – geschreven in Punjabi. 'Dit kunstwerk laat verschillende kanten van mijn identiteit zien', zegt Arif. Als kind van migranten uit Pakistan, moslim, kunstenaar, hip-hop head en sportliefhebber brengt hij samen wat meestal gescheiden blijft. The beauty of Arabic calligraphy with the attitude of hiphop, zo omschrijft hij zijn werk zelf op zijn website. Voor dit project besloot hij zijn kalligrafie uit het platte vlak te halen en tastbaar te maken in een sculptuur. De stap van 2D naar 3D is een spannende, ook omdat het in de islamitische cultuur niet gebruikelijk is om sculpturen te maken – althans niet van mensen of dieren.

'Ik speelde al heel erg met diepte in mijn letters,' vertelt Arif, 'Ik heb besloten om die diepte er nu echt in te brengen.' Hij volgde daarvoor niet alleen een cursus sneakerontwerp, maar dook ook in de wereld van 3D-printen. 'Met het eindproduct in mijn hoofd, besloot ik me de skills eigen te maken die daarvoor nodig zijn. Maar gedurende dat proces kwam ik erachter dat ik eigenlijk veel beter met anderen kon samenwerken om mijn droom te realiseren. Dat was wel een eyeopener, ik deed altijd alles zelf. Samen met een 3D-ontwerper is hij nu bezig met samplen: ze maken ruwe prints om te kijken wat qua materiaal en vorm haalbaar is. 'Het is nieuw voor mij dat ik creatief soms iets moet inleveren vanwege de grenzen van de techniek. We zijn nog aan het puzzelen op de juiste formule.' Hij hoopt dat zijn schoen straks een plek in de buurt van de Schilderswijk krijgt: 'Ik wil kunst graag wat dichter bij de mensen die hier wonen brengen.'


Tekst: Willemijn de Jonge
Inez Naomi

Inez Naomi

Elf stoere vrouwen op een knalroze voetbalveld. Ze zijn cool, zelfbewust en trots op hun lijf, enkel gehuld in een trendy bikini gemaakt van tweedehands voetbalshirts. H