Ontdek nieuwe creatieve talenten die actief zijn op het gebied van design, architectuur en digitale cultuur, ondersteund door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Het Platform Talent laat zien wat artistieke en professionele groei betekent en is een bron van informatie voor andere makers en opdrachtgevers.

PROGRAMMA TALENTONTWIKKELING

Talentontwikkeling is een van de speerpunten van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Jaarlijks krijgen opkomende ontwerptalenten dankzij een beurs van het fonds de kans zich optimaal te ontwikkelen op het artistieke en professionele vlak. De ontwerpers zijn maximaal vier jaar geleden afgestudeerd en werkzaam binnen diverse disciplines van de creatieve industrie, van modevormgeving tot grafisch ontwerp, van architectuur tot digitale cultuur. Met het Platform Talent portretteert het Stimuleringsfonds alle individuele praktijken van ontwerpers die sinds 2013 zijn ondersteund.

NAAR TALENTEN
over

PLATFORM TALENT

Ontdek nieuwe creatieve talenten die actief zijn op het gebied van design, architectuur en digitale cultuur, ondersteund door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Het Platform Talent laat zien wat artistieke en professionele groei betekent en is een bron van informatie voor andere makers en opdrachtgevers.

PROGRAMMA TALENTONTWIKKELING

Talentontwikkeling is een van de speerpunten van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Jaarlijks krijgen opkomende ontwerptalenten dankzij een beurs van het fonds de kans zich optimaal te ontwikkelen op het artistieke en professionele vlak. De ontwerpers zijn maximaal vier jaar geleden afgestudeerd en werkzaam binnen diverse disciplines van de creatieve industrie, van modevormgeving tot grafisch ontwerp, van architectuur tot digitale cultuur. Met het Platform Talent portretteert het Stimuleringsfonds alle individuele praktijken van ontwerpers die sinds 2013 zijn ondersteund.

2020

'Talent Tours' geeft via korte videoportretten, gemaakt door Studio Moniker, een inkijk in de denkwijze en praktijk van 39 opkomende ontwerptalenten, talenten die zich stuk voor stuk verhouden tot actuele maatschappelijke thema's. Wat zijn hun drijfveren, hun twijfels en ambities en welke waardes stellen zij voorop in hun werk? Van 18 tot en met 25 oktober 2020 presenteerde het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie de videoportretten in MU tijdens de Dutch Design Week en organiseerde dagelijks livestreams met nieuw talent.

PLATFORM TALENT 2020
PLATFORM TALENT 2020
(4/2)
laad meer

2019

In 25 filmportretten van 1 minuut maak je op een persoonlijke en intieme wijze kennis met talentvolle ontwerpers, makers, kunstenaars en architecten die in 2018/2019 een werkbeurs ontvingen. Studio Moniker is verantwoordelijk voor het concept en de productie. Tijdens de Dutch Design Week 2019 werden de filmportretten getoond en performances gepresenteerd in MU, Eindhoven.

PLATFORM TALENT 2019
PLATFORM TALENT 2019
(4/2)
laad meer

2018

In 24 filmportretten van 1 minuut maak je op een persoonlijke en intieme wijze kennis met talentvolle ontwerpers, makers, kunstenaars en architecten die in 2017/2018 een werkbeurs ontvingen. Studio Moniker is verantwoordelijk voor het concept en de productie. Tijdens de Dutch Design Week 2018 zijn de filmportretten onderdeel van een installatie in het Veemgebouw.

PLATFORM TALENT 2018
PLATFORM TALENT 2018
(4/2)
laad meer

ESSAY: Groeibriljanten en Nieuwe Olie

door Rosa te Velde
Rond 1960 komt de eerste talentenjacht op de Nederlandse televisie, overgewaaid uit Amerika. ‘Nieuwe Oogst’ wordt in eerste instantie gemaakt in de zomermaanden, met weinig budget. Een talentenjacht blijkt een goedkope manier om vermakelijke televisie te maken: de deelnemers grijpen hun kans om beroemd te worden met hun kunstjes, grappen, vermaak en spektakel – in ruil voor koffie en reiskosten.1

Talentenshows, talentenjachten bestaan sinds mensenheugenis. Maar het idee van talentontwikkeling – het belang van het financieel ondersteunen van en investeren in talent – bestaat nog niet zo heel lang. Vanaf de jaren zeventig, met de opkomst van de informatiemaatschappij en de kenniseconomie wordt het belang van ‘een leven lang te leren’ steeds belangrijker. Kennis wordt een asset. Bijscholing, het ontwikkelen van je skills en flexibiliteit worden vereisten en passie wordt noodzaak. Jij bent verantwoordelijk voor eigen geluk en succes. Je moet ‘eigenaar’ worden van je persoonlijke groeiproces. In 1998 publiceert McKinsey & Company ‘The War for Talent’. In deze studie wordt onderzocht wat het belang van ‘high performers’ is voor bedrijven, hoe talenten te werven, ontwikkelen, motiveren en hen vast te houden als werknemers. In de afgelopen decennia is talentenmanagement (TM) een belangrijk onderdeel geworden van bedrijven om concurrentievermogen te optimaliseren, nieuw leiderschap te kweken of persoonlijke groei te bewerkstelligen. Talentmanagement richt zich soms op het hele bedrijf maar vaker exclusief op jonge ‘high potentials’, die ofwel reeds een goede performance hebben geleverd, ofwel veelbelovend zijn en potentie hebben.2 Het is sociaal geograaf Richard Florida die talent in verband brengt met creativiteit in zijn boek The Rise of the Creative Class (2002). In dit boek maakt hij de – onomkeerbare – koppeling tussen economische groei, stedelijke ontwikkeling en creativiteit. Een vleugje excentriciteit, een bohemienne levensstijl en coolheid worden de bepalende factoren die onder de noemer ‘creativiteit’ de speelruimte vormen waar waardecreatie plaatsvindt. Zijn theorie resulteert in een stortvloed aan innovatieplatforms, zinderende creatieve kennisregio’s en levendige broedplaatsen. Het talentdiscours raakt onlosmakelijk verbonden met de creatieve industrie. Zo is de door Florida opgerichte Global Creativity Index – Nederland staat in 2015 op nummer 10 – gebaseerd op de drie T’s van technology, talent en tolerance. Het fenomeen ‘talent’ neemt een vlucht binnen de wereld van de tech startups en in Silicon Valey vechten de innovatiemanagers om de beste talenten. ‘Talent is the new oil’.

Het idee dat talent zich kan ontplooien en ontwikkelen onder de juiste condities staat haaks op het oudere, romantische concept van het door god gegeven, mysterieuze ‘genie’. Talent in de moderne opvatting is niet (geheel) aangeboren, en juist daarom heeft het zin om er geld en ruimte voor te geven. Zoals een groeibriljant, die ‘stapsgewijs waardevoller’ kan worden.

Wat is de geschiedenis van cultuurbeleid en talentontwikkeling in Nederland? Waar de overheid tot de Tweede Wereldoorlog cultuur overlaat aan particulieren, wordt na de oorlog een actief, “stimulerend, voorwaardenscheppend beleid” gevoerd.3 De overheid houdt vast aan het Thorbecke-principe en is geen ‘oordelaar’ van kunst. Maar volgens literatuurhistoricus Bram Ieven vindt vanaf de jaren zeventig een kanteling plaats. Kunst moet democratischer worden en om dat te bereiken moet er meer aansluiting op de markt komen: “[…] van een maatschappelijke invulling van het sociale van de kunst (kunst als participatie) naar een marktgerichte invulling van de sociale taak van de kunst (kunst als creatief ondernemerschap).”4 Met de BKR en later de WWIK worden kunstenaars en vormgevers langdurig financieel ondersteund als ze over onvoldoende middelen beschikken op voorwaarde van een diploma aan een erkende academie of als bewezen was dat men een beroepspraktijk had.5

Pas in de cultuurnota ‘Kunst van Leven’ (2006) van Ronald Plasterk wordt het belang van investeren in talent veelvuldig genoemd, want veel talent blijft ‘onbenut’.6 Plasterk roept met name op om ‘excellent toptalent’ meer ruimte te geven, vooral om internationaal mee te kunnen blijven doen. Sindsdien staat ‘talentontwikkeling’ als begrip in steen gebeiteld in cultuurbeleid. In ‘Meer dan kwaliteit’ (2012) onderschrijft ook Halbe Zijlstra het belang van talent, maar hij geeft een andere uitleg: “Net als in de wetenschap is het in de cultuur belangrijk ruimte te geven aan vernieuwing en innovatie die niet door de markt tot stand komt, omdat de ondernomen activiteiten nog niet direct winstgevend zijn.”7 Het ondersteunen van talent kan hiermee zelfs na de economische crisis gemakkelijk gelegitimeerd worden binnen Zijlstra’s beruchte nuttigheid- en rendementsdenken. Ook Jet Bussemaker handhaaft de nadruk op talentontwikkeling en voor de komende jaren blijft talent op de agenda staan.8

Door het Stimuleringsfonds wordt in 2013 voor het eerst een groep van talenten gesubsidieerd. Net als bij het talentontwikkelingsprogramma van het Mondriaanfonds wordt in het beleidsplan van 2013-2016 gekozen voor één gezamenlijke selectieronde per jaar. Hoewel de nadruk ligt op individuele trajecten, wordt genoemd dat een gezamenlijke beoordeling objectiever en deskundiger is en publicitaire ondersteuning daarmee ook gemakkelijker.9 Wie wordt als creatief talent in beschouwing genomen? Om in aanmerking te komen voor de beurs moet je aan een aantal specifieke eisen voldoen: je moet ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel, niet langer dan vier jaar geleden een ontwerpopleiding hebben afgerond en een goede aanvraag kunnen schrijven waarmee de negen commissieleden uit het veld kunnen worden overtuigd van jouw talent. Zij bepalen op basis van een aanvraag de potentie, ofwel de belofte van je ontwikkeling, waarbij de timing van deze subsidie goed moet passen. Hoe genuanceerd de aanvraagprocedure ook verloopt, deze factoren zorgen voor een afgebakend begrip van ‘talent’.

Als je door de strenge selectie heen komt – gemiddeld wordt tien tot vijftien procent van de aanvragen gehonoreerd – is het een enorme luxe om een jaarlang zelf je agenda te mogen bepalen: te kunnen acteren in plaats van te reageren. Een vrijhaven, een korte pauze van bestaansonzekerheid. Of is het juist een bekrachtiging van het systeem; het moment waarop de kansen gepakt moeten worden? Als gevolg waarvan zelfexploitatie, stress en verlamming toeslaan? Het creatieve proces is in werkelijkheid erg grillig. Zullen de talenten hun belofte kunnen inwisselen?

De een heeft een reis naar China gemaakt, een ander heeft een residentie in Oostenrijk kunnen doen, weer iemand anders zei z’n bijbaantje op. Velen doen onderzoek op allerlei niveaus; van veldonderzoek, materiaalexperimenten tot het schrijven van essays. Sommigen bouwen prototypes of kunnen eindelijk Ernst Haeckel’s Kunstformen der Natur kopen. Anderen organiseren bijeenkomsten, fabrieksbezoeken, ontmoetingen, interviews, een ball.

Is er een gemeenschappelijke deler te onderscheiden binnen deze selectie van talenten? De groep is ook dit keer juist geselecteerd op balans en verscheidenheid; van geluidskunstenaar, filmmaker, designthinker, onderzoeker, cartograaf, verhalenverteller, voormalig architect tot genderactivist-cum-modeontwerper – en dus kan gezamenlijkheid in presentatie geforceerd aanvoelen. Maar door samen naar buiten te treden wordt zichtbaarheid van de talenten gecreëerd. Belangrijk, want hoe anders kan deze investering worden gelegitimeerd?
Dit zijn de vragen die al sinds de eerste lichting spelen bij het Stimuleringsfonds; hoe treden we naar buiten met deze groep, zonder een plat, ongenuanceerd spektakel of romantisch idee van talent neer te zetten? Maar hoe maken we tegelijkertijd wel aan de buitenwereld zichtbaar wat er met publiek geld gebeurt? En wat is goed voor de talenten zelf? In de afgelopen jaren zijn er verschillende vormen uitgetest om te reflecteren op het jaartraject. Van verschillende gecureerde exposities met publicaties vergezeld door presentaties, podcasts, teksten, websites, workshops en debatten.
Het Stimuleringsfonds werkt als buffer tussen het neoliberale beleid en de creatieve werkelijkheid. Het fonds schept luwte voor het maken en biedt ruimte aan het nog-niet-weten, het onderzoek, het experiment en het falen, zonder daar al te veel eisen aan te stellen. Een evenwichtsoefening: Hoe demp je de harde beleidstaal, houd je de rendementsdenkers op afstand, terwijl de (absolute) noodzaak voor deze financiering gemeten, gezien en daarmee gewaarborgd blijft?

Dit jaar is op inspraak van de talenten zelf gekozen voor een andere aanpak: geen expositie. De Dutch Design Week lijkt voor de meesten niet de juiste plek te zijn; slechts een enkeling wil überhaupt een ‘afgerond’ ontwerp of project presenteren en niet noodzakelijk tijdens DDW. Bovendien: veel van de talenten hebben de subsidie ingezet om onderzoek te doen en mogelijkheden te scheppen. In plaats van een gezamenlijke expositie is daarom gekozen voor een bijeenkomst en profielteksten en videoportretten die gepubliceerd worden op ‘Platform Talent’, een online database. Hiermee komt de nadruk minder op het afgelopen jaar te liggen en meer op de zichtbaarheid van de maker en zijn/haar proces; een verschuiving van minder concrete of toegepaste resultaten naar meer aandacht voor persoonlijke werkwijzen. Voldoet deze publiekmaking aan de honger en nieuwsgierigheid van het brede publiek en de resultaatgerichtheid van de politiek? Is het misschien belangrijker geworden om aan te kondigen dat er talent is en niet wat het talent is? Of is dit een manier om meetbaarheid te omzeilen en de druk van de ketel af te halen?

Wat de talenten misschien nog het meest verbindt is het feit dat ze, hoewel ze erkend worden als ‘high performers’, allen op zoek zijn naar duurzame vormen van creatief werk binnen een precair en competitief ecosysteem van kansen pakken, optimisme en continu beschikbaar zijn. Falen of kwetsbaarheid, of het bespreken van de grilligheid van creativiteit heeft daar tot op heden nog weinig plek. De zoektocht naar talent blijft een show, een jacht, competitie of oorlog.

1 https://anderetijden.nl/aflevering/171/Talentenjacht
2 Elizabeth G. Chambers et al. ‘The War for Talent’ in: The McKinsey Quarterly 3, 1998 pp. 44–57. In 2001 verscheen dit onderzoek in boekvorm.
3 Roel Pots, ‘De tijdloze Thorbecke: over niet-oordelen en voorwaarden scheppen in het Nederlandse cutluurbeleid’ in: Boekmancahier 13:50, 2001, pp.462-473, p. 466.
4 Bram Ieven, ‘Opbouw als afbraak: over democratisering als vanishing mediator in het huidige kunstenbeleid’ in: Kunstlicht, 2016 37:1, p. 12.
5 De Beeldende Kunst Regeling gold van 1956-1986 en de Wet Werk en Inkomen Kunstenaars van 2005-2012.
6 Ronald Plasterk, Hoofdlijnen Cultuurbeleid Kunst van Leven, 2006 p. 5. Plasterk was minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2007 tot 2010.
7 Halbe Zijlstra, ‘Meer dan Kwaliteit: Een Nieuwe visie op cultuurbeleid’, 2012, p. 9. Zijlstra was staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2010 tot 2012 en verantwoordelijk voor de bezuinigingen op subsidies in de cultuursector.
8 Jet Bussemaker was minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2012 tot 2017.
9 Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie, beleidsplan 2013/2016.

laad meer

2017

De vierde editie van In No Particular Order tijdens de Dutch Design Week 2017 presenteerde een collectief statement over de pluriforme hedendaagse ontwerppraktijk. In negen installaties stonden de thema's Positie, Inspiratie, Werkomgeving, Representatie, Geld, Geluk, Taal, Discours en Markt centraal. De presentatie in het Van Abbemuseum stond onder leiding van curator Jules van den Langenberg, zelf deelnemer aan het Programma Talentontwikkeling in 2017.

PLATFORM TALENT 2017
PLATFORM TALENT 2017
(4/2)
laad meer

2016

In de derde editie van In No Particular Order in 2016 gaf curator Agata Jaworska inzicht in wat het betekent om een ontwerppraktijk te hebben. Hoe creëren ontwerpers de omstandigheden waarin ze werken? Wat kunnen we leren van hun methodiek en werkwijze? In geluidsopnamen en met schetsen reflecteren de ontwerpers op deze vragen. Tezamen geven ze een persoonlijk beeld van de ontwikkeling van hun artistieke praktijken.

In No Particular Order 2016

PLATFORM TALENT 2016
PLATFORM TALENT 2016
(4/2)
laad meer

2015

De tweede editie van de tentoonstelling In No Particular Order vond plaats in het Veemgebouw tijdens de Dutch Design Week 2015. Curator Agata Jaworska stelde de processen, uitgangspunten en visies achter de totstandkoming van werk centraal aan de hand van een databank met beelden uit de persoonlijke archieven van de ontwerpers. Wat drijft de hedendaagse ontwerper? Wat zijn hun inspiratiebronnen, motivaties en ambities?.

In No Particular Order 2015

PLATFORM TALENT 2015
PLATFORM TALENT 2015
(4/2)
laad meer

2014

Wat maakt iemand tot een talent? Hoe wordt talent gevormd? Dat was de centrale vraag van eerste tentoonstelling In No Particular Order in de Schellensfabriek tijdens de Dutch Design Week 2014. Curator Agata Jaworska presenteerde niet alleen werk van de individuele talenten maar legde ook trends en onderlinge overeenkomsten bloot.

In No Particular Order 2014

PLATFORM TALENT 2014
PLATFORM TALENT 2014
(4/2)
laad meer
essays
essays

Longread Talent #1
Ik en mijn praktijk
Hoe ontwerptalenten zichzelf opnieuw (moeten) uitvinden

De afgelopen zeven jaar heeft het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie ruim 250 jonge ontwerpers ondersteund met de Regeling Talentontwikkeling. In drie longreads wordt gezocht naar de gedeelde mentaliteit van deze ontwerpgeneratie, die is gevormd door de grote uitdagingen van onze tijd. Daarbij wordt onderzocht hoe ze omgaan met thema’s als technologie, klimaat, privacy, inclusiviteit en gezondheid. In deze eerste longread: de diepgaande reflectie op het vakgebied en plek van de eigen praktijk daarin. ‘De vastgeroeste uitgangspunten van mode, design en architectuur worden bevraagd en verrijkt met nieuwe instrumenten, technieken, materialen en podia.’

HetDirty Design Manifest van Marjanne van Helvert is een vlammend betoog tegen de vervuilende productie van veel designobjecten. En passant wordt afgerekend met het aanwakkeren van de consumptie door verleidelijke designproducten zonder eigenheid of intrinsieke waarde. Het manifest richt de pijlen niet alleen op fabrikanten en consumenten, maar ook op ontwerpers die te weinig aandacht hebben voor duurzaamheid, ongelijkheid of andere prangende maatschappelijke kwesties. Het is kortom een j’accuse tegen de schaduwkanten van design. 

Marjanne van Helvert, The Responsible Object: A History of Design Ideology for the Future
Marjanne van Helvert, The Responsible Object: A History of Design Ideology for the Future

Van Helvert is naast criticus ook textielontwerper en ontwikkelde Dirty Clothes, een unisekscollectie van gebruikte kleding. Om haar kritische visie verder te ontwikkelen, ontving ze in 2016 een talentontwikkelingsbeurs van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Deze subsidie van vijfentwintigduizend euro wordt door het Stimuleringsfonds jaarlijks aan zo’n dertig jonge ontwerpers toegekend. Van Helvert gebruikte de ondersteuning voor het schrijven van The Responsible Object: A History of Design Ideology for the Future. In deze bundel houdt zij diverse designfilosofieën grondig tegen het licht en test deze op houdbaarheid en toepasbaarheid, nu en in de nabije toekomst. Het zal niet verbazen dat het boek alleen al qua ontwerp overtuigend was, uitgevoerd in een strak grid en een krachtig zwart-wit-oranje kleurpalet. Met de inhoud profileert Van Helvert zich bovendien als een scherpzinnig denker en gewetensvol onderzoeker.

Sabine Marcelis, materialenbibliotheek
Sabine Marcelis, materialenbibliotheek

OORLOGSWONDEN HELEN

De wijze waarop Van Helvert zich tot haar werk verhoudt, is kenmerkend voor een generatie ontwerpers die hun kritische blik niet langer alleen op de eigen beroepspraktijk richten, maar op het hele vakgebied. Deze trend komt duidelijk naar voren als we de verschillende lichtingen bekijken die door jaren heen een beurs ontvingen via de Regeling Talentontwikkeling. Met elkaar geven deze ontwerplichtingen daardoor een actueel beeld van de creatieve industrie.

Sinds de lancering van de Regeling Talentontwikkeling in 2014 hebben zo’n 250 jonge ontwerpers gebruikgemaakt van deze mogelijkheid om zich te professionaliseren. De eerste jaren richtten de deelnemers zich vooral op een diepgaande reflectie op de eigen praktijk. Met veel succes overigens. Productontwerper Sabine Marcelis (lichting 2016) bijvoorbeeld gebruikte het jaar om nieuwe samenwerkingen met manufacturing professionals op te bouwen. Wat resulteerde in een bibliotheek met nieuwe, pure materialen inzetbaar voor diverse projecten. Het zou haar wereldfaam brengen. Modeontwerper Barbara Langedijk en sieradenontwerper Noon Passama (lichting 2015) experimenteerden in het gezamenlijk project Silver Fur met een hightechtextiel met eigenschappen van bont. Het resulteerde in een innovatieve collectie waarin kleding en sieraden op een organische manier versmelten. Of architect Arna Mačkić (lichting 2014) die zich boog over de rol die architectuur kan spelen in het helen van oorlogswonden in haar geboorteland Bosnië. Mačkić was in 2019 de winnaar van de Jonge Maaskantprijs, de belangrijkste onderscheiding voor jonge architecten. Al deze talenten verbreedden hun persoonlijke fascinaties en versterkten hun ontwerpkwaliteiten om zo een uniek profiel te ontwikkelen. Dit is – de naam zegt het al – nog steeds de basis van de Regeling Talentonwikkeling.

Maar gaandeweg werden door de geselecteerde talenten niet alleen persoonlijke grenzen verlegd, meer en meer werden ook vanzelfsprekende grenzen van het vakgebied onderzocht. De jongste lichtingen laten ook zien dat onderzoek niet langer een manier is om tot een ontwerp te komen. Onderzoek ís het ontwerp geworden. Niet alleen in mode maar ook in productdesign, grafisch ontwerp, architectuur en gaming, interactive en ander digital design. Waarom zou een architect altijd een gebouw moeten ontwerpen? Of een stadswijk of landschap? Dat is het uitgangspunt van de utopische landschappen van Carlijn Kingma (lichting 2018). Haar architectuur bestaat alleen op papier en is gemaakt van niets anders dan gitzwarte inkt. De zeer gedetailleerde pentekeningen zijn vaak meer dan een meter hoog en breed en bestaan uit gebouwen die deels fantasie en deels historisch zijn. Met deze kaarten verbeeldt zij abstracte en complexe maatschappelijke begrippen waarmee de architectuur al eeuwenlang stoeit – de utopie, het kapitalisme of zelfs angst en hoop. Kingma voedt haar vakgebied met filosofische bespiegelingen en historisch besef. Door zich niet architect maar ‘cartograaf van denkwerelden’ te noemen, plaatst zij zichzelf buiten de architectuur. Ze is tegelijkertijd deelnemer én beschouwer van haar vak. Net als Marjanne van Helvert.

Carlijn Kingma, A Histoty of the Utopian Tradition
Carlijn Kingma, A Histoty of the Utopian Tradition

TECH-FOOD ALS CONVERSATION PIECE

De textielontwerper die een boek maakt en de architect die niet wil bouwen – het is exemplarisch voor een generatie die het eigen vakgebied onderzoekt en opnieuw definieert. Wat zijn de opties voor een modeontwerper die zich wil onttrekken aan de dominante industrie? Wat betekent het om een productontwerper te zijn in een wereld die ten onder gaat aan overconsumptie? Hoe ga je om met kwesties als privacy of verslavende clickbait bij het ontwerpen van een app, website of game? Dit fundamentele zelfonderzoek is weliswaar gebaseerd op persoonlijke dilemma’s, soms zelfs frustraties, maar voedt de hele beroepsgroep.

Dat onderzoek kan hyperrealistisch én hypothetisch zijn. Als food designer creëert Chloé Rutzerveld (lichting 2016) projecten over het voedsel van de toekomst waarbij ze design, wetenschap, technologie, gastronomie en cultuur verbindt. Edible Growth is een ontwerp voor kant-en-klare gerechtjes uit de 3D-printer. Deze zijn opgebouwd uit lagen met zaden, sporen en een eetbare voedingsbodem. Eenmaal geprint ontwikkelen ze zich door natuurlijke gist- en rijpprocessen in enkele dagen tot een volledig eetbaar minituintje. Het is geen nadrukkelijk concreet product dat Rutzerveld ontwikkelde, maar een paper concept om maatschappelijke en technologische vraagstukken rond voedsel bespreekbaar te maken voor een breed publiek. Op basis van mediageniek beeld van nepgerechtjes en een intrigerende projecttekst wordt Rutzerveld inmiddels internationaal uitgenodigd voor lezingen en tentoonstellingen. Haar prototype is het product geworden.

Deze onderzoekende houding is de verbindende factor geworden tussen de jonge ontwerpers die een talentontwikkelingsbeurs ontvingen. Het doel kan een concreet resultaat zijn – bijvoorbeeld het aanleggen van een materialenbibliotheek of een modecollectie los van seizoenen en gender. Maar ook wordt het hele vakgebied onderzocht, onder meer met een manifest over dirty design. Of door de rol van de ontwerper als producent te verkennen, zoals Jesse Howard (lichting 2015) doet met zijn alledaagse apparaten waarbij de gebruiker een actieve rol speelt in zowel het ontwerp- als maakproces. Howard buigt zich over innovatieve manieren om digitale fabricagetools als 3D-printen en computergestuurde lasercutters of freesmachines in te zetten in een opensourcekennisplatform. Zo ontwerpt hij eenvoudige huishoudelijke apparaten als een waterkoker en stofzuiger die de consument zelf kan maken van bouten, koperleidingen en andere standaardmaterialen uit de bouwmarkt. Specifieke onderdelen als de beschermkap kunnen worden vervaardigd met een 3D-printer. De benodigde technieken worden gedeeld op het kennisplatform. Is het apparaat defect, dan kan de producerende consument oftewel prosumer deze zelf repareren. Deze doe-het-zelfproducten worden vervaardigd van lokale materialen en bieden een duurzaam en transparant alternatief voor massaproductie.

Juliette Lizotte
Juliette Lizotte

PERFORMER, DJ, CHOREOGRAAF – EN ONTWERPER

Tijdens de afgelopen zeven jaar Talentontwikkeling zijn de grenzen van de ontwerpdisciplines niet alleen afgetast maar vooral ook opgerekt met een nieuw idioom. Er is social design, food design, conceptual design en speculative design. Architecten fungeren als kwartiermaker en cartograaf. Mode ontregelt met antropologische installaties. Meer nog dan met een set vaardigheden onderscheidt ontwerptalent zich met een onderzoekende mentaliteit. Soms is de individuele beroepspraktijk zo ingericht dat de disciplines grafisch ontwerp, architectuur of mode niet eens meer het vanzelfsprekende middelpunt zijn.

Juliette Lizotte (lichting 2020) wil met video’s en LARP (live action role-playing, een rollenspel waarbij spelers een fantasierol aannemen) de discussie over klimaatverandering aanwakkeren. Onder de naam Jujulove is zij actief als dj, werkt ze samen met dansers en theatermakers en maakt ze met een modeontwerper uit gerecycled plastic kostuums voor de dansers in haar video’s. In een zelfgekozen rol als heks draagt zij het ecofeminisme uit, waarin de vrouw een scheppende en helende kracht op de natuur vertegenwoordigt. Via een multisensorische ervaring van beeld, geluid en performance mikt ze met haar werk vooral op jongeren en andere doelgroepen buiten het culturele veld. Maar haar fantasiewereld staat feitelijk ook parallel aan de traditionele ontwerpwereld. Jujulove is geen ontwerper maar creëert met uiteenlopende disciplines als film en storytelling een grensverleggend totaalontwerp.

Niet langer staat de ontwerper centraal in zijn eigen ontwerppraktijk. Er wordt nadrukkelijk gezocht naar interdisciplinaire samenwerking en interactie. De Frans-Caraïbische programmeur/ontwerper Alvin Arthur (lichting 2020) is weliswaar getraind als ontwerper maar heeft zich ontplooid tot een veelzijdig performer, onderwijzer, onderzoeker en verbinder. Zijn instrumentarium is het eigen lichaam, dat hij gebruikt om te verbeelden hoe het schrijven van computerprogramma’s in zijn werk gaat. Body.coding noemt hij zijn mengvorm van choreografie, performance en design. Met een speciaal ontwikkeld lesprogramma vol groepsdans en beweging leert hij basisschoolkinderen dat hun leefomgeving digitaal is geprogrammeerd; van het ontwerpen en produceren van hun smartphone tot schoolgebouw en hun eigen woonplaats. Maar vooral ook dat programmeren en ontwerpen niet per se iets statisch is wat je doet achter een bureau. Ontwerpen is nadenken, bewegen, combineren en samenwerken.

En dan vooral dat laatste, samenwerken. Soms wordt vanuit twee verschillende disciplines samengewerkt; sieradenontwerper Noon Passama en modeontwerper Baraba Langendijk bijvoorbeeld. Maar steeds vaker ook bundelen ontwerpers hun kennis en vaardigheden in een hecht collectief. Knetterijs (lichting 2019) is een achttal grafisch ontwerpers die zich als één studio manifesteren. Ieder heeft zijn eigen expertise en functie; van analoge druktechnieken, zoals risoprint en zeefdrukken, tot digitale illustratietechnieken of de exploitatie van de Knetterijs-webshop. Het ontwikkelingsjaar werd benut met het gezamenlijk maken van drie ‘magazines’ waarin nieuwe technieken als grafische audiotracks en een interactief e-zine werden verkend. Het individuele ego heeft plaatsgemaakt voor een ‘we go’.

Saïd Kinos, HIDEOUT, Uruma hotel in Okinawa, Japan. Foto Masafumi Kashi
Saïd Kinos, HIDEOUT, Uruma hotel in Okinawa, Japan. Foto Masafumi Kashi

STORYTELLING EN STREET ART

Deze transformatie van de ontwerpdisciplines zit inmiddels in de haarvaten van de Regeling Talentontwikkeling. Sinds 2019 wordt met de scout nights creatief talent dat niet is opgeleid aan de gangbare opleidingen – zoals de Design Academy Eindhoven of de TU Delft – een kans geboden om eigen werk te pitchen voor een selectiecommissie. Het zijn professionals in artdirection, storytelling of stadmaken die hiermee de kans krijgen om hun praktijk te verdiepen. Streetartist Saïd Kinos (lichting 2020) had al succes met zijn kleurrijke, grafische muurschilderingen waarin hij gebruikmaakt van ontwerptechnieken als collage en typografie. Dankzij een talentontwikkelingsbeurs kan hij het hokje streetart nu overstijgen en zijn praktijk uitbouwen tot die van een autonoom kunstenaar die niet meer alleen de stad als canvas heeft. Hij heeft zich bekwaamd in digitale technieken als augmented reality, animatie en projection mapping (de projectie van bewegend beeld op gebouwen).

EEN PRAKTIJK VAN EVOLUTIE

Zo valt het stimuleren van de individuele of collectieve praktijk samen met de ontwikkeling van het gehele vakgebied. Vaste uitgangspunten van traditionele ontwerpdisciplines als mode, design en architectuur worden verkend en verrijkt met nieuwe instrumenten, technieken, materialen en podia. Zodat inmiddels alles door elkaar loopt; straat, museum en website, cartografie en spuitbus, hekserij en 3D-printers. Deze ontwerptalenten reageren niet alleen op maatschappelijke ontwikkelingen – zij drukken er ook hun stempel op, en vormen daarmee de maatschappij van morgen. Wat meteen ook het ultieme bewijs is van de noodzaak van talentontwikkeling.


Tekst: Jeroen Junte

Longread Talent #2
Ik en de wereld
Post-crisis ontwerpgeneratie zoekt (en vindt) zijn plek in kwetsbare toekomst

De afgelopen zeven jaar heeft het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie ruim 250 jonge ontwerpers ondersteund met de Regeling Talentontwikkeling. In drie longreads wordt gezocht naar de gedeelde mentaliteit van deze ontwerpgeneratie, die is gevormd door de grote uitdagingen van onze tijd. Daarbij wordt onderzocht hoe ze omgaan met thema's als technologie, klimaat, privacy, inclusiviteit en gezondheid. In deze tweede longread: ontwerptalent wordt gevoed door een gevoel van urgentie. ‘Als wij het tij niet keren, wie dan wel?’

15 september 2008. 12 december 2015. 17 maart 2018. Het lijken willekeurige data. Maar deze momenten hebben een stempel gedrukt op het ontwerpveld van nu. Op 15 september 2008 namelijk ging de New Yorkse zakenbank Lehman Brothers failliet; de daaropvolgende diepe financiële crisis legde de wanorde van het mondiale economisch systeem haarscherp bloot. Op 12 december 2015 sloten 55 landen (inmiddels 197) een vergaand Klimaatakkoord, waarmee klimaatverandering als vaststaand feit werd erkend. De industriële uitputting van bestaande grondstoffen en energievoorraden is ‘officieel’ onhoudbaar. En op 17 maart 2018 berichtte The New York Times over een grootschalige politieke manipulatie door het databedrijf Cambridge Analytica. Het democratisch ideaal van de twintigste eeuw spatte uiteen op fake news en privacyinbreuk.

Deze gebeurtenissen – en nog wel meer overigens – markeren een permanente staat van crisis in de wereld. De ruim 250 ontwerpers die sinds 2014 zijn ondersteund via de Regeling Talentontwikkeling van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie zijn opgeleid tijdens en daarmee gevormd door deze crises. Zij behoren tot de laatste ontwerpgeneratie die 11 september 2001 nog bewust heeft meegemaakt. Een generatie die wordt gemotiveerd door een gevoel van urgentie. Zij weten: als wij het tij niet keren, wie dan wel? Tegelijkertijd zijn ze gespeend van arrogantie. Zij zijn zich terdege bewust van de beperkingen van zowel hun expertise als de discipline waarin ze werken – of dat nou productdesign, mode, digitaal ontwerp of architectuur is. De illusie dat zij die ene alomvattende oplossing hebben, koesteren ze niet.

Irene Stracuzzi, The legal status of ice
Irene Stracuzzi, The legal status of ice

DE GELDSTROMEN IN KAART

Maar communicatie is ook een krachtig wapen, weet Femke Herregraven (lichting 2015). De grafisch ontwerper verdiepte zich in de financiële constructies achter de neoliberale wereldeconomie en maakte deze zichtbaar. Herregraven richtte zich hierbij op de offshoreconstructies en het loskoppelen van kapitaal en fysieke locaties. Met een serious game liet ze je spelenderwijs kennismaken met de internationale belastingconstructies in verre oorden. Dit Taxodus put uit een grote database, waarin verschillende internationale belastingverdragen en gegevens van bedrijven en landen zijn verwerkt. Rijk worden was inderdaad nog nooit zo leuk en makkelijk. Daarnaast onderzocht zij de koloniale geschiedenis van Mauritius en de nieuwe rol van dit eiland in de Indische Oceaan als belastingparadijs. Met minutieus speurwerk en verrassende ontwerpen toonde Herregraven verborgen waardesystemen en maakte de materiële en geografische gevolgen ervan inzichtelijk. Om het ongebreidelde kapitalisme te kunnen hervormen, moet je toch eerst de valkuilen ervan kennen.

Kennis is ook macht. Daarmee zoeken deze ontwerpers hun plek in een wereld die steeds kwetsbaarder is. Heel letterlijk kwetsbaar ook, want klimaatverandering wordt als grootste bedreiging ervaren. Ook hier bepalen geopolitieke krachten het speelveld, toonde grafisch ontwerper Irene Stracuzzi (lichting 2019). Met haar installatie The legal status of ice verbeeldt zij de claim die de vijf Arctische landen – Rusland, Canada, Denemarken, Noorwegen en de VS – leggen op de Noordpool. Onder het smeltende zee-ijs kunnen zich tenslotte immense olie- en gasvelden bevinden. Maar zou niet juist dat ijs zelf, dat sinds het einde van de jaren zeventig met de helft is geslonken, aan de orde moeten zijn? Dit contemporaine imperialisme is door Stracuzzi letterlijk in kaart gebracht met een reusachtig 3D-model van de Noordpool waarop de overlappende claims en andere data worden geprojecteerd. The legal status of ice gaat over de Noordpool, maar ook over de uraniummijnen in Angola, of de nieuwe ruimtewedloop op zoek naar delfstoffen op de maan. Het gaat over een systeem van uitbuiting en kolonialisme. Stracuzzi’s werk werd door de invloedrijke curator Paola Antonelli geselecteerd voor de manifestatie Broken Nature in de Triennale di Milano in 2019. Niemand kan nu nog beweren dat wij het niet wisten.

Marco Federico Cagnoni
Marco Federico Cagnoni

LEVENDE LAMPEN

Het besef dat de complexiteit van de klimaatcrisis te groot is om het alleen het hoofd te bieden, zit diep. Gretig werken ontwerpers samen met andere disciplines. Zo doet Marco Federico Cagnoni (lichting 2020) met de Universiteit Utrecht onderzoek naar latexproducerende eetbare planten. Onder meer maïs en aardappelen worden nu nog verbouwd als grondstof voor bioplastic, waarbij in dat productieproces de voedingsstoffen verloren gaan. Cagnoni concentreert zich op voedselgewassen waarvan het restmateriaal ook wordt verwerkt tot volwaardige bioplastics.

Vanuit een besef dat de aarde niet langer straffeloos kan worden uitgebuit, zoeken ontwerpers naar een symbiose met de natuur. De routekaart is divers: de natuur wordt beschermd, nagebootst, gerepareerd of verbeterd. We zijn tenslotte in het Antropoceen, het tijdperk waarin menselijk handelen al het leven op aarde beïnvloedt. Maar als de natuur door de mens kan worden vernietigd, dan kan deze ook worden herschapen. Biodesigner Teresa van Dongen (lichting 2016) werkte voor de ontwikkeling van de lamp Ambio op basis van lichtgevende bacteriën samen met microbiologen van de TU Delft en Universiteit Gent. De lamp is feitelijk een lange buis met een vloeistof waarin zeebacteriën leven; als de buis schommelt worden de bacteriën geactiveerd om licht af te geven. Hoe beter er voor de bacteriën wordt gezorgd, hoe meer en langer ze licht geven. Naast een duurzaam alternatief fungeert haar biolamp ook als krachtig communicatiemiddel. Het kan dus wel, samenwerken met de natuur. Wij zijn het alleen verleerd.

Teresa van Dongen, Ambio
Teresa van Dongen, Ambio

Daarom zoeken ontwerpers ook naar manieren om ons contact met de natuur te herstellen. Architect Anna Fink (lichting 2020) suggereerde een plattelandshuis dat bestaat uit kamers die verspreid liggen in bossen, weilanden en een dorp. Bewoners moeten hun Landscape as House zelf onderhouden door te kappen, planten, maaien, bouwen en repareren. De essentie van dit gefragmenteerde ‘huis’ is een dagelijks ritme van beweging van kamer tot kamer en een bewustwording van omgeving, tijd en ruimte. Routines en rituelen zijn geworteld in de verandering van het weer. Seizoenen worden een huiselijke ervaring. Fink putte hiervoor uit de eeuwenoude, halfnomadische levensstijl van haar voorouders in de vallei van het Bregenzerwald in de noordelijke Alpen. Hyperlokaliteit als oplossing voor mondiale vraagstukken.

Sissel Marie Tonn i.s.m. Jonathan Reus, Sensory Cartographies
Sissel Marie Tonn i.s.m. Jonathan Reus, Sensory Cartographies

RUWE SATELLIETDATA

Al zijn er ook ontwerpers die juist vertrouwen op technologie om de natuur te ervaren. Want waarom terugverlangen naar iets wat niet meer bestaat? Het Antropoceen is immers al begonnen. Sissel Marie Tonn (lichting 2020) gebruikt wetenschappelijke data als seismografische metingen. Deze complexe en abstracte data combineert ze met empathische gesprekken met Groningers over hun ervaringen met de aardbevingen. Deze gelaagde informatie over zowel de menselijke als de geografische aspecten van aardbevingen werden in samenwerking met twee modeontwerpers – letterlijk – verweven in een draagbaar vest. Daarnaast realiseerde ze met sound artist Jonathan Reus (lichting 2018) een interactieve compositie van sonische vibraties, om de ingrijpende ervaring van een aardbeving voor een breed publiek invoelbaar te maken. Door natuurlijke processen met technologie te verbinden in ruimtelijke installaties, maakt Tonn de impact van de mens op de aarde zichtbaar en tastbaar. De aardbevingen in Groningen zijn immers door de mens in gang gezet.

De opvatting over wat natuur is, verschuift door nieuwe technologieën als life science en biohacking. Het zal geen toeval zijn dat deze ontwerpers ongeveer net zo oud zijn als Dolly, het eerste gekloonde schaap ter wereld (1996). De Taiwanees-Nederlandse ontwerper Kuang-Yi Ku (lichting 2020) trok deze genetische replicatie met zijn Tiger Penis Project door naar de gezondheidszorg. De tijgerpenis wordt in veel traditionele Aziatische geneeskunde gezien als medicijn met heilzame krachten voor de mannelijke potentie. De toch al met uitsterven bedreigde tijger staat hierdoor nog verder onder druk. Daarom stelde Ku – hij studeerde eerder ook al tandheelkunde – voor om een tijgerpenis op basis van stamcellen in het laboratorium te kweken. Wat meteen ook weer allerlei nieuwe dilemma’s opriep: is de tijgerpenis die niet afkomstig is van een wilde tijger maar uit een kweekbakje komt nog wel geschikt als traditioneel Chinees geneesmiddel? Oftewel wat zijn eigenlijk de grenzen van nature by design?

Deze versmelting van biologie en technologie zal uiteindelijk leiden tot een nieuw soort wezen: de posthuman. Sieradenontwerper Frank Verkade (lichting 2017) ontwikkelde met zijn project Paradise een scenario voor dat maakbare lichaam. Maar in plaats van technologie geeft Verkade juist een grote rol voor plant en dier om het menselijk lichaam aan te passen aan de moderne tijd. De oorsprong van sieraden ligt namelijk bij prehistorische natuurvolkeren die dierlijke vormen en natuurlijke materialen gebruikten om de mythische natuurkrachten over te nemen. Verkade verbindt de moderne mens met zijn omgeving door terug te grijpen op de oertijd.

Kuang-Yi Ku, Tiger Penis Project
Kuang-Yi Ku, Tiger Penis Project

TECHNOLOGIE HACKEN

Maar als technologie zo bepalend wordt voor de toekomst van de mens, dan mogen wij de toekomst van onze technologie toch niet overlaten aan een kleine groep welvarende witte mannen van middelbare leeftijd uit Silicon Valley of het Europees Parlement? Aldus speculatief ontwerper Frank Kolkman (lichting 2018). De discussie over de rol van technologie in ons dagelijks leven moet daarom onderdeel uitmaken van dat dagelijks leven. OpenSurgery is een onderzoek naar een doe-het-zelfoperatierobot. Deze worden nu al met behulp van 3D-printers en lasercutters gebouwd voor en door mensen in de VS die geen arts meer kunnen betalen. De zelfbenoemde design hacker houdt ons hiermee een spiegel voor waarin de sociale, ethische en politieke implicaties van technologie zichtbaar worden. Wat vinden we hiervan? Willen wij dit? Terugdraaien van technologie is tenslotte bijna onmogelijk.

Deze ambivalente houding ten opzichte van technologie is een rode draad in de nieuwe ontwerpmentaliteit. Met de tablet op schoot en laptop op school, is deze ontwerpgeneratie opgegroeid als digital natives. Technologie speelt een vanzelfsprekende rol in hun leven. Maar ze zien ook de risico’s ervan. Robotisering, big data en kunstmatige intelligentie roepen nieuwe ethische dilemma’s op over privacy en werkgelegenheid. I agree with the terms of Click here to continue – vaak meerdere keren per dag drukken wij deze waarschuwingen, want dat zijn het volgens dataontwerper Julia Janssen (lichting 2018), achteloos weg. Maar waar geven wij nou eigenlijk toestemming voor? Welke gegevens worden er verzameld en door wie? Maar vooral: waarom? En wat is de waarde van informatiestromen? Met haar project 0.0146 seconds (de tijd die het kost om op de ‘accept all’-button te klikken) maakt Janssen ons bewust van de onzichtbare economie achter internet. Daarvoor zette ze alle 835 privacyregels van de website van de Britse tabloid Daily Mail in een vuistdik boek. Op evenementen als de Dutch Design Week wordt dit boekwerk als een openbare aanklacht voorgelezen door het publiek.

Frank Kolkman, Opensurgery
Frank Kolkman, Opensurgery

AANKLAGER EN VERDEDIGING

De nieuwe digitale realiteit waarin niets is wat het lijkt en nepnieuws overal op de loer ligt, duwt ontwerpers in de rol van waarheidsvinders. Om te voorkomen dat complexe mondiale vraagstukken als globalisering of klimaatverandering in een abstracte discussie verzanden, maakte het ontwerpduo Cream on Chrome (Martina Huynh en Jonas Althaus, lichting 2020) zonder een spoor van ironie gebruik van een fictieve rechtszaak waarin dagelijkse voorwerpen worden aangeklaagd. Een sneaker wordt gearresteerd en vervolgd voor klimaatverandering en een mondkapje staat terecht voor het niet op tijd aanwezig zijn om besmetting te voorkomen. Met dit debat tussen aanklager en verdediging plaatst Cream on Chrome vraagtekens bij de onderlinge verwijten en het zoeken naar een zondebok. Want zijn wij het feitelijk niet zelf die in het beklaagdenbankje staan?

Cream on Chrome, Proxies on Trial
Cream on Chrome, Proxies on Trial

ONTWERPEN VANUIT URGENTIE

Ontwerpers nemen zo de rol aan van de kanarie in de koolmijn. Zij zijn het die ons waarschuwen voor de gevolgen van 15 september 2008, 12 december 2015 en 17 maart 2018. De Regeling Talentontwikkeling stelt ze in staat om dit te doen zonder belemmeringen door gebrek aan tijd of geld. En misschien nog wel belangrijker: zonder de druk van meetbaar rendement. Alleen bij vrij experiment is er ruimte voor onverwachte inzichten. Wie had kunnen bedenken dat het Tiger Penis Project van Kuang-Yi Ku maar dan met vleermuizen en schubdieren een wereldwijde pandemie had kunnen voorkomen? Of dat de Daily Mail inmiddels niet langer door Wikipedia wordt erkend als een betrouwbare nieuwsbron, iets waarop Julia Jansen al zinspeelde?

Ontwerpers wordt de mogelijkheid geboden om de wereld te transformeren in plaats van zich te conformeren aan the powers that be; in plaats van dreigende onomkeerbaarheid wordt potentiële verbetering gekoesterd. Met speculatieve of juist praktische, maar altijd inventieve ontwerpen wordt de wereld verklaard, en verbeterd. Waarmee Talentontwikkeling niet alleen een waardevol instrument is voor de individuele ontwerpers, maar voor de hele samenleving.


Tekst: Jeroen Junte

Longread Talent #3
Ik en de ander
Empathisch ontwerptalent focust op mensen, niet op zichzelf (of dingen)

De afgelopen zeven jaar heeft het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie ruim 250 jonge ontwerpers ondersteund met de Regeling Talentontwikkeling. In drie longreads wordt gezocht naar de gedeelde mentaliteit van deze ontwerpgeneratie, die is gevormd door de grote uitdagingen van onze tijd. Daarbij wordt onderzocht hoe ze omgaan met thema's als technologie, klimaat, privacy, inclusiviteit en gezondheid. In deze derde en laatste longread: niet langer ligt de focus op persoonlijk succes en individuele expressie maar op ‘de ander’.

Het jaar 2015 stond in het teken van een vluchtelingencrisis. Hoewel er al jarenlang mensen uit Afrika en Centraal-Aziatische landen op drift zijn geraakt door oorlog, armoede en onderdrukking, verdronken er die zomer honderden vluchtelingen in wrakke bootjes op de Middellandse Zee. De onmacht, woede, frustratie, wanhoop en verdriet werden treffend verbeeld met de foto van het aan de Turkse kust aangespoelde lichaam van de verdronken driejarige Syrische peuter Alan Kurdi. Waar de financiële crisis van 2008 bijna onzichtbaar was – zelfs de bankiers wisten zich tenslotte geen raad – was wegkijken nu niet langer mogelijk. Niet alleen in de media, maar ook in het straatbeeld. De ellende van de ander is indringend en alomtegenwoordig geworden.

Ook de Nederlandse opvangcentra puilden uit. Ontwerper Manon van Hoeckel (lichting 2018) zag de vluchtelingen in haar buurt tijdens haar studie aan de Design Academy Eindhoven. Tegelijkertijd besefte ze nog nooit met een asielzoeker te hebben gesproken. Dus bezocht ze een gekraakt pand waar uitgeprocedeerde asielzoekers woonden. En zag: dit zijn geen profiteurs of zielenpoten maar krachtige personen die willen meedraaien in en bijdragen aan de samenleving. En juist dat werd deze groep verboden. Uit betrokkenheid en daadkracht bedacht Van Hoeckel een reizende ambassade voor statusloze asielzoekers en ongedocumenteerden die zich ‘in limbo’ bevinden; ongewenst in Nederland én in het land van herkomst. De vluchtelingen oftewel ‘ambassadeurs’ konden hier buurtbewoners, passanten en ambtenaren uitnodigen voor een gesprek. Met deze In Limbo Embassy faciliteerde ze ontmoetingen tussen buurtbewoners en een kwetsbare groep nieuwkomers.

EMPATHISCHE BEVLOGENHEID

Deze houding van Van Hoeckel is in veel opzichten tekenend voor de mentaliteit van een generatie die de afgelopen zeven jaar deelnam aan de Regeling Talentontwikkeling van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Ontwerp gaat al lang niet meer over spullen maar over mensen. Die empathisch bevlogenheid loopt inmiddels door alle ontwerpdisciplines. Niet langer staan daarbij persoonlijk succes en individuele expressie centraal. De blik van de ontwerper, onderzoeker en maker is nadrukkelijk gericht op de ander. De vluchtelingencrisis van 2015 heeft daarbij gewerkt als zowel een deeltjesversneller als een vakinhoudelijke verdieping. Deze humane crisis vraagt tenslotte om onorthodoxe en radicale voorstellen en ideeën.

Lena Knappers
Lena Knappers

Stedenbouwkundige Lena Knappers (lichting 2019) onderzocht de ruimtelijke leefomstandigheden van asielzoekers, arbeidsmigranten en internationale studenten. Met haar onderzoek Rethinking the Absorption Capacity of Urban Space aan de TU Delft ontwikkelde zij strategieën om migranten op duurzame wijze in de ontvangende maatschappij op te nemen. Te vaak is de huisvesting tijdelijk en informeel; denk aan ad hoc containerhuisvesting buiten het stadscentrum of in vacante legerkazernes. Knappers onderzocht alternatieve, inclusievere vormen van opvang, gericht op de invulling van de publieke ruimte. Met uiteindelijk een nog veel groter doel: een inclusieve stad waarin alle vormen van ongelijkheid in de publieke ruimte worden onderzocht en verholpen.

Hoezeer immigratie inmiddels deel uitmaakt van de alledaagse realiteit van de creatieve disciplines blijkt uit de praktijk van Andrius Arutiunian (lichting 2021). Na zijn master Compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag legde hij zich toe op de spanning tussen migratie en nieuwe technologieën. In zijn ontwikkeljaar deed hij onderzoek naar wat de impact van ontheemding en afwijkende meningen is op de samenleving en hoe deze impact zich kan manifesteren in soundscapes. Oftewel: hoe klinkt de integratie van nieuwkomers in Nederland? De verbindende factor is daarbij het begrip gharib, dat in het Arabisch, Perzisch en Armeens ‘vreemd’ of ‘geheimzinnig’ betekent. Arutiunian wil geen concrete ontmoetingen tussen mensen creëren; hij streeft ook geen nieuwe woonvormen na. Slechts de eigen beroepspraktijk wordt verrijkt met de culturele invloed van migratie.

ALLEENSTAANDE VADERS

Inclusiviteit en culturele diversiteit zijn nu dominante thema’s op de maatschappelijke agenda. Zo wordt – gevoed door de Black Lives Matter-beweging in de Verenigde Staten – een vurig debat gevoerd over institutioneel racisme. De ander blijkt niet langer een vreemdeling aan onze grenzen te zijn, maar is ook onze buurman of collega. De samenleving dreigt te polariseren en daarbij kunnen bevolkingsgroepen worden gemarginaliseerd. Ontwerpers mengen zich actief in deze discussie en zetten design in als een emanciperende kracht voor een samenleving die all inclusive is; open en toegankelijk voor iedereen, ongeacht de achtergrond.

Giorgio Toppin, KABRA (XHOSA), Foto: Onitcha Toppin
Giorgio Toppin, KABRA (XHOSA), Foto: Onitcha Toppin

De emancipatie van achtergestelde groepen begint met het verkennen en verdiepen van een gedeelde identiteit. Alleen met begrip van de eigen afkomst, cultuur en tradities kan uiteindelijk grip worden gekregen op een volwaardige plek in de samenleving. Giorgio Toppin (lichting 2020) is een trotse Bijlmer-Amsterdammer en een zwarte man met een Surinaamse achtergrond. Deze twee werelden mixte hij met zijn modelabel Xhosa tot nieuwe verhalen, vertaald in mannenkleding die binnen de hedendaagse westerse context past. Voor de verhalen van Surinaamse diaspora waarop zijn collecties zijn gebaseerd, reisde hij naar zijn geboorteland om daar lokaal vakmanschap en traditionele maaktechnieken te onderzoeken en vast te leggen. Vervolgens vervaardigde hij truien met inheemse knooptechnieken; een winterjas kreeg een met de hand geborduurde traditionele print uit het district Saramacca. Omgekeerd voorzag hij de Creoolse ‘kotomisi’, die lastig is te dragen, van een comfortabele en eigentijdse snit. Met zijn biculturele mode versterkte Toppin de culture identiteit van Surinamers en vergrootte daarmee het begrip en de waardering voor zijn afkomst bij andere bevolkingsgroepen. Zijn kleding moet tenslotte in de eerste plaats ‘cool zijn om te dragen’, aldus Toppin zelf.

Natuurlijk waren creatieve disciplines altijd al goed in staat om een identiteit te versterken. Mode, gebruiksvoorwerpen, een interieur en fotobeelden zijn nu eenmaal een uitstekend instrument om te laten zien wie je bent en vooral ook wie je wilt zijn. Maar de afgelopen jaren staat identiteit niet meer voor een vrijblijvende lifestyle maar kan het ook een stigma zijn dat bepalend is voor je maatschappelijke positie. Lang niet altijd is identiteit een keuze, terwijl het van grote invloed is op het dagelijks leven – iets waarover Surinaamse, Turkse, Marokkaanse of Antilliaanse Nederlanders kunnen meepraten, tot de vierde generatie aan toe. Wie zich als ontwerper buigt over deze vastgelegde identiteit moet zich terdege bewust zijn van culturele en emotionele gevoeligheden. De ontwerper die wel even zal uitleggen wat verantwoord is en wat slecht, loopt achter de inclusieve feiten aan.

Marwan Magroun, The Life of Fathers, Adison & Ayani
Marwan Magroun, The Life of Fathers, Adison & Ayani

Daarom werken ontwerpers steeds meer vanuit een persoonlijke betrokkenheid of agency (eigenaarschap). Fotograaf en storyteller Marwan Magroun (lichting 2020) legde met zijn documentaireproject The Life Of Fathers de wereld van alleenstaande vaders met een migratieachtergrond vast. Magroun, die zelf het grootste gedeelte van zijn jeugd opgroeide zonder een vaderfiguur, zocht naar antwoorden en verhalen van een veelal onopgemerkt maar diepgevoeld vaderschap. Zo wilde hij afrekenen met het vooroordeel dat vaders met een migratieachtergrond afwezig zijn in de opvoeding. Met zijn fotoreportage en begeleidende film (inmiddels uitgezonden op NPO3) heeft hij een groep toegewijde maar onderschatte vaders een stem en een gezicht gegeven.

QUEERS EN ‘EXTENDED FAMILIES’

Diversiteit wordt maatschappijbreed omarmd en uitgedragen. Bestaande opvattingen over gender, seksualiteit en etniciteit verschuiven. Dat betekent ook dat er volop wordt gespeeld en geëxperimenteerd met identiteit en de manieren waarop deze kan worden vormgegeven. Ontwerpers zijn daardoor niet langer een doorgeefluik voor industrie of overheid, maar nemen een activistische houding aan. Leidraad daarbij is niet langer het eigen ego maar juist de sociale cohesie. Renee Mes (lichting 2021) wilde de stereotypering van de LGBTQ+-gemeenschap doorbreken en daarmee acceptatie vergroten. Ze richtte zich hierbij heel specifiek op hoe binnen de diverse queergroepen de extended families worden vormgegeven. Dit zelfverkozen gezin wordt vaak samengesteld als alternatief voor afwijzing of schaamte binnen de families waarin queers zijn opgegroeid. Maar deze nieuwe leefvorm kampt met juridische, medische, educatieve en andere institutionele achterstelling. Gezien worden als eerste stap naar erkenning, dat was de aanpak van Mes.

Voor haar research en ook het realiseren van filmportretten werkte de witte cisgender Mes samen met de organisatie Queer Trans People of Colour. Samenwerking kan ook agency geven. Daarbij, over wiens identiteit gaat het hier nou eigenlijk? Of in de terminologie van Black Lives Matter: ‘nothing about us without us’. Dat inclusief design wordt gerealiseerd volgens deze politiek correcte spelregels van agency en representation is logisch. En misschien zelfs noodzakelijk. De talloze culturele gevoeligheden vragen tenslotte om grote zorgvuldigheid.

SELECTIE EN SCOUTING

Als het gaat over gelijkheid in kansen, dan kan de creatieve industrie zelf niet buiten schot blijven. De ontwerpdisciplines zijn namelijk niet vrij van stereotypen. Met het onderzoeksproject Mediated Bodies heeft Gabriel A. Maher (lichting 2016) de genderverhouding in het internationale designmagazine Frame minutieus vastgelegd. Niet alleen was tachtig procent van de mensen in het tijdschrift mannelijk – van geïnterviewde ontwerpers tot de modellen in de advertenties. Bovendien werden vrouwen hoofdzakelijk afgebeeld in rolbevestigende en soms zelfs onderdanige houdingen als voorovergebogen of gehurkt. Met hun (als non-binair persoon gebruikt Maher de voornaamwoorden zij/hen/hun) feministische praktijk streefde Maher naar ‘deconstructie’ van de ontwerpdiscipline om de bestaande machtsstructuur en vooroordelen vast te leggen. Alleen na een actief proces van zelfreflectie en kritiek kan ontwerp zijn potentieel volledig vervullen als een discipline die bijdraagt aan maatschappelijke verbetering.

Maar aandacht voor meerstemmigheid alleen is niet genoeg. Het gaat om evenredige vertegenwoordiging, juist ook in de creatieve disciplines. De Regeling Talentontwikkeling wil daar een actieve bijdrage aan leveren met nieuwe vormen van selectie. Voor ontwerpers, onderzoekers en makers die zich zonder een relevante ontwerpopleiding maar in de praktijk professioneel hebben ontwikkeld, zijn er de scout nights. Talenten die buiten de gebaande creatieve paden werken, kunnen tijdens deze avonden hun werk aan een jury pitchen. Veel ontwerpers die van deze scout nights gebruikmaken behoren tot minderheidsgroepen, waarin een keuze voor een kunstacademie of technische universiteit nu eenmaal minder voor de hand liggend is.

Khalid Amakran, Hady
Khalid Amakran, Hady

De Rotterdamse fotograaf Khalid Amakran (lichting 2021) heeft zich als autodidact ontwikkeld van hobbyist tot professioneel portretfotograaf. Via selectie tijdens de scout nights kon hij zich vervolgens een jaar lang storten op een project over de identiteitsvorming van Marokkaans-Nederlandse jongeren van de tweede en derde generatie. Onder de noemer 3ish legde hij in een korte documentaire en een boek vast hoe deze groep worstelt met loyaliteitskwesties, code-switching, institutioneel racisme, jihadisme en politisering van vooral mannelijke Marokkaanse-Nederlanders. Deze representatie van talenten met een biculturele of non-binaire achtergrond in de creatieve industrie is essentieel. Want alleen met zichtbare voorbeelden en herkenbare rolmodellen ontstaat een gevoel van erkenning en waardering, en wordt de noodzakelijke diversiteit in de creatieve industrie gewaarborgd.

ARABISCHE KALIGRAFIE

Inmiddels zijn er negen talenten via de scout nights geselecteerd in de lichting 2020 en 2021. Een aantal dat de komende jaren zeker zal stijgen. Want een bijkomende meerwaarde is dat deze ontwerpers ook de inhoudelijke diversiteit van hun vakgebied vergroten met hun eigenzinnige beroepspraktijk. Eveneens autodidact is ILLM, de naam waaronder illustrator Qasim Arif (lichting 2021) werkt. Hij vermengt het eeuwenoude ambacht van kalligrafie met eigentijdse elementen van hiphop en straatcultuur. De klassieke Arabische kalligrafie is per definitie tweedimensionaal; het beeldhouwen van levende wezens is volgens islamitische voorschriften namelijk voorbehouden aan Allah. ILLM wil deze beeldtaal omzetten in ruimtelijke sculpturen. Daarbij put hij ook inspiratie uit zijn eigen leven. Hij groeide als derde generatie Marokkaanse-Nederlander op in een metropool. Kalligrafie vermengt hij daarom met de popculturele iconen als de Nike Air Max 1, een herkenbaar statussymbool dat de dromen, wensen en herinneringen van heel veel kinderen met een migratieachtergrond verbeeldt. Straatcultuur en eeuwenoud grafisch vakmanschap vloeien bij ILLM samen in een volstrekt nieuw idioom.

AANJAGERS VAN INCLUSIE

In de Regeling Talentontwikkeling valt zo een noodzakelijke maatschappelijke emancipatie op een vanzelfsprekende manier samen met een activistische mentaliteit. Ontwerpers, onderzoekers en makers worden geleid door een oprechte en een diepgevoelde betrokkenheid bij identiteit en inclusiviteit. Met empathie en inlevingsvermogen – intrinsiek of door samenwerking met de doelgroep – kunnen zij fungeren als aanjager voor transformatieve initiatieven en verbindend debat. Zo wordt een krachtig potentieel van de creatieve disciplines ontsloten: het verwezenlijken van een diverse samenleving waarin alle bevolkingsgroepen gelijkwaardig zijn. De blik op de ander is tenslotte ook een blik op ons allemaal.


Tekst: Jeroen Junte

 Hélène Christelle Munganyende

Hélène Christelle Munganyende

Schrijver en ontwerper Hélène Christelle Munganyende is autodidact en werd gescout tijdens de Scout Night Eindhoven. In haar praktijk zet ze typografie in als een politiek instrument om maatschappelijke vraagstukken aan te kaarten, met speciale aandacht voor de historische en gender context van design. De aanvrager wil door middel van typografie bouwen aan een nieuw design ecosysteem. Tijdens het ontwikkeljaar onderzoek Munganyende hoe ze haar huidige werk als vormgever kan vertalen naar een intersectionele typografiepraktijk. Ze wil daartoe een vocabulaire ontwikkelen waarmee ze het klassieke beeld van 'de typograaf' bevraagt en een nieuwe vorm van typografieontwikkeling presenteert. Daarbij spelen zwarte vrouwen en Afrikaans cultureel erfgoed een hoofdrol, met de Black Beautyshop als ruimte voor ontwerp. Om zich verder te scholen stelt ze binnen ArtEZ een autonoom curriculum samen, onder begeleiding van Frank Tazelaar (hoofd afdeling Creative Writing) en volgt ze een online summerschool op het gebied van typografie bij de Royal College of Art London. Ze werkt samen met o.a. Doru Loboka, Studio ZZZAP en OSCAM. Doel is om een eigen font te ontwerpen waarmee ze een feminisme ABC samenstelt. Ze presenteert haar onderzoek in film en audio en schrijft een Intersectioneel Design Manifest. Daarnaast toont ze een audiovisuele documentaire bij het Beursschouwburg in Brussel, Van Abbemuseum en OSCAM.
Adam Centko

Adam Centko

Adam Centko is in 2020 afgestudeerd aan de KABK. Komend jaar onderzoekt Centko met het project 'Invisible Infrastructures' de verborgen middelen en kosten van digitale communicatie. Om zijn methodologie te versterken volgt hij verschillende workshops op het gebied van virtual production, Unreal Engine, fictie- en scenarioschrijven en documentairefilm. Ook heeft hij een aantal studiobezoeken en mentoren in gedachte, waaronder de kunstenaars en ontwerpers Constant Dullaart, Amalia Ulman, Hito Steyerl, Kevin Bray, Liam Young en Team Rolfes. Tijdens het ontwikkeljaar organiseert Centko drie studiereizen: binnen videogame werelden, naar fysieke locaties van 'invisible' infrastructuur en een 'off the grid' residentie. Het project 'Invisible Infrastructures' resulteert in een documentaire van dertig minuten, die de aanvrager inzendt naar verschillende lokale en internationale filmfestivals. Tenslotte creëert Centko met een tweede project een digitale metaverse, dat dient als archief, habitat voor digitale entiteiten en een plek voor samenwerking met andere makers.
Alexander Beeloo

Alexander Beeloo

Alexander Beeloo studeerde in 2019 af aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam. Het project 'Een dialoog met het Hollandse Landschap' is een vervolg op zijn afstudeerwerk. Het is een ontwerpend onderzoek naar lokaal materiaalgebruik en de schoonheid van het landschap als alternatief voor de huidige manier van bouwen. Tijdens het ontwikkeljaar wil hij volgens drie stappen werken: 1. een onderzoek naar de Nieuwkoopse Plassen, een gebied dat zich kenmerkt door legakkers met riet, als productielandschap, 2. materiaalstudies naar riet en veen uit het landschap als bouwmateriaal en 3. het ontwerpen van een folly om de beleving van het landschap te benadrukken. Deze deelonderzoeken worden ondersteund door experts uit verschillende organisaties zoals Natuurmonumenten, Studio Marco Vermeulen, IVN Nieuwkoop Landschapsbeheer, Moerasbeheer en Bioblocks. In de ontwikkeling van zijn ontwerppraktijk vraagt Beeloo begeleiding van architect Machiel Spaan, landschapsarchitect Anouk Vogel, en ontwerper Elmo Vermeijs. Het project komt uiteindelijk samen in een kleine publicatie en een serie schaalmodellen die te zien zal zijn bij Galerie Hoeve in Rijlaarsdam, het Rechthuis in Nieuwkoop en in overleg met Natuurmonumenten in het landschap van de Nieuwkoopse Plassen.
Ameneh Solati

Ameneh Solati

Ameneh Solati behaalde haar masterdiploma in architectuur aan de Royal College of Art. Ze ziet dat vluchtelingen worden gedwongen hun geschiedenissen, sociale gebruiken en familiestructuren te vereenvoudigen, zodat culturele praktijken 'netjes' passen binnen de bestaande structuren van de gebouwde omgeving. Vanuit deze observatie vraagt ze zich af hoe vluchtelingen omgaan met deze druk om te conformeren. Naast dit vraagstuk, richt Solati zich komend jaar op het ontwikkelen van een interdisciplinaire ruimtelijke ontwerppraktijk, waarin onderzoek, tekst en ontwerp samenkomen. Ze bouwt aan een open-source archief, dat een lexicon, verhalen, artefacten, afbeeldingen, kaarten, opnames, documenten en meer omvat. Solati verweeft verhalen met informatieve essays, waarin ze verschillende soorten omgevingen beschrijft - privé, publiek, het productieve en het spirituele -, en met bewegend beeld gaat experimenteren als middel voor representatie. De media (zoals digitale video, geanimeerde tekeningen, 3D-modellen, collages en geluid) worden samengevoegd in een essayfilm. Verder doet Solati een beroep op verschillende professionals voor mentoring, neemt ze deel aan animatie- en editingcursussen en krijgt ze van auteur Priya Basil begeleiding in het schrijven.
Anastasia Eggers

Anastasia Eggers

Anastasia Eggers is afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven in 2017. Eggers believes that it is urgent to speak about countries' identities and relationships using the medium of food – especially now, when European borders and the fragility of national food systems become more evident through the Covid-19 restrictions and divides are taking place within Europe with effects that are not yet clear. In het ontwikkeljaar wil ze haar onderzoek naar de complexiteit van voedsel en geopolitiek verdiepen. Met de Nederlandse landbouw en voedselcultuur als startpunt, kijkt ze naar internationale handelsrelaties, identiteit en de verhouding tussen lokaal en globaal. Eggers werkt aan twee projecten: 'Brexit Herring' over de Noordzee als onderhandelingstafel in de context van de Brexit, en 'Migrating Seasons' over migrerende seizoensarbeid en de fragiliteit van het voedselsysteem. Het eerste project volgt drie lijnen: 1. gesprekken met experts over Brexit-beleid en zeerecht, 2. onderzoek naar de Nederlandse haringtraditie in samenwerking met ambachtslieden en 3. een etnografisch onderzoek naar bemanning op vissersschepen. In het tweede project doet ze etnografisch onderzoek door mee te werken aan de oogst. Hieruit ontwerpt ze een hedendaagse boerenalmanak, met nieuwe verhalen over speculatieve plattelandsfestiviteiten. Eggers wordt begeleid door: een handelsstrateeg, grafisch ontwerper Benjamin Sporken en Dr. Clemens Driessen van de Universiteit Wageningen. 'Brexit Herring' wil Eggers presenteren tijdens de Dutch Design Week en symposia. De uitkomst van 'Migrating Seasons' wordt in Z33 in Hasselt gepresenteerd.
Angeliki Diakrousi

Angeliki Diakrousi

Ontwerper en kunstenaar Angeliki-Marina Diakrousi is afgestudeerd aan het Piet Zwart Institute in Rotterdam. Ze verhoudt zich in haar praktijk tot de onzichtbare politieke en sociale impact van technologie en onderzoekt hoe deze zich manifesteert in het publieke domein, zowel stedelijk als online. Ze beschouwt technologie niet als neutraal, maar als een middel dat vooringenomenheid en sociale ongerechtigheid reproduceert. In haar ontwerppraktijk verhoudt ze zich tot een techno-feministisch perspectief, low-tech-, hacking- en open source-praktijken, politieke audio- en radiokunst, kritische architectuurtheorie en experimenteel publiceren. Gedurende het ontwikkelingsjaar werkt Diakrousi samen aan twee projecten, 'Hunting Mosquitoes' en 'WordMord', en wil ze haar technische-, programmeer- en schrijfvaardigheden verder ontwikkelen door het volgen van relevante workshops. Begeleiding krijgt de aanvrager van curator en onderzoeker Linnea Semmerling en een nog te selecteren kunstenaar. Ze presenteert haar werk en organiseert werksessies bij onder meer het Center for Art and Urbanistics ZK/U in Berlijn, TENT en Varia in Rotterdam, Sonic Acts, TU Delft en de University of Thessaly.
Anne Nieuwenhuijs

Anne Nieuwenhuijs

Anne Nieuwenhuijs is in 2018 afgestudeerd aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam. Met haar studio Deltascapes ontwerpt ze ruimtelijke oplossingen vanuit het kleinste deeltje in slib: klei. 'Vloeibaar Land' is een vervolg op haar afstudeerproject. Nieuwenhuijs wil met het project komen tot landschapsscenario's en objecten die landschapsvormende krachten op de grens van water en land beïnvloeden, biodiversiteit stimuleren en gastvrije leefomstandigheden creëren voor vele soorten. Hiermee wil ze een bijdrage leveren aan klimaatadaptatie. Om een specialist te worden in landschapsproducties volgt de ontwerper tijdens het ontwikkeljaar drie leerlijnen: het verzamelen van grondstoffen om producten mee te maken die interfereren met natuurlijke dynamieken, het onderzoeken van de eigenschappen van klei en het vormgeven van een beeldtaal en bedrijfsmissie voor Deltascapes. Ze volgt hiertoe cursussen keramiek en bodemchromatografie, doet werkstages bij experts uit diverse disciplines en gaat een samenwerking aan met een creatief communicatiebureau. 'Vloeibaar Land' resulteert in een aantal klei-objecten die in een expositie gepresenteerd worden.
Ant Eye

Ant Eye

Productontwerpers Hanneke Klaver en Tosca Schift, beiden afgestudeerd aan de afdeling Product Design van ArtEZ in Arnhem, vormen samen het collectief Ant Eye. Hun werk beweegt zich op het snijvlak van productontwerp, performance en film en kenmerkt zich door absurditeit, transformatie, protest en verbeelding. De aanvragers willen objecten bevrijden van hun toegepaste en dienende functie. Tijdens het ontwikkeljaar start het collectief een artistiek onderzoek met als werktitel I 'Object'. Deze titel verwijst naar de visie van Ant Eye: de objecten komen in opstand. Klaver en Schift willen de stem van het object beter leren vertolken en overbrengen door zich te professionaliseren in film en storytelling en het maken van kostuums en performances. Ze willen meer kennis en ervaring opdoen in de theaterwereld en de filmindustrie en binnen deze disciplines hun netwerk uitbouwen en samenwerkingspartners vinden. Als mentor hebben ze designtheoreticus Rana Ghavami bereid gevonden hen te coachen. Daarnaast hebben ze filmmaker Douwe Dijkstra en Joris Suk, ontwerper bij Maison the Faux, als coaches benaderd. Het resultaat van het onderzoek wil Ant Eye presenteren tijdens de Dutch Design Week 2022 en het International Short Film Festival in Nijmegen.
Axel Coumans

Axel Coumans

Social Designer Axel Coumans (Atelier Coumans) behaalde zijn bachelor aan de Design Academy Eindhoven. In zijn praktijk benadert hij ecologische thema's vanuit verschillende sociale contexten en een niet-menselijk perspectief. Komend jaar ontwikkelt Coumans zijn vermogen om te luisteren, dat voor hem een van de belangrijkste vaardigheden van een social designer is. In de verschillende projecten en activiteiten die hij hiervoor ontwikkeld staan (stads)bomen centraal. Eerst gaat hij naar Ierland, waar hij wil leren van Keltische boeren, waarna hij in de oerbossen van Polen gaat luisteren naar houthakkers en boswachters. Tijdens de Dutch Design Week creëert hij vervolgens in Eindhoven een ruimte waarin de publieke sector in gesprek gaat met het publiek. Onderwerp is de leefomgeving die besproken wordt aan de hand van de plataan op zijn werkterrein. Daarnaast doet Coumans projecten met Zone2Source en BioArt Laboratories en laat hij zich adviseren door Arita Baaijens (ontdekkingsreizigster) en Darko Lagunas (socio-envirionmental researcher). Ook volgt hij een masterclass socratische gespreksvoering bij Sandra Aerts en Ine Rietstap en een opleiding tot Stadsboswacher bij Tom van Duuren.
Baratto&Mouravas

Baratto&Mouravas

Nicola Baratto en Ioannis Mouravas zijn beide afgestudeerd aan het Sandberg Instituut en werken nu samen onder de praktijk Archaeodreaming. Tijdens hun ontwikkeljaar willen ze met het project 'Seabed' onderzoek doen naar het bed: een specifiek cultureel artefact dat ze essentieel achten voor het begrijpen van onze tijd. De intentie is om door het socio-culturele discours over slaap, dromen en diepzeeverkenningen met elkaar te verbinden, utopische vormen van verbeelding op te wekken. Hierin worden Baratto en Mouravas begeleid door de mentoren Studio Ossidiana, Tjeerd Veenhoven (HuisVeendam) en Ernst van der Hoeven (MacGuffin). Verder gaan ze samenwerkingen aan met de Griekse beddenfabrikant COCO-MAT, het Donders Intituut en muzikant Marijn Degenaar (Circular Ruins). Het project resulteert in een immersieve scenografische installatie die op verschillende plekken in Italië en Nederland gepresenteerd wordt: de aanvragers benaderen onder andere het Oerol festival en het Zuiderzeemuseum.
Benjamin McMillan

Benjamin McMillan

Benjamin McMillan is in 2020 afgestudeerd aan ArtEZ in Arnhem. Komend jaar werkt hij aan het project 'Full Auto Foundry' en het kleinere project 'Sunday Lunch'. Het doel van 'Full Auto Foundry' is om een workshop-gebaseerde praktijk te ontwikkelen die vertrekt vanuit de samenwerking tussen ontwerper, niet-menselijke intelligentie en geautomatiseerde processen. McMillan gaat hiervoor gesprekken voeren en cursussen volgen met experts in typografie, automatisering en artificial intelligence. Dit doet hij met onder anderen Aaron Bastani, K. Allado-McDowell, Nora N. Khan, Fredrick Brennan, Just van Rossum en Loes Bogers. Voor het organiseren van workshops wint McMillan expertise in van Gaile Pranckunaite en Benoît Bodhuin. Samen met Dong Bin Han zet hij workshops op waarvoor hij een aantal locaties in gedachten heeft, namelijk: ArtEZ, Rietveld Academy, KABK, San Serriffe en Varia in Rotterdam. Voor 'Sunday Lunch' zoekt de aanvrager begeleiding van professionals in het typografieveld om alternatieve manieren van distributie te ontwikkelen.
Boey Wang

Boey Wang

Productontwerper Boey Wang (Studio Boey) behaalde zijn bachelordiploma in de richting Man and Wellbeing aan de Design Academy in Eindhoven. Onder de noemer 'Perceptual Design' bevraagt Wang de dominantie van het visuele perspectief binnen de ontwerpwereld. Komend jaar ontwikkelt hij onder de noemer 'Haptic Aesthetics' een theoretisch kader en principes voor een nieuwe manier van ontwerpen, waarin wordt uitgegaan van niet-visuele principes. Samen met ontwerper Simon Dogger en Visio Revalidatie & Advies Eindhoven, interviewt en organiseert hij workshops om beter inzicht te krijgen in het perspectief van mensen met een visuele beperking. Vervolgens past Wang de opgedane kennis toe in nieuwe objecten die de tastzin bevorderen. Hiernaast beoogt Wang zijn methodiek te introduceren binnen het design onderwijs om ook op grotere schaal de dominantie van het visuele beeld in het ontwerpproces te doorbreken. De opgedane kennis en theorie komen samen in een publicatie en verschillende presentaties. Gedurende het jaar schakelt Wang verscheidene adviseurs in, waaronder schrijvers Gert Staal en Dirk van Weelden en The Agency For Ambition.
Céline Hurka

Céline Hurka

Grafisch ontwerper Céline Hurka behaalde een master Type en Media aan de KABK in Den Haag. In haar praktijk houdt Hurka zich bezig met boekontwerp, fotografie, interactief ontwerp, schrijven en materiaalonderzoek. Typografie is voor haar wat deze disciplines met elkaar verbindt. Ze streeft naar een experimentele en op onderzoek gebaseerde benadering, waarbij ze nieuwe technologieën gebruikt om typografische conventies te verkennen en te bevragen. Tijdens het ontwikkeljaar richt Hurka zich op de ontwikkeling van nieuwe typografische standaarden, door gebruik te maken van variabele lettertypetechnologie. Daarnaast wil ze typografische conventies ter discussie stellen en het veld verbreden, onder meer door lettertypen voor minderheidstalen zoals van de Sami mogelijk te maken. De aanvrager zal werken aan het verwerven van nieuwe vaardigheden op het gebied van coderen, niet-Latijns lettertypeontwerp (o.a. het Cyrillisch schrift) en schrijven. De Russische typografe Anya Danilova zal haar hierin begeleiden. Hurka wil voor haar onderzoek naar Amerika (New York, Rhode Island, San Francisco) en naar Moskou en Sint-Petersburg. De resultaten presenteert ze op een website, in een gedrukte publicatie en een interactieve, fysieke installatie. Ze toont haar werk bij instellingen in Nederland en Moskou en houdt lezingen en workshops tijdens conferenties en bij academies, zoals KABK en Konstfack Stockholm.
Charlotte Rohde

Charlotte Rohde

Grafisch ontwerper en typograaf Charlotte Rohde is afgestudeerd aan het Sandberg Instituut. In haar praktijk onderzoekt ze op multidisciplinaire wijze de betekenis van 'het lettertype als lichaam', door lettertypen in verschillende media, zoals schrijven en het maken van driedimensionale objecten, om te zetten. Tijdens het ontwikkeljaar wil Rohde haar methodiek voor het maken van multidisciplinaire werken vanuit het letterontwerp aanscherpen. Daarnaast wil ze een discussie op gang brengen over het integreren van feministische strategieën in een door mannen gedomineerd veld. Ze zal daartoe een kort verhaal schrijven waarin ze een nieuw te ontwikkelen lettertype als protagonist opvoert. Om dit verhaal een ruimtelijke vertaling te geven zal ze het lettertype omzetten in objecten van keramiek en brons. De resultaten presenteert de aanvrager in een publicatie en een ruimtelijke installatie. Daarnaast voert ze publieke gesprekken met letterontwerpers en houdt ze een pleidooi voor het toegankelijker maken van licenties voor lettertypen. Als begeleiders heeft Rohde de queer Armeens-Amerikaanse filmtheoreticus en schrijver Tina Bastajian en grafische ontwerper en typograaf David Bennewith bereid gevonden. Daarnaast voert ze feedbackgesprekken met Jungmyung Lee. In Amerika wil ze The Letterform Archive in San Francisco bezoeken en enkele experts op het gebied van typografie ontmoeten.
Christine Kipiriri

Christine Kipiriri

Modeontwerper Christine Kipiriri (Women Ofwar) is geselecteerd tijdens de Scout Night in Amsterdam. Gevlucht vanuit Bujumbura, Burundi reisde de maker met familie naar Duitsland om vervolgens in Nederland terecht te komen. Kipiriri beschrijft in het ontwikkelplan hoe ze hier haar eerste ervaringen met racisme opdeed. Niet alleen de geleefde ervaring als vluchteling, maar ook het opgroeien met computeronderdelen, gereedschappen en andere artikelen, gevonden door haar vader, vormen haar inspiratie. Komend jaar bouwt de ontwerpster haar modelabel 'Woman Ofwar' verder uit. Ze doet onderzoek naar haar culturele achtergrond, met als doel de artistieke waarden in haar praktijk te verankeren. Hiervoor reist Kipiriri naar Burundi. De maker zoekt contact met Margaux Wongart, een lokale sieradenontwerper die haar gaat begeleiden in de toepassing van traditionele mode. Verder doet ze ervaring op in het maken van kleding tijdens de masterclasses bij Meesteropleiding Coupeur en in de werkplaats Promiday in Almere, waar ze de beschikking heeft over lasersnijders en borduurapparaten. De uiteindelijke collectie zal Kipiriri in de vorm van een modefilm presenteren.
Colette Aliman

Colette Aliman

Colette Aliman is in 2019 afgestudeerd aan de Design Academy Eindhoven. Met het 'Sonic Recalibration Lab' doet ze in het ontwikkeljaar onderzoek naar de 'Mechaphony' (het mechanische geluidslandschap). Met dit onderzoek focust de aanvrager zich specifiek op drie onderwerpen: stedelijk geluid, antropomorficatie van geluidskwantificatie en de geluidsparadoxen van groene energie. Met een driedelige online publicatie wil ze wetenschappers, geluidsartiesten, en een breder in geluid geïnteresseerd publiek bereiken. Daarnaast organiseert Aliman een serie 'Soundscape Mixtape' workshops, waarmee ze verschillende instituties aan het netwerk van het 'Sonic Recalibration Lab' wil verbinden. In de verdere professionalisering van het lab wordt ze onder andere begeleid door Marion Beltman (business coach).
Dasha Tsapenko

Dasha Tsapenko

Ontwerper Dash Tsapenko is afgestudeerd aan de Master Social Design van de Design Academy Eindhoven. In haar praktijk onderzoekt Tsapenko alternatieve productieprocessen en (her)ontwerpt ze dagelijkse routines rondom het lichaam en kleding. Binnen haar hollistische werkwijze ontleent ze methoden uit de landbouw, mycologie en microbiologie en natuursystemen. Komend jaar richt de ontwerper zich op het verder ontwikkelen van het onderzoeksproject 'Fur_tilize', waarin ze onderzoekt hoe ze bontachtige kledingstukken kan laten groeien. Twee plantsoorten staan daarin centraal: de Trametes Betulina (een paddenstoel) en Cannabis Sativa (industriële hennep). Gedurende het jaar werkt Tsapenko samen met verschillende wetenschappers, waaronder prof. dr. Han Wösten (hoofd van de microbiologieafdeling van de Universiteit Utrecht), het Textiellab Tilburg of het platform 'Fashion for Good' en felting/tufting-specialist Olga Mys. Het resultaat komt samen in een collectie kledingstukken die gepresenteerd wordt tijdens Fashion Clash Festival en de DDW 2022.
David Schmidt

David Schmidt

Architect David Schmidt is afgestudeerd aan de TU Delft. In zijn talentonwikkelingstraject beoogt hij enerzijds zijn praktijk vanuit een ambachtelijke benadering te versterken en anderzijds zijn werkveld te verbreden naar een meer landschappelijke benadering. Het project 'De Andere Stad' is een ontwerpend onderzoek naar hoe vanuit plaatsgebonden maakprocessen binnen veranderende urbane condities een andere soort stad kan ontstaan. Met een focus op Amsterdam-Noord structureert het project zich volgens drie onderzoeksthema's: vergroening door ontstening, nieuwe woontypologieën, en een inclusieve (duurzame en sociale) economie. Een grootschalige maquette functioneert als uitwisselingsplek voor nieuwe ideeën. Schmidt nodigt daartoe in totaal zes experts uit waarvan er drie gespecialiseerd zijn in de genoemde onderzoeksthema's, een vierde zich richt op de veranderende rol van de architect en een vijfde op communicatie en representatie. Een zesde expert moet nog worden bepaald. De grootschalige maquette is als presentatievorm niet alleen bedoeld als een samenvattend eindproduct, maar ook als een verhalende verbeelding van een evoluerend project. In publieke 'Site Salons' wordt met de uitgenodigde experts een lerend netwerk opgezet. Ter afsluiting volgt er een 'Finissage De Salon' waarin het project wordt gepresenteerd door middel van een tentoonstelling van de maquette en een bijbehorende publicatie.
Diego Manuel Yves Grandry

Diego Manuel Yves Grandry

Ontwerper Diego Manuel Yves Grandry studeerde Interactive Media Design aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten Den Haag. In zijn praktijk creëert hij met behulp van tools uit de digitale wereld nieuwe verhalen over 'de ander'. Hij hoopt dat mensen zich beter kunnen inleven en meer begrip krijgen. Grandry heeft een zusje met een neurologische aandoening: het RET-syndroom. Tijdens het ontwikkeljaar wil Grandry werken aan de ontwikkeling van alternatieve therapiemethoden voor mensen met dit syndroom. Hij maakt hierbij gebruik van Virtual Reality-technologie om hun bewegingen te animeren. Hiervoor werkt hij vanuit de kunst samen met de medische wereld, onder anderen met neuroloog Nicolai Joost (UMC+ Utrecht) en psychiater Gabriel Brun (Charles Perrens Hospitale in Bordeaux). Daarnaast zoekt hij uitwisseling met families van Rett-syndroomdragers in Nederland en Frankrijk. Het uiteindelijke doel is om een leemte op te vullen waar traditionele medische behandelingen tekortschieten en gezamenlijk alternatieve zorgsystemen op te bouwen. De aanvrager wil workshops volgen bij het VR learning Lab in Leiden. Hij benaderde kunstenaar en ontwerper Ali Eslami als mentor en heeft contact met kunstenaar Kévin Bray. Grandy presenteert de resultaten van zijn onderzoek in een serie online video's. Daarnaast hoop hij zijn werk tijdens het IMPAKT festival te tonen.
Djatá Bart-Plange

Djatá Bart-Plange

Djatá Bart-Plange aka NDNMK Solutions heeft in 2018 de bachelor Engelse taal en cultuur afgerond aan de universiteit van Utrecht. Een groot deel van zijn werk vloeit voort uit de frustraties die hij ervoer binnen de academische wereld. Zo zijn kennispolitiek, witheid, en mannelijkheid vaak terugkerende thema's. Komend jaar richt hij zich op het produceren van het eerste hoofdstuk uit de reeks audioboeken genaamd 'FF:FF:FF:FF:FF:FF' - een mengelmoes van proza, (non-)fictie, geluidscollage, en game elementen. Middels deze serie wil Bart-Plange een digitale brug bouwen tussen het Westerse, hegemonische kennissysteem en verschillende West-Afrikaanse kennissystemen. Dit project doelt op een dekolonisatie van de geest door middel van, in het beste geval, het ontwikkelen van een soort twee(of meer)taligheid in wereldbeelden - zo niet: is het een inzage in de kneedbaarheid, contingentie, sterke/- en zwakke kanten van onze Westerse manier van de wereld begrijpen; en probeert het hulp te bieden in het los laten, het toetreden tot het enge onbekende, leren luisteren naar stemmen van buiten de imperiale centra van de witte wereld, om samen iets anders te kunnen bouwen met de enorme welvaart aan kennis van al de wetenschappen van de wereld en haar mensen.
Dylan Westerweel

Dylan Westerweel

Modeontwerper Dylan Westerweel behaalde zijn Bachelor Fashion Design aan ArtEz. Hij typeert zijn label 'Dylan Westerweel' als een viering van queerness: een modemerk voor iedereen die zijn/haar/diens schoonheid en kracht wil uitdragen. In eerste plaats, omdat queer mensen anders durven te kijken naar de wereld, doordat de wereld anders naar hen kijkt. Daarbij hoort het onderzoeken van sociale constructen, zoals schoonheid en design. Westerweel haalt zijn inspiratie uit verschillende bronnen, waaronder het leven van rent boys in Victoriaans London en het werk van de Armeense filmmaker Sergej Paradzjanov. Komend jaar richt Westerweel zich op de ontwikkeling van een nieuwe collectie, getiteld 'Sergei'. De collectie vertelt het queer levensverhaal in zeven seizoenen. Voor de ontwikkeling van 'Sergei' doet de ontwerper literatuur- en textuuronderzoek bij IHLIA en couture-borduurhuis Maison Lesage in Parijs. De opgedane kennis wordt ontsloten via een databank en een tentoonstelling bij Szalon Amsterdam. Hiernaast organiseert Westerweel een fotoshoot van de collectie met Nella Roz, waarnaar hij de beelden aanbiedt aan magazines als Dazed, Paper, Slippage en Another Man. Tot slot wordt de collectie gepresenteerd in een galerie tijdens Amsterdam Fashion Week en gaat Westerweel samenwerken met KnitwearLab, Spice PR en Iconic PR.
Ebru Aydin

Ebru Aydin

Audiovisueel maker Ebru Aydin is geselecteerd tijdens de Scout Night in Utrecht. Als Turks-Nederlandse vrouw met een moslimachtergrond zet Aydin zich in voor meer bewustwording in relatie tot de thema's sociale ongelijkheid, migratie & islam, beeldvorming, discriminatie & racisme, identiteit, (super)diversiteit en inclusie. Als vervolg op het project 'Hijabverhalen' onderzoekt Aydin het komende jaar de maatschappelijke positie van moslimvrouwen in Nederland. Ze gaat hiervoor in gesprek met verschillende experts en werkt aan haar artistieke ontwikkeling. Voor haar artistieke ontwikkeling volgt Aydin een cursus in storytelling en raadpleegt ze andere fotografen om van hen te leren. Tevens maakt ze een podcast, waarvoor ze samenwerkt met 'Wij Blijven Hier', een online platform voor Nederlandse moslims. Tot slot ontwikkelt Aydin om een verdiepend programma en expositie in samenwerking met diverse maatschappelijke partijen.
Eduardo Leòn

Eduardo Leòn

Modeontwerper Eduardo Leòn (Avoidstreet) is in 2017 afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld Academie. In zijn multidisciplinaire ontwerppraktijk richt hij zich op het tonen van de schoonheid van het banale en het projecteren van 'high gloss luxury' op het alledaagse. Komend jaar werkt hij aan een nieuwe collectie genaamd 'Piazalle Lotto'. De collectie is vernoemd naar een wijk in Milaan, waar zijn grootmoeder vanuit haar huiskamer een illegaal restaurant runde en Peruaanse immigranten uit verschillende delen van de samenleving een tweede huis vonden. Met dit startpunt wil Leòn het gesprek over immigratie, cultuur, gemeenschap faciliteren, terwijl hij ook de absurditeiten van de mode-industrie aankaart. De collectie komt samen in een fysieke en digitale tentoonstelling, een publicatie, publiek programma en een website. Hiervoor werkt Leòn samen met Amsterdam Warehouse. Verder zoekt hij samenwerkingen op grafisch gebied met Claudia Martinez Garay, Elisabeth Klement van San Serriffe, en op het gebied van audio met Jonathan Casto. Verder is hij van plan een 3D-workshop te volgen aan het AMFI en studiereizen te maken naar Peru en Milaan.
Emilia Tapprest

Emilia Tapprest

Emilia Tapprest is in 2019 afgestudeerd aan het Sandberg Instituut. Met 'NVISIBLE.STUDIO' doet ze onderzoek naar de manier waarop digitaliseringsprocessen de interactie tussen samenleving, ideologie en macht vormgeven. In het ontwikkelplan richt Tapprest zich op een aantal samenwerkingsprojecten waarin film en andere vormen van immersieve storytelling worden ingezet om alternatieve manieren van bestaan te verbeelden. In samenwerking met wetenschapshistoricus Victor Evink werkt Tapprest aan het project 'Zhouwei Network', waarin zestien archetypische en speculatieve samenlevingsmodellen worden verkend. Tijdens het ontwikkeljaar staan drie projecten centraal: 'Sonzai Media', 'Inner Futures', 'Embodied Protocols', hiernaast werkt Tapprest aan drie secondaire projecten: 'Zhōuwéi Network Film', 'Ambitopia', 'Birthpains'. In de professionalisering van haar praktijk volgt de maker performance- en bewegingsworkshops. Als mentoren benadert ze Daan Milius (dramaturg), Huib Haye van der Werf (curator), Daniel van der Velden (ontwerper), Rob Schröder, Martin Lopatka (datawetenschapper) en Romeo Kienzler (IBM). De presentatie van het werk neemt hybride vormen aan in fysieke exposities, workshops en online platforms.
Emirhan Akin

Emirhan Akin

Vanwege de gevoelige aard heeft Emirhakin het verzoek ingediend om het project ongepubliceerd te houden tot het voltooid is.
Gianna Bottema

Gianna Bottema

Gianna Bottema is in 2019 afgestudeerd aan de Architectural Association in Londen en wil in het ontwikkeljaar een kritiek vormen op de Nederlandse woningbouwpraktijk vanuit feministisch en intersectioneel perspectief. Haar onderzoek naar ongelijke verhoudingen in de woningomgeving bevraagt paradigma's rondom gender en seksualiteit en verkent de ruimtelijke mogelijkheden voor economische, politieke en sociale gelijkheid om deze vervolgens te vertalen naar alternatieve woningplattegronden. In de eerste helft van het ontwikkeljaar doet Bottema met 'woonatlas' theoretisch en typologisch onderzoek gedaan. Dit komt onder andere tot uiting in samenwerkingen met deskundigen op het gebied van wonen en genderstudies en een studiereis naar niet-Europese projecten. In de tweede helft wordt met 'woonrevolutie' gewerkt aan experimenten met beeldtechnieken, ontwerpstudies, en speculatieve woonvoorstellen. Ter afsluiting wordt met 'woondiscussie' het werk gepresenteerd via workshops, een publicatie gericht op vakpubliek en een website voor het bredere publiek.
Ivan Čuić

Ivan Čuić

Sound designer Ivan Čuić behaalde een bachelor ArtScience aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten | Koninklijk Conservatorium. Met Kantarion Sound organiseert Čuić programma's, waarin hij live/dj optredens, improvisaties, zelf geïnitieerde projecten, stomme film met live elektronica, tentoonstellingen en luistersessies, combineert. Hij maakt site-specific opstellingen om geluid meer fysiek ervaarbaar te maken en streeft ernaar een optimale relatie tussen geluid, ruimte, publiek en uitvoering te realiseren. Tijdens het ontwikkeljaar focust Čuić zich op de optimalisering van de (lichamelijke) beleving van geluid. Dit doet hij in het project Sonic Elevation dat bestaat uit een geluidswerk, sounds system, akoestische panelen, een opblaasbare matras, mist en licht. Hij zal een op maat gemaakt geluidssysteem bouwen voor Murmur, een ruimte voor geluid in Amsterdam. Hij is met hen een langdurige samenwerking aangegaan in het verkennen van een optimale luisteromgeving. Hij werkt samen met Flex Acoustics, dat flexibele, opblaasbare akoestische units ontwikkelt en initieert een cursus akoestiek samen met een expert. Daarnaast vraagt hij feedback van geluidskunstenaar Sébastien Robert. Verder organiseert hij een 24 uurs luistersessie bij de Zandmotor bij de kust van Den Haag. Hij is uitgenodigd om Sonic Elevation in het Nxt Museum te presenteren en voor een optreden tijdens het festival The Gray Space in the Middle.
Jarmal Martis

Jarmal Martis

Digitaal productontwerper en beeldmaker Jarmal Martis is geselecteerd tijdens de Scout Night in Utrecht. Martis omschrijft in het ontwikkelplan de impact van beeldvorming voor gemeenschappen, specifiek Curaçaoënaars, en hoe bevolkingsgroepen tot stereotypes kunnen worden gereduceerd. De maker wil zich het komende jaar verder op deze thematiek focussen. In het project 'Yuli' volgt Martis voor een langere periode een Curaçaose alleenstaande moeder. Hij gaat één à twee keer per week bij haar op bezoek en documenteert haar leven doormiddel van fotografie. Het komende jaar legt de maker doormiddel van 'participant observation' en co-creatie de basis voor dit project. Daarbij werkt hij aan een korte documentaire en een aantal essays om het verhaal meer gelaagdheid te geven. Tijdens het project werkt Martis samen met documentairemaker Isaura Sanwirjatmo en curator Mona Penn-Jousset. Ook vraagt de maker feedback bij Richard Terborg, Marlike Marks en Francois Hendrickx. De fotoserie en documentatie worden gepresenteerd in een tentoonstelling, waarbij ook een website wordt ontwikkeld.
Karin Fischnaller

Karin Fischnaller

Ontwerper Karin Fischnaller is afgestudeerd aan de master Information Design aan de Design Academy Eindhoven. Fischnaller wil nieuwe technologieën ontrafelen en hun disruptieve impact op systemen blootleggen, zowel in design als in de samenleving. Dit doet ze door interactieve interfaces te ontwikkelen; 'digitale informatieruimten' waar de inhoud in netwerkachtige structuren wordt gereorganiseerd. Door journalistieke methoden, design en creative coding samen te brengen, wil ze nieuwe inzichten en verrassende perspectieven bieden en een publiek debat faciliteren. Tijdens het ontwikkeljaar werkt de aanvrager aan de verdere ontwikkeling van haar methodologie voor het navigeren door complexe en onderling verbonden verhaallijnen op digitale platformen. Ze bouwt aan een kennisdatabase, door interviews met experts af te nemen, masterclasses te volgen en voorbeelden te verzamelen. Met de verzamelde kennis wil ze vervolgens workshops geven aan de Design Academy Eindhoven, de KABK, Free University of Bolzano (IT) of het Critical Media Lab (CH). De bevindingen presenteert ze met online-events en ruimtelijke installaties bij instellingen zoals ACED, The Hmm of On Data and Design (CH) en bij MU artspace, Dutch Design Week of het GLUE festival. Rik Dijkhoff en Roosje Klap hebben toegezegd haar te begeleiden.
Kirsten Spruit

Kirsten Spruit

Grafisch ontwerper Kirsten Spruit studeerde aan de Master Information Design van de Design Academy Eindhoven. In haar werk verhoudt Spruit zich tot het thema 'off time', ofwel 'niets doen'; tijd die binnen een kapitalistische waardesystemen onproductief lijkt, maar volgens haar noodzakelijk is voor een zinvol bestaan. Met gebruik van verschillende media en disciplines creëert ze omstandigheden, omgevingen of prikkels om ruimte te maken voor doelloos denken. Tijdens het ontwikkeljaar scherpt Spruit haar methodieken en theoretisch kader met betrekking tot 'niets doen', werk, productiviteit en technologie aan en maakt ze deze publiek toegankelijk. Tegelijkertijd ontwikkelt ze haar vaardigheden op het gebied van grafisch ontwerp, schrijven, coderen en geluid, en interviewt ze experts via haar radio station Good Times Bad Times. Erik Viskil, hoogleraar Research and Discourse in Artistic Practice aan de Universiteit Leiden, zal begeleiden bij het maken van een essay film. Daarnaast wil ze de onlinecursus Theories of Media and Technology van de New York University en een cursus online publiceren van Laurel Schwulst en John Provencer volgen. Om haar bevindingen te delen ontwikkelt ze een workshop voor kunstacademies, maakt ze een radioshow en vertoont ze haar essayfilm bij Lantaren Venster en Lab1.
Leyla-Nour Benouniche

Leyla-Nour Benouniche

Kunstenaar Leyla-Nour Benouniche studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) Den Haag. Vanuit haar achtergrond als Frans-Algerijnse queer-onderzoeker en facilitator richt ze zich op de verhalen van queer mensen en vrouwen van kleur, met aandacht voor mentale gezondheid en consent. Tijdens haar ontwikkeljaar wil Benouniche bouwen aan een online en real life gemeenschap ter ondersteuning van jonge gemarginaliseerde mensen in Europa, waarin tools, gemeenschappelijke ervaringen en magisch escapisme worden gedeeld. Ze wil hiervoor een videoserie van live talkshows, omlijst door een overkoepelend fictief animatieverhaal, maken. Als voorbeeld dienen populaire 'levenslessen' programma's zoals kinderprogramma's en talkshows zoals Queer Eye of Oprah. Die combineert ze met elementen van sciencefiction afkomstig uit (Noord) Afrikaanse mythologieën en visuele codes uit de queer- en diasporagemeenschappen. Hiervoor doet ze onderzoek naar mediation, sciencefiction, ethische, culturele en digitale geletterdheid. Ze krijgt begeleiding vanuit de (A)wake Artist Residency in MONO Rotterdam. Daarnaast wint ze advies in bij onder anderen Nike Ayinla en Nas Hosen (Orisun studio), Margarita Osipian (The Hmm) en Navild Acosta en Fannie Sosa (experts op het gebied van ethische en inclusieve praktijken). De resulterende workshops, talks en vertoningen wil ze presenteren tijdens festivals zoals het New Radicalism Festival in MONO Rotterdam, Dutch Design Week and The Hang-Out.
Lieke Jildou de Jong

Lieke Jildou de Jong

Lieke Jildou de Jong, afgestudeerd aan de Academie van Bouwkunst, wil zich ontwikkelen als landschapsarchitect met een specialisatie in voedselkringloop. Met haar ontwerppraktijk landscape.collected werkt ze gedurende haar ontwikkeljaar aan het project 'Bodemlegger'. Ze doet daarin onderzoek naar hoe eetcultuur het landschap vormt. Ze voert hiertoe onder anderen gesprekken bij een proefboerderij met kennis over bodemvitaliteit in relatie tot gewassen, met een kok die het voedsellandschap eetbaar maakt en met entomologen die het dieet van insecten en het bodemleven in kaart brengen. Vervolgens start de ontwerpfase. Hierin ontwikkelt ze een ontwerpmethodiek die uitmondt in een installatie die het publiek inzicht geeft in de werking van een ecosysteem. Om haar positie binnen het werkveld te versterken krijgt De Jong begeleiding van verschillende experts en leermeesters, waaronder Lada Hršak die haar over het gehele ontwikkeljaar gaat coachen.
Luis Ferreira

Luis Ferreira

Codeur Luis Ferreira (Schuur Creations) is autodidact en geselecteerd tijdens de Scout Night in Eindhoven. In de afgelopen twee jaar heeft Ferreira zich zelfstandig ontwikkeld in creative coding. In het ontwikkelplan omschrijft Ferreira de ambitie om zich verder te ontwikkelen in het vertellen van verhalen doormiddel van technologie. Het ontwikkelplan is verdeeld over drie fases waaronder: zelfontplooiing door onderzoek en samenwerkingen, inspiratie opdoen met gelijkgestemde makers en het ondersteunen van anderen door middel van workshops. Gedurende het jaar wint de maker kennis in bij onder andere Paul Raats, Alissa+Nienke, Jing Wang, The Orchestra, Ellen de Vries en Ricky van Broekhoven. Verder zoekt hij contact met organisaties die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van zijn praktijk zoals Creative Coding Utrecht, FIBER, Waag en We are Playgrounds. Om de uitwisseling met gelijkgestemden te stimuleren werkt Ferreira aan een platform voor Creative Coders in Eindhoven, dat nu alleen als facebookgroep bestaat. Om zich technisch en artistiek verder te ontwikkelen volgt hij een aantal masterclasses en trainingen, bijvoorbeeld bij Unity's Create with Code. Tot slot vertaalt Ferreira de opgedane kennis naar verschillende workshops die in samenwerking met Future Makers Factory en Sintlucas worden uitgezet.
Maggie Saunders

Maggie Saunders

Ontwerper Maggie Saunders is afgestudeerd aan de afdeling Social Design van de Design Academy Eindhoven. In haar praktijk richt Saunders zich vanuit haar persoonlijke ervaring als stripper op het verbeteren van de arbeidsomstandigheden van sekswerkers. Vanuit die gedachte ontwikkelde ze het social design-project 'Striptopia'; een performatieve ervaring waarmee ze, gebruikmakend van technologische middelen, een nieuwe cultuur rond sekswerk wil creëren. Tijdens het ontwikkeljaar wil Saunders de sociale, performatieve en ruimtelijke beleving van de stripclub verder onderzoeken en ontwikkelen. Ze doet dit in co-creatie met sekswerkers en onder begeleiding van externe experts. Daarbij wil ze nieuwe vormen van sociale interactie tussen publiek en sekswerkers ontwikkelen. De stripclub als een interactieve reis door een reeks gechoreografeerde evenementen benaderen en een nieuwe esthetiek en ruimtelijke indeling onderzoeken die niet langer de regels van de klassieke herenclub volgt. In deze zoektocht wil ze samenwerken met Marieke Samallo (Milkshake Festival), Theo Heskes (Totally Events en Rotterdam Pride) en social media expert Yema Lumumba. Daarnaast zoekt ze contact met Jess Barry onderzoeker gender-sensitive design practices and theory, Joel Blanco, Professor of Design for Innovation and Trend Research at ESD Madrid. De presentatie vindt plaats tijdens Dutch Design Week 2022.
Marcel Mrejen

Marcel Mrejen

Marcel Mrejen behaalde een Bachelor Art & Design aan de Gerrit Rietveld Academie. Zijn praktijk kenmerkt zich door een multidisciplinaire benadering, op het snijvlak van kunst en wetenschap. Hij maakt gebruik van digitale media om nieuwe manieren van leren te ontwikkelen en ons bewustzijn ten aanzien van onze afhankelijkheid van ecosystemen te vergroten. Zijn werk neemt verschillende vormen aan zoals multimedia-installaties, software, AI-modellen, bewegend beeld en publicaties. Tijdens het ontwikkeljaar wil Mrejen in dialoog met makers en denkers een onderzoeksmethodologie ontwikkelen gericht op het leren van niet-menselijke wezens en meervoudige organische intelligenties. Hij zal daartoe materiaalexperimenten uitvoeren en een nieuw werk creëren waarmee hij een breder publiek wil bereiken. In de baai van Paimpol (Frankrijk), zal de aanvrager een site-specific, multisensorische installatie ontwikkelen, gebruikmakend van onderwatersensoren en augmented reality. Het werk van Mrejen zal onderdeel zijn van een tentoonstelling in Frankrijk, daarnaast wil hij het digitale deel van de installatie presenteren in Eindhoven of Rotterdam. Tot slot deelt hij zijn onderzoek via een online kennisplatform en maakt hij een publicatie.
Marko Baković

Marko Baković

Schoenenontwerper Marko Baković behaalde zijn Master in Footwear aan het London College of Fashion. In zijn ontwerppraktijk staan hybriditeit en circulariteit centraal. Tijdens het ontwikkeljaar wil Baković onderzoeken hoe praktijkgerichte kennis kan worden gedigitaliseerd en hoe kant-en-klaar materiaal in schaalbare productieketens kan worden geïncorporeerd. Hij adresseert deze vragen aan de hand van drie elementen: 1. het definiëren van een onderzoekslab, 2. de oprichting van een ambachten database en 3. de productie van 'Collectie 01'. In het onderzoekslab doet Baković verschillende experimenten met schoeisel en werkt hij aan het inzetten van digitale middelen, zoals VR en UX-design binnen het ontwerpproces. De opgedane kennis ontsluit de ontwerper in een database en collectie genaamd '01'. Voor het uitwerken van de collectie doet Bakovic veldonderzoek in Veneto (Italië) en neemt hij individuele lessen bij schoenmaker René van den Berg. Verder gaat hij samenwerken met coder Michiel Heems voor de technische ontwikkeling van het project. De collectie wordt gepresenteerd via een interactieve website met exclusieve tours en tijdens Paris Fashion Week in samenwerking met Tomorrow Ltd.
Octave Rimbert-Rivière

Octave Rimbert-Rivière

Ontwerper en keramist Octave Rimbert-Rivière studeerde in 2020 af aan het Sandberg Instituut. Hij onderzoekt in zijn praktijk het spanningsveld tussen uniciteit, ambacht, massaproductie en nieuwe technologieën. Zijn ontwerpmethodiek gaat uit van bestaande technologie voor een gestroomlijnde productie, die hij vervolgens verstoort om tot unieke resultaten te komen. In de eerste fase van zijn ontwikkeltraject experimenteert Rimbert-Rivière met CAD-software. Hierin wordt hij technische ondersteund door 3D-artiest en gameontwerper Guillaume Roux. In de tweede fase worden de digitale modellen vertaald naar een fysieke vorm met ambachtelijke technieken zoals keramiek en glasblazen. Hierbij wordt de ontwerper begeleid door keramisten Marianne Peijnenburg en Anne Verdier, en glasexpert Steef Hendricks. Uiteindelijk presenteert Rimbert-Rivière zijn werk in een publicatie (in samenwerking met grafisch ontwerper Alex J. Walker en curatoren Sophie Lvoff en Joel Riff), een tentoonstelling in ISO en online (in samenwerking met codeur Olivier Jonvaux).
Patricia Mokosi

Patricia Mokosi

Modeontwerper Patricia Mokosi (On God by Tries) is geselecteerd tijdens de Scout Night in Amsterdam. De maker, geboren in Congo en getogen in Eindhoven, woont momenteel in Amsterdam. Haar inspiratie haalt Mokosi uit haar turbulente jeugd, waardoor ze een fascinatie heeft voor alles wat met het audiovisuele, spirituele en occulte te maken heeft. Komend jaar richt de modeontwerper zich op het verder ontwikkelen van haar label On God by Tries. Hiervoor gaat ze kennis vergaren en werken aan haar technische vaardigheden en volgt een masterclass Textile Design. De resultaten van haar onderzoek verwerkt ze in een collectie unisex kleding en accessoires gemaakt van duurzame materialen. De collectie wordt gepresenteerd in een modeshow en fashionfilm. Voor het versterken van haar publieksbereik werkt Mokosi samen met Blanche Agency.
Renske van Vroonhoven

Renske van Vroonhoven

Geurontwerper en parfumeur Renske van Vroonhoven is autodidact en gescout tijdens de Scout Night Eindhoven. Met haar interdisciplinaire praktijk wil ze veelomvattende ervaringen ontwerpen, waarbij ze zich richt op de zintuigen tast, smaak en vooral reuk - de zogenaamde lower sences, om mensen op een inclusieve manier mee te nemen in een ervaring. Van Vroonhoven staat voor openheid en wil haar kennis en vaardigheden delen met andere kunstenaars, ontwerpers, en studenten. Ze werkt samen met zowel commerciële, als artistieke en wetenschappelijke partners. In 2018 lanceerde ze haar label Attic Lab. Ze is betrokken bij het open source Scent Lab en het samenwerkingsverband Memory Bar. Daarnaast geeft ze als gastdocent les aan de KABK in Den Haag en ArtEZ in Arnhem. Tijdens het ontwikkeljaar richt Van Vroonhoven zich op de relatie geur en herinneringen. Ze verdiept zich (theoretisch en praktisch) in de betekenis van geur als ontwerpmedium en experimenteert met nieuwe technieken. Verder onderzoekt de aanvrager de rol van geur in tentoonstellingen en breidt ze haar betrokkenheid bij het kunstonderwijs uit. Momenteel neemt ze deel aan Tussen Kunst & Skills, een mentorprogramma gericht op ondernemerschap.
Robbert Doelwijt Jr.

Robbert Doelwijt Jr.

Audiovisueel maker Robbert Doelwijt Jr. is geselecteerd tijdens de Scout Night in Amsterdam. In het ontwikkelplan omschrijft Doelwijt de ambitie om zich verder te ontwikkelen als regisseur en schrijver. De maker is geboren in de Bijlmer (Amsterdam) en heeft Surinaamse ouders met roots in Nigeria, Sierra Leone, China en Indonesië.

Deze familiegeschiedenis en het hebben van een biculturele identiteit vormen de basis voor de thema's in de praktijk van Doelwijt. Tijdens het ontwikkeltraject gaat Doelwijt werken aan de korte film 'The Underwear Boys', waarin hij zijn gevoelens over zijn identiteit als zwarte bi-culturele man vastgelegd. Hij zal met ervaren producenten werken om kennis in te winnen over het bouwen van een carrière als schrijver/regisseur. Naast de korte film zal hi jook een eerste hand leggen aan de documentaire 'There's an app for that', die in het teken van Third Culture Kids, een groep jongeren van Gen Z met een biculturele achtergrond. Voor de filmvertoning gaat de maker in gesprek met filmfestivals in Rotterdam, Amsterdam en internationaal.
Rosen Eveleigh

Rosen Eveleigh

Grafisch ontwerper Rosen Eveleigh studeerde aan de Werkplaats Typografie van ArtEZ. In hun praktijk onderzoekt hen hoe queer- en transmensen grafisch ontwerp inzetten om te communiceren en zich te representeren. Hen richt zich op Nederland in de context van de hiv/aids-crisis in de jaren zeventig, tachtig en negentig. Tijdens het ontwikkeljaar wil Eveleigh dit onderzoek verder brengen door middel van een 'reactiveringsfase'. Met een reeks collaboratieve intergenerationele orale geschiedenissen en workshops onderzoekt hen deze queer- en transgeschiedenis vanuit een hedendaags standpunt. Hen hoopt hiermee nieuwe inzichten in de relatie queerness en grafische ontwerp in Nederland te verkrijgen. Hen gebruikt de resultaten van hun onderzoek als basis voor een reeks workshops met queer- en transjongeren. Daarnaast presenteert hen de resultaten van hun onderzoek in een multidisciplinair project, bestaande uit een lezing, debat en publicatie.
Rossel Chaslie

Rossel Chaslie

Illustrator en animator Rossel Chaslie is autodidact en gescout tijdens Scout Night Amsterdam. In zijn praktijk spelen Black History, (anti)racisme en de Afrikaanse diaspora een centrale rol. Met zijn werk wil hij zichzelf, geboren in Suriname, en andere uit de Afrikaanse diaspora en Afrika 'empoweren'. Door Afro-Surinaamse en Afro-Nederlandse verhalen te verbeelden wil hij mensen onderwijzen en emanciperen. Hij zet daarbij fictievormen zoals Afro-futurisme, Sci-fi en fantasy in. Tijdens zijn ontwikkeljaar wil Chaslie zich verder ontwikkelen als visual artist en animator. Hij wil werken aan een pilot voor een Nederlands-Surinaamse animatieserie, een kinderboek en een verzameling illustraties en verhalen over de Zwarte geschiedenis. Hij zal in dit proces samenwerken en uitwisselen met andere animatoren en met stemacteurs en sound designers. In de animatieserie wil hij de geschiedenis van Suriname in de jaren 80 en 90 combineren met een fictief verhaal over het meisje Manu. Hij wil o.a. onderzoek doen in Suriname en samenwerken met The Black Archives. Hij wil zijn werk presenteren aan Afro-Surinamers en Afro-Nederlanders en daarnaast een breed, wit publiek bereiken voor meer begrip en respect voor de Zwarte geschiedenis en cultuur. Daartoe organiseert hij events in zijn studio, maakt video's van het werkproces en biedt stageplekken aan voor jongeren.
Sebastian Stittgen

Sebastian Stittgen

Bio-designer Sebastian Stittgen is afgestudeerd aan de Master Social Design van de Design Academy Eindhoven. In zijn praktijk onderzoekt Stittgen hoe hij via ontwerp ogenschijnlijk waardeloze materie, zoals restproducten van industriele processen, kan omzetten in artefacten met een culturele waarde. Hiermee werpt hij vragen op over de ethische kant van productie en consumptie, en onze morele verantwoordelijkheid hierin. Tijdens zijn ontwikkeljaar ontwikkelt Stittgen onder de noemer 'Matter out of place', drie projecten die elkaar informeren. Voor 'Recombined Wood' onderzoekt hij hoe van lignine en cellulozevezels (industriele afvalstoffen) een nieuw soort hout kan worden gemaakt. In samenwerking met microENVISION en Juan Arturo Garcia maakt hij een reeks interviews over bloed, getiteld 'Fluid Dialogues', bedoeld om stigma's rondom HIV te doorbreken. De derde component bestaat uit de mobiele bio-ontwerp workshop 'Moving Matter Laboratory', gehost door MAK Vienna, dieDAS Design Akademie Saaleck, STORESTORE, BurgHalle University en de Floriade Almere. Bij dit alles betrekt Stittgen komend jaar ontwerper Maurizio Montalti (Officina Corpuscoli) als mentor en sparringspartner.
Shaquille Veldboom

Shaquille Veldboom

Gamedesigner Shaquille Veldboom is geselecteerd tijdens de Scout Night Amsterdam. Veldboom volgde verschillende engineering opleidingen, maar ontdekte dat hij liever verhalen vertelt dan echte auto's ontwerpt. Hij is werkzaam in de videogame industrie en wil nu zijn eigen videogame, getiteld 'GodSpeed' ontwikkelen. Met deze game wil hij zijn persoonlijke ervaringen en levenslessen overbrengen. In deze game volgt hoofdpersoon Grio Yggdrasil, die net als de aanvrager opgroeide in Amsterdam Zuid-Oost, zijn droom en begint zijn eigen automerk. Tijdens zijn ontwikkeljaar wil Veldboom leren hoe hij met zijn 3d-ontwerpen interactieve verhalen kan vertellen. Voor de presentatie van 'GodSpeed' produceert hij een echte versie van de microcar uit de game. De aanvrager organiseert demonstraties van de game op De Dam en andere drukbezochte locaties binnen en buiten Amsterdam. Daarnaast brengt hij zijn game onder de aandacht via social media (YouTube en Instagram) en stelt hij deze beschikbaar op verschillende gameplatformen, zoals Epic game store, Steam, Playstation store en Microsoft store, en aan enkele YouTube racegame streamers.
Stefan Duran

Stefan Duran

Audiovisueel maker Stefan Duran (Tastic Visuals) is geselecteerd tijdens de Scout Night in Rotterdam. Als motion designer heeft Duran de ambitie om zich verder te ontwikkelen op het gebied van animatie. Hij wil de zeggingskracht ervan vergroten. Aanleiding voor zijn onderzoek is de vercommercialisering van Hiphop en de manier waarop deze scene zijn kritische boodschap en positie verliest. Duran stelt zichzelf de vraag: ”Hoe kan ik met de combinatie van muziek, dialoog en animatie een verdiepend en maatschappelijk relevant verhaal overbrengen?” In zijn ontwikkeljaar wil de maker zich focussen op de ontwikkeling van 3D animatie, symboliek en de productie van een muziekvideo en een geanimeerde musical genaamd 'De 3e kamer'. Hij zal tijdens het traject verschillende cursussen volgen waaronder 'motion design professional' bij Created Academy. Duran doet een beroep op de expertise van theaterdramaturg Maarten van Hinte en wil samenwerken met animatie- en illustratiecollectief Lemon Bandit en muziekproducent Tim Block. Hij beoogt de animaties uit te brengen bij Noah's Ark en 101Barz en gaat hiervoor samenwerken met Aidem Agency. De pilot van 'De 3e Kamer' wordt gepubliceerd op een website, samen met korte vlogs, schetsen en een backstory.
Sterre Richard

Sterre Richard

Illustrator Sterre Richard is afgestudeerd aan de Willem de Kooning Academie. Ze wil zich inzetten voor een betere weergave van de manier waarop psychische aandoeningen zich manifesteren, mensen beïnvloeden en wat familie of vrienden kunnen doen om te helpen. Aanleiding is de manier waarop personen met een psychische aandoening in media en popcultuur worden gerepresenteerd. Een voorbeeld hiervan is het veelvoorkomende stereotype van de 'psychotische moordenaar'. Komend jaar werkt Richard aan een script, projectpitch en een stripboek waarin bovengenoemde thema's centraal staan. Richard vraagt striptekenaar en schrijver David Mazzuchelli om haar te begeleiden tijdens het ontwikkeltraject. Ook volgt de maker een aantal schrijfcursussen waaronder de Odysse Writing Workshop in Manchester (VS). Tot slot gaat Richard verder onderzoek doen naar de optimalisatie van fullcolour werk om zo tot bewuste kleurkeuzes te komen.
Süheyla Yalçin

Süheyla Yalçin

Audiovisueel maker Süheyla Yalçin is geselecteerd tijdens de Scout Night in Eindhoven. Tijdens het ontwikkeljaar stelt Yalçin, als dochter van ouders met een migratiegeschiedenis, het claimen van de vergeten Turkse geschiedenis centraal in haar onderzoek. In het project 'De Diaspora Designer' bevraagt de maker op satirische doch kritische wijze wie bepaalt wat design is. Het project wordt opgedeeld in vier fases. In Fase A doet Yalçin onderzoek in steden die haar inzicht kunnen geven in de ontwikkeling van migratiestromen van Turkse arbeiders, zoals Eindhoven, Gent (BE), Schiedam, Saarlouis (DU) en Istanbul (TR). In Fase B werkt Yalçin aan het schrijven van scenario's, editen van audio en ontwikkelt ze vaardigheden op het gebied van grafische vormgeving. De maker doet een beroep op de expertise van onder andere Mustafa Duygulu, Collectief Schik en Roisin Tapponi. In Fase C en D werkt Yalçin aan meerdere cross-mediale producties waaronder een audiovisuele documentaire. Ze hoopt deze te presenteren bij platformen als de VPRO en HUMAN.
Tabea Nixdorff

Tabea Nixdorff

Tabea Nixdorff is afgestudeerd van de Werkplaats Typografie in Arnhem en focust zich tijdens het ontwikkeljaar op het onderzoeksproject 'su-sur-rous (a chorus of expanded bodies from the margins)'. Het project is een zoektocht naar onder-gerepresenteerde biografieën van hen die, via hybridisatie van hun lichaam met muziekinstrumenten, machines, of andere technologieën, alternatieve talen hebben ontwikkeld. Daarnaast is Nixdorff van plan verder te werken met Setareh Noorani aan een onderzoek over intersectionele, feministische ontwerpstrategieën gedurende de tweede feministische golf in Nederland. Samen met Gerardo Ismael Madera ontwikkelt ze een seminar en zoekt ze verbinding met scholen en culturele instituties. Tijdens het jaar wint ze expertise in van geluidskunstenaar en dichter Caroline Bergvall. Ook vernieuwt ze haar website in samenwerking met webdeveloper Magalie Chetrit en volgt ze stemtraining bij vocalist Fides Krucker. Het onderzoek komt samen in een publicatie die gepaard gaat met een aantal luistersessies en performatieve lezingen met gastsprekers. Nixdorff heeft hiervoor Kunstverein Amsterdam en Errant Sound in Berlijn als locaties in gedachten.
Tobie van Putten

Tobie van Putten

Modeontwerper Tobie van Putten is autodidact en werd gescout tijdens de Scout Night Eindhoven. Onder zijn label new.toob presenteert hij kleding waarin hij illustratie en mode samenbrengt. Zijn ontwerpproces start vanuit een illustratie, die hij omzet in een dessin. Dat dessin drukt hij op stof en van daaruit ontwerpt hij een kledingstuk. Tijdens het ontwikkeljaar richt hij zich op het maken van zijn eigen textiel, om daarmee een grotere keuzevrijheid, meer autonomie en duurzame stoffen te ontwikkelen. Hij wil zich daartoe verder verdiepen in de eigenschappen van textiel, nieuwe weeftechnieken leren en experimenteren met het drukken op technische stoffen. Hij wint expertise in bij Yumuna Forzani, die gebreide kunst en eigen stoffen maakt. In het TexielLab in Tilburg werkt hij met 3D-print designer Rutger Paulusse en met Vince Reece Hale ontwikkelt hij een collectie denims. Van Leonore Boeke leert hij patroontekenen. Met fotograaf Tom ten Seldam werkt hij aan zijn website. Deze interdisciplinaire samenwerkingen brengen hem: een eigen stof, een verbeterde pasvorm, meer detail in de kleding via 3D-print design, een nieuwe collectie en professionele campagnes. Die collectie presenteert hij in een interactieve installatie.
Yuro Moniz

Yuro Moniz

Ceramist en maker Yuro Moniz is geselecteerd tijdens de Scout Night in Rotterdam. Moniz werkt op een ambachtelijke manier met klei en gaat met haar vazen en objecten terug naar de essentie van wat ons mens maakt. Komend jaar legt Moniz zich toe op het verder ontwikkelen van haar technische vaardigheden, specifiek het met de hand vormen van keramiek. Met het project 'Transcend the Mundane' specialiseert zij zich in de vorm, functie en het verhaal van een object. Thema's als symboliek, afkomst en culturele waarden spelen hierbij een belangrijke rol. Door onderzoek te doen naar oude decoratietechnieken, waaronder vergulden, versterkt Moniz haar eigen beeldtaal. Ter ere van haar dertigste verjaardag maakt Moniz een serie van dertig objecten die te zien zijn tijdens een solo-expositie. Daarnaast presenteert de ceramist haar werk op de Salone Del Mobile in Milaan. Voor begeleiding tijdens het ontwikkeltraject doet Moniz een beroep op de artistieke en zakelijke kennis van ontwerper Harvey Bouterse. Verder gaat de maker op bezoek bij Atelier NL, volgt diverse workshops en doet archiefonderzoek bij The Black Archives.
Zalán Szakács

Zalán Szakács

Zalán Szakács behaalde een Master in Fine Art en Design aan het Piet Zwart Instituut. In zijn praktijk wil hij, door middel van archeologisch onderzoek, vergeten media weer zichtbaar maken. Komend jaar focust Szakács zich op de verdere ontwikkeling van zijn eigen methodiek, artistieke signatuur en positionering binnen het digitale cultuurveld. Hij ontwikkelt twee project: 'Lichtspiel' en 'Tisztás'. Voor 'Lichtspiel' verdiept de maker zich in 17e-eeuwse lenzen en lichtreflecties en hun metaforische kwaliteiten. Prof. dr. Frank Kessler zal hem hierbij begeleiden. Daarnaast gaat hij in gesprek met media archeoloog Erkki Huhtamo, docent media Eric Kluitenberg, prof. dr. Nana Verhoeff, media producent Rudi Knoops, directeur Sonic Acts Lucas van der Velden, kunstenaar Joost Rekveld en onderzoeker Javier Lloret Pardo voor artistieke, inhoudelijke en technische begeleiding. Voor het project 'Tisztás' maakt Szakács zowel fysiek als mentaal een reis naar zijn kindertijd in Transsylvanië. In de Karpatische bergen verzamelt hij data over geuren, geluiden, materialen en licht. Hij werkt samen met geurkunstenaar Klara Ravat. Verder betrekt de aanvrager expertise van onder andere organisator Paulien Dresscher, Jarl Schurlp (oprichter Fiber), kunstenaar Eva Fischer, fotograaf Sophie de Vos en curator Viola Lukacs. Beide projecten resulteren in installaties die tijdens Dutch Design Week 2022 worden gepresenteerd.
Andrius Arutiunian

Andrius Arutiunian

Andrius Arutiunian is componist en geluidskunstenaar. Hij volgde zowel zijn bachelor- als masteropleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Zijn praktijk wordt gekenmerkt door hybride verschijningsvormen, waaronder multimedia-installaties en audiovisuele liveperformances, waarin hij vaak onderzoek doet naar culturele en sociale geschiedenissen van verschillende gemeenschappen veelal in de periferie. Zo deed hij in 2017 onderzoek naar de Armeense diaspora en discomuziek, waarvoor hij cassettebandjes en platen verzamelde uit de jaren zeventig en tachtig. Arutiunian bracht in gelimiteerde oplage een nieuwe plaat uit waarvoor hij putte uit de geluiden van deze sonische artefacten. 'Het project gaat in op de manier waarop de mens omgaat met volkstaal, zijn eigen culturele geschiedenissen uitdrukt en in hoeverre een periferie kan onthullen wie we zijn als mens en wat voor plek we innemen in de wereld.'

Voor een ander project ontwikkelde Arutiunian de audiovisuele installatie The Irresistible Power of Silent Talking, gebaseerd op het geautomatiseerde systeem van het iBorderCtrl-algoritme. 'Dit algoritme wordt gebruikt om gezichtsuitdrukkingen te herkennen van migranten die de Europese Unie binnenkomen. Het erkennen van de noodzaak van een kritische houding ten opzichte van technologie en de politieke implicaties van het gebruik van gewelddadige vormen van surveillance liggen ten grondslag aan mijn werk.' Op poëtische wijze bevraagt Arutiunian de manier waarop technologie wordt ingezet als politiek instrument bij migratie. 'Momenteel verricht ik onderzoek dat voortkomt uit mijn fascinatie voor het woord “gharib”, in het Nederlands “vreemdeling”. Het woord is afkomstig uit het Arabisch en Farsi en komt ook voor in de Armeense en Griekse taal, maar verschilt van het westerse idee van een vreemdeling als “de ander” en gaat meer in op het idee van ergens bij horen zonder er deel van uit te maken.'

Daarnaast houdt Arutiunian zich bezig met muzikale evenementen die plaatsvinden buiten de reguliere sociale en/of wettelijke normen en ritmes, zoals nachtelijke raves. 'De periferie vormt een veilige haven voor gemarginaliseerde gemeenschappen en een manier om te ontsnappen aan de focus van onderdrukkende systemen.' Voor de totstandkoming van een performance rondom het stemmen van instrumenten en de link met alternatieve sonische realiteiten heeft Arutiunian de afgelopen periode gesproken met mensen vanuit verschillende disciplines zoals curatoren, schrijvers, filosofen en wetenschappers. 'In de toekomst hoop ik deze manier van samenwerking door middel van gesprekken mee te nemen in mijn praktijk en uit te werken tot publicaties over ergens bij horen en nachtelijke sonische evenementen.'


Tekst: Manique Hendricks
Asefeh Tayebani
Asefeh Tayebani
Asefeh Tayebani
Asefeh Tayebani

Asefeh Tayebani

'But you don't look autistic'. Asefeh Tayebani heeft die zin heel vaak gehoord op de Graduation Show van de Gerrit Rietveld Academie, waar ze in 2018 haar afstudeerproject aan pers en publiek toonde. Nog geen half jaar eerder kreeg ze te horen dat ze autisme heeft. 'Het is lastig om aan je omgeving uit te leggen wat dat precies inhoudt', zegt Tayebani. 'Ik merkte dat wat ik vertelde vaak niet begrepen of geloofd werd.' Met het project Precious Burden koos ze ervoor het anderen te laten voelen. Drie draagbare accessoires laten je fysiek ervaren wat het is om hypersensitief te zijn op het gebied van nabijheid, aanraking, geluid en oogcontact. Weleens een verlammende schok gevoeld als iemand je aanraakt? Het omgevingsgeluid als oorverdovend ervaren? Of iemand niet recht aan kunnen kijken?

En dan toch steeds die zin. Het werd de titel van haar volgende project, waar Tayebani met steun van het Stimuleringsfonds aan begon. Binnenkort wordt het onlineplatform butyoudontlookautistic.nl gelanceerd, speciaal voor vrouwen met autisme. 'Bijna alles wat je over deze aandoening kunt vinden is afgestemd op mannen', zegt Tayebani. 'Vrouwen krijgen de diagnose vaak pas op latere leeftijd, ik was al dertig. En dan nog is er veel ongeloof, je ziet het tenslotte niet aan de buitenkant.' Ze heeft het afgelopen jaar veel research gedaan, ervaringsverhalen verzameld en samen met grafisch ontwerpster Fallon Does gewerkt aan een autismevriendelijk webontwerp dat de doelgroep niet afschrikt. 'Ik kan zelf heel veel websites niet aan, ik haak af bij te veel drukte op het scherm', zegt Tayebani. Daarom is in dit ontwerp extra aandacht besteed aan een overzichtelijke indeling, met niet te veel informatie tegelijkertijd en zonder felle kleuren.

Aandoeningen ontdoen van stigma's en het onzichtbare zichtbaar maken; het zijn thema's die doorsijpelen in veel van Taybani's werk. Zo deed ze materiaalonderzoek naar het helen van 'wonden' in materiaal. Na een cursus kledingreparatie, waar ze met naald en draad sokken leerde stoppen, rafelranden leerde locken en scheuren repareren, besloot ze die techniek ook op metaal los te laten. Leaving Traces laat koper zien zoals je het nog niet kent. Geen gladde, strak gepolijste oppervlakken, maar platen waar deuken, plooien, krassen en gaten in zitten. De zichtbare zorg waarmee ze zijn gerepareerd met koperdraad, heeft iets ontroerends. Ze waren kapot, maar daar heeft niemand meer last van. Ze zijn er in het reparatieproces alleen maar mooier op geworden.


Tekst: Willemijn de Jonge
Audrey Large

Audrey Large

Audrey Large beweegt zich met haar werk trefzeker tussen het digitale en het analoge. Ze ziet de computer niet als een middel om de werkelijkheid te reproduceren, maar juist om deze te produceren. Ze wil digitale technologie gebruiken als een leeg vel papier, waarop spontaan nieuwe vormen kunnen ontstaan. 'Ik ben een ontwerper, maar ik produceer beelden. Ik produceer bestanden die objecten kunnen worden. Dat is waar ik iets kan betekenen; niet zozeer in het maken van objecten, maar in het verschuiven van de methodologie van objectontwerp richting het maken van beelden.' Haar ontwerpactie is het ontwerpen van files, bestanden, die vervolgens op verschillende manieren kunnen worden gematerialiseerd: digitaal als een driedimensionale tekening of tastbaar 3D-geprint.

Het afgelopen jaar heeft ze werk gemaakt voor een tentoonstelling in de Nilufar Gallery in Milaan. De expositie bestaat uit meerdere presentatievormen. Zo maakte ze als 'een eerste hoofdstuk' een experimentele website die de beschouwer dicht bij de oorsprong van het werk, de file, laat komen. Wie online gaat, ziet een zwevende kluwen aan grillig gevormde objecten die uit elkaar kan worden getrokken en van alle kanten kan worden bekeken. Het lijken onmogelijke objecten om 'tot leven te wekken', maar Large heeft de vormen ook 3D-geprint. Ze hebben eenvoudige functies als tafel of plank, maar eigenlijk vooral voor wie het erin wil zien. Van vormgeving hebben we nu eenmaal andere verwachtingen dan van kunst. 'Ik gebruik functie als een “teken”', aldus de ontwerper.

Voor Large is de digitale vorm even 'echt' als de geprinte, er is geen hiërarchie tussen de onlinepresentatie en de opstelling van objecten in de galerie. De presentatievormen belichten verschillende onderdelen van haar werkproces en laten verschillende materialisaties van de bestanden zien. 'Mensen zien altijd het fysieke resultaat. Voor mij is dat slechts één mogelijke manifestatie van het bestand. Waar ik altijd graag over nadenk, is de potentie en de materialiteit van de file.' Zowel digitaal als fysiek besteedt ze veel aandacht aan de tactiliteit en perceptie van het object. De keuzes voor de uitvoering van het ontwerp – de grootte, het materiaal, de kleur – zijn oneindig. Vandaar ook de titel van het online deel van de tentoonstelling, Scale to Infinity.


Tekst: Victoria Anastasyadis
Bodil Ouedraogo

Bodil Ouedraogo

Ontwerper Bodil Ouédraogo is altijd bezig met de kunst van 'dressing up'; met de regels rondom de omgang met kleding en de verschillende betekenissen die daaraan worden verbonden. In het bijzonder is ze geïnteresseerd in mode in West-Afrika en Noordwest-Europa, afkomsten die zij beide in zich meedraagt. Ze zoekt naar connecties tussen die kleedculturen en naar manieren om die in haar eigen werk samen te brengen.

'Waar ik voor val in zwarte cultuur is dat er zoveel etiquette rondom mode is die je forceert ruimte in te nemen. Dat doet mijzelf ook iets: dat je durft zichtbaar te zijn en dat daar dan trots in zit. Het bewust uitdragen en er bewust zijn, bewust ruimte innemen, dat intrigeert me, zeker als iemand van Afrikaanse diaspora. Ik zou al die stukjes willen begrijpen en vertalen naar het hier. Hoe kan ik die verbindingen hier weer vinden?' In die verbindingen schuilt de rijkdom: 'Hoe meer van die connecties je vindt, hoe groter je web wordt en hoe rijker en gegronder je bestaan, waardoor het voor mezelf rijker en intiemer is om te zijn wie ik ben.'

Tijdens het jaar Talentontwikkeling heeft ze aan twee projecten gewerkt die worden getoond tijdens verschillende edities van de Amsterdam Fashion Week. Voor de eerste presentatie gebruikt ze een eerder gemaakte video-opname als basis. Hierin tonen vier modellen uit Burkina-Faso op welke manieren je een grand boubou kan dragen, een groot gewaad van stijf gewaxte stof dat je de hele tijd in beweging moet houden om er goed uit te zien. Op basis van deze video tutorial heeft ze een choreograaf een dans laten maken. Die gaat over het letterlijk meedragen van het gewicht van de zware grand boubou, maar ook over het gewicht wat je persoonlijk meedraagt als iemand van kleur. Op de doorzichtige outfits van de dansers, ontworpen door Ouédraogo en geïnspireerd op de grand boubou, wordt de oorspronkelijke video geprojecteerd. Zo is de cirkel weer rond.

Ook in haar tweede show is dit kledingstuk het uitgangspunt. In samenwerking met kledingmerk Patta heeft ze een capsulecollectie ontworpen waarin de plooien en kreukels van de waxstof tot een stofpatroon zijn verwerkt. Ze speelt met oversized vormgeving die kenmerkend is voor zowel de grand boubou als voor hiphopmode. De presentatie vindt plaats in een installatie waarin Ouédraogo een landschap creëert met Afrikaanse sculpturen, invloeden van West-Afrikaanse fotografie uit de jaren zeventig en streetwear van Afrikaanse diaspora waartussen de modellen worden geplaatst: een 'levend stilleven'.


Tekst: Victoria Anastasyadis
Cleo Tsw

Cleo Tsw

De vrijheid om autonoom te kunnen creëren, dat is wat de beurs van het Stimuleringsfonds grafisch ontwerpster Cleo Tsw bracht. Naast al het werk in opdracht, eens met haar eigen kritische blik naar de wereld kijken en naar hoe we die vormgeven. 'Ontwerpers ordenen informatie, dat ís design in feite. De manier waarop ze dat doen wordt beïnvloed door alles wat ze meekrijgen in hun leven.' Dat zij zelf uit Singapore komt, tot 1963 een Britse kolonie, is ook van invloed op haar werk, dat ze antikoloniaal noemt. Maar het is veel breder dan dat. Tsw verzet zich tegen opgelegde kaders en wil dan ook liever niet te veel uitleggen over haar werk. De vrijheid van denken van zowel de maker als de kijker en lezer zijn haar veel waard.

Het afgelopen jaar stond in het teken van het experiment. Onderzoeken, lezen, schrijven, organiseren, en documenteren in een poging los te komen van wat we denken te weten op basis van wat ons wordt voorgeschoteld. Ze maakte er verslagen van in de vorm van gedrukte katernen: losse gevouwen drukvellen die elk 32 pagina's in een boek vormen als je ze bundelt en schoon snijdt. De eerste katernen worden na afloop van dit onderzoeksjaar samengevoegd in Off Course 1. Een boek dat speelt met woord en beeld: de bundeling van schijnbaar losse fragmenten dagen de lezer uit om kritisch te kijken en zijn eigen weg te vinden door de berg informatie die we dagelijks voorgeschoteld krijgen.

De conventies van drukwerk zijn losgelaten, of gebruikt op een vervreemdende manier. Zo begint het boek bijvoorbeeld niet met een voorwoord, maar met een associatief register. Daarop volgt een veelzijdige compilatie: flarden van uitspraken, passages uit boeken, beeldverhalen, collages, strips en meer. Wie het wil duiden staat voor een lastige taak. Maar dat was dan ook precies de bedoeling, iedereen mag er zijn eigen interpretatie aan geven en zijn eigen positie bepalen. 'Ik hou er niet van om mijn werk al te veel uit te leggen', zegt Tsw. 'Dat mogen mensen zelf doen. Als het aan mij lag zou er in deze tekst alleen maar staan: ik heb een boek gemaakt.'


Tekst: Willemijn de Jonge
Don Kwaning

Don Kwaning

'Ik hoor weleens dat ik naar de natuur kijk alsof het een winkel is.' Ontwerper Don Kwaning is tijdens wandelingen altijd op zoek naar mooie planten voor bijzondere kleuren en nieuwe spannende materialen. Door een beetje 'te pulken en friemelen' aan pitrus (een veelvoorkomende grasachtige plant) kwam hij erachter dat binnenin de steel een fascinerend schuimig merg zit. Voor zijn afstudeerproject heeft hij de pitrus tot twaalf verschillende materialen verwerkt: van textielachtige vezels waar je garens van kunt maken, maar ook papier en karton, tot schuimblokken en een lichtgewicht plaatmateriaal.

Een doel voor dit jaar is te onderzoeken of hij een van die materialen commercieel kan doorontwikkelen. Dat is in de regel een langdurig en bij vlagen frustrerend traject, dat zomaar vijf tot tien jaar kan duren. Een van de uitdagingen is het feit dat het merg zich vooralsnog niet machinaal uit de steel laat verwijderen, alleen met de hand. En bij opschaling is de pitrus die hij kan afnemen van Staatsbosbeheer, die de weelderig groeiende plant probeert te beheersen, niet genoeg. Er zal dan moeten worden geteeld, een heel ander verhaal.

Naast deze zoektocht gebruikt Kwaning dit jaar ook om te onderzoeken hoe hij zijn praktijk in de toekomst wil vormgeven. Wat hem gelukkig maakt is de potentie laten zien van plantaardige materialen, als een ambachtsman in materiaalontwikkeling. Maar hoe dat het beste te doen? Door een vondst door te ontwikkelen tot een halffabricaat, waarmee anderen vervolgens aan de slag kunnen? Of door er zelf een kant-en-klaar interieurontwerp van te maken? Of meer autonoom en conceptueel de kracht van een materiaal in een abstractere vorm te laten zien? En hoe druk je nou een persoonlijk stempel op zo'n experiment?

Het zijn vragen waar Kwaning door middel van uitproberen, gesprekken met anderen en vooral veel nadenken een antwoord op probeert te formuleren. 'Ik denk dat deze beurs ervoor heeft gezorgd dat ik nu in mijn hoofd in deze struggle zit, maar dat bedoel ik niet in een negatieve zin, want het is juist positief. Dat ik daar de ruimte voor heb gekregen, dat is voor mij het meest waardevol.'


Tekst: Victoria Anastasyadis
Fana Richters

Fana Richters

'Wij van de Afrikaanse diaspora beseffen eindelijk dat wij onze eigen prioriteit zijn. We nemen de toekomst in eigen handen, met eigen oplossingen en visies, geleid door de geesten van onze voorouders. We bouwen nieuwe werelden en realiteiten die vooruitlopen op mogelijke toekomsten, samenvallen met het heden en het verleden terugvorderen.' Deze uitspraak staat prominent op de website van modeontwerper en interdisciplinair kunstenaar Fana Richters.

Dat ze in de wij-vorm spreekt, is tekenend: het werk van Richters is onderdeel van een grotere beweging. Niet voor niets werd het afgelopen jaar opgenomen in de tentoonstelling Voices of Fashion in het Centraal Museum in Utrecht en is het momenteel te zien in de expositie De Gouden Koets in Amsterdam Museum, die niet alleen de gerestaureerde Gouden Koest toont, maar ook de discussies die in het verleden en heden zijn gevoerd over dit iconische voertuig.

Richters maakte internationaal furore met haar afrofuturische Planet AiRich. De wereld die ze hier creëert, is gericht op het herontdekken en herdefiniëren van de zwarte identiteit. De personages in haar werk voldoen dan ook niet aan de westerse schoonheidsidealen. 'In mijn werk is de kracht van zwarte identiteit een terugkerend onderwerp. Hiervoor combineer ik hedendaagse (pop)culturen met elementen uit de Afrikaanse geschiedenissen. Mode, muziek en spirituele mythologieën komen in mijn werk samen.'

Het afgelopen jaar werkte Richters aan The Walking Exhibition, waarin ze een brug slaat tussen de artistieke wereld en de mode-industrie. Omringd door experts en adviseurs op verschillende gebieden, waaronder mode en textiel, ontwikkelde ze een serie pakken. Centraal staat haar eigen fotografiehandschrift, dat wordt gekenmerkt door collagetechnieken. Duurzaamheid is volgens Richters een onmisbaar element en ze wil dit dan ook zeker laten blijken uit het ontwerp door onder andere gebruik te maken van het natuurgewas hennep. Het eindproduct wordt gepresenteerd tijdens een modeshow waarin Richters wil kennismaken met een commerciële manier van presentatie.
Frances Rompas

Frances Rompas

Frances Rompas studeerde biologie aan de Universiteit van Utrecht en behaalde haar master Environmental Sciences aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In haar praktijk combineert ze haar academische achtergrond als bioloog met bewegend beeld en installaties en zoekt ze naar manieren om op poëtische en beeldende wijze de kracht, balans en dynamiek van de natuur te vertalen. Hierbij streeft Rompas naar een presentatie die toeschouwers verbindt, waarbij mensen samen kunnen kijken, reflecteren en ervaren. Deze waarden kwamen ook sterk terug in haar activiteiten als DJ en organisator van verschillende avonden en events in Utrecht.

Rompas maakt onder meer portretten in de vorm van videowerken die ingaan op persoonlijke verhalen van verschillende mensen, niet verteld aan de hand van woorden maar door de intieme momenten van blikken en stiltes tussendoor. Hierbij gebruikt ze veel beeldtaal en is ze secuur bezig met de compositie en de beweging van het subject daarbinnen. De afgelopen periode heeft Rompas gewerkt aan een zeer persoonlijk en autobiografisch project met betrekking tot haar afkomst. 'Ik doe hiervoor historisch onderzoek naar het landschap waarin mijn voorouders leefden: Minahasa, ook wel Manado, in de Indonesische provincie Noord-Celebes. Daarbij zoomt ik in op het binnenland, de dorpen aan de voet van de Soputan vulkaan. De focus ligt op het landschap van Manado.' Daarmee kiest Rompas voor een onderscheidende aanpak ten opzichte van andere diasporaverhalen uit Indonesië waarin de nadruk doorgaans ligt op historische elementen zoals de koloniale overheersing en oorlog. 'Ik benader het project vanuit historische verslagen en beschrijvingen van de omgeving. Daarbij staan gevoel en emotie centraal. Ik wil het landschap van mijn voorouders zo goed mogelijk begrijpen.'

Onlangs presenteerde Rompas de eerste uiting van haar autobiografische project in de vorm van een sculptuur in de openbare ruimte. De sculptuur bestaat uit in de grond verankerde bamboestokken van elk acht meter lang in combinatie met verschillende audiofragmenten. Aan de bamboe dansen lange met de hand geverfde rode, paarse en smaragdgroene zijden vlaggen in de wind. 'Normaliter zijn vlaggen een symbool van een land en een markering op een specifieke plek. Mijn vlaggen verbeelden echter een gevoel van ontheemdheid, en van ergens anders willen zijn.' In de toekomst hoopt Rompas naar Indonesië te kunnen reizen om haar project af te ronden in de vorm van een film en op deze manier zowel de geschiedenis van haar vader en voorouders te kunnen vertellen, als haar eigen verhaal te ontdekken.


Tekst: Manique Hendricks
Fransje Gimbrere

Fransje Gimbrere

Het menselijk lichaam heeft ontwerper-kunstenaar Fransje Gimbrère altijd al gefascineerd. Hoe het werkt, hoe het zich gedraagt en zich verhoudt tot de ruimte om zich heen. Vooral de onbewuste processen vindt ze interessant; de dingen die onze zintuigen vrijwel ongemerkt registreren, maar die wel ons gedrag beïnvloeden. 'Ik denk dat dat een heel groot onderdeel is van design, dat je moet weten waarom je ergens een bepaalde kleur of vorm of materialiteit aan geeft als je iets gedaan wilt krijgen met je ontwerp, als je een bepaalde ervaring teweeg wilt brengen.'

Het jaar Talentontwikkeling gebruikte Gimbrère om zich verder te verdiepen in deze mechanismen. Zo bestudeerde ze wetenschappelijke artikelen over omgevingspsychologie, neuropsychologie en de meer controversiële neuro-esthetiek (biologische verklaringen voor het ervaren van schoonheid), maar ook over biophilic design, ontwerp dat verbinding met de natuur zoekt.

Daarnaast zoekt Gimbrère verdieping in haar gereedschapskist aan vaardigheden, materialen en technieken. 'Hoe zit een techniek in elkaar? Dat is altijd hoe ik begin. Ik heb een fascinatie voor een bepaald uiterlijk. Het materiaal is niet leidend, maar het is wel vaak zo dat ik materiaal inzet op een manier die ongebruikelijk is.' Zo gebruikt ze zacht textiel voor stijve structuren of juist hard metaal voor een soepel vallend gordijn. Haar ontwerpen zijn vaak abstract; de toepassing kan door anderen worden ingevuld. Ze laat zien hoe een materiaal óók kan worden ingezet. 'Omdat wat ik doe eigenlijk zo conceptueel is, blijft het voor veel mensen lastig voor te stellen waar mijn ontwerpen nu voor dienen. Dus ik zit echt op het randje van kunst en design voor mijn gevoel.'

Waar ze haar werk tot nu toe met de hand maakte, zoekt ze nu ook verbinding met de industrie en werkt ze samen met producenten op het gebied van weven, breien en vlechten. Om meer begrip te krijgen van deze industriële processen zodat ze haar opdrachtgevers beter kan bedienen, maar ook om op haar beurt na te denken over hoe het anders kan en wat je nog meer met deze technieken zou kunnen. Haar uiteindelijke doel van dit verdiepende jaar is alle opgedane kennis te vertalen naar een ontwerp waarin de wetenschappelijke achtergrond samenkomt met een artistieke insteek.


Tekst: Victoria Anastasyadis
Funs Janssen

Funs Janssen

Van wie is de stad? Deze vraag keert steeds in een andere gedaante terug in het werk van Funs Janssen, alias Funzig, Stadstekenaar van Rotterdam 2021. Waar hij zich in zijn afstudeerwerk vooral bezighield met de stedelijke openbare ruimte, richt hij zich met zijn recente werk op het thema gentrificatie. Funzig, oorspronkelijk uit Limburg, woont sinds tien jaar in Rotterdam Zuid, waar de recent aangekondigde sloop van zo'n 524 betaalbare huurwoningen voor een opleving van het maatschappelijk debat over gentrificatie zorgde. 'Zuid is maar één voorbeeld', zegt Funzig, 'hetzelfde gebeurt in wijken als Overschie, Krooswijk en Spangen. En in steden als Amsterdam, Londen en New York.' Oorspronkelijke bewoners worden, geholpen door gemeente- en overheidsbeleid, verdrongen door beleggers en nieuwe, meer kapitaalkrachtige bewoners.

Funzig besloot blokken en buurten die op de lijst staan voor sloop of herinrichting te archiveren. Hij gaat daarbij volgens zijn geheel eigen methode te werk: allereerst fotografeert hij de straat en zet deze foto om in een 3D-model. Op basis hiervan maakt hij een illustratie – zijn artistieke interpretatie. Funzigs stadsbeelden spelen zich altijd af in de nacht. 'Dan wordt de stad en wat zich erin afspeelt letterlijk uitgelicht door lantaarnpalen en koplampen en zie je haar beter.' De beelden zullen uiteindelijk worden verzameld in een publicatie naast opgetekende ervaringen van ex-bewoners en essays van opiniemakers en onderzoekers. Funzig werkt bijvoorbeeld nauw samen met onderzoeker Hasret Emine – actief voor de Amsterdamse tak van politieke partij Bij1. 'Ik wil mensen minstens een herinnering geven aan de plek die ze hebben moeten verlaten', zegt Funzig. Tegelijkertijd is de publicatie er ook juist voor nieuwe bewoners en beleidsmakers, zodat deze kunnen zien wat het effect van gentrificatie is op een stad en haar bewoners. 'Ik zou dit project heel graag uitbouwen; kijken wat ik kan doen in andere steden waar hetzelfde speelt. En ik kan me ook voorstellen dat de 3D-modellen die ik heb gemaakt in de toekomst toegankelijk worden middels virtual reality.' Zo wordt de (geschiedenis van) de stad toch weer een beetje toegankelijk voor mensen wie de toegang tot de stad werd ontzegd.


Tekst: Merel Kamp
Gabriel Fontana

Gabriel Fontana

Bij welk team hoor je? Wie kan en mag er meedoen? Wie krijgt de bal? Tot welke kleedkamer heb je toegang? In het recente werk van social designer en onderzoeker Gabriel Fontana geldt (team)sport als metafoor en model voor de samenleving in het groot: 'Sport is bij uitstek een normatief en vaak uitsluitend domein. Er gelden regels over hoe je eruit moet zien en je moet gedragen afhankelijk van je sekse. Bovendien kunnen niet alle lichamen aan alle sporten meedoen.' Fontana zag hoe in sportonderwijs sociale normen worden uitgedragen, geïnternaliseerd en gereproduceerd en besloot deze praktijk te onderzoeken en opnieuw vorm te geven.

'Ik heb mensen gemengde teamsport in stilte laten beoefenen en zag dat meisjes dan vaker de bal kregen en zich meer op hun gemak voelden, omdat normaal gesproken vooral jongens elkaars naam schreeuwen', zegt Fontana. Dat riep de vraag op wat de rol is van het gebruik van de stem in de (re)productie van sociale normen. Binnen het project Voice and (Hear)archies ontwierp Fontana een serie sportspellen waarin stemgeluid en luisteren op een nieuwe manier worden ingezet.

Fontana – zijn vader was sportleraar – is zelf werkzaam op verschillende kunstacademies en beschouwt het onderwijs als een uiterst politieke context. De (re)productie van sociale normen en identiteiten vindt niet alleen plaats tijdens sportonderwijs, maar ook in de inrichting en vormgeving van de fysieke ruimte van onderwijsinstituten. Zijn project Safer Landscapes speelt daarop in en biedt een Queering Manual, een praktische set interventies die instellingen en docenten kunnen plegen om de gebruikelijke normbevestigende gang van zaken in de war te gooien en een meer inclusieve fysieke context tot stand te brengen.

Fontana, wiens werk zich bevindt op het snijvlak van sociologie en design, werkt graag samen met mensen uit verschillende disciplines om zijn blik te verbreden. 'Uiteindelijk is iedere vorm van design inherent aan social design', zegt hij. Design (re)produceert nu eenmaal ideologieën. 'Het is belangrijk om de complexiteit van de vraagstukken waarmee je je als designer bezighoudt en je eigen verantwoordelijkheid daarin te erkennen.'


Tekst: Merel Kamp
ILLM

ILLM

Een ode aan een sneaker. En niet zomaar eentje. Dit is de Nike Air Max 1. In de jaren negentig, toen Qasim Arif (ILLM) nog op de basisschool in de Schilderswijk zat, was het een icoon voor hem en zijn vrienden. 'Die schoenen waren een statussymbool, we móesten ze hebben, we droomden ervan. Daar was niet meteen geld voor, er moest voor worden gespaard. En als je ze dan eenmaal had, moest je ze mooi houden. Niet op voetballen, dat mocht pas later als het nieuwe eraf was.'

Vijfentwintig jaar later gebruikt hij zijn oude sneakerdroom voor een kunstwerk voor de mensen uit zijn oude buurt in Den Haag. Een 3D-geprinte bronzen sneaker gemaakt van Arabische letters. Het is de tekst van een lied van rapper The Notorius B.I.G. – It was all a dream – geschreven in Punjabi. 'Dit kunstwerk laat verschillende kanten van mijn identiteit zien', zegt Arif. Als kind van migranten uit Pakistan, moslim, kunstenaar, hip-hop head en sportliefhebber brengt hij samen wat meestal gescheiden blijft. The beauty of Arabic calligraphy with the attitude of hiphop, zo omschrijft hij zijn werk zelf op zijn website. Voor dit project besloot hij zijn kalligrafie uit het platte vlak te halen en tastbaar te maken in een sculptuur. De stap van 2D naar 3D is een spannende, ook omdat het in de islamitische cultuur niet gebruikelijk is om sculpturen te maken – althans niet van mensen of dieren.

'Ik speelde al heel erg met diepte in mijn letters,' vertelt Arif, 'Ik heb besloten om die diepte er nu echt in te brengen.' Hij volgde daarvoor niet alleen een cursus sneakerontwerp, maar dook ook in de wereld van 3D-printen. 'Met het eindproduct in mijn hoofd, besloot ik me de skills eigen te maken die daarvoor nodig zijn. Maar gedurende dat proces kwam ik erachter dat ik eigenlijk veel beter met anderen kon samenwerken om mijn droom te realiseren. Dat was wel een eyeopener, ik deed altijd alles zelf. Samen met een 3D-ontwerper is hij nu bezig met samplen: ze maken ruwe prints om te kijken wat qua materiaal en vorm haalbaar is. 'Het is nieuw voor mij dat ik creatief soms iets moet inleveren vanwege de grenzen van de techniek. We zijn nog aan het puzzelen op de juiste formule.' Hij hoopt dat zijn schoen straks een plek in de buurt van de Schilderswijk krijgt: 'Ik wil kunst graag wat dichter bij de mensen die hier wonen brengen.'


Tekst: Willemijn de Jonge
Inez Naomi

Inez Naomi

Elf stoere vrouwen op een knalroze voetbalveld. Ze zijn cool, zelfbewust en trots op hun lijf, enkel gehuld in een trendy bikini gemaakt van tweedehands voetbalshirts. Het zijn de eerste campagnefoto's waarmee Inez Naomi Correa Alves haar merk Versatile Forever lanceert. Een jaar geleden besloot ze om naast haar ontwerp- en stylewerk voor gevestigde retail- en modemerken zelf een modelabel te starten met een heel andere insteek. Versatile Forever blijft ver weg van fast fashion.

'Ik begon me te storen aan hoe het er in de modebranche aan toe gaat', zegt Correa Alves, die hiermee voor een maatschappelijker aanpak kiest. 'En ik wilde mijn krachten als stylist en ontwerper graag bundelen, kijken hoe ik zelf in die rol kon groeien.' Door tweedehands kleding om te vormen tot nieuwe collecties, laat ze nu een tegengeluid horen. Daarbij gooide ze alles over een andere boeg: in plaats van te werken vanuit een vooraf uitgewerkt ontwerp, begon ze aan de andere kant, bij het maakproces. Door dat leidend te laten zijn, ontstaan creatieve verrassingen. Voor de eerste release dacht ze aan tops, die veranderden op de pop in jurken, maar uiteindelijk werden de reststukjes daarvan de ingrediënten voor de zomerse primeur. Ze omschrijft het onconventionele maakproces als 'learning by doing', waarbij ze vooral heeft geleerd hoe belangrijk het is om gewoon te beginnen: 'Een kwestie van dóen en vertrouwen op je eigen gevoel.'

Het startpunt was een sorteerbedrijf van tweedehandskleding. Correa Alves vertrok er met tassen vol oude voetbalshirts en -sjaals om een serie te maken met als thema teamspirit. In dit concept zijn de benchwarmers, de spelers die altijd op de bank zitten of als laatste worden gekozen, de echte winnaars. De eerste campagne, Not Your Soccer Wife, presenteert een divers team van super babes. De prijs wordt bewust toegankelijk gehouden voor een brede doelgroep, maar het is geen standaard confectie: 'Voor retail moet elke trui exact hetzelfde zijn, maar bij Versatile is elk kledingstuk uniek om de diversiteit te vieren. Het zijn one of a kind stukken, maar wel onderdeel van een reeks.'

De grootste uitdaging nu is opschalen: 'Deze bikini's hebben we zelf gemaakt, het is nog best lastig om als klein beginnend merk een collectie in productie te laten nemen.' Ze is nu in gesprek met verschillende maatschappelijke instellingen met naaiateliers om dat voor elkaar te krijgen. De voetbalbikini's zijn deze zomer nog te bestellen via de website van Versatile Forever. En de drop voor als het iets koeler wordt buiten staat al klaar; dat zijn die jurken van dezelfde sjaals en shirts.


Tekst: Willemijn de Jonge
Irakli Sabekia

Irakli Sabekia

Kunstenaar Irakli Sabekia is geboren in een Georgische stad die nu in bezet gebied ligt. Op jonge leeftijd verhuisde hij naar Tbilisi waar hij een medische opleiding volgde. Na de oorlog in Zuid-Ossetië in 2008, begon hij zich te richten op grafisch ontwerp, communicatie en artdirection. In 2015 startte hij zijn opleiding aan de Design Academy in Eindhoven in de richting Man and Leisure (nu Studio Urgencies), waar hij in 2019 cum laude afstudeerde met een project over de Russische bezetting van Georgië. 'Met mijn praktijk wil ik de kijker aanzetten tot reflectie en uitnodigen tot discussie over de problematiek die ik agendeer in mijn werk. Het centrale thema hierin is de frictie tussen mens en systeem.' Als getuige van de gevolgen van de bezetting in Georgië in het begin van de jaren negentig vertaalt hij zijn ervaringen naar methoden om onderwerpen te benaderen. 'Verhalen van kleine en grote gemeenschappen die zijn onderworpen aan verschillende machtssystemen moeten worden verteld. Dat doe ik via multimediale installaties en interventies. Ik creëer artistieke onderbrekingen in het functioneren van bestaande systemen. Daarbij gebruik ik mijn wetenschappelijke achtergrond om de instrumenten van de gevestigde macht te bevragen. Het verbinden van mensen door middel van ideeën vormt hierin de kern.'

In de interactieve installatie Voicing Borders belicht Sabekia de realiteit die schuilgaat achter de in prikkeldraad gehulde grens van door Rusland bezet Georgië. Aan de hand van oude en nieuwe satellietbeelden en een kort bericht in morsecode brengt hij de destructie van zestien dorpen in kaart. Een eerder project, de speelse publieke interventie Ministry of Reasonable Chaos, is een commentaar op het Nederlandse bestuurssysteem en de overvloed aan sociale controle die weinig ruimte overlaat voor spontaniteit. Met felgekleurde bakstenen kunnen mensen samen bouwen aan nieuwe structuren die de eentonige en soms steriele publieke ruimte doorbreken.

Momenteel werkt Sabekia aan zijn project The Archive of Spatial Knowledge. 'Het is een experimenteel digitaal opensourceplatform dat fungeert als een ruimtelijke interventie en wordt gevormd door een verzameling gecensureerde narratieven die niet mogen worden weergeven in de openbare ruimte. Zoals verhalen uit de bezette gebieden van Georgië die aanwezig zijn in de herinneringen van de lokale bevolking, maar uit de omgeving zijn gewist.' In de toekomst wil Sabekia zijn artistieke praktijk op het snijvlak van wetenschap en beeldende kunst verder ontwikkelen.


Tekst: Manique Hendricks
Jean-Francois Gauthier

Jean-Francois Gauthier

'Trees first' is het motto van Jean-François Gauthier als het op stedenbouw aankomt. Het was de titel van zijn afstudeerscriptie aan de Amsterdamse Academie van Bouwkunst, die bekroond werd met de KuiperCompagnons Afstudeerprijs. In plaats van bomen het sluitstuk te laten zijn bij de inrichting van de openbare ruimte, pleit hij ervoor ermee te beginnen. En dan moeten we niet denken in losse bomen, maar in bossen. Hij haalde inspiratie uit het onderzoek van bosecoloog Suzanne Simard, die ontdekte dat bomen een community vormen. 'Men dacht dat ze met elkaar concurreerden, maar ze blijken juist samen te werken', zegt Gauthier. 'Hun wortels zoeken contact met elkaar, de een zorgt voor de ander. Er is een heel systeem van volwassen moederbomen die zorgen voor de jongere aanwas.' Goed nieuws voor de levensverwachting van stadsbomen: terwijl single exemplaren vaak maar twintig jaar oud worden, kan dat getal vertienvoudigen als je ze dichter bij elkaar zet.

'Er wordt veel gepraat over het aanplanten van meer bomen in de stad, maar het gekke is dat niemand echt weet hoe je dat het beste kunt doen', zegt Gauthier. Met de beurs van het Stimuleringsfonds lukte het hem zijn afstudeeronderzoek een praktisch vervolg te geven met een pilot op het Slachthuisplein in den Haag. Bewoners hadden een verzoek ingediend bij de gemeente voor meer bomen op het plein, waar ze wel een specialist bij konden gebruiken. 'Die zijn er eigenlijk niet', zegt Gauthier. 'Je hebt landschapsarchitecten en boomverzorgers, maar zij zijn niet gewend om met elkaar te praten.' Hij greep het project aan om al doende zelf die specialist te worden; begin 2021 begon zijn eerste gelaagde stadsbos hier te groeien, met berken en lijsterbessen als pioniers, eiken en esdoorns als hun langzaam groeiende opvolgers en een beschermende, voedende onderlaag van struiken en kruiden.

De geleerde lessen – zoals het belang van die drielaagse aanpak en een methode om de bodem duurzaam te verrijken – houdt hij bij in zijn atlas. Daarin wordt ook de noodzaak van onderzoek naar de 'natuurlijke' omstandigheden benadrukt. 'Die verschillen per locatie. Soms zijn de bodem, de wind en de zon vergelijkbaar met een berglandschap, soms met een canyon, en in het geval van het Slachthuisplein met een duinlandschap. De slagingskans vergroot aanzienlijk als je dan voor vegetatie kiest die het goed doet in de duinen.' De verschillende scenario's worden visueel gemaakt in artistieke collages. Die zouden gemeentes net dat zetje kunnen geven om met Sylva, het dit jaar opgerichte bedrijf van Gauthier, in zee te gaan voor een stad vol groene reuzen.

Tekst: Willemijn de Jonge
JeanPaul Paula

JeanPaul Paula

Over het algemeen bestaat er een vrij strikte scheiding tussen kunst en mode, maar voor JeanPaul Paula is er geen onderscheid tussen de verschillende dingen die hij doet. Of hij nu fotograaf, stylist of artdirector is, het komt allemaal voort uit dezelfde creatieve impuls – die steeds een andere uitingsvorm vindt. Hij is al bijna twee decennia bezig met het ontwikkelen van zijn praktijk, en heeft wereldwijd met de grootste merken en artiesten gewerkt, maar de gelegenheden in Nederland bleven beperkt. 'Ik heb het afgelopen jaar expliciet gekozen om verantwoordelijkheid te nemen voor mijn kunstenaarschap en duurzaamheid centraal te stellen. Onderdeel van dat proces is dat ik meer samenwerk met mijn familie.' Na een drastische en ingrijpende breuk in zijn late tienerjaren – met als reden zijn gay-zijn – is er sinds kort weer contact. De herstelde relatie is een emotioneel en uitgebreid proces van elkaar hernieuwd leren kennen. Onderdeel daarvan is het aangaan van het gesprek over onder meer de cultuur en persoonlijke beweegredenen die tot de breuk en tot de toenadering hebben geleid.

De gesprekken vormen de basis van nieuwe uitingen en staan in relatie tot de context van de ervaringen en problematische omgang met LGBTQIA+-personen in de Curaçaose en bredere Caraïbische gemeenschap. 'Hier worden constant LGBTQIA+-mensen van kleur vermoord door mensen uit de eigen gemeenschap. Velen van hen worden – net als ikzelf – uit huis gezet en hebben geen sociaaleconomisch vangnet.' Het zijn volgens Paula consequenties die voortkomen uit gedrag dat is aangeleerd, doorgegeven en genormaliseerd. 'Ik focus met name op de Caraïbische context, waar de nasleep van kolonialisme, religie en masculiniteit zorgt voor een giftige cocktail aan factoren die voor deze dodelijke uitwassen zorgen.' Paula vraagt zich in die lijn af wat het betekent om van kleur en/of gay te zijn in deze wereld en hoe je hier kunt overleven?

Naast foto's, leidt het huidige onderzoek tot een film waarin het persoonlijke verhaal van Paula en de relatie tot zijn familie aan bod komen. Dit is ingebed in een omgeving die bredere culturele aspecten aanspreekt. Hij wil aandacht genereren voor psychologie en mental health binnen de zwarte gemeenschap. Tegelijk speelt mee dat mensen van kleur binnen de queer-gemeenschap grotendeels onzichtbaar zijn gemaakt, of er is een commercieel belang dat boven de daadwerkelijke langetermijnbijdrage en representatie wordt gesteld die voorbeeldstellend kunnen zijn voor komende generaties. Om die reden wil hij het project zo veel mogelijk zichtbaarheid geven en bij een zo groot mogelijk publiek onder de aandacht brengen.


Tekst: Vincent van Velsen
Johanna Seelemann

Johanna Seelemann

'Disaster studios' klinkt misschien als een ontwerpbureau waarbij je liever uit de buurt blijft. Maar in deze tijden van klimaatverandering, bijbehorende extreme weersomstandigheden en een globale pandemie, moeten we mogelijk juist dichter tegen de ramp aan kruipen en onderzoeken hoe we er het beste mee kunnen omgaan. En dat is precies wat Johanna Seelemann de afgelopen tijd deed samen met de IJslandse risicomanagementexpert Uta Reichardt binnen het project Disaster Studios. Wie denkt dat ontwerpen voor (na) de ramp uitnodigt tot extreme functionaliteit en rationaliteit, heeft het mis. 'Juist ook de esthetiek en het irrationele spelen daarbij een grote rol', zegt Seelemann. 'Rationaliteit biedt bijvoorbeeld geen troost tijdens of na de ramp. En de effectiviteit van infographics – veelvuldig ingezet tijdens de coronacrisis – is deels afhankelijk van hun esthetische kwaliteit.' Het resultaat van Reichardts en Seelemanns interdisciplinaire project is een onlinekompas – draaiend op een eigen server op zonne-energie – plus een publicatie voor wie geïnteresseerd is in de vraag wat kunst en design kunnen betekenen in de context van een crisis.

Seelemann is al langer gefascineerd door aanpassingsvermogen, veerkracht en verandering (van esthetiek). In eerder werk, Terra Incognita, onderzocht ze via industriële klei de rol van irrationaliteit en veranderlijke esthetiek in ons consumptiegedrag. Net als de mode-industrie doet de auto-industrie aan opzettelijke veroudering om consumptie te stimuleren en dat proces krijgt allereerst en steeds weer vorm in klei. 'Het is fascinerend dat een inmiddels hypertechnologisch product, de auto, nog altijd begint als een kleisculptuur!' zegt Seelemann. Terra Incognita resulteerde in een serie stabiele, maar eindeloos aanpasbare objecten uit industriële klei. Doordat hetzelfde materiaal steeds wordt hergebruikt, is het spel met esthetiek opeens verenigbaar met duurzaamheid.

De thema's duurzaamheid en veranderlijkheid wil Seelemann de komende tijd verder uitdiepen binnen het project Perpetual Change (werktitel); een onderzoek naar lokale materiaalstromen en productietechnieken. 'Daarbij wil ik me weer richten op het materiaal als verteller en hopelijk leidt het tot mooie samenwerkingen!'


Tekst: Merel Kamp
Josse Pyl

Josse Pyl

'Hoe we communiceren, afspraken maken, dingen vastleggen en het afwezige aanwezig maken met taal fascineert me', zegt Josse Pyl. Met taal bedoelt Pyl hier de visuele taal, niet per se de gesproken taal. Afhankelijk van je taal-filosofische uitgangspositie, kun je stellen dat taal altijd vertaalt: de relatie tussen taal en werkelijkheid is niet een-op-een. Taal ís niet de werkelijkheid. En ook geen letterlijke kopie daarvan. Maar een kopie is wel weer een vertaling van een stukje werkelijkheid. En het is juist die vertaling, die Pyl zo bezighoudt. Zijn meest recente project behelst dan ook onder meer een vertaling en herinterpretatie van eigen werk. Pyl maakte frottages van details en installatiebeelden van dat werk. 'Bij het maken van een frottage, maak je een soort kopie van een origineel met reliëf, je legt een vel papier over bijvoorbeeld een muntje en gaat daar dan met een krijtje overheen'. Zijn frottages verzamelde Pyl, naast nieuw werk, in een publicatie die in september uitkomt bij Uitgeverij Roma Publications. 'Het is geen catalogus van mijn werk geworden', zegt Pyl, 'maar echt een werk op zich, een object met niets dan beeld. Nog nooit was ik zo lang met één ding bezig.' Altijd al wilde hij een boek maken, omdat dat een uitgelezen medium is voor visuele taal. Maar naast het boek zijn er nu ook videowerken. In de stop-motion video Inner World Outer World zit je als kijker opgesloten in een mond. Je ziet een gebit van de achterzijde waarin langzaam gravures – omgekeerd reliëf – ontstaan: enkele details uit eerder werk en zwierige tekst op kiezen en snijtanden. 'Een woord begint in de maag. Deze ademt het vervolgens door naar de borst en nek, die zijn timbre vormt. Via de stembanden, waar de toonhoogte wordt bepaald, gaat het de mond in, waar de tong en tanden de uiteindelijke structuur meegeven, alvorens het woord de lucht in wordt geduwd', aldus Pyl. Video is een nieuw medium in zijn werk en beschouwt hij als een verrijking van zijn praktijk. 'Dus dat zie ik wel in de toekomst: meer frottages en meer video die zich dan hopelijk weer zullen vertalen naar het volgende.'


Tekst: Merel Kamp
Khalid Amakran

Khalid Amakran

Fotograaf Khalid Amakran doet onderzoek naar de identiteit van Marokkaans-Nederlandse mensen. Hierin staan millennials centraal, maar ook de generaties daaromheen komen aan bod. 'Binnen de Nederlands maatschappij worden mensen met een Marokkaanse achtergrond vaak negatief besproken. De verhalen worden meestal in reactieve context verteld: na een negatief voorval worden we ter verantwoording geroepen en moeten we “ons” ten overstaan van een kijkerspubliek bij wijze van spreken verdedigen aan talkshowtafels. Voor het kleine, genuanceerde en alledaagse verhaal lijkt geen ruimte te zijn.' Deze negatieve positionering en perceptie zijn met name sinds de eeuwwisseling ontstaan: nieuws over de Marokkaanse jeugd en stigmatiserende uitspraken van politici speelden daarin een rol. Amakran wil die beeldvorming in eigen hand nemen en als spoken word artist ook in de taal een ander voorbeeld stellen. 'Ik wil een manier vinden om in te gaan op wat die politisering doet met mensen.'

Na een aantal jaar van werken in opdracht en onder meer een wekelijkse rubriek in NRC Handelsblad, is hij nu op zoek naar meer ruimte voor zijn autonome positie. Voorheen lag zijn focus voornamelijk op de mens en diens omgeving. Nu wil hij deze twee los van elkaar beschouwen om enerzijds in te kunnen gaan op de positie van het individu en tegelijk de invloed van een omgeving aandacht te geven. De leefomgeving en situatie waarin iemand opgroeit, hebben serieuze invloed op de persoonlijke vorming. 'Het gaat om sociologische systemen duiden en ruimte geven aan emotionele beweegredenen.' In dit proces ziet Amakran fotografie niet als doel op zich, maar als middel om de wereld vast te leggen, te analyseren en een verhaal te vertellen. 'Ik ben niet geïnteresseerd in alleen mooie plaatjes. De boodschap die je verkondigt en verhalen die je vertelt, moeten zo effectief mogelijk de wereld in gaan.'

Hij richt zich op drie generaties: allereerst op de ouders die voornamelijk als 'gastarbeiders' naar Nederland kwamen. Voor hen is er weinig ruimte geweest om hun ervaringen publiekelijk te delen. Ook kijkt Amakran naar hun kinderen. Zij werden gedwongen te kiezen tussen hun Marokkaanse en Nederlandse cultuur. Deze valse keuze, waarbij de twee elkaar zogenaamd exclusief uitsluiten, speelt een belangrijke rol in de identiteitsvorming van Marokkaans-Nederlandse millennials. 'Vaak wordt gezegd dat zij niet helemaal vrij kunnen zijn en waar dan ook een deel van zichzelf moeten verschuilen waardoor zij altijd met een geheim rondlopen.' Deze geheime kant wil Amakran belichten. 'Ik wil tonen dat er een gedeelde ervaring is, dat er een groep is met een overeenkomstige beleving die daarom ook legitiem is. Zo laat ik zien dat de derde generatie de toekomst heeft.'


Tekst: Vincent van Velsen
Lesia Topolnyk

Lesia Topolnyk

Lesia Topolnyk is een architect met aandacht voor de bredere betekenis van haar vakgebied. Ze is geïnteresseerd in het potentieel van haar professie binnen onze geconstrueerde werkelijkheid, niet per se in bouwen. 'Het gaat om ideeën die via een onderzoeks- en ontwerpproces vorm krijgen en nieuwe typologieën voortbrengen.' Voor haar is het niet genoeg om de wereld reactief en in lijn met wat er al bestaat vorm te geven: 'Architecten worden weliswaar gezien als de personen die ruimtes ontwerpen, maar we ontwerpen ook relaties.' Met name in deze turbulente politieke tijden is het nodig om te kijken naar de manier waarop de wereld is vormgegeven om te begrijpen in welke context een project plaatsvindt. 'Soms reflecteer ik op de grotere problemen op wereldniveau en andere keren gaat het over de ruimte in het hoofd van een individu.'

Topolnyk heeft zelf een achtergrond in Oekraïne en ging tijdens haar afstuderen van de Academie voor Bouwkunst in op de situatie van de Krim. Ze maakte een voorstel voor een gebouw dat voornamelijk uit wandelgangen bestond. Daar waar overleg en interacties plaatsvinden die uiteindelijk de grootste invloed hebben op de beslissingen die worden gemaakt. Het continu mediëren van de situatie stond daarin centraal. De architectuur symboliseerde en ondersteunde de mentale ruimte van de betrokkenen. In dit eindeloze gangenstelsel, met referentie naar de agora, zouden zij continu in gesprek kunnen blijven, zodat ook het overleg constant kon plaatsvinden: politiek is een gesprek dat gaande moet blijven. Ook in haar eigen visie op architectuur en binnen haar proces van onderzoek en ontwerpen gaat het om gesprek, bijdrages van verschillende posities en het betrekken van uiteenlopende kennis. Daarom werkt ze vaak samen met mensen die vanuit een ander vakgebied opereren. Want 'je kan leren van anderen en ze brengen waardevolle inzichten en posities met zich mee'.

Haar huidige onderzoek gaat in op de verschillende crises waar we ons als mensheid in bevinden, waarbij haar interesse met name uitgaat naar politieke systemen en de betekenis van democratie – en de Griekse beginselen. Ze gaat daarin terug op de manier waarop deze bestuursvorm historisch werd vormgegeven en hoe architectuur dat ondersteunde en uitbeeldde. 'Het gaat over hoe we verandering kunnen vormgeven en de manier waarop we de wereld gezamenlijk beter kunnen besturen.' Daarin kan architectuur een rol spelen middels ontwerpoplossingen die het besluitvormingsproces ondersteunen.


Tekst: Vincent van Velsen
Louis Braddock Clarke

Louis Braddock Clarke

Het werk van ontwerper/onderzoeker Louis Braddock Clarke is gebaseerd op luisteren: luisteren naar anderen en naar het landschap. Hij bouwt instrumenten voor landschapsonderzoek, voor manieren om het landschap te lezen, te indexeren en te voelen. Veranderingen in het landschap, zoals verschuivende magnetische waarden, worden omgezet in geluid, waardoor deze processen voor mensen waarneembaar worden. 'Veel van mijn werk is gericht op narratieven die tussen kunst en wetenschap in liggen en die normaal gesproken vrij complex en onzichtbaar zijn. Ik probeer creatieve manieren te vinden om ze bloot te leggen, met behulp van nieuwe technologieën.'

Altijd komt hij weer terug bij hetzelfde materiaal: ijzererts, het metaal dat magnetische veranderingen in de ruimte om ons heen creëert. Voor zijn nieuwste project onderzoekt hij een plek in Groenland waar tienduizend jaar geleden een meteoriet is geland. Een gebeurtenis die naast een grote magnetische verandering ook een hoop verhalen in gang heeft gezet voor de lokale bevolking en de latere koloniale overheersers (Groenland heeft pas sinds 2008 weer zelfbestuur). Door het smelten van het ijs en de rijkdom van de grond spelen er ook nu enorme geopolitieke belangen rondom deze coördinaten die weer voor nieuwe narratieven zorgen.

Via internetveilingen heeft Braddock Clarke kleine stukken van de meteoriet, die over de hele wereld verkocht en verspreid zijn, bij elkaar gezocht. Het idee is deze brokjes terug te brengen naar de exacte plek van landing. Door ter plekke de stukken tot hoge temperatuur te verhitten worden de magnetische waarden, gestold op het moment dat de meteoor insloeg, gereset en nemen ze de nieuwe verhoudingen aan van dat moment en die plek. Alle geschiedenis in de steen, in het bijzonder de koloniale, wordt als het ware gewist. Het materiaal krijgt een nieuwe start op de plaats waar het 'aards' thuishoort (hoewel het natuurlijk oorspronkelijk uit de ruimte komt) en blijft daar ook.

Het terugbrengen van de meteoriet staat in schril contrast met alles wat aan deze plek is onttrokken. Dit resoneert bij de lokale bevolking waar Braddock Clarke mee samenwerkt, naast onder andere wetenschappers, technici en natuurhistorische musea. Eigenlijk voelt het ongemakkelijk dat alleen zijn naam aan deze talentontwikkelingsbeurs is verbonden, want zijn praktijk is gericht op samenwerking. 'Ik ben geobsedeerd door samenwerking', zoals hijzelf zegt. 'Voor mij is het de toekomst om binnen deze intensief samenwerkende dialoogruimtes te opereren.'


Tekst: Victoria Anastasyadis
Luuc Sonke

Luuc Sonke

'Ik zoek naar een antwoord op wat ik beschouw als het ruimtelijke vraagstuk van de eenentwintigste eeuw,' zegt architect Luuc Sonke. En dat is: hoe kunnen we ruimtes ontwerpen die gebruikers uitdagen tot flexibel gebruik, in aansluiting op het hedendaagse leven? Dat leven is door de voortschrijdende digitalisering steeds 'vloeibaarder' geworden. Grenzen tussen publiek en privé, werk en vrije tijd vervagen. Zoom haalt de buitenwereld in huis, de keukentafel wordt een bureau. En tegelijkertijd zitten mensen met laptops in het café waar ze vroeger kwamen om hun vrienden te ontmoeten en worden intieme gesprekken zonder gêne gevoerd in de bus of trein.

Terwijl de wereld zich steeds meer ontworstelt aan de vaste structuren van werk, kerk en relaties, blijft de gebouwde omgeving daarbij achter. De maatschappij is veel veranderlijker dan de architectuur waarmee we ons omgeven. Sonke onderzoekt die discrepantie en wil de kloof graag dichten. 'Gebouwen worden nog steeds ontworpen met vooraf bepaalde functies. Oké, we hebben tegenwoordig open keukens, maar architecten tekenen nog steeds slaapkamers en een woonkamer in een plattegrond. Hebben we die definities nog wel nodig?'

Zijn onderzoek ligt in het verlengde van zijn afstudeerproject aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam. Het heet Liquid Life, naar een boek van socioloog Zygmunt Baumann over het constant veranderende leven. Sonke ging bij vijftien huishoudens op bezoek om in kaart te brengen hoe gebruikers met hun privéruimte omgaan. Hij interviewde bewoners, tekende plattegronden, noteerde zijn observaties en begon op basis daarvan nieuwe modellen te maken. Maquettes die spelen met een 'vrije indeling'; je weet niet goed waar de ene ruimte eindigt en de andere begint en ook de functie is nog niet bepaald. In plaats van wanden met deuren dagen halve wandjes en hoogteverschillen in plafond en vloer de gebruikers uit tot een flexibel gebruik.

Het afgelopen jaar heeft Sonke steeds meer lagen aan zijn onderzoek toegevoegd. Hij maakt nu bijvoorbeeld ook 3D-scans van binnen- en buitenlocaties om mee te experimenteren. Stukjes van onze leefruimte die hij losweekt van de context door er stukken vanaf te halen in de virtuele wereld. Een soort open kijkdozen die hij intuïtief maakt, en die gaandeweg een plek in het onderzoek krijgen. 'Ik gebruik zo'n 3D-scan nu voor het ontwerp van een tapijt met de texturen en kleuren van een publieke plek; dat is weer een andere manier om het publieke domein in de privésfeer te brengen.' Interessante vondsten gedurende het traject worden gedocumenteerd op Sonkes website. Hier vind je geen portfolio zoals je op een architectensite zou verwachten, maar een verslag van een ontdekkingsreis door de vloeibare ruimte.


Tekst: Willemijn de Jonge
Marlou Breuls

Marlou Breuls

Objectification of the body, het meest recente werk van Marlou Breuls, is een voortgaand onderzoek naar de grenzen en mogelijkheden van de mode en Breuls' eigen positionering op de as mode-ontwerper/autonoom kunstenaar. 'Ik voel niet de noodzaak om kleding te maken', zegt Breuls. 'Ik wil dingen oprekken, grenzen opzoeken. In de mode zoals die er nu uitziet, is iedere vorm van verwondering verdwenen. Die wil ik met mijn werk terugbrengen.'

Breuls zou mode liever benaderen als 'een cultuur van stof' dan als (het maken van) iets draagbaars en kwam zo uit bij experimenten met uit uiteenlopende materialen vervaardigde verlengstukken van het menselijk lichaam. Ook zijn er in porselein gedipte kledingstukken, een aaibare stoel uit harige siliconen en een getuft tapijt met daarin versmolten het 3D-silhouet van een vrouw. De werken kunnen gelezen worden als gedachte-experimenten: Tot waar is iets nog draagbaar? Wanneer is iets nog mode? Wat ís eigenlijk mode? Maar ook: Wat ben ik, modeontwerper of autonoom kunstenaar?

Om deze vragen te beantwoorden en zich te bekwamen in het werken met verschillende materialen en technieken beoogde Breuls een aantal samenwerkingen. Bijvoorbeeld met: David Altmeyd, Katie Stout en Branko Popovic & Ronald Schinkelshoek. Een aantal daarvan kon wegens covid-19 (nog) niet (fysiek) plaatsvinden. Het project liep daardoor enige vertraging op. 'Ik had verder willen zijn met het formuleren van een antwoord.' Tegelijkertijd geeft Breuls toe dat de vragen die ze met haar werk stelt misschien wel nooit sluitend kunnen worden beantwoord. 'Het is voor mij belangrijk om mijzelf te blijven herontdekken. Daarom ga ik ook graag ongewone samenwerkingen aan, zowel met theaters als grote bedrijven.' Jezelf steeds opnieuw uitvinden is niet altijd even gemakkelijk: 'Zodra ik me buiten de mode begeef, wordt het spannend. Wat ben ik aan het doen? Waarom blijf ik niet bij wat ik kan? Maar ik weet ook: Deze spanning heb ik nodig om de volgende stap te kunnen zetten. Ik wil niet op de automatische piloot.'


Tekst: Merel Kamp
Mirjam Debets

Mirjam Debets

Als animator, VJ en illustrator begeeft Mirjam Debets zich op het snijvlak van bewegend beeld, 2D en live performance. Ze studeerde animatie aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht en rondde deze studie in 2017 als enige uit haar jaar af met live visuals tijdens een concert in Tivoli de Helling in Utrecht. 'Sindsdien ben ik op zoek naar nieuwe, multidisciplinaire manieren om illustraties en animaties te vertalen naar een fysieke ervaring voor publiek. De concepten hiervoor ontstaan vanuit muziek of samenwerkingen met onder meer muzikanten, ontwerpers en verschillende opdrachtgevers en resulteren in visuals die veel abstracter en vrijer zijn dan je met bijvoorbeeld het narratief van een animatiefilm kunt bereiken.'

'De inspiratie voor mijn werk haal ik uit de samenkomst van en de relatie tussen mens en natuur.' Vanuit mythologische legendes, filosofische verhalen en biologische verschijningen komen fantasiefiguren en organische vormen in eclectische patronen tot leven. In haar getekende wereld krioelt het van de bijzondere wezens en kronkelende planten in felle kleuren. Met een speelse blik schijnt Debets een poëtisch licht op de geschiedenis van de wereld en de manier waarop de mens al eeuwenlang in verbinding staat met zijn natuurlijke omgeving. 'De projecten die ik sinds mijn afstuderen heb gerealiseerd, zijn zeer uiteenlopend; van videoclips tot textiel design en van korte animatiefilms en gifjes tot een monumentale video-installatie op locatie.' In opdracht maakte ze onder meer een geanimeerde boektrailer voor het boek van de maand voor televisieprogramma De Wereld Draait Door, animaties voor een VPRO-documentaire over de aarde, een openingsfilm voor Klik Amsterdam Animation Festival en de introductiefilm en educatiemateriaal voor de tentoonstelling Bes, Small god in ancient Egypt in het Allard Pierson Museum in Amsterdam.

'In de toekomst wil ik nieuwe wegen verkennen binnen mijn praktijk door onderzoek te doen naar verschillende presentatievormen en het effect hiervan op het publiek. Immersieve ervaring en interactie met de toeschouwer ga ik daarin centraal stellen.' Komende projecten zullen om die reden volledig worden geproduceerd door Debets in samenwerking met professionals uit andere disciplines, van concept tot eindproduct.


Tekst: Manique Hendricks
Moriz Oberberger

Moriz Oberberger

Het afgelopen jaar noemt grafisch ontwerper en illustrator Moriz Oberberger 'een goed broedjaar'. Tijd om te focussen, tijd om een nieuw werkritme te ontdekken en een nieuwe uitdaging aan te gaan. Want dat is hoe hij graag werkt, door zichzelf 'poëtische uitdagingen' op te leggen. 'Ik probeer altijd kleine, absurde systemen voor mijn werkwijze te bedenken, die intensief zijn qua werk, maar tegelijkertijd een heel humoristische en speelse benadering hebben.'

Zijn nieuwste project zit tussen een meditatief dagboek en een lang animatieproces in. Elke dag werkt hij aan een animatie, frame voor frame, minstens vijftig tekeningen per dag. De volgende dag gaat hij verder waar hij is gebleven. Er is geen storyboard; het verhaal ontwikkelt zich spontaan en intuïtief, alsof je gaat wandelen zonder bestemming of doel. Zoals de twintigste-eeuwse schilder Paul Klee het beschreef: 'tekenen is een lijn meenemen voor een wandeling'. Dit werkproces neemt het tekenen zelf als uitgangspunt. De ene keer volgt Oberberger een lijn waarin hij is geïnteresseerd, maar er zijn ook concrete figuren waaromheen zich kleine scènes uitspinnen. Het ene vloeit over in het andere, potentieel oneindig.

De tekeningen die samen de animaties vormen (de frames) bundelt hij in werkboeken, die elk het werk van twee maanden beslaan, met de datum en het tijdstip waarop hij begon met tekenen. Ook worden de frames doorgenummerd: het zijn er nu al duizenden. De bundels maken het mogelijk de tekeningreeksen in verschillende ritmes te volgen. De lezer bepaalt zelf het tempo en de verbindingen tussen de beelden. Op de blanco omslagen van de werkboeken, die Oberberger in kleine oplages maakt, tekent hij ook nog eens, waarmee hij het idee van een afgerond boek bevraagt en uitdaagt. Ook is hij op basis van de figuren en lijnen die zich in de animaties ontwikkelen verhalen gaan schrijven en op zichzelf staande tekeningen in kleurpotlood gaan maken. In een tentoonstelling zal hij verschillende onderdelen van het project vertalen in een multimediale installatie, met naast de tekeningen en animaties onder andere ook geluid.

Het jaar Talentontwikkeling gaf eveneens ruimte om na te denken over hoe zijn praktijk breder te ontwikkelen, te communiceren en distribueren. Zo werkt hij aan een nieuwe website en een publicatieplatform. Alleen al het meer naar buiten treden op sociale media levert nieuwe contacten en opdrachten op. 'Dankzij deze financiering kan ik overtuigender zijn over de dingen die ik doe en vloeiendere overgangen creëren tussen zelfgeïnitieerde projecten en opdrachten.'


Tekst: Victoria Anastasyadis
Philipp Kolmann

Philipp Kolmann

Philipp Kolmann is ontwerper, chef en boer met een fascinatie voor fermentatie. Hij beschrijft bacteriën en schimmels als een onzichtbare link tussen de mens, andere soorten en het land dat we bewonen. En hij ziet kansen door micro-organismen via voedsel in te zetten voor een gezondere balans op aarde. Momenteel is Kolmann bezig met het vinden van plantaardige varianten voor dierlijke producten; plantaardige kaas bijvoorbeeld. Daar is meer voor nodig dan het vinden van de juiste combinatie van bacteriën in een lab, vertelt hij: 'Dat heeft alles te maken met de connectie tussen product, mens en land.' Zijn onderzoek naar de manier waarop de zuivelindustrie tot in de haarvaten van onze cultuur zit verweven, is een eerste stap naar een milieuvriendelijk alternatief.

Hoewel onze huidige kaas een ambachtelijk, eerlijk imago heeft, is de meeste kaas die we consumeren allang losgezongen van de natuurlijke relatie tussen mens en land, vertelt Kolmann. Hij wil dan ook ver wegblijven van industrieel geproduceerde kaas en verdiepte zich de afgelopen tijd in de traditionele handmatige productie van rauwmelkse kazen. Hij vertrok naar Zwitserland, om ter plekke kaas te maken, zich te bekwamen in het proces van fermentatie en de microben te bestuderen die daarvoor verantwoordelijk zijn. Hij keek overigens niet alleen naar de microben in kaas, maar onderzocht allerlei fermentatietechnieken die wereldwijd worden gebruikt voor bijvoorbeeld yoghurt, kefir, miso, soja en boter. Hij onderzocht hoe smaak en geur ontstaan, hoe die worden bepaald door de lokale omstandigheden en daarmee de identiteit van een plek kunnen uitdragen. Kolmann: 'Ik wil met dit project de symbiotische relatie tussen de mens en zijn directe leefomgeving herstellen.'

De volgende stap is om de dierlijke zuivel ertussenuit te strepen. Er wordt al veganistische kaas gemaakt, maar daarvoor worden vaak ingrediënten uit Azië gebruikt, zoals kokosmelk en cashewnoten uit Indonesië. Kolmann wil weten wat lokale plantaardige ingrediënten kunnen doen voor kaas waar geen koemelk aan te pas komt. In september start hij in het microbiologische lab van de Vrije Universiteit in Amsterdam met de analyse van lokale microbiomen, om daar een startercultuur van te kunnen maken. Hij gaat aan de slag met verschillende soorten gras, bonen en linzen, zaden en noten. 'Ik probeer honderden jaren van zuivelcultuur om te zetten in iets anders, waar dezelfde waarde aan kan worden gehecht. De uitdaging is een plantaardig substituut te maken dat net zo sterk verankerd raakt in onze cultuur.'


Tekst: Willemijn de Jonge
Renee Mes

Renee Mes

Renee Mes is een multidisciplinair ontwerper. Ze studeerde aan de Design Academy Eindhoven, waar ze zich richtte op het kritisch bevragen van de manier waarop onze leefomgeving is vormgegeven. 'Onze ontworpen leefomgeving stelt voorwaarden, stuurt beweging en geeft mogelijkheden tot gebruik die zijn vastgelegd in de manier waarop een voorwerp zich presenteert. Aan de overwegingen die uiteindelijk het potentieel van een object bepalen en wat deze voorwerpen voorstellen qua gebruik, liggen ontwerpvragen ten grondslag. Die verhouden zich tot de maatschappij en wat deze vraagt, maar ook wat deze afwijst.'

Mes stelt vast dat de meeste vormgeving is gericht op able-bodied heteronormativiteit. Hierdoor wordt een deel van de bevolking, hun manier van zijn, bewegen en leven, niet ondersteund. Mes maakt ons met haar ontwerpen enerzijds bewust van deze heersende status quo en gaat anderzijds in tegen de norm en normalisering van deze inrichting. Dit doet ze op een speelse manier, ondersteund door een veelal kleurrijke vormgeving. De aantrekkingskracht hiervan werkt uitnodigend, zodat mensen kennis kunnen maken met de vraag die ze opwerpt.

'Door met herkenbare beeldtaal te spelen en deze opnieuw in te zetten, ontstaan er nieuwe verhalen en mogelijkheden.' Het bevragen van de betekenis van objecten is ook iets wat Mes doorvoert in haar project A Queer Anthology – visual stories from a chosen family, waarin het niet draait om het kerngezin van een vader, moeder, een zoon en een dochter, maar om families die zijn samengesteld uit mensen die geen bloedrelatie met elkaar hebben. 'Zij kiezen ervoor om samen te leven, hebben mogelijk andersoortige relaties en verhoudingen en leven logischerwijs samen op een manier die afwijkt van het heteronormatieve.' In het project werkt Mes samen met Queer People of Colour (QPOC) en mensen met een biculturele achtergrond. In vijf films worden de geportretteerden aan de hand van een voor hen representatief voorwerp gevraagd hoe hun omgeving eruit zou kunnen zien en uitgenodigd om deze daadwerkelijk te ontwerpen als ruimte waarin zij hun eigen verhaal, op eigen voorwaarde aan het publiek kunnen presenteren. Door stereotypering te doorbreken en zich te richten op zichtbaarheid en sociale acceptatie, zet Mes zich in voor het meer toegankelijk maken van onze leefomgeving, met name voor geracialiseerde en queer lichamen, los van heteronormatieve verwachtingspatronen.


Tekst: Vincent van Velsen
Seok-hyeon Yoon

Seok-hyeon Yoon

Duurzaamheid staat voorop in het werk van Seok-hyeon Yoon. De mens moet zorg dragen voor zijn omgeving. Helaas stroken veel industriële productieprocessen en producten niet met deze plicht. Zelfs als een product een natuurlijke oorsprong heeft, is het vaak niet circulair, door een bewerking later in het productieproces. Keramiek wordt vervaardigd uit een natuurlijk materiaal (klei) en is dus in principe herbruikbaar – gebakken klei kan als chamotte in nieuwe klei worden verwerkt. Maar keramiek wordt geglazuurd: 'Omdat de twee componenten, glazuur en klei, in de oven samensmelten, is het onmogelijk om ze nog te scheiden en de materialen te hergebruiken', zegt Yoon. Hij ging op zoek naar een alternatief voor glazuur en vond dit in zijn eigen cultureel erfgoed. Traditioneel gebruikt men, in onder andere Korea, Japan en China, een hars van de lakboom om materialen variërend van hout en metaal tot zelfs papier af te werken. Deze harslak hoeft niet op een hoge temperatuur te worden gebakken, hecht zich bijzonder goed aan uiteenlopende oppervlakken en is hitte- en watervast. In zijn materiaalonderzoek kwam Yoon erachter dat de lak bij zeer hoge temperaturen vervliegt. Alleen de aardewerken ondergrond blijft dan nog over en is dus recyclebaar. Een echt alternatief voor glazuur is het nog niet. Vanwege de arbeidsintensiviteit van het oogsten en verwerken van de hars, is deze afwerkingstechniek enorm duur. 'Dat vind ik soms wel frustrerend', zegt Yoon. 'Ik probeer als ontwerper mogelijkheden te laten zien, maar meer dan eens loopt het dan stuk op een businessmodel.' Tegelijkertijd weet Yoon ook dat het misschien wel vooral waardevol is dat hij laat zien dat je ook op een andere, minder conventionele manier over materialen en hun gebruik kunt nadenken.

'Het potentieel van materialen onderzoeken', zegt Yoon 'daar gaat het mij om.' Inmiddels is hij ook bezig met andere alternatieven voor glazuur – op basis van voedselafval bijvoorbeeld. Door zich intensief in keramiekproductie te hebben verdiept, weet Yoon nu bovendien dat porselein eigenlijk helemaal geen glazuur nodig heeft. 'Het is van zichzelf waterdicht.' Zo'n inzicht ontsluit weer nieuwe denkrichtingen. Yoons uitgebreide onderzoek naar keramiek en alternatieve afwerkingstechnieken zal uiteindelijk worden gepresenteerd in een solotentoonstelling in Keramiekmuseum Prinsessenhof.


Tekst: Merel Kamp
Sherida Kuffour

Sherida Kuffour

'(…) Indians and half-breeds. Absolute savages (…) no communication whatever with the civilized world. Still preserve their repulsive habits and customs.' Zo worden de 'Savages', de Wilden, gekenschetst in de dystopische klassieker Brave New World (1932) van de Britse auteur Aldous Huxley. Voor Sherida Kuffour vormde dit werk de inspiratie voor haar project Brave New Lit.

Kuffour verhuisde op jonge leeftijd van Nederland naar het Verenigd Koninkrijk en leerde Engels door het lezen van Britse literatuur. In haar huidige praktijk als grafisch ontwerper en schrijver houdt ze zich bezig met de vraag hoe we het best met literatuur kunnen omgaan. Kuffour benadert deze vraag dus niet alleen als lezer maar ook als vormgever en schrijver van tekst. 'De eerste keer dat ik Huxley las, vond ik het maar niks. Ik was geraakt door de stereotype en koloniale beschrijving van de 'Savages' en had bovendien moeite met zijn literaire stijl.' Bij een recente herlezing van Brave New World en het begeleidende voorwoord van de Canadese auteur Margaret Atwood (bij de meesten bekend als de auteur van de dystopie The Handmaid's Tale), bemerkte Kuffour wat de invloed van de paratext – de context van een tekst in de breedste zin des woords – is op de ontvangst van een tekst. 'Toen ik meer wist over de tijd waarin het werk is geschreven en de gebeurtenissen in het persoonlijk leven van de auteur veranderde mijn beleving van de tekst', zegt Kuffour. Dit inspireerde tot het ontwerpen van een literary playground. Deze onlineomgeving moet een zo compleet mogelijke lezing van een tekst mogelijk maken. Tekst en paratext zijn er gelijktijdig aanwezig en worden verrijkt met beeld en audio, wat resulteert in een multisensorische leeservaring. De lezer wordt permanent uitgenodigd tot interactie met de tekst, die zo niet langer een statisch gegeven is waar je je individueel toe verhoudt, maar een organische ontmoetingsplek. Met haar werk werpt Kuffour cruciale vragen op als: Wat is lezen? Voor wie is lezen toegankelijk? Hoe kan lezen van een individuele en elitaire bezigheid – boeken zijn duur! – tot een inclusieve, gemeenschappelijke en multi-sensorische ervaring worden gemaakt?


Tekst: Merel Kamp
Sophia Bulgakova

Sophia Bulgakova

Sophia Bulgakova studeerde beeldhouwkunst in Kiev, Oekraïne voordat ze aan de University of Arts in Londen een opleiding fotografie en time based media deed, gevolgd door een bachelor ArtScience aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. In 2019 studeerde ze af met de participatieve performance Inevitably Blue. Het publiek kon zich gemaskerd op een schommel in het midden van ruimte door een performer heen en weer laten duwen. Door de zintuigen van perceptie en waarneming op deze manier uit te dagen ervaren de deelnemers de ruimte alleen op basis van kleur en eigen gedachten en kunnen ze voor een kort moment voelen hoe het is om te zweven door een omgeving die enkel bestaat uit kleur en ruimte.

'Gepersonaliseerde perceptie en de manier waarop bepaalde herinneringen individuen definiëren zijn belangrijk in mijn werk.' In haar immersieve werken komen sensorische deprivatie en de prikkels van zintuiglijke ervaring samen. Hierbij onderzoekt ze telkens hoe je jezelf kunt begrijpen door je te verhouden tot een bepaalde omgeving, en wat voor effect kleur hierop heeft. Vorige zomer ontwikkelde Bulgakova tijdens een residentie MINDSCAPES, een augmentedrealityfilter voor Instagram die herinneringen verbeeldt van plekken die niet meer toegankelijk zijn, zoals in de bezettingszone in Kiev. 'Hiervoor organiseerde ik workshops met mensen uit deze omgeving die hun herinneringen aan verschillende plekken deelden.'

Momenteel houdt Bulgakova zich voornamelijk bezig met onderzoek naar paganisme en magische eeuwenoude tradities en rituelen uit verschillende culturen, en hun relatie met hedendaagse technologie. 'Bewustwording van het klimaat en de natuur staat hierin centraal. Hoe kun je verbinding maken met de natuurlijke wereld om je heen door middel van technologie?' Met een combinatie van Virtual Reality, gesproken verhalen en performance gaat Bulgakova een interactieve ervaring creëren die ingaat op de lokale tradities en rituelen van de plek waar ze het werk tentoonstelt. Daarnaast zal ze gaan werken aan de Duitse kustlijn in samenwerking met scholen en wetenschappers, om door middel van een kunstproject aandacht te genereren voor klimaatbehoud, vogeltrek en het zeeleven in dit gebied. 'Ik heb de ambitie om grootschalige projecten en producties met hybride media voort te zetten waarbij samenwerking centraal staat. Daarbij zal ik mij focussen op zowel antropologisch onderzoek als perceptiepsychologie. Vanuit mijn afkomst en persoonlijke motivatie zal ik blijven proberen bruggen te slaan tussen Oost-Europa en Nederland.'


Tekst: Manique Hendricks
Stefano Murgia

Stefano Murgia

Geluidskunstenaar Stefano Murgia bezoekt vanaf jongs af aan graag concerten, maar ziet vanwege zijn lengte vaak enkel de ruggen van andere bezoekers. 'Om onder andere deze reden ben ik gaan nadenken over de manier waarop muziek wordt gepresenteerd en waargenomen.' Na een studie geluidstechniek volgde Murgia een bachelor ArtScience aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. In 2017 studeerde hij af met het experimentele onderzoeksproject Acoustics Based on Volume: Aluminium, een geluidsinstallatie bestaande uit een kubus, een bol en een viervlak van aluminium. Als geheel vormen de objecten een nieuw soort instrument met elk een eigen geluid. Door middel van elektronica kunnen de drie vormen worden geactiveerd als akoestische klankkamers. De performatieve installatie werd na zijn afstuderen op verschillende plekken in Europa getoond in tentoonstellingen en op festivals zoals het Amsterdam Dance Event, Prototyp festival in Brno en Spektrum in Berlijn.

De afgelopen periode heeft Murgia gereflecteerd op zijn werkwijze en geïnspireerd op akoestiek (de wetenschap van geluid), een methode bedacht om toekomstige projecten te starten. 'Ik neem daarbij de volgorde waarin geluid ontstaat van de geluidsbron via het medium/de route naar de ontvanger als uitgangspunt en stel mezelf constant de vragen: Waar en in wat voor ruimte staat het geluidskunstwerk? En hoe neemt het publiek het geluid waar?' Na zijn afstuderen ging Murgia verder met zijn onderzoek naar akoestiek, en ruimtelijke composities waarbij hij onder meer gebruikmaakt van zelfgemaakte instrumenten en synthesizers.

Momenteel werkt Murgia aan een onderzoek naar 'street canyons' en sonische architectuur en de functie die geluid hierin kan hebben. Street canyons, ook wel urban canyons genoemd, zijn plekken in de stad waar de wind wordt versterkt door de hoge gebouwen in de omgeving. Zo ontwikkelt hij samen met twee wetenschappers van de TU Delft gespecialiseerd in architectuur en aerodynamica een nieuw sculpturaal werk voor in de publieke ruimte waarbij het verschil tussen wind en geluid centraal staat. 'Het doel van dit project is door geluidssculpturen te plaatsen een onaangename plek met sterke wind aangenamer te maken. Geluid en wind zijn beide een beweging van lucht waarbij geluid lucht vibreert en wind lucht verplaatst.' Vanuit dit idee vraagt Murgia zich af: Hoe kan ik geluid en wind naar elkaar transformeren zonder energie te verliezen? 'Ik droom ervan om in de toekomst een muzieklabel voor geluidskunst op te richten en om daarnaast een fysieke plek te creëren waarin mensen met een interesse in geluid kunnen samenkomen en experimenteren, van kunstenaars tot filosofen en wetenschappers.'


Tekst: Manique Hendricks
Sydney Rahimtoola

Sydney Rahimtoola

Sydney Rahimtoola is geïnteresseerd in manieren waarop we kunnen werken aan (meer) maatschappelijke gelijkheid en een volwaardige, bestendigde visuele representatie van gemarginaliseerde groepen. Ze doet dit vanuit een achtergrond in fotografie en gebruikt het medium met het bewustzijn dat het zich door de geschiedenis heen op een problematische manier heeft verhouden tot de politiek van representatie. 'Fotografie is als medium medeplichtig geweest aan het construeren van het beeld van “de ander”. Er is nauwelijks ruimte voor de persoonlijke geschiedenis van gemeenschappen van kleur. Maar juist die persoonlijke geschiedenis, folklore en persoonlijke mythologieën informeren en zorgen voor een representatie waartoe mensen van kleur zich kunnen verhouden, die hen een gevoel van geschiedenis geven waarin zij hun plaats kunnen bepalen.'

Vanuit een persoonlijke achtergrond onderzoekt ze hoe structuren binnen de maatschappij invloed hebben op haar (leef)omgeving en directe naasten. Haar onderzoek baseert ze grotendeels op informele en officieuze kennis die niet voor eenieder toegankelijk is. Een situatie die herkenbaar is voor gemeenschappen van kleur. Je moet mensen kennen om toegang te hebben tot deze informatie. 'Dat is ook een belangrijke reden dat in mijn werk vooral vrienden en familie een voorname rol spelen. Ik maak werk met en over hen. Ook dit keer is het beginpunt een persoonlijke narratief: de mentale worsteling van mijn oom.'

Momenteel kijkt ze specifiek naar de psychedelic renaissance, zijnde het inzetten van psychadelica voor het eigen welzijn – waaronder microdosing of cleansing rituals. 'De kennis over het gebruik van psychadelica komt veelal van inheemse en andere gemeenschappen van kleur en wordt voornamelijk ingezet voor het welzijn van de witte medemens en het verrijken van de westerse wereld – de koloniale dan wel imperialistische of kapitalistische structuren. Het gaat daarbij onder meer over zelfverbetering (self improvement) en zelfzorg (self care) om het leven aangenamer te maken; maar de gemeenschappen bij wie de kennis vandaan komt, hebben zelf niet de mogelijkheid om ervan te profiteren. Zij hebben zelfs nauwelijks toegang tot basale zorg of andere voorzieningen die voor velen vanzelfsprekend zijn.' Momenteel werkt Rahimtoola aan een passende manier om de betekenis en verreikende implicaties die de psychadelic renaissance kan hebben op de maatschappij, diens structuren en haar eigen familie in beeld te brengen. Dat doet ze onder meer in de vorm van een film die losjes is geïnspireerd op het verhaal van haar oom.


Tekst: Vincent van Velsen
Thom Bindels

Thom Bindels

Met een been op de baggerboot en het andere in de ontwerpwereld, zo omschrijft onderzoekend ontwerper Thom Bindels zijn praktijk. Na zijn afstuderen heeft hij zijn energie gestoken in een stichting die lokaal geproduceerde anti-erosiestructuren van karton voor ontwikkelingslanden wil faciliteren. Een leuk, maar ook rationeel en praktisch proces. Nu is het tijd voor wat nieuws naast dat doorlopende project. 'Ik wil eindelijk weer gaan spelen zoals ik dat op de academie deed. Kan dat? Kan ik zo mijn geld verdienen? Kan ik zo een project doen dat voor mezelf ook meerwaarde heeft?'

Zijn interesse ligt nog steeds bij hetzelfde onderwerp: onderzoek doen naar de menselijke relatie met zijn omgeving. 'Waar ik achter ben gekomen: mijn werkveld heeft eigenlijk altijd met het boerenleven te maken, met de agrarische sector, natuur- of gebiedsbeheer. Wat is dat? Misschien een soort van rentmeesterschap? Het is een soort van verantwoordelijkheidsgevoel voor je omgeving en je plek daarin.'

Concreet hebben zijn interesses dit jaar tot de ontwikkeling van een locatiegebonden podcast geleid. Hij verzamelt verhalen van mensen die binding hebben met een bepaald landschap: omdat er in de toekomst iets te gebeuren staat wat zij fantastisch vinden, of juist vanwege de geschiedenis van een plek of de ecologische uniekheid. Door ter plekke anderen naar hun verhalen te laten luisteren, wil Bindels meer mensen zich onderdeel van die locatie laten voelen, want daar zit volgens hem een oplossing in.

Aanvullend op de verhalen gaat Bindels het startpunt van de geluidswandelingen markeren met een landschapsinterventie; een ingreep die hijzelf in het landschap doet met ingrediënten die ter plekke aanwezig zijn. Denk bijvoorbeeld aan een manshoge bijenkorfvorm, gemaakt van riet, die als opslag kan dienen voor opgebaggerd slib. Deze verhoging in het landschap is voor Bindels ook een welkome poëtische onderbreking, een druppeltje variatie in de monocultuur van de platte polder. Tegelijkertijd is het een spel met de typisch Nederlandse maakbaarheidsmentaliteit: alles om ons heen is immers vormgegeven in Nederland, ook de natuur.

Die maakbaarheid is de kern van het onderzoek. Op wat voor manier kan maakbaarheid goed zijn? Wat voor impact kun je maken en hoe leren we dat in symbiose te doen? Het zijn grote vragen die hij zichzelf stelt, maar daar houdt Bindels juist van. Als hij van tevoren het antwoord al zou weten, hoeft hij er niet aan te beginnen.


Tekst: Victoria Anastasyadis
Vera van de Seyp

Vera van de Seyp

Als creative coder en grafisch ontwerper beweegt Vera van de Seyp zich tussen het digitale domein en toegepaste vormen. Van gehackte breimachines tot generatieve kunstwerken, modulaire lettertypes, eigen gebouwde computers en speelse websites. Daarbij zijn openheid, toegankelijkheid en kennisdeling belangrijke waarden binnen haar praktijk. In 2016 studeerde Van de Seyp af aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag in de richting grafisch ontwerp. Vanwege haar fascinatie voor computer science en kunstmatige intelligentie vervolgde Van de Seyp haar opleiding aan de Universiteit Leiden, waar ze in 2020 een master Media Technology afrondde.

'Voor mijn afstudeerproject onderzocht ik de manier waarop een generatief antagonistennetwerk, een model waarbij twee neurale netwerken tegen elkaar concurreren waardoor nieuwe output tot stand komt, kan worden ingezet om albumhoezen te ontwerpen. Ik gebruikte een trainingdataset gebaseerd op 150.000 bestaande albumcovers afkomstig van de opensourcegemeenschap van muziekwebsite Discogs. De uitkomst was een enorme reeks van gegenereerde hypnotiserende ontwerpen voor niet bestaande muziekalbums.'

Vanuit haar eigen ervaring met opensourceplatforms en codes, waarbij ontwerpers voortbouwen op het werk van anderen dankzij kennisdeling, wil Van de Seyp verandering teweegbrengen in het veld waarin ze opereert. Zo maakt ze onder meer deel uit van het netwerk Freelance Female Developers en was ze onlangs co-organisator van een hackathon in samenwerking met Creative Coding Utrecht. 'De creatieve sector is in mijn ogen nog altijd een door mannen gedomineerde wereld, zeker op het gebied van creative coding. Door online gratis workshops te organiseren voor zich als vrouw identificerende personen en gender nonconforming kunstenaars, ontwerpers en geïnteresseerden verlaag ik hopelijk de drempel die zij ervaren en kan ik hen een opstapje bieden in de sector.'

Geheel in de ideologie van opensourcetechnologie – vrije toegang tot bronmaterialen voor iedereen – gaat Van de Seyp samenwerkingen aan en stimuleert deze tegelijkertijd via haar initiatieven. 'Al mijn eigen geschreven codes inclusief do-it-yourself tutorials ga ik publiceren op een website. Zo hoop ik een toegankelijke plek te maken voor beginnende ontwerpers.' In de toekomst wil Van de Seyp verder gaan met het organiseren van workshops en zich aansluiten bij internationaal opererende communities van creative coders en programmeurs door middel van een residentie of fellowship buiten Nederland.


Tekst: Manique Hendricks
Wesley Mapes

Wesley Mapes

In de praktijk van Wes Mapes staan waarde en (her)waardering centraal. De beeldtaal en het gebruikte materiaal hebben zowel een symbolische als metaforische betekenis. Met het materiaal, dat veelal een herkomst in de bouw heeft, verwijst hij naar het gegeven dat de hele wereld is gebouwd door zwarte mensen. Tijdens de slavernijperiode was het hun arbeid die voor de Europese rijkdom zorgde, zij waren het die de Nieuwe Wereld bouwden en het was hun arbeid die in de postkoloniale tijd werd gebruikt om de economieën opnieuw draaiende te krijgen. Het onderkennen van deze geschiedenis schiet drastisch tekort. En gaat verder dan alleen kleur, want het raakt ook aan hedendaagse klassenstructuren en sociaaleconomische posities. Mapes: 'Denk aan de ongelijkheid in waardering van werk en arbeidsomstandigheden waarbij fysieke inspanning van blauweboordwerkers in oncomfortabele omstandigheden plaatsvindt, minder wordt betaald dan witteboordwerk.'

De esthetiek van die omstandigheden (onder meer steigers) zet Mapes om in installaties waar ruimte is voor hem en anderen. Dit betekent ook dat hij veelvuldig samenwerkt met medekunstenaars. Hij is onderdeel van het collectief Pillars of Autumn (samen met Tobi Balogun, Walter Götsch en Dion Rosina) en maakt radio met Marcel van den Berg. Niks gebeurt alleen: overal zijn anderen voor nodig en zo ontstaan gemeenschappen van gelijkgezinden die elkaar helpen en ondersteunen. Ook hier schuilt een referentie naar het zwarte leven, waarin familie en gemeenschap van essentieel belang zijn om te (over)leven.

Met het gebruikte bouwmateriaal, wil Mapes ook tonen dat je met de meest fundamentele materialen iets van waarde kan voortbrengen. Een idee dat teruggaat op de manier waarop over de gehele wereld mensen weten te leven met minimale middelen in de meest kale omstandigheden. 'Mijn werk is raw, rugged en scrappy. Denk bijvoorbeeld aan hoe in soul food niet de meest fancy ingrediënten worden gebruikt, maar de uitkomst wel heerlijk is. In artistieke zin zie ik voorbeelden in het materiaalgebruik en de houding van onder meer David Hammons, Mark Bradford, Jean Michel Basquiat en Sam Gilleam.'

Deze werkwijze, kennis en manier van zijn draagt Mapes ook over in educatieve context. Hij geeft regelmatig les op verschillende afdelingen van de Rietveld Academie. Zo liet hij onder de titel Deconstructivist Dumpster Dive studenten kennismaken met de waarde die hergebruik van gevonden materiaal kan hebben en de inventiviteit en creativiteit die daarbij nodig zijn. Ook leert hij hen alternatieve lezingen van de wereldgeschiedenis, vanuit een pan-Afrikaanse optiek die een andere lineairiteit en netwerk van kennisoverdracht toont. Herkomsten en routes lopen anders, er is meer te weten dan wat op school wordt geleerd.


Tekst: Vincent van Velsen
Alvin Arthur
Alvin Arthur

Alvin Arthur

Momentum. Ontwerper, performer en educator Alvin Arthur is er gevoelig voor. Als de timing niet goed voelt, gaat hij er niet mee verder. Het afgelopen jaar was het aftasten wat wel en wat niet kon om productief, maar ook gezond te blijven. De voorgenomen samenwerkingen met professionals gingen om uiteenlopende redenen niet door. Het bleek echter wel het juiste moment voor zijn educatieproject 'Body.coding': programmeren met het lichaam.

Body.coding is een van de voorbeelden van Arthurs op het lichaam en beweging gebaseerde aanpak, ook bekend als kinestethiek. Hij wil dat kinderen al op jonge leeftijd begrijpen dat veel van wat zij om hen heen zien digitaal is geprogrammeerd; van de productie van een stoel, tot het bouwen van een gebouw en zelfs het ontwikkelen van een stad. En dat dit programmeren door volwassenen doorgaans stilzittend achter een scherm wordt gedaan, maar dat dat niet zo hóeft te zijn.

Voor zijn lessen aan kinderen heeft Arthur een choreografische taal gecreëerd: tekeningen met simpele geometrische vormen en kleuren die de kinderen laten zien hoe ze zich moeten bewegen om een teken uit te beelden, zodat ze uiteindelijk een hele zin kunnen programmeren. Groepsdynamiek is hierbij heel belangrijk. Wie het snel oppikt, weet vaak welke taal moet worden gebruik om het aan leeftijdsgenoten duidelijk te maken. Er is ook ruimte voor verbeelding: wat stelt de choreografie die ze samen hebben gemaakt volgens hen precies voor?

Met behulp van het scholennetwerk van het Eindhovense presentatieplatform MU heeft Arthur een aantal workshops voor verschillende leeftijdscategorieën georganiseerd om de methode verder te ontwikkelen en uit te testen. In het nieuwe schooljaar wordt het format breed beschikbaar gemaakt zodat scholen er zelf mee aan de slag kunnen.

Voor Arthur is het brengen van beweging in het klaslokaal van levensbelang. 'Er gaat veel verloren op het moment dat we kinderen op stoelen zetten. Het is handig voor ons, maar het heeft ook effect op de lange termijn.' Hij vindt dat we kinderen met te weinig vaardigheden uitrusten om de wereld die we ze geven aan te kunnen. 'Ik denk dat veel van de strubbelingen die we in de samenleving hebben, mondiaal voortkomen uit het feit dat we onszelf niet genoeg kennen, omdat we ons lichaam niet genoeg kunnen ervaren. Daarom doe ik dit, zodat we meer leren over wie we zijn vía ons lichaam.'

Tekst: Victoria Anastasyadis
Anna Fink
Anna Fink

Anna Fink

De uit Oostenrijk afkomstige Anna Fink onderzoekt de manieren van leven in specifieke landschappen en de constante interactie tussen beide. Dat noemt de landschapsarchitect 'topografisch leven'. Ze wil die relatie zowel ontrafelen als versterken door dagelijkse locatiegebonden gebruiken en culturele handelingen waarmee we het landschap vormen een nieuwe betekenis te geven.

Haar nieuwe project 'The taskscape of the forest' is een vervolg op haar afstudeerproject 'Landscape as house' en leidt naar Oostenrijk waar zij en haar familie een stukje bos bezitten. Via actief veldwerk onderzoekt ze de persoonlijke handelingen en activiteiten die essentieel zijn voor het vormen van het landschap en het behouden van de vitaliteit van een plek. Hoe geven we zo'n perceel vorm? Welke motivatie ligt er ten grondslag aan de keuze voor onderhoud, aan het planten of oogsten van bomen of aan het bos zijn gang laten gaan? Het zijn enkele vragen die Fink zichzelf stelt, net als boswachters of andere eigenaren van stukken bos. 'Mijn doel is niet te oordelen, maar om vragen te stellen, aannames omver te werpen, en een dialoog te voeren over de verschillende manieren van interacteren met de omgeving, over hoe je de natuur definieert, en wat het betekent om in een landschap te leven. Dat is anders dan er doorheen lopen of fietsen, want dan consumeer je slechts en beperk je het begrip natuur tot iets afstandelijks, tot een concept.'

Vanuit een behoefte aan het doen van onderzoek en het ontwikkelen van een methode, leek het afgelopen jaar een perfect moment om een eigen interdisciplinaire design en researchstudio op te zetten: Atelier Fischbach, toepasselijk genoemd naar de plek waar ze is opgegroeid. Ze initieerde een summer school in Oostenrijk. Voor de workshop 'Inhabiting wildernis' werkt ze samen met Nederlandse ontwerpers en lokale ambachtsmensen. In een rivierbedding gaan ze 'topografische meubels' bouwen: subtiele en vergankelijke ingrepen in het landschap die onze aanwezigheid tijdelijk vormgeven of markeren. Zo bouwt de ovenbouwer geen iconische oven waarmee iedereen uit de streek hout stookt, maar een buitenoven die verdwijnt bij hoog water, en lost de door de leembouwer vervaardigde stamp-leemvloer na enkele regenbuien op. 'Het lichamelijke werk en onze voortdurende aanwezigheid bij de rivier, scheppen verbondenheid met de plek; er ontstaat ruimte voor dialoog vanuit een gedeelde ervaring, embodied knowledge genoemd.' Fink documenteert haar onderzoek met foto's, een film en een serie kleine boeken.

Tekst: Viveka van de Vliet
Arvand Pourabbasi
Arvand Pourabbasi

Arvand Pourabbasi

De aan de KABK afgestudeerde interieurarchitect Arvand Pourabbasi heeft zich het afgelopen jaar verdiept in de begrippen 'comfort' en 'uitputting'. Productief zijn is volgens hem een geromantiseerd beeld, waarin wordt voorbijgegaan aan vermoeidheid, uitstelgedrag of angst. Vrije tijd als een moment voor rust en comfort wordt niet op de juiste manier benut, maar valt binnen een kapitalistische logica. Het is slechts een oplaadmoment om weer snel aan het werk te kunnen en een bepaald productiviteitsniveau te behouden, meent hij. Ook verkent hij de betekenissen van werk. Burn-out raak je niet zozeer door fysiek zware arbeid, maar treft de werknemers op kantoren wiens lichamen uitgeput raken van de hele dag zitten. Binnen deze omgevingen speelt 'thuis' ook een rol als de plek waar uitputting en comfort met elkaar zijn vervlochten.

Samen met Golnar Abbasi runt hij een eigen studio, heel toepasselijk WORKNOT! geheten. Hierbinnen laten ze hun licht schijnen op extreme omstandigheden die onze maatschappij vormgeven. Uit de behoefte om het begrip comfort te verkennen op een manier die verder gaat dan kunstmatige (kapitalistische) ideeën, cureerde WORKNOT! het collectieve project 'Fictioning Comfort'. Maatschappijkritische kunstenaars toonden er hun werk in relatie tot verschillende gebruiken en benaderingen rondom 'comfort'. Dat varieerde van ruimtelijke installaties, performances, historisch onderzoek, tot science fiction, beeldproductie en performatieve objecten. 'De betekenissen die aan de begrippen worden gegeven zijn zo divers, het gaat zowel over uitputting van het lichaam en het land als over de politiek. Zo'n project helpt mij nieuwe lagen aan te brengen in mijn werk.'

Om nog dieper op de materie in te gaan heeft Pourabbasi tijdens het ontwikkeltraject met verschillende professionals gesproken, zoals met fysiotherapeuten, psychologen en ontwerpers, met name Bik van der Pol die hem hielpen bij het cureren van de show en het formuleren van het complexe concept omtrent comfort en uitputting. Gesprekken met ontwerpstudio Refunc, gespecialiseerd in 'Garbage Architecture', hielpen hem bij het bedenken van een tapijt dat hij wil gebruiken in presentaties en discussies rondom zijn thema's. Voor Pourabbasi is een tapijt het meest basic product dat comfort en huiselijkheid representeert en staat voor een uitgespreid landschap.

De resultaten van zijn onderzoek brengt hij samen in een publicatie. 'Conclusies trekken, of eenduidige antwoorden geven, is niet mijn doel. Ik ben geen probleemoplosser, ik wil de puzzelstukjes bij elkaar brengen en dat doe ik in dit geval in een publicatie. Het zal een belangrijk document zijn voor bewustwording en het verbeelden van een andere toekomst.'

Tekst: Viveka van de Vliet
Chiara Dorbolò
Chiara Dorbolò

Chiara Dorbolò

Ze is opgeleid als architect, maar het is absoluut niet haar streven om zoveel mogelijk gebouwen te realiseren. Waar Chiara Dorbolò zich op focust, is de vraag wat het betekent om tegenwoordig architect te zijn. Traditioneel gezien wordt het bouwen van je ontwerp door velen gezien als het meest lonende deel van het werk. Succes wordt in belangrijke mate gemeten in het aantal gebouwen dat er van je is gebouwd. Maar voor de jongere generatie architecten ligt dat anders stelt Dorbolò vast. 'Veel van mijn generatiegenoten werken op het grensvlak van de discipline en houden zich in belangrijke mate bezig met de ethische verantwoordelijkheid richting de maatschappij die het vak met zich meebrengt. Ze willen zich niet committeren aan een winstgedreven systeem waarin weinig ruimte is voor andere motivaties en waarden.'

Zelf begeeft ze zich op het snijvlak van ruimtelijk ontwerp en sociale wetenschappen. De interesse daarvoor ontstond met haar afstudeerproject aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam, waar ze onderzoek deed naar de rol van grenzen in migratiepatronen naar het Italiaanse eiland Lampedusa, een van de belangrijkste aankomstpunten voor migranten die de oversteek van de Middellandse Zee van Afrika naar Europa wagen. 'Ik werd me bewust van de grootte van het sociale vraagstuk en realiseerde me dat je daar niet simpelweg iets voor kunt ontwerpen. Daarna ben ik me veel meer gaan bezighouden met onderzoek en ben ik steeds meer gaan schrijven over architectuur en urbanisatie, onder meer voor Failed Architecture en Topomagazine.com. Ook ben ik gaan lesgeven in architectuurtheorie op de Rietveld Academie.'

Het afgelopen jaar heeft ze zich verder bekwaamd in storytelling en creative writing door workshops, coaching en schrijfopdrachten. Haar meeste aandacht ging uit naar het samenstellen van een publicatie met een verzameling verhalen en afbeeldingen van follies – architectonische bouwwerken zonder directe functie. Daarnaast publiceerde ze het afgelopen jaar verschillende artikelen en essays, en werkte ze samen aan verschillende projecten om de ingewikkelde relatie tussen verhalen vertellen en architectuur te onderzoeken. Dat ze het ontwerp van nieuwe gebouwen niet afwijst, blijkt uit de succesvolle deelname aan een ontwerpwedstrijd voor een groot wooncomplex in Milaan, samen met een groep andere architecten. Ze droeg bij aan het vooronderzoek, het concept en de storytelling van het voorstel, dat de eerste prijs won. Een ander project waarin ze de mogelijkheden verkent om ontwerp en creative writing te combineren, is 'Stories on Earth', waarin ze met Failed Architecture een samenwerking tussen professionele ontwerpers en schrijvers begeleidt. Het project wordt in 2021 gepresenteerd op de Biënnale van Venetië.
Cream on Chrome
Cream on Chrome

Cream on Chrome

Ze studeerden beiden in 2018 af aan de Design Academy Eindhoven en sindsdien vormen ze samen Cream on Chrome. Martina Huynh en Jonas Althaus onderzoeken de sociale impact van technologische ontwikkelingen. Hun interactieve installaties, presentaties, video's en digitale toepassingen stellen vooral vragen: Wat is een betekenisvolle relatie tussen mens en techniek? Wat zijn de consequenties van onze afhankelijkheid van apparaten? En wie is eigenlijk verantwoordelijk voor de problemen die de voortschrijdende techniek met zich meebrengt?

Een project dat die laatste vraag concreet aan de orde stelt, is 'Proxies on Trial'. 'Complexe mondiale vraagstukken als klimaatverandering of de huidige pandemie blijven vaak in een abstracte discussie hangen,' zegt Huynh. Om de discussie concreter te maken en ons een gevoel van controle te geven, besloot het duo dagelijkse voorwerpen aan te klagen. In een whodunnit-video worden drie rechtszaken gevoerd: een sneaker wordt gearresteerd en vervolgd voor global warming, een wekker wordt beschuldigd van het veroorzaken van verkeersopstoppingen en een mondkapje staat terecht voor het niet op tijd aanwezig zijn om besmetting te voorkomen. Het fictieve debat tussen aanklagers en verdedigers plaatst vraagtekens bij de onderlinge verwijten en het zoeken naar een zondebok. De keuze voor verdachte voorwerpen in plaats van personen moet de jury behoeden voor vooringenomen standpunten.

Huynh en Althaus verdiepen zich graag in de herkomst van gevestigde systemen, waarbij ze te rade gaan bij verschillende filosofieën, van Bruno Latour tot Ubuntu en de Griekse oudheid. In hun Lab of Divergent Technologies keren ze de relatie tussen mens en technologie binnenstebuiten. Ervan uitgaand dat alles wat ontworpen is een weerspiegeling is van de bedenker en diens tijdgeest, presenteert Cream on Chrome alternatieven op basis van andere stromingen en opvattingen.
Zo nemen ze dagelijkse, allang ingeburgerde toepassingen onder de loep. Neem nou de klok. Onze hele maatschappij is georganiseerd rond het begrip van lineaire, meetbare tijd, wat uiteindelijk ook maar gewoon een afspraak is geweest. Dat is enerzijds heel efficiënt, maar beperkt tegelijkertijd onze vrijheid. Wat als we in plaats daarvan voor intuïtieve tijd zouden kiezen? 'De huidige technische toepassingen geven de gebruiker vaak een machteloos gevoel. Wij zetten er graag een ander ontwerp naast dat meer persoonlijke verantwoordelijkheid vraagt,' zegt Althaus. 'Met onze installaties willen we het publiek inspireren om hun eigen rol te herontdekken.'

Tekst: Willemijn de Jonge
Gilles de Brock
Gilles de Brock

Gilles de Brock

Handgetufte tapijten met wilde kleurrijke patronen. Op YouTube had hij geleerd hoe hij ze zelf kon maken en bedacht dat je zoiets ook met keramische tegels zou kunnen doen. Het printen op tegels bestond weliswaar al, maar alle specifieke aspecten van glazuur op keramiek die hij voor ogen had, verdwijnen bij dat proces. Dus wat deed grafisch ontwerper, artdirector en creative coder Gilles de Brock: hij bouwde een eigen ABCNC-machine (AirBrush Computer Numerical Control). 'Wat ik nog niet wist, leerde ik via YouTube-filmpjes.' Toen alles eenmaal werkte, bracht De Brock een paar dagen door in het EKWC om samen met Koen Tasselaar en Jaap Giesen aan de samenstelling en het gedrag van glazuren te werken. 'Ik kwam er uiteindelijk achter dat ik het ambacht van experts kan gebruiken en de rest veel beter zelf online kan doen.'

De Brock kan nu tegels exact bedrukken zoals hij wil. Maar dat ging niet zonder slag of stoot. Het duurde twee jaar voordat er geen puin uit de machine meer kwam, maar een glanzend geglazuurde tegel. De tegels zijn fascinerend vanwege het vervreemdende effect dat ze op de kijker hebben. Enerzijds lijken ze handgemaakt, maar daarvoor zijn ze eigenlijk te precies. De pixelachtige patronen en kleuren met een eigen esthetiek hebben iets psychedelisch en het glazuur lijkt wel op autolak. De eerste resultaten hingen op de kunstbeurs Unfair in Amsterdam. Ze hingen er als kleurrijke collages aan de muur, keurig gevat binnen de kaders van een lijst. Leuk dat een aantal kunsttableaus is verkocht, maar De Brock ziet zichzelf absoluut niet als kunstenaar, zegt hij. 'Ik ben meer een ondernemende toegepaste ontwerper die potentie ziet in samenwerkingen met architecten en interieurvormgevers. Ik zie een bar in een café of hotellobby, meubels en metrotunnels bekleed met de tegels.' In Jaap Giesen vond hij een partner die hem kan helpen dit nieuwe product commercieel in de markt te zetten.

Vanwege corona werden andere presentaties, waaronder die bij Fisk Gallery in Portland (VS), opgeschort. Maar de uitkomsten van zijn onderzoek leiden wel al tot een publicatie bij Corners, een van de betere grafisch design- en risoprintstudio's in Zuid-Korea, die ook zorgt voor de distributie van de publicatie door heel Azië. En er volgt zeker nog een expositie in Seoul.

Tekst: Viveka van de Vliet
Giorgio Toppin
Giorgio Toppin

Giorgio Toppin

Aan de kunstacademies waar hij studeerde, werd niet begrepen dat zijn concepten waren gelinkt aan zijn culturele achtergrond en was geen ruimte voor niet-westerse denkwijzen en benaderingen. Het motiveerde Giorgio Toppin zijn werk buiten de academische routes publiek te maken. Sinds 2007 heeft hij samen met zijn zus Onitcha een eigen label: XHOSA, gelijk aan zijn tweede naam. Hiermee wil hij jonge mannen die iets anders in hun kledingkast willen dan een shirt en een spijkerbroek, een gevarieerdere en bredere keuze bieden. Hij is trots dat hij zowel een in 'klein-Suriname' (Zuidoost) geboren Amsterdammer is, als een zwarte man met een Surinaamse achtergrond. 'De twee werelden mix ik tot nieuwe verhalen, vertaald in collecties die binnen de hedendaagse westerse context passen. Mode die ik en mijn klantenkring cool vinden om te dragen.'

Uit interesse voor de Surinaamse diaspora en de cultuur van zijn geboorteland, is de ontwerper het afgelopen jaar teruggegaan naar Suriname, waar hij sinds zijn eerste levensjaar niet meer is geweest. Om zijn onderzoek naar Surinaamse klederdracht, het vakmanschap en de technieken binnen lokale ambachten meer context te geven, legde Toppin alles vast in een documentaire. Hiervoor interviewde hij ambachtsmensen over hun vak en de ontwikkeling daarvan. 'Ze gaven allemaal hetzelfde antwoord: de waarde van het behouden van een traditioneel ambacht is belangrijk én evolueert met de veranderingen in de maatschappij. Hoe dat ook kan, heb ik laten zien: ze stonden versteld dat ik hun stoffen en patronen vertaalde naar een kledingcollectie.'

Die bestaat bijvoorbeeld uit een trui waarin inheemse knooptechnieken met kwastjes zijn toegepast. De winterjas kreeg een met de hand geborduurde traditionele print uit het district Saramacca. En de Creoolse 'kotomisi', die uiterst moeilijk is aan te trekken, heeft een nieuw en makkelijk draagbaar silhouet. 'In Suriname gaan de vrouwen in vol ornaat naar culturele feestjes, die outfits worden van generatie op generatie overgedragen, terwijl die traditie niet geldt voor mannen. Zij komen zelden verder dan een broek met T-shirt. Zonde.' Daarom zorgt zijn nieuwe collectie dat mannen én vrouwen, hier én in Suriname een grotere variëteit aan kleding hebben die bovendien iets nieuws toevoegt aan het straatbeeld. Vanwege de uitbraak van covid-19 kon de collectie niet worden gepresenteerd tijdens de New York Fashion Week, maar een lancering dichter bij huis ligt in het verschiet. Ook is hij van plan bezichtigingen voor inkopers van winkels te organiseren.

Tekst: Viveka van de Vliet
Jing He
Jing He

Jing He

Het had een jaar van reizen en van de uitvoering van een aantal concrete, ambitieuze plannen moeten worden. Voor Jing He werd het echter een periode van stilzitten en reflecteren op de eigen praktijk. 'Dit jaar heb ik de kans gekregen om te ontdekken hoe ik mezelf kan gebruiken.'

Het startpunt voor haar projectplan 'Elysium' was de transformatie van haar Chinese geboortestad. 'Ik kan niet echt aantonen dat ik in die stad ben opgegroeid. Ik heb geen bewijs, want alle gebouwen uit mijn kindertijd zijn verdwenen.' Ze zijn vervangen door moderne kantoren en winkelcentra. En om de stad extra uitstraling te geven staat er sinds kort bovendien een levensgrote kopie van de iconische Arc de Triomphe uit Parijs. Geen exacte imitatie, maar een aangepast ontwerp, in gebruik als kantoorpand en huisvesting voor een kunstgalerie.

Het idee was deze Arc en nog twee andere Chinese kopieën te bezoeken, evenals een aantal andere plekken in China waar het imiteren en herinterpreteren van de Europese cultuurgeschiedenis te zien is. Kopieerpraktijken en identiteitsvorming als sociale fenomenen staan vaak centraal in het werk van He. Een bezoek aan Parijs, 'het origineel', zou de onderzoekstrip afmaken en genoeg inspiratie moeten opleveren voor een reeks objecten. De opkomst van het coronavirus, allereerst in China, gooide echter roet in het eten. De reis ging niet door.

Opeens was er tijd om na te denken over een vraagstuk waar He telkens weer naar terug cirkelt: hoe vertaal je onderzoek naar een sociaal fenomeen in een ontwerp, een object, in iets tastbaars? Hoe maak je het visueel? 'Soms is een idee een idee, maar maken is een ander pad.' Met behulp van coachinggesprekken met oud-docenten van de Design Academy en de Gerrit Rietveld Academie heeft ze nieuwe manieren om tot maken en tot andere routines te komen onderzocht. Zo maakte ze met behulp van vers fruit samengestelde objecten, die snel weer vergaan. Ook een vondst was tekenen; niet doelmatig schetsen, maar tekenen als vrij middel om tot ideeën te komen. 'Dit gaf me moed, omdat ik erachter kwam dat ik het resultaat niet van tevoren hoef te weten.'

Door het tekenen en online onderzoek zijn er ideeën en inzichten bijgekomen, die hun weg naar visualisatie en materialisatie nog moeten vinden. Zodra het kan, wil ze haar oorspronkelijke plan alsnog uitvoeren.

Tekst: Victoria Anastasyadis
Juliette Lizotte
Juliette Lizotte

Juliette Lizotte

'Mijn fascinatie voor de subversieve figuur van de heks begon op jonge leeftijd', zegt Juliette Lizotte, ook wel bekend als jujulove. 'Maar gedurende de tijd is hij wat op de achtergrond geraakt. Sinds enkele jaren heeft de heks haar belangstelling weer en is het onderwerp van onderzoek. Ze is met name geïnteresseerd in de relatie van heksen met de natuur, en legt een link met ecofeminisme. Deze sociale en politieke stroming gaat terug tot de jaren zeventig en veronderstelt een verband tussen de onderdrukking van vrouwen en de achteruitgang van het milieu. 'Als onderwerp is de heks heel geschikt om actuele thema's aan te hangen. Haar kwade imago is niet verdiend. De heks is toe aan een moderne lezing; ze is juist een autonoom iemand, een ontwrichtend, revolutionair karakter dat bewust omgaat met haar omgeving en haar verantwoordelijkheid neemt richting de flora en fauna om haar heen.'

Met haar videowerk en LARP-games wil de aan het Sandberg Instituut opgeleide en uit Frankrijk afkomstige Lizotte de discussie over klimaatverandering aanwakkeren, mensen wakker schudden en ze aanzetten tot het heroverwegen van hun milieubelastende gedrag. Ze wil toegankelijk werk maken, dat ook buiten de kunstwereld de belangstelling trekt. 'Ik richt me op een jong publiek. Juist jongeren zouden zich uitgedaagd moeten voelen door de klimaatproblematiek. Maar het onderwerp wordt vaak als saai beschouwd, brengt schuldgevoelens met zich mee en veel andere sociaal-politieke kwesties lijken urgenter.'

Het afgelopen jaar volgde ze dans-, performance- en schrijfcursussen. Ze werkte samen met dansers en theatermakers, maakte met een modeontwerper uit gerecycled plastic kostuums voor de dansers in haar video's, verdiepte zich in de mogelijkheden van LARP-gaming en kreeg onder meer advies over hoe ze haar werk het beste kan presenteren. Dit alles met als doel haar onderzoek te verdiepen en vorm te geven, en een parallelle wereld te scheppen die anderen inspireert. Door de uitbraak van het coronavirus is de presentatie van haar werk uitgesteld. 'Videoshoots konden niet doorgaan en zijn uitgesteld. Maar we hebben ons herpakt en afgelopen week zijn we voor het eerst weer bijeengekomen om te filmen. Dat was best spannend.' Lizotte documenteert haar onderzoek online en in een publicatie.
Kasia Nowak
Kasia Nowak

Kasia Nowak

Al van jongs af aan is ze gefascineerd door de relatie tussen kunst en omgeving. Met haar afstudeerproject 'Art in context', waarmee ze de Archiprix 2016 won, onderzocht ze de optimale ruimtelijke omstandigheden van kunst en hoe deze worden ervaren. Het project waar ze het afgelopen jaar research naar deed, is een voortzetting van dat concept. Maar ze verlegde de aandacht van 'een locatie in de stad' naar 'een specifieke locatie': Museum Boijmans van Beuningen. Als curator van haar eigen narratief formuleert ze een nieuwe, andere museumtypologie, een positief kritische blik op de manier van exposeren.

De keuze voor Museum Boijmans van Beuningen is niet willekeurig. Kasia Nowak ziet het als buitenkans dat het museum aan de vooravond staat van een renovatie. Daarnaast sluit de gedachte van architect Adrianus van der Steur aan bij haar ideeën: 'Hij hield bij zijn ontwerp van het oorspronkelijke gebouw rekening met specifieke kunstwerken, en dacht na over bijvoorbeeld het vermijden van schaduw in hoeken van de ruimtes. Dat zou veel vaker moeten gebeuren.' Zelf gaat ze dieper in op de architectonische context van kunstwerken. Hiervoor focust ze op aspecten die vaker in musea worden verwaarloosd of zelfs genegeerd. 'Wanneer je een kunstwerk in een verkeerde context plaatst, krijg je een incomplete ervaring van het werk.' Daarvan heeft ze tal van voorbeelden gevonden, waarbij plaatsing, natuurlijke lichtval, kunstlicht, of juist een donkere ruimte het verschil kunnen maken in de manier waarop een werk wordt getoond en geïnterpreteerd. Ze sprak historici, las biografieën en interviews met kunstenaars waaruit duidelijk wordt dat veel kunstenaars specifiek benoemen wat hun wensen zijn in relatie tot hoe hun werk wordt getoond. Nowak onderzocht daarnaast waar bepaalde kunstwerken zijn geweest, of ze speciaal voor een locatie zijn gemaakt, en al dan niet waren geïntegreerd in de architectuur.

De resultaten van haar onderzoek 'Art in the city' worden waarschijnlijk getoond in het Depot van Museum Boijmans van Beuningen zelf. Maar vooralsnog is ze bezig met het maken van schaalmodellen van objecten in een ruimte en experimenteert ze met alternatieve materialen, transparantie, vormen en kleuren. 'Het is bijzonder om curator te zijn van je eigen expositie over hoe je anders kunt exposeren,' besluit ze.

Tekst: Viveka van de Vliet
Kuang-Yi Ku
Kuang-Yi Ku

Kuang-Yi Ku

Voor zijn 'Tiger Penis Project' kreeg Kuang-Yi Ku twee jaar geleden de Gijs Bakker Award van de Design Academy Eindhoven. Het project, dat een duurzaam alternatief wil bieden voor het gebruik van beschermde diersoorten in de traditionele Chinese geneeskunde, is actueler dan ooit. Nu de consumptie van wilde dieren in China debet lijkt aan een pandemie, wordt de urgentie voor een alternatief alleen maar groter. 'Ik heb al zitten bedenken hoe we kunstmatige vleermuizen en schubdieren zouden kunnen maken,' zegt Ku, 'zodat we tradities kunnen koesteren zonder rampen te veroorzaken.'

Ondertussen is hij – tijdelijk vanuit Taipei – bezig met de drie projecten waarvoor hij een aanvraag deed bij het Stimuleringsfonds. Als social designer en bio-artist met een achtergrond in tandheelkunde ontwerpt hij vergaande scenario's voor het menselijk lichaam. Het gaat over gezondheid, seksualiteit en de interactie met andere soorten en onze planeet. Ku zoekt naar methodes om design en de medische wetenschap met elkaar te verbinden. En om de dagelijkse context niet uit het oog te verliezen, voegt hij daar graag een vleugje sociologie en politiek aan toe.

Het zijn vaak beklemmende toekomstscenario's, die de grens opzoeken van wat we nog acceptabel vinden en wat niet. Zo schetst het project 'Delayed Youth' een dystopische wereld die is ontstaan omdat de conservatieve partij in Taiwan de seksuele voorlichting uit de schoolboeken wil halen. Want waarom zou je dan niet meteen een injectie uitvinden die de puberteit en geslachtsdrift uitstelt tot seks écht mag – als je achttien bent? Een video toont hoe uniform de wereld eruit zou zien als we tot ons achttiende nauwelijks van elkaar verschillen, tot de broekrokken aan toe voor de genderneutrale jeugd. Het tweede project verkent de ethische aspecten van hedendaagse voortplantingstechnieken. 'Grandmom Mom' introduceert het draagmoederschap van gepensioneerde vrouwen voor hun eigen dochters, die in dat geval 'gewoon' voor hun carrière kunnen gaan.

Ook het derde project waaraan Ku werkt, heeft te maken met seksualiteit en voortplanting. Samen met een onderzoeker in animal ecology aan de Amsterdamse VU vergelijkt hij een tweeslachtige slak met andere hermafrodieten; wat bij een slak normaal is, geldt bij mensen als abnormaal. 'Perverted Norm, Normal Pervert' doet een biologisch boekje open over de discriminatie van seksuele minderheden.

Tekst: Willemijn de Jonge
Lieselot Elzinga
Lieselot Elzinga